Een familiale verzekering die de opzettelijke schade schade veroorzaakt door een kind aan derden heeft uitbetaald ter dekking van de aansprakelijkheid van de ouders op grond van artikel 1384 BW, kan niet resulteren in een regres van de verzekeringsmaatschappij.
Uit het feit dat de minderjarige geen verzekerde is voor wie de verzekeraar de uitkeringen heeft betaald die verschuldigd zijn op grond van een door zijn ouders gesloten verzekeringsovereenkomst burgerrechtelijke aansprakelijkheid privéleven, kan niet worden afgeleid dat die minderjarige een derde is in de zin van artikel 41, eerste lid, van de wet van 25 juni 1992.
Let wel nieuwe regeling in het (nieuw) BW
Boek 6 van het (nieuwe) BW geldt voor feiten na 01/01/2025.
Om de wijzigingen in de gezinsstructuren beter te weerspiegelen, wordt in het (nieuw) BW de op een vermoeden gebaseerde aansprakelijkheid van de ouders vervangen door een foutloze aansprakelijkheid ten laste van de ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover deze, geheel of gedeeltelijk, titularis zijn van het gezag over de persoon van de minderjarige.
Op die manier wordt rekening gehouden met de evolutie van het familierecht en wordt een einde gesteld aan de onzekerheid die het bewijs van fouten in opvoeding of toezicht meebrengt.
Enkel voor schade veroorzaakt door minderjarigen van zestien jaar of meer kunnen de ouders aan aansprakelijkheid ontkomen door aan te tonen dat de schade niet het gevolg is van een gebrek aan toezicht van hun kant.
Uittreksel uit het (nieuw) BW
Art. 6.9 (nieuw) BW Minderjarigen van minder dan twaalf jaar
De minderjarige van minder dan twaalf jaar is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
Art. 6.10 (nieuw) BW Minderjarigen van twaalf jaar of meer
De minderjarige van twaalf jaar of meer is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De rechter kan echter oordelen dat de minderjarige geen schadeloosstelling verschuldigd is of de door hem verschuldigde schadeloosstelling beperken. Hij doet uitspraak naar billijkheid, rekening houdend met de omstandigheden en met de economische en financiële toestand van de partijen.
Wanneer de aansprakelijkheid van de minderjarige gedekt is door een verzekeringsovereenkomst, kan de rechter niet oordelen dat geen schadeloosstelling verschuldigd is, noch deze beperken tot een bedrag dat lager is dan dat waarvoor deze verzekeringsovereenkomst dekking verleent.
Art. 6.11 (nieuw) BW Personen met een geestesstoornis
De persoon die lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast, is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De rechter kan echter oordelen dat die persoon geen schadeloosstelling verschuldigd is of deze beperken op de wijze bepaald in artikel 6.10, tweede lid, rekening houdend met artikel 6.10, derde lid.
Art. 6.12 (nieuw) BW Aansprakelijkheid van titularissen van het gezag over de persoon van minderjarigen
Ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover zij het gezag hebben over de persoon van een minderjarige van minder dan zestien jaar, zijn foutloos aansprakelijk voor de schade die deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaakt aan derden.
Ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover zij het gezag hebben over de persoon van een minderjarige van zestien jaar of meer, zijn aansprakelijk voor de schade die deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaakt aan derden. Zij zijn niet aansprakelijk indien zij aantonen dat de schade niet te wijten is aan een fout van hun kant.
Art. 6.13 (nieuw) BW Aansprakelijkheid van personen belast met het toezicht op anderen
De persoon die op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling, een gerechtelijke of administratieve beslissing of een contract ermee belast is op globale en duurzame wijze de levenswijze van andere personen te organiseren en te controleren, is aansprakelijk voor de schade die deze laatsten door hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder zijn toezicht staan. Hij is niet aansprakelijk indien hij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een fout in het toezicht van zijn kant.
Een onderwijsinstelling is aansprakelijk voor de schade die haar leerlingen door hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder haar toezicht staan. Zij is niet aansprakelijk indien zij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een fout in het toezicht van haar kant.