-A +A

Wettelijke basis deeltijdswerk

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, artikel 11bis

Collectieve arbeidsovereenkomst nr.35, gesloten op 27 februari 1981 in de Nationale Arbeidsraad, inzake sommige bepalingen van het arbeidsrecht ten aanzien van de deeltijdse arbeid, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 21 september 1981

Programmawet van 22 december 1989, de artikelen 152 tot 187

wet van 5 maart 2002 betreffende het beginsel van non-discriminatie ten gunste van deeltijdswerkers

Uittreksel uit de Programmawet van 22 december 1989, de artikelen 152 tot 187

HOOFDSTUK IV. - BEPALINGEN BETREFFENDE DEELTIJDSE ARBEID.

Afdeling 1. - Voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen.

Art. 152. Deze afdeling is van toepassing op de werknemers die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst gesloten voor deeltijdse arbeid alsmede op de werkgevers die hen tewerkstellen.
De Koning kan bepaalde werknemers uitsluiten van de toepassing van deze afdeling.

Art. 153. De deeltijdse werknemer kan bij zijn werkgever schriftelijk een aanvraag indienen tot het bekomen van een voltijdse dienstbetrekking of van een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse dienstbetrekking waardoor hij een nieuwe deeltijdse arbeidsregeling verkrijgt, waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin hij reeds werkt.
Wanneer de deeltijdse werknemer een aanvraag heeft ingediend zoals bedoeld in het eerste lid, moet de werkgever hem schriftelijk elke vacante voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking mededelen die dezelfde functie betreft als die welke de werknemer reeds uitoefent en waarvoor hij de vereiste kwalificaties bezit.
De werkgever moet schriftelijk de ontvangst bevestigen van de door de werknemer met toepassing van het eerste lid ingediende aanvraag. In die ontvangstbevestiging dient uitdrukkelijk te worden vermeld dat het indienen van de aanvraag de toepassing meebrengt van het tweede lid. De aanvraag en een afschrift van de ontvangstbevestiging dienen door de werkgever te worden bewaard.

Art. 154. De deeltijdse werknemer moet een door de werkgever vacant verklaarde voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking bedoeld bij artikel 153, tweede lid, bij voorrang verkrijgen indien hij daartoe een aanvraag heeft ingediend.
De Koning kan de gevallen bepalen waarin de bepalingen van het eerste lid niet van toepassing zijn op grond van een onverenigbaarheid van de vacante betrekking met de door de werknemer uitgeoefende deeltijdse betrekking.

Art. 155. Wanneer een deeltijdse werknemer die werkloosheidsuitkeringen geniet voor de uren waarop hij gewoonlijk niet werkt, overeenkomstig artikel 153, eerste lid, een aanvraag heeft ingediend voor het bekomen van een voltijdse dienstbetrekking of van een andere, al dan niet bijkomende deeltijdse dienstbetrekking en niet ingaat op een hem door zijn werkgever schriftelijk aangeboden voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking als bedoeld in artikel 153, tweede lid, moet de werkgever dit meedelen aan het Gewestelijk Werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

Art. 156. De Koning bepaalt de termijnen, de voorwaarden en de nadere regelen waarin de werkgever de mededelingen, bedoeld bij artikel 153, tweede lid, en bij artikel 155, moet doen.

Afdeling 2. - Toezicht op de prestaties van de deeltijdse werknemers.

Onderafdeling 1. - Bekendmaking van de werkroosters van de deeltijdse werknemers.

Art. 157.Een afschrift van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer, schriftelijk vastgesteld overeenkomstig artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, of een uittreksel van die arbeidsovereenkomst met de werkroosters en met de identiteit van de deeltijdse werknemer waarop deze van toepassing zijn, alsmede zijn handtekening en die van de werkgever, moet worden bewaard [1 , hetzij in papieren vorm, hetzij in elektronische vorm,]1 op de plaats waar het arbeidsreglement kan geraadpleegd worden met toepassing van artikel 15 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen. (De Koning kan in andere gelijkwaardige modaliteiten voorzien). <W 1996-07-26/32, art. 43, 012; Inwerkingtreding : onbepaald>
----------
(1)<W 2017-03-05/03, art. 58, 028; Inwerkingtreding : 01-10-2017>

Art. 158.[1 Wanneer de arbeidsregeling van de deeltijdse werknemer georganiseerd is volgens een cyclus die over meer dan een week is gespreid, moet op elk tijdstip kunnen worden vastgesteld wanneer de cyclus begint.
Onder "cyclus" moet worden verstaan de opeenvolging van dagelijkse werkroosters in een vaste volgorde die bepaald wordt door de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer, schriftelijk vastgesteld overeenkomstig artikel 11bis van voornoemde wet van 3 juli 1978.]1
Bij ontstentenis ervan moet de werkgever de bij artikel 159 geregelde verplichtingen naleven.
----------
(1)<W 2017-03-05/03, art. 59, 028; Inwerkingtreding : 01-10-2017>

Art. 159.[1 Wanneer het werkrooster variabel is, in de zin van artikel 11bis, derde lid, van voornoemde wet van 3 juli 1978, worden de werknemers vooraf in kennis gesteld van hun werkroosters middels een schriftelijk en door de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden gedateerd bericht dat de individuele werkroosters bepaalt, op de wijze en binnen de termijn bepaald bij het arbeidsreglement, zoals opgelegd bij artikel 6, § 1, 1°, derde lid, van voornoemde wet van 8 april 1965.
Van zodra en zolang het werkrooster van kracht is, moet dit bericht met de individuele werkroosters of een afschrift ervan zich, hetzij in papieren vorm, hetzij in elektronische vorm, bevinden op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd met toepassing van artikel 15 van voornoemde wet van 8 april 1965. Het moet gedurende een jaar worden bewaard, te rekenen vanaf de dag waarop het werkrooster ophoudt van kracht te zijn.]1
----------
(1)<W 2017-03-05/03, art. 60, 028; Inwerkingtreding : 01-10-2017>

Onderafdeling 2. - Toezicht op de afwijkingen op het normale werkrooster van de deeltijdse werknemers.

Art. 160.[1 Behoudens wanneer een systeem van tijdsopvolging als bedoeld bij artikel 164 wordt gebruikt, moet de werkgever die deeltijdse werknemers tewerkstelt over een document beschikken waarin alle afwijkingen op de werkroosters bedoeld in de artikelen 157 tot 159 moeten worden opgetekend.]1
----------
(1)<W 2017-03-05/03, art. 61, 028; Inwerkingtreding : 01-10-2017>

Art. 161. Telkens wordt afgeweken van de werkroosters bedoeld bij de artikelen 157 tot 159, moet in dit document, naast de naam van de werknemer en de datum, worden aangeduid :
a) het beginuur en het einduur van het werk, wanneer de prestaties beginnen na of eindigen vóór het uur voorzien in het werkrooster; deze vermeldingen moeten aangeduid worden in het eerste geval bij het begin van de prestaties en in het tweede geval bij het einde van de prestaties;
b) het begin van de prestaties, hun einde en de rustpauzes, in geval van prestaties uitgevoerd buiten de werkroosters bedoeld bij de artikelen 157 tot 159; deze vermeldingen moeten respectievelijk aangeduid worden op het ogenblik dat deze prestaties beginnen, op het ogenblik dat ze eindigen en bij het begin en het einde van elke rustpauze.

Art. 162. Voor zover er een paritair orgaan is opgericht, kan de Koning, op voorstel van dit orgaan, toelaten dat het bij artikel 160 bedoelde document vervangen wordt door een ander document of een ander controlemiddel die dezelfde waarborgen bieden.

Art. 163. Wat de werknemers betreft die noch in de lokalen van de onderneming noch op een vaste werf zijn tewerkgesteld, bepaalt de Koning, in afwijking op de artikelen 160 tot 162, de bijzondere controlemaatregelen.

Art. 164.[1 Een systeem van tijdsopvolging kan het bij artikel 160 bedoelde document vervangen, op voorwaarde :
a) dat het systeem van tijdsopvolging voor elke betrokken werknemer de volgende gegevens bevat :
1° de identiteit van de werknemer;
2° per dag het begin en einde van zijn prestaties en zijn rustpauzes; deze gegevens moeten respectievelijk worden opgetekend op het ogenblik dat de prestaties beginnen, dat ze eindigen en bij het begin en einde van elke rustpauze;
3° de periode waarop de opgetekende gegevens betrekking hebben;
b) dat het systeem van tijdsopvolging de opgetekende gegevens bijhoudt gedurende de betrokken periode en kan worden geraadpleegd door de deeltijdse werknemer, alsook door de ambtenaren die met het toezicht op de uitvoering van deze afdeling belast zijn, onder de voorwaarden voorgeschreven bij artikel 166;
c) dat de opgetekende gegevens worden bewaard onder de voorwaarden voorgeschreven bij de artikelen 167 en 168;
d) dat de vakbondsafvaardiging in de mogelijkheid gesteld wordt om, conform de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 van 24 mei 1971 betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen van het personeel der ondernemingen, haar bevoegdheden uit te oefenen met betrekking tot het systeem van tijdsopvolging en de opgetekende gegevens.]1
----------
(1)<W 2017-03-05/03, art. 62, 028; Inwerkingtreding : 01-10-2017>

Art. 165. In afwijking van artikel 160, moet de werkgever die deeltijdse werknemers tewerkstelt en die over een geschikt register beschikt waarin het juiste uur waarop de werknemer het werk aanvangt en eindigt, alsmede het begin en het einde van de rustpauzen zijn vermeld, het in artikel 160 bedoelde document niet bijhouden.
De in dit register ingeschreven gegevens moeten vermeld zijn op het tijdstip zelf van de aanvang en het einde van de arbeidsdag en van de rustpauzen.

Art. 166. De documenten moeten zich op een gemakkelijk toegankelijke plaats bevinden opdat de ambtenaren die met het toezicht op de uitvoering van deze afdeling zijn belast, er op ieder ogenblik kennis kunnen van nemen.

Art. 167. De werkgever moet de documenten bewaren tijdens de hele periode die aanvangt op de datum van inschrijving van de laatste verplichte vermelding en die eindigt vijf jaar na het einde van de maand die volgt op het kwartaal waarin die inschrijving is verricht.

Art. 168. De werkgever bewaart de documenten :
1° hetzij op het adres waaronder hij in België ingeschreven is bij een instelling belast met de inning van de bijdragen voor sociale zekerheid;
2° hetzij in zijn woonplaats of op de maatschappelijke zetel, indien deze in België gevestigd zijn; bij ontstentenis hiervan, in de in België gelegen woonplaats van een natuurlijke persoon die ze in zijn hoedanigheid van lasthebber of aangestelde van de werkgever bewaart.

Art. 169.§ 1. De documenten, controlemiddelen, [1 systemen van tijdsopvolging]1 en registers bedoeld bij de artikelen 162 tot 165 worden voor de toepassing van deze afdeling, gelijkgesteld met het document bedoeld bij artikel 160.
§ 2. De Koning bepaalt de vorm van de documenten bedoeld bij de artikelen 160, 162 [1 ...]1 en 165, de vermeldingen die ze moeten bevatten en alle andere nadere regelen betreffende het bijhouden van de documenten en het functioneren van de apparaten.
----------
(1)<W 2017-03-05/03, art. 63, 028; Inwerkingtreding : 01-10-2017>

Afdeling 3. - Toezicht en strafbepalingen.

Art. 170. [1 De inbreuken op de bepalingen van dit hoofdstuk en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.
De sociaal inspecteurs beschikken over de in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten ervan.]1
----------
(1)<W 2010-06-06/06, art. 74, 022; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

Art. 171.[1 Bij ontstentenis van inschrijving in de documenten bedoeld bij de artikelen 160, 162, 163 en 165 of bij gebrek aan gebruik van [2 een systeem van tijdsopvolging]2 bedoeld bij artikel 164, worden de deeltijdse werknemers vermoed, behoudens bewijs van het tegendeel, hun prestaties te hebben geleverd in uitvoering van een arbeidsovereenkomst, in de hoedanigheid van voltijdse werknemer.
Bij ontstentenis van openbaarmaking van de deeltijdse werkroosters bedoeld bij de artikelen 157 tot 159, worden de deeltijdse werknemers vermoed, behoudens bewijs van het tegendeel, hun prestaties te hebben geleverd in uitvoering van een arbeidsovereenkomst, in de hoedanigheid van voltijdse werknemer.]1
----------
(1)<W 2012-03-29/08, art. 80, 024; Inwerkingtreding : 16-04-2012>
(2)<W 2017-03-05/03, art. 64, 028; Inwerkingtreding : 01-10-2017>

Art. 172. [1 opgeheven]1
----------
(1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 37°, 022; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

Art. 173. [1 opgeheven]1
----------
(1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 37°, 022; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

Art. 174. [1 opgeheven]1
----------
(1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 37°, 022; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

Art. 175. [1 opgeheven]1
----------
(1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 37°, 022; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

Art. 176. [1 opgeheven]1
----------
(1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 37°, 022; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

Art. 177. [1 opgeheven]1
----------
(1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 37°, 022; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

Art. 178. (Opgeheven) <W 1991-07-20/31, art. 105, 004; Inwerkingtreding : 11-08-1991>

Afdeling 4. - Wijzigingsbepalingen.

Art. 179. <wijzigingsbepaling van art. 1 van W 1971-06-30/01>

Art. 180. <wijzigingsbepaling van art. 11 van W 1971-06-30/01>

Art. 181. <wijzigingsbepaling van art. 22ter van W 1971-06-30/01>

Afdeling 5. - Wijzigingsbepalingen houdende harmonisering van de deeltijdse flexibele arbeidsprestaties.

Art. 182. <wijzigingsbepaling van art. 11bis van W 1978-07-03/01>

Art. 183. <wijzigingsbepaling van art. 29 van W 1971-03-16/02>

Art. 184. <wijzigingsbepaling van art. 9quater van W 1965-04-12/04>

Art. 185. <wijzigingsbepaling van art. 9quinquies van W 1965-04-12/04>

Art. 186. <wijzigingsbepaling van art. 42 van W 1965-04-12/04>

Art. 187. Artikel 182 treedt in werking 3 maanden na de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 17/01/2018 - 15:02
Laatst aangepast op: wo, 17/01/2018 - 15:05

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.