-A +A

Witwassen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Advocaten kunnen niet helpen om zwart geld wit te wassen. Zij kunnen wel bijstaan voor regularisatie middels onderhandelingen met de fiscus. Advocaten zijn ten deze gehouden aan het beroepsgeheim. Vervolging kan afgekocht worden.

Onderscheid dient gemaakt tussen zwart geld en grijs geld. Bovendien is heel wat zwart geld enkel vermeend zwart geld. Een degelijk advies volledig afgedekt door het beroepsgeheim is zeker nuttig.

Bij regularisatie dient rekening gehouden dat op het zwarte geld de normale belastingsheffing wordt geheven vermeerderd met een percentage. Verfijnd advies en tussenkomst van een onderlegd advocaat in deze materie kan het verschil maken.

Na regularisatie, kan het geld probleemloos worden gespaard, belegd, op rekeningen geplaatst, geschonken, gebruikt voor investeringsgoederen, aankoop woningen of gewone consumptie. Let wel, wanneer personen met zwart geld een advocaat raadplegen zijn ze hierna niet verplicht tot regularisatie over te gaan, in die zin dat het bezit van het zwart geld wel strafbaar blijft maar de gesprekken met de advocaat absoluut geheim blijven

uittreksel uit het strafwetboek

De wet van 17 juli 1990 stelt witwassen strafbaar in art. 505 SWB:

AFDELING IV. - (Heling en andere verrichtingen met betrekking tot zaken die uit een misdrijf voortkomen.) <W 1990-07-17/30, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 25-08-1990>

Art. 505. <L 1995-04-07/57, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 20-05-1995 Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft :

1° zij die weggenomen, verduisterde of door misdaad of wanbedrijf verkregen zaken of een gedeelte ervan helen;

2° (zij die zaken bedoeld in artikel 42, 3°, kopen, ruilen of om niet ontvangen, bezitten, bewaren of beheren, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen, de oorsprong van die zaken kenden of moesten kennen;) <W 2007-05-10/63, art. 2, 071; Inwerkingtreding : 01-09-2007>

3° zij die de zaken, bedoeld in artikel 42, 3°, (omzetten of overdragen) met de bedoeling de illegale herkomst ervan te verbergen of te verdoezelen of een persoon die betrokken is bij een misdrijf waaruit deze zaken voortkomen, te helpen ontkomen aan de rechtsgevolgen van zijn daden; <W 2007-05-10/63, art. 2, 071; Inwerkingtreding : 01-09-2007>

4° (zij die de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van de in artikel 42, 3°, bedoelde zaken verhelen of verhullen, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen de oorsprong van die zaken kenden of moesten kennen.) <W 2007-05-10/63, art. 2, 071; Inwerkingtreding : 01-09-2007>

(De in het eerste lid, 3° en 4°, genoemde misdrijven bestaan, indien de dader ervan ook dader, mededader van of medeplichtige is aan het misdrijf waaruit de zaken genoemd in artikel 42, 3°, voortkomen. De in het eerste lid, 1° en 2°, genoemde misdrijven bestaan, ook indien de dader ervan eveneens de dader, mededader van of medeplichtige is aan het misdrijf waaruit de zaken genoemd in artikel 42, 3°, voortkomen, wanneer dit misdrijf in het buitenland is gepleegd en in België niet kan worden vervolgd.) <W 2007-05-10/63, art. 2, 071; Inwerkingtreding : 01-09-2007>
(Behalve ten aanzien van de dader, de mededader en de medeplichtige van het misdrijf dat de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, heeft opgeleverd, hebben op fiscaal vlak de misdrijven bedoeld in het eerste lid, 2° en 4°, uitsluitend betrekking op feiten gepleegd in het raam van ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procédés van internationale omvang worden aangewend.

De in de artikelen 2, 2bis en 2ter van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het <witwassen> van geld en de financiering van terrorisme beoogde instellingen en personen kunnen zich op het vorige lid beroepen voor zover zij zich, ten aanzien van de beoogde feiten, hebben geconformeerd aan de voorziene verplichting van artikel 14quinquies van de wet van 11 januari 1993 die de wijze van informatieverstrekking aan de Cel voor financiële informatieverwerking regelt.) <W 2007-05-10/63, art. 2, 071; Inwerkingtreding : 01-09-2007>

De zaken bedoeld (in het eerste lid, 1°) van dit artikel maken het voorwerp uit van (het misdrijf dat gedekt is door deze bepaling), in de zin van artikel 42, 1°, en zij worden verbeurdverklaard, ook indien zij geen eigendom zijn van de veroordeelde, zonder dat (deze straf) nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van de verbeurd verklaring, schaadt. <W 2007-05-10/63, art. 2, 071; Inwerkingtreding : 01-09-2007>

(De in het eerste lid, 3° en 4°, bedoelde zaken zijn het voorwerp van de door deze bepalingen bedoelde misdrijven in de zin van artikel 42, 1°, en worden verbeurd verklaard ten aanzien van alle daders, mededaders of medeplichtigen van die misdrijven, ook al heeft de veroordeelde die zaken niet in eigendom.

Die straf mag evenwel geen schade berokkenen aan de rechten die derden op de voor verbeurdverklaring vatbare goederen kunnen doen gelden. Zo die zaken niet in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen, gaat de rechter over tot een raming van de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend geldbedrag. In dat geval kan de rechter dat bedrag evenwel verminderen teneinde de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen.

De in het eerste lid, 2°, bedoelde zaken zijn het voorwerp van het door deze bepaling bedoeld misdrijf in de zin van artikel 42, 1°, en worden verbeurd verklaard ten aanzien van alle daders, mededaders of medeplichtigen van die misdrijven, ook al heeft de veroordeelde die zaken niet in bezit. Daarbij mag die straf geen schade berokkenen aan de rechten die derden op de voor verbeurdverklaring vatbare goederen kunnen doen gelden. Zo die zaken niet in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen, gaat de rechter over tot een raming van de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een geldbedrag dat in verhouding staat tot de mate waarin de veroordeelde bij het misdrijf betrokken was.) <W 2007-05-10/63, art. 2, 071; Inwerkingtreding : 01-09-2007>

Poging tot een van de misdrijven bedoeld in 2°, 3° en 4° van dit artikel wordt bestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot vijftigduizend frank of met een van die straffen alleen.
De personen die krachtens deze bepalingen worden gestraft, kunnen bovendien veroordeeld worden tot ontzetting, overeenkomstig artikel 33.

Art. 505bis. <ingevoegd bij W 2005-08-10/62, art. 7 ; Inwerkingtreding : 02-09-2005> Zij die weggenomen, verduisterde of door de misdaad of het wanbedrijf bedoeld in artikel 433 verkregen zaken of een gedeelte ervan helen, worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 505, eerste lid, waarbij de minimumstraf in het geval van gevangenisstraf wordt verhoogd tot drie maanden en in het geval van geldboete tot duizend euro.

 

Elementen van het misdrijf

Witwassen wordt aldus danig niet in de wet zelf gedefinieerd. Uit art. 505 SW kan afgeleid worden dat als strafbare gedraging (witwassen kan aangemerkt:

- kopen, ruilen, krijgen, bezit, bewaring of beheer van illegale vermogensvoordelen, terwijl de dader de illegale oorsprong kent of moest kennen (505 lid 1,2°);

- inbrengen of wederinbrengen van illegale vermogensvoordelen het officiële financiële milieu of het reguliere maatschappelijke verkeer (505 lid 1,3°)

- het verhelen of verhullen van de aard, de oorsprong, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing of de eigendom van illegale vermogensvoordelen (505 lid1,4°);

Band met het onderliggend misdrijf

Zelfs wanneer de rechter het onderliggend misdrijf niet kan bewijzen (de oorsprong van de gelden) dan nog kan de rechter veroordelen tot witwassen voorzover de rechter op grond van de feitelijke gegevens van de zaak elk legaal karakter kan uitsluiten. Een loutere niet verifieerbare bewering, zal meestal niet volstaan. Het volstaat dat de dader minstens argwaan moest hebben om tot een veroordeling te besluiten.

Verplichte verbeurdverklaring

Het misdrijf witwassen impliceert een verplichte verbeurdverklaring (art. 505 lid 3 van alle vermogensvoordelen, vervangingsgoederen, evenals de waarden en de inkomsten van de belegde goederen. Wie gedagvaard wordt voor witwassen dient zich derhalve bij zijn verdediging voor te bereiden op de stelling en de vordering die het parket dienaangaande verplicht is te vorderen.

Rechtspraak en rechtsleer

• Cass. 21/03/2006, RABG 2006/20, 1498 met noot: Het bewijs van witwassen en de motivering van de verbeurdverklaring.

•• L. CORNELIS en R. VERSTRAETEN, «Mag er nog wit worden gewassen?», T.B.H. 1992, 183.

•• Corr. Antwerpen 23 februari 1993, T.R.V. 1994, 195.

•• E. ROGER FRANCE, «Le délit de blanchiment après la loi du 10 mars 2007», T.B.H. 2008, 120.

•• A. DE NAUW, «De verschillende luiken van het wettelijk systeem tot bestraffing en tot voorkoming van het witwassen van geld en de fiscale fraude», in M. ROZIE (red.), Fiscaal Strafrecht en Strafprocesrecht, Gent, Mys & Breesch, 1996, 234 en R. VERSTRAETEN en D. DEWANDELEER, «Witwassen na de Wet van 7 april 1995: kan het nog witter?», R.W. 1995-1996, 696.

•• Cass. 31 oktober 1995, T.R.V. 1996, 635; Cass. 21 juni 2000, Pas. 2000, I, 387.

•• D. LIBOTTE en H. VAN BAVEL, «Het wel en wee van het witwasmisdrijf», T. Strafr. 2007, 349.

•• Cass. 21 juni 2000, Arr. Cass. 2000, nr. 387 en J. ROZIE, «Actualia witwassen», in CBR Jaarboek 2006-2007, Antwerpen, Intersentia, p. 160-161.

•• Corr. Brussel 26 februari 2004, T.F.R. 2004, 873, met noot H. DUBOIS.

•• Cass. 6 mei 2006, nr. P.06.0242.N.

•• Cass. 16 september 2006, nr. P.06.0608.N.

•• L. CORNELIS en R. VERSTRAETEN, o.c., T.B.H. 1992, 203;

•• G. STESSENS, «De Belgische strafrechtelijke witwaswetgeving», in Tien jaar witwasbestrijding in België en in de wereld, Brussel, Bruylant, 2003,

•• R. VERSTRAETEN en D. DEWANDELEER, «Uitwassen van witwassen», in F. VERBRUGGEN, R. VERSTRAETEN, D. VAN DAELE en B. SPRIET (red.), Strafrecht als roeping. Liber amicorum Lieven Dupont, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2005, 240.

•• Cass. 19 september 2006, R.W. 2007-2008, 609, met noot T. LOQUET, «Moreel bestanddeel van witwassen ... ongekende precieze oorsprong».

•• G. STESSENS, o.c., Tien jaar witwasbestrijding in België en in de wereld, Brussel, Bruylant, 2003, 59.

•• Cass. 25 september 2001, Arr. Cass. 2001, nr. 493

• B. COOPMAN, «Zwart, wit en grijze haren – het witwasmisdrijf in de fiscale periferie», A.F.T. 1998;

•• A. DE NAUW, «Aspecten van het fiscaal materieel strafrecht», in Strafrecht en strafprocesrecht 2005- 2006 (XXXIIste Postuniversitaire cyclus Willy Delva), Mechelen, Kluwer, 2006;

• F. DERUYCK, «Over voordeelsontneming», in P. TRAEST en A. DE NAUW (red.) Strafrecht – Wie is er bang van het strafrecht?, Gent, Mys & Breesch, 1998, 420;

•• L. HUYBRECHTS, Fiscaal Strafrecht, in A.P.R., Gent, Story-Scientia, 2002, 78; S. HUYGHE, «Witwassen en verbeurdverklaren van fiscale vermogensvoordelen», T.F.R. 2001, 416-418;

•• S. RAVYSE, «De verbeurdverklaring bij fiscale misdrijven en het witwassen van fiscale vermogensvoordelen», A.F.T. 2004, 29-57

•• A. VAN ROOSBROECK, «Witwassen van fiscale vermogensvoordelen – Enkele bedenkingen bij het gevaar voor dubbele bestraffing», T.F.R. 2000, 1061.

•• F. DESTERBECK, «De nieuwe regeling inzake witwassen en fiscale fraude» (noot onder Corr. Hasselt 4 april 2007), T.F.R. 2007, 852- 857.
 
•• Cass. 8 november 2005, N.C. 2006, 126;

•• M. ROZIE, «Fiscale fraude in relatie tot verbeurdverklaring», in Beslag en verbeurdverklaring van criminele voordelen. Saisie et confiscation des profits du crime, Antwerpen, Maklu, 2004, 220.

•• F. DESTERBECK, De inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken in België, Mechelen, Kluwer, 2007, 14-15.

•• Cass. 21 oktober 2003, Pas. 2003, I, 1642.

•• Cass. 14 januari 2004, J.L.M.B. 2004, 595.

• • M.J. BORGERS, T. KOOIJMANS en J.B.H.M. SIMMELINK, «Hoofdelijkheid bij ontneming van voordeel. Alweer een oplossing voor niet- bestaande problemen», N.J.B. 2007, 18.

•• J. ROZIE, Voordeelsontneming, Antwerpen, Intersentia, 2005, 260.

 •• J. ROZIE, «De verbeurdverklaring in het licht van de probatiewet» (noot onder Antwerpen, 8 februari 2006), R.A.B.G. 2006, (903), 909.

• • Cass. 4 april 2006, nr. P.06.0042.N met de uitgebreide conclusie van procureur- generaal M. DE SWAEF .


Weergave van het arrest van het • Hof van Cassatie, 2e Kamer – 6 november 2007 (uittreksel) , RW 2007-2008, 1716 met NOOT Verbeurdverklaring bij equivalent en meervoudige verbeurdverklaring bij witwasmisdrijven

"...

5. Wanneer de dader van het hoofdmisdrijf de gelden die de vermogensvoordelen uit dit misdrijf zijn, gebruikt om er waarden mee te kopen die in de plaats ervan komen, komen deze gelden terecht in het patrimonium van de verkoper van die waarden en kunnen zij het voorwerp van het misdrijf witwassen zijn dat met toepassing van art. 505, derde lid, Sw. wordt verbeurdverklaard.

6. Art. 505, derde lid, Sw. bepaalt dat de zaken bedoeld in 1°, 2°, 3° en 4°, van dit artikel het voorwerp uitmaken van de misdrijven die gedekt zijn door deze bepalingen, in de zin van art. 42, 1°, Sw.

Hieruit volgt dat een witgewassen vermogensvoordeel als bedoeld in art. 42, 3°, Sw. het voorwerp van het misdrijf witwassen uitmaakt in de zin van art. 42, 1°, Sw. en niet een vermogensvoordeel dat voortkomt uit dit misdrijf als bedoeld in art. 42, 3°, Sw.

Wanneer het witgewassen vermogensvoordeel vervolgens meermaals opnieuw door een van de operaties vermeld in art. 505, eerste lid, 2°, 3° of 4°, Sw. wordt witgewassen, blijft dit telkens ingevolge het witwassen gewijzigde vermogensvoordeel het voorwerp van het misdrijf witwassen.

7. Wanneer het witgewassen vermogensvoordeel ingevolge het witwassen geïncorporeerd is in het vermogen van de witwasser, blijft dit het voorwerp van het misdrijf.

Het witgewassen vermogensvoordeel wordt dan, met toepassing van art. 505, derde lid, Sw., als voorwerp van het misdrijf verbeurdverklaard. Die verbeurdverklaring heeft niet vermogensvoordelen als bedoeld in het art. 43bis Sw. tot voorwerp, welke enkel de voorwerpen zijn die niet in het vermogen van de dader worden teruggevonden.

8. Omdat het witgewassen vermogensvoordeel zelf geen vermogensvoordeel is dat rechtstreeks is verkregen uit het misdrijf witwassen, kan het niet met toepassing van art. 42, 3°, Sw. worden verbeurdverklaard.

Evenmin kan de bijzondere verbeurdverklaring krachtens art. 43bis, tweede lid, Sw. worden uitgesproken wanneer, zoals hier, het witgewassen vermogensvoordeel geïncorporeerd is in het vermogen van de witwasser en bijgevolg erin wordt teruggevonden.

9. Het arrest beveelt de bijzondere verbeurdverklaring van 1.115.520,86 euro niet enkel met toepassing van art. 505, derde lid, Sw. omdat de witgewassen vermogensvoordelen het voorwerp uitmaken van de bewezen verklaarde telastlegging J.25.4, zijnde het misdrijf witwassen, als bedoeld in art. 42, 1°, Sw.

Het arrest oordeelt ook dat die witgewassen gelden en de andere goederen of waarden die in de plaats ervan zijn gesteld in het vermogen van de eiser geïncorporeerd zijn en daarom ook een rechtstreeks uit het feit J.25.4 verkregen vermogensvoordeel zijn. Op die grond beveelt het ook de verbeurdverklaring met toepassing van art. 42, 3°, en 43bis Sw.

Aldus is deze laatste beslissing niet naar recht verantwoord.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

...

Derde middel
...
Eerste onderdeel
...

12. Het arrest verklaart de geldsom van 1.115.520,86 euro als voorwerp van de bewezen verklaarde telastelegging J.25.4 verbeurd op grond van art. 505, derde lid, Sw. Die verbeurdverklaring is uitvoerbaar bij degene in wiens patrimonium de verbeurdverklaarde geldsom terug te vinden is.

13. Het arrest stelt vast, zonder desbetreffend door het middel te zijn bekritiseerd, dat de hierboven vermelde geldsom zich nog steeds in het vermogen van de eiser bevindt. Dit houdt in dat de verbeurdverklaring in elk geval bij hem moet worden uitgevoerd.

14. De eiser heeft er geen belang bij dat de verbeurdverklaring van diezelfde geldsom niet ten laste van andere medebeklaagden wordt uitgevoerd. Het onderdeel is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel

15. Krachtens art. 505, derde lid, Sw. maken de zaken bedoeld in 1°, 2°, 3° en 4°, van dit artikel het voorwerp uit van de misdrijven die gedekt zijn door deze bepalingen in de zin van art. 42, 1°, Sw., en worden zij verbeurdverklaard, zelfs indien zij geen eigendom zijn van de veroordeelde, zonder dat deze verbeurdverklaring nochtans de rechten van derden op de goederen die er het voorwerp van uitmaken, kan schaden.

16. Geen enkele wetsbepaling noch rechtsbeginsel staan eraan in de weg dat verschillende daders die samen één van de in art. 505, eerste lid, Sw. bepaalde misdrijven hebben gepleegd die een bepaald vermogensvoordeel tot voorwerp hebben, allen, zelfs samen met de daders van het hoofdmisdrijf, tot de verbeurdverklaring ervan worden veroordeeld, mits de uitvoering van de verbeurdverklaring de omvang van dit voordeel niet overschrijdt.

Het onderdeel, dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Vierde middel

18. Het feit dat de eiser niet als mededader van de oplichtingen die de geldsommen hebben voortgebracht welke hij heeft witgewassen, is vervolgd, belet niet dat het door hem gepleegde misdrijf witwassen samen met de oplichtingen gepleegd door een derde een gemeenschappelijke fout kan zijn die de door het slachtoffer geleden schade heeft veroorzaakt.
...
Vijfde middel
...
23. Het algemeen rechtsbeginsel «Fraus omnia corrumpit» verbiedt bedrog of oneerlijkheid aan te wenden om schade te berokkenen of winst te behalen. Dit beginsel sluit uit dat de dader van een opzettelijk misdrijf, dat zijn burgerrechtelijke aansprakelijkheid in het gedrang brengt, aanspraak kan maken op een vermindering van de aan de getroffene van dat misdrijf verschuldigde vergoedingen, wegens de onvoorzichtigheden of nalatigheden die deze zou hebben begaan.

Daartoe is vereist dat de handeling werd gesteld met de bedoeling schade te berokkenen.

24. Wanneer het misdrijf witwassen een gemeenschappelijke fout is met het misdrijf oplichting dat schade berokkent aan de eigenaar van de witgewassen gelden, pleegt de dader het feit met het oogmerk de gelden buiten het bereik van de eigenaar van de witgewassen gelden te houden. Aldus pleegt de dader het misdrijf met de bedoeling te schaden.

Hieruit volgt dat de appelrechters niet bijzonder hoefden vast te stellen dat de eiser de bewezen verklaarde telastlegging heeft gepleegd met de bedoeling schade te berokkenen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Zesde middel

25. Bij ontstentenis van daartoe strekkende conclusie moet de rechter niet uitdrukkelijk de rentevoet van de compensatoire rente bepalen. Indien hij dit niet uitdrukkelijk doet, geldt de wettelijke rentevoet.

Het middel faalt naar recht.

Middelen van R.C.

Eerste middel

Eerste onderdeel

26. Het arrest spreekt de verbeurdverklaring uit wegens de heling van een geldsom van 89.637,31 euro, voorwerp van de telastlegging L.13.

27. Krachtens art. 505, derde lid, Sw. maken de zaken bedoeld in 1°, 2°, 3° en 4°, van dat artikel het voorwerp uit van de misdrijven die gedekt zijn door deze bepalingen als bedoeld in art. 42, 1°, Sw., en worden zij verbeurdverklaard, ook indien zij geen eigendom zijn van de veroordeelde, zonder dat deze verbeurdverklaring nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van de verbeurdverklaring, schaadt.

Hieruit volgt dat geldsommen die worden geheeld, het voorwerp zijn van het misdrijf als bedoeld in art. 505, derde lid, 1°, Sw.

Het onderdeel dat ervan uitgaat dat het geheelde bedrag geen voorwerp van het misdrijf kan uitmaken, faalt naar recht.

Tweede onderdeel
...

Derde onderdeel

29. Krachtens art. 42, 1°, Sw. is de bijzondere verbeurdverklaring van het voorwerp van het misdrijf verplicht.

Hieruit volgt dat het arrest de bijzondere verbeurdverklaring van de geheelde geldsommen, voorwerp van de telastlegging L.13, niet nader diende te motiveren.

30. Het onderdeel dat het arrest ten grieve duidt de bijzondere verbeurdverklaring wegens de bewezen verklaarde telastlegging niet rechtsgeldig of tegenstrijdig te hebben gemotiveerd, kan niet leiden tot cassatie en is bijgevolg niet ontvankelijk.

...

Witwassen wordt kaalplukken: zie ook: Onderzoek naar vermogensvoordelen kaalplukwet, uittreksel uit het wetboek van strafvordering

• Hof van Cassatie 2e Kamer – 4 maart 2008, RW 2008-2009,  608, met noot S. Van Dromme, Strafrechtelijk beslag op een onroerend goed dat het voorwerp is van een witwasmisdrijf

Wanneer het voorwerp van het misdrijf witwassen een onroerend goed is, is het tevens een vermogensvoordeel dat voortkomt uit een misdrijf en kan het overeenkomstig art. 35bis Sv. in beslag worden genomen. De omstandigheid dat de eigenaar van dat goed geen dader of mededader van het basismisdrijf is waaruit het oorspronkelijk vermogensvoordeel voortkomt of dat de onderzoeksrechter die het beslag heeft bevolen, niet gelast is met het onderzoek naar het basismisdrijf, doet hieraan geen afbreuk.

L.M. t/ O.M.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 oktober 2007.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het arrest doet uitspraak over het hoger beroep tegen de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij het verzoek van de eiseres tot het opheffen van een onderzoekshandeling met betrekking tot haar goederen, ingesteld met toepassing van art. 61quater Sv., wordt afgewezen.

2. In zoverre het arrest uitspraak doet over de opportuniteit van de gewraakte onderzoekshandeling, bevat het geen eindbeslissing en doet het geen uitspraak in een der gevallen bedoeld in art. 416, tweede lid, Sv.

Het cassatieberoep is in zoverre niet ontvankelijk.

Eerste middel

3. Het middel voert schending aan van art. 35bis Sv.: het arrest oordeelt ten onrechte dat het onroerend goed van de eiseres als voorwerp van een witwasmisdrijf in beslag kan worden genomen; die wetsbepaling laat niet toe een vermogensvoordeel uit een basismisdrijf dat niet het voorwerp uitmaakt van het gerechtelijk onderzoek, in beslag te nemen.

4. Art. 35 Sv., zoals het van toepassing was op het ogenblik dat het beslag werd gelegd, bepaalt dat de procureur des Konings alles in beslag neemt wat een van de in art. 42 Sw. bedoelde zaken schijnt uit te maken en alles wat dienen kan om de waarheid aan de dag te leggen. Overeenkomstig art. 89, eerste lid, Sv., kan de onderzoeksrechter dit beslag bevelen.

5. Art. 35bis Sv. bepaalt dat indien de zaken die het uit het misdrijf verkregen vermogensvoordeel schijnen te vormen, onroerende goederen zijn, bewarend beslag op onroerend goed gedaan wordt.

6. Wanneer een vermogensvoordeel dat voortkomt uit een misdrijf als bedoeld in art. 42, 3°, Sw., wordt witgewassen, dan is dit overeenkomstig art. 505, derde lid, Sw., zoals van toepassing op het ogenblik dat het beslag werd gelegd, het voorwerp van het in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, van dat artikel bepaalde misdrijf witwassen in de zin van art. 42, 1°, Sw. en wordt het verbeurdverklaard.

7. Uit deze bepalingen volgt dat een vermogensvoordeel uit een ander misdrijf, dat tevens het voorwerp van het misdrijf witwassen is, in beslag kan worden genomen.

8. Wanneer het voorwerp van het misdrijf witwassen een onroerend goed is, is het tevens een vermogensvoordeel dat voortkomt uit een misdrijf en kan het overeenkomstig art. 35bis Sv. in beslag worden genomen. De omstandigheid dat de eigenaar van dat goed geen dader of mededader van het basismisdrijf is waaruit het oorspronkelijk vermogensvoordeel voortkomt of dat de onderzoeksrechter die het beslag bevolen heeft, niet gelast is met het onderzoek naar het basismisdrijf, doet daaraan geen afbreuk.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
 

• Hof van Beroep Gent 15/03/2016, AR 2015/NT/589, juridat ...

"Het hof laat bijkomend nog opmerken wat volgt.

Artikel 505, eerste lid, 3° Sw. (tweede witwasmisdrijf) bestraft zij die de zaken bedoeld in artikel 42,3°, omzetten of overdragen met de bedoeling de illegale herkomst ervan te verbergen of te verdoezelen of een persoon die betrokken is bij een misdrijf waaruit deze zaken voortkomen, te helpen ontkomen aan de rechtsgevolgen van zijn daden.

Er is sprake van misdrijven in de zin van artikel 505, eerste lid, 3° Sw. wanneer vast staat dat de geviseerde zaken/goederen te beschouwen zijn als vermogensvoordelen die rechtstreeks uit een misdrijf zijn verkregen of goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld of inkomsten uit de belegde voordelen.

Artikel 505, eerste lid 3° Sw. viseert de handeling waarbij de dader de zaken als het ware opnieuw afstoot. Het gaat om een handeling waarbij de dader als het ware een injectie doet van de zaken in het financieel stelsel.

Artikel 505, eerste lid 4° Sw. (derde witwasmisdrijf) bestraft degenen die de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van de in artikel 42.3° Sw. bedoelde zaken verhelen of verhullen, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen de oorsprong van de zaken kenden of moesten kennen.

De geviseerde feitelijke gedraging voor het witwasmisdrijf zoals voorzien in art. 505, eerste lid, 4° Sw betreft het verhelen of verhullen van zaken bedoeld in art. 42, 3°Sw. De daden zijn dermate breed omschreven dat de personen die strafbaar zijn op grond van art. 505, lid 1, 2° en 3° daardoor ook de aard, de oorsprong, de vindplaats, vervreemding, verplaatsing, of eigendom van de illegale vermogensvoordelen verhelen of verhullen.

Artikel 505 Sw. is van toepassing op witgewassen geld dat afkomstig is van alle misdrijven zonder enig onderscheid, met in bepaalde gevallen de enkele uitzondering van gewone fiscale misdrijven.

Een precieze omschrijving van het basismisdrijf is daarbij niet vereist als bewijs om te kunnen overgaan tot een veroordeling wegens witwassen. Het basismisdrijf zelf hoeft niet omschreven te worden of zelfs opgegeven te worden.

Het is niet vereist dat de rechter het precieze misdrijf kent op voorwaarde dat hij op grond van de feitelijke gegevens elke legale herkomst of oorsprong kan uitsluiten.

Waar sinds de wet van 10 mei 2007 houdende diverse maatregelen inzake de heling en inbeslagneming (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 2007 en in werking getreden op 1 september 2007) voor het eerste witwasmisdrijf (artikel 505 eerste lid, 2° Sw.) en het derde witwasmisdrijf (artikel 505 eerste lid, 4° Sw.), wanneer fiscale fraude het basismisdrijf uitmaakt een onderscheid wordt gemaakt tussen "gewone fiscale fraude" en "ernstige en georganiseerde fiscale fraude" geldt de er bedoelde beperking enkel ten aanzien van het eerste witwasmisdrijf (artikel 505, eerste lid, 2° Sw.) en het derde witwasmisdrijf (artikel 505, eerste lid, 4° Sw.) en niet voor het tweede witwasmisdrijf (artikel 505, eerste lid, 3° Sw.) en is vervolging voor het tweede witwasmisdrijf (artikel 505, eerste lid, 3° Sw. - nieuwe versie) ook nog steeds mogelijk wanneer het onderliggend misdrijf feiten van o.m. gewone fiscale fraude uitmaakt.

Met betrekking tot het misdrijf witwassen is niet vereist dat voor het primair misdrijf een veroordeling uitgesproken is geweest; het is evenmin relevant of het onderliggend misdrijf verjaard is (zie nuttig A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 2010, blz. 391)....(Zesde kamer, 2015/NT/589, 15/03/2016)"
 

 

BijlageGrootte
BROCHURE WITWASPREVENTIE 2012.pdf105.6 KB
Nog dit: 

Commentaar: 

Zwart geld is inkomen of vermogen dat fiscaal niet wordt aangegeven en waarop een aangifteplicht rust.

Een belangrijk deel van zwart geld wordt in liquiditeiten bewaard of opnieuw uitgegeven in het fiscaal circuit.

Contante uitgaven in het legaal circuit worden hiertoe door de wetgever aan banden gelegd.

Zwart geld kan sinds kort geregulariseerd worden onder strikte voorwaarden. Het witwassen van zwart geld is een zeer ernstig misdrijf met niet alleen zware straffen maar verschrikkelijk zware vermogensstraffen, niet alleen voor de witwassers maar ook voor zij die er direct of indirect aan meewerken.

 

Gerelateerd
5
Average: 5 (1 vote)
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:15
Laatst aangepast op: di, 05/12/2017 - 07:30

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.