-A +A

Zijn netbeheerders van nutsvoorzieningen een overheidsinstellingen ondernemingen in de zin van de WMPC?

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De Belgische wetgever heeft thans onder de nieuwe WMPC het verkopersbegrip verlaten ten voordele van het ondernemingsbegrip.

Hierdoor wordt ook aangesloten bij de Europese regelgeving waar het ondernemingsbegrip in het marktrecht reeds lang ingeburgerd is.

Het begrip onderneming wordt in artikel 2, ten eerste van de WMPC gedefinieerd als zijnde “elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, als mede zijn verenigingen”. Dit ligt volledig in de lijn van de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie. Volgens deze rechtspraak is een onderneming “elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd” (arresten van 23.04.1991, C-41/90, Jur. blz I-1979, punt 21 en 11.12.2007, Jur. blz I-10893, punt 38).

Voor wat de toepassing van de WMPC op de overheidsinstellingen betreft lezen wij in de voorbereidende werken het volgende: “Overheidsinstellingen zijn ondernemingen voor wat betreft hun activiteiten die buiten hun wettelijke taak van algemeen belang vallen. Wanneer de betrokken activiteit behoort tot de essentiële taken van de publieke overheid, met name de uitoefening van bevoegdheden die typisch diegene zijn van de publieke overheid, dan handelt de overheidsinstelling niet als een onderneming. Maar gaat het daarentegen om een economische activiteit die niet noodzakelijk moet worden verzorgd door de overheid, dan handelt de overheidsinstelling wel als een onderneming. Om uit te maken of een overheidsinstelling optreedt als onderneming zal het bijgevolg nodig zijn de door haar verrichte activiteiten van geval tot geval te onderzoeken (ontwerp van wet betreffende de marktpraktijken en de consumentenbescherming, Parl. St., Kamer 2009-2010, 2340/001, blz 13).

Overheidsinstellingen zijn dienvolgens niet a priori uitgesloten van de toepassing van de WAPC maar enkel voor wat hun activiteit betreft die deel uitmaakt van hun wettelijke opdracht van algemeen belang.

Netbeheerders zijn onderworpen aan omvangrijke wetgeving inzake erkenning. Vaak worden hun activiteiten op monopolistische wijze uitgeoefend door intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Maar dit impliceert niet dat zij hierdoor geen economische activiteit zouden uitoefenen of kunnen uitoefenen in normale marktomstandigheden.
Het louter feit dat een wettelijke regeling de totstandkoming van daadwerkelijke mededinging op een bepaalde markt belet is op zich niet relevant om te besluiten tot de afwezigheid van een economische activiteit.

De activiteiten van netbeheerders zijn geen zaken van essentieel nationaal belang die het prerogatief van de staat uitmaken, laat staan dat een en ander regale activiteiten zijn die uitgesloten zijn van de toepassing van het Europese marktrecht.

De activiteiten van een netbeheerder bestaan uit het aansluiten van klanten op het distributienet, de installatie van elektriciteit- en aardgasmeters, het opnemen van meterstanden, het ter beschikking stellen van het distributienet aan alle leveranciers die via het net elektriciteit en/of aardgas willen vervoeren en er voor zorgen dat het distributienet steeds efficiënt, veilig en betrouwbaar is.

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat deze dienstverlening ook niet door privéondernemingen zou kunnen worden uitgeoefend.

De dienstverlening van de netbeheerders wordt niet uit publieke middelen gefinancierd.

Niettegenstaande dat de algemene tariefstructuur bij KB wordt bepaald, blijkt dat de tarifering volgens algemene principes verloopt en dat er in de tariefstructuur noch tussen de netbeheerders onderling toepassing van het solidariteitsprincipe wordt gemaakt.

De netbeheerders zijn spelers actief op een bepaalde markt en zij streven bij hun dienstverlening op die markt winst na.
Zij oefenen dan ook een economische activiteit uit en dient aanzien te worden als een onderneming die onder toepassing valt van de WMPC.

De wetgever heeft in de regelingen van de onrechtmatige bedingen destijds de term “voorwaarden” aan “bedingen” toegevoegd in artikel 31 § 1 WHPC en dit teneinde de leveringsvoorwaarden van reglementaire aard en reglementaire bedingen aan de onrechtmatige bedingen leert te onderwerpen (zie Parl. St., Kamer, 1989-1990,1240/20, pag. 8).
Op basis van deze bepaling heeft de rechtsleer steeds aangenomen dat ook de WHPC van toepassing is op de reglementaire voorwaarden van de distributienetbeheerders (zie F. Cousy, “De Vlaamse distributienetbeheerders voor elektriciteit en de bescherming van de consument”, DCCR, 2007, nr. 75, 169).
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 11/04/2012 - 19:43
Laatst aangepast op: vr, 13/04/2012 - 22:20

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.