Een bestuurder die een manoeuvre wil uitvoeren moet voorrang verlenen aan de andere weggebruikers. Dit wordt aldus voorzien in artikel 12.4 van het weg verkeersreglement. Deze regel vindt evenwel geen toepassing wanneer twee bestuurders die met mekaar in aanrijding komen ieder gelijktijdig een maneuver uitvoeren. Als dan worden en verplichtingen geregeld door de andere bepalingen van het weg verkeersreglement. Zie Politierechtbank Brugge 25 november 2004, R.W. 2006-2007, 1370; zie ook Polrb Gent 08 januari 2007, RW 2006-2007, 1372 met noot.
De verplichting van art. 12.4 Wegcode voor de bestuurder die een manoeuvre wil uitvoeren om de andere weggebruikers te laten voorgaan, heeft een algemene strekking en houdt geen verband met de inachtneming van de verkeersregels door de andere weggebruikers, op voorwaarde evenwel dat niet kon worden voorzien dat die andere weggebruikers zouden opdagen. Dit betekent niet dat de andere weggebruikers steeds zichtbaar moeten zijn op het ogenblik dat de voorrangsplichtige bestuurder zijn manoeuvre aanvat, ongeacht of het hem al dan niet toegelaten was dit manoeuvre uit te voeren (Cass. 3 januari 2012, Pas. 2012, 7).
Dienen onder meer als manoeuvres aanzien:
• van rijstrook veranderen;
• een rijbaan oversteken;
• een parkeerplaats oprijden;
• een parkeerplaats verlaten;
• een eigendom oprijden;
• een eigendom verlaten;
• keren in een straat; achteruitrijden.
Verplichtingen bij het uitvoeren van een manoeuvre
• heel voorzichtig manoeuvre uitvoeren
• de andere weggebruikers (dus ook de voetgangers) niet in gevaar brengen;
• voorrang verlenen.
Het niet-respecteren van de voorrangsregels is een overtreding van de tweede graad. De straffen voor dergelijke overtreding omvatten:
Geldboete: tussen € 160 tot € 2.000;
Rijverbod: mogelijk van 8 dagen tot 5 jaar;
Jonge bestuurders (minder dan twee jaar houder van een rijbewijs) krijgen steeds een rijverbod en moeten opnieuw een theoretisch of praktisch examen doen bij drie overtredingen in één jaar.
Wie voor de tweede keer binnen de drie jaar een boete voor het niet-respecteren van voorrang krijgt, ziet de de boetebedragen verdubbelen.
Let wel, bij de beoordeling door de rechter kunnen verzachtende omstandigheden in aanmerking v-worden genomen waardoor de boete wordt verminderd zonder dat deze minder dan één euro mag bedragen.
Indien de rechter zowel een geldboete als een rijverbod uitspreekt dan kan de rechter de geldboete verminderen met de kosten van de herstelonderzoeken en –examens en de erelonen van de geneesheer en psycholoog. De rechter kan bij het bepalen van de geldboete ook rekening houden met een beperkt inkomen, hoge maandelijkse kosten, zware schuldenlast en op die bas de geldboete beperken voor mensen die een verminderde financiële draagkracht bewijzen. De boete mag ook hier niet lager liggen dan één euro. De rechter kan geen afbetalingen toestaan. Nadat de rechter de boete heft uitgesproken wordt enige tijd later een schrijven verstuurd door de ontvanger der penale boeten met verzoek tot betaling. Aan de ontvanger kan een afbetalingsverzoek worden gedaan.
Vaak komt de zaak niet voor de rechtbank en ontvangt de overtreder een voorstel tot minnelijke schikking in de bus. Dit is een voorstel van het parket tot betaling van een geldsom. Indien deze som wordt betaald is de zaak hiermee afgehandeld en komt de zaak niet voor de rechter. Wie niet (tijdig) betaalt zal toch voor de rechter moeten verschijnen.