-A +A

Wet houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Afkondiging: 
woe, 19/05/2010
Publicatie: 
maa, 28/06/2010
Gecoördineerde actuele versie van de wet: 

Rechtspraak:

Cassatie 13 december 2016, RW 2017-2018, 467, Nieuw Juridisch Weekblad [NJW] ROYER, Sofie; Noot 'Identificatie houder kentekenplaat' 2017, nr. 356, p. 114-116.

samenvatting:

Het gegeven dat het tot de opdracht van de politie behoort om overtredingen op de verkeersreglementen op te sporen en vast te stellen, heeft niet tot gevolg dat de politie voor de identificatie van de houder van een kentekenplaat via de Dienst Inschrijving Voertuigen zonder machtiging van het Sectoraal comité toegang heeft tot de persoonsgegevens van de Kruispuntbank Voertuigen.

tekst arrest

Nr. P.16.0682.N
I S,
beklaagde,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank te Brussel van 11 mei 2016.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 18 van de wet van 19 mei 2010 houdende oprichting van de kruispuntbank van de voertuigen (hierna: Wet Kruispuntbank Voertuigen): het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de politie bij het vervullen van de opdrachten die haar overeenkomstig artikel 8 Wetboek van Strafvordering, de artikelen 1 en 15 Wet Politieambt, artikel 62 Wegverkeerswet en artikel 3 Wegverkeersreglement zijn toevertrouwd, voor de identificatie van de houder van een kentekenplaat via de Dienst Inschrijving Voertuigen een beroep kan doen op de gegevens opgenomen in de Kruispuntbank van de voertuigen (hierna Kruispuntbank Voertuigen) zonder te beschikken over een machtiging van het Sectoraal comité voor de federale overheid van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (hierna het Sectoraal comité); het bestreden vonnis oordeelt eveneens ten onrechte dat de identificatie van de houder van de nummerplaat van een voertuig geen vrijgave inhoudt van persoonsgegevens.

2. Overeenkomstig artikel 8 Wet Kruispuntbank Voertuigen wordt het repertorium van de voertuigen zoals bepaald in de artikelen 6, 7, 8 en 9 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen bijgehouden door de Kruispuntbank Voertuigen. Dat repertorium vermeldt onder meer het nummer van de kentekenplaat van het voertuig en de persoonsgegevens betreffende de tenaamgestelde van het kentekenbewijs.

3. Volgens artikel 7, eerste en tweede lid, Wet Kruispuntbank Voertuigen worden de geregistreerde voertuigen geïdentificeerd door een uniek identificatienummer en gaat de registratie gepaard met onder meer opgave van de gegevens vermeld in het gelijkvormigheidsattest of in het certificaat van overeenstemming met het voertuig en van de identificatiegegevens van de natuurlijke of rechtspersoon, eigenaar van het voertuig.

4. Artikel 2, 10°, Wet Kruispuntbank Voertuigen definieert een persoonsgegeven als iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.

5. De identificatiegegevens van de eigenaar en de tenaamgestelde die een natuurlijke persoon is, samen met het nummer van de kentekenplaat, zijn dergelijke persoonsgegevens.

6. Artikel 18, § 1, Wet Kruispuntbank Voertuigen bepaalt dat een machtiging van het Sectoraal comité vereist is voor elke toegang tot de gegevens van de Kruispuntbank Voertuigen, andere dan de gegevens vermeld in het gelijkvormigheidsattest of certificaat van overeenstemming.

7. Het gegeven dat het tot de opdracht van de politie behoort om overtredingen op de verkeersreglementen op te sporen en vast te stellen, heeft niet tot gevolg dat de politie voor de identificatie van de houder van een kentekenplaat via de Dienst Inschrijving Voertuigen zonder machtiging van het Sectoraal comité toegang heeft tot de persoonsgegevens van de Kruispuntbank Voertuigen.

Het bestreden vonnis dat anders oordeelt, is niet naar recht verantwoord.

Het middel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

8. De overige grieven die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.
Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die beslissing over aan de verwijzingsrechter.
Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer,  en op de openbare rechtszitting van 13 december 2016 uitgesproken

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 26/11/2017 - 08:00
Laatst aangepast op: zo, 26/11/2017 - 08:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.