-A +A

Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Afkondiging: 
vri, 02/08/2002
Publicatie: 
zon, 04/08/2002

Voor een goede samenvatting van de regelgeving, zie X. Toezicht op finnaciële sechtor bespreking KB 3 maart 2011, NJW 240, 254.

Tekst van de wetgeving: 


Gecoördineerde actuele versie van de wet: 

J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
  Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 136 uitvoeringbesluiten 44 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State  

 
Titel
2 AUGUSTUS 2002. - Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-09-2002 en tekstbijwerking tot 09-03-2011)

Bron : FINANCIEN
Publicatie : 04-09-2002 nummer :  2002003392 bladzijde : 39121   BEELD
Dossiernummer : 2002-08-02/64
Inwerkingtreding : 01-06-2003 (Art.137,§3)    ***    01-06-2003 (Art.3-Art.25)    ***    01-06-2003 (Art.140,§3)    ***    04-09-2002 (ART. 141,§1 - ART. 141,§3)    ***    01-06-2003 (Art.139,§1)    ***    01-01-2004 (Art.146,L2)    ***    01-06-2003 (Art.52)    ***    01-07-2003 (Art.64)    ***    01-06-2003 (Art.140,§5)    ***    04-09-2002 (ART. 131 - ART. 2)    ***    01-06-2003 (Art.132,3°-Art.132,4°)    ***    01-06-2003 (Art.140,§7)    ***    01-07-2003 (Art.59)    ***    01-12-2002 (ART. 91 - ART. 94(1))    ***    01-06-2003 (Art.143,§1)    ***    01-01-2004 (Art.63)    ***    onbepaald (ART. (149))    ***    01-06-2003 (Art.36,§1)    ***    01-12-2002 (ART. 96(1))    ***    27-03-2006 (Art.132,1°-Art.132,2°)    ***    01-06-2003 (Art.36,§3)    ***    01-06-2003 (Art.134)    ***    04-09-2002 (ART. 133)    ***    01-06-2003 (Art.130,§1)    ***    04-09-2002 (ART. 141,§8 - ART. 141,§10)    ***    01-06-2003 (Art.136)    ***    04-09-2002 (ART. 31)    ***    01-06-2003 (Art.37-Art.38)    ***    01-12-2002 (ART. 98(1))    ***    01-06-2003 (Art.129)    ***    01-06-2003 (Art.138)    ***    01-06-2003 (Art.147)    ***    01-06-2003 (Art.140,§2)    ***    01-12-2002 (ART. 85 - ART. 87(1))    ***    01-01-2004 (Art.143,§2)    ***    01-07-2003 (Art.54)    ***    01-12-2002 (ART. 80 - ART. 83(1))    ***    01-01-2004 (Art.146,L1)    ***    01-06-2003 (Art.140,§4)    ***    01-12-2002 (ART. 100 - ART. 116(1))    ***    01-06-2003 (Art.32-Art.43)    ***    01-07-2003 (Art.47-Art.48)    ***    01-06-2003 (Art.139,§2)    ***    01-06-2003 (Art.28-Art.30)    ***    01-07-2003 (Art.141,§7)    ***    01-07-2003 (Art.69)    ***    01-06-2003 (Art.142)    ***    01-06-2003 (Art.143,§3-Art.143,§5)    ***    01-06-2003 (Art.144)    ***    01-12-2002 (ART. 89(1))    ***    01-06-2003 (Art.137,§1)    ***    01-06-2003 (Art.141,§4-Art.141,§6)    ***    04-09-2002 (ART. 145)    ***    01-06-2003 (Art.140,§1)

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - [Markten en transacties in financiële instrumenten] [1 en gedragsregels]1 <KB 2007-04-27/85, art. 5, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
Afdeling 1. - Gereglementeerde markten.
Art. 3-6, 6bis, 7-13
Afdeling 2. - [Specifieke bepalingen voor] financiële instrumenten die zijn uitgegeven of gewaarborgd door de Staat of Belgische openbare instanties [1 of waarvan de waarde afhankelijk is van een financieel instrument dat is uitgegeven of gewaarborgd door de Staat of Belgische openbare instanties]1. <KB 2007-04-27/85, art. 14, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
Art. 14
Afdeling 3. - Andere markten.
Art. 15
Afdeling 4. - Marktondernemingen.
Art. 16-17, 17bis, 18-20
Afdeling 5. - Effectenmakelaars.
Art. 21, 21bis
Afdeling 6. - Verrekenings- en vereffeningsinstellingen.
Art. 22-23, 23bis, 23ter, 23quater
Afdeling 7. - Transacties in financiële instrumenten en desbetreffende gedragsregels.
Onderafdeling 1. [1 - Beroep op een gekwalificeerde tussenpersoon]1
Art. 24
Onderafdeling 2. [1 Marktmisbruik]1
Art. 25, 25bis
Onderafdeling 3. [1 Gedragsregels]1
Art. 26-28, 28bis, 28ter, 29-30
Onderafdeling 4. [1 Voorrecht van de gekwalificeerde tussenpersonen en van de verrekenings- en vereffeningsinstellingen en spelexceptie]1
Art. 31-32
Afdeling 8. - Toezicht door de (CBFA). <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Art. 33-36, 36bis, 37, 37bis
Afdeling 9. - Strafsancties.
Art. 38-43
Afdeling 10. - Internationale samenwerking inzake bestrijding van marktmisbruik. <Ingevoegd bij KB 2005-08-24/42, art. 9; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
Art. 43bis
HOOFDSTUK III. - Commissie voor het Bank- en Financiewezen.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Art. 44-45, 45bis, 46
Afdeling 2. - Organen.
Art. 47-48, 48bis, 49-53
Afdeling 3. - Organisatie.
Art. 54-58
Afdeling 4. - Werking.
Art. 59-69
Afdeling 5. - Procedureregels voor het opleggen van (administratieve geldboetes en dwangsommen). <W 2007-04-27/35, art. 172, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
Art. 70-73
Afdeling 6. - Beroepsgeheim, uitwisseling van informatie en samenwerking met andere autoriteiten.
Art. 74-77, 77bis, 77ter, 77quater
Afdeling 7. - Onderzoeksbevoegdheden en strafbepalingen.
Art. 78-87
Afdeling 8. [1 Complianceofficers]1
Art. 87bis
Afdeling 9. [1 Bijstand van revisoren]1
Art. 87ter
Afdeling 10. [1 Rapportering]1
Art. 87quater
HOOFDSTUK IV. - [1 Comité voor systeemrisico's en systeemrelevante financiële instellingen.]1 [2 opgeheven]2
Art. 88-106
Afdeling 6. - Beroepsgeheim, uitwisseling van informatie en samenwerking met andere autoriteiten. (Opgeheven door KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Art. 109-114
Afdeling 7. - Onderzoeksbevoegdheden en strafbepalingen. (Opgeheven door KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Art. 115-116
HOOFDSTUK IV.
Art. 117, 117bis, 117ter, 118-119
HOOFDSTUK V. - Verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de (CBFA) en de marktondernemingen en tussenkomst van de (CBFA) voor de strafgerechten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <Hoofdstuk hernummerd bij W 2007-05-02/31, art. 49, 028; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
Art. 120-124
HOOFDSTUK VI. - (oud VII) (...) <geschrapt door KB 2003-03-25/34, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Art. 125-128
HOOFDSTUK VII. - Wijzigings-, opheffings- en diverse bepalingen. <Hoofdstuk hernummerd bij W 2007-05-02/31, art. 49, 028; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
Art. 129-149

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeen.

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° [" financieel instrument " : elk instrument dat tot één van de volgende categorieën behoort :
  a) effecten, als omschreven in het 31°;
  b) geldmarktinstrumenten, als omschreven in het 32°;
  c) rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging;
  d) opties, futures, swaps, rentetermijn-contracten en andere derivatencontracten die betrekking hebben op effecten, valuta, rentevoeten of rendementen, of andere afgeleide instrumenten, financiële indexen of maatstaven en die kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële aflevering of in contanten;
  e) opties, futures, swaps, rentetermijn-contracten en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen en in contanten moeten of mogen worden afgewikkeld naar keuze van één van de partijen (tenzij de reden het in gebreke blijven is of een andere gebeurtenis die beëindiging van het contract tot gevolg heeft);
  f) opties, futures, swaps en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen en kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële levering, mits zij worden verhandeld op een gereglementeerde markt en/of een MTF;
  g) andere, niet in f) vermelde opties, futures, swaps, termijncontracten en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen, die kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële levering en niet voor commerciële doeleinden bestemd zijn, en die de kenmerken van andere afgeleide financiële instrumenten hebben, waarbij inzonderheid in aanmerking wordt genomen of de clearing en afwikkeling via erkende clearinghouses geschiedt en of er regelmatig sprake is van "margin calls" (verzoek om storting van extra zekerheden);
  h) afgeleide instrumenten voor de overdracht van het kredietrisico;
  i) financiële contracten ter verrekening van verschillen ("contracts for differences");
  j) opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten met betrekking tot klimaatvariabelen, vrachttarieven, emissievergunningen, inflatiepercentages of andere officiële economische statistieken, en die contant moeten, of, op verzoek van één der partijen, kunnen worden afgewikkeld (tenzij de reden het in gebreke blijven is of een andere gebeurtenis die beëindiging van het contract tot gevolg heeft), alsmede andere derivatencontracten met betrekking tot activa, rechten, verbintenissen, indices en maatregelen dan die vermeld in het 1° die de kenmerken van andere afgeleide financiële instrumenten bezitten, waarbij inzonderheid in aanmerking wordt genomen of zij op een gereglementeerde markt of MTF worden verhandeld, of de clearing en afwikkeling via erkende clearinghouses geschiedt, en tevens of er regelmatig sprake is van "margin calls" (verzoek om storting van extra zekerheden);] <KB 2007-04-27/85, art. 2, 1°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  k) andere waarden of rechten aangeduid door de Koning [3 op advies van de FSMA en de Bank]3, in voorkomend geval voor de toepassing van de bepalingen die Hij aanwijst;
  2° [" gebruikelijke marktpraktijken " : praktijken die op een Belgische gereglementeerde markt of op een markt of verhandelingssysteem zoals bedoeld in artikel 15, redelijkerwijs verwacht worden en aanvaard worden door de CBFA, of, in het geval van een markt in een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte, door de bevoegde overheid van die lid-Staat;] <KB 2005-08-24/42, art. 2, 1°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  3° "gereglementeerde markt" : elke Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt;
  4° [" multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF) " : een door een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een marktonderneming geëxploiteerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten - binnen dit systeem en volgens niet-discretionaire regels - samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van deze wet of titel II van de Richtlijn 2004/39/EG;] <KB 2007-04-27/85, art. 2, 2°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  5° [" Belgische gereglementeerde markt " : een door een marktonderneming geëxploiteerd en/of beheerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten - binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels van dit systeem - samenbrengt of het samenbrengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit met betrekking tot financiële instrumenten die volgens de regels en/of de systemen van de markt tot de handel zijn toegelaten, en waaraan vergunning is verleend en die regelmatig werkt, overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II;] <KB 2007-04-27/85, art. 2, 3°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  6° [" buitenlandse gereglementeerde markt " : elke markt voor financiële instrumenten die is georganiseerd door een marktonderneming waarvan de Staat van herkomst een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is dan België, en waaraan in deze lidstaat een vergunning als gereglementeerde markt met toepassing van titel III van de Richtlijn 2004/39/EG is verleend;] <KB 2007-04-27/85, art. 2, 4°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  7° [" marktonderneming " : een persoon of personen die het bedrijf van een gereglementeerde markt beheren en/of exploiteren; de gereglementeerde markt kan de marktonderneming zelf zijn;] <KB 2007-04-27/85, art. 2, 5°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  8° [" systematische internaliseerder " of " beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling " : een beleggingsonderneming of kredietinstelling die op een georganiseerde, frequente en systematische wijze voor eigen rekening cliëntenorders uitvoert buiten een gereglementeerde markt of een MTF;] <KB 2007-04-27/85, art. 2, 6°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  9° "financiële tussenpersoon" : elke persoon van wie het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten;
  10° "gekwalificeerde tussenpersoon" : elke financiële tussenpersoon die tot één van de volgende categorieën behoort :
  a) de kredietinstellingen naar Belgisch recht die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 13 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;
  b) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig artikel 65 of 66 van dezelfde wet;
  c) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig artikel 79 van dezelfde wet;
  d) [de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die over een vergunning als beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikken;] <KB 2007-04-27/85, art. 2, 7°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  e) de beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken krachtens artikel 110 van dezelfde wet, met inbegrip van natuurlijke personen van wie de Staat van herkomst het verstrekken van beleggingsdiensten in de hoedanigheid van natuurlijke persoon toelaat;
  f) de beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken krachtens artikel 111 van dezelfde wet;
  g) [...] <KB 2007-04-27/85, art. 2, 8°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  h) de Europese Centrale Bank, de [2 Bank]2 en de andere centrale banken van de Lidstaten van de Europese Economische Ruimte, onverminderd de toepassing van artikel 108 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
  i) de andere financiële tussenpersonen aangeduid door de Koning op advies van de [CBFA], in voorkomend geval voor de toepassing van de bepalingen die Hij aanwijst; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  11° (" lidstaat van herkomst " :
  a) in het geval van een beleggingsonderneming :
  i) indien de beleggingsonderneming een natuurlijke persoon is, de lidstaat waar deze persoon zijn hoofdkantoor heeft;
  ii) indien de beleggingsonderneming een rechtspersoon is, de lidstaat waar haar statutaire zetel is gelegen;
  iii) indien de beleggingsonderneming overeenkomstig haar nationale wetgeving geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar haar hoofdkantoor is gelegen;
  b) in het geval van een gereglementeerde markt : de lidstaat waar de statutaire zetel van de gereglementeerde markt is gelegen of, indien deze overeenkomstig de wetgeving van deze lidstaat geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar het hoofdkantoor van de gereglementeerde markt is gelegen;) <KB 2007-04-27/85, art. 2, 9°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  12° "derde Staat" : elke Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte;
  13° (" lidstaat van ontvangst " : de lidstaat die niet de lidstaat van herkomst is en waar de beleggingsonderneming een bijkantoor heeft of diensten en/of activiteiten verricht, of de lidstaat waar een gereglementeerde markt passende voorzieningen treft om de toegang tot de handel in zijn systeem voor in laatstgenoemde lidstaat gevestigde leden of deelnemers op afstand te faciliteren;) <KB 2007-04-27/85, art. 2, 10°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  14° (" voorkennis " : elke niet openbaar gemaakte informatie die nauwkeurig is en rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op één of meer emittenten van financiële instrumenten of op één of meer financiële instrumenten, en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, de koers van deze financiële instrumenten of deze van daarvan afgeleide financiële instrumenten aanzienlijk zou kunnen beïnvloeden.
  Met betrekking tot van grondstoffen afgeleide instrumenten moet evenwel onder " voorkennis " worden verstaan elke niet openbaar gemaakte informatie die nauwkeurig is en rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op één of meer van deze afgeleide instrumenten, en die gebruikers op markten waarop die instrumenten worden verhandeld, verwachten te ontvangen overeenkomstig de normale praktijken op deze markten. Deze gebruikers worden geacht te mogen verwachten dat zij informatie die direct of indirect met één of meer dergelijke afgeleide instrumenten verband houdt, zullen ontvangen, wanneer die informatie :
  a) routinematig beschikbaar wordt gesteld aan gebruikers van die markten; of
  b) openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, marktregels, overeenkomsten of gangbare gewoonten op de betrokken markt voor de onderliggende grondstof of voor van grondstoffen afgeleide instrumenten.
  Voor personen die belast zijn met de uitvoering van orders met betrekking tot financiële instrumenten wordt onder " voorkennis " tevens de informatie verstaan die door de cliënt wordt verstrekt en verband houdt met de lopende orders van de cliënt, en die nauwkeurig is en rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op één of meer emittenten van financiële instrumenten of op één of meer financiële instrumenten en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, de koers van deze financiële instrumenten of die van daarvan afgeleide financiële instrumenten aanzienlijk zou kunnen beïnvloeden.
  Van informatie wordt aangenomen dat zij de koers van financiële instrumenten of van daarvan afgeleide financiële instrumenten aanzienlijk zou kunnen beïnvloeden, wanneer een redelijk handelende belegger waarschijnlijk van deze informatie gebruik zal maken om er zijn beleggingsbeslissingen ten dele op te baseren.
  De in de eerste drie alinea's bedoelde informatie wordt geacht nauwkeurig te zijn indien zij betrekking heeft op een situatie die bestaat of waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij zal ontstaan, dan wel op een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden of waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij zal plaatsvinden, en indien de informatie specifiek genoeg is om er een conclusie uit te trekken omtrent de mogelijke invloed van bovenbedoelde situatie of gebeurtenis op de koers van financiële instrumenten of van daarvan afgeleide financiële instrumenten.) <KB 2005-08-24/42, art. 2, 2°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  15° (" limietorder " : een order om een financieel instrument tegen de opgegeven limietkoers of een betere koers en voor een gespecificeerde omvang te kopen of te verkopen;) <KB 2007-04-27/85, art. 2, 11°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  16° "verrekeningsinstelling" : instelling die de omzetting in een netto schuldvordering verzekert door schuldvernieuwing of door verrekening van wederzijdse vorderingen die het gevolg zijn van verrichtingen op financiële instrumenten of termijnverrichtingen op deviezen;
  17° "vereffeningsinstelling" : instelling die de vereffening verzekert van orders van overdracht van financiële instrumenten, van rechten met betrekking tot deze financiële instrumenten of van termijnverrichtingen op deviezen, met of zonder afwikkeling in contanten;
  18° "open raadpleging" : de procedure volgens welke de inhoud van een besluit of een reglement dat de Koning, de minister, (of de CBFA) overweegt te nemen, vooraf door de betrokken overheid wordt toegelicht in een consultatieve nota die wordt gepubliceerd op de Internetsite van het Ministerie van Financiën, (of van de CBFA), naargelang van het geval, met uitnodiging aan de belanghebbende partijen om hun eventuele commentaar mede te delen binnen de termijn aangegeven in de nota; <KB 2003-03-25/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  19° "minister" : behoudens bijzondere bepalingen, de Minister van Financiën (...); <KB 2003-03-25/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  20° "[2 Bank]2" : de Nationale Bank van België;
  [3 20°bis " de organieke wet van de Bank " : de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;]3
  21° "(CBFA) : de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, in het Duits "(Kommission für das Bank- Finanz- und Versicherungswezen)"; <KB 2003-03-25/34, art. 1 en 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (22° " persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid bij een emittent " : een persoon die
  a) lid is van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van een emittent van financiële instrumenten;
  b) een kaderlid is dat een leidinggevende functie heeft maar die geen deel uitmaakt van de onder a) bedoelde organen en dat regelmatig toegang heeft tot voorkennis die direct of indirect op de emittent betrekking heeft, en tevens de bevoegdheid bezit managementbeslissingen te nemen die gevolgen hebben voor de toekomstige ontwikkelingen en bedrijfsvooruitzichten van deze emittent;
  23° " persoon die nauw gelieerd is met een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid bij een emittent van financiële instrumenten " :
  a) de echtgenoot of echtgenote van de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid, dan wel de levenspartner van deze persoon die wettelijk als gelijkwaardig met een echtgenoot of echtgenote wordt beschouwd;
  b) kinderen die wettelijk onder de verantwoordelijkheid vallen van de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid;
  c) andere familieleden van de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid die op de datum van de transactie in kwestie ten minste een jaar deel hebben uitgemaakt van hetzelfde huishouden als de betrokken persoon;
  d) een rechtspersoon, trust of personenvennootschap waarvan de leidinggevende verantwoordelijkheid berust bij een persoon bedoeld in punt 22° van dit artikel of onder a), b) en c) van dit punt, die rechtstreeks of middellijk onder de zeggenschap staat van een dergelijke persoon, die is opgericht ten gunste van een dergelijke persoon, of waarvan de economische belangen in wezen gelijkwaardig zijn aan die van een dergelijke persoon;
  24° " aanbeveling " : onderzoek of andere voor distributiekanalen of voor het publiek bestemde informatie waarbij expliciet of impliciet een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld ten aanzien van één of meerdere financiële instrumenten of emittenten van financiële instrumenten, met inbegrip van adviezen betreffende de huidige of toekomstige waarde of koers van dergelijke instrumenten;
  25° " onderzoek of andere informatie waarin beleggingsstrategieën worden aanbevolen of voorgesteld " :
  a) informatie voortgebracht door een onafhankelijke analist, een beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een andere persoon van wie de hoofdactiviteit bestaat in het doen van aanbevelingen of een in het kader van een arbeidscontract of anderszins voor hen werkzame natuurlijke persoon, waarin rechtstreeks of middellijk een specifieke beleggingsaanbeveling wordt gedaan ten aanzien van een financieel instrument of een emittent van financiële instrumenten;
  b) door andere dan de onder a) bedoelde personen voortgebrachte informatie waarin rechtstreeks een specifieke beleggingsbeslissing in verband met een financieel instrument wordt aanbevolen;
  26° " distributiekanalen " : kanalen waarlangs informatie openbaar wordt of kan worden; " informatie die openbaar kan worden " : informatie waartoe een groot aantal personen toegang hebben.) <KB 2005-08-24/42, art. 2, 3°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  [27° " cliënt " : iedere natuurlijke of rechtspersoon voor wie een beleggingsonderneming of kredietinstelling beleggingsdiensten en/of nevendiensten verricht;
  28° " professionele cliënt " : een cliënt die voldoet aan de criteria bepaald door de Koning [3 op advies van de FSMA en de Bank]3;
  29° " niet-professionele cliënt " : een cliënt die niet als een professionele cliënt wordt behandeld;
  30° " in aanmerking komende tegenpartijen " : door de Koning op advies van de CBFA bepaalde personen;
  31° " effecten " : alle categorieën op de kapitaalmarkt verhandelbare waardepapieren, betaalinstrumenten uitgezonderd, zoals :
  a) aandelen in vennootschappen en andere met aandelen in vennootschappen, partnerships of andere entiteiten gelijk te stellen waardepapieren, alsmede aandelencertificaten;
  b) obligaties en andere schuldinstrumenten, alsmede certificaten betreffende dergelijke effecten;
  c) alle andere waardepapieren die het recht verlenen die effecten te verwerven of te verkopen of die aanleiding geven tot een afwikkeling in contanten waarvan het bedrag wordt bepaald op grond van effecten, valuta's, rentevoeten of rendementen, grondstoffenprijzen of andere indexen of maatstaven;
  32° " geldmarktinstrumenten " : alle categorieën instrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld, zoals schatkistpapier, depositocertificaten en commercial paper, betaalinstrumenten uitgezonderd;
  33° " bevoegde autoriteit " : de CBFA of de autoriteit die elke lidstaat met toepassing van artikel 48 van de Richtlijn 2004/39/EG aanwijst, tenzij in de Richtlijn anders is gespecificeerd;
  34° " kredietinstelling " : iedere instelling bedoeld in de titels II tot IV van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;
  35° " icbe-beheervennootschap " : een beheervennootschap in de zin van deel III van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;
  36° " Richtlijn 2004/39/EG " : de Richtlijn 2004/39/EG van 21 april 2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;
  37° " verordening 1287/2006 " : de Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de voor beleggingsondernemingen geldende verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het melden van transacties, de markttransparantie, de toelating van financiële instrumenten tot de handel en de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde Richtlijn betreft;
  38° " Richtlijn 2006/73/EG " : de Richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde Richtlijn.] <KB 2007-04-27/85, art. 3, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  [3 39° ...]3
   [3 40° ...]3
   [1 41° " de wet van 22 maart 1993 " : de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.]1
  (Voor de toepassing van deze wet worden de volgende begrippen verstaan in dezelfde zin als in de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen :
  1° beleggingsonderneming;
  2° beleggingsdiensten en activiteiten;
  3° nevendiensten;
  4° beleggingsadvies;
  5° uitvoering van orders voor rekening van cliënten;
  6° handelen voor eigen rekening;
  7° market maker;
  8° vermogensbeheer;
  9° verbonden agent;
  10° bijkantoor;
  11° gekwalificeerde deelneming;
  12° moederonderneming;
  13° dochteronderneming;
  14° controle;
  15° nauwe banden.) <KB 2007-04-27/85, art. 4, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  
  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 2, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 198, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  (3)<KB 2011-03-03/01, art. 199 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  HOOFDSTUK II. - [Markten en transacties in financiële instrumenten] [1 en gedragsregels]1 <KB 2007-04-27/85, art. 5, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 200, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Afdeling 1. - Gereglementeerde markten.

  Art. 3. <KB 2007-04-27/85, art. 6, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007> § 1. De minister verleent, op advies van de CBFA, een vergunning als Belgische gereglementeerde markt aan de Belgische marktonderneming voor de markten die beantwoorden aan het bepaalde in deze afdeling.
  De marktonderneming van de Belgische gereglementeerde markt verstrekt alle informatie - met inbegrip van een programma van werkzaamheden, waarin met name de aard van de beoogde activiteiten alsmede de organisatiestructuur worden vermeld - die nodig is opdat de CBFA zich ervan kan vergewissen dat de marktonderneming voor de gereglementeerde markt ten tijde van de initiële vergunningverlening alle noodzakelijke regelingen heeft getroffen om haar verplichtingen als gereglementeerde markt uit hoofde van het bepaalde in deze afdeling na te komen.
  De lijst van de Belgische gereglementeerde markten die zijn vergund met toepassing van het eerste lid en elke wijziging in deze lijst worden door toedoen van de minister in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De minister deelt deze lijst mee aan de overige lidstaten en aan de Europese Commissie. Elke wijziging wordt op dezelfde wijze medegedeeld. De lijst wordt op de website van de CBFA opgenomen.
  § 2. De marktonderneming van de Belgische gereglementeerde markt vervult de taken die met de organisatie en exploitatie van een gereglementeerde markt verband houden, onder het toezicht van de CBFA.
  De CBFA ziet toe op de naleving door de Belgische gereglementeerde markten van het bepaalde in deze afdeling.
  De CBFA ziet er op toe dat de Belgische gereglementeerde markten te allen tijde voldoen aan de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening in deze afdeling.
  § 3. De minister kan, op advies van de CBFA, de vergunning van een Belgische gereglementeerde markt intrekken, hetzij op verzoek van de marktonderneming die haar organiseert, hetzij op eigen initiatief indien de markt :
  a) binnen een termijn van twaalf maanden geen gebruik maakt van de vergunning, uitdrukkelijk te kennen geeft geen gebruik van de vergunning te zullen maken of tijdens de zes voorafgaande maanden niet is geëxploiteerd;
  b) de vergunning heeft verworven door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze;
  c) niet meer voldoet aan de voorwaarden waarop de vergunning is verleend;
  d) de bij deze afdeling vastgestelde bepalingen in ernstige mate en systematisch heeft overtreden.
  In de gevallen bedoeld in het eerste lid, neemt de marktonderneming die de betrokken markt organiseert, alle gepaste maatregelen teneinde een geordende overgang te waarborgen met eerbiediging van de belangen van de beleggers. Te dien einde werkt zij een overgangsplan uit dat zij vooraf aan de CBFA ter goedkeuring voorlegt. Indien de marktonderneming in gebreke blijft een dergelijk overgangsplan uit te werken, kan de CBFA haar er ambtshalve één opleggen. Zij blijft onder het toezicht van de CBFA onderworpen tot alle maatregelen zijn uitgevoerd.
  § 4. Tenzij de minister er bij de beslissing tot vergunning van de markt als gereglementeerde markt of in een later besluit anders over beslist, geldt de opneming van financiële instrumenten in een Belgische gereglementeerde markt als toelating tot de officiële notering voor de toepassing van de wettelijke of reglementaire bepalingen die daarnaar verwijzen. In voorkomend geval wordt de andersluidende beslissing van de minister vermeld in de lijst bekendgemaakt overeenkomstig § 1, derde lid.
  § 5. Onverminderd eventuele toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) wordt de handel die plaatsvindt op een Belgische gereglementeerde markt beheerst door het Belgische recht.

  Art. 4. Opdat een markt voor financiële instrumenten als Belgische gereglementeerde markt kan worden erkend en deze erkenning kan behouden, moet de marktonderneming die haar organiseert :
  1° een regelmatige werking van de markthandel waarborgen;
  2° marktregels vaststellen overeenkomstig artikel 5, erop toezien dat deze regels de leden van de markt contractueel binden, toezicht houden op de naleving van deze regels en optreden tegen overtredingen ervan;
  3° beschikken over adequate informaticasystemen teneinde de efficiënte werking van de markt te verzekeren, de naleving van de transparantieverplichtingen bedoeld in artikel 9 mogelijk te maken en het opsporen van marktmisbruiken te vergemakkelijken;
  4° de transparantie verzekeren van de transacties in financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op de markt, overeenkomstig artikel 9;
  5° met het oog op de verrekening en vereffening van transacties in financiële instrumenten, gebruik maken van verrekenings- en vereffeningssystemen die voldoende waarborgen bieden voor de bescherming van de belangen van de deelnemers en van de beleggers en voor de goede werking van de markt (, alsook doeltreffende regelingen hebben getroffen voor een efficiënte en tijdige afhandeling van de volgens haar systemen uitgevoerde transacties); <KB 2007-04-27/85, art. 7, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  6° in gepaste structurele maatregelen en urgentieplannen voorzien in geval van stoornissen in de werking van de markt.

  Art. 5. § 1. De marktregels van een Belgische gereglementeerde markt moeten het volgende bepalen :
  1° de voorwaarden en procedures voor de toelating, schorsing en uitsluiting van de leden van de markt, met inachtneming van artikel 6 en de bepalingen vastgesteld met toepassing van dat artikel;
  2° de verplichtingen en verbodsbepalingen die gelden voor de leden van de markt;
  3° de voorwaarden en procedures voor de toelating van financiële instrumenten tot de verhandeling op de markt, alsook de voorwaarden en procedures voor de schorsing en schrapping van deze instrumenten, met inachtneming van artikel 7 en de bepalingen vastgesteld met toepassing van dat artikel;
  4° de verplichtingen die voor de emittenten voortvloeien uit de toelating van hun financiële instrumenten tot de verhandeling op de markt;
  5° (transparante en niet-discretionaire regels en procedures die een billijke en ordelijke handel garanderen, alsmede objectieve criteria voor de efficiënte uitvoering van orders bepalen;) <KB 2007-04-27/85, art. 8, 1°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
   6° de regels en procedures (...) bekendmaking van transacties, met inachtneming van de bepalingen vastgesteld met toepassing van artikel 9; <KB 2007-04-27/85, art. 8, 2°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  7° de regels en procedures van toezicht op de naleving van de marktregels, alsmede de sancties en procedures die gelden bij overtreding ervan.
  § 2. De marktregels mogen geen bepalingen bevatten die als doel of tot gevolg hebben dat de mededinging tussen de leden van de markt of tussen de markt en andere georganiseerde markten voor financiële instrumenten wordt beperkt.
  § 3. (De marktregels en alle wijzigingen ervan dienen vooraf door de CBFA, in het kader van haar in artikel 3 bepaald toezicht, te worden goedgekeurd.
  De marktonderneming zorgt voor de bekendmaking en bijwerking van de marktregels op haar website en in gedrukte vorm. De goedkeuring door de CBFA van de regels en van de latere wijzigingen wordt bekendgemaakt op haar website.) <KB 2007-04-27/85, art. 8, 3°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  Indien de marktonderneming in gebreke blijft de marktregels aan te passen aan de wijzigingen van de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen, kan de minister, op advies van de (CBFA), de nodige wijzigingen in de marktregels aanbrengen en deze bekendmaken.
  § 4. De (CBFA) gaat na of de onderrichtingen en circulaires die ter uitvoering van de marktregels worden genomen, stroken met deze marktregels en met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen. De minister kan zijn goedkeuring van de marktregels of de wijzigingen ervan met toepassing van § 3, eerste lid, afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de onderrichtingen of circulaires ter uitvoering van de bepalingen van de marktregels die hij aanduidt, en alle wijzigingen van deze onderrichtingen of circulaires vooraf aan een dergelijke verificatie door de (CBFA) worden onderworpen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 6. <KB 2007-04-27/85, art. 9, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007> § 1. De marktregels van de Belgische gereglementeerde markten omvatten op objectieve criteria gebaseerde, transparante en niet-discriminerende regels die de toegang tot of het lidmaatschap van de gereglementeerde markt regelen.
  § 2. In deze regels worden alle door de leden of deelnemers in acht te nemen verplichtingen gespecificeerd die voortvloeien uit :
  a) de oprichting en het beheer van de gereglementeerde markt;
  b) de regels inzake transacties op de markt;
  c) de beroepsnormen die gelden voor het personeel van de op de markt opererende beleggingsondernemingen of kredietinstellingen;
  d) de in § 3 vastgestelde voorwaarden voor leden of deelnemers die geen beleggingsondernemingen of kredietinstellingen zijn;
  e) de regels en procedures voor de verrekening en vereffening van transacties die op de gereglementeerde markt zijn uitgevoerd.
  § 3. Als leden of deelnemers kunnen door de Belgische gereglementeerde markten worden toegelaten beleggingsondernemingen, uit hoofde van Richtlijn 2000/12/EG vergunninghoudende kredietinstellingen en andere personen die :
  a) deskundig en betrouwbaar zijn;
  b) over toereikende bekwaamheden en bevoegdheden voor de handel beschikken;
  c) waar van toepassing adequate organisatorische regelingen hebben getroffen;
  d) over voldoende middelen beschikken voor de rol die zij moeten vervullen, rekening houdend met de verschillende financiële regelingen die de gereglementeerde markt eventueel heeft vastgesteld om de adequate afwikkeling van transacties te garanderen.
   § 4. Zonder bijkomende formaliteiten met betrekking tot in de Richtlijn 2004/39/EG geregelde materies, hebben beleggingsondernemingen en kredietinstellingen uit andere lidstaten die een vergunning hebben gekregen om orders van cliënten uit te voeren of voor eigen rekening te handelen, het recht om lid te worden van of toegang te hebben tot de in België gevestigde gereglementeerde markten door middel van één van de volgende regelingen :
  a) rechtstreeks, door in België een bijkantoor te vestigen;
  b) door lid op afstand te worden van of toegang op afstand te hebben tot de gereglementeerde markt zonder dat het nodig is in België gevestigd te zijn, indien de handelsprocedures en -systemen van de desbetreffende markt geen fysieke aanwezigheid vergen voor het sluiten van transacties op de markt.
  De regels inzake de toegang tot of het lidmaatschap van een Belgische gereglementeerde markt dienen rechtstreekse deelneming of deelneming op afstand van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen mogelijk te maken.
  § 5. De Belgische gereglementeerde markten delen aan de CBFA mee in welke lidstaat zij voornemens zijn voorzieningen te treffen waardoor op diens grondgebied gevestigde gebruikers of deelnemers op afstand toegang krijgen tot of kunnen handelen op deze markten.
  De CBFA deelt deze informatie binnen een maand mee aan de lidstaat waar de gereglementeerde markt voornemens is dergelijke voorzieningen te treffen.
  § 6. De marktonderneming van de Belgische gereglementeerde markten delen de lijst van hun leden en deelnemers periodiek aan de CBFA mee.
  De CBFA deelt, op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van een Belgische gereglementeerde markt, binnen een redelijke termijn aan die autoriteit de namen mee van de in die lidstaat gevestigde leden of deelnemers van die gereglementeerde markt.
  § 7. De Belgische gereglementeerde markten beschikken over effectieve regelingen en procedures om er regelmatig op toe te zien of hun leden en deelnemers hun regels doorlopend naleven.
  De gereglementeerde markten waken over de door hun leden of deelnemers volgens hun systemen verrichte transacties opdat inbreuken op deze regels, handelsvoorwaarden die de ordelijke werking van de markt verstoren of gedragingen die op marktmisbruik kunnen wijzen, kunnen worden onderkend.
  De CBFA kan nadere regels bepalen inzake de in het eerste en tweede lid bepaalde verplichtingen.
  § 8. De marktondernemingen van Belgische gereglementeerde markten melden inbreuken op hun regels of handelsvoorwaarden die de ordelijke werking van de markt aanzienlijk verstoren of gedragingen die op marktmisbruik kunnen wijzen, aan de CBFA.
  De marktondernemingen van de gereglementeerde markt verstrekken de toepasselijke informatie onmiddellijk aan de CBFA en verlenen haar volledige medewerking bij het onderzoeken en vervolgen van gevallen van marktmisbruik welke zich in of door tussenkomst van de systemen van de gereglementeerde markt hebben voorgedaan.
  De Koning kan specifieke regels bepalen met betrekking tot de in het eerste en tweede lid bepaalde verplichtingen van de marktondernemingen van gereglementeerde markten wanneer het gaat om transacties op gereglementeerde marken inzake lineaire obligaties, schatkistcertificaten en gesplitste effecten.
  § 9. Gereglementeerde markten uit andere lidstaten zijn gerechtigd in België gevestigde leden of deelnemers op afstand toegang te geven tot hun markten via in België geïnstalleerde voorzieningen of anderszins.
  Indien de CBFA als de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van een gereglementeerde markt duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat deze gereglementeerde markt niet voldoet aan de verplichtingen die uit de ter uitvoering van de Richtlijn 2004/39/EG vastgestelde bepalingen voortvloeien, stelt zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de gereglementeerde markt van deze bevindingen in kennis.
  Indien de gereglementeerde markt, in weerwil van de aldus door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst getroffen maatregelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend zijn, blijft handelen op een wijze die de belangen van beleggers in België of de ordelijke werking van de markten kennelijk schaadt, neemt de CBFA, na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, de nodige maatregelen om de beleggers en de goede werking van de markten te beschermen. Daartoe behoort de mogelijkheid om de gereglementeerde markt te beletten haar voorzieningen beschikbaar te stellen voor in België gevestigde leden of deelnemers op afstand. De Europese Commissie wordt onverwijld van deze maatregelen in kennis gesteld. De artikelen 41 tot 43 zijn van toepassing op zij die zich niet conformeren aan voornoemd bevel.

  Art. 6bis. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/85, art. 10; Inwerkingtreding : 01-11-2007> § 1. De Belgische gereglementeerde markten moeten duidelijke en transparante regels vaststellen betreffende de toelating van financiële instrumenten tot de handel.
  Deze regels zorgen ervoor dat alle financiële instrumenten die tot de handel op een Belgische gereglementeerde markt worden toegelaten, op billijke, ordelijke en efficiënte wijze kunnen worden verhandeld en dat zij, in het geval van effecten, vrij verhandelbaar zijn.
  § 2. In het geval van derivaten zorgen de regels er met name voor dat de vorm van het derivatencontract verenigbaar is met een ordelijke koersvorming en met doeltreffende afwikkelingsvoorwaarden.
  § 3. Benevens de in de §§ 1 en 2 neergelegde verplichtingen moeten de Belgische gereglementeerde markten doeltreffende regelingen treffen en handhaven om te verifiëren of emittenten van effecten die tot de verhandeling op de gereglementeerde markt worden toegelaten, hun uit het Gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen betreffende de initiële, doorlopende of incidentele informatieverstrekking nakomen.
  De Belgische gereglementeerde markten treffen regelingen die de toegang van hun leden of deelnemers tot overeenkomstig het Gemeenschapsrecht openbaar gemaakte informatie vergemakkelijken.
  § 4. De Belgische gereglementeerde markten treffen de nodige regelingen om regelmatig te verifiëren of de door hen tot de verhandeling toegelaten financiële instrumenten aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

  Art. 7. § 1. Op advies van de (CBFA) en na raadpleging van de marktondernemingen bedoeld in artikel 16, kan de Koning de minimumvoorwaarden bepalen voor de toelating van de verschillende categorieën van financiële instrumenten tot de verhandeling op de Belgische gereglementeerde markten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Hij kan de marktondernemingen toelaten om af te wijken van de toelatingsvoorwaarden die Hij aangeeft, voor zover dergelijke afwijkingen algemeen gelden voor alle emittenten die zich in gelijkaardige omstandigheden bevinden.
  § 2. Onverminderd de bevoegdheid van de (CBFA) om het toelatingsprospectus goed te keuren krachtens (de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van ) wordt over de toelating van finabeleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt) wordt over de toelating van financiële instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt beslist door de marktonderneming die deze markt organiseert. In de gevallen waarin richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van roerende waarden tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd van toepassing is, is de marktonderneming de bevoegde autoriteit bedoeld in artikel 11, § 1, van dezelfde richtlijn. De (CBFA) kan zich verzetten tegen de toelating van een financieel instrument om redenen van bescherming van de belangen van de beleggers. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <L 2003-04-22/49, art. 32, 006; Inwerkingtreding : 01-06-2003> <W 2006-06-16/30, art. 77, 021; ED : 01-07-2006>
  (Een tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten effect kan vervolgens tot de handel op een andere Belgische gereglementeerde markt worden toegelaten, zelfs zonder de toestemming van de emittent, mits de toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG worden nageleefd. De uitgevende instelling wordt door de betrokken Belgische gereglementeerde markt in kennis gesteld van het feit dat het betrokken effect op deze gereglementeerde markt wordt verhandeld. Effecten die nog niet tot een gereglementeerde markt zijn toegelaten kunnen enkel tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt worden toegelaten op vraag van de emittent of nadat zijn advies omtrent de toelating is gevraagd. De uitgevende instelling is geenszins verplicht de krachtens artikel 6bis, § 3, te verstrekken informatie rechtstreeks mede te delen aan enigerlei gereglementeerde markt die haar effecten zonder zijn toestemming tot de handel heeft toegelaten.) <KB 2007-04-27/85, art. 11, 1°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  De marktonderneming kan voor de toelating van een financieel instrument elke bijzondere voorwaarde stellen die zij aangewezen acht voor de bescherming van de belangen van de beleggers, en waarvan zij de emittent van dit instrument of de persoon die de toelating ervan aanvraagt, naargelang van het geval, vooraf in kennis heeft gesteld.
  § 3. De marktonderneming kan, op eigen initiatief of op verzoek van de emittent, de verhandeling schorsen van een financieel instrument dat is toegelaten tot de verhandeling op een door haar georganiseerde Belgische gereglementeerde markt, zo het risico bestaat dat de goede werking van de markt voor dit instrument tijdelijk niet is verzekerd, of om de bekendmaking van informatie betreffende dit instrument onder behoorlijke omstandigheden toe te laten. (De marktonderneming van de gereglementeerde markt kan de handel in een financieel instrument opschorten wanneer dit instrument niet langer aan de regels van de gereglementeerde markt voldoet, tenzij een dergelijke maatregel de belangen van de beleggers of de ordelijke werking van de markt aanzienlijk zou kunnen schaden.) Zij moet dit doen indien de (CBFA), na overleg met haar, haar erom verzoekt in het belang van de bescherming van de beleggers. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <KB 2007-04-27/85, art. 11, 2°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 4. (De marktonderneming kan een financieel instrument dat is toegelaten tot de verhandeling op een door haar georganiseerde Belgische gereglementeerde markt schrappen :
  1° indien zij vaststelt dat omwille van bijzondere omstandigheden een normale en regelmatige markt voor dit instrument niet langer kan worden gehandhaafd;
  2° wanneer dit instrument niet langer aan de regels van de gereglementeerde markt voldoet, tenzij een dergelijke maatregel de belangen van de beleggers of de ordelijke werking van de markt aanzienlijk zou kunnen schaden.
  Zij deelt dit vooraf mee aan de CBFA die zich, na overleg met haar, daartegen kan verzetten in het belang van de bescherming van de beleggers.) <KB 2007-04-27/85, art. 11, 3°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 5. De marktonderneming treft de nodige maatregelen om te vermijden dat haar commerciële doelstellingen de onafhankelijkheid van beoordeling bij de uitvoering van de in §§ 2 tot 4 bedoelde taken in het gedrang brengen.
  § 6. De personeelsleden van de marktonderneming die meewerken aan de uitvoering van de in §§ 2 tot 4 bedoelde taken, zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen de vertrouwelijke informatie waarvan zij kennis hebben gekregen tijdens de uitvoering van deze taken, niet onthullen. Dit verbod doet evenwel geen afbreuk aan de mededeling van dergelijke informatie :
  1° aan de (CBFA), aan de personen die bij andere gereglementeerde markten gelijkaardige functies uitoefenen als die bedoeld in de §§ 2 tot 4, en, in het algemeen, aan Belgische of buitenlandse overheden of instellingen die zijn belast met het toezicht op de markten voor financiële instrumenten met betrekking tot aangelegenheden waarvoor zij bevoegd zijn, op voorwaarde dat de informatie die aldus wordt uitgewisseld, is gedekt door een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht in hoofde van de overheden of instellingen die deze informatie ontvangen;
  2° tijdens een getuigenis in rechte in strafzaken;
  3° om aan de gerechtelijke overheden aangifte te doen van strafrechtelijke overtredingen;
  4° in het kader van administratieve of gerechtelijke beroepsprocedures tegen de beslissingen bedoeld in §§ 2 tot 4.
  (Zonder afbreuk te doen aan de §§ 3 en 4 en onverminderd de mogelijkheid voor marktondernemingen van Belgische gereglementeerde markten om de marktondernemingen van andere gereglementeerde markten rechtstreeks te informeren, maakt de marktonderneming van een Belgische gereglementeerde markt die de handel in een financieel instrument opschort of een financieel instrument schrapt deze beslissing openbaar en stelt zij de CBFA in kennis van de terzake dienende informatie. De CBFA stelt de relevante bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten daarvan in kennis.) <KB 2007-04-27/85, art. 11, 4°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 7. De financiële instrumenten uitgegeven door een marktonderneming of door een rechtspersoon waarmee een dergelijke onderneming nauwe banden heeft, kunnen slechts tot de verhandeling op een door deze onderneming georganiseerde Belgische gereglementeerde markt worden toegelaten met de voorafgaande toestemming van de (CBFA) en onder de voorwaarden die zij kan bepalen teneinde belangenconflicten te vermijden. De schorsing en schrapping van dergelijke financiële instrumenten wordt door de (CBFA) uitgesproken overeenkomstig de toepasselijke marktregels. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 8. Teneinde de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markt te verzekeren, moeten de marktregels van een Belgische gereglementeerde markt :
  1° de verhandelingen op zodanige wijze organiseren dat een efficiënte en transparante koersvorming in de hand wordt gewerkt in het belang van alle beleggers;
  2° geschikte uitvoeringsmaatregelen opstellen voor de vaststelling van toonaangevende referentiekoersen, met inbegrip van de dagelijkse slotkoersen, en voor het ontwerpen van afgeleide instrumenten en indexen, teneinde deze koersen, instrumenten en indexen minder gevoelig te maken voor koersmanipulaties en andere marktmisbruiken;
  3° geschikte procedures vaststellen voor het filteren van orders, met inbegrip van adequate controleprocedures in geval van elektronische ordertransmissie;
  4° geschikte maatregelen treffen voor het bevriezen van orders of het stilleggen van de handel in geval van overdreven volatiliteit van de koersen.

  Art. 9. Op advies van de (CBFA) bepaalt de Koning : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° de verplichtingen van de financiële tussenpersonen inzake het bewaren van gegevens betreffende al dan niet op de markt uitgevoerde transacties in financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, met het oog op een eventuele terbeschikkingstelling van deze gegevens aan de (CBFA) of aan overheden of instellingen belast met het toezicht op de financiële markten; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° de gevallen waarin de financiële tussenpersonen de door Hem bepaalde instellingen kennis geven van de al dan niet op de markt uitgevoerde transacties in financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, alsmede de termijnen en nadere regels voor deze kennisgevingen;
  3° de minimumvereisten :
  a) inzake de bekendmaking van marktinformatie van zowel vóór als na de handel betreffende transacties in financiële instrumenten uitgevoerd op Belgische gereglementeerde markten;
  b) (inzake de bekendmaking van marktinformatie van zowel vóór als na de handel betreffende transacties in tot een gereglementeerde markt toegelaten financiële instrumenten uitgevoerd buiten de markt;) <KB 2007-04-27/85, art. 12, 1°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  (4° de regels inzake de uitwisseling van de in het 2° bedoelde informatie tussen bevoegde Belgische en buitenlandse autoriteiten, onverminderd de artikelen 74 en volgende van deze wet.) <KB 2007-04-27/85, art. 11, 2°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>

  Art. 10.<W 2007-05-02/31, art. 42, 029; Inwerkingtreding : 01-01-2008> § 1. Emittenten van financiële instrumenten die, op hun verzoek of met hun instemming, zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, maken voorkennis die rechtstreeks op hen betrekking heeft, met inbegrip van de wijzigingen van betekenis in reeds openbaar gemaakte informatie, onmiddellijk openbaar. Deze informatie omvat ook financiële gegevens, indien de emittent daarover beschikt.
  De in het eerste lid bedoelde verplichting is niet van toepassing op de door de Koning, op advies van de CBFA, aangeduide publiekrechtelijke entiteiten, in voorkomend geval onder de voorwaarden die Hij bepaalt.
  De in het eerste lid bedoelde emittent kan, op eigen verantwoordelijkheid, de in het eerste lid bedoelde openbaarmaking van voorkennis uitstellen, wanneer hij oordeelt dat die openbaarmaking zijn rechtmatige belangen zou kunnen schaden, op voorwaarde dat dit uitstel de markt niet dreigt te misleiden en de emittent de vertrouwelijkheid van de betrokken informatie kan waar borgen. Op advies van de CBFA bepaalt de Koning welke maatregelen de emittent moet treffen om de vertrouwelijkheid van de betrokken informatie te waarborgen.
  Wanneer een emittent of een persoon die namens of voor rekening van de emittent optreedt, de voorkennis waarvan hij de openbaarmaking heeft uitgesteld, in het kader van de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie meedeelt aan een derde, moet hij die voorkennis tegelijkertijd openbaar maken. Wanneer de voorkennis onopzettelijk wordt meegedeeld, moet de emittent die onmiddellijk openbaar maken.
  Het vierde lid is niet van toepassing wanneer voornoemde derde een geheimhoudingsplicht heeft, ongeacht of die gebaseerd is op wet- of regelgeving, statutaire bepalingen of een overeenkomst.
  De emittent moet de CBFA onverwijld in kennis stellen van zijn beslissing om de openbaarmaking van voorkennis uit te stellen.
  Behalve in het geval van uitstel van openbaarmaking in overeenstemming met het derde lid of met de toepasselijke buitenlandse wetgeving, of wanneer zij niet onderworpen zijn aan een verplichting om voorkennis als bedoeld in het eerste lid openbaar te maken, maken emittenten als bedoeld in § 3 voorkennis als bedoeld in het eerste lid over aan de CBFA. Zij leven bij de openbaarmaking en de overmaking aan de CBFA de op grond van § 2, 5°, de door de Koning op advies van de CBFA vastgestelde regels na.
  § 2. Op advies van de CBFA bepaalt de Koning :
  1° de verplichtingen van de in § 3 bedoelde emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, en in voorkomend geval van elke andere persoon die zonder toestemming van de emittent de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt heeft aangevraagd, op het gebied van informatieverstrekking aan het publiek :
  a) periodiek over hun activiteiten en resultaten;
  b) onverwijld over rechtstreekse of onrechtstreekse wijzigingen in de rechten verbonden aan de financiële instrumenten of aan daarvan afgeleide financiële instrumenten en over nieuwe emissies van leningen;
  2° de andere verplichtingen van de emittenten of andere personen bedoeld in 1° ten aanzien van de houders van financiële instrumenten specifiek omwille van de toelating van deze instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, inzonderheid met het oog op een gelijke behandeling van de houders die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, en om hen toe te laten de rechten verbonden aan de betrokken financiële instrumenten uit te oefenen;
  3° de mogelijkheden van de in 1° bedoelde emittenten ten aanzien van de houders van financiële instrumenten op het vlak van de toezending van informatie langs elektronische weg en, in bijzondere gevallen, de bepaling van de vergaderplaats van de algemene vergadering;
  4° de vereisten inzake boekhoudkundige normen die door de in 1° bedoelde emittenten worden toegepast voor de financiële informatieverstrekking aan het publiek;
  5° de nadere regels en termijnen voor de openbaarmaking, voor de overmaking aan de CBFA en voor de opslag van de in 1° en 2° bedoelde informatie, met inbegrip van de minimumnormen waaraan het of de opslagmechanismen moeten voldoen;
  6° onverminderd de artikelen 33 en volgende, de regels inzake het toezicht, inclusief de bevoegdheden en mogelijke maatregelen, van de CBFA op de naleving van het derde, het vierde en het vijfde lid en op de met toepassing van dit lid, 1° tot 5°, vastgestelde regels, en inzonderheid de voorwaarden tegen welke de CBFA, wanneer een emittent of andere persoon bedoeld in 1° in gebreke blijft :
  a) zelf op kosten van de emittent of van deze andere persoon bepaalde informatie kan bekendmaken; of
  b) zelf kan openbaar maken dat de emittent of deze andere persoon niet aan zijn verplichtingen voldoet.
  De bepalingen vastgesteld ter uitvoering van het eerste lid, 4°, doen geen afbreuk aan de verordenende bevoegdheden toegekend aan de ministers bevoegd voor de Economie, de Justitie en de Middenstand, noch aan de adviesbevoegdheid van de Commissie voor boekhoudkundige normen.
  Wanneer hun financiële instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, maken emittenten als bedoeld in § 3 de informatie bedoeld in het eerste lid en in § 1 openbaar in het Nederlands of in het Frans, met naleving van de eventueel geldende Belgische rechtsregels, of, als die regels niet van toepassing zijn, in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
  Wanneer geen financiële instrumenten van de emittent tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, of wanneer uitsluitend schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, maken emittenten als bedoeld in § 3 de informatie bedoeld in het eerste lid en in § 1, in afwijking van het voorgaande lid, openbaar in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
  Wanneer financiële instrumenten zonder toestemming van de emittent tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, rusten de verplichtingen uit hoofde van het derde en het vierde lid niet op de emittent, maar op de persoon die zonder toestemming van de emittent om toelating tot de verhandeling heeft verzocht.
  § 3. De emittenten bedoeld in § 2, eerste lid, 1°, zijn :
  1° ingeval het gaat om emittenten van aandelen dan wel om emittenten van schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro :
  a) emittenten met statutaire zetel in België; of
  b) emittenten waarvan de statutaire zetel gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en die de jaarlijks te verstrekken informatie moeten indienen bij de CBFA overeenkomstig titel X van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;
  2° voor emittenten die niet onder 1° vallen, de emittenten die België hebben gekozen uit de lidstaat van de Europese Economische Ruimte waar zij in voorkomend geval hun statutaire zetel hebben en de lidstaten die hun financiële instrumenten tot de verhandeling op een op hun grondgebied gelegen of werkzame gereglementeerde markt hebben toegelaten, met dien verstande dat de emittent slechts één van die lidstaten mag kiezen.
  § 4. Voor de toepassing van § 2, vierde lid, en § 3, 1°, wordt verstaan onder "schuldinstrumenten" : obligaties en andere verhandelbare schuldinstrumenten, met uitzondering van effecten die met aandelen gelijk te stellen zijn of die door middel van conversie of door uitoefening van de daaraan verbonden rechten recht geven tot het verkrijgen van aandelen of met aandelen gelijk te stellen effecten.
  Voor de toepassing van § 2, vierde lid, worden schuldinstrumenten in een andere munteenheid dan de euro gelijkgesteld met schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro wanneer de tegenwaarde van de nominale waarde per eenheid op de uitgiftedatum gelijk is aan ten minste 50.000 euro.
  Voor de toepassing van § 3, 1°, worden schuldinstrumenten in een andere munteenheid dan de euro gelijkgesteld met schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro, wanneer de tegenwaarde van de nominale waarde per eenheid op de uitgiftedatum minder dan 1.000 euro is, of nagenoeg gelijk is aan 1.000 euro.
  Voor de toepassing van § 3, 2° :
  1° kan de Koning op advies van de CBFA de procedure vaststellen volgens welke een emittent de daarin bedoelde keuze maakt;
  2° kan de Koning op advies van de CBFA de minimumduur bepalen waarvoor de daarin bedoelde keuze geldig blijft.
  § 5. Op advies van de CBFA kan de Koning voor andere emittenten dan die bedoeld in § 3 waarvan financiële instrumenten al dan niet uitsluitend zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt regels bepalen voor de samenwerking van de CBFA met de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst in de zin van Richtlijn 2004/109/EG, bepalen onder welke voorwaarden de CBFA bewarende maatregelen kan nemen en bepalen welke bewarende maatregelen de CBFA inzonderheid kan nemen.
  De informatie betreffende de in het eerste lid bedoelde emittenten wordt openbaar gemaakt in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
  Op advies van de CBFA kan de Koning de regels inzake openbaarmaking en overmaking aan de CBFA vastgesteld voor informatie betreffende de emittenten bedoeld in § 3 geheel of gedeeltelijk toepasselijk maken voor informatie betreffende andere emittenten dan die bedoeld in § 3 waarvan financiële instrumenten uitsluitend zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt en die moet worden openbaar gemaakt uit hoofde van de nationale wetgeving tot omzetting van Richtlijn 2004/109/EG.
  § 6. Op advies van de CBFA kan de Koning, in voorkomend geval onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de toepassing van dit artikel geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot en sommige bepalingen van de met toepassing ervan getroffen besluiten geheel of gedeeltelijk toepasselijk maken op emittenten waarvan financiële instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF of daarop worden verhandeld. De Koning kan daarbij de regels van dit artikel of van de met toepassing ervan getroffen besluiten aanpassen aan de specificiteit van de betrokken MTF.
  De Koning kan bij de uitoefening van deze machtiging, in voorkomend geval, regels bepalen voor bepaalde types van emittenten, voor bepaalde types van MTF's of voor door Hem aangeduide MTF's.
  § 7. Op advies van de CBFA kan de Koning bepalen dat een emittent naar Belgisch recht waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, bepaalde inlichtingen, die inzonderheid betrekking hebben op zijn bescherming tegen een openbaar overnamebod, moet bekend maken in zijn jaarverslag bedoeld in de artikelen 95 en 119 van het Wetboek van vennootschappen en dat het bestuursorgaan van de betrokken vennootschap dienaangaande een toelichtend verslag voorlegt aan de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders.
  § 8. Onverminderd de verplichtingen van de emittenten inzake informatieverstrekking aan het publiek, stelt het openbaar ministerie de CBFA in kennis van elk advies dat het uitbrengt strekkende tot het toekennen of [1 de voortijdige beëindiging van een procedure van gerechtelijke reorganisatie of van het herroepen van een plan inzake gerechtelijke reorganisatie]1 of een faillietverklaring, alsook elke dagvaarding tot faillietverklaring ten aanzien van een emittent waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt. De rechtbank van koophandel stelt de CBFA in kennis van de beslissingen die ze neemt conform de adviezen van het openbaar ministerie of van de faillietverklaring op dagvaarding van het openbaar ministerie.
  ----------
  (1)<KB 2010-12-19/15, art. 35, 044; Inwerkingtreding : 03-02-2011>

  Art. 11. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/85, art. 13, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>

  Art. 12. § 1. Elke overeenkomst die in een wederzijdse toegang van leden voorziet tussen een Belgische gereglementeerde markt en één of meer andere secundaire markten voor financiële instrumenten, moet vooraf ter kennis van de (CBFA) worden gebracht. De (CBFA) gaat na of artikel 6 en de bepalingen vastgesteld ter uitvoering ervan zijn nageleefd. Het akkoord kan slechts worden uitgevoerd zo de (CBFA) aan de betrokken marktondernemingen geen schriftelijk bezwaar heeft gemeld binnen dertig dagen na de kennisgeving van het akkoord. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. De koppeling van een Belgische gereglementeerde markt aan enig platform of gecentraliseerd geautomatiseerd verhandelingssysteem dat met één of meer andere secundaire markten voor financiële instrumenten is opgezet, behoeft de toelating van de minister op advies van de (CBFA). De minister kan zijn toelating laten afhangen van elke passende voorwaarde ter vermijding van regulatoire arbitrage of andere specifieke risico's die de beleggers of de goede werking, de integriteit of de transparantie van de markt kunnen schaden. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 13.§ 1. Wanneer een uitzonderlijke gebeurtenis de regelmatige werking van een Belgische gereglementeerde markt verstoort, kan de (CBFA), na overleg met de betrokken marktonderneming, de markthandel volledig of gedeeltelijk schorsen voor een periode van ten hoogste twee opeenvolgende handelsdagen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. In geval van een plotselinge crisis op de financiële markten, kan de Koning, op advies van de [1 Bank]1 en de (CBFA), alle nodige vrijwaringsmaatregelen treffen ten aanzien van de Belgische gereglementeerde markten, met inbegrip van tijdelijke afwijkingen van de bepalingen van dit hoofdstuk. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De besluiten genomen krachtens het eerste lid verliezen hun uitwerking indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding.
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 1, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Afdeling 2. - [Specifieke bepalingen voor] financiële instrumenten die zijn uitgegeven of gewaarborgd door de Staat of Belgische openbare instanties [1 of waarvan de waarde afhankelijk is van een financieel instrument dat is uitgegeven of gewaarborgd door de Staat of Belgische openbare instanties]1. <KB 2007-04-27/85, art. 14, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 201, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 14.§ 1. Met betrekking tot de financiële instrumenten die zijn uitgegeven of gewaarborgd door de Staat of Belgische openbare instanties die Hij aanduidt, kan de Koning, op advies van de [1 Bank]1 en de [CBFA] : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
   1° voor de instrumenten die worden verhandeld op een Belgische gereglementeerde markt, [of een Belgische MTF] bijzondere regels vaststellen inzake de toelating van deze instrumenten tot de verhandeling, de schorsing of schrapping ervan en de wijze van vereffening van de transacties in deze instrumenten; <KB 2007-04-27/85, art. 15, 1°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
   2° de Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de Franse Gemeenschapscommissie en het Rentenfonds toelaten om rechtstreeks transacties in deze instrumenten op een Belgische gereglementeerde markt uit te voeren zonder dat zij er lid van zijn;
   3° de organisatie, de werking, het toezicht en de regelhandhaving regelen van [Belgische gereglementeerde markten en MTF's] die gespecialiseerd zijn in deze instrumenten; <KB 2007-04-27/85, art. 15, 2°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
   4° een specifieke toezichtsregeling uitwerken voor [transacties] voor deze instrumenten, in voorkomend geval in afwijking van de bepalingen van afdeling 8; <KB 2007-04-27/85, art. 15, 3°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
   5° het Rentenfonds reorganiseren, bepaalde van zijn bevoegdheden overdragen aan de [1 Bank]1 of aan de [CBFA] en, te dien einde, de bepalingen van de besluitwet van 18 mei 1945 tot oprichting van een Rentenfonds wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
   § 2. De besluiten genomen krachtens het eerste lid, 5°, verliezen hun uitwerking indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding.
  
  [
  TOEKOMSTIG RECHT
  [
  Art. 14. § 1. [2 Met betrekking tot de financiële instrumenten die Hij aanduidt en die zijn uitgegeven of gewaarborgd door de Staat of Belgische openbare instanties, of de financiële instrumenten die Hij aanduidt en waarvan de waarde afhankelijk is van een financieel instrument dat is uitgegeven of gewaarborgd door de Staat of Belgische openbare instanties, kan de Koning, op advies van de Bank en de FSMA :]2
  1° voor de instrumenten die worden verhandeld op een Belgische gereglementeerde markt, [of een Belgische MTF] bijzondere regels vaststellen inzake de toelating van deze instrumenten tot de verhandeling, de schorsing of schrapping ervan en de wijze van vereffening van de transacties in deze instrumenten; <KB 2007-04-27/85, art. 15, 1°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  2° de Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de Franse Gemeenschapscommissie en het Rentenfonds toelaten om rechtstreeks transacties in deze instrumenten op een Belgische gereglementeerde markt uit te voeren zonder dat zij er lid van zijn;
  3° de organisatie, de werking, het toezicht en de regelhandhaving regelen van [Belgische gereglementeerde markten en MTF's] die gespecialiseerd zijn in deze instrumenten; <KB 2007-04-27/85, art. 15, 2°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  4° een specifieke toezichtsregeling uitwerken voor [transacties] voor deze instrumenten, in voorkomend geval in afwijking van de bepalingen van afdeling 8; <KB 2007-04-27/85, art. 15, 3°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  5° het Rentenfonds reorganiseren, bepaalde van zijn bevoegdheden overdragen aan de [1 Bank]1 of aan de [CBFA] en, te dien einde, de bepalingen van de besluitwet van 18 mei 1945 tot oprichting van een Rentenfonds wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [2 6° de wijze bepalen waarop het publiek geïnformeerd dient te worden over de secundaire markt voor deze instrumenten.]2
  § 2. De besluiten genomen krachtens het eerste lid, 5°, verliezen hun uitwerking indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding.
  [2 § 3. De FSMA is belast met het toezicht op de gegevens over de transacties uitgevoerd door de markthouders als bedoeld in artikel 16 van het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten, die deze markthouders krachtens hun lastenboek aan de FSMA meedelen. De FSMA houdt de Administrateur-generaal van de Schatkist en het Agentschap van de Schuld op de hoogte van de door de markthouders verwezenlijkte maandelijkse volumes.
   De Koning legt ook de modaliteiten van dit toezicht vast, alsook de frequentie en inhoud van de mededelingen aan de Administrateur-generaal van de Schatkist en aan het Agentschap van de Schuld.]2

  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 198, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 202 en 331, 045; Inwerkingtreding : onbepaald, te bepalen door de Koning uiterlijk op 31-12-2015>
  

  Afdeling 3. - Andere markten.

  Art. 15. <KB 2007-04-27/85, art. 16, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007> Op advies van de CBFA kan de Koning regels vaststellen met betrekking tot de organisatie en de werking van en het toezicht op in België gevestigde MTF's.
  De in het eerste lid bedoelde regels kunnen inzonderheid betrekking hebben op
  1° de toegang tot de markt volgens transparante criteria;
  2° het bestaan van transparante en niet-discretionaire regels en procedures die een billijke en ordelijke handel garanderen, alsmede objectieve criteria voor de efficiënte uitvoering van orders bepalen;
  3° de toepassing van adequate mechanismen en procedures ter voorkoming en opsporing van marktmanipulaties;
  4° de bekendmaking van informatie betreffende vraag en aanbod en betreffende uitgevoerde transacties, alsook de transactiemeldingen aan de CBFA;
  5° de grensoverschrijdende activiteiten van Belgische MTF's;
  6° onverminderd de andere door deze wet bepaalde bevoegdheden van de CBFA, de toezichtsbevoegdheden waarover de CBFA beschikt, alsmede de maatregelen en sancties ingeval van niet naleving van de toepasselijke regels.
  De Koning kan bij de uitoefening van de in dit artikel bepaalde machtiging, in voorkomend geval, specifieke regels bepalen voor bepaalde types van markten of voor door Hem aangeduide individuele markten.
  Op advies van de CBFA kan de Koning regels bepalen voor buitenlandse MTF's die in België gevestigd zijn of zonder vestiging diensten verstrekken.

  Afdeling 4. - Marktondernemingen.

  Art. 16. Elke marktonderneming die in België is gevestigd en één of meer gereglementeerde markten wenst te organiseren, dient hiervoor vooraf van de minister een vergunning te verkrijgen.
  De minister verleent de vergunning, op advies van de (CBFA), aan de ondernemingen die erom verzoeken en die voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 17, § 1. De minister kan de vergunning afhankelijk stellen van de bijkomende voorwaarden die hij nodig acht om de belangen van de beleggers te beschermen en de goede werking, de integriteit en de transparantie van de door de marktonderneming georganiseerde markten te vrijwaren. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 17. § 1. Om een vergunning als marktonderneming te bekomen, moet een onderneming aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° de onderneming moet zijn opgericht onder de vorm van een handelsvennootschap;
  2° het maatschappelijk doel van de onderneming moet beperkt zijn tot het organiseren van één of meer secundaire markten voor financiële instrumenten en, in voorkomend geval, tot activiteiten die niet van aard zijn om de belangen van de beleggers of de goede werking, de integriteit of de transparantie van de door de onderneming georganiseerde markten te schaden;
  3° de natuurlijke of rechtspersonen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 10 procent van haar kapitaal of van de stemrechten bezitten, hebben de nodige kwaliteiten om een gezond en voorzichtig beleid van de onderneming te waarborgen;
  4° (de personen die instaan voor de effectieve leiding van de onderneming en van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt, hebben de vereiste professionele betrouwbaarheid en passende ervaring om deze functies uit te oefenen en om de gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering en exploitatie van de gereglementeerde markt te waarborgen;) <KB 2007-04-27/85, art. 17, 1°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  5° (de onderneming beschikt over voldoende financiële middelen om een ordelijke werking te bevorderen, gelet op de aard en omvang van de op de markt uitgevoerde transacties en het gamma en de graad van de risico's waaraan zij is blootgesteld), en de financiële toestand van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt, moet voldoende stevig zijn om geen risico's op te leveren die de belangen van de beleggers of de goede werking van deze markten zouden kunnen schaden; <KB 2007-04-27/85, art. 17, 2°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  6° de onderneming moet beschikken over een passende beheersstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle om de goede werking, de integriteit en de transparantie van de door haar georganiseerde markten te waarborgen;
  7° de onderneming moet in adequate mechanismen en procedures voorzien ter voorkoming en opsporing van marktmanipulaties;
  8° de rekeningen van de onderneming moeten worden gecontroleerd door één of meer bedrijfsrevisoren die zijn ingeschreven op de lijst van de door de (CBFA) erkende revisoren; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  9° de structuur van de groep waarvan de onderneming in voorkomend geval deel uitmaakt, mag de uitoefening van het toezicht door de (CBFA) niet belemmeren. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (10° de onderneming is adequaat uitgerust voor het beheer van de risico's waaraan zij blootgesteld is, voorziet in passende regelingen en systemen om alle risico's van betekenis voor de exploitatie te onderkennen, en treft doeltreffende maatregelen om deze risico's te beperken;
  11° de onderneming treft regelingen voor een gezond beheer van de technische werking van het systeem en onder meer doeltreffende voorzorgsmaatregelen om met systeemstoringen verband houdende risico's te ondervangen;
  12° de onderneming houdt alle relevante gegevens in verband met de orders en transacties en de door haar verstrekte diensten gedurende vijf jaar ter beschikking van de CBFA;
  13° de onderneming treft regelingen voor het duidelijk onderkennen en beheren van potentiële negatieve gevolgen voor de exploitatie van de gereglementeerde markt of voor de marktdeelnemers van elk conflict tussen de belangen van de gereglementeerde markt, de eigenaars of de marktonderneming ervan, en de goede werking van de gereglementeerde markt, in het bijzonder wanneer dergelijke belangenconflicten afbreuk kunnen doen aan de vervulling van enigerlei taken die door de bevoegde autoriteit aan de gereglementeerde markt zijn gedelegeerd.) <KB 2007-04-27/85, art. 17, 3°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 2. De marktondernemingen die een vergunning hebben bekomen krachtens artikel 16, moeten bij de uitoefening van hun activiteiten continu blijven voldoen aan de in § 1 gestelde vergunningsvoorwaarden en, in voorkomend geval, aan deze opgelegd met toepassing van artikel 16, tweede lid. De (CBFA) ziet toe op de naleving van deze voorwaarden. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 3. De minister kan op advies van de (CBFA) de vergunning als marktonderneming intrekken, hetzij op verzoek van de betrokken onderneming, hetzij op eigen initiatief indien de onderneming niet langer voldoet aan de in § 1 gestelde vergunningsvoorwaarden of, in voorkomend geval, aan deze opgelegd met toepassing van artikel 16, tweede lid, of in geval van ernstige tekortkoming door de onderneming aan haar verplichtingen krachtens deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan.

  Art. 17bis. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/85, art. 18; Inwerkingtreding : 01-11-2007> De marktondernemingen brengen de CBFA voorafgaandelijk op de hoogte van de voordracht tot benoeming of hernieuwing van benoeming, van de niet-hernieuwing van benoeming of van het ontslag, van de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de onderneming of van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt.
  In geval van voordracht tot benoeming van een persoon die deelneemt aan de effectieve leiding van de marktonderneming of van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt delen de marktondernemingen de CBFA de informatie en documenten mee die haar toelaten te beoordelen of deze persoon de vereiste professionele betrouwbaarheid en de passende ervaring bezit, als bedoeld in artikel 17.
  De CBFA verstrekt binnen een redelijke termijn haar advies bij een voordracht tot benoeming of hernieuwing van een benoeming. Voor de benoeming of hernieuwing van benoeming is het eensluidend advies van de CBFA vereist.
  De marktondernemingen informeren de CBFA tevens over de eventuele taakverdeling tussen de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de marktonderneming of van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt, over de eventuele taakverdeling tussen de leden van het directiecomité van de marktonderneming of van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt, en over de belangrijke wijzigingen in deze taakverdeling.

  Art. 18. Op advies van de (CBFA) bepaalt de Koning : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° de procedure voor de toekenning van de vergunning bedoeld in artikel 16, inzonderheid de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier door de (CBFA), de termijnen waarbinnen de minister zijn beslissing moet nemen en aan de aanvrager meedelen en de retributie die aan de (CBFA) moet worden betaald voor het onderzoek van het dossier; <KB 2003-03-25/34, art. , 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° de procedure voor de intrekking van de vergunning alsmede de gevolgen van dergelijke intrekking voor de door de betrokken marktonderneming georganiseerde gereglementeerde markten;
  3° wat er met de vergunning gebeurt in geval van controlewijziging, fusie, splitsing of andere herstructurering van de marktonderneming.

  Art. 19. § 1. Elke natuurlijke of rechtspersoon die voornemens is effecten of deelbewijzen te verwerven van een in artikel 16 bedoelde marktonderneming zodat hij, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 10 procent van haar kapitaal of stemrechten zou bezitten, moet de (CBFA) hiervan vooraf in kennis stellen. Dit geldt eveneens wanneer een natuurlijke of rechtspersoon voornemens is zijn participatie in een dergelijke onderneming te verhogen zodat het gedeelte van het kapitaal of van de stemrechten dat hij zou bezitten, 10 procent of elk veelvoud van 5 procent zou bereiken of overschrijden. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten.) <W 2007-05-02/31, art. 43, 1°, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2008>
  § 2. Binnen een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving bedoeld in § 1, eerste lid, kan de (CBFA) zich verzetten tegen de verwezenlijking van de verwerving indien zij redenen heeft om aan te nemen dat de betrokken persoon of, in voorkomend geval, (personen die zich in één van de in artikel 9 van de voornoemde wet van 2 mei 2007 bedoelde situaties bevinden) niet de nodige kwaliteiten bezitten voor een gezond en voorzichtig beleid van de betrokken marktonderneming. Bij gebrek aan verzet dient de verwerving plaats te vinden binnen zes maanden vanaf de kennisgeving bedoeld in § 1, eerste lid; zoniet dient zij opnieuw te worden aangemeld bij de (CBFA) overeenkomstig § 1 en kan deze er zich tegen verzetten krachtens deze paragraaf. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-05-02/31, art. 43, 2°, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2008>
  § 3. Indien een verwerving bedoeld in § 1 heeft plaatsgevonden zonder kennisgeving aan de (CBFA) overeenkomstig dezelfde paragraaf of vooraleer de (CBFA) zich heeft uitgesproken krachtens § 2 of, in voorkomend geval, vóór het verstrijken van de termijn van dertig dagen bedoeld in dezelfde paragraaf, kan de (CBFA) de uitoefening van de stemrechten verbonden aan de aandelen of deelbewijzen van de betrokken marktonderneming die aldus, rechtstreeks of onrechtstreeks, onregelmatig zijn verworven, schorsen tot de toestand is geregulariseerd. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; ED : 01-01-2004>
  Indien een verwerving bedoeld in § 1 heeft plaatsgevonden niettegenstaande het verzet van de (CBFA) krachtens § 2 of, in het algemeen, indien de (CBFA) redenen heeft om aan te nemen dat de invloed die wordt uitgeoefend door een natuurlijke of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 10 procent van het kapitaal of van de stemrechten van een in artikel 16 bedoelde marktonderneming bezit of, in voorkomend geval, (door personen die zich in één van de in artikel 9 van de voornoemde wet van 2 mei 2007 bedoelde situaties bevinden), van die aard is dat zij het gezond en voorzichtig beleid van deze onderneming in gevaar brengt, kan de (CBFA), onverminderd de andere in dit hoofdstuk bepaalde maatregelen : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-05-02/31, art. 43, 3°, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2008>
  1° de uitoefening schorsen van de stemrechten verbonden aan de aandelen of deelbewijzen van deze marktonderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks door de betrokken personen worden gehouden; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° deze personen aanmanen alle of een deel van de betrokken aandelen of deelbewijzen binnen de door haar bepaalde termijn over te dragen aan andere personen met wie zij geen nauwe banden hebben.
  Bij gebrek aan overdracht binnen de termijn bedoeld in het tweede lid, 2°, kan de (CBFA) bevelen de betrokken aandelen of deelbewijzen te sekwestreren. In dit geval is artikel 67, § 7, tweede en derde lid, van voornoemde wet van 6 april 1995 van toepassing. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (§ 4. De marktonderneming dient :
  1° informatie te verstrekken aan de CBFA en openbaar te maken betreffende de eigendomsstructuur van de marktonderneming, en meer bepaald over de identiteit en de omvang van de belangen van partijen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 10 % van haar kapitaal of stemrechten bezitten of die in een positie verkeren om invloed van betekenis op de bedrijfsvoering van de gereglementeerde markt uit te oefenen, en
  2° elke eigendomsoverdracht die aanleiding geeft tot een wijziging in de kring van de personen die invloed van betekenis op de exploitatie van de gereglementeerde markt uitoefenen ter kennis te brengen van de CBFA en openbaar te maken.) <KB 2007-04-27/85, art. 19, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>

  Art. 20. Teneinde de naleving van de in artikel 17, § 1, 5°, gestelde voorwaarde te verzekeren, kan de (CBFA) bij reglement : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° de financiële ratio's bepalen die de in artikel 16 bedoelde marktondernemingen op geconsolideerde en niet-geconsolideerde basis moeten naleven;
  2° de financiële informatie bepalen die de marktondernemingen haar op periodieke basis moeten meedelen.

  Afdeling 5. - Effectenmakelaars.

  Art. 21.Een erkenningsraad voor effectenmakelaars wordt opgericht. De erkenningsraad verleent de titel van effectenmakelaar of van honorair effectenmakelaar aan de personen die erom verzoeken en voldoen en blijven voldoen aan de voorwaarden vastgesteld door de Koning. De Koning regelt de samenstelling, de werking en de financiering van voornoemde raad alsmede het toezicht op deze raad. [De erkenningsraad bezit rechtspersoonlijkheid.] <W 2007-05-02/31, art. 44, 029; Inwerkingtreding : 19-08-2003>
  [1 De FSMA en de Bank delen]1 uit eigen beweging de vertrouwelijke inlichtingen waarvan zij kennis [1 zouden]1 hebben aangaande natuurlijke personen bedoeld in het eerste lid, mee aan de erkenningsraad voor effectenmakelaars.
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 203 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Art. 21bis. [1 De Minister van Financiën duidt de instelling aan die ermee wordt belast de codificatie van de in België uitgegeven financiële instrumenten te verzekeren.
   Elke wettelijke of reglementaire bepaling die rechtstreeks of onrechtstreeks verwijst naar de instelling die ermee wordt belast de codificatie van de in België uitgegeven financiële instrumenten te verzekeren, moet worden verstaan als verwijzend naar de in het vorige lid bedoelde instelling. Deze instelling volgt van rechtswege elke andere instelling op waarnaar eventueel wordt verwezen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2009-12-22/16, art. 86, 035; Inwerkingtreding : 10-01-2010>

  Afdeling 6. - Verrekenings- en vereffeningsinstellingen.

  Art. 22.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 204, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 23.[1 De vereffeningsinstellingen en de instellingen die met toepassing van artikel 36/26, § 7, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België met vereffeningsinstellingen worden gelijkgesteld :
   - nemen passende organisatorische en administratieve maatregelen om te voorkomen dat belangenconflicten tussen de instelling, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of een met haar verbonden onderneming, enerzijds, en haar cliënteel anderzijds, of tussen haar cliënten onderling, de belangen van deze laatsten zouden schaden;
   - houden de gegevens bij over de door hen verrichte diensten en activiteiten om de FSMA in staat te stellen na te gaan of ze hun verplichtingen tegenover hun cliënteel of potentieel cliënteel nakomen;
   - nemen, wanneer zij financiële instrumenten aanhouden die aan hun cliënteel toebehoren, de passende maatregelen om de rechten van hun cliënteel te vrijwaren in geval van hun insolventie. Zij nemen passende maatregelen om te voorkomen dat financiële instrumenten toebehorend aan cliënten voor hun eigen rekening worden gebruikt, tenzij de betrokken cliënten hiermee uitdrukkelijk instemmen.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 205 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Art. 23bis.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 206, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 23ter.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 206, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 23quater.[1 (oud art. 23bis)]1 § 1. De beleggingsondernemingen en kredietinstellingen uit andere lidstaten hebben het recht in België toegang te krijgen tot vereffenings- en verrekeningsinstellingen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen, voor de afhandeling van transacties in financiële instrumenten of het treffen van regelingen daarvoor. De toegang van deze beleggingsondernemingen en kredietinstellingen tot dergelijke instellingen is onderworpen aan dezelfde niet-discriminerende, transparante en objectieve zakelijke criteria als die welke voor Belgische deelnemers gelden, en slaat op alle transacties ongeacht of zij op een in België gevestigde gereglementeerde markt of MTF zijn uitgevoerd.
  § 2. De Belgische gereglementeerde markt verleent alle leden of deelnemers het recht het systeem aan te wijzen voor de vereffening van de op de betrokken gereglementeerde markt verrichte transacties in financiële instrumenten, mits er zodanige koppelingen en voorzieningen tussen het aangewezen vereffeningsysteem en enigerlei andere systemen en faciliteiten bestaan dat de efficiënte en economische afwikkeling van de transactie in kwestie gegarandeerd is.
  De CBFA mag de gebruikmaking van dergelijk systeem niet verbieden tenzij ze objectieve en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat de technische voorwaarden voor de vereffening van op de betrokken gereglementeerde markt uitgevoerde transacties via een ander vereffeningsysteem dan datgene dat door de gereglementeerde markt is aangewezen, een goede en ordelijke werking van de financiële markten in gevaar brengen.
  Deze beoordeling door de CBFA doet niet af aan de bevoegdheden van de nationale centrale banken als toezichthouders op vereffeningsystemen of van andere op zulke systemen toezichthoudende autoriteiten. Bij de uitoefening van haar voornoemde bevoegdheden houdt de CBFA op passende wijze rekening met het reeds door andere autoriteiten uitgeoefende toezicht.
  De in de §§ 1 en 2 bedoelde rechten van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen doen niet af aan het recht van exploitanten van vereffening- en verrekeningsystemen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen om op gewettigde zakelijke gronden te weigeren de verlangde diensten beschikbaar te stellen.
  § 3. Het is Belgische beleggingsondernemingen, kredietinstellingen en marktondernemingen die een MTF exploiteren toegelaten passende afspraken met vereffening- of verrekeningsinstellingen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen, uit een andere lidstaat te maken met het oog op vereffening en/of verrekening van sommige of alle transacties die marktdeelnemers door tussenkomst van hun systemen hebben uitgevoerd.
  De CBFA mag de gebruikmaking van vereffenings- of verrekeningsinstellingen met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen uit andere lidstaten niet verbieden, tenzij zij objectieve en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat zulks noodzakelijk is om de ordelijke werking van die MTF te handhaven, rekening houdend met de in § 2, bepaalde voorwaarden voor vereffeningsystemen.
  Bij de uitoefening van deze bevoegdheid houdt de CBFA op passende wijze rekening met het reeds op deze instellingen uitgeoefende toezicht door de nationale centrale banken als toezichthouders op vereffenings- en verrekeningssystemen of door andere voor dergelijke systemen bevoegde toezichthoudende autoriteiten.
  § 4. Het is Belgische gereglementeerde markten toegelaten passende afspraken met vereffening- of verrekeningsinstellingen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen uit een andere lidstaat te maken met het oog op verrekening en/of vereffening van sommige of alle transacties die marktdeelnemers door tussenkomst van hun systemen hebben uitgevoerd.
  De CBFA mag de gebruikmaking van vereffening- of verrekeningsinstellingen, met inbegrip van centrale tegenpartijsystemen uit andere lidstaten niet verbieden, tenzij zij objectieve en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat zulks noodzakelijk is om de ordelijke werking van de gereglementeerde markt te handhaven, rekening houdend met de in § 2, bepaalde voorwaarden voor vereffeningssystemen.
  Bij de uitoefening van deze bevoegdheid houdt de CBFA op passende wijze rekening met het reeds op deze vereffening- en verrekeningsinstellingen uitgeoefende toezicht door de nationale centrale banken als toezichthouders op vereffenings- en verrekeningssystemen of door andere voor dergelijke systemen bevoegde toezichthoudende autoriteiten.
  Dit artikel is niet van toepassing op de leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en andere nationale instellingen met een soortgelijke functie, alsmede andere overheidsinstellingen die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld of bij dat beheer betrokken zijn.
  ----------
  (1)<W 2010-06-02/10, art. 6, 040; Inwerkingtreding : 24-06-2010>

  Afdeling 7. - Transacties in financiële instrumenten en desbetreffende gedragsregels.

  Onderafdeling 1. [1 - Beroep op een gekwalificeerde tussenpersoon]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 207, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 24. De in België gevestigde beleggers moeten voor hun transacties in financiële instrumenten die zijn uitgegeven door ondernemingen en organismen naar Belgisch recht en zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, een beroep doen op een gekwalificeerde tussenpersoon.
  Het eerste lid is niet van toepassing :
  1° op occasionele verrichtingen tussen particulieren;
  2° op overdrachten van financiële instrumenten waaraan ten minste 10 procent van de stemrechten van de betrokken onderneming of het betrokken organisme zijn verbonden;
  3° op overdrachten van stemrechtverlenende financiële instrumenten tussen ondernemingen waartussen nauwe banden bestaan;
  4° op verrichtingen tussen compartimenten van eenzelfde instelling voor collectieve belegging bedoeld in boek III van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten.
  Op advies van de (CBFA) kan de Koning de professionele beleggers uit het toepassingsgebied van het eerste lid sluiten, in voorkomend geval onder de voorwaarden en binnen de grenzen die Hij bepaalt.

  Onderafdeling 2. [1 Marktmisbruik]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 208, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 25.
  § 1. Het is aan eenieder verboden :
  (1° die over informatie beschikt waarvan hij weet of zou moeten weten dat het voorkennis betreft :
  ) <W 2003-12-22/42, art. 345, 008; Inwerkingtreding : 31-12-2003, NOTA : Op de feiten die zijn gepleegd tussen 1 juni 2003 en voornoemde datum van inwerkingtreding blijft artikel 25 van de wet van 2 augustus 2002 van toepassing zoals het bestond vóór zijn wijziging door deze wet>
  a) (...), voor eigen of voor andermans rekening, rechtstreeks of onrechtstreeks de financiële instrumenten waarop deze voorkennis betrekking heeft (...) te verkrijgen of te vervreemden of te pogen deze te verkrijgen of te vervreemden; <W 2003-12-22/42, art. 345, 008; Inwerkingtreding : 31-12-2003, NOTA : Op de feiten die zijn gepleegd tussen 1 juni 2003 en voornoemde datum van inwerkingtreding blijft artikel 25 van de wet van 2 augustus 2002 van toepassing zoals het bestond vóór zijn wijziging door deze wet> <KB 2005-08-24/42, art. 4, 1°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  b) deze voorkennis aan iemand anders mede te delen, tenzij dit gebeurt binnen het kader van de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie;
  c) op grond van deze voorkennis iemand anders aan te bevelen om de financiële instrumenten waarop deze voorkennis betrekking heeft, (...) te verkrijgen of te vervreemden of door anderen te doen verkrijgen of vervreemden; <KB 2005-08-24/42, art. 4, 1°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  2° transacties uit te voeren of orders te plaatsen :
  a) die valse of misleidende signalen geven of kunnen geven over het aanbod van, de vraag naar of de koers van één of meer financiële instrumenten; of
  b) waarbij één of meer personen op basis van onderlinge afspraken de koers van één of meer financiële instrumenten op een abnormaal of kunstmatig peil houden,
  tenzij de persoon die de transacties heeft uitgevoerd of de orders heeft geplaatst, aannemelijk maakt dat zijn beweegredenen legitiem zijn en dat de betrokken transacties of orders beantwoorden aan (gebruikelijke marktpraktijken op de relevante markt); <KB 2005-08-24/42, art. 4, 2°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  3° transacties uit te voeren of orders te plaatsen waarbij gebruik wordt gemaakt van fictieve constructies of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding;
  4° informatie of geruchten te verspreiden, via de media, het Internet of om het even welk ander kanaal, die (onjuiste) of misleidende signalen geven of kunnen geven over financiële instrumenten, waarbij de betrokken persoon wist of had moeten weten dat de informatie (onjuist) of misleidend was; (Ten aanzien van journalisten die in hun beroepshoedanigheid handelen, moet deze verspreiding van informatie worden beoordeeld met inachtneming van de gedragsregels die voor hun beroepsgroep gelden, tenzij deze personen rechtstreeks of middellijk voordeel of winst behalen uit de verspreiding van deze informatie;) <KB 2005-08-24/42, art. 4, 3° en 4°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  5° andere handelingen te stellen, bepaald door de Koning op advies van de (CBFA), die de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markt belemmeren of verstoren of dit kunnen doen; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  6° deel te nemen aan elke afspraak die ertoe zou strekken handelingen te stellen als bedoeld in 1° tot 5°;
  7° éen of meer andere personen ertoe aan te zetten daden te stellen die, indien hij deze zelf zou stellen, verboden zouden zijn krachtens 1° tot 5°.
  (Met betrekking tot punten 2° en 3° van voorgaand lid bepaalt de Koning, op advies van de CBFA, welke signalen relevant zijn voor de CBFA bij het onderzoek naar mogelijke marktmanipulatie, alsmede in het kader van de bij artikel 25bis, § 4, ingestelde verplichting.) <KB 2005-08-24/42, art. 4, 5°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  § 2. In het geval van een vennootschap of andere rechtspersoon gelden de in § 1 vastgestelde verbodsbepalingen eveneens voor de natuurlijke personen die betrokken zijn in de beslissing om een transactie uit te voeren of een order te plaatsen voor rekening van de betrokken rechtspersoon.
  De in § 1, 1°, a) , vastgestelde verbodsbepaling geldt niet voor transacties die worden verricht ter uitvoering van een verbintenis tot verwerving of vervreemding van financiële instrumenten indien deze verbintenis opeisbaar is geworden en voortvloeit uit een overeenkomst die werd gesloten vooraleer de betrokken persoon over de relevante voorkennis beschikte.
  De in § 1 vastgestelde verbodsbepalingen gelden niet voor verrichtingen die in het kader van het monetair beleid, het wisselkoersbeleid of het beheer van de overheidsschuld worden gedaan door een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, door het Europees stelsel van centrale banken, door de [3 Bank]3 of enige andere nationale centrale bank van de andere Lidstaten van de Europese Economische Ruimte, door het Rentenfonds, [1 ...]1 door de gemeenschappen, gewesten, Franse Gemeenschapscommissie, provincies, gemeenten en agglomeraties en federaties van gemeenten of door ieder persoon die handelt voor rekening van één van voornoemde personen.
  (De in § 1 vastgestelde verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op de handel in eigen aandelen in het kader van " terugkoop "-activiteiten, noch op stabilisatie van een financieel instrument, mits die handel geschiedt overeenkomstig verordening nr. 2273/2003 van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de uitzonderingsregeling voor terugkoopprogramma's en voor de stabilisatie van financiële instrumenten betreft. Met het oog op de toepassing van voornoemde verordening stelt de Koning, op advies van de CBFA, de nodige bepalingen vast.) <KB 2005-08-24/42, art. 4, 6°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  § 3. De in § 1 vastgestelde verbodsbepalingen zijn van toepassing op de in dezelfde paragraaf bedoelde handelingen :
  1° die betrekking hebben op financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem bedoeld in artikel 15 en door de Koning aangeduid op advies van de (CBFA), of waarvan de toelating tot de verhandeling op een dergelijke markt of systeem wordt aangevraagd, ongeacht of de betrokken handelingen in België of in het buitenland zijn gesteld (en ongeacht of de betrokken transacties worden uitgevoerd op de betrokken markt of daarbuiten); <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <KB 2005-08-24/42, art. 4, 7°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  2° die betrekking hebben op financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een buitenlandse gereglementeerde markt of op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem ingericht in het buitenland en door de Koning aangeduid op advies van de (CBFA), of waarvan de toelating tot de verhandeling op een dergelijke markt of systeem wordt aangevraagd, voor zover de betrokken handelingen in België zijn gesteld, ongeacht of de betrokken transacties worden uitgevoerd op de betrokken markt of daarbuiten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (De in § 1, 1°, vastgestelde verbodsbepalingen zijn eveneens van toepassing op de daarin bedoelde handelingen die betrekking hebben op financiële instrumenten die niet toegelaten zijn tot de verhandeling op de in 1° of 2° van het voorgaande lid bedoelde markten of alternatieve verhandelingssystemen, maar waarvan de waarde afhankelijk is van een financieel instrument als bedoeld in 1° of 2° van het voorgaande lid.) <KB 2005-08-24/42, art. 4, 8°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  [2 § 4. Bovendien is het eenieder verboden informatie of geruchten te verspreiden, via de media, het internet of om het even welk ander kanaal, die onjuiste of misleidende signalen geven of kunnen geven over de toestand, inzonderheid de financiële toestand, van een kredietinstelling, verzekeringsonderneming, beleggingsonderneming of vereffeningsinstelling of daarmee gelijkgestelde instelling, die van aard zijn haar financiële stabiliteit in het gedrang te brengen, terwijl de betrokken persoon wist of had moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was. "
   Wat de journalisten betreft die in hun beroepshoedanigheid handelen, wordt elke eventuele tekortkoming, met name op het vlak van de verificatie van informatie, beoordeeld in het licht van de voor dat beroep geldende deontologische reglementeringen of verplichtingen.]2
  ----------
  (1)<W 2009-12-22/16, art. 89, 035; Inwerkingtreding : 31-12-2009; Inwerkingtreding gewijzigd in : 30-12-2005 bij 2010-12-29/01, art. 46>
  (2)<W 2010-06-02/10, art. 10, 040; Inwerkingtreding : 24-06-2010>
  (3)<KB 2011-03-03/01, art. 1, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 25bis. <Ingevoegd bij KB 2005-08-24/42, art. 5, 016; Inwerkingtreding : 10-05-2006> § 1. Emittenten waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten, op hun verzoek of met hun instemming, tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of het voorwerp uitmaken van een aanvraag om daartoe te worden toegelaten, of de personen die namens voornoemde emittenten of voor hun rekening optreden, stellen een lijst op van alle personen die bij hen, op basis van een arbeidscontract of anderszins, werkzaam zijn en op regelmatige of incidentele basis toegang hebben tot voorkennis die direct of indirect op de emittent betrekking heeft. De emittenten en de personen die namens hen of voor hun rekening optreden, moeten die lijst regelmatig actualiseren en desgevraagd aan de CBFA toezenden.
  Op advies van de CBFA bepaalt de Koning welke gegevens op deze lijst moeten worden vermeld, alsmede de overige ermee samenhangende verplichtingen.
  Op advies van de CBFA kan de Koning de toepassing van de in deze paragraaf bedoelde verplichting geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot :
  1° emittenten waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten of het voorwerp uitmaken van een aanvraag tot toelating tot de verhandeling op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem zoals bedoeld in artikel 15 en door de Koning aangeduid overeenkomstig artikel 25, § 3, 1°;
  2° emittenten naar Belgisch recht waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten of het voorwerp uitmaken van een aanvraag tot toelating tot de verhandeling op een buitenlandse gereglementeerde markt of op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem ingericht in het buitenland en door de Koning aangeduid overeenkomstig artikel 25, § 3, 2°, wanneer deze emittenten niet aan gelijkwaardige verplichtingen zijn onderworpen in het land waar de betrokken markt of het betrokken verhandelingssysteem is gelegen.
  § 2. Personen met leidinggevende verantwoordelijkheid bij een emittent met statutaire zetel in België waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische of een buitenlandse gereglementeerde markt of het voorwerp uitmaken van een aanvraag om daartoe te worden toegelaten, en, in voorkomend geval, personen die nauw met hen gelieerd zijn, stellen de CBFA in kennis van transacties voor eigen rekening in aandelen die zijn uitgegeven door de emittent waarvan zij deel uitmaken, of in derivaten of andere daaraan verbonden financiële instrumenten. Deze verplichting geldt ook voor personen met leidinggevende verantwoordelijkheid - en voor personen die nauw met hen gelieerd zijn - bij een emittent waarvan de statutaire zetel niet in een lid-Staat van de Europese Economische Ruimte is gelegen, en die gehouden is de jaarlijkse informatie in verband met aandelen aan de CBFA te verstrekken overeenkomstig artikel 10 van richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van richtlijn 2001/34/EG.
  Op advies van de CBFA bepaalt de Koning de meldingstermijn, alsook de voorwaarden waaronder de melding kan worden uitgesteld tot 31 januari van het volgende jaar, en bepaalt Hij de meldingsvoorschriften, met name de inhoud van de melding en de manier waarop de melding moet geschieden, en de wijze waarop het publiek toegang krijgt tot informatie over de gemelde transacties.
  Op advies van de CBFA kan de Koning de toepassing van leden 1 en 2 van deze paragraaf geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot :
  1° personen met leidinggevende verantwoordelijkheid bij een emittent met statutaire zetel in België waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten of het voorwerp uitmaken van een aanvraag tot toelating tot de verhandeling op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem zoals bedoeld in artikel 15 en door de Koning aangeduid overeenkomstig artikel 25, § 3, 1°, en personen die nauw met hen gelieerd zijn;
  2° personen met leidinggevende verantwoordelijkheid bij een emittent met statutaire zetel in België waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten of het voorwerp uitmaken van een aanvraag tot toelating tot de verhandeling op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem ingericht in het buitenland en door de Koning aangeduid overeenkomstig artikel 25, § 3, 2°, en personen die nauw met hen gelieerd zijn, wanneer deze personen niet aan gelijkwaardige verplichtingen zijn onderworpen in het land waar de betrokken markt of het betrokken verhandelingssysteem is gelegen.
  § 3 De in artikel 2, 25°, bedoelde personen die in België gevestigd zijn of werkzaam zijn en aanbevelingen uitbrengen of verspreiden over een financieel instrument zoals bedoeld in artikel 25, § 3, of over de emittent van dat financieel instrument, moeten redelijke maatregelen treffen om te waarborgen dat de informatie een juiste voorstelling van zaken biedt en hun belangen bekendmaken of de belangenconflicten ten aanzien van de financiële instrumenten waarop die informatie betrekking heeft, meedelen.
  Op advies van de CBFA bepaalt de Koning de verplichtingen die enerzijds rusten op de personen die aanbevelingen uitbrengen, met name inzake de bekendmaking van hun identiteit, de juiste voorstelling van beleggingsaanbevelingen en de bekendmaking van belangen en belangenconflicten, en anderzijds op de personen die door derden uitgebrachte aanbevelingen verspreiden, met name inzake de bekendmaking van hun identiteit en de verspreiding van beleggingsaanbevelingen. Op advies van de CBFA kan de Koning voorzien in een gehele of gedeeltelijke uitzondering op de toepassing van deze verplichtingen voor bepaalde beroepsgroepen, wanneer zij onderworpen zijn aan gelijkwaardige zelfregulering die voldoet aan de vereisten die de Koning op advies van de CBFA bepaalt.
  Op advies van de CBFA kan de Koning de toepassing van deze verplichtingen geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot de in artikel 2, 25°, bedoelde personen die in het buitenland gevestigd zijn of werkzaam zijn en aanbevelingen uitbrengen of verspreiden over een financiële instrument zoals bedoeld in artikel 25, § 3, 1°, wanneer deze personen in het buitenland niet aan gelijkwaardige verplichtingen zijn onderworpen.
  § 4 Gekwalificeerde tussenpersonen die hun hoofdkantoor in België hebben of via een bijkantoor in België beleggingsdiensten mogen verrichten, moeten de CBFA onverwijld waarschuwen indien zij een redelijk vermoeden hebben dat een transactie handel met voorkennis of marktmanipulatie inhoudt ten aanzien van een financieel instrument zoals bedoeld in artikel 25, § 3. Op advies van de CBFA bepaalt de Koning de concrete modaliteiten ter zake, waaronder de te melden transacties en gegevens, het tijdsbestek voor de melding en de wijze van melding.
  De persoon die de melding aan de CBFA heeft verricht, licht niemand anders en zeker niet de personen namens wie de transacties zijn uitgevoerd of met deze personen gelieerde partijen, in over deze melding, tenzij op grond van wettelijke bepalingen.
  De overeenkomstig de wettelijke voorschriften gedane melding te goeder trouw van informatie aan de CBFA vormt geen schending van een beperking op openbaarmaking van informatie uit hoofde van een overeenkomst of een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling en brengt voor de melder generlei aansprakelijkheid met zich.
  § 5. Openbare instanties die statistieken verspreiden die een aanzienlijk effect op financiële markten kunnen hebben, doen dat op een billijke en transparante wijze.

  Onderafdeling 3. [1 Gedragsregels]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 209, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 26.<KB 2007-04-27/85, art. 21, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007> Zijn onderworpen aan de door en krachtens de artikelen 27, 28 en 28bis bepaalde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden :
  1° de Belgische kredietinstellingen en beleggingsondernemingen [1 met uitzondering voor wat de bijkantoren betreft die zij gevestigd hebben in een andere lidstaat van de EER]1;
  2° de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die onder het recht van een lidstaat van de EER ressorteren, voor hun transacties op het Belgisch grondgebied;
  3° de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen;
  4° de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen die rechtsgeldig diensten in België verstrekken, voor hun transacties op het Belgisch grondgebied;
  5° de in België gevestigde beheersvennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, voor hun beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 3, 10°, van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles.
  [1 De in het eerste lid vermelde personen en de personen op wie de bepalingen van deze onderafdeling geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard in uitvoering van artikel 28ter, worden in deze onderafdeling aangeduid als " de gereglementeerde ondernemingen ".]1
  Volgens door de Koning op advies van de CBFA nader bepaalde regels, mogen de voornoemde gereglementeerde ondernemingen wanneer zij orders voor rekening van cliënten uitvoeren en/of voor eigen rekening handelen en/of orders ontvangen en doorgeven, transacties met of tussen in aanmerking komende tegenpartijen tot stand brengen of sluiten zonder dat zij ertoe gehouden zijn met betrekking tot deze transacties of met betrekking tot rechtstreeks met deze transacties verband houdende nevendiensten de verplichtingen bepaald door en krachtens de artikelen 27 en 28 na te komen.
  De regels bepaald door en krachtens artikel 27 en 28 zijn niet van toepassing op de volgens de regels van een MTF tussen diens leden of deelnemers of tussen de MTF en diens leden of deelnemers uitgevoerde transacties met betrekking tot het gebruik van de MTF. Deze regels gelden evenmin voor leden en deelnemers van gereglementeerde markten voor op deze markten onderling uitgevoerde transacties. De leden van of deelnemers aan een MTF of gereglementeerde markt dienen evenwel de verplichtingen bepaald door en krachtens de artikelen 27 en 28 na te leven ten aanzien van hun cliënten wanneer zij in naam van hun cliënten de orders van die cliënten via de systemen van een MTF of een gereglementeerde markt uitvoeren.
  De in artikelen 27, 28 en 28bis bepaalde regels zijn niet van toepassing op de leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en andere nationale instellingen met een soortgelijke functie, alsmede andere overheidsinstellingen die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld of bij dat beheer betrokken zijn.
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 210, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 27. <KB 2007-04-27/85, art. 22, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007> § 1. De gereglementeerde ondernemingen zetten zich bij het voor cliënten verrichten van beleggingsdiensten en/of, in voorkomend geval, nevendiensten, op loyale, billijke en professionele wijze in voor de belangen van hun cliënten en nemen inzonderheid de in de §§ 2 tot en met 12 neergelegde gedragsregels in acht.
  § 2. Alle aan cliënten of potentiële cliënten verstrekte informatie, met inbegrip van publicitaire mededelingen, moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn. Publicitaire mededelingen moeten duidelijk als zodanig herkenbaar zijn.
  § 3. In een voor de cliënten of potentiële cliënten begrijpelijke vorm wordt passende informatie verstrekt over :
  - de gereglementeerde onderneming en haar diensten;
  - financiële instrumenten en voorgestelde beleggingsstrategieën; hieronder vallen passende toelichting en waarschuwingen over de risico's verbonden aan beleggingen in deze instrumenten of aan bepaalde beleggingsstrategieën;
  - plaatsen van uitvoering en
  - kosten en bijbehorende lasten
  zodat zij redelijkerwijs in staat zijn de aard en de risico's van de aangeboden beleggingsdienst en van de specifiek aangeboden categorie van financieel instrument te begrijpen en derhalve met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen. Deze informatie mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
  § 4. Bij het verstrekken van beleggingsadvies of het verrichten van vermogensbeheer, bekomt de gereglementeerde onderneming van de cliënt of potentiële cliënt de nodige informatie betreffende de kennis en ervaring van de cliënt of potentiële cliënt op beleggingsgebied met betrekking tot het specifieke soort product of dienst, zijn financiële situatie en zijn beleggingsdoelstellingen, teneinde de cliënt of potentiële cliënt de voor hem geschikte beleggingsdiensten en financiële instrumenten te kunnen aanbevelen of voor hem geschikt vermogensbeheer te verstrekken.
  Wanneer een gereglementeerde onderneming bij de verrichting van beleggingsadvies of vermogensbeheer niet de op grond van het eerste lid vereiste informatie bekomt, beveelt zij de cliënt of potentiële cliënt geen beleggingsdiensten of financiële instrumenten aan en verstrekt zij geen vermogensbeheerdiensten.
  § 5. De gereglementeerde onderneming, die andere dan de in § 4 bedoelde beleggingsdiensten verricht, wint bij de cliënt of de potentiële cliënt informatie in over zijn ervaring en kennis op beleggingsgebied met betrekking tot het specifieke soort van product of dienst die men voornemens is aan te bieden of die wordt verlangd, zodat de onderneming kan beoordelen of het aangeboden product of de te verrichten beleggingsdienst passend is voor de cliënt.
  Indien de gereglementeerde onderneming op grond van de uit hoofde van het eerste lid ontvangen informatie oordeelt dat het product of de dienst voor de cliënt of de potentiële cliënt niet passend is, waarschuwt zij de cliënt of de potentiële cliënt. Deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
  Wanneer de cliënt of de potentiële cliënt ervoor kiest de in de eerste lid bedoelde informatie over zijn ervaring en kennis niet te verstrekken of wanneer hij onvoldoende informatie hierover verstrekt, waarschuwt de gereglementeerde onderneming de cliënt of de potentiële cliënt dat zij door diens beslissing niet kan vaststellen of de aangeboden dienst of het aangeboden product voor hem passend is. Deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
  § 6. Wanneer gereglementeerde ondernemingen beleggingsdiensten verrichten welke slechts bestaan in het uitvoeren van orders van cliënten en/of het ontvangen en doorgeven van deze orders, met of zonder nevendiensten, mogen zij die beleggingsdiensten voor hun cliënten verrichten zonder de in § 5 bedoelde informatie te hoeven inwinnen of de aldaar bedoelde beoordeling te hoeven doen wanneer aan de hieronder vermelde voorwaarden wordt voldaan :
  - bovenbedoelde diensten houden verband met aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt of op een gelijkwaardige markt van een derde land zijn toegelaten, geldmarktinstrumenten, obligaties of andere schuldinstrumenten (met uitzondering van obligaties of andere schuldinstrumenten die een afgeleid instrument behelzen), icbe's en andere niet-complexe financiële instrumenten. Onder een gelijkwaardige markt van een derde land wordt verstaan de markt die voorkomt op de door de Europese Commissie met toepassing van artikel 19, § 6, van de Richtlijn 2004/39/EG bekendgemaakte lijst;
  - de dienst wordt verricht op initiatief van de cliënt of potentiële cliënt;
  - de cliënt of de potentiële cliënt is er duidelijk van in kennis gesteld dat de gereglementeerde onderneming bij het verrichten van deze dienst niet verplicht is de passendheid van de te verrichten of aangeboden dienst of het aangeboden instrument te beoordelen en dat hij derhalve niet de bescherming van de toepasselijke gedragsregels geniet; deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt;
  - de gereglementeerde onderneming komt de belangenconflictenregeling na bepaald door en krachtens artikel 20bis, § 2, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en artikel 62bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen.
  § 7. De gereglementeerde onderneming legt een dossier aan met de tussen de onderneming en de cliënt overeengekomen documenten waarin de rechten en plichten van beide partijen worden beschreven, alsmede de overige voorwaarden waarop de onderneming diensten voor de cliënt zal verrichten.
  De gereglementeerde onderneming die een nieuwe niet-professionele cliënt een andere beleggingsdienst dan beleggingsadvies verleent, gaat met de cliënt een schriftelijke basisovereenkomst aan, op papier of op een andere duurzame drager, waarin de belangrijkste rechten en plichten van de onderneming en de cliënt zijn vastgelegd.
  De rechten en plichten van beide partijen bij de overeenkomst kunnen worden opgenomen door middel van verwijzing naar andere documenten of wetteksten.
  De Koning kan, op advies van de CBFA, nadere regels bepalen in verband met de inhoud van de met cliënten af te sluiten overeenkomsten. Deze regels doen geen afbreuk aan de gemeenrechtelijke rechten en verplichtingen, met dien verstande dat zij mogen bepalen dat de overeenkomsten van vermogensbeheer geen vermindering van de gemeenrechtelijke aansprakelijkheid van de gereglementeerde onderneming mogen inhouden.
  § 8. De client dient van de gereglementeerde onderneming deugdelijke verslagen over de voor haar cliënten verrichte diensten te ontvangen. In voorkomend geval bevatten deze verslagen de kosten van de transacties en de diensten die voor de cliënt werden verricht.
  § 9. Wanneer een beleggingsdienst wordt aangeboden als onderdeel van een financieel product dat reeds ressorteert onder andere bepalingen van de communautaire wetgeving of onder gemeenschappelijke Europese normen betreffende kredietinstellingen en betreffende consumentenkredieten op het stuk van risicobeoordeling van cliënten en/of informatievereisten, zijn de verplichtingen van dit artikel niet eveneens van toepassing op deze dienst.
  § 10. De gereglementeerde ondernemingen met een vergunning om orders voor rekening van cliënten uit te voeren, passen procedures en regelingen toe die een onmiddellijke, billijke en vlotte uitvoering van orders van cliënten garanderen ten opzichte van orders van andere cliënten of de handelsposities van de gereglementeerde onderneming.
  Deze procedures of regelingen moeten een gereglementeerde onderneming in staat stellen om overigens vergelijkbare orders van cliënten in de volgorde van het tijdstip van ontvangst uit te voeren.
  § 11. De Koning bepaalt, op advies van de CBFA en na open raadpleging, nadere regels ter uitvoering van de in §§ 1 tot 10 bepaalde gedragsregels, inzonderheid teneinde de uit de Richtlijnen 2004/39/EG en 2006/73/EG voortvloeiende verplichtingen te na te leven. Hij kan inzonderheid verschillende regels bepalen naargelang het gaat om professionele of niet-professionele cliënten.
  § 12. De Koning kan tevens, op advies van de CBFA en na open raadpleging, aanvullende gedragsregels bepalen met het oog op de bescherming van de belegger en de goede werking van de markt.

  Art. 28. <KB 2007-04-27/85, art. 23, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007> § 1. In het kader van de op haar toepasselijke bedrijfsuitoefenings voorwaarden neemt de gereglementeerde onderneming bij het uitvoeren van orders, overeenkomstig de bepalingen van § 2 tot § 6, alle redelijke maatregelen om het best mogelijke resultaat voor haar cliënten te behalen, rekening houdend met de prijs, de kosten, de snelheid, de waarschijnlijkheid van uitvoering en afwikkeling, de omvang, de aard van het order en alle andere voor de uitvoering van de order relevante aspecten. In geval van een specifieke instructie van de cliënt is de gereglementeerde onderneming evenwel verplicht de order volgens die specifieke instructie uit te voeren.
  § 2. De gereglementeerde onderneming bepaalt en handhaaft doeltreffende regelingen om aan § 1 te voldoen. Zij bepaalt en past inzonderheid een beleid inzake orderuitvoering toe dat haar in staat stelt om voor de orders van haar cliënten het best mogelijke resultaat te behalen overeenkomstig het bepaalde in § 1.
  § 3. Het orderuitvoeringsbeleid omvat voor elke klasse van instrumenten, informatie over de verschillende plaatsen waar de gereglementeerde onderneming de orders van haar cliënten uitvoert en de factoren die de keuze van de plaats van uitvoering beïnvloeden. Het omvat ten minste de plaatsen van uitvoering die de gereglementeerde onderneming in staat stellen om consistent het best mogelijke resultaat voor de uitvoering van orders van cliënten te behalen.
  De gereglementeerde onderneming verstrekt haar cliënten deugdelijke informatie over haar orderuitvoeringsbeleid. De gereglementeerde onderneming verkrijgt vooraf de instemming van haar cliënten met haar orderuitvoeringsbeleid.
  Wanneer het orderuitvoeringsbeleid voorziet in de mogelijkheid om orders buiten een gereglementeerde markt of een MTF uit te voeren, brengt de gereglementeerde onderneming haar cliënten of potentiële cliënten met name van deze mogelijkheid op de hoogte. De gereglementeerde onderneming behoeft de uitdrukkelijke toestemming van haar cliënten alvorens orders van cliënten buiten een gereglementeerde markt of een MTF uit te voeren. De gereglementeerde onderneming kan deze toestemming hetzij in de vorm van een algemene overeenkomst, hetzij met betrekking tot afzonderlijke transacties verkrijgen.
  § 4. De gereglementeerde onderneming houdt toezicht op de doeltreffendheid van haar regelingen en beleid voor orderuitvoering om in voorkomend geval mogelijke tekortkomingen te achterhalen en recht te zetten. Zij gaat inzonderheid op gezette tijden na of de in het orderuitvoeringsbeleid opgenomen plaatsen van uitvoering tot het best mogelijke resultaat voor de cliënt leiden dan wel of zij haar uitvoeringsregelingen moet wijzigen. De gereglementeerde onderneming geeft haar cliënten kennis van wezenlijke wijzigingen in haar orderuitvoeringsregelingen of haar orderuitvoeringsbeleid.
  § 5. De gereglementeerde onderneming toont haar cliënten desgevraagd aan dat zij hun orders heeft uitgevoerd in overeenstemming met het orderuitvoeringsbeleid van de onderneming.
  § 6. De Koning bepaalt, op advies van de CBFA en na open raadpleging, nadere regels ter uitvoering van de §§ 1 tot 5 inzonderheid teneinde de uit de Richtlijnen 2004/39/EG en 2006/73/EG voortvloeiende verplichtingen te na te leven. Hij kan inzonderheid verschillende regels bepalen naargelang het gaat om professionele of niet-professionele cliënten.

  Art. 28bis. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/85, art. 24; Inwerkingtreding : 01-11-2007> § 1. De gereglementeerde onderneming handelt op loyale, billijke en professionele wijze en op een manier die bevorderlijk is voor de integriteit van de markt.
  De Koning kan, op advies van de CBFA en na open raadpleging, nadere regels ter uitvoering van het eerste lid bepalen, inzonderheid teneinde de uit de Richtlijnen 2004/39/EG en 2006/73/EG voortvloeiende verplichtingen na te leven.
  § 2. De gereglementeerde ondernemingen vereffenen hun transacties in vervangbare financiële instrumenten die tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, onderling langs girale weg.

  Art. 28ter.[1 Op advies van de CBFA en na een open raadpleging kan de Koning, door middel van een na overleg in de Ministerraad vastgesteld besluit, bepalen in welke mate de bepalingen van de artikelen 26, 27, 28 en 28bis en de ter uitvoering van die artikelen genomen bepalingen van toepassing zijn op andere gereglementeerde ondernemingen in de zin van artikel 49bis, § 1, 3°, van de wet van 22 maart 1993, op een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, op een verzekeringstussenpersoon in de zin van artikel 1, 3°, van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en de herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, waarbij Hij het feit dat verzekeringscontracten aan cliënten worden aangeboden in aanmerking neemt. De Koning kan hierbij rekening houden met de stand van de harmonisatie van de betrokken reglementering binnen de Europese Gemeenschap.
   Een met toepassing van het eerste lid genomen besluit verliest alle uitwerking zo het uiterlijk 24 maanden na de datum van inwerkingtreding ervan, niet bij wet wordt bekrachtigd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2010-07-02/17, art. 3, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>

  Art. 29.Op advies van de (CBFA) en na open raadpleging kan de Koning : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° gedragsregels bepalen die de bieders moeten naleven bij de berichtgeving over en de uitvoering van openbare aanbiedingen tot verkoop van of inschrijving op financiële instrumenten in België, al dan niet in combinatie met de toelating van deze instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;
  2° gedragsregels bepalen die de financiële tussenpersonen moeten in acht nemen wanneer zij tussenkomen in de verrichtingen bedoeld in 1° in de hoedanigheid van lead manager of lid van een syndicaat tot vaste overname of plaatsing;
  3° voorschrijven dat de ondernemingen en organismen naar Belgisch recht waarvan financiële instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of op enige andere Belgische of buitenlandse markt voor financiële instrumenten door de Koning aangeduid met toepassing van artikel 25, § 3, of waarvan de toelating tot de verhandeling op een dergelijke markt wordt aangevraagd, een gedragscode moeten opstellen met betrekking tot de verrichtingen die hun mandatarissen en personeelsleden kunnen uitvoeren in de (relevante financiële instrumenten in de zin van artikel 25, § 3), alsmede minimumregels bepalen die in dergelijke code moeten worden opgenomen. <KB 2005-08-24/42, art. 6, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  (4° volgens de nadere regels die Hij bepaalt, de overdraagbaarheid beperken van financiële instrumenten die zijn verworven buiten het kader van een openbare aanbieding tot verkoop of inschrijving, onder de voorwaarden die Hij vastlegt, en voor een periode die Hij bepaalt en die voorafgaat aan de eerste toelating van die instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of een Belgische MTF.) <W 2007-05-02/31, art. 45, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
  [1 5° regels bepalen die marktdeelnemers moeten naleven bij de handel in financiële instrumenten in de zin van artikel 25, § 3, 1°, ter verbetering van de transparantie en de goede werking van de financiële markten, waarbij Hij rekening kan houden met de stand van de harmonisatie van de betrokken reglementering binnen de Europese Gemeenschap.]1
  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 4, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>

  Art. 30. De (CBFA) kan : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° in individuele gevallen, en mits passende, regelmatige en niet nominatieve bekendmaking van het gevolgde afwijkingsbeleid, afwijkingen toestaan van de (voorschriften bepaald door of krachtens de artikelen 26 tot 29), indien zij van oordeel is dat de betrokken bepalingen niet zijn afgestemd op de activiteiten of de toestand van de betrokken financiële tussenpersoon, emittent of bieder en op voorwaarde dat deze tussenpersoon, emittent of bieder passende alternatieve maatregelen neemt die een gelijkwaardige bescherming van de belangen van de beleggers en de marktintegriteit bieden; <KB 2007-04-27/85, art. 25, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  2° bij reglement, op basis van de beste praktijken op de internationale financiële markten, de voorwaarden bepalen waaronder courante marktpraktijken, inzonderheid inzake koersstabilisatie, verrichtingen die ertoe strekken de liquiditeit van een financieel instrument te verzekeren, communicaties met financiële analisten, programma's van inkoop van eigen aandelen en het onderzoek van informatie met het oog op de verwerving van deelnemingen in beursgenoteerde vennootschappen, al dan niet een inbreuk vormen op de (voorschriften bepaald door of krachtens de artikelen 26 tot 29); <KB 2007-04-27/85, art. 25, 2°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  3° voor de toepassing van artikel 25, § 1, 2°, bij reglement bepalen aan welke voorwaarden een order voor of een transactie op een gereglementeerde markt (of op een enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem zoals bedoeld in artikel 15 en door de Koning aangeduid overeenkomstig artikel 25, § 3, 1°,) moet voldoen om in overeenstemming te zijn met (gebruikelijke marktpraktijken) op de betrokken markt. (Op advies van de CBFA bepaalt de Koning de procedure die de CBFA hierbij moet volgen en de criteria die zij hierbij in aanmerking moet nemen.) <KB 2005-08-24/42, art. 7, 2°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>

  Onderafdeling 4. [1 Voorrecht van de gekwalificeerde tussenpersonen en van de verrekenings- en vereffeningsinstellingen en spelexceptie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 211, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 31.
  § 1. De gekwalificeerde tussenpersonen hebben een voorrecht (van dezelfde rang als dat van de pandhoudende schuldeiser,) op de financiële instrumenten, gelden en deviezen : <W 2004-12-15/39, art. 30, 012; Inwerkingtreding : 01-02-2005>
  1° die hun door hun cliënten zijn overhandigd om de dekking te vormen voor de uitvoering van transacties in financiële instrumenten, voor inschrijvingen op financiële instrumenten of voor termijnverrichtingen op deviezen;
  2° die zij houden ingevolge de uitvoering van transacties in financiële instrumenten of van termijnverrichtingen op deviezen of ingevolge de hun opgedragen vereffening van transacties in financiële instrumenten, van inschrijvingen op financiële instrumenten of van termijnverrichtingen op deviezen die door hun cliënten rechtstreeks zijn verricht. Dit voorrecht waarborgt elke schuldvordering van de gekwalificeerde tussenpersoon ontstaan naar aanleiding van deze transacties, verrichtingen of vereffeningen bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de schuldvorderingen ontstaan uit leningen of voorschotten.
  § 2. De verrekenings- of vereffeningsinstellingen hebben een voorrecht op de financiële instrumenten, gelden, deviezen en andere rechten die zij op een rekening aanhouden als eigen tegoed van een deelnemer in het verrekenings- of vereffeningssysteem dat zij beheren. Dit voorrecht waarborgt elke vordering van de instelling op de deelnemer die is ontstaan naar aanleiding van de verrekening of vereffening van inschrijvingen op financiële instrumenten of van transacties in financiële instrumenten of termijnverrichtingen op deviezen, met inbegrip van de schuldvorderingen ontstaan uit leningen of voorschotten. Dezelfde instellingen hebben eveneens een voorrecht op de financiële instrumenten, gelden, deviezen en andere rechten die zij op een rekening aanhouden als tegoed van cliënten van een deelnemer in het verrekenings- of vereffeningssysteem dat zij beheren. Dit voorrecht waarborgt uitsluitend de vorderingen van de instelling op de deelnemer die zijn ontstaan naar aanleiding van de verrekening of de vereffening van inschrijvingen op financiële instrumenten of van transacties in financiële instrumenten of termijnverrichtingen op deviezen uitgevoerd door de deelnemer voor rekening van cliënten, met inbegrip van de schuldvorderingen ontstaan uit leningen of voorschotten.
  § 3. De onderwerping van financiële instrumenten aan het stelsel van vervangbaarheid belet de uitoefening van de voorrechten bedoeld in §§ 1 en 2 niet.
  § 4. Onverminderd de meer specifieke bepalingen eigen aan de gereglementeerde markten die bij of krachtens de wet zijn vastgesteld, zijn de gekwalificeerde tussenpersonen en de verrekenings- of vereffeningsinstellingen gemachtigd om, bij gebreke van betaling van de schuldvorderingen gewaarborgd door het door de §§ 1 en 2 bepaalde voorrecht, van rechtswege, zonder ingebrekestelling en zonder voorafgaandelijke gerechtelijke beslissing, over te gaan :
  1° tot de tegeldemaking van financiële instrumenten en termijnverrichtingen op deviezen waarop dit voorrecht slaat;
  2° tot de schuldvergelijking van iedere schuldvordering op hun cliënten of deelnemers met de op een rekening geplaatste gelden of deviezen die onderworpen zijn aan hetzelfde voorrecht;
  3° tot de uitoefening, in de plaats van de titularis, van de andere rechten bedoeld in § 2.
  De tegeldemaking van de in het eerste lid, 1°, bedoelde financiële instrumenten en termijnverrichtingen op deviezen dient te gebeuren tegen de meest voordelige prijs en binnen de kortst mogelijke termijnen, rekening houdend met het volume van de transacties of verrichtingen. Het recht van tegeldemaking bedoeld in het eerste lid, 1°, laat eveneens toe tot de sluiting over te gaan van open posities ingevolge de verkoop of aankoop van een optie of futurescontract of ingevolge de uitvoering van een termijnverrichting op deviezen.
  De opbrengst van de tegeldemaking van de financiële instrumenten en de termijnverrichtingen op deviezen bedoeld in het eerste lid, 1°, en de opbrengst voortkomend uit de uitoefening van de andere in het eerste lid, 3°, bedoelde rechten worden toegerekend, overeenkomstig artikel 1254 van het Burgerlijk Wetboek, op de schuldvordering in hoofdsom, interesten en kosten van de gekwalificeerde tussenpersoon of de verrekenings- of vereffeningsinstelling die het voorrecht uitoefent, na uitvoering van de schuldvergelijking bedoeld in het eerste lid, 2°. Het eventuele saldo in het voordeel van de cliënt of de deelnemer wordt zo spoedig mogelijk aan de rechthebbende teruggegeven, onder voorbehoud van elk ander recht dat de gekwalificeerde tussenpersoon of de verrekenings- of vereffeningsinstelling op dit saldo kan laten gelden.
  De uitoefening van de rechten toegekend aan de gekwalificeerde tussenpersonen of de verrekenings- of vereffeningsinstellingen krachtens deze paragraaf wordt niet geschorst door het faillissement, [1 de gerechtelijke reorganisatie]1 of de collectieve schuldenregeling van de cliënt of de deelnemer, noch doordat zich enig ander geval van samenloop tussen zijn schuldeisers voordoet.
  § 5. (Voor het plaatsen van financiële instrumenten door een financiële tussenpersoon op een rekening bij een gekwalificeerde tussenpersoon of bij een instelling als bedoeld in § 1 of § 2, waardoor deze instrumenten worden onderworpen aan het voorrecht van deze tussenpersoon of instelling, is de toestemming van de cliënt vereist als bedoeld in artikel 77bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen). Deze bepaling doet geen afbreuk aan rechten die derden te goeder trouw op de financiële instrumenten hebben verworven. <KB 2007-04-27/85, art. 26, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  ----------
  (1)<KB 2010-12-19/15, art. 36, 044; Inwerkingtreding : 03-02-2011>

  Art. 32. Artikel 1965 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de transacties in financiële instrumenten die op een gereglementeerde markt of op enige andere markt voor financiële instrumenten aangeduid door de Koning op advies van de (CBFA), worden uitgevoerd met tussenkomst van een gekwalificeerde tussenpersoon of met een dergelijke tussenpersoon als tegenpartij, zelfs indien deze transacties worden vereffend door betaling van het prijsverschil. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Afdeling 8. - Toezicht door de (CBFA). <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 33.De [CBFA] ziet toe op de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk, [1 onverminderd de bevoegdheden toegekend aan de Bank bij de artikelen 8, 63 en 64 van de organieke wet van de Bank]1. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 212, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Art. 34.<W 2007-05-02/31, art. 46, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> § 1. Voor de uitvoering van haar toezichtsopdracht bedoeld in artikel 33 of om tegemoet te komen aan verzoeken om samenwerking vanwege bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, beschikt de CBFA 1° ten aanzien van de financiële tussenpersonen, leden van een Belgische gereglementeerde markt of MTF, [1 markthouders als bedoeld in artikel 16 van het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten,]1 marktondernemingen, MTF's, verrekenings- of vereffeningsinstellingen, met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen en emittenten van financiële instrumenten over de volgende bevoegdheden :
  a) zij kan zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen, met inbegrip van informatie en documenten die betrekking hebben op de relaties tussen de tussenpersoon en een bepaalde cliënt;
  b) zij kan ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk document, gegevensbestand en registratie, en toegang hebben tot elk informaticasysteem;
  c) zij kan de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen van deze entiteiten, op kosten van deze entiteiten, om bijzondere verslagen vragen over de door haar aangegeven onderwerpen; daarnaast kan zij commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen belaste personen van emittenten van financiële instrumenten, op kosten van deze emittenten, periodieke verslagen vragen over de door haar aangegeven onderwerpen;
  d) wanneer deze entiteiten in België gevestigd zijn, kan de CBFA vereisen dat zij haar alle nuttige informatie en documenten bezorgen met betrekking tot ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep en in het buitenland zijn gevestigd;
  2° ten aanzien van de bedrijfsleiding van emittenten van financiële instrumenten, de personen die onder de controle van emittenten van financiële instrumenten staan of die controle uitoefenen over emittenten van financiële instrumenten, de personen die zonder toestemming van een emittent om toelating van zijn financiële instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een MTF hebben verzocht, alsook de commissarissen of de met de controle van de jaarrekeningen van deze emittenten belaste personen, over de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen bezorgen;
  3° ten aanzien van emittenten van financiële instrumenten over de bevoegdheid om te bevelen de onder 1°, a), bedoelde informatie aan het publiek openbaar te maken op de wijze en binnen de termijnen die zij bepaalt
  § 2. Wanneer dit noodzakelijk is in het kader van haar toezicht op de naleving van de regels inzake marktmisbruik, de informatieverplichtingen van emittenten en de regels inzake gereglementeerde markten, MTF's of andere handelsplatformen, of wanneer zij daartoe wordt verzocht door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, kan de CBFA de verhandeling van een financieel instrument op een onder haar toezicht ressorterende gereglementeerde markt, MTF of enig ander handelsplatform schorsen door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken marktonderneming, beleggingsonderneming of kredietinstelling die daaraan het nodige gevolg geeft.
  Wanneer dit noodzakelijk is in het kader van haar toezicht op de naleving van de informatieverplichtingen van emittenten en de regels inzake gereglementeerde markten, MTF's of andere handelsplatformen, of wanneer zij daartoe wordt verzocht door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, kan de CBFA de verhandeling van een financieel instrument op een onder haar toezicht ressorterende gereglementeerde markt, MTF of enig ander handelsplatform verbieden door middel van een verzoek daartoe aan de betrokken marktonderneming, beleggingsonderneming of kredietinstelling die daaraan het nodige gevolg geeft.
  Wanneer de CBFA de verhandeling van een financieel instrument op een Belgische gereglementeerde markt schorst of verbiedt, maakt zij deze beslissing onmiddellijk openbaar en stelt de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten daarvan in kennis.
  Wanneer de CBFA door een andere bevoegde autoriteit in kennis wordt gesteld van de schorsing van of het verbod op de verhandeling van een financieel instrument op één of meer gereglementeerde markten, schorst of verbiedt de CBFA de verhandeling van dit financieel instrument op één of meer onder haar ressorterende gereglementeerde markten en MTF's, tenzij zulks de belangen van de beleggers of de ordelijke werking van de markt aanzienlijk zou kunnen schaden.
  § 3. De CBFA kan zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen door leden op afstand van een Belgische gereglementeerde markt die in de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn, of bij hen ter plaatse inspecties en expertises verrichten. Wanneer zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, stelt de CBFA de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst hiervan op de hoogte.
  De bevoegde autoriteiten van buitenlandse gereglementeerde markten hebben ten aanzien van in België gevestigde leden op afstand van die markten de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen meedelen, of om bij hen ter plaatse inspecties en expertises te verrichten. Wanneer zij van deze bevoegdheid gebruik maken, stellen zij de CBFA hiervan op de hoogte.
  § 4. Marktondernemingen, beleggingsondernemingen en kredietinstellingen verschaffen de CBFA continue toegang tot de informaticasystemen die de verhandeling van financiële instrumenten mogelijk maken op de gereglementeerde markten en de MTF's die onder het toezicht van de CBFA ressorteren.
  Onverminderd § 1 kan de CBFA verrekenings- en vereffeningsinstellingen, alsmede met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen, verzoeken om haar periodiek informatie te verschaffen over transacties in financiële instrumenten die toegelaten zijn tot verhandeling op de gereglementeerde markten en MTF's die onder het toezicht van de CBFA ressorteren, ongeacht of deze transacties op de betrokken markt of handelsfaciliteit zijn uitgevoerd of daarbuiten.
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 213, 045; Inwerkingtreding : onbepaald, te bepalen door de Koning uiterlijk op 31-12-2015>

  Art. 35.<W 2007-05-02/31, art. 47, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> § 1. De CBFA heeft ten aanzien van elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon de bevoegdheid om zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, te doen meedelen en toegang te verkrijgen tot elk document, in welke vorm ook, voor de volgende doeleinden :
  1° [1 om haar toezichtsopdracht bedoeld in artikel 33 uit te oefenen, om toe te zien op de naleving van de artikelen 39 en 40, en om te verifiëren of beleggingsdiensten niet illegaal worden geleverd;]1
  2° om tegemoet te komen aan verzoeken om samenwerking vanwege bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°.
  § 2. De CBFA kan de gerechtelijke overheden verzoeken alle informatie en documenten te verzamelen die nuttig worden geacht voor de in § 1 bedoelde doeleinden. De gerechtelijke overheden delen deze informatie en documenten mee aan de CBFA, met dien verstande dat de informatie en documenten met betrekking tot hangende gerechtelijke procedures niet kunnen worden meegedeeld zonder de uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal.
  De bevoegde procureur-generaal kan weigeren om gevolg te geven aan het in het eerste lid bedoelde verzoek wanneer reeds een gerechtelijke procedure is ingesteld wegens dezelfde feiten en tegen dezelfde personen of wanneer zij reeds definitief wegens dezelfde feiten werden veroordeeld.
  § 3. De financiële tussenpersonen mogen geen verrichtingen in financiële instrumenten uitvoeren voor rekening van of op verzoek van een persoon zonder deze erover te hebben ingelicht dat zij pas kunnen tussenkomen als zij toestemming hebben om de identiteit van die persoon kenbaar te maken aan de CBFA en aan de bevoegde autoriteiten van de buitenlandse gereglementeerde markten waarvan zij lid op afstand zijn.
  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 5, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>

  Art. 36.§ 1. De [CBFA] kan elke in België gevestigde natuurlijke of rechtspersoon bevelen om zich binnen de door haar gestelde termijn te voegen naar sommige bepalingen van dit hoofdstuk of de uitvoeringsbesluiten ervan. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Onverminderd de overige maatregelen bepaald door de wet, kan de [CBFA], indien de persoon tot wie zij een bevel heeft gericht met toepassing van het eerste lid, in gebreke blijft bij afloop van de hem opgelegde termijn, en op voorwaarde dat die persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° haar standpunt met betrekking tot de betrokken inbreuk of tekortkoming bekendmaken;
  2° de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet minder mag bedragen dan 250 euro, noch meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch in het totaal 2.500.000 euro mag overschrijden;
  3° bij een marktonderneming [1 ...]1 waarvan de maatschappelijke zetel in België is gevestigd, een bijzondere commissaris aanstellen van wie de toestemming is vereist voor de handelingen en beslissingen die de [CBFA] bepaalt. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  In spoedeisende gevallen kan de [CBFA] de maatregelen bedoeld in het tweede lid, 1° en 3°, nemen zonder voorafgaand bevel met toepassing van het eerste lid, mits de persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. Onverminderd de overige maatregelen bepaald door de wet, kan de [CBFA], indien zij overeenkomstig de artikelen 70 tot 72 een inbreuk vaststelt op de bepalingen van dit hoofdstuk of de uitvoeringsbesluiten ervan, aan de overtreder een administratieve geldboete opleggen die noch minder mag bedragen dan 2.500 euro, noch voor hetzelfde feit of geheel van feiten meer mag bedragen dan 2.500.000 euro. Wanneer de inbreuk voor de overtreder een vermogensvoordeel heeft opgeleverd, mag dit maximum worden verhoogd tot het tweevoud van het bedrag van dit voordeel en, in geval van recidive, tot het drievoud van dit bedrag. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 214, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 36bis.[1 § 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een gereglementeerde onderneming bedoeld in artikel 26, eerste lid, 1°, 3° en 5°, of een verzekeringsonderneming de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, of § 2, ernstig overtreedt waardoor de belangen van de betrokkenen worden geschaad of wanneer de organisatie van de onderneming ernstige leemten vertoont waardoor de naleving van deze regels niet kan worden verzekerd, kan de FSMA, onverminderd artikel 36, de termijn vaststellen waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
   Indien de in het eerste lid bedoelde onderneming een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een beursvennootschap is, stelt de FSMA de Bank in kennis van de feiten die in hoofde van de betrokken onderneming zijn vastgesteld.
   § 2. Indien de toestand na afloop van deze termijn niet is verholpen, kan de FSMA :
   1° voor de termijn die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de onderneming geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden. In het bijzonder kan zij de onderneming verbieden nog langer bepaalde beleggingsdiensten, bankdiensten of verzekeringsdiensten aan haar cliënteel aan te bieden, dan wel deze diensten nog langer betrekking te laten hebben op bepaalde financiële instrumenten, beleggingsproducten of verzekeringsproducten.
   De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de onderneming of voor derden voortvloeit.
   Indien de FSMA de schorsing of het verbod in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig.
   2° de vervanging gelasten van de betrokken bestuurders of zaakvoerders van de onderneming binnen de termijn die zij, wat de kredietinstellingen, beursvennootschappen en verzekeringsondernemingen betreft, bepaalt na raadpleging van de Bank. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
   3° ingeval een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een beursvennootschap de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, of § 2, op ernstige en stelselmatige wijze overtreedt, de Bank verzoeken om de vergunning te herroepen of, indien het een andere onderneming betreft die onder haar toezicht staat, de vergunning zelf herroepen.
   § 3. Alvorens ten aanzien van een kredietinstelling, beursvennootschap of verzekeringsonderneming maatregelen te treffen met toepassing van § 2, 1° en 2°, stelt de FSMA de Bank in kennis van de maatregelen die zij voornemens is te treffen.
   Vanaf de ontvangst van deze kennisgeving beschikt de Bank over een termijn van tien dagen om zich te verzetten tegen de voorgenomen maatregelen. De Bank kan zich enkel tegen de voorgenomen maatregelen verzetten indien deze van aard zijn de stabiliteit van het financiële stelsel in het gedrang te brengen of indien de FSMA zich voorneemt het bedrijf van de onderneming geheel te schorsen dan wel te verbieden. Na verloop van de termijn van tien dagen wordt de Bank geacht zich niet tegen de voorgenomen maatregelen te verzetten.
   De Bank motiveert de beslissing waarbij zij zich verzet tegen de voorgenomen maatregelen en deelt deze mee aan de FSMA met alle dienstige middelen. De Bank bepaalt de termijn gedurende dewelke de voorgenomen maatregelen niet kunnen worden uitgevoerd, zonder dat deze termijn meer dan 30 dagen mag bedragen. Deze termijn kan worden verlengd mits akkoord van de FSMA.
   Bij gebrek aan een akkoord tussen de Bank en de FSMA stelt de Bank de FSMA voor het verstrijken van de termijn in kennis van het opstarten van de arbitrageprocedure bedoeld in § 4.
   Indien de Bank geen gebruik maakt van de mogelijkheid voorzien in het tweede of vierde lid of indien het arbitragecollege beslist dat de door de FSMA voorgenomen maatregelen de financiële stabiliteit niet in het gedrang brengen, kan de FSMA de betrokken maatregelen treffen in toepassing van § 2.
   § 4. De Bank stelt de arbitrageprocedure in werking door de FSMA hiervan formeel in kennis te stellen. In de kennisgeving vermeldt zij de persoon die zij aanduidt om te zetelen in het arbitragecollege.
   Binnen de vijf werkdagen na ontvangst van deze kennisgeving brengt de FSMA de Bank en de door de Bank aangeduide persoon op haar beurt op de hoogte van de persoon die zij aanduidt om te zetelen in het arbitragecollege.
   Beide aangeduide personen kiezen gezamenlijk binnen de vijf werkdagen een derde persoon om te zetelen in het arbitragecollege. Zij brengen de Bank en de FSMA hiervan op de hoogte.
   De leden van het arbitragecollege bezitten de nodige kennis en ervaring, zowel wat het prudentiële toezicht betreft als wat de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, betreft. Zij mogen niet in een situatie verkeren waarbij zij een persoonlijk of vermogensrechtelijk belang hebben in de betrokken onderneming.
   Zij mogen geen personeelslid of lid van een orgaan van de Bank of de FSMA zijn.
   Binnen de twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving bedoeld in het derde lid kunnen de Bank en de FSMA een aangeduid lid van het arbitragecollege wraken voor zover er ernstige aanwijzingen zijn dat de betrokken persoon niet aan de bovenvermelde voorwaarden beantwoordt.
   In dergelijk geval wordt er binnen de vijf werkdagen een nieuw lid aangeduid volgens de bovenvermelde procedure.
   Het arbitragecollege beslist binnen de maand nadat het volledig samengesteld is.
   De beslissingen van het arbitragecollege zijn bindend en niet vatbaar voor beroep.
   De kosten van de arbitrageprocedure maken deel uit van de werkingskosten van de Bank en de FSMA, telkens ten belope van de helft.
   De modaliteiten, de werking, de vergoedingen van de leden, en de procedures van het arbitragecollege worden bepaald in een protocol dat door de Bank en de FSMA daartoe wordt afgesloten.
   Artikel 74 is van toepassing op de arbiters wat de informatie betreft waarvan zij kennis hebben genomen in het kader van hun opdracht.
   § 5. De Bank kan maar weigeren gevolg te geven aan het conform § 2, 3° geformuleerde verzoek van de FSMA om de vergunning te herroepen, indien die herroeping de stabiliteit van het financiële stelsel in het gedrang kan brengen. De Bank motiveert haar beslissing om geen gevolg te geven aan het verzoek van de FSMA en brengt die beslissing ter kennis van de FSMA binnen vijf dagen. De FSMA kan bij de Minister beroep aantekenen tegen de beslissing van de Bank binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de ontvangst ervan. Zij stelt de Bank hiervan in kennis. De Minister beslist binnen een maand te rekenen vanaf de ontvangst van het dossier. Hij brengt zijn gemotiveerde beslissing ter kennis van de FSMA en de Bank, binnen een termijn van acht dagen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 215 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Art. 37. De dwangsommen en geldboeten opgelegd met toepassing van artikel 36, §§ 1 of 2, worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.

  Art. 37bis. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/85, art. 27; Inwerkingtreding : 31-05-2007> De CBFA staat in voor de taken als bevoegde autoriteit waarvan sprake in de verordening 1287/2006 en ziet toe op de naleving van deze verordening. De bepalingen van deze afdeling, artikel 41, 3°, en de afdelingen 6 en 7 van hoofdstuk III, zijn van overeenkomstige toepassing.

  Afdeling 9. - Strafsancties.

  Art. 38. Worden schuldig bevonden aan oplichting en gestraft met de straffen bepaald in artikel 496 van het Strafwetboek, zij die, door misbruik te maken van de zwakheid of onwetendheid van anderen, transacties in financiële instrumenten uitvoeren tegen een prijs of onder voorwaarden die klaarblijkelijk niet in verhouding staan tot de reële waarde van deze instrumenten.

  Art. 39. § 1. Worden gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar en met een geldboete van 300 euro tot 10.000 euro, zij die, door om het even welk bedrieglijk middel, transacties hebben uitgevoerd of hebben gepoogd uit te voeren, orders hebben geplaatst of hebben gepoogd te plaatsen, of informatie of geruchten hebben verspreid of hebben gepoogd te verspreiden, die :
  1° valse of misleidende aanwijzingen geven of kunnen geven betreffende het aanbod van, de vraag naar of de koers van een financieel instrument;
  2° de activiteit op de markt, de koers van een financieel instrument, het transactievolume van een financieel instrument of het niveau van een marktindex kunstmatig of abnormaal beïnvloeden of kunnen beïnvloeden.
  § 2.
  § 1 is van toepassing op de in dezelfde paragraaf bedoelde handelingen :
  1° die betrekking hebben op financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem bedoeld in artikel 15 en door de Koning aangeduid op advies van de (CBFA), of waarvan de toelating tot de verhandeling op een dergelijke markt of systeem wordt aangevraagd, ongeacht of de betrokken handelingen in België of in het buitenland zijn gesteld (en ongeacht of de betrokken transacties worden uitgevoerd op de betrokken markt of daarbuiten); <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <KB 2005-08-24/42, art. 8, 1°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  2° die betrekking hebben op financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een buitenlandse gereglementeerde markt of op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem ingericht in het buitenland en door de Koning aangeduid op advies van de (CBFA), of waarvan de toelating tot de verhandeling op een dergelijke markt of systeem wordt aangevraagd, voor zover de betrokken handelingen in België zijn gesteld, ongeacht of de betrokken transacties worden uitgevoerd op de relevante markt of daarbuiten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 40.§ 1. Aan de personen die over voorkennis beschikken :
  1° wegens hun hoedanigheid van lid van een beheers-, bestuurs- of toezichtsorgaan van de emittent van het betrokken financieel instrument of van een vennootschap die nauwe banden heeft met die emittent; of
  2° wegens hun deelneming in het kapitaal van de emittent; of
  3° wegens hun toegang tot de informatie door hun werk, beroep of functies,
  en die weten of redelijkerwijze moeten weten dat de betrokken informatie voorkennis uitmaakt,
  is het verboden om gebruik te maken van deze voorkennis door, voor eigen of voor andermans rekening, rechtstreeks of onrechtstreeks, het financieel instrument waarop deze voorkennis betrekking heeft, (...) te verkrijgen of te vervreemden of te pogen deze te verkrijgen of te vervreemden. <KB 2005-08-24/42, art. 8, 2°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  De in het eerste lid vastgestelde verbodsbepaling geldt eveneens :
  1° voor iedere persoon die over de voorkennis beschikt omwille van zijn criminele activiteiten;
  2° in het geval van een vennootschap of andere rechtspersoon, voor de natuurlijke personen die betrokken zijn in de beslissing om een transactie uit te voeren of een order te plaatsen voor rekening van de betrokken rechtspersoon;
  3° voor beleggingsvennootschappen, vennootschappen voor belegging in schuldvorderingen en beheersvennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, voor de leden van de organen van deze vennootschappen en voor hun personeelsleden, die over voorkennis beschikken betreffende een financieel instrument in de portefeuille van de betrokken vennootschap of instelling.
  § 2. Het is de personen die zijn onderworpen aan de in § 1 vastgestelde verbodsbepaling, verboden :
  1° om de voorkennis aan iemand anders mede te delen, tenzij dit gebeurt binnen het kader van de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie;
  2° om op grond van de voorkennis iemand anders aan te bevelen om de financiële instrumenten waarop deze voorkennis betrekking heeft (...) te verkrijgen of te vervreemden of door anderen te doen verkrijgen of vervreemden. <KB 2005-08-24/42, art. 8, 2°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  § 3. De in §§ 1 en 2 vastgestelde verbodsbepalingen gelden voor elke persoon, buiten deze bedoeld in die paragrafen, die bewust over informatie beschikt waarvan hij weet of redelijkerwijze moet weten dat zij voorkennis uitmaakt en rechtstreeks of onrechtstreeks afkomstig is van een in § 1 of § 2 bedoelde persoon.
  § 4. De in §§ 1, 2 en 3 vastgestelde verbodsbepalingen zijn van toepassing op de in dezelfde paragrafen bedoelde handelingen :
  1° die betrekking hebben op financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem bedoeld in artikel 15 en door de Koning aangeduid op advies van de (CBFA), of waarvan de toelating tot de verhandeling op een dergelijke markt of systeem wordt aangevraagd, ongeacht of de betrokken handelingen in België of in het buitenland zijn gesteld (en ongeacht of de betrokken transacties worden uitgevoerd op de betrokken markt of daarbuiten); <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <KB 2005-08-24/42, art. 8, 1°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  2° die betrekking hebben op financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een buitenlandse gereglementeerde markt of op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem ingericht in het buitenland en door de Koning aangeduid op advies van de (CBFA), of waarvan de toelating tot de verhandeling op een dergelijke markt of systeem wordt aangevraagd, voor zover de betrokken handelingen in België zijn gesteld, ongeacht of de betrokken transacties worden uitgevoerd op de relevante markt of daarbuiten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (3° die betrekking hebben op financiële instrumenten die niet toegelaten zijn tot de verhandeling op de in 1° of 2° van het voorgaande lid bedoelde markten of alternatieve verhandelingssystemen, maar waarvan de waarde afhankelijk is van een financieel instrument als bedoeld in 1° of 2° van het voorgaande lid.) <KB 2005-08-24/42, art. 8, 3°, 016; Inwerkingtreding : 19-09-2005>
  § 5. De in §§ 1, 2 en 3 vastgestelde verbodsbepalingen gelden niet voor verrichtingen die in het kader van het monetair beleid, het wisselkoersbeleid of het beheer van de overheidsschuld worden gedaan door een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, door het Europees stelsel van centrale banken, door de [1 Bank]1 of enige andere nationale centrale bank van de andere Lidstaten van de Europese Economisch Ruimte, door het Rentenfonds, (...), door de gemeenschappen, gewesten, Franse Gemeenschapscommissie, provincies, gemeenten en agglomeraties en federaties van gemeenten of door ieder persoon die handelt voor rekening van één van voornoemde personen. <W 2005-12-23/31, art. 52, 017; Inwerkingtreding : 30-12-2005>
  § 6. Worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot één jaar en met een geldboete van 50 euro tot 10.000 euro, de personen die de bepalingen van §§ 1, 2 of 3 overtreden.
  De overtreder kan bovendien worden veroordeeld tot betaling van een som die overeenstemt met maximum het drievoud van het bedrag van het vermogensvoordeel dat hij rechtstreeks of onrechtstreeks uit de overtreding heeft behaald. Deze som wordt geïnd als een geldboete.
  § 7. De gerechtelijke overheden kunnen van de (CBFA) alle nuttige informatie of documenten vereisen voor de opsporing of vervolging van een inbreuk op §§ 1, 2 of 3. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Zij kunnen in elke stand van de procedure het advies van de (CBFA) vragen. Dit advies wordt verstrekt binnen 45 dagen, behalve in geval van verlenging van deze termijn door de gerechtelijke overheid die erom heeft verzocht. Het ontbreken van het advies binnen deze eventueel verlengde termijn tast de geldigheid van de procedure niet aan. Een kopie van het verzoek om advies en een kopie van het verstrekte advies worden bij het dossier van de procedure gevoegd. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 8. De (CBFA) zorgt met de overige bevoegde autoriteiten van de Europese Economische Ruimte, aangeduid krachtens artikel 8, § 1, van richtlijn 89/592/EEG van de Raad van 13 november 1989 tot coördinatie van de voorschriften inzake transacties van ingewijden, voor de nodige samenwerking voor de uitvoering van hun opdrachten. Te dien einde deelt de (CBFA) aan deze overheden alle vereiste informatie mee, met inbegrip van informatie betreffende handelingen die verboden zijn door het recht van de Staat van de overheid die de aanvraag indient met toepassing van de artikelen 5 en 6, tweede zin, van dezelfde richtlijn, zelfs indien die handelingen niet naar Belgisch recht zijn verboden. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De (CBFA) kan met de bevoegde autoriteiten van derde Staten vertrouwelijke informatie uitwisselen en samenwerkingsakkoorden afsluiten inzake de strijd tegen misbruik van voorkennis teneinde op de meest doeltreffende wijze elke nodige samenwerking voor de uitvoering van haar opdracht te waarborgen, op voorwaarde dat die autoriteiten gebonden zijn aan een gelijkwaardig beroepsgeheim als bedoeld in artikel 74.
  Wanneer de (CBFA) een verzoek tot informatie ontvangt van een buitenlandse autoriteit bedoeld in het eerste en tweede lid, <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° verzamelen de ondervraagde gerechtelijke overheden op verzoek van de (CBFA) alle informatie en documenten die nuttig worden geacht voor de opstelling van haar antwoord, en delen zij deze mee aan de (CBFA), met dien verstande dat de informatie en documenten met betrekking tot gerechtelijke procedures niet kunnen worden meegedeeld zonder de uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal of de auditeur-generaal; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° bezorgt de cel voor financiële informatieverwerking aan de (CBFA), op haar bijzonder gemotiveerd verzoek, alle informatie en documenten die nuttig worden geacht voor de opstelling van haar antwoord, met betrekking tot de informatie die aan de cel wordt bezorgd door de instellingen en personen bedoeld in de artikelen 2 en 2bis van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, krachtens de artikelen 12 tot 15, § 1, van dezelfde wet. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De (CBFA) kan weigeren om gevolg te geven aan een verzoek om informatie wanneer de mededeling ervan de Belgische soevereiniteit, veiligheid of openbare orde in het gedrang zou kunnen brengen. De bevoegde procureur-generaal of auditeur-generaal bij het Militair Gerechtshof en de (CBFA) kunnen eveneens weigeren om gevolg te geven aan een verzoek om informatie wanneer in België reeds een gerechtelijke procedure is ingesteld wegens dezelfde feiten en tegen dezelfde personen of wanneer zij in België reeds definitief wegens dezelfde feiten werden veroordeeld. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Onverminderd de verplichtingen die op de (CBFA) rusten in gerechtelijke procedures van strafrechtelijke aard, mag zij de informatie die zij ontvangt van de autoriteiten bedoeld in het eerste en tweede lid, enkel gebruiken voor haar toezicht op de naleving van dit artikel en in het kader van de administratieve of gerechtelijke procedures die daarop betrekking hebben. Wanneer de autoriteit die informatie heeft verstrekt, er evenwel in toestemt, mag de (CBFA) deze informatie voor andere doeleinden gebruiken of overleggen aan de bevoegde autoriteiten van andere Staten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 1, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 41.Worden gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot één jaar en een geldboete van 50 euro tot 10.000 euro of met één van deze straffen alleen :
  1° [2 ...]2
  2° zij die inbreuk plegen op de bepalingen die zijn vastgesteld met toepassing van de artikelen 13, § 2, 15, 22 en 23 en door de Koning in de betrokken besluiten zijn aangeduid;
  3° zij die de onderzoeken en expertises van de [CBFA] krachtens dit hoofdstuk verhinderen of haar bewust onjuiste of onvolledige informatie verstrekken; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  4° diegenen die in België activiteiten uitoefenen van een gereglementeerde markt of van een marktonderneming, zonder daartoe erkend te zijn;
  [1 5° zij die informatie of geruchten verspreiden, via de media, het internet of om het even welk ander kanaal, die onjuiste of misleidende signalen geven of kunnen geven over de toestand, inzonderheid de financiële toestand, van een kredietinstelling, verzekeringsonderneming, beleggingsonderneming of vereffeningsinstelling of daarmee gelijkgestelde instelling, die van aard zijn haar financiële stabiliteit in het gedrang te brengen, terwijl zij wisten of hadden moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was.]1
  ----------
  (1)<W 2010-06-02/10, art. 11, 040; Inwerkingtreding : 24-06-2010>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 216, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 42. De inbreuken op artikel 7, § 6, worden bestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.

  Art. 43. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en van artikel 85, van toepassing op de inbreuken bedoeld in de artikelen 38 tot 42.

  Afdeling 10. - Internationale samenwerking inzake bestrijding van marktmisbruik. <Ingevoegd bij KB 2005-08-24/42, art. 9; Inwerkingtreding : 19-09-2005>

  Art. 43bis. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/85, art. 28, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>

  HOOFDSTUK III. - Commissie voor het Bank- en Financiewezen.

  Afdeling 1. - Algemene bepalingen.

  Art. 44. De (CBFA) is een autonome instelling met rechtspersoonlijkheid en met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 45.[1 § 1. De FSMA heeft als opdracht, overeenkomstig deze wet en de bijzondere wetten die op haar van toepassing zijn :
   1° toe te zien op de naleving van de regels die de bescherming van de belangen van de belegger beogen bij verrichtingen in financiële instrumenten en op de naleving van de regels die de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markten voor financiële instrumenten moeten waarborgen en meer in het bijzonder op de regels bedoeld in hoofdstuk II;
   2° het toezicht te verzekeren op :
   a. de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en de wisselkantoren;
   b. de instellingen voor collectieve belegging;
   c. de ondernemingen en de verrichtingen bedoeld in de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
   d. (NOTA : zie TOEKOMSTIG RECHT)
   e. de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen bedoeld in de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen;
   f. de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten bedoeld in de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
   g. de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening bedoeld in de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
   3° toe te zien op de naleving door de kredietinstellingen, de verzekeringsondernemingen, de beursvennootschappen, de verrekeningsinstellingen, de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen, van de volgende bepalingen, voor zover die op hen van toepassing zijn :
   a. hoofdstuk II, en de ter uitvoering ervan genomen besluiten;
   b. de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;
   c. de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen;
   d. de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
   e. de artikelen 3bis, 9, § 1, eerste lid, laatste zin, 11, 3°, 6° en 8°, 19, § 1, 19bis, 19ter, 20, 21octies, § 1 en § 2, derde lid, 28ter tot 28decies, 64, § 2, 65, 76 en 77 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en hun uitvoeringsbepalingen;
   f. artikel 14bis van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de artikelen 20 en 20bis van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en de artikelen 62 en 62bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen;
   g. artikel 77bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;
   4° toe te zien op de naleving van :
   a. Titel II, hoofdstuk 1, afdeling 4 van de programmawet (I) van 24 december 2002 betreffende de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen;
   b. de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
   5° bij te dragen tot de naleving van de regels bedoeld om de spaarders en de beleggers te beschermen tegen het onwettelijk aanbod of de illegale levering van financiële producten of diensten;
   6° bij te dragen tot de financiële vorming van de spaarders en de beleggers.
   Op advies van de Bank en de FSMA, en om met name rekening te houden met de stand van de Europese reglementering ter zake, kan de Koning voor de uitvoering van de bepalingen bedoeld in het eerste lid, 3°, en voor het toezicht door de FSMA op de naleving van die bepalingen door de instellingen of personen bedoeld in het eerste lid, 2° of 3°, een onderscheid maken tussen professionele en niet-professionele belanghebbende partijen of tussen sommige categorieën van professionele belanghebbende partijen onderling.
   In afwijking van de punten 3°, b, c, e en f van het eerste lid, behoort het toezicht op de maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in de artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, alsook op hun verrichtingen, tot de bevoegdheden van de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.
   § 2. Teneinde de loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen te bevorderen kan de Koning, op advies van de FSMA en de Bank, voor de instellingen en personen bedoeld in § 1, eerste lid, 2° en 3°, de regels bedoeld in § 1, eerste lid, 3°, uitbreiden met bepalingen die betrekking hebben op :
   - de informatieverplichtingen aan de belanghebbende partijen;
   - de contractuele verplichtingen en voorwaarden;
   - de verplichting de belangen van de cliënten optimaal te verzorgen (zorgplicht);
   - regelingen inzake de voordelen die verband houden met de verstrekte diensten;
   - het verstrekken van diensten via internet;
   - de publiciteitsregels;
   - de klachtenbehandeling;
   - transparantie over prijzen, vergoedingen en kosten;
   - toegankelijkheid van de verstrekte diensten.
   Hij kan inzonderheid verschillende regels bepalen naargelang het gaat om professionele of niet-professionele belanghebbende partijen of tussen sommige categorieën van professionele belanghebbende partijen onderling.
   § 3. Voor de toepassing van dit artikel worden met " belanghebbende partijen " bedoeld, de cliënten en potentiële cliënten van de betrokken ondernemingen, de verzekeringsnemers, de verzekerden en de begunstigden van de bij de verzekeringsondernemingen afgesloten verzekeringsovereenkomsten.
   § 4. De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de in § 1, eerste lid, 3°, f en g, vermelde regels of de krachtens § 2 opgelegde verplichtingen niet worden nageleefd.]1
  
  [
  TOEKOMSTIG RECHT
  [
  Art. 45. [1 § 1. De FSMA heeft als opdracht, overeenkomstig deze wet en de bijzondere wetten die op haar van toepassing zijn :
   1° toe te zien op de naleving van de regels die de bescherming van de belangen van de belegger beogen bij verrichtingen in financiële instrumenten en op de naleving van de regels die de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markten voor financiële instrumenten moeten waarborgen en meer in het bijzonder op de regels bedoeld in hoofdstuk II;
   2° het toezicht te verzekeren op :
   a. de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en de wisselkantoren;
   b. de instellingen voor collectieve belegging;
   c. de ondernemingen en de verrichtingen bedoeld in de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
   d. [2 de ondernemingen en de verrichtingen bedoeld in de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet;]2
   e. de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen bedoeld in de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen;
   f. de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten bedoeld in de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
   g. [3 ...]3
   3° toe te zien op de naleving door de kredietinstellingen, de verzekeringsondernemingen, de beursvennootschappen, de verrekeningsinstellingen, de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen, van de volgende bepalingen, voor zover die op hen van toepassing zijn :
   a. hoofdstuk II, en de ter uitvoering ervan genomen besluiten;
   b. de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;
   c. de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen;
   d. de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
   e. de artikelen 3bis, 9, § 1, eerste lid, laatste zin, 11, 3°, 6° en 8°, 19, § 1, 19bis, 19ter, 20, 21octies, § 1 en § 2, derde lid, 28ter tot 28decies, 64, § 2, 65, 76 en 77 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en hun uitvoeringsbepalingen;
   f. artikel 14bis van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de artikelen 20 en 20bis van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en de artikelen 62 en 62bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen;
   g. artikel 77bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;
   4° toe te zien op de naleving van :
   a. Titel II, hoofdstuk 1, afdeling 4 van de programmawet (I) van 24 december 2002 betreffende de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen;
   b. de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
   5° bij te dragen tot de naleving van de regels bedoeld om de spaarders en de beleggers te beschermen tegen het onwettelijk aanbod of de illegale levering van financiële producten of diensten;
   6° bij te dragen tot de financiële vorming van de spaarders en de beleggers.
   Op advies van de Bank en de FSMA, en om met name rekening te houden met de stand van de Europese reglementering ter zake, kan de Koning voor de uitvoering van de bepalingen bedoeld in het eerste lid, 3°, en voor het toezicht door de FSMA op de naleving van die bepalingen door de instellingen of personen bedoeld in het eerste lid, 2° of 3°, een onderscheid maken tussen professionele en niet-professionele belanghebbende partijen of tussen sommige categorieën van professionele belanghebbende partijen onderling.
   In afwijking van de punten 3°, b, c, e en f van het eerste lid, behoort het toezicht op de maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in de artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, alsook op hun verrichtingen, tot de bevoegdheden van de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.
   § 2. Teneinde de loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen te bevorderen kan de Koning, op advies van de FSMA en de Bank, voor de instellingen en personen bedoeld in § 1, eerste lid, 2° en 3°, de regels bedoeld in § 1, eerste lid, 3°, uitbreiden met bepalingen die betrekking hebben op :
   - de informatieverplichtingen aan de belanghebbende partijen;
   - de contractuele verplichtingen en voorwaarden;
   - de verplichting de belangen van de cliënten optimaal te verzorgen (zorgplicht);
   - regelingen inzake de voordelen die verband houden met de verstrekte diensten;
   - het verstrekken van diensten via internet;
   - de publiciteitsregels;
   - de klachtenbehandeling;
   - transparantie over prijzen, vergoedingen en kosten;
   - toegankelijkheid van de verstrekte diensten.
   Hij kan inzonderheid verschillende regels bepalen naargelang het gaat om professionele of niet-professionele belanghebbende partijen of tussen sommige categorieën van professionele belanghebbende partijen onderling.
   § 3. Voor de toepassing van dit artikel worden met " belanghebbende partijen " bedoeld, de cliënten en potentiële cliënten van de betrokken ondernemingen, de verzekeringsnemers, de verzekerden en de begunstigden van de bij de verzekeringsondernemingen afgesloten verzekeringsovereenkomsten.
   § 4. De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de in § 1, eerste lid, 3°, f en g, vermelde regels of de krachtens § 2 opgelegde verplichtingen niet worden nageleefd.]1

  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 217 en 331, 045; Inwerkingtreding : 15-12-2015>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 217 en 331, 045; Inwerkingtreding : onbepaald, door de Koning te bepalen uiterlijk op 31-12-2015>
  (3)<KB 2011-03-03/01, art. 302, 045; Inwerkingtreding : onbepaald, door de Koning te bepalen uiterlijk op 31-12-2015>
  

  Art. 45bis.[1 De FSMA en de Bank kunnen modaliteiten van samenwerking afspreken in de domeinen die zij bepalen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 218 en 331, 045; Inwerkingtreding : onbepaald, door de Koning te bepalen uiterlijk op 31-12-2015>
  

  Art. 46. De (CBFA) is niet bevoegd inzake belastingaangelegenheden. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De (CBFA) doet evenwel bij het gerecht aangifte van de bijzondere mechanismen die door (een onderneming) die onder haar toezicht staat, zijn opgezet met als doel of gevolg fiscale fraude door derden te bevorderen, wanneer zij er kennis van heeft da t deze bijzondere mechanismen voor (de onderneming) zelf als dader, mededader of medeplichtige, een onder het strafrecht vallend fiscaal misdrijf vormen dat strafrechtelijk kan bestraft worden. <KB 2003-03-25/34, art. 1 en 4, 002; ED : 01-01-2004>

  Afdeling 2. - Organen.

  Art. 47.De organen van de [CBFA] zijn de raad van toezicht, [1 de sanctiecommissie,]1 het directiecomité, de [voorzitter van het directiecomité] en de secretaris-generaal. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-04-27/35, art. 162, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 219, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 48.[1 § 1. De opdrachten van de raad van toezicht zijn de volgende :
   1° van gedachten wisselen betreffende algemene aangelegenheden inzake de bevoegdheden opgedragen aan de FSMA, het toezicht op de ondernemingen die onder haar toezicht staan en de ontwikkelingen op het gebied van het toezicht op de Belgische, Europese en internationale financiële markten;
   2° adviezen geven aan het directiecomité aangaande de algemene prioriteiten inzake het toezichtsbeleid van de FSMA;
   3° adviezen verstrekken aan het directiecomité inzake alle aangelegenheden betreffende de voorbereiding en uitvoering van zijn beleid en in verband met alle voorstellen betreffende de toezichtsdomeinen die aan de FSMA zijn toevertrouwd;
   4° op voorstel van het directiecomité en van het auditcomité als bedoeld in het tweede lid, de jaarlijkse begroting, de jaarrekening en het deel van het jaarverslag dat de raad van toezicht aanbelangt, goedkeuren;
   5° aan de Koning, op voorstel van het directiecomité, de algemene regels voorstellen inzake de financiering van de activiteit van de FSMA ten laste van de ondernemingen onderworpen aan haar controle en door retributies ontvangen voor het onderzoek van dossiers betreffende verrichtingen of producten die onder haar toezicht staan;
   6° een advies geven aan de Koning voorafgaand aan de benoemingen bedoeld in de artikelen 49, § 6, 50, § 2 en 51, § 3;
   7° algemeen toezicht uitoefenen op de FSMA.
   Teneinde de toezichtsopdracht bedoeld in het eerste lid, 7°, uit te oefenen, richt de raad uit zijn midden een auditcomité op dat bestaat uit drie leden die gekozen worden uit de leden die geen deelneming in de zin van artikel 13 van het Wetboek van Vennootschappen mogen bezitten in een onderneming die onder het permanente toezicht van de FSMA staat, noch een functie of een mandaat mogen uitoefenen in een onderneming die onder het permanente toezicht van de FSMA staat of in een beroepsvereniging die de ondernemingen vertegenwoordigt die onder het toezicht van de FSMA staan.
   Het auditcomité neemt kennis van de interneauditverslagen en van het gevolg dat eraan gegeven is door het directiecomité.
   Het deelt de voorzitter van het directiecomité elke nuttige aanbeveling mee.
   Het onderzoekt het budget en de jaarrekening in ontwerpvorm zoals opgesteld door het directiecomité alvorens ze door de raad worden goedgekeurd.
   Het brengt jaarlijks verslag uit bij de raad.]1
   [2 § 2. De raad is samengesteld uit tien tot veertien leden die geen deel uitmaken van het directiecomité, noch van het personeel van de FSMA. De leden worden door de Koning benoemd, op gezamenlijke voordracht van de minister bevoegd voor Financiën, de minister bevoegd voor Economie en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. In de loop van hun mandaat mogen de voorzitter van de raad van toezicht en tenminste de helft van de overige leden noch, in een onderneming onderworpen aan het permanente toezicht van de FSMA, een deelneming aanhouden in de zin van artikel 13 van het Wetboek van vennootschappen, noch een functie of mandaat uitoefenen in een onderneming onderworpen aan het permanente toezicht van de FSMA of in een professionele vereniging die de ondernemingen onderworpen aan het toezicht van de FSMA vertegenwoordigt. Indien een mandaat als lid om onverschillig welke reden openvalt, wordt overgegaan tot de vervanging van dat lid voor de verdere duur van het mandaat. Bij gebreke aan herbenoeming van voldoende leden opdat de raad geldig zou zijn samengesteld, blijven de leden in functie tot de raad voor het eerst in zijn nieuwe samenstelling bijeenkomt.
   De raad telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden.
   Tijdens de vijf jaar die hun benoeming voorafgaan, mogen de leden van de raad van toezicht geen deel hebben uitgemaakt van een ander orgaan van de FSMA dan de raad van toezicht, of van haar personeel.]2
   [1 § 3. De raad komt bijeen telkens wanneer de voorzitter van de raad van toezicht of vier van zijn leden het noodzakelijk achten en ten minste vier maal per jaar. De voorzitter van de raad van toezicht stelt de agenda van de vergaderingen op. De raad kan enkel geldig beslissen indien de meerderheid van zijn leden aanwezig is. De beslissingen worden genomen met meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter van de raad van toezicht doorslaggevend.
   § 4. De Koning bepaalt het bedrag van het presentiegeld toegekend aan de leden en aan de voorzitter van de raad.]1
   [2 § 5. De voorzitter van de raad van toezicht wordt verkozen uit en door de leden van de raad van toezicht.]2
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 220 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 220 en 331, 045; Inwerkingtreding : 03-03-2011>
  

  Art. 48bis.[1 § 1. De sanctiecommissie oordeelt over het opleggen van de administratieve geldboetes door de CBFA [2 ...]2.
   Deze sanctiecommissie bestaat uit 10 leden, aangeduid door de Koning :
   1° twee staatsraden of erestaatsraden, aangeduid op voordracht van de eerste voorzitter van de Raad van State;
   2° twee raadsheren bij het Hof van Cassatie of ereraadsheren bij het Hof van Cassatie aangeduid op voordracht van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie;
   3° twee magistraten die geen raadsheren bij het Hof van Cassatie of bij het hof van beroep te Brussel zijn;
   4° vier andere leden.
   § 2. De voorzitter wordt door de leden van de sanctiecommissie gekozen uit de in de bepalingen onder 1°, 2° en 3° vermelde personen.
   Binnen de sanctiecommissie kunnen er secties worden opgericht van vijf leden, die worden voorgezeten door een van de in de bepalingen onder 1°, 2° en 3° vermelde personen.
   § 3. Tijdens de vijf jaar die hun benoeming voorafgaan, mogen de leden van de sanctiecommissie geen deel hebben uitgemaakt van een ander orgaan van de CBFA dan de raad van toezicht, of van haar personeel, of van het CSRSFI.
   In de loop van hun mandaat mogen de leden [2 ...]2 [2 geen enkele]2 functie of mandaat uitoefenen in een aan het permanente toezicht van de CBFA onderworpen onderneming of in een beroepsvereniging die de aan het toezicht van de CBFA onderworpen ondernemingen vertegenwoordigt, noch diensten verstrekken ten gunste van een beroepsvereniging die de aan het toezicht van de CBFA onderworpen ondernemingen vertegenwoordigt. [2 ...]2
   Het mandaat van de leden van de sanctiecommissie heeft een duur van zes jaar en is hernieuwbaar. Bij gebreke van herbenoeming blijven de leden in functie tot de sanctiecommissie voor het eerst in haar nieuwe samenstelling bijeenkomt.
   Indien een zetel van een lid van de sanctiecommissie om welke reden ook openvalt, wordt overgegaan tot de vervanging van dat lid voor de verdere duur van het mandaat.
   De sanctiecommissie wordt om de drie jaar voor de helft hernieuwd volgens door de Koning vastgestelde regels. Het mandaat begint te lopen vanaf de datum van de eerste vergadering van de commissie.
   De sanctiecommissie, of een van haar secties, kan geldig beslissen als twee van haar leden en haar voorzitter aanwezig zijn. Wanneer haar voorzitter verhinderd is, kan zij geldig beslissen als drie van haar leden aanwezig zijn. De leden van de sanctiecommissie kunnen niet beraadslagen in een aangelegenheid waarin zij een persoonlijk belang hebben dat hun oordeel zou kunnen beïnvloeden.
   De Koning bepaalt het bedrag van de vergoeding die wordt toegekend aan de leden van de sanctiecommissie, op basis van de dossiers waarover zij zullen hebben beraadslaagd. Hij bepaalt eveneens de bezoldiging van de voorzitter van de sanctiecommissie.
   De sanctiecommissie legt in een reglement van inwendige orde de [2 procedureregels en de deontologische regels vast voor]2 de behandeling van de sanctiedossiers en legt dit ter goedkeuring aan de Koning voor.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2010-07-02/17, art. 8, 042; Inwerkingtreding : onbepaald>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 221, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 49.[1 § 1. Het directiecomité staat in voor het beheer en het bestuur van de FSMA en bepaalt de oriëntatie van haar beleid. Het benoemt en ontslaat de personeelsleden en bepaalt hun bezoldiging alsook alle andere voordelen. Het neemt beslissingen in alle aangelegenheden die niet uitdrukkelijk door de wet aan een ander orgaan zijn voorbehouden.
   § 2. Het directiecomité bepaalt de oriëntaties en de algemene prioriteiten inzake het toezichtsbeleid, stelt een jaarlijks plan inzake het toezicht op en bepaalt de maatregelen die kunnen worden genomen ten aanzien van elke sector die onder het toezicht van de FSMA staat.
   § 3. Op advies van de raad van toezicht, bepaalt het directiecomité de reglementen zoals bedoeld in artikel 64. Het directiecomité bepaalt, in omzendbrieven, aanbevelingen of gedragsregels, alle maatregelen ter verduidelijking van de toepassing van de wettelijke of reglementaire bepalingen waarvan de FSMA de toepassing controleert.
   Op advies van de raad van toezicht en de Raad voor het Verbruik, opgericht bij het koninklijk besluit van 20 februari 1964 tot oprichting van een Raad voor het verbruik, bepaalt het directiecomité, onverminderd de bevoegdheden van de minister die de Economie onder zijn bevoegdheden heeft, reglementen die, rekening houdend met de belangen van de consumenten van financiële diensten, een verbod dan wel beperkende voorwaarden kunnen bevatten voor de verhandeling van retailbeleggingsproducten of de transparantie over de tarifering en de administratiekosten van dergelijke producten bevorderen. Deze reglementen kunnen de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende technische punten aanvullen.
   § 4. De verschillende overheden die een wettelijke of reglementaire macht uitoefenen, kunnen het advies vragen van de FSMA voor elk ontwerp van wetgevende of reglementaire akte die de toezichtsopdrachten betreft waarmee de FSMA belast is of zou worden.
   § 5. Het directiecomité neemt kennis van de ontwikkelingen en algemene vragen op economisch, systemisch of structureel vlak die invloed kunnen hebben op de bevoegdheidsdomeinen van de FSMA en van alle vragen betreffende de toepassing van de wetgeving of de reglementering in de bevoegdheidsdomeinen van de FSMA.]1
   [2 § 6. Het directiecomité bestaat, naast de voorzitter, uit drie leden.
   De leden van het directiecomité tellen samen evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen.
   De leden van het directiecomité worden door de Koning benoemd, op advies van de raad van toezicht, op gezamenlijk voorstel van de Minister bevoegd voor Financiën en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar en ontvangen ten laste van de FSMA een bezoldiging en een pensioen, waarvan de bedragen worden bepaald door de Koning.
   Bij gebreke aan herbenoeming blijven de leden in functie tot het directiecomité voor het eerst in zijn nieuwe samenstelling bijeenkomt.
   Indien een mandaat als lid om onverschillig welke reden openvalt, wordt overgegaan tot de vervanging van dat lid voor de verdere duur van het mandaat.
   De leden van het directiecomité moeten Belg zijn.
   Op gezamenlijke voordracht van de minister bevoegd voor Financiën, de minister bevoegd voor Economie en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming en op advies van de raad van toezicht stelt de Koning onder de leden van het directiecomité een ondervoorzitter van het directiecomité aan die tot de andere taalgroep behoort dan de voorzitter van het directiecomité.
   Het directiecomité wijst uit zijn midden of onder de personeelsleden een vertegenwoordiger aan die met raadgevende stem zitting heeft in het beheerscomité en in bepaalde technische comités van het Fonds voor Arbeidsongevallen. Evenzo wijst het beheerscomité van het Fonds voor Arbeidsongevallen een vertegenwoordiger aan die zitting heeft in één van de adviescomités als bedoeld in artikel 69 die belast zijn met de behandeling van dossiers die betrekking hebben op de arbeidsongevallenverzekering.]2
   [1 § 7. Het directiecomité komt bijeen telkens wanneer de voorzitter van het directiecomité of twee van zijn leden het noodzakelijk achten en ten minste twaalfmaal per kwartaal.
   Het directiecomité kan slechts geldig beslissen indien de helft van zijn leden aanwezig is. De beslissingen worden genomen met meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Ingeval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
   Er worden notulen opgemaakt van de beraadslagingen van het directiecomité. De notulen worden ondertekend door alle aanwezige leden.
   § 8. In spoedeisende gevallen kan het directiecomité aan een of meerdere van zijn leden de bevoegdheid delegeren om te beslissen tot toepassing van artikel 7, § 3, van deze wet, van artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en van artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare uitkoopbiedingen.
   De beslissingen genomen op grond van bevoegdheden opgedragen met toepassing van deze paragraaf maken het voorwerp uit van een mededeling aan het directiecomité uiterlijk op zijn eerstvolgende gewone vergadering.
   § 9. Het directiecomité gaat minstens eenmaal per jaar over tot open raadpleging over de kwaliteit van de informatie die wordt verstrekt door alle of sommige van de instellingen en ondernemingen waarop alle of sommige van de in artikel 45, § 1, eerste lid, 1° en 51, bedoelde regels over de bescherming van de belangen van de beleggers en de spaarders van toepassing zijn. Deze raadpleging vindt plaats overeenkomstig artikel 64, tweede lid.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 222 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 222 en 331, 045; Inwerkingtreding : 03-03-2011, zie nauwkeurigheden bij KB 2011-03-03/01, art. 351>
  

  Art. 50.§ 1. [De voorzitter van het directiecomité leidt de CBFA. Hij zit het directiecomité voor. In geval van verhindering wordt hij vervangen door de ondervoorzitter.] <W 2007-04-27/35, art. 165, 1°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  § 2. [2 De voorzitter van het directiecomité wordt benoemd door de Koning, op advies van de raad van toezicht, en op gezamenlijke voodracht van de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Economie en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.]2
  De Koning bepaalt de bezoldiging van de [voorzitter van het directiecomité] alsook zijn pensioen. <W 2007-04-27/35, art. 165, 2°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  [1 § 3. De voorzitter van het directiecomité coördineert de samenwerking van de CBFA met andere overheidsinstellingen en -instanties, onverminderd hoofdstuk IV. Hij brengt hierover geregeld verslag uit bij het directiecomité.]1
  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 10, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 223, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 51.[1 § 1. De secretaris-generaal staat in voor de algemene administratieve organisatie en de administratieve leiding van de diensten van de FSMA, overeenkomstig de regels vastgesteld in het inrichtingsreglement van de FSMA en onder het collegiaal gezag van het directiecomité.
   § 2. De secretaris-generaal woont de vergaderingen van het directiecomité bij met consultatieve stem. Hij organiseert het secretariaat van de organen van de FSMA.
   § 3. De secretaris-generaal wordt door de Koning benoemd, op advies van de raad van toezicht, en op gezamenlijk voorstel van de Minister bevoegd voor Financiën en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Zijn statuut, zijn bezoldiging en zijn pensioen worden door de Koning bepaald.
   § 4. Het directiecomité stelt de nodige middelen ter beschikking van de secretaris-generaal, zowel qua personeel en delegaties als qua materiële middelen, voor de uitvoering van de opdrachten bedoeld in dit artikel.
   § 5. De onderzoeken bedoeld in artikel 70 worden gevoerd door de secretaris-generaal.
   Daartoe voert hij de titel van auditeur en oefent hij de bevoegdheden uit die aan de FSMA zijn toegewezen.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 224 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Art. 52.[1 Het mandaat [2 van de leden van de raad van toezicht, van de voorzitter en de leden van het directiecomité]2 alsook van de secretaris-generaal, loopt af wanneer zij de volle leeftijd van vijfenzestig jaar bereiken.]1
  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 12, 042; Inwerkingtreding : 01-08-2010>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 225, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 53.[1 De leden van de Wetgevende Kamers, het Europees Parlement, de Gemeenschaps- en Gewestparlementen, de personen die de hoedanigheid hebben van minister of staatssecretaris of van lid van een regering van een gemeenschap of gewest, en de leden van de kabinetten van een lid van de federale regering of van een regering van een gemeenschap of gewest mogen niet de functies van voorzitter van het directiecomité, secretaris-generaal, lid van de raad van toezicht, lid van de sanctiecommissie of lid van het directiecomité van de FSMA vervullen. Deze laatste functies nemen van rechtswege een einde wanneer de titularis ervan de eed aflegt voor de uitoefening van de eerstgenoemde functies of dergelijke functies uitoefent.
   De voorzitter van het directiecomité, de leden van het directiecomité en de secretaris-generaal mogen geen enkele functie uitoefenen, noch persoonlijk, noch via een rechtspersoon, in een onderneming die onder het permanente toezicht van de FSMA staat of waarvan de verrichtingen zijn onderworpen aan haar toezicht.
   De verbodsbepalingen vastgesteld in § 2 blijven geldig tot één jaar na beëindiging van het mandaat. Gedurende deze periode en zolang zij tijdens deze periode geen andere voltijdse functie uitoefenen, ontvangen de voorzitter, de leden van het directiecomité en de secretaris-generaal een jaarlijkse bezoldiging die gelijk is aan de jaarlijkse bezoldiging die zij in het kader van hun mandaat ontvingen.
   De raad van toezicht kan, op advies van het directiecomité, afwijken van de voorziene verbodsbepaling voor de betrokken periode na de beëindiging van het mandaat wanneer hij de afwezigheid van een betekenisvolle invloed van de voorgenomen activiteit op de onafhankelijkheid van de persoon in kwestie vaststelt.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 226 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Afdeling 3. - Organisatie.

  Art. 54.De diensten van de [CBFA] zijn georganiseerd in departementen, volgens een organogram [2 dat is vastgesteld door het directiecomité]2.
  [1 Inzonderheid wordt voorzien in de oprichting van een dienst die instaat voor de naleving van de gedragsregels bedoeld in de artikelen 26, 27, 28 en 28bis en in de bepalingen die ter uitvoering van deze artikelen zijn genomen, evenals van een departement dat belast is met de relaties met de spaarders en onder meer instaat voor de informatieverstrekking aan en de bescherming van de belangen van de consument van financiële diensten.]1
  Het organogram voorziet in de instelling van de procedures en diensten, inzonderheid wat betreft de informatie en de bescherming van de belangen van de verbruikers, die gepast zijn voor de behandeling van de dossiers die vallen binnen het bevoegdheidsdomein van de [CBFA] overeenkomstig artikel 45. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [Derde lid opgeheven] <W 2007-04-27/35, art. 168, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  [Vierde lid opgeheven] <W 2007-04-27/35, art. 168, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  [Vijfde lid opgeheven] <W 2007-04-27/35, art. 168, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 14, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 227, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 55.Het personeel van de [CBFA] kan worden aangeworven en tewerkgesteld krachtens arbeidsovereenkomsten die worden beheerst door de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. <KB 2003-03-25/34, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [2 lid 2 opgeheven]2
  [2 Het directiecomité stelt het administratief en geldelijk statuut vast van het statutair personeel]2
  [Te dien einde maakt het de bepalingen van het administratief en geldelijk statuut die op dat personeel van toepassing waren op 31 december 2003, alsook de latere wijzigingen ervan, toepasselijk, in voorkomend geval door erin de voor de toepassing ervan onontbeerlijke wijzigingen aan te brengen, en rekening houdend met de op het gehele personeel van de CBFA toepasselijke bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomsten, voor zover deze niet minder gunstig zijn dan die welke vervat zijn in dat statuut.
  Het stelt de minister in kennis van de genomen bepalingen; deze beschikt over een termijn van één maand om er zich tegen te verzetten.
  De wettelijke en reglementaire bepalingen van het administratief en geldelijk statuut, van toepassing op 31 december 2003, alsook de latere wijzigingen ervan, blijven van toepassing tot op de datum van inwerkingtreding van de bepalingen die overeenkomstig het derde lid zijn vastgesteld.] <W 2005-02-14/36, art. 3, 013; Inwerkingtreding : 14-03-2005>
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 1, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 228, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 56.De werkingskosten van de [CBFA] worden gedragen door de ondernemingen die onder haar toezicht staan of [2 waarvan de verrichtingen of de producten onder haar toezicht staan]2, binnen de grenzen en volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning. [2 Deze kosten omvatten de kosten met betrekking tot de adviezen, expertises en opdrachten die zijn toevertrouwd aan de FSMA, evenals de kosten van de verschillende raadgevende commissies die door de wet zijn opgericht in de bevoegdheidsdomeinen van de FSMA]2 [1 alsook zijn jaarlijkse bijdrage en, desgevallend, de verhoging van deze bijdrage aan het Fonds ter bestrijding van de Overmatige Schuldenlast bedoeld in artikel 20, § 2, van de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen]1.
  De [CBFA] kan de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen belasten met de inning van de onbetaalde vergoedingen.
  [De kredieten, ongeacht hun vorm, die worden toegekend voor de aankoop van het gebouw waar de CBFA haar hoofdzetel zal vestigen, vallen onder de staatswaarborg voor het bedrag van het kapitaal en van de interesten, inclusief de eventuele verwijlinteresten.] <W 2004-11-19/40, art. 14, 010; Inwerkingtreding : 07-01-2005>
  ----------
  (1)<W 2009-12-23/04, art. 189, 036; Inwerkingtreding : 30-12-2009>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 229 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Art. 57. De (CBFA) voert haar boekhouding en stelt een jaarrekening op overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk I van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen, op dezelfde wijze als de openbare instellingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, 3°, van deze wet (,onverminderd de vereiste wijzigingen ingevolge de specifieke aard van haar activiteiten, haar bevoegdheden en haar statuut, die door de Koning worden vastgesteld op advies van de (CBFA)). <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002 et 005; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <KB 2003-03-25/34, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2002>
  De controle op de rekeningen van de (CBFA) wordt gedaan door één of meer bedrijfsrevisoren die voor een hernieuwbare termijn van drie jaar door de raad van toezicht worden benoemd en op voorwaarde dat ze niet zouden zijn ingeschreven op de lijst van de door de (CBFA) erkende revisoren en dat ze geen functie zouden uitoefenen bij een onderneming die aan haar toezicht is onderworpen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De revisoren controleren en certificeren elk gegeven vermeld in de reglementering over het dekken van de werkingskosten van de (CBFA) zoals bedoeld in artikel 56 van deze wet. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De opdracht van deze revisoren ten aanzien van de ondernemingsraad alsook de voordracht, de benoeming, de hernieuwing, de herroeping en het ontslag van deze revisoren worden geregeld door de artikelen 151 tot 160 van het Wetboek van vennootschappen en door de bepalingen vastgesteld met toepassing van artikel 164 van hetzelfde Wetboek.

  Art. 58. De (CBFA) wordt met de Staat gelijkgesteld voor de toepassing van belastingen, taksen, rechten en retributies van de Staat, de provincies, de gemeenten en de agglomeraties van gemeenten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Afdeling 4. - Werking.

  Art. 59.[1 Op voorstel van het directiecomité stelt de raad van toezicht het inrichtingsreglement van de FSMA vast. Dit reglement bevat de essentiële regels betreffende de werking van de organen.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 230 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Art. 60. In spoedeisende gevallen vastgesteld door de voorzitter, kan het directiecomité, behalve voor de vaststelling van reglementen (...), beslissen langs schriftelijk procedure of via een vocaal telecommunicatiesysteem, volgens de nadere regels bepaald in het inrichtingsreglement van de (CBFA). <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-04-27/35, art. 169, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>

  Art. 61.[1 § 1. Jegens derden en in rechte wordt de FSMA vertegenwoordigd door de voorzitter van het directiecomité en, in zijn afwezigheid, door de ondervoorzitter of twee leden van het directiecomité die gezamenlijk optreden.
   Het directiecomité kan bijzondere en beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheden opdragen aan één of meer van zijn leden, al dan niet bijgestaan door een lid van het personeel van de FSMA. Deze bevoegdheidsopdrachten worden bekendgemaakt op de website van de FSMA of op elke andere geschikte wijze.
   § 2. Behalve voor de vaststelling van reglementen, kan het directiecomité, al dan niet in het kader van de behandeling van individuele dossiers, aan één van zijn leden de bevoegdheid opdragen om elke beslissing te nemen in materies van ondergeschikt belang of die betrekking hebben op details.
   Elke bevoegdheidsopdracht kan op elk ogenblik door het directiecomité worden herzien of ingetrokken. Het inrichtingsreglement van de FSMA bepaalt de gevallen nader waarin een bevoegdheidsopdracht kan worden toegekend en regelt de publiciteit die aan deze opdrachten dient te worden gegeven.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 231 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Art. 62. De (voorzitter van het directiecomité), de leden van het directiecomité en de secretaris-generaal kunnen niet beraadslagen in een aangelegenheid waarin zij een persoonlijk belang van vermogensrechtelijke of familiale aard hebben dat hun oordeel zou kunnen beïnvloeden. De draagwijdte van dit verbod wordt nader bepaald in het inrichtingsreglement van de (CBFA). <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-04-27/35, art. 171, 1°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  De personen bedoeld in het vorige lid alsmede de personeelsleden van de (CBFA) dienen de deontologische code die door de raad van toezicht, op voorstel van het directiecomité, wordt vastgesteld, na te leven.
  In overleg met de raad van toezicht treft de (voorzitter van het directiecomité) de gepaste maatregelen teneinde de eerbiediging van de verplichtingen en verbodsbepalingen die uit dit artikel voortvloeien te verzekeren. <W 2007-04-27/35, art. 171, 2°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>

  Art. 63. § 1. In de gevallen bepaald door de wet die de betrokken opdracht regelt, of door de Koning, kan de (CBFA) een voorafgaand schriftelijk akkoord geven betreffende het feit of de feiten die door deze wet of door de Koning nader worden omschreven. De (CBFA) kan haar akkoord afhankelijk stellen van de voorwaarden die zij geschikt acht. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. Het akkoord bedoeld in § 1 bindt de (CBFA) behalve : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° indien blijkt dat de verrichtingen die het beoogt, op onvolledige of onjuiste wijze zijn beschreven in de aanvraag tot akkoord;
  2° indien deze verrichtingen niet worden uitgevoerd op de manier voorgesteld aan de (CBFA); <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  3° indien het effect van deze verrichtingen wordt gewijzigd door één of meer andere latere verrichtingen waaruit blijkt dat de verrichtingen beoogd in het akkoord niet langer beantwoorden aan de beschrijving die eraan werd gegeven bij de aanvraag tot akkoord;
  4° in voorkomend geval, indien niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden waarvan het akkoord afhankelijk is gesteld.
  § 3. Op advies van de (CBFA) bepaalt de Koning de nadere regels voor de toepassing van dit artikel. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 64. In de aangelegenheden waarvoor zij bevoegd is, kan de (CBFA) reglementen vaststellen ter aanvulling van de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende technische punten. De reglementen worden krachtens artikel 49, § 3, vastgesteld. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (Zonder afbreuk te doen aan de raadpleging waarin in andere wetten of reglementen is voorzien, kan de CBFA overeenkomstig de procedure van de open raadpleging) de inhoud van elk reglement dat zij overweegt vast te stellen, toelichten in een consultatienota en deze bekendmaken op haar website voor eventuele opmerkingen van belanghebbende partijen. <KB 2003-03-25/34, art. 1 en 13, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De reglementen van de (CBFA) hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan deze reglementen wijzigen of, in de plaats van de (CBFA), optreden indien deze in gebreke blijft die reglementen vast te stellen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 65. De (CBFA) publiceert elk jaar een verslag over haar activiteiten en maakt deze over aan de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De voorzitter van de (CBFA) kan worden gehoord door de bevoegde commissies van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat, op hun verzoek of op eigen initiatief. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 66. De (CBFA) maakt een website en werkt deze bij. De website bevat alle reglementen, handelingen en beslissingen die moeten worden bekendgemaakt, alsook alle andere gegevens waarvan de (CBFA) de verspreiding aangewezen acht in het belang van haar wettelijke opdrachten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Onverminderd de wijze van bekendmaking die door de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen wordt voorgeschreven, bepaalt de (CBFA) de eventuele andere wijzen van bekendmaking van de reglementen, beslissingen, berichten, verslagen en andere handelingen die zij openbaar maakt. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 67. Alle kennisgevingen die de (CBFA) of de minister per aangetekende brief of brief met ontvangstbewijs moeten doen krachtens de wetten en reglementen waarvan de (CBFA) op de toepassing toeziet, mogen bij deurwaardersexploot geschieden of elk ander door de Koning bepaald procédé. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 68. De (CBFA) voert haar opdrachten uitsluitend in het algemeen belang uit. De (CBFA), de leden van haar organen en haar personeelsleden zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor hun beslissingen, handelingen of gedragingen in de uitoefening van de wettelijke opdrachten van de (CBFA) behalve in geval van bedrog of zware fout. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 69.[1 Het directiecomité kan adviescomités oprichten waarvan het de opdrachten, de samenstelling en de werking bepaalt.]1
  De adviezen van de adviescomités worden aan de [CBFA] gericht. Het directiecomité kan ze bekendmaken. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 232, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Afdeling 5. - Procedureregels voor het opleggen van (administratieve geldboetes en dwangsommen). <W 2007-04-27/35, art. 172, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  
  DROIT FUTUR
  
  [1 Afdeling 5. - Procedureregels voor het opleggen van administratieve geldboetes.]1
  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 15, 042; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 70.
  § 1. Indien de (CBFA) in de uitoefening van zijn wettelijke opdrachten ernstige aanwijzingen vaststelt van het bestaan van een praktijk die aanleiding kan geven tot (de oplegging van een administratieve geldboete of een dwangsom), of indien zij ingevolge een klacht van een dergelijke praktijk in kennis wordt gesteld, gelast het directiecomité de secretaris-generaal met het onderzoek van het dossier. De secretaris-generaal voert te dien einde de titel van auditeur. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-04-27/35, art. 173, 1°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  § 2. De auditeur onderzoekt de aangelegenheden ten laste en ten gunste en maakt zijn bevindingen over aan (de sanctiecommissie). <W 2007-04-27/35, art. 173, 2°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  Voor de uitvoering van zijn opdracht kan de auditeur alle onderzoeksbevoegdheden uitoefenen die aan de (CBFA) zijn toevertrouwd door de wettelijke en reglementaire bepalingen die de betrokken materie regelen. Te dien einde wijst hij voor elke zaak een verslaggever aan, onder de personeelsleden van de (CBFA). <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
  DROIT FUTUR
  
  Art. 70. [1 § 1. De auditeur beslist tot het openen van een onderzoek aangaande feiten die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een administratieve geldboete. Hij brengt de voorzitter hiervan op de hoogte. Hij duidt een of meerdere medewerkers van de CBFA aan om het onderzoek te voeren.
   § 2. Nadat het onderzoek is afgerond, wordt een onderzoeksverslag opgesteld dat aanduidt of de vastgestelde feiten een inbreuk kunnen vormen die aanleiding kan geven tot de oplegging van een administratieve geldboete, dan wel of zij een strafrechtelijke inbreuk kunnen vormen. De auditeur stuurt een kopie van het relaas der feiten aan de betrokken partijen die over een termijn van een maand beschikken om hun opmerkingen kenbaar te maken. De auditeur brengt het directiecomité op de hoogte van het definitief verslag.
]1
  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 16, 042; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 71.
  § 1. Na zijn onderzoek en vooraleer hij zijn bevindingen aan (de sanctiecommissie) overmaakt, licht de auditeur de dader of daders van de betrokken praktijk in over het bestaan van een onderzoek, met aanduiding van de praktijk die het voorwerp van het onderzoek uitmaakt, en roept hen op om hen toe te laten hun bemerkingen mee te delen. <W 2007-04-27/35, art. 174, 1°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  § 2. Wanneer hij (de sanctiecommissie) van zijn bevindingen in kennis stelt, licht de auditeur de dader of daders van de betrokken praktijk hierover in. De laatsten kunnen op de zetel van de (CBFA) kennis nemen van het dossier dat werd samengesteld, op de dagen en uren aangeduid door de auditeur. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-04-27/35, art. 174, 1°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  Binnen een termijn van acht dagen volgend op de datum waarop de auditeur hen heeft ingelicht met toepassing van het eerste lid, kunnen de dader of daders van de betrokken praktijk vragen om door (de sanctiecommissie) te worden gehoord. <W 2007-04-27/35, art. 174, 1°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  (§ 3. De auditeur kan een minnelijke schikking voorstellen wanneer de feitelijke elementen niet betwist zijn. Als de dader van de praktijk het voorstel tot minnelijke schikking aanvaardt, wordt dit voorstel voorgelegd aan het directiecomité.
  Wanneer het directiecomité de minnelijke schikking aanvaardt, wordt deze beslissing per aangetekende brief betekend aan de dader van de praktijk. De persoon die het voorwerp uitmaakt van een minnelijke schikking kan vragen om gehoord te worden door het directiecomité. Indien het directiecomité niet instemt met de minnelijke schikking, stuurt het het dossier door naar de sanctiecommissie. Tegen minnelijke schikkingen kan geen beroep worden aangetekend. Geldbedragen die in het kader van minnelijke schikkingen moeten worden betaald, worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.) <W 2007-04-27/35, art. 174, 2°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  
  DROIT FUTUR
  
  Art. 71. [1 § 1. Het directiecomité beslist over de gevolgen dat het aan het onderzoeksverslag verleent.
   § 2. Indien het directiecomité beslist om een procedure in te stellen die kan leiden tot de oplegging van een administratieve geldboete, stelt het de betrokken partijen in kennis van de grieven en legt het hen het onderzoeksverslag over.
   Het directiecomité maakt de kennisgeving van de grieven over aan de voorzitter van de sanctiecommissie.
   § 3. Het directiecomité kan, voordat de grieven ter kennis worden gebracht, een minnelijke schikking aanvaarden voor zover de betrokken personen hebben meegewerkt aan het onderzoek en zij voorafgaandelijk met die minnelijke schikking hebben ingestemd. Alle minnelijke schikkingen worden gepubliceerd op de website van de CBFA. Deze publicatie kan niet-nominatief zijn. Bedragen die in het kader van minnelijke schikkingen worden betaald, worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.
   § 4. Indien het directiecomité beslist een dossier zonder gevolg te klasseren, geeft het de betrokken personen kennis van deze beslissing. Het directiecomité kan deze beslissing openbaar maken.
   § 5. In de in paragraaf 2 bedoelde gevallen, maakt het directiecomité, indien één van de in een kennisgeving vermelde grieven een strafrechtelijke inbreuk kan uitmaken, deze kennisgeving over aan de procureur des Konings. Het directiecomité kan beslissen om deze beslissing openbaar te maken.
   Wanneer de procureur des Konings beslist een strafvordering in te stellen met betrekking tot de feiten waarop de kennisgeving van de grieven betrekking heeft, stelt hij de CBFA daar onverwijld van in kennis. De procureur des Konings kan aan de CBFA ambtshalve of op verzoek van deze laatste, een kopie bezorgen van alle stukken die verband houden met de procedure met betrekking tot de feiten die zijn overgemaakt.
   Tegen de beslissing van het directiecomité om een kennisgeving van de grieven over te leggen aan de procureur des Konings, of om deze beslissing openbaar te maken, of om een minnelijke schikking te aanvaarden, kan geen beroep worden aangetekend.
   § 6. Het directiecomité kan de in dit artikel bedoelde beslissingsbevoegdheid geheel of gedeeltelijk delegeren aan een gespecialiseerd comité dat is samengesteld uit de voorzitter en twee van zijn leden. ]1

  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 17, 042; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 72.
  § 1. Na ontvangst van de conclusies van de auditeur en na, in voorkomend geval, de persoon of personen die het voorwerp van het onderzoek uitmaken, te hebben gehoord, kan (de sanctiecommissie) bij een gemotiveerde beslissing : <W 2007-04-27/35, art. 175, 1°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  1° het bestaan vaststellen van een onwettige praktijk en (een administratieve geldboete of een dwangsom opleggen volgens de modaliteiten van) de wettelijke en reglementaire bepalingen die de betrokken materie regelen; <W 2007-04-27/35, art. 175, 2°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  2° vaststellen dat er geen administratieve (administratieve geldboete of dwangsom) moet worden opgelegd; <W 2007-04-27/35, art. 175, 3°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  3° (...) <W 2007-04-27/35, art. 175, 4°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  § 2. De auditeur kan niet deelnemen aan de beraadslagingen van (de sanctiecommissie), noch anders tussenkomen in de besluitvorming, indien (de sanctiecommissie) zich dient uit te spreken over het opleggen van (administratieve geldboetes of dwangsommen). <W 2007-04-27/35, art. 175, 1° en 5°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  § 3. De beslissing van (de sanctiecommissie) wordt per aangetekende brief betekend aan de personen die het voorwerp uitmaken van het onderzoek. De kennisgeving vermeldt de rechtsmiddelen, de bevoegde instanties om er kennis van te nemen, alsook de vorm en termijnen die moeten worden geëerbiedigd; zoniet gaat de verjaringstermijn voor het instellen van beroep niet in. <W 2007-04-27/35, art. 175, 1°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  § 4. (De definitieve beslissingen die de sanctiecommissie op grond van § 1, 1°, neemt, worden bekendgemaakt op de website van de CBFA. Behalve in de gevallen waarin dit de financiële markten ernstig zou verstoren of een onevenredig nadeel zou berokkenen aan de betrokken personen, gebeurt de bekendmaking nominatief.
  De minnelijke schikkingen bedoeld in artikel 71, § 3, worden volgens dezelfde modaliteiten bekendgemaakt.) <W 2007-04-27/35, art. 175, 6°, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  
  DROIT FUTUR
  
  Art. 72. [1 § 1. De personen aan wie de grieven ter kennis werden gebracht, beschikken over een termijn van twee maanden om hun opmerkingen met betrekking tot de grieven, schriftelijk over te leggen aan de voorzitter van de sanctiecommissie. In bijzondere omstandigheden kan de voorzitter van de sanctiecommissie deze termijn verlengen.
   § 2. Deze personen kunnen bij de sanctiecommissie een kopie verkrijgen van de dossierstukken. Zij kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat naar hun keuze.
   Zij kunnen tevens vragen om een lid van de sanctiecommissie te wraken indien zij twijfels hebben over zijn onpartijdigheid.
   § 3. De sanctiecommissie kan aan de betrokken personen een administratieve geldboete opleggen na een procedure op tegenspraak. Het bedrag van de geldboete moet worden vastgesteld in functie van de ernst van de gepleegde inbreuken en moet in verhouding staan tot de voordelen of de winst die eventueel uit deze inbreuken is gehaald.
   De sanctiecommissie beslist bij gemotiveerde beslissing. Er kunnen geen sancties worden uitgesproken zonder dat de betrokken persoon of zijn vertegenwoordiger gehoord geweest is, of, bij ontstentenis, behoorlijk opgeroepen geweest is. Het directiecomité wordt tijdens de hoorzitting vertegenwoordigd door de persoon van zijn keuze en kan zijn opmerkingen kenbaar maken.
   De beslissing van de sanctiecommissie wordt per aangetekende brief betekend aan de betrokken personen. De kennisgevingsbrief vermeldt de rechtsmiddelen, de bevoegde instanties om er kennis van te nemen, alsook de vorm en termijnen die moeten worden geëerbiedigd; zo niet, gaat de verjaringstermijn voor het instellen van beroep niet in.
   De sanctiecommissie maakt haar beslissingen nominatief bekend op de website van de CBFA, tenzij deze bekendmaking de financiële markten ernstig dreigt te verstoren of een onevenredig nadeel dreigt te berokkenen aan de betrokken personen. In laatstgenoemd geval wordt de beslissing niet-nominatief bekendgemaakt op de website van de CBFA. Indien een beroep is ingesteld tegen de sanctiebeslissing, wordt zij niet-nominatief bekendgemaakt in afwachting van de uitslag van de gerechtelijke procedures.
   De beslissingen van de sanctiecommissie worden meegedeeld aan de voorzitter van het directiecomité die de leden van dit comité hiervan op de hoogte brengt. In geval van beroep tegen de beslissingen van de sanctiecommissie, wordt de CBFA vertegenwoordigd door de voorzitter van het directiecomité en, in zijn afwezigheid, door de ondervoorzitter of twee leden van het directiecomité die gezamenlijk optreden.]1

  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 18, 042; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 73.Elke administratieve geldboete die door de (CBFA) aan een persoon wordt opgelegd (en elke minnelijke schikking die de CBFA met een persoon heeft afgesloten, die definitief zijn) geworden vooraleer de strafrechter zich definitief over dezelfde feiten of samenhangende feiten heeft uitgesproken, (worden aangerekend) op het bedrag van elke strafboete die voor deze feiten ten aanzien van dezelfde persoon wordt uitgesproken. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-04-27/35, art. 176, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  
  DROIT FUTUR
  
  Art. 73. [1 De door de sanctiecommissie opgelegde administratieve geldboetes die definitief zijn geworden, en de minnelijke schikkingen die zijn afgesloten vooraleer de strafrechter zich definitief over dezelfde feiten of samenhangende feiten heeft uitgesproken, worden aangerekend op het bedrag van elke strafboete die voor deze feiten ten aanzien van dezelfde persoon wordt uitgesproken.]1
  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 19, 042; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Afdeling 6. - Beroepsgeheim, uitwisseling van informatie en samenwerking met andere autoriteiten.

  Art. 74.De [CBFA], de [voorzitter van het directiecomité], de leden van het directiecomité, [2 ...]2 de leden van de raad van toezicht, de secretaris-generaal en de personeelsleden van de [CBFA], alsook de personen die de voornoemde functies voorheen hebben uitgeoefend, zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen de vertrouwelijke informatie waarvan zij kennis hebben gekregen bij de uitoefening van hun taken, niet onthullen, aan welke persoon of autoriteit ook. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-04-27/35, art. 177, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  Onverminderd het eerste lid, mag de [CBFA] vertrouwelijke informatie meedelen : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° ingeval de mededeling van dergelijke informatie wordt voorgeschreven of toegestaan door of krachtens deze wet en de wetten die de opdrachten van de (CBFA) regelen; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° tijdens een getuigenis in rechte in strafzaken;
  3° voor de aangifte van strafrechtelijke misdrijven bij de gerechtelijke autoriteiten, met dien verstande dat artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering niet van toepassing is op de personen bedoeld in het eerste lid;
  4° in het kader van administratieve of gerechtelijke beroepsprocedures tegen de handelingen of beslissingen van de (CBFA) en in elk ander rechtsgeding waarbij de (CBFA) partij is; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  5° in beknopte of samengevoegde vorm zodat individuele natuurlijke of rechtspersonen niet kunnen worden geïdentificeerd.
  
  DROIT FUTUR
  
  Art. 74. De (CBFA), de (voorzitter van het directiecomité), de leden van het directiecomité, [2 ...]2 de leden van de raad van toezicht, [1 de leden van de sanctiecommissie,]1 de secretaris-generaal en de personeelsleden van de (CBFA), alsook de personen die de voornoemde functies voorheen hebben uitgeoefend, zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen de vertrouwelijke informatie waarvan zij kennis hebben gekregen bij de uitoefening van hun taken, niet onthullen, aan welke persoon of autoriteit ook. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-04-27/35, art. 177, 027; Inwerkingtreding : 25-04-2007>
  Onverminderd het eerste lid, mag de [CBFA] vertrouwelijke informatie meedelen : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° ingeval de mededeling van dergelijke informatie wordt voorgeschreven of toegestaan door of krachtens deze wet en de wetten die de opdrachten van de [CBFA] regelen; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° tijdens een getuigenis in rechte in strafzaken;
  3° voor de aangifte van strafrechtelijke misdrijven bij de gerechtelijke autoriteiten, met dien verstande dat artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering niet van toepassing is op de personen bedoeld in het eerste lid;
  4° in het kader van administratieve of gerechtelijke beroepsprocedures tegen de handelingen of beslissingen van de [CBFA] en in elk ander rechtsgeding waarbij de [CBFA] partij is; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  5° in beknopte of samengevoegde vorm zodat individuele natuurlijke of rechtspersonen niet kunnen worden geïdentificeerd.
  [1 De CBFA kan de beslissing om bij de gerechtelijke overheden aangifte te doen van strafrechtelijke misdrijven, openbaar maken.]1

  ----------
  (1)<W 2010-07-02/17, art. 20, 042; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 233, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Art. 75.§ 1. In afwijking van artikel 74, eerste lid, mag de [CBFA] vertrouwelijke informatie meedelen : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° aan de Europese Centrale Bank, aan de [6 Bank]6 en aan de andere centrale banken en instellingen met een gelijkaardige opdracht als monetaire overheid, alsook aan andere overheidsinstanties die belast zijn met het toezicht op de [1 betalings- en afwikkelingssystemen]1;
  2° aan het Rentenfonds;
  3° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de bevoegde autoriteiten van andere Lidstaten van de Europese Economische Ruimte die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in artikel 45;
  4° met inachtneming van de Europese richtlijnen, aan de bevoegde autoriteiten van derde Staten die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in artikel 45 en waarmee de [CBFA] een samenwerkingsovereenkomst voor de uitwisseling van informatie heeft gesloten; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  5° [aan de bevoegde autoriteiten van andere Lidstaten van de Europese Economische Ruime die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in [7 artikel 45]7, alsook aan de bevoegde autoriteiten van derde Staten die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in [7 artikel 45]7, en waarmee de CBFA een samenwerkingsovereenkomst voor de uitwisseling van informatie heeft gesloten;] <KB 2003-03-25/34, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  6° [4 aan de Belgische instellingen of aan instellingen van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte die een beschermingsregeling voor deposito's, beleggers of levensverzekeringen beheren;]4
  7° aan de instellingen voor verrekening of vereffening van financiële instrumenten die gemachtigd zijn om verrekenings- of vereffeningsdiensten te verstrekken voor transacties in financiële instrumenten verricht op een Belgische georganiseerde markt, als de [CBFA] van oordeel is dat de mededeling van de betrokken informatie noodzakelijk is om de regelmatige werking van deze instellingen te vrijwaren voor tekortkomingen, zelfs potentiële, van marktdeelnemers op de betrokken markt;
  8° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de marktondernemingen voor de goede werking van, de controle van en het toezicht op de markten die zij inrichten;
  9° tijdens burgerrechtelijke of handelsrechtelijke procedures, aan de autoriteiten en gerechtelijke mandatarissen die betrokken zijn bij procedures van faillissement of [5 gerechtelijke reorganisatie]5 of bij analoge collectieve procedures betreffende ondernemingen die onder het toezicht van de (CBFA) staan of waarvan de verrichtingen onder haar toezicht staan, met uitzondering van de vertrouwelijke informatie over het aandeel van derden in pogingen om de instelling te redden vóór de betrokken procedures werden ingesteld; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  10° aan de commissarissen, de bedrijfsrevisoren en de andere personen die belast zijn met de wettelijke controle van de rekeningen van de ondernemingen die onder het toezicht van de [CBFA] vallen, van de rekeningen van andere Belgische financiële instellingen of van gelijkaardige buitenlandse ondernemingen; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  11° aan de sekwesters, voor de uitoefening van hun opdracht als bedoeld in de wetten tot regeling van de opdrachten die aan de [CBFA] zijn toevertrouwd; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  12° aan de autoriteiten die toezicht houden op de personen die belast zijn met de wettelijke controle op de jaarrekening van de ondernemingen die onder het toezicht van de [CBFA] staan; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  13° aan het Ministerie van Economische Zaken in het kader van het toezicht op het consumentenkrediet [1 en op betalingsdiensten]1, aan de bevoegde autoriteiten van andere Lidstaten van de Europese Economische Ruimte die een vergelijkbare bevoegdheid uitoefenen, alsook aan de bevoegde autoriteiten van derde Staten die een vergelijkbare bevoegdheid uitoefenen en waarmee de [CBFA] een samenwerkingsovereenkomst voor de uitwisseling van informatie heeft gesloten; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  14° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de verslaggevers en de personeelsleden van de Dienst voor de mededinging die belast zijn met het onderzoek, als bedoeld in de wet van [10 juni 2006] tot bescherming van de economische mededinging; <W 2006-07-20/39, art. 114, 022; Inwerkingtreding : 01-10-2006>
  15° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de erkenningsraad voor effectenmakelaars als bedoeld in artikel 21;
  16° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de administratie van de Thesaurie, krachtens de wettelijke en reglementaire bepalingen die zijn genomen voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen die gelden inzake financiële embargo's.
  [17° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de van de ondernemingen onafhankelijke actuarissen die krachtens de wet een opdracht vervullen waarbij zij controle uitoefenen op die ondernemingen, alsook aan de instanties die met het toezicht op die actuarissen zijn belast;
  18° aan het Fonds voor Arbeidsongevallen.] <KB 2003-03-25/34, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [2 19° aan de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen in zijn hoedanigheid van toezichthouder op de maatschappijen voor onderlinge bijstand zoals bedoeld in de artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen alsook op hun verrichtingen.]2
  [7 19° ...]7
  § 2. De [CBFA] mag enkel vertrouwelijke informatie overeenkomstig § 1 meedelen op voorwaarde dat de autoriteiten of instellingen die er de geadresseerde van zijn, die informatie gebruiken voor de uitvoering van hun opdrachten, en dat zij, wat die informatie betreft, aan een gelijkwaardig beroepsgeheim gebonden zijn als bedoeld in artikel 74. Bovendien mag de informatie die afkomstig is van een autoriteit van een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte enkel met de uitdrukkelijke instemming van die autoriteit worden doorgegeven in de gevallen als bedoeld [in 7°, 9°, 10° en 17° van § 1] alsook aan de autoriteiten of organismen van derde Staten in de gevallen als bedoeld in [4°, 5°, 6°, 10° en 13° van § 1], en, in voorkomend geval, enkel voor de doeleinden waarmee die autoriteit heeft ingestemd. <KB 2003-03-25/34, art. 1 en 15, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 3. De [CBFA] mag de vertrouwelijke informatie als bedoeld in artikel 74, eerste lid, of de vertrouwelijke informatie die zij van de in § 1 bedoelde autoriteiten en instellingen heeft ontvangen, gebruiken voor de uitvoering van al haar opdrachten als bedoeld in artikel 45. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 4. Onverminderd de strengere bepalingen van de bijzondere wetten die op hen van toepassing zijn, zijn de in § 1 bedoelde Belgische autoriteiten en instellingen, wat de vertrouwelijke informatie betreft die zij van de [CBFA] ontvangen met toepassing van § 1, gebonden door het beroepsgeheim als bedoeld in artikel 74. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
  [
  TOEKOMSTIG RECHT
  [
  Art. 234. § 1. In afwijking van artikel 74, eerste lid, mag de [CBFA] vertrouwelijke informatie meedelen : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° aan de Europese Centrale Bank, aan de [6 Bank]6 en aan de andere centrale banken en instellingen met een gelijkaardige opdracht als monetaire overheid, alsook aan andere overheidsinstanties die belast zijn met het toezicht op de [1 betalings- en afwikkelingssystemen]1;
  2° aan het Rentenfonds;
  3° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de bevoegde autoriteiten van andere Lidstaten van de Europese Economische Ruimte die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in artikel 45;
  4° met inachtneming van de Europese richtlijnen, aan de bevoegde autoriteiten van derde Staten die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in artikel 45 en waarmee de [CBFA] een samenwerkingsovereenkomst voor de uitwisseling van informatie heeft gesloten; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  5° [aan de bevoegde autoriteiten van andere Lidstaten van de Europese Economische Ruime die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in [7 artikel 45]7, alsook aan de bevoegde autoriteiten van derde Staten die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in artikel 45, § 1, 5° tot 12°, en waarmee de CBFA een samenwerkingsovereenkomst voor de uitwisseling van informatie heeft gesloten;] <KB 2003-03-25/34, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  6° [4 aan de Belgische instellingen of aan instellingen van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte die een beschermingsregeling voor deposito's, beleggers of levensverzekeringen beheren;]4
  7° aan de instellingen voor verrekening of vereffening van financiële instrumenten die gemachtigd zijn om verrekenings- of vereffeningsdiensten te verstrekken voor transacties in financiële instrumenten verricht op een Belgische georganiseerde markt, als de [CBFA] van oordeel is dat de mededeling van de betrokken informatie noodzakelijk is om de regelmatige werking van deze instellingen te vrijwaren voor tekortkomingen, zelfs potentiële, van marktdeelnemers op de betrokken markt;
  8° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de marktondernemingen voor de goede werking van, de controle van en het toezicht op de markten die zij inrichten;
  9° tijdens burgerrechtelijke of handelsrechtelijke procedures, aan de autoriteiten en gerechtelijke mandatarissen die betrokken zijn bij procedures van faillissement of [5 gerechtelijke reorganisatie]5 of bij analoge collectieve procedures betreffende ondernemingen die onder het toezicht van de (CBFA) staan of waarvan de verrichtingen onder haar toezicht staan, met uitzondering van de vertrouwelijke informatie over het aandeel van derden in pogingen om de instelling te redden vóór de betrokken procedures werden ingesteld; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  10° aan de commissarissen, de bedrijfsrevisoren en de andere personen die belast zijn met de wettelijke controle van de rekeningen van de ondernemingen die onder het toezicht van de [CBFA] vallen, van de rekeningen van andere Belgische financiële instellingen of van gelijkaardige buitenlandse ondernemingen; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  11° aan de sekwesters, voor de uitoefening van hun opdracht als bedoeld in de wetten tot regeling van de opdrachten die aan de [CBFA] zijn toevertrouwd; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  12° aan de autoriteiten die toezicht houden op de personen die belast zijn met de wettelijke controle op de jaarrekening van de ondernemingen die onder het toezicht van de [CBFA] staan; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  13° aan het Ministerie van Economische Zaken in het kader van het toezicht op het consumentenkrediet [1 en op betalingsdiensten]1, aan de bevoegde autoriteiten van andere Lidstaten van de Europese Economische Ruimte die een vergelijkbare bevoegdheid uitoefenen, alsook aan de bevoegde autoriteiten van derde Staten die een vergelijkbare bevoegdheid uitoefenen en waarmee de [CBFA] een samenwerkingsovereenkomst voor de uitwisseling van informatie heeft gesloten; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  14° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de verslaggevers en de personeelsleden van de Dienst voor de mededinging die belast zijn met het onderzoek, als bedoeld in de wet van [10 juni 2006] tot bescherming van de economische mededinging; <W 2006-07-20/39, art. 114, 022; Inwerkingtreding : 01-10-2006>
  15° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de erkenningsraad voor effectenmakelaars als bedoeld in artikel 21;
  16° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de administratie van de Thesaurie, krachtens de wettelijke en reglementaire bepalingen die zijn genomen voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen die gelden inzake financiële embargo's.
  [17° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan de van de ondernemingen onafhankelijke actuarissen die krachtens de wet een opdracht vervullen waarbij zij controle uitoefenen op die ondernemingen, alsook aan de instanties die met het toezicht op die actuarissen zijn belast;
  18° aan het Fonds voor Arbeidsongevallen.] <KB 2003-03-25/34, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [2 19° aan de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen in zijn hoedanigheid van toezichthouder op de maatschappijen voor onderlinge bijstand zoals bedoeld in de artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen alsook op hun verrichtingen.]2
  [7 19° ...]7
  [8 20° binnen de grenzen van de Europese richtlijnen, aan het Agentschap van de Schuld in het kader van het toezicht op de markthouders als bedoeld in artikel 14, § 3, van deze wet]8
  § 2. De [CBFA] mag enkel vertrouwelijke informatie overeenkomstig § 1 meedelen op voorwaarde dat de autoriteiten of instellingen die er de geadresseerde van zijn, die informatie gebruiken voor de uitvoering van hun opdrachten, en dat zij, wat die informatie betreft, aan een gelijkwaardig beroepsgeheim gebonden zijn als bedoeld in artikel 74. Bovendien mag de informatie die afkomstig is van een autoriteit van een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte enkel met de uitdrukkelijke instemming van die autoriteit worden doorgegeven in de gevallen als bedoeld [in 7°, 9°, 10° en 17° van § 1] alsook aan de autoriteiten of organismen van derde Staten in de gevallen als bedoeld in [4°, 5°, 6°, 10° en 13° van § 1], en, in voorkomend geval, enkel voor de doeleinden waarmee die autoriteit heeft ingestemd. <KB 2003-03-25/34, art. 1 en 15, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 3. De [CBFA] mag de vertrouwelijke informatie als bedoeld in artikel 74, eerste lid, of de vertrouwelijke informatie die zij van de in § 1 bedoelde autoriteiten en instellingen heeft ontvangen, gebruiken voor de uitvoering van al haar opdrachten als bedoeld in artikel 45. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 4. Onverminderd de strengere bepalingen van de bijzondere wetten die op hen van toepassing zijn, zijn de in § 1 bedoelde Belgische autoriteiten en instellingen, wat de vertrouwelijke informatie betreft die zij van de [CBFA] ontvangen met toepassing van § 1, gebonden door het beroepsgeheim als bedoeld in artikel 74. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  ----------
  (1)<W 2009-12-21/18, art. 53, 037; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  (2)<W 2010-04-26/07, art. 53, 039; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (3)<W 2010-07-02/17, art. 21, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>
  (4)<W 2010-12-29/01, art. 63, 043; Inwerkingtreding : 01-01-2011>
  (5)<KB 2010-12-19/15, art. 37, 044; Inwerkingtreding : 03-02-2011>
  (6)<KB 2011-03-03/01, art. 1, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  (7)<KB 2011-03-03/01, art. 234, 045; Inwerkingtreding : onbepaald>
  (8)<KB 2011-03-03/01, art. 234, 045; Inwerkingtreding : onbepaald, te bepalen door de Koning uiterlijk op 31-12-2015>
  

  Art. 76. Artikel 74 is van toepassing op de erkende commissarissen, op de bedrijfsrevisoren en op de deskundigen wat de informatie betreft waarvan zij kennis hebben genomen in het kader van de opdrachten van de (CBFA) of in het kader van de verificaties, expertises of verslagen die de (CBFA) hen, in het kader van haar opdrachten als bedoeld in artikel 45, heeft gelast uit te voeren dan wel voor te leggen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <KB 2007-04-21/42, art. 103, § 4, 026; Inwerkingtreding : 31-08-2007>
  Het eerste lid en (artikel 78 van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor) zijn niet van toepassing op de mededeling van informatie aan de (CBFA) die is voorgeschreven of toegestaan door de wettelijke of reglementaire bepalingen die de opdrachten van de (CBFA) regelen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 77. § 1. Onverminderd de artikelen 74 tot 76 en de bepalingen in bijzondere wetten werkt de (CBFA) in aangelegenheden die tot haar bevoegdheid behoren samen met de buitenlandse bevoegde autoriteiten die één of meer bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met deze bedoeld in artikel 45 (...). <KB 2003-03-25/34, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. Onverminderd de verplichtingen die voor België voortvloeien uit het recht van de Europese Gemeenschappen, kan de (CBFA), op basis van wederkerigheid, met de bevoegde autoriteiten waarvan sprake in § 1 overeenkomsten sluiten teneinde vast te stellen hoe de samenwerking wordt opgevat, met inbegrip van de wijze waarop de controletaken desgevallend worden verdeeld, van de aanduiding van een bevoegde autoriteit als controlecoördinator en van de wijze van toezicht via inspecties ter plaatse, of anderszins welke samenwerkingsprocedures gelden alsook hoe het inwinnen en uitwisselen van informatie wordt georganiseerd. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (In het kader van de samenwerkingsovereenkomsten die zijn afgesloten met de in § 1 bedoelde autoriteiten, is de CBFA gemachtigd om, wat de in artikel 77bis, § 1, b) bedoelde bevoegdheden betreft, een vrijstelling te verlenen van de naleving van de wettelijke of reglementaire bepalingen, mits de voorwaarden worden nageleefd die zij vaststelt, inzonderheid voor een gelijkwaardige bescherming van de beleggers.) <KB 2007-04-27/85, art. 29, 1°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 3. Onverminderd de verplichtingen die voor België voortvloeien uit het recht van de Europese Gemeenschappen, kan de (CBFA), in het kader van het toezicht overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II, met de in § 1 bedoelde bevoegde autoriteiten samenwerkingsovereenkomsten sluiten teneinde inzonderheid : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° gemeenschappelijke minimumcriteria overeen te komen voor de toegang van financiële tussenpersonen, andere dan deze bedoeld in artikel 2, 10°, a), b), d), e) en g), tot gereguleerde activiteiten en financiële markten;
  2° een gemeenschappelijke benadering te bepalen ten aanzien van de inhoud, de vorm en de verspreiding van prospectussen of andere informatiedocumenten die zijn vereist voor de toelating van financiële instrumenten tot de verhandeling op gereglementeerde markten of voor de openbare aanbiedingen tot inschrijving, verkoop, aankoop of omruiling van financiële instrumenten;
  3° het toezicht te organiseren op grensoverschrijdende marktmisbruiken en op misbruiken in financiële aangelegenheden via het internet.
  (§ 4. In het kader van haar opdrachten als bedoeld in artikel 77bis, § 1, b), treft de CBFA evenredige samenwerkingsregelingen met de andere betrokken marktautoriteiten van gereglementeerde markten, met name via evenredige samenwerkingsovereenkomsten, wanneer de werkzaamheden van een gereglementeerde markt die in een andere lidstaat voorzieningen heeft geïnstalleerd, in die lidstaat van aanzienlijk belang zijn geworden, in de zin van artikel 16 van de verordening 1287/2006, voor de werking van de effectenmarkten en de bescherming van de beleggers, gelet op de toestand van de effectenmarkten in de lidstaat van ontvangst.) <KB 2007-04-27/85, art. 29, 2°, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2007>

  Art. 77bis.<Ingevoegd bij KB 2007-04-27/85, art. 30; Inwerkingtreding : 01-11-2007> § 1. Onverminderd de relevante bepalingen van afdeling 7 van hoofdstuk III van deze wet, zijn de volgende bepalingen van toepassing
  a) in het kader van de bestrijding van marktmisbruik, wat de wederzijdse samenwerking betreft tussen de CBFA en de overige bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 11, eerste lid van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik);
  b) in het kader van de bevoegdheden als bedoeld in [1 artikel 45]1, wat de wederzijdse samenwerking betreft tussen de CBFA en de overige bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 4, lid 1, 22) van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, en in artikel 4, (4) van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, teneinde de uit de voornoemde Richtlijn 2004/39/EG voortvloeiende verplichtingen na te leven :
  1° Telkens wanneer dat noodzakelijk is voor het vervullen van hun taken, werkt de CBFA samen met de andere bevoegde autoriteiten, en maakt daarbij gebruik van de bevoegdheden die haar zijn verleend, hetzij krachtens de voornoemde Richtlijnen, hetzij ingevolge de nationale wetgeving. De CBFA beschikt hiertoe inzonderheid over de bevoegdheden die haar bij deze wet zijn toegekend. De CBFA verleent bijstand aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten. Zij wisselt met de andere bevoegde autoriteiten inzonderheid informatie uit en werkt met hen samen bij onderzoeks- of toezichtsactiviteiten, inclusief voor een inspectie ter plaatse, ook al houden de aldus onderzochte of geverifieerde praktijken geen schending van Belgische regelgeving in.
  2° De CBFA verstrekt onmiddellijk alle informatie die voor het in het 1° genoemde doel noodzakelijk is. Daartoe neemt de CBFA, naast de passende organisatorische maatregelen voor een vlotte samenwerking als bedoeld in het 1°, onverwijld alle nodige maatregelen om de gevraagde informatie te verzamelen.
  Indien de CBFA, wat de in § 1, a) bedoelde bevoegdheden betreft, niet bij machte is om de door een bevoegde autoriteit gevraagde informatie onmiddellijk te verstrekken, stelt zij deze autoriteit in kennis van de redenen hiervan.
  Indien, meer in het bijzonder wat de in § 1, b) bedoelde bevoegdheden betreft, een verzoek wordt gericht aan de CBFA om een inspectie ter plaatste te verrichten of een onderzoek uit te voeren, geeft zij hier, binnen haar bevoegdheden, gevolg aan
  - door de inspectie of het onderzoek zelf te verrichten;
  - door de autoriteit die het verzoek heeft ingediend dan wel revisoren of deskundigen toe te staan de inspectie of het onderzoek zelf te verrichten.
  3° De informatie die in het kader van de samenwerking wordt uitgewisseld, valt onder de bij artikel 74 opgelegde beroepsgeheim. Indien de CBFA informatie verstrekt in het kader van de samenwerking, kan zij aangeven dat die informatie alleen mag worden doorgegeven met haar uitdrukkelijke toestemming of voor de doeleinden waarmee zij heeft ingestemd. Zo ook moet de CBFA, wanneer zij informatie ontvangt, in afwijking van artikel 75, de beperkingen naleven die zouden zijn opgelegd door de buitenlandse autoriteit, wat de mogelijkheid betreft om de aldus ontvangen informatie door te geven.
  4° Wanneer de CBFA ervan overtuigd is dat er op het grondgebied van een andere lidstaat handelingen worden of zijn uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen van de voornoemde Richtlijnen, dan wel dat bepaalde handelingen van invloed zijn op financiële instrumenten die verhandeld worden op een gereglementeerde markt in een andere lidstaat, geeft zij hiervan zo specifiek mogelijk kennis aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat. Indien de CBFA er door een autoriteit van een andere lidstaat van in kennis wordt gesteld dat er in België gelijkaardige handelingen worden verricht, neemt zij de nodige maatregelen en brengt zij de kennisgevende autoriteit op de hoogte van het resultaat van deze maatregelen, alsmede, voor zover mogelijk, van belangrijke tussentijdse ontwikkelingen. De bevoegde autoriteiten van de verschillende lidstaten die bevoegd zijn krachtens artikel 10 van voornoemde Richtlijn 2006/3/EG, raadplegen elkaar over de follow-up die zij aan hun optreden overwegen te geven.
  § 2. Bij de tenuitvoerlegging van § 1 kan de CBFA weigeren om gevolg te geven aan een verzoek om inlichtingen, onderzoek, inspectie ter plaatse of toezicht indien :
  - het gevolg geven aan dergelijke verzoeken gevaar zou kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van België, of
  - indien voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen reeds een gerechtelijke procedure is ingeleid in België, dan wel
  - indien jegens deze personen voor dezelfde feiten reeds een onherroepelijke uitspraak is gedaan in België.
  In dit geval stelt zij de verzoekende bevoegde autoriteit daarvan in kennis, waarbij zij zo gedetailleerd mogelijke informatie verstrekt over de procedure of uitspraak in kwestie.
  § 3. Wat de in § 1, a) bedoelde bevoegdheden betreft,
  1° kan de CBFA, onverminderd artikel 226 van het EG-Verdrag, wanneer haar verzoek om inlichtingen niet binnen een redelijke termijn wordt gehonoreerd of wordt afgewezen, dit verzuim onder de aandacht brengen van het Comité van Europese Effectenregelgevers dat zal beraadslagen om een snelle en doeltreffende oplossing te vinden;
  2° mag de CBFA, onverminderd haar verplichtingen in het kader van strafrechtelijke procedures, de informatie die zij van een bevoegde autoriteit ontvangt, uitsluitend gebruiken voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van de artikelen 25 en 25bis, alsmede in het kader van administratieve of gerechtelijke procedures die daarmee verband houden. Wanneer de bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt daarin toestemt, mag de CBFA de informatie echter voor andere doeleinden gebruiken of doorgeven aan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten;
  3° de CBFA kan verzoeken dat een onderzoek wordt verricht door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat op het grondgebied van die lidstaat. Verder kan zij verzoeken dat aan een aantal leden van haar personeel toestemming wordt verleend om de leden van het personeel van de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat gedurende het onderzoek te vergezellen.
  Een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat kan verzoeken dat een onderzoek wordt verricht door de CBFA in België. Zij kan tevens verzoeken dat aan een aantal leden van haar personeel toestemming wordt verleend om de leden van het personeel van de CBFA gedurende het onderzoek te vergezellen.
  Het onderzoek wordt evenwel verricht onder de eindverantwoordelijkheid van de lidstaat op het grondgebied waarvan het onderzoek plaatsvindt.
  De CBFA kan een verzoek om een onderzoek als bedoeld in het tweede lid van de hand wijzen wanneer een dergelijk onderzoek gevaar zou kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van België, of indien voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen reeds een gerechtelijke procedure is ingeleid in België, of indien jegens deze personen voor dezelfde feiten reeds een onherroepelijke uitspraak is gedaan in België. In dat geval stelt zij de verzoekende bevoegde autoriteit hiervan in kennis, waarbij zij zo gedetailleerd mogelijke informatie verstrekt over de procedure of uitspraak in kwestie.
  Onverminderd het bepaalde in artikel 226 van het EG-Verdrag kan de CBFA, wanneer haar verzoek om een onderzoek of haar verzoek dat leden van haar personeel leden van het personeel van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat vergezellen, niet binnen een redelijke termijn wordt gehonoreerd, of wordt afgewezen, dit verzuim laten vaststellen door het Comité van Europese Effectenregelgevers dat zal beraadslagen om een snelle en doeltreffende oplossing te vinden.
  § 4. Wat de in § 1, b) bedoelde bevoegdheden betreft, mag de CBFA, onverminderd de op haar rustende verplichtingen in gerechtelijke procedures van strafrechtelijke aard, de informatie die zij van een bevoegde autoriteit ontvangt enkel gebruiken om toezicht uit te oefenen op de naleving van de voorwaarden voor de toegang tot de werkzaamheden van de beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen, alsook om het toezicht te vergemakkelijken, op individuele of geconsolideerde basis, op de naleving van de voorwaarden voor de uitoefening van deze activiteit, om zich te vergewissen van de goede werking van de verhandelingssystemen, om sancties op te leggen, in het kader van een administratieve beroepsprocedure of van een rechtsvordering ingesteld tegen een beslissing van de CBFA, en in het kader van het buitengerechtelijk mechanisme voor de behandeling van de klachten van beleggers. Wanneer de bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt er evenwel in toestemt, mag de CBFA deze informatie voor andere doeleinden gebruiken of doorgeven aan de bevoegde autoriteiten van andere Staten.
  § 5. De paragrafen 1, 2 en 3, 2° en 3°, eerste tot vierde lid, zijn eveneens van toepassing, op de voorwaarden vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten, in het kader van de samenwerking met autoriteiten van derde Staten.
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 235, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 77ter. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/85, art. 31; Inwerkingtreding : 01-11-2007> De Minister stelt de autoriteit aan die als contactpunt fungeert om ter uitvoering van artikel 77bis, § 1, b) verzoeken om uitwisseling van gegevens of verzoeken om samenwerking in ontvangst te nemen.
  De Minister stelt de Europese Commissie en de andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte hiervan in kennis.

  Art. 77quater.[1 Onverminderd de artikelen 74 tot 76 en de bepalingen in bijzondere wetten [2 sluiten de Bank en de FSMA samenwerkingsovereenkomsten met de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen]2 betreffende de materie van de aanvullende ziekteverzekering door de maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in de artikelen 43bis, § 5 en 70, § § 6, 7 en 8, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. [2 De samenwerkingsovereenkomsten regelen]2 onder meer de uitwisseling van informatie en de eenvormige toepassing van de betrokken wetgeving.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2010-04-26/07, art. 54, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 236 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Afdeling 7. - Onderzoeksbevoegdheden en strafbepalingen.

  Art. 78. Onverminderd de onderzoeksbevoegdheden die haar worden toegekend door de wettelijke en reglementaire bepalingen die haar opdrachten regelen, kan de (CBFA), teneinde te verifiëren of een verrichting of een activiteit wordt beoogd door de wetten en reglementen waarvan zij op de toepassing dient toe te zien, alle nodige informatie vereisen van degenen die de verrichting uitvoeren of de betrokken activiteit uitoefenen en van alle derden die de uitvoering of uitoefening ervan mogelijk maken. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De (CBFA) heeft dezelfde onderzoeksbevoegdheid teneinde te verifiëren, binnen het kader van een samenwerkingsakkoord gesloten met een buitenlandse autoriteit en wat de concrete punten betreft die zijn aangegeven in de schriftelijke aanvraag van deze autoriteit, of een verrichting of een activiteit die in België is uitgevoerd of uitgeoefend wordt beoogd door de wetten en reglementen waarvan deze buitenlandse autoriteit op de toepassing dient toe te zien. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De betrokken persoon of onderneming maakt deze informatie over binnen de termijn en in de vorm bepaald door de (CBFA). <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De (CBFA) kan in de boeken en documenten van de belanghebbenden de juistheid van de informatie die haar werd meegedeeld, nagaan of laten nagaan. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de in dit artikel opgelegde verplichtingen niet worden nageleefd.) <W 2005-02-14/36, art. 4, 013; Inwerkingtreding : 14-03-2005>

  Art. 79. <Nieuw artikel 79 ingevoegd bij W 2007-05-02/31, art. 48; Inwerkingtreding : 22-06-2007> Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden beschikt de CBFA over de bevoegdheid om iedere persoon op te roepen en te verhoren, volgens de hierna bepaalde regels.
  De oproeping voor een verhoor door de CBFA geschiedt hetzij door gewone kennisgeving, hetzij door een ter post aangetekende brief, hetzij door een dagvaarding.
  Eenieder die met toepassing van het eerste lid wordt opgeroepen is gehouden om te verschijnen.
  Bij het verhoren van personen, ongeacht in welke hoedanigheid zij worden verhoord, neemt de CBFA ten minste de volgende regels in acht :
  1° het verhoor begint met de mededeling aan de ondervraagde persoon dat :
  a) hij kan vragen dat alle vragen die hem worden gesteld en alle antwoorden die hij geeft, worden genoteerd in de gebruikte bewoordingen;
  b) hij kan vragen dat een bepaalde onderzoekshandeling wordt verricht of een bepaald verhoor wordt afgenomen;
  c) zijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt;
  2° eenieder die ondervraagd wordt, mag gebruik maken van de documenten in zijn bezit, zonder dat daardoor het verhoor wordt uitgesteld. Hij mag, tijdens de ondervraging of later, eisen dat deze documenten bij het proces-verbaal van het verhoor worden gevoegd;
  3° aan het einde van het verhoor geeft de ondervrager de ondervraagde persoon het proces-verbaal van zijn verhoor te lezen, tenzij hij vraagt dat het hem wordt voorgelezen. Er wordt hem gevraagd of hij zijn verklaringen wil verbeteren of daaraan iets wil toevoegen;
  4° indien de ondervraagde persoon zich in een andere taal dan die van de procedure wenst uit te drukken, worden zijn verklaringen genoteerd in zijn taal, ofwel wordt hem gevraagd zelf zijn verklaring te noteren;
  5° er wordt de ondervraagde persoon meegedeeld dat hij kosteloos een kopie van de tekst van zijn verhoor kan verkrijgen, die hem, desgevraagd, onmiddellijk of binnen een maand wordt overhandigd of verstuurd.

  Art. 80. <hersteld bij W 2007-05-02/31, art. 50, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden, kan de auditeur, in geval van hoogdringendheid en buiten een privé-woning, bij gemotiveerde beslissing de voorlopige inbeslagneming bevelen van gelden, waarden, titels of rechten die eigendom zijn van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een onderzoek door de CBFA of door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, en die hetzij het voorwerp van de onderzochte inbreuk uitmaken, hetzij tot het plegen van de inbreuk bestemd waren of gediend hebben, hetzij een vermogensvoordeel vormen dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of er het equivalent van uitmaken.
  De maatregel bedoeld in het vorige lid, kan worden bevolen voor een tijdsduur die 48 uur niet mag overschrijden.
  Deze termijn kan niet worden hernieuwd.
  Voor de uitvoering van dit bevel kunnen de auditeur en de door hem aangewezen personeelsleden, indien nodig, de bijstand vorderen van de openbare macht.
  Van de uitvoering van de inbeslagneming wordt procesverbaal opgesteld waaraan een inventaris wordt gehecht waarin alle in beslag genomen zaken worden vermeld.
  Voor zover als mogelijk worden die zaken geïndividualiseerd.
  Het proces-verbaal wordt ter ondertekening aan de beslagene of de derde-beslagene aangeboden, die er kosteloos een kopie van ontvangen.

  Art. 81. <hersteld bij W 2007-05-02/31, art. 51, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> § 1. Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden, kan de auditeur bij een gemotiveerde en schriftelijke beslissing, van de operator van een telecommunicatienetwerk of van de verstrekker van een telecommunicatiedienst vorderen :
  1° de abonnee of de gewoonlijke gebruiker van een telecommunicatiedienst te identificeren;
  2° de identificatiegegevens mee te delen met betrekking tot telecommunicatiediensten waarop een bepaald persoon geabonneerd is of die door een bepaald persoon gewoonlijk worden gebruikt.
  De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
  § 2. De operator van een telecommunicatienetwerk of de verstrekker van een telecommunicatiedienst delen na ontvangst van de in § 1, eerste lid, bedoelde vordering, onverwijld aan de auditeur de schatting van de kostprijs mee van de gevraagde inlichtingen en van de termijn die nodig is om de informatie te verzamelen.
  Na ontvangst van de bevestiging van de vordering van de auditeur verschaffen de in het eerste lid bedoelde operator en verstrekker de gevraagde gegevens binnen een door de auditeur bepaalde termijn.
  § 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van een vordering als bedoeld in § 1, of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek

  Art. 82. <hersteld bij W 2007-05-02/31, art. 52, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> Voor de in artikel 35, § 1, 1° en 2°, bedoelde doeleinden, kan de auditeur, mits voorafgaande toestemming van een onderzoeksrechter :
  1° buiten een privé-woning de inbeslagneming bevelen van gelden, waarden, titels of rechten die eigendom zijn van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een onderzoek door de CBFA of door een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 75, § 1, 3° of 4°, en die hetzij het voorwerp van de onderzochte inbreuk uitmaken, hetzij tot het plegen van de inbreuk bestemd waren of gediend hebben, hetzij een vermogensvoordeel vormen dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of er het equivalent van uitmaken, volgens de regels bepaald bij artikel 83;
  2° de mededeling vorderen van oproepgegevens van telecommunicatiemiddelen, evenals van de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie, volgens de regels bepaald bij artikel 84;
  3° een tijdelijk verbod op de beroepsuitoefening opleggen, volgens de regels bepaald bij artikel 85.

  Art. 83. <hersteld bij W 2007-05-02/31, art. 53, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
  § 1. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 1°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter, kan de auditeur, bij een gemotiveerde beslissing, buiten een privé-woning de inbeslagneming bevelen van de zaken bedoeld in artikel 82, 1°.
  De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
  Voor de uitvoering van dit bevel kunnen de auditeur en de door hem aangewezen personeelsleden, indien nodig, de bijstand vorderen van de openbare macht.
  De bepalingen van artikel 80, vierde en vijfde lid, zijn van toepassing op deze onderzoekshandeling.
  § 2. De maatregel van inbeslagneming door de auditeur vervalt van rechtswege, hetzij vanaf het verstrijken van de in artikel 121, § 2, tweede lid, bedoelde termijn van beroep tegen de beslissing van het directiecomité, hetzij de dag volgend op het arrest van het Hof van Beroep te Brussel uitgesproken met toepassing van artikel 121, § 1, eerste lid, 4°.
  In afwijking van het eerste lid, vervalt de inbeslagneming wat de zaken betreft die in de beslissing van het directiecomité of, in voorkomend geval, van het hof van beroep te Brussel worden aangemerkt als een vermogensvoordeel dat rechtstreeks uit de inbreuk is verkregen of als het equivalent ervan, slechts op het ogenblik waarop de geldboete die met toepassing van artikel 36, § 2, werd opgelegd, integraal werd betaald.

  Art. 84. <hersteld bij W 2007-05-02/31, art. 54, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> § 1. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 2°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter, kan de auditeur, wanneer hij van oordeel is dat er omstandigheden zijn die het doen opsporen van telecommunicatie of het lokaliseren van de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie noodzakelijk maken om de waarheid aan de dag te brengen, zo nodig door daartoe de medewerking van de operator van een telecommunicatienetwerk of van de verstrekker van een telecommunicatiedienst te vorderen :
  1° de oproepgegevens doen opsporen van telecommunicatiemiddelen van waaruit of waarnaar oproepen werden gedaan;
  2° de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie laten lokaliseren.
  In de gevallen bedoeld in het eerste lid wordt voor ieder telecommunicatiemiddel waarvan de oproepgegevens worden opgespoord of waarvan de oorsprong of de bestemming van de telecommunicatie wordt gelokaliseerd, de dag, het uur, de duur, en, indien nodig, de plaats van de oproep vastgesteld en opgenomen in een proces-verbaal.
  De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
  § 2. De operator van een telecommunicatienetwerk of de verstrekker van een telecommunicatiedienst deelt, na ontvangst van de in § 1 bedoelde vordering, onverwijld aan de auditeur de schatting van de kostprijs mee van de gevraagde inlichtingen en van de termijn die nodig is om de informatie te verzamelen.
  Na ontvangst van de bevestiging van de vordering van de auditeur verschaffen de in het eerste lid bedoelde operator en verstrekker, de gevraagde gegevens binnen een door de auditeur bepaalde termijn.
  § 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.

  Art. 85. <hersteld bij W 2007-05-02/31, art. 55, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> § 1. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 82, 3°, en mits de voorafgaandelijke toestemming van een onderzoeksrechter kan de auditeur bij gemotiveerde beslissing een natuurlijke persoon of rechtspersoon, in wiens hoofde manifeste aanwijzingen bestaan dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een inbreuk in de zin van de artikelen 25, 26, 27, 39 en 40, het tijdelijk verbod opleggen om de beroepsactiviteiten die een risico inhouden op een nieuwe inbreuk op één van die bepalingen en die in de beslissing nader worden gepreciseerd, uit te oefenen.
  Het verbod kan uitsluitend betrekking hebben op de natuurlijke personen en rechtspersonen en op de nauwkeurig omschreven beroepsactiviteiten die in de beslissing van de auditeur worden aangewezen.
  De auditeur doet in zijn beslissing opgave van de feitelijke omstandigheden die de maatregel rechtvaardigen en hij houdt rekening met het evenredigheids- en subsidiariteitsbeginsel bij de motivering van zijn beslissing.
  Het verbod geldt voor een termijn van drie maanden die éénmaal hernieuwbaar is volgens dezelfde procedure.
  Het verbod gaat slechts in vanaf het ogenblik waarop de beslissing aan de betrokkene werd betekend door de auditeur.

  Art. 86. <hersteld bij W 2007-05-02/31, art. 56, 029; Inwerkingtreding : 22-06-2007> De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de op grond van de artikelen 79 tot en met 85 opgelegde verplichtingen of maatregelen niet worden nageleefd.

  Art. 87. (oud art. 79) § 1. Worden gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en een geldboete van 250 EUR tot 2.500.000 EUR of met één van deze straffen alleen : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° zij die de onderzoeken en expertises van de (CBFA) krachtens dit hoofdstuk verhinderen of haar bewust onjuiste of onvolledige informatie verstrekken; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° zij die bewust, door verklaringen of anderszins, doen of laten uitschijnen dat de verrichting of verrichtingen die zij uitvoeren of voornemens zijn uit te voeren worden verricht onder de voorwaarden bepaald in de wetten en reglementen waarvan de (CBFA) op de toepassing toeziet, terwijl deze wetten en reglementen niet op hen van toepassing zijn of niet werden geëerbiedigd. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 003; ED : 01-01-2004>
  § 2. De inbreuken op de artikelen 74, 75, § 4, en 76, eerste lid, worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.
  § 3. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en van artikel 85, van toepassing op de inbreuken bedoeld in §§ 1 en 2.

  Afdeling 8. [1 Complianceofficers]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 237, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 87bis.[1 § 1. De beleggings-ondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht en de in België gevestigde bijkantoren van dergelijke instellingen die ressorteren onder het recht van derde landen stellen voor het naleven van de in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, bedoelde regels één of meerdere complianceofficers aan die de vereiste professionele betrouwbaarheid en passende kennis en ervaring bezitten.
   Deze personen voeren de volgende opdrachten uit onder de verantwoordelijkheid van de effectieve leiding :
   a) de controle op en de evaluatie van de aangepastheid en de efficiëntie van het beleid, de procedures en de maatregelen die de naleving beogen door de betrokken onderneming en de betrokken relevante personen van de in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, bedoelde regels;
   b) het adviseren en het bijstaan van de relevante personen opdat deze hun bovenvermelde verplichtingen zouden nakomen.
   De betrokken ondernemingen brengen de FSMA onverwijld op de hoogte van de in het eerste lid bedoelde aanstelling alsook van de wijzigingen in de functie van een complianceofficer.
   § 2. De complianceofficers die binnen de betrokken ondernemingen belast zijn met de in § 1 bedoelde opdrachten dienen door de FSMA te worden erkend. De betrokken ondernemingen dienen daartoe een aanvraag tot erkenning in bij de FSMA.
   Bij reglement zoals bedoeld in artikel 64 bepaalt de FSMA :
   - de vereisten inzake kennis, ervaring, vorming en professionele eerbaarheid;
   - de modaliteiten van de erkenningprocedure.
   De FSMA publiceert op haar website een lijst met de complianceofficersdie door haar erkend zijn bij de betrokken ondernemingen.
   § 3. In geval een complianceofficer niet langer beantwoordt aan de erkenningsvoorwaarden kan de FSMA overgaan tot het herroepen van de erkenning op grond van een gemotiveerde beslissing en na de betrokkene te hebben gehoord.
   De FSMA kan beslissen deze herroeping publiek te maken door publicatie ervan op haar website.
   § 4. De bepalingen van de artikelen 36 en 37 zijn van toepassing ingeval de in dit artikel opgelegde verplichtingen niet worden nageleefd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 238 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Afdeling 9. [1 Bijstand van revisoren]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 239, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 87ter.[1 § 1. De FSMA kan in het kader van de haar in artikel 45 toegewezen opdrachten een daartoe door haar erkend revisor de opdracht geven om met betrekking tot de domeinen die onder haar bevoegdheid vallen een verslag uit te brengen over :
   - de aangepastheid van de organisatie van de in artikel 45, § 1, 2° en 3° bedoelde ondernemingen en personen, in het licht van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2;
   - de naleving door de betrokken ondernemingen en personen van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2.
   De erkende revisor beschikt daartoe over de volgende bevoegdheden :
   a) hij kan zich elke informatie en elk document, in welke vorm ook, doen meedelen, met inbegrip van informatie en documenten die betrekking hebben op de relaties tussen de onderneming en een bepaalde cliënt;
   b) hij kan ter plaatse inspecties en expertises verrichten, ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk document, gegevensbestand en registratie, en toegang hebben tot elk informaticasysteem.
   De kosten voor de opstelling van het verslag van de erkende revisor worden door de betrokken onderneming gedragen.
   § 2. De FSMA legt bij reglement bedoeld in artikel 64 de regels vast voor de erkenning van en samenwerking met de revisoren.
   Het erkenningsreglement wordt uitgevaardigd na raadpleging van de erkende revisoren via hun representatieve beroepsvereniging.
   Het Instituut der Bedrijfsrevisoren brengt de FSMA op de hoogte telkens als een tuchtprocedure wordt ingeleid tegen een erkende revisor wegens een tekortkoming in de uitoefening van zijn taak bij een onderneming alsook telkens als een tuchtmaatregel wordt genomen tegen een erkende revisor, met opgave van de motivering.
   De FSMA kan de erkenning van de betrokken revisor steeds herroepen bij beslissing die is gemotiveerd door redenen die verband houden met zijn statuut of zijn opdracht als erkende revisor, zoals bepaald door of krachtens deze wet. Met deze herroeping eindigt de opdracht van de erkende revisor.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 240 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  Afdeling 10. [1 Rapportering]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 241, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 87quater.[1 Bij reglement zoals bedoeld in artikel 64 kan de FSMA ten aanzien van de instellingen bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 2° en 3°, de regels vastleggen inzake de verslaggeving die periodiek aan de FSMA moet worden overgemaakt in verband met de activiteiten en diensten onder haar toezicht. De FSMA kan daarbij een onderscheid maken tussen de categorieën van instellingen.
   Deze reglementen worden genomen na raadpleging van de betrokken instellingen via hun beroepsverenigingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-03-03/01, art. 242 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  

  HOOFDSTUK IV. - [1 Comité voor systeemrisico's en systeemrelevante financiële instellingen.]1 [2 opgeheven]2
  ----------
  (1)<hersteld bij W 2010-07-02/17, art. 22, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010 >
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 88.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 89.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 90.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 242, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 91.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 92.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 93.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 94.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 95.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 96.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 97.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 98.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 99.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 100.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 101.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 102.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 103.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 104.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 105.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 106.
  <Opgeheven bij KB 2011-03-03/01, art. 243, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Afdeling 6. - Beroepsgeheim, uitwisseling van informatie en samenwerking met andere autoriteiten. (Opgeheven door KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 109. (Opgeheven ) <KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 110. (Opgeheven) <KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 111. (Opgeheven) <KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 112. (Opgeheven) <KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 113. (Opgeheven) <KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 114. (Opgeheven) <KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Afdeling 7. - Onderzoeksbevoegdheden en strafbepalingen. (Opgeheven door KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 115. (Opgeheven) <KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 116. (Opgeheven) <KB 2003-03-25/34, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> t

  HOOFDSTUK IV.
  <Opgeheven bij W 2010-07-02/17, art. 23, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>

  Art. 117.
  <Opgeheven bij W 2010-07-02/17, art. 23, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>

  Art. 117bis.
  <Opgeheven bij W 2010-07-02/17, art. 23, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>

  Art. 117ter.
  <Opgeheven bij W 2010-07-02/17, art. 23, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>

  Art. 118.<Opgeheven bij W 2010-07-02/17, art. 23, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>

  Art. 119.
  <Opgeheven bij W 2010-07-02/17, art. 23, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>

  HOOFDSTUK V. - Verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de (CBFA) en de marktondernemingen en tussenkomst van de (CBFA) voor de strafgerechten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <Hoofdstuk hernummerd bij W 2007-05-02/31, art. 49, 028; Inwerkingtreding : 22-06-2007>

  Art. 120. <Ingevoegd bij W 2002-08-02/65, art. 2; ED : onbepaald> (NOTA : inwerkingtreding van artikel 120 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de (CBFA), de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de (CBFA) en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> § 1. Ondernemingen die om erkenning of handhaving van de hoedanigheid van Belgische gereglementeerde markt verzoeken, alsook de (CBFA) kunnen, beroep instellen bij het hof van beroep te Brussel tegen de beslissingen die de minister neemt op grond van artikel 3, § 1 en § 3. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Daarnaast kunnen aanvragers of houders van een vergunning alsook de (CBFA), beroep instellen bij het hof van beroep te Brussel tegen de beslissingen inzake vergunning of intrekking van een vergunning die de minister neemt op grond van de artikelen 16 tot 18, of wanneer de minister geen uitspraak heeft gedaan binnen de krachtens artikel 18 vastgestelde termijnen. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. Het beroep als bedoeld in § 1 moet, op straffe van verval, worden ingesteld binnen 30 dagen na de kennisgeving van de beslissing of na afloop van de vastgestelde termijn.
  § 3. Het beroep als bedoeld in § 1 moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, worden ingesteld bij ondertekend verzoekschrift ingediend ter griffie van het hof van beroep te Brussel in zoveel exemplaren als er partijen zijn.
  Op straffe van niet-ontvankelijkheid, bevat het verzoekschrift :
  1° de vermelding van de dag, de maand en het jaar;
  2° indien de verzoeker een natuurlijke persoon is, zijn naam, voornamen en woonplaats; indien de verzoeker een rechtspersoon is, zijn naam, zijn rechtsvorm, zijn maatschappelijke zetel en het orgaan dat hem vertegenwoordigt;
  3° de vermelding van de beslissing waarop het beroep betrekking heeft;
  4° de uiteenzetting van de middelen;
  5° de aanduiding van de plaats, de dag en het uur van de verschijning vastgesteld door de griffie van het hof van beroep;
  6° de inventaris van de verantwoordingsstukken die samen met het verzoekschrift ter griffie zijn neergelegd.
  Het verzoekschrift wordt door de griffie van het hof van beroep te Brussel ter kennis gebracht van alle partijen die door verzoeker in het geding zijn opgeroepen.
  Op ieder ogenblik, kan het hof van beroep te Brussel ambtshalve alle andere partijen, wier toestand beïnvloed dreigt te worden door de beslissing over het beroep, in het geding oproepen.
  Het hof van beroep stelt de termijn vast waarbinnen de partijen elkaar hun schriftelijke opmerkingen moeten overleggen en een kopie ervan ter griffie moeten neerleggen. Het hof bepaalt eveneens de datum van de debatten.
  Elk van de partijen kan haar schriftelijke opmerkingen neerleggen bij de griffie van het hof van beroep te Brussel en ter plaatse het dossier op de griffie raadplegen. Het hof van beroep bepaalt de termijn waarbinnen die opmerkingen moeten worden overgelegd. Ze worden door de griffie ter kennis gebracht van de partijen.
  § 4. De griffie van het hof van beroep te Brussel vraagt, binnen vijf dagen na de inschrijving van de zaak op de rol, de toezending van het dossier met de stukken aan het secretariaat van de minister. Binnen vijf dagen na de ontvangst van de vraag moet het dossier worden toegezonden.
  § 5. Behoudens in behoorlijk gemotiveerde omstandigheden, beslist het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van 60 dagen na de neerlegging van het in § 3 bedoelde verzoekschrift.
  § 6. Het beroep als bedoeld in § 1 heeft geen opschortende werking. Wanneer een dergelijk beroep is ingesteld, kan het hof van beroep te Brussel evenwel, alvorens recht te spreken, de opschorting bevelen van de uitvoering van de beslissing van de minister als de aanvrager ernstige middelen inroept die de herziening van de beslissing kunnen rechtvaardigen en als de onmiddellijke uitvoering ervan een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigt te berokkenen. Het Hof doet onverwijld uitspraak over de vraag tot opschorting.

  Art. 121.<Ingevoegd bij W 2002-08-02/65, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> (NOTA : inwerkingtreding van artikel 121 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de [CBFA], de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de [CBFA] en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> § 1. In de volgende gevallen kan bij het hof van beroep te Brussel beroep worden ingesteld tegen de beslissingen van de [CBFA] : <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1° [elke beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld en die is genomen met toepassing van de bepalingen van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en haar uitvoeringsbesluiten;] <W 2007-04-01/46, art. 3, 1°, 025; Inwerkingtreding : 06-05-2007>
  2° [elke beslissing, vatbaar voor beroep, die genomen is met toepassing van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en haar uitvoeringsbesluiten;] <W 2007-04-01/46, art. 3, 2°, 025; Inwerkingtreding : 06-05-2007>
  3° [elke beslissing die is genomen met toepassing van artikel 10 van deze wet en van de uitvoeringsmaatregelen daarvan, en elke beslissing die genomen is met toepassing van artikel 34, § 2, van deze wet of met toepassing van artikel 23, § 2, 7° en 8°, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen;] <W 2007-05-23/32, art. 4, 1°, 030; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
  4° elke beslissing waarbij een dwangsom of een administratieve geldboete wordt opgelegd en die is genomen met toepassing van artikel 36, § 1, tweede lid, 2°, of § 2, van deze wet, [de artikelen 36, § 4, of 37 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen], artikel 22 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, [4 artikel 58quater, § 2, van de programmawet (I) van 24 december 2002]4, artikel 109, § 1, tweede lid, of § 2, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, [artikel 82, § 1, eerste lid van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen,] [4 artikel 49quater, § 2, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid]4 [artikel 15bis of artikel 16, § 1, van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen] [de artikelen 90, 91, 96, 131, derde lid, 132, tweede lid, 135, 136, derde lid, en 202 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles] [2 , artikel 22, § 1, of artikel 23, § 1, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, [4 ...]4 ]2 alsook met toepassing van elke andere wetsbepaling die de [CBFA] de bevoegdheid zou verlenen een dwangsom of een administratieve boete op te leggen. <KB 2003-03-25/34, art. 20, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2004-07-22/40, art. 3, 014; Inwerkingtreding : 09-03-2005> <W 2006-02-22/38, art. 3, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2006> <W 2007-04-01/46, art. 3, 3°, 025; Inwerkingtreding : 06-05-2007>
  [5° elke beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld en die is genomen met toepassing van de artikelen 60, 61, tweede lid, 131, derde lid, 135 en 136, derde lid, van de wet van... betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles.] <W 2004-07-22/40, art. 4, 014; Inwerkingtreding : 09-03-2005>
  Wanneer de [CBFA] uitspraak moet doen en er nog geen beslissing is gevallen na afloop van een termijn van 45 dagen, die aanvangt met de haar door een belanghebbende ter kennis gebrachte aanmaning tot uitspraak, wordt het stilzwijgen van de [CBFA] als een afwijzingsbeslissing beschouwd waartegen beroep kan worden ingesteld. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de bijzondere bepalingen die een andere termijn opleggen of die andere gevolgen verbinden aan het stilzwijgen van de [CBFA]. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [6° elke beslissing die is genomen met toepassing van artikel 82, 1° en 3°, van deze wet.] <W 2007-05-23/32, art. 4,2°, 030; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
  § 2. Onverminderd de strengere bijzondere bepalingen bepaald door of krachtens de wet, kan beroep worden ingesteld zoals bedoeld in § 1 door de bij de procedure voor de [CBFA] betrokken partijen alsook door elke persoon die kan aantonen een belang te hebben. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Onverminderd de bijzondere voorschriften bepaald door of krachtens de wet, bedraagt de beroepstermijn, op straffe van nietigheid, 15 dagen voor het beroep als bedoeld in § 1, 1° tot 3°. Die termijn bedraagt 30 dagen voor het beroep als bedoeld in § 1, 4°.
  De termijn voor het instellen van beroep vangt, voor de personen die deze kennisgeving ontvangen hebben, aan met de kennisgeving van de betwiste beslissingen, voor alle andere belanghebbende personen, op de datum waarop deze beslissing is gepubliceerd of hen bekend werd. Wanneer de [CBFA] geen uitspraak heeft gedaan binnen de door of krachtens de wet vastgestelde termijn, vangt de termijn aan na afloop van die termijn.
  [3 Vierde en vijfde lid opgeheven.]3
  § 3. Artikel 120, § 3, is van toepassing op het beroep als bedoeld in § 1.
  § 4. De griffie van het hof van beroep te Brussel vraagt aan de (CBFA), binnen 5 dagen na de inschrijving van de zaak op de rol, de toezending van het dossier met de stukken. Binnen 5 dagen na de ontvangst van de vraag moet het dossier worden toegezonden. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 5. Behoudens in behoorlijk gemotiveerde omstandigheden, beslist het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van 60 dagen na het indienen van de vraag over het beroep als bedoeld in § 1, 1° tot 3°.
  § 6. Het beroep bedoeld in § 1, 4°, schorst de beslissing van de [CBFA] op. Het beroep (bedoeld in § 1, 1°, 2°, 3° en 6°,) schorst de beslissing van de [CBFA] niet op, tenzij daarop door of krachtens de wet in uitzonderingen zijn voorzien. Het hof van beroep te Brussel kan evenwel, alvorens recht te spreken, de opschorting bevelen van de uitvoering van de beslissing van de [CBFA] als de aanvrager ernstige middelen inroept die de herziening van de beslissing kunnen rechtvaardigen en als de onmiddellijke uitvoering ervan een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigt te berokkenen. Het Hof doet onverwijld uitspraak over de vraag tot opschorting. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-05-23/32, art. 4, 4°, 030; Inwerkingtreding : 22-06-2007>
  ----------
  (1)<W 2009-02-16/37, art. 2, 031; Inwerkingtreding : 26-03-2009>
  (2)<W 2009-12-22/27, art. 2, 038; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  (3)<W 2010-07-02/17, art. 238, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>
  (4)<KB 2011-03-03/01, art. 244, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 122.<Ingevoegd bij W 2002-08-02/65, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> (NOTA : inwerkingtreding van artikel 122 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de [CBFA], de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de [CBFA] en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Bij de Raad van State kan, volgens een versnelde procedure zoals vastgesteld door de Koning, beroep worden ingesteld :
  1° [4 ...]4
  2° door de beleggingsinstelling, tegen de weigeringen tot erkenning of aanvaarding waartoe door de [CBFA] is beslist krachtens artikel 120, § 2, 1°, 2° en 3°, van de voormelde wet van 4 december 1990; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  3° door de beleggingsinstelling, tegen de beslissingen die de [CBFA] heeft genomen krachtens artikel 134, tweede lid, 2° en 5°, artikel 139 en artikel 141, § 3, van de voormelde wet van 4 december 1990. Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing tenzij de [CBFA] hier anders over beslist indien er ernstig gevaar dreigt voor de schuldeisers of de deelnemers; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  4° [4 ...]4
  5° [4 ...]4
  6° [4 ...]4
  7° door de aanvrager, tegen de beslissingen inzake vergunning die de [CBFA] heeft genomen krachtens de artikelen 50 en 51 van de wet van 6 april 1995 [4 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen]4. Een zelfde beroep kan worden ingesteld door de aanvrager indien de [CBFA] geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het eerste lid van het voormelde artikel 50 vastgestelde termijnen. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  8° [4 door de beleggingsonderneming, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 104, § 1, 1°, 1°bis, 2°, 3° en 4°, van voornoemde wet van 6 april 1995 of van de besluiten die ernaar verwijzen. Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de FSMA haar beslissing, bij ernstig gevaar voor de beleggers, uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep;]4
  9° [4 ...]4
  10° door de aanvrager van een registratie en door de betrokken vennootschap, tegen de beslissingen van de [CBFA] om de registratie te weigeren, te schorsen of te herroepen krachtens artikel 139 van de voormelde wet van 6 april 1995 en van zijn uitvoeringsmaatregelen. Het beroep schorst de beslissing op tenzij de [CBFA], om zwaarwichtige redenen, haar beslissing uitvoerbaar niettegenstaande hoger beroep zou hebben verklaard; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [4 11° ...]4
  [12° door de verzekeringsonderneming [...], tegen de beslissingen tot uitbreiding van het verzoek om inlichtingen die de CBFA heeft genomen krachtens [4 artikel 21, § 1ter, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen]4; <W 2006-10-27/37, art. 186, 1°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  13° [4 ...]4
  14° [4 ...]4
  15° [4 ...]4
  16° [4 ...]4
  18° door de hypothecaire onderneming, tegen de beslissingen tot verbod die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 43bis, § 3 van de voormelde wet van 4 augustus 1992;
  19° door de [verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon], tegen de beslissingen tot inschrijving of tot weigering van inschrijving in een categorie van het register van de [verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen], [tot schrapping, tot verbod van activiteiten, tot schorsing, tot wijziging van de inschrijving en tot waarschuwing, alsook tegen de beslissingen tot gevolg hebbende het verlies van rechtswege van inschrijving,] die de CBFA heeft genomen krachtens [artikelen 5, 9 en 13bis] van de wet van 27 maart 1995 betreffende de [verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling] en de distributie van verzekeringen.] <KB 2003-03-25/34, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2006-02-22/38, art. 4, 1° tot 4°, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  [4 20° ...]4
  [21° door de instelling voor collectieve belegging, tegen de weigeringen tot het verlenen van een vergunning, de weigeringen tot goedkeuring of de weigeringen tot aanvaarding waartoe door de CBFA is beslist krachtens de artikelen 33, 35, eerste lid, artikel 43, § 3, eerste lid, 45, tweede lid, of 49, derde lid, van de voormelde wet van 20 juli 2004, of wanneer de CBFA zich niet heeft uitgesproken binnen een termijn van drie maanden na de indiening van een volledig dossier. In dit laatste geval wordt het verzoek om vergunning, goedkeuring of aanvaarding geacht te zijn verworpen; (NOTA : het KB 2011-03-03/01, art. 245, 5°, beschikt dat in onderhavig punt 21° de woorden " artikel 134, tweede lid " vervangen worden door de woorden " artikel 134, § 1, tweede lid "; deze wijziging schijnt onmogelijk uit te voeren.)
  22° door de instelling voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 92, § 1, tweede lid, 3° en 6°, artikel 132 en artikel 134, derde lid, van de voormelde wet van 20 juli 2004. Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing tenzij de CBFA hier anders over beslist indien er ernstig gevaar dreigt voor de schuldeisers of de deelnemers; (NOTA : het KB 2011-03-03/01, art. 245, 6°, beschikt dat in punt 23° de woorden " artikel 134, derde lid " vervangen worden door de woorden " artikel 134, § 2 "; deze wijziging schijnt onmogelijk uit te voeren in punt 23° en betreft misschien het onderhavig punt 22°.)
  23° door de aanvrager, tegen de beslissingen inzake vergunning die de CBFA heeft genomen krachtens de artikelen 143 en 144 van de voormelde wet van... Eenzelfde beroep kan worden ingesteld door de aanvrager indien de CBFA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het eerste lid van het voormelde artikel 143 vastgestelde termijnen. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen; (NOTA : het KB 2011-03-03/01, art. 245, 6°, beschikt dat in onderhavig punt 23° de woorden " artikel 134, derde lid " vervangen worden door de woorden " artikel 134, § 2 "; deze wijziging schijnt onmogelijk uit te voeren. Zie misschien punt 22°.)
  24° door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens het derde lid van artikel 175 van de voormelde wet van 20 juli 2004;
  25° door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 197, § 1, tweede lid, 2°, 3° en 4°, van de voormelde wet van 20 juli 2004 of van de besluiten die ernaar verwijzen. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens § 1, tweede lid, 1°, van het voormelde artikel 197, of van de besluiten die ernaar verwijzen, indien de CBFA de beheervennootschap ter kennis heeft gebracht dat zij deze beslissingen zal bekendmaken. Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de CBFA, bij ernstig gevaar voor de beleggers, haar beslissing uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep.] <W 2004-07-22/40, art. 5, 014; Inwerkingtreding : 09-03-2005>
  [4 26° door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 197, § 1, tweede lid, 1°, 1°bis, 2°, 3° en 4°, van voornoemde wet van 20 juli 2004 of van de besluiten die ernaar verwijzen. Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de FSMA haar beslissing, bij ernstig gevaar voor de beleggers, uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep;]4
  [27° door de instelling en de rechtspersoon bedoeld in artikel [4 58quater, § 1]4 van de programmawet (I) van 24 december 2002 tegen de maatregelen die de CBFA heeft genomen krachtens ditzelfde artikel;
  28° door de instelling, de inrichter en de rechtspersoon bedoeld in artikel [4 49quater, § 1]4 van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, tegen de maatregelen die de CBFA heeft genomen krachtens ditzelfde artikel;
  29° door de aanvrager van een toelating, tegen de beslissingen tot weigering van toelating die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 56 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
  30° door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, tegen de beslissingen tot verzet die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 65 van de voornoemde wet van 27 oktober 2006;
  31° door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, tegen de herstelmaatregelen die de CBFA heeft genomen krachtens de artikelen 110 en 111 van de voornoemde wet van 27 oktober 2006;
  32° door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, tegen de beslissingen tot intrekking van de toelating die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 130 van de voornoemde wet van 27 oktober 2006;
  33° door de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 148 van de voornoemde wet van 27 oktober 2006.] <W 2006-10-27/37, art. 186, 2°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  [4 34° ...]4
  [4 35° ...]4
  [4 36° ...]4
  [4 37° ...]4
  [4 38° ...]4
  [2 39° door de tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten tegen de beslissingen tot inschrij-ving of tot weigering van inschrijving in een categorie van het register van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten, tot schrapping, tot verbod van activiteiten, tot schorsing, tot wijziging van de inschrijving en tot aanmaning, alsook tegen de beslissingen tot gevolg hebbende het verlies van rechtswege van inschrijving, die de CBFA heeft genomen krachtens artikelen 7, § 2, en 18 van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;]2
   [4 40° ...]4
   [4 41° ...]4
   [4 42° ...]4
  [4 43° ...]4
  [4 44° door de gereglementeerde onderneming of verzekeringsonderneming tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 36bis, § 2.]4
  
  [
  TOEKOMSTIG RECHT
  [
  Art. 122. <Ingevoegd bij W 2002-08-02/65, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> (NOTA : inwerkingtreding van artikel 122 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de [CBFA], de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de [CBFA] en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Bij de Raad van State kan, volgens een versnelde procedure zoals vastgesteld door de Koning, beroep worden ingesteld :
  1° [4 ...]4
  2° door de beleggingsinstelling, tegen de weigeringen tot erkenning of aanvaarding waartoe door de [CBFA] is beslist krachtens artikel 120, § 2, 1°, 2° en 3°, van de voormelde wet van 4 december 1990; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  3° door de beleggingsinstelling, tegen de beslissingen die de [CBFA] heeft genomen krachtens artikel 134, tweede lid, 2° en 5°, artikel 139 en artikel 141, § 3, van de voormelde wet van 4 december 1990. Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing tenzij de [CBFA] hier anders over beslist indien er ernstig gevaar dreigt voor de schuldeisers of de deelnemers; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  4° [4 ...]4
  5° [4 ...]4
  6° [4 ...]4
  7° door de aanvrager, tegen de beslissingen inzake vergunning die de [CBFA] heeft genomen krachtens de artikelen 50 en 51 van de wet van 6 april 1995 [4 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen]4. Een zelfde beroep kan worden ingesteld door de aanvrager indien de [CBFA] geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het eerste lid van het voormelde artikel 50 vastgestelde termijnen. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  8° [4 door de beleggingsonderneming, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 104, § 1, 1°, 1°bis, 2°, 3° en 4°, van voornoemde wet van 6 april 1995 of van de besluiten die ernaar verwijzen. Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de FSMA haar beslissing, bij ernstig gevaar voor de beleggers, uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep;]4
  9° [4 ...]4
  10° door de aanvrager van een registratie en door de betrokken vennootschap, tegen de beslissingen van de [CBFA] om de registratie te weigeren, te schorsen of te herroepen krachtens artikel 139 van de voormelde wet van 6 april 1995 en van zijn uitvoeringsmaatregelen. Het beroep schorst de beslissing op tenzij de [CBFA], om zwaarwichtige redenen, haar beslissing uitvoerbaar niettegenstaande hoger beroep zou hebben verklaard; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [4 11° ...]4
  [12° door de verzekeringsonderneming [...], tegen de beslissingen tot uitbreiding van het verzoek om inlichtingen die de CBFA heeft genomen krachtens [4 artikel 21, § 1ter, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen]4; <W 2006-10-27/37, art. 186, 1°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  13° [4 ...]4
  14° [4 ...]4
  15° [4 ...]4
  16° [4 ...]4
  18° door de hypothecaire onderneming, tegen de beslissingen tot verbod die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 43bis, § 3 van de voormelde wet van 4 augustus 1992;
  19° door de [verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon], tegen de beslissingen tot inschrijving of tot weigering van inschrijving in een categorie van het register van de [verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen], [tot schrapping, tot verbod van activiteiten, tot schorsing, tot wijziging van de inschrijving en tot waarschuwing, alsook tegen de beslissingen tot gevolg hebbende het verlies van rechtswege van inschrijving,] die de CBFA heeft genomen krachtens [artikelen 5, 9 en 13bis] van de wet van 27 maart 1995 betreffende de [verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling] en de distributie van verzekeringen.] <KB 2003-03-25/34, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2006-02-22/38, art. 4, 1° tot 4°, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  [4 20° ...]4
  [21° door de instelling voor collectieve belegging, tegen de weigeringen tot het verlenen van een vergunning, de weigeringen tot goedkeuring of de weigeringen tot aanvaarding waartoe door de CBFA is beslist krachtens de artikelen 33, 35, eerste lid, artikel 43, § 3, eerste lid, 45, tweede lid, of 49, derde lid, van de voormelde wet van 20 juli 2004, of wanneer de CBFA zich niet heeft uitgesproken binnen een termijn van drie maanden na de indiening van een volledig dossier. In dit laatste geval wordt het verzoek om vergunning, goedkeuring of aanvaarding geacht te zijn verworpen; (NOTA : het KB 2011-03-03/01, art. 245, 5°, beschikt dat in onderhavig punt 21° de woorden " artikel 134, tweede lid " vervangen worden door de woorden " artikel 134, § 1, tweede lid "; deze wijziging schijnt onmogelijk uit te voeren.)
  22° door de instelling voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 92, § 1, tweede lid, 3° en 6°, artikel 132 en artikel 134, derde lid, van de voormelde wet van 20 juli 2004. Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing tenzij de CBFA hier anders over beslist indien er ernstig gevaar dreigt voor de schuldeisers of de deelnemers; (NOTA : het KB 2011-03-03/01, art. 245, 6°, beschikt dat in punt 23° de woorden " artikel 134, derde lid " vervangen worden door de woorden " artikel 134, § 2 "; deze wijziging schijnt onmogelijk uit te voeren in punt 23° en betreft misschien het onderhavig punt 22°.)
  23° door de aanvrager, tegen de beslissingen inzake vergunning die de CBFA heeft genomen krachtens de artikelen 143 en 144 van de voormelde wet van... Eenzelfde beroep kan worden ingesteld door de aanvrager indien de CBFA geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij het eerste lid van het voormelde artikel 143 vastgestelde termijnen. In dit laatste geval wordt het beroep behandeld als was de aanvraag verworpen; (NOTA : het KB 2011-03-03/01, art. 245, 6°, beschikt dat in onderhavig punt 23° de woorden " artikel 134, derde lid " vervangen worden door de woorden " artikel 134, § 2 "; deze wijziging schijnt onmogelijk uit te voeren. Zie misschien punt 22°.)
  24° door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens het derde lid van artikel 175 van de voormelde wet van 20 juli 2004;
  25° door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens artikel 197, § 1, tweede lid, 2°, 3° en 4°, van de voormelde wet van 20 juli 2004 of van de besluiten die ernaar verwijzen. Eenzelfde beroep kan worden ingesteld tegen de beslissingen die de CBFA heeft genomen krachtens § 1, tweede lid, 1°, van het voormelde artikel 197, of van de besluiten die ernaar verwijzen, indien de CBFA de beheervennootschap ter kennis heeft gebracht dat zij deze beslissingen zal bekendmaken. Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de CBFA, bij ernstig gevaar voor de beleggers, haar beslissing uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep.] <W 2004-07-22/40, art. 5, 014; Inwerkingtreding : 09-03-2005>
  [4 26° door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 197, § 1, tweede lid, 1°, 1°bis, 2°, 3° en 4°, van voornoemde wet van 20 juli 2004 of van de besluiten die ernaar verwijzen. Het beroep schorst de beslissing en haar bekendmaking, tenzij de FSMA haar beslissing, bij ernstig gevaar voor de beleggers, uitvoerbaar heeft verklaard niettegenstaande elk beroep;]4
  [27° door de instelling en de rechtspersoon bedoeld in artikel [4 58quater, § 1]4 van de programmawet (I) van 24 december 2002 tegen de maatregelen die de CBFA heeft genomen krachtens ditzelfde artikel;
  28° door de instelling, de inrichter en de rechtspersoon bedoeld in artikel [4 49quater, § 1]4 van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, tegen de maatregelen die de CBFA heeft genomen krachtens ditzelfde artikel;] <W 2006-10-27/37, art. 186, 2°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  29° [5 ...]5
  30° [5 ...]5
  31° [5 ...]5
  32° [5 ...]5
  33° [5 ...]5
  [4 34° ...]4
  [4 35° ...]4
  [4 36° ...]4
  [4 37° ...]4
  [4 38° ...]4
  [2 39° door de tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten tegen de beslissingen tot inschrij-ving of tot weigering van inschrijving in een categorie van het register van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten, tot schrapping, tot verbod van activiteiten, tot schorsing, tot wijziging van de inschrijving en tot aanmaning, alsook tegen de beslissingen tot gevolg hebbende het verlies van rechtswege van inschrijving, die de CBFA heeft genomen krachtens artikelen 7, § 2, en 18 van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;]2
   [4 40° ...]4
   [4 41° ...]4
   [4 42° ...]4
  [4 43° door de systeemrelevante financiële instelling tegen de beslissingen van het CSRSFI die krachtens artikel 90 zijn genomen. ]4
  [4 44° door de gereglementeerde onderneming of verzekeringsonderneming tegen de beslissingen die de FSMA heeft genomen krachtens artikel 36bis, § 2.]4

  ----------
  (1)<W 2009-02-16/37, art. 3, 031; Inwerkingtreding : 26-03-2009>
  (2)<W 2009-12-22/27, art. 3, 038; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  (3)<W 2010-07-02/17, art. 25, 042; Inwerkingtreding : 26-10-2010>
  (4)<KB 2011-03-03/01, art. 245 en 331, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>
  (5)<KB 2011-03-03/01, art. 303, 045; Inwerkingtreding : onbepaald, uiterlijk op 31-12-2015>
  

  Art. 123.<Ingevoegd bij W 2002-08-02/65, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> (NOTA : inwerkingtreding van artikel 123 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de (CBFA), de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de (CBFA) en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> § 1. Een emittent, een persoon die de toelating van het financieel instrument heeft gevraagd, en de (CBFA) kunnen beroep instellen bij het hof van beroep te Brussel tegen beslissingen die de marktonderneming neemt op grond van artikel 7 en waarbij financiële instrumenten worden toegelaten tot, geschorst van of geschrapt uit de notering aan of de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
   § 2. Gekwalificeerde tussenpersonen kunnen beroep instellen bij het hof van beroep te Brussel tegen beslissingen van het Rentenfonds met betrekking tot het lidmaatschap van de gereglementeerde markt die het Fonds inricht, of die hen een sanctie opleggen krachtens artikel 2, zesde lid, van de besluitwet van 18 mei 1945 houdende oprichting van een Rentenfonds.
   § 3. Het beroep als bedoeld in §§ 1 en 2 moet, op straffe van verval, worden ingesteld binnen 30 dagen na de kennisgeving van de beslissing.
   § 4. Artikel 120, § 3, is van toepassing op het beroep als bedoeld in §§ 1 en 2.
   § 5. De griffie van het hof van beroep te Brussel vraagt de marktonderneming of het Rentenfonds, binnen 5 dagen na de inschrijving van de zaak op de rol, de toezending van het dossier met de stukken. Binnen 5 dagen na de ontvangst van de vraag moet het dossier worden toegezonden.
   § 6. Behoudens in behoorlijk gemotiveerde omstandigheden en behalve wanneer het gaat om een beroep tegen een beslissing waarbij een dwangsom of een administratieve geldboete is opgelegd, beslist het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van 60 dagen na het indienen van de vraag.
   § 7. Het beroep als bedoeld in §§ 1 en 2 heeft geen opschortende werking met uitzondering van het beroep ingediend tegen een beslissing van het Rentenfonds als die een dwangsom of een administratieve boete heeft opgelegd in toepassing van artikel 2, zesde lid, van de besluitwet van 18 mei 1945. Wanneer een dergelijk beroep is ingesteld, kan het hof van beroep te Brussel evenwel, alvorens recht te spreken, de opschorting bevelen van de uitvoering van de beslissing van de marktonderneming als de aanvrager ernstige middelen inroept die de herziening van de beslissing kunnen rechtvaardigen en als de onmiddellijke uitvoering ervan een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigt te berokkenen. Het hof doet onverwijld uitspraak over de vraag tot opschorting.
  
  [
  TOEKOMSTIG RECHT
  [
  Art. 123.<Ingevoegd bij W 2002-08-02/65, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> (NOTA : inwerkingtreding van artikel 123 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de [CBFA], de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de [CBFA] en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> § 1. Een emittent, een persoon die de toelating van het financieel instrument heeft gevraagd, en de [CBFA] kunnen beroep instellen bij het hof van beroep te Brussel tegen beslissingen die de marktonderneming neemt op grond van artikel 7 en waarbij financiële instrumenten worden toegelaten tot, geschorst van of geschrapt uit de notering aan of de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. [1 ...]1
  § 3. Het beroep als bedoeld in §§ 1 en 2 moet, op straffe van verval, worden ingesteld binnen 30 dagen na de kennisgeving van de beslissing.
  § 4. Artikel 120, § 3, is van toepassing op het beroep als bedoeld in §§ 1 en 2.
  § 5. De griffie van het hof van beroep te Brussel vraagt de marktonderneming [1 ...]1, binnen 5 dagen na de inschrijving van de zaak op de rol, de toezending van het dossier met de stukken. Binnen 5 dagen na de ontvangst van de vraag moet het dossier worden toegezonden.
  § 6. Behoudens in behoorlijk gemotiveerde omstandigheden en behalve wanneer het gaat om een beroep tegen een beslissing waarbij een dwangsom of een administratieve geldboete is opgelegd, beslist het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van 60 dagen na het indienen van de vraag.
  § 7. Het beroep als bedoeld in §§ 1 en 2 heeft geen opschortende werking [1 ...]1. Wanneer een dergelijk beroep is ingesteld, kan het hof van beroep te Brussel evenwel, alvorens recht te spreken, de opschorting bevelen van de uitvoering van de beslissing van de marktonderneming als de aanvrager ernstige middelen inroept die de herziening van de beslissing kunnen rechtvaardigen en als de onmiddellijke uitvoering ervan een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigt te berokkenen. Het hof doet onverwijld uitspraak over de vraag tot opschorting.

  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 246, 045; Inwerkingtreding : onbepaald, door de Koning te bepalen uiterlijk op 31-12-2015>

  Art. 124. <Ingevoegd bij W 2002-08-02/65, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> (NOTA : inwerkingtreding van artikel 124 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de (CBFA), de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de (CBFA) en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Om de toepassing van het strafrecht te vragen, is de (CBFA) gemachtigd om in elke stand van het geding tussen te komen voor het strafgerecht waarbij een door deze wet of door een wet die de (CBFA) belast met het toezicht op de naleving van haar bepalingen, bestraft misdrijf aanhangig is, zonder dat de (CBFA) daarom het bestaan van enig nadeel hoeft aan te tonen. De tussenkomst geschiedt volgens de regels die gelden voor de burgerlijke partij. <KB 2003-03-25/34, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  HOOFDSTUK VI. - (oud VII) (...) <geschrapt door KB 2003-03-25/34, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 125. (Opgeheven) <KB 2003-03-25/34, art. 23, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 126. (Opgeheven) <KB 2003-03-25/34, art. 23, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 127.<Ingevoegd bij W 2002-08-02/65, art. 3; Inwerkingtreding : onbepaald> [1 ...]1
  De artikelen 43, § 8, 43bis , § 3, tweede lid, laatste zin, van voornoemde wet van 4 augustus 1992 worden opgeheven.
  [Derde lid opgeheven] <W 2006-02-22/38, art. 5, 018; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 247, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 128. (Opgeheven) <KB 2003-03-25/34, art. 23, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  HOOFDSTUK VII. - Wijzigings-, opheffings- en diverse bepalingen. <Hoofdstuk hernummerd bij W 2007-05-02/31, art. 49, 028; Inwerkingtreding : 22-06-2007>

  Art. 129. Artikel 1, h) , van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, vervangen bij de wet van 4 december 1990, wordt vervangen als volgt :
  " h) overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 40, §§ 1, 2 en 3, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten".

  Art. 130. § 1. Artikel 29ter , § 3, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten, ingevoegd bij de wet van 9 maart 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 3. De personen die de door artikel 26 bedoelde kennisgeving hebben verricht, kunnen beroep instellen tegen de weigering van de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen). Tegen een goedkeuringsbeslissing is geen beroep mogelijk. " <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. Titel III van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij de wet van 4 december 1990, wordt opgeheven.

  Art. 131. Het koninklijk besluit nr. 72 van 30 november 1939 tot regeling van de beurzen voor de termijnhandel in goederen en waren, van het beroep van de makelaars en tussenpersonen die zich met deze termijnhandel inlaten en van het regime van de exceptie van spel wordt opgeheven.

  Art. 132. In artikel 2 van de besluitwet van 18 mei 1945 tot oprichting van een Rentenfonds, gewijzigd bij de wetten van 19 juni 1959, 22 juli 1991 en 23 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1°in het eerste lid wordt 4° opgeheven;
  2° in het vijfde lid vervallen de woorden "en 4°";
  3° in het vijfde lid wordt de laatste zin vervangen door de volgende zin :
  " Bij de instellingen die onder zijn toezicht staan, kan het Fonds bovendien ter plaatse inspecties verrichten of aan de hogervermelde autoriteiten vragen om ter plaatse onderzoekingen in te stellen. " ;
  4° tussen het vijfde en zesde lid wordt het volgende lid ingevoegd :
  " In het raam van de opdrachten bedoeld in het eerste lid, 3°, kan het Fonds ten aanzien van de instellingen die onder zijn toezicht staan, een waarschuwing of een berisping uitspreken, en/of een administratieve geldboete opleggen, en/of deze instellingen schorsen, voor het geheel of een gedeelte van hun activiteiten op de markt, voor een periode van maximum zes maanden, of uitsluiten, voor het geheel of een gedeelte van hun activiteiten op de markt, wanneer zij de reglementering overtreden waarop het Rentenfonds toeziet. De administratieve geldboete wordt ofwel eenmalig ofwel per kalenderdag opgelegd. In dit laatste geval mag deze noch minder bedragen dan 2.500 euro, noch meer dan 50.000 euro. In het totaal mogen de boeten opgelegd voor hetzelfde feit of geheel van feiten 2.500.000 euro niet overschrijden. In afwijking van wat voorafgaat, wanneer de inbreuk aan de overtreder een vermogensvoordeel heeft verschaft, mag de boete bovendien niet minder bedragen dan het bedrag van dit vermogensvoordeel, noch meer dan het tweevoud van dit bedrag of, in geval van recidive, het drievoud van dit bedrag. De boeten worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen. ".

  Art. 133.§ 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 ter bevordering van de omloop van effecten, gewijzigd bij de wetten van 7 april 1995 en 10 maart 1999, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Voor de toepassing van dit besluit, en onverminderd artikel 23 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wordt verstaan onder :
  1° "vereffeningsinstelling" : de instelling of instellingen die door de Koning erkend zijn als centrale depositaris voor financiële instrumenten, zoals gedefinieerd in artikel 1bis , en de [1 Bank]1;
  2° "aangesloten leden" : de instellingen die krachtens de regels die van toepassing zijn op het vereffeningssysteem van de vereffeningsinstelling, gemachtigd zijn effectenrekeningen bij deze laatste aan te houden. "
  § 2. Artikel 1ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de wet van 15 juli 1998, wordt hernummerd artikel 1bis en vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 1bis. De [1 Bank]1, de centrale depositaris en zijn aangesloten leden mogen onder het voordeel van de bepalingen van huidig besluit alle financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van voornoemde wet van 2 augustus 2002 in deposito ontvangen, ongeacht of het gaat over gematerialiseerde of gedematerialiseerde effecten, effecten aan toonder, aan order of op naam, welke ook de vorm weze waaronder deze effecten volgens de op hen toepasbare wet worden uitgegeven.
  De bepalingen van dit besluit, uitgezonderd artikel 9bis , tweede tot vierde lid, zijn echter niet van toepassing op :
  1° de gedematerialiseerde effecten bedoeld in de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium;
  2° de thesauriebewijzen en de depositobewijzen uitgegeven in de vorm van gedematerialiseerde effecten bedoeld in de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen;
  3° de gedematerialiseerde effecten bedoeld in het Wetboek van vennootschappen.
  In de volgende bepalingen van dit besluit, moet men onder de term "financiële instrumenten" de effecten begrijpen, zoals bepaald in het eerste en tweede lid, die op een vervangbare basis overeenkomstig dit besluit bij de vereffeningsinstelling of de aangesloten leden ervan worden gedeponeerd, met inbegrip van het recht van mede-eigendom, van onlichamelijke aard, dat door zulk deposito in vervangbaarheid in hoofde van de gezamenlijke deponenten wordt gevestigd op de universaliteit van effecten van dezelfde aard die bij de vereffeningsinstelling of de aangesloten leden ervan zijn gedeponeerd. "
  § 3. Het tweede en het derde lid van artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wetten van 7 april 1995 en 15 juli 1998, worden opgeheven.
  § 4. In artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij de wet van 7 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 15 juli 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De pandgever wordt geacht eigenaar te zijn van de in pand gegeven financiële instrumenten. De geldigheid van het pand wordt door de afwezigheid van eigendomsrecht van de pandgever op de in pand gegeven financiële instrumenten niet aangetast, onverminderd de aansprakelijkheid van de pandgever ten overstaan van de werkelijke eigenaar van de in pand gegeven financiële instrumenten. Indien de pandgever de pandnemer voorafgaandelijk en schriftelijk heeft verwittigd dat hij niet de eigenaar is van de in pand gegeven financiële instrumenten, dan is de geldigheid van het pand onderworpen aan de machtiging van de eigenaar voor de in pandgeving van deze financiële instrumenten. " ;
  2° § 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Onverminderd andere door de wet bepaalde middelen van tegeldemaking en behoudens andersluidend beding tussen de partijen, is de pandhoudende schuldeiser bij gebreke van betaling gerechtigd om, niettegenstaande faillissement, gerechtelijk akkoord of andere samenloop tussen schuldeisers van de schuldenaar, het pand op de aan huidig besluit onderworpen financiële instrumenten te verzilveren door deze financiële instrumenten binnen de kortst mogelijke termijnen te gelde te maken. De opbrengst van de tegeldemaking van deze financiële instrumenten wordt verrekend met de schuldvordering van de pandhoudende schuldeiser in hoofdsom, interesten en kosten. Het eventuele saldo komt de pandgevende schuldenaar toe. "
  § 5. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "of bij een aangesloten lid" toegevoegd na de woorden "bij de vereffeningsinstelling";
  2° in het derde lid worden de woorden "of het aangesloten lid" toegevoegd na de woorden "de vereffeningsinstelling" zowel in de eerste zin als in de tweede zin.
  § 6. In het eerste lid van artikel 9bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de wet van 15 juli 1998, worden de woorden "hun onlichamelijke zakelijke rechten" vervangen door de woorden "hun rechten van mede-eigendom bedoeld in artikel 1bis ".
  § 7. In artikel 10 van hetzelfde besluit, vervangen bij de wet van 7 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 15 juli 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "hun onlichamelijke zakelijke rechten" vervangen door de woorden "hun rechten van mede-eigendom bedoeld in artikel 1bis ";
  2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt :
  " Wanneer een tussenpersoon voor andermans rekening financiële instrumenten heeft laten inschrijven op zijn naam of op naam van een derde persoon, mag de eigenaar voor wiens rekening deze inschrijving is genomen, een vordering tot teruggave slechts instellen tegen de tussenpersoon of de derde in wiens naam de vervangbare financiële instrumenten zijn ingeschreven, behalve in geval van faillissement, gerechtelijk akkoord of elke andere situatie van samenloop tussen de schuldeisers van deze tussenpersoon of derde. In dit geval kan de vordering tot teruggave rechtstreeks door de eigenaar worden uitgeoefend tegen het aangesloten lid of de vereffeningsinstelling op het tegoed dat op naam van de tussenpersoon of de derde aangewezen als titularis van de rekening is ingeschreven. Deze vordering tot teruggave wordt uitgeoefend volgens de in de vorige leden bepaalde regels. "
  § 8. Artikel 10bis , eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de wet van 7 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 15 juli 1998, wordt aangevuld als volgt :
  " De aldus betaalde sommen zijn niet vatbaar voor beslag door de schuldeisers van de vereffeningsinstelling. "
  § 9. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad kan de Koning, op advies van de (CBFA), de bepalingen van hetzelfde besluit coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie. <KB 2003-03-25/34, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Te dien einde kan Hij inzonderheid :
  1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
  2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
  3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven, zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen.
  De coördinatie krijgt het opschrift bepaald door de Koning.
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 1, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 134. Het koninklijk besluit nr. 64 van 10 november 1967 tot regeling van het statuut van de portefeuillemaatschappijen wordt opgeheven.

  Art. 135. § 1. Artikel 2, § 6, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 mei 1997 en 14 maart 2001, wordt aangevuld als volgt :
  " 13° "de Controledienst voor de Verzekeringen", de openbare instelling, bedoeld in artikel 80 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten".
  § 2. In artikel 3, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 januari 1993 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994, worden de woorden "door de Koning" vervangen door de woorden "door de Controledienst voor de Verzekeringen".
  § 3. Artikel 4, achtste lid, van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991, wordt vervangen als volgt;
  " De beslissingen tot verlening van de toelating worden bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. "
  § 4. Artikel 5, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Elke aanvraag om toelating wordt overeenkomstig de door de Koning vastgestelde vormen en voorwaarden gericht aan de Controledienst voor de Verzekeringen. "
  § 5. De artikelen 21bis tot 21septies en 21nonies van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994, worden opgeheven.
  § 6. De artikelen 29 tot 35 en 37 van dezelfde wet worden opgeheven.
  § 7. Artikel 42, derde en vierde lid, van dezelfde wet worden vervangen als volgt :
  " De Controledienst voor de Verzekeringen stelt de afstand vast en bepaalt de effectieve datum ervan.
  De afstand wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. "
  § 8. In artikel 43, § 1, 1°, en § 2, 1° en 2°, van dezelfde wet worden de woorden "bij een met redenen omkleed koninklijk besluit, op voorstel van de Controledienst voor de Verzekeringen" telkens vervangen door de woorden "door een met redenen omklede beslissing van de Controledienst voor de Verzekeringen".
  § 9. Artikel 43, § 3, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Elke beslissing tot intrekking van de toelating wordt ter kennis van de onderneming gebracht en bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. "
  § 10. Artikel 82, § 1, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 19 juli 1991 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994, wordt vervangen als volgt :
  " Onverminderd het recht om te dagvaarden voor de bevoegde rechter, kan de invordering van de administratieve boeten gebeuren bij dwangmaatregel door toedoen van de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen en overeenkomstig de procedure geregeld door het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. ".
  § 11. In artikel 83 van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994, worden de woorden "de lasthebbers van een verzekeringsonderneming" vervangen door de woorden "de lasthebbers van een onderneming".

  Art. 136. § 1. In artikel 1 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van openbare overnameaanbiedingen, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Bedoeld worden de vennootschappen naar Belgisch recht waarvan alle of een deel van de stemrechtverlenende effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten";
  2° in § 5, worden de woorden "tot de officiële notering aan een effectenbeurs in een Lidstaat van de Europese Economische Gemeenschap" vervangen door de woorden "tot de verhandeling op een gereglementeerde markt bedoeld in § 2".
  § 2. In artikel 15, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "(Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) wordt belast" vervangen door de woorden "Alleen de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) is belast". <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 3. Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 16. § 1. De (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) kan alle maatregelen nemen en aanmaningen geven om de correcte toepassing te waarborgen van de krachtens artikel 15, §§ 1 en 2, genomen besluiten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Zij kan inzonderheid :
  1° wanneer zij een verrichting, praktijk of nalatigheid vaststelt die strijdig is met de bepalingen voorgeschreven op grond van artikel 15, iedere daarvoor verantwoordelijke persoon aanmanen zich te schikken naar deze bepalingen, een einde te maken aan de vastgestelde onregelmatigheid of de uitwerking ervan ongedaan te maken;
  2° de daarvoor verantwoordelijke persoon verbod opleggen om gebruik te maken van de rechten of voordelen die hij uit deze onregelmatigheid kan halen.
  § 2. Deze beslissing wordt door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de verantwoordelijke persoon.
  Iedere met toepassing van deze bepaling genomen beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht.
  § 3. De (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) kan haar beslissing openbaar maken. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 4. De (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) kan aan eenieder die bij het verstrijken van de termijn vastgelegd door de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), in gebreke blijft zich te voegen naar het gebod dat hem werd gegeven overeenkomstig § 1, een dwangsom opleggen die, per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50.000 euro noch, per inbreuk, meer dan 2.500.000 euro. Bovendien kan de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), onverminderd andere maatregelen genomen in uitvoering van de wet, wanneer zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen vastgesteld krachtens artikel 15, §§ 1 en 2, een administratieve boete opleggen aan de verantwoordelijke persoon, die niet minder mag bedragen dan 2.500 euro noch, voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten, meer mag bedragen dan 2.500.000 euro. De boete of de dwangsom wordt ingevorderd ten bate van de Schatkist door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen. ".
  § 4. Artikel 17 van dezelfde wet wordt opgeheven.
  § 5. In artikel 18, eerste lid, van dezelfde wet vervallen de woorden "of van artikel 17".

  Art. 137. § 1. Worden opgeheven in de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten :
  1° artikel 34, gewijzigd bij de wet van 14 mei 1992;
  2° § 2 van artikel 121, waarvan § 1 het enige lid wordt;
  3° het vierde lid van artikel 138;
  4° § 2 van artikel 139, waarvan § 1 het enige lid wordt;
  5° het tweede lid van artikel 141, § 2;
  6° het tweede lid van artikel 141, § 3;
  7° de artikelen 142ter tot 142nonies , ingevoegd bij de wet van 9 maart 1999;
  8° de artikelen 181 tot 185;
  9° artikel 186, vervangen bij de wet van 30 januari 1996;
  10° artikel 187, gewijzigd bij de wet van 10 maart 1999;
  11° artikel 188, vervangen bij de wet van 10 maart 1999;
  12° artikel 189;
  13° artikel 190, gewijzigd bij de wet van 10 maart 1999;
  14° artikel 191, gewijzigd bij de wet van 30 oktober 1998.
  § 2. In artikel 134 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 wordt opgeheven zodat § 1 de enige paragraaf wordt;
  2° in het derde lid van de aldus gewijzigde tekst worden de woorden "het in § 2 bedoelde" vervangen door de woorden "tegen deze beslissing".
  § 3. Artikel 225, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 april 1995, wordt aangevuld als volgt :
  " 11° de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen;
  12° artikel 26 van de wet van 9 maart 1999 tot omzetting van de richtlijn 95/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 over de financiële instellingen;
  13° de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de vereffening van betalingen en effectentransacties in betalings- en vereffeningssystemen;
  14° de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten".

  Art. 138. In artikel 4, eerste lid, van de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, worden de woorden "die zij voor rekening van beleggers en die zij voor eigen rekening in bezit hebben, op afzonderlijke rekeningen aanhouden" vervangen door de woorden "die zij voor rekening van beleggers of voor eigen rekening in bezit hebben, op rekeningen aanhouden".

  Art. 139. § 1. Worden opgeheven in de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen :
  1° artikel 12;
  2° het vijfde lid van artikel 34;
  3° het zevende en laatste lid van artikel 49, § 2;
  4° het tweede lid van artikel 56;
  5° het tweede, derde en vierde lid van artikel 57, § 2;
  6° artikel 95;
  7° de artikelen 96 en 97, gewijzigd bij de wet van 9 maart 1999;
  8° artikel 98;
  9° artikel 99, vervangen bij de wet van 9 maart 1999 en gewijzigd bij de wet van 26 april 1999;
  10° de artikelen 100 en 101.
  § 2. In artikel 103 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " Indien de instelling in gebreke blijft bij het verstrijken van de termijn, kan de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), na de onderneming gehoord of tenminste opgeroepen te hebben, haar een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of maximum 50.000 euro per dag vertraging. " <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° het vierde lid wordt opgeheven;
  3° aan de aldus gewijzigde tekst, die § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, luidende :
  " § 2. Onverminderd andere maatregelen bepaald door deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in andere wetten of reglementen, kan de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet of op de maatregelen genomen in uitvoering ervan, een administratieve boete opleggen aan een kredietinstelling naar Belgisch of buitenlands recht en gevestigd in België, die niet minder mag bedragen dan 2.500 euro noch meer dan 2.500.000 euro voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten. "; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  4° een § 3 wordt toegevoegd, luidende :
  " § 3. De dwangsommen en boeten die met toepassing van de §§ 1 en 2 worden opgelegd, worden ingevorderd ten bate van de Schatkist door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen".

  Art. 140. § 1. In het opschrift van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs vervallen de woorden "de secundaire markten".
  § 2. Artikel 1 van dezelfde wet, _ gewijzigd bij de wet van 10 maart 1999, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 1. Voor de toepassing van deze wet, hebben de termen "financiële instrumenten", "gereglementeerde markt" en "Belgische gereglementeerde markt" de betekenis bepaald in artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. "
  § 3. Worden opgeheven in dezelfde wet :
  1° boek I met uitzondering van artikel 1, gewijzigd bij deze wet;
  2° artikel 52;
  3° het vijfde lid van artikel 83;
  4° het tweede, derde en vierde lid van artikel 104, § 2;
  5° artikel 130;
  6° de artikelen 140 tot 143;
  7° artikel 144, vervangen bij de wet van 9 maart 1999;
  8° artikel 145, gewijzigd bij de wet van 9 maart 1999;
  9° artikel 146, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995;
  10° artikel 173.
  § 4. In dezelfde wet wordt een artikel 45bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 45bis. De Koning kan, op advies van de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), regels vaststellen met betrekking tot het statuut van en het toezicht op de ondernemingen bedoeld in artikel 45, 10°". <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 5. In artikel 109 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " Indien de beleggingsonderneming in gebreke blijft bij het verstrijken van de termijn kan de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), na de onderneming gehoord of tenminste opgeroepen te hebben, haar een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of van maximum 50.000 euro per dag vertraging. " ; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° het derde lid wordt opgeheven;
  3° aan de aldus gewijzigde tekst, die § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, luidende :
  " § 2. Onverminderd andere maatregelen bepaald door deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in andere wetten of reglementen, kan de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen)n, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet of op de maatregelen genomen in uitvoering ervan, een administratieve boete opleggen aan een beleggingsonderneming naar Belgisch of buitenlands recht en gevestigd in België, die niet minder mag bedragen dan 2.500 euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten;
  " <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  4° een § 3 wordt toegevoegd, luidende :
  " § 3. De dwangsommen en boeten die met toepassing van de §§ 1 en 2 worden opgelegd, worden ingevorderd ten bate van de schatkist door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen. "
  § 6. Artikel 139, zesde lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " De Koning regelt de procedure van registratie, alsook van schorsing en herroeping van de registratie. "
  § 7. In artikel 148 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 12 december 1996 en 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° §§ 1 en 2 worden opgeheven;
  2° in § 3 worden de woorden "bemiddelaar als gedefinieerd in artikel 2" vervangen door de woorden "financiële tussenpersoon als gedefinieerd in artikel 2, 9°, van voornoemde wet van 2 augustus 2002";
  3° in § 4, wordt 10°bis , ingevoegd bij de wet van 12 december 1996, opgeheven.

  Art. 141. § 1. De woorden "en, aanvullend, de bepalingen betreffende de naamloze vennootschappen" in artikel 2, tweede lid, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België worden uitgelegd in die zin dat de bepalingen betreffende de naamloze vennootschappen slechts van toepassing zijn op de Nationale Bank van België :
  1° voor de aangelegenheden die niet worden geregeld door de bepalingen van titel VII van het derde deel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, noch door voornoemde wet van 22 februari 1998 of de statuten van de Nationale Bank van België; en
  2° voor zover zij niet strijdig zijn met de bepalingen bedoeld in 1°. "
  § 2. In dezelfde wet wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 9bis. In het kader vastgesteld door artikel 105(2) van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en door de artikelen 30 en 31 van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, worden de officiële externe reserves van de Belgische Staat aangehouden en beheerd door de Bank. Deze tegoeden vormen een doelvermogen dat bestemd is voor de taken en verrichtingen die onder dit hoofdstuk vallen, evenals voor de andere opdrachten van algemeen belang die door de Staat aan de Bank zijn toevertrouwd. De Bank boekt deze tegoeden en de betreffende opbrengsten en kosten in haar rekeningen overeenkomstig de regels bedoeld in artikel 33. "
  § 3. In artikel 12 van dezelfde wet wordt vóór het huidig enig lid het volgende lid toegevoegd :
  " De Bank draagt bij tot de stabiliteit van het financiële stelsel. "
  § 4. In artikel 14, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden "en door de Bank gecontroleerd zijn; de leiding ervan wordt verzekerd door één of verscheidene leden van het Directiecomité" vervangen door de woorden "waarin de Bank een significante deelneming bezit en één of meer leden van haar Directiecomité deelnemen in de leiding. "
  § 5. In artikel 16 van dezelfde wet worden de woorden "waarover de Bank de exclusieve controle bezit," ingevoegd tussen de woorden "bedoeld in artikel 14" en "zijn onderworpen".
  § 6. Artikel 19 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " 6. Overeenkomstig de artikelen 49, § 6, derde lid, en 85, § 6, derde lid, van de wet van 2 augustus 2002. betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, hebben, naargelang van het geval, twee of drie leden van het directiecomité op persoonlijke titel zitting in het directiecomité van de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), en één of twee leden in dat van de Controledienst voor de Verzekeringen. ". <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
   § 7. Artikel 20 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " 5. Drie regenten zetelen in persoonlijke hoedanigheid in de raad van toezicht van de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) en in deze van de Controledienst voor de Verzekeringen. " <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 8. In artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De Regentenraad stelt de voorwaarden vast met betrekking tot de beëindiging van het mandaat. Hij mag, op advies van het Directiecomité, afwijken van het verbod dat is bepaald voor de periode na de beëindiging van het mandaat, indien hij vaststelt dat de beoogde activiteit geen significante invloed heeft op de onafhankelijkheid van de betrokken persoon. " ;
  2° het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende :
  " § 3. De leden van het Directiecomité en de personeelsleden van de Bank dienen de deontologische code na te leven, die wordt vastgesteld door de Regentenraad op voorstel van het Directiecomité. De personen belast met het toezicht op de naleving van deze code zijn gebonden door het beroepsgeheim bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek. "
  § 9. Artikel 31, tweede lid, van dezelfde wet wordt uitgelegd in die zin dat het emissierecht waarvan daarin sprake is, het emissierecht omvat dat de Bank mag uitoefenen krachtens artikel 106(1) van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
  § 10. Artikel 33 van dezelfde wet, _ opgeheven bij de wet van 3 mei 1999, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Art. 33. De rekeningen en, in voorkomend geval, de geconsolideerde rekeningen van de Bank worden opgemaakt :
  1° overeenkomstig deze wet en de bindende regels vastgesteld met toepassing van artikel 26.4 van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank;
  2° voor het overige overeenkomstig de regels vastgesteld door de Regentenraad.
  De artikelen 2 tot 4, 6 tot 9 en 16 van de wet van 17 juli 1975 betreffende de boekhouding van de ondernemingen en de besluiten genomen ter uitvoering ervan zijn van toepassing op de Bank met uitzondering van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 4, zesde lid, en 9, § 2.

  Art. 142. De artikelen 5 en 6 van de wet van 15 juli 1998 tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels worden opgeheven.

  Art. 143. § 1. Artikel 4 van het Wetboek van vennootschappen wordt vervangen als volgt :
  " Art. 4. Genoteerde vennootschappen zijn vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. "
  § 2. In artikel 469, eerste lid, van hetzelfde Wetboek vervalt het woord "afzonderlijke".
  § 3. In artikel 620, § 2, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, vervangen bij de wet van 23 januari 2001,worden de woorden "de marktautoriteit of, wat betreft de gereglementeerde markten, de door de Koning aangewezen marktautoriteiten" vervangen door de woorden "(Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen)"; <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " De (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) gaat na of de verrichtingen tot wederinkoop in overeenstemming zijn met het besluit van de algemene vergadering of, in voorkomend geval, van de raad van bestuur; indien zij van oordeel is dat deze verrichtingen daarmee niet in overeenstemming zijn, maakt zij haar advies openbaar. " <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 4. Artikel 653 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
  § 5. Op advies van de (CBFA), kan de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, sommige bepalingen van hetzelfde Wetboek die van toepassing zijn op vennootschappen waarvan de effecten toegelaten zijn tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, toepasselijk maken op de vennootschappen naar Belgisch recht waarvan de effecten toegelaten zijn tot de verhandeling op een buitenlandse markt voor financiële instrumenten zonder dat zij op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten. <KB 2003-03-25/34, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 144.§ 1. [1 De naamloze vennootschap Euronext Brussels wordt van rechtswege erkend als marktonderneming waarvan de Staat van herkomst België is. Zij dient binnen zes maanden vanaf de inwerkingtreding van artikel 140, § 3, 1°, haar statuten en de regels van de markten die zij inricht, aan te passen teneinde deze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van Hoofdstuk II van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.]1
  § 2. De zelfstandige openbare instelling Rentenfonds, opgericht krachtens de besluitwet van 18 mei 1945, wordt van rechtswege erkend als marktonderneming waarvan de Staat van herkomst België is. De artikels 16 tot en met 20 zijn op het Rentenfonds niet van toepassing.
  
  [
  TOEKOMSTIG RECHT
  [
  Art. 144. § 1. [1 De naamloze vennootschap Euronext Brussels wordt van rechtswege erkend als marktonderneming waarvan de Staat van herkomst België is. Zij dient binnen zes maanden vanaf de inwerkingtreding van artikel 140, § 3, 1°, haar statuten en de regels van de markten die zij inricht, aan te passen teneinde deze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van Hoofdstuk II van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.]1
  § 2. [2 ...]2

  ----------
  (1)<W 2009-12-22/16, art. 90, 035; Inwerkingtreding : 30-12-2005; Inwerkingtreding gewijzigd in : 28-11-2003 bij 2010-12-29/01, art. 46>
  (2)<KB 2011-03-03/01, art. 248, 045; Inwerkingtreding : onbepaald, door de Koning te bepalen uiterlijk op 31-12-2015>

  Art. 145. (Opgeheven) <W 2004-07-16/31, art. 139, 11°, 009; Inwerkingtreding : 01-10-2004>

  Art. 146.<W 2005-02-14/36, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 14-03-2005> Bij een besluit vastgelegd na overleg in de ministerraad kan de Koning, op advies van de CBFA en, wat de artikelen 22 en 23 betreft, van de [1 Bank]1, de nodige maatregelen treffen ter omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen of uit internationale akten genomen krachtens dergelijke verdragen, in de materies die door de bepalingen van deze wet zijn geregeld. De Koning kan, volgens dezelfde procedure, bepalen welke handelingen kunnen worden aangemerkt als een inbreuk op de dwingende bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik), alsmede op de dwingende bepalingen van de communautaire uitvoeringsbesluiten van deze Richtlijn. De krachtens dit artikel genomen besluiten kunnen de geldende wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
  De artikelen 36 en 37 zijn van toepassing op de inbreuken die door de Koning zijn bepaald ter uitvoering van het eerste lid.
  De in dit artikel bedoelde koninklijke besluiten zijn van rechtswege opgeheven indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 1, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 147. § 1. De Koning kan de terminologie van de van kracht zijnde wettelijke bepalingen en de verwijzingen die in deze bepalingen voorkomen, wijzigen teneinde deze in overeenstemming te brengen met deze wet.
  § 2. De Koning kan de bepalingen van de hoofdstukken IV en VII en de in artikel 81, § 1, bedoelde bepalingen coördineren, alsook de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.
   Te dien einde kan Hij inzonderheid :
  1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
  2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
  3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen.
  De coördinatie krijgt het opschrift bepaald door de Koning.

  Art. 148.[1 Behoudens andersluidende bepaling in deze wet, neemt de Koning de besluiten die Hij dient te nemen ter uitvoering van deze wet, op voorstel van :
   - de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Economie, de Minister bevoegd voor Pensioenen en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming, voor zover de bepalingen betrekking hebben op de materies bedoeld in artikel 45, § 1, 6°;
   - de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Economie et de Minister bevoegd voor consumentenbescherming, voor zoverd e bepalingen betrekking hebben op de materies bedoeld in artikel 45, § 1, 3°, 5° et § 2;
   - de Minister bevoegd voor Financiën en de Minister bevoegd voor Economie, voor zover de bepalingen betrekking hebben op de materies bedoeld in artikel 45, § 1, 2°, c), d) en e) ;
   - de Minister bevoegd voor Financiën en de Minister bevoegd voor Pensioenen voor zover de bepalingen betrekking hebben op de materies bedoeld in artikel 45, § 1, 2°, g), en 4°;
   - de Minister bevoegd voor Financiën, voor zover de bepalingen betrekking hebben op de materies bedoeld in artikel 45, § 1, 1° en 2°, a), b) en f) ;
   - de Minister bevoegd voor Financiën en de Minister bevoegd voor consumentenbescherming voor alle andere bepalingen.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-03-03/01, art. 249, 045; Inwerkingtreding : 01-04-2011>

  Art. 149. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van elk van de bepalingen van deze wet.
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 31, 131, 133, 141 §§ 1 tot 3 en 8 tot 10, en 145 vastgesteld op 04-09-2002 par KB 2002-08-22/35, art. 1)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 80 tot 83, 85 tot 87, 89, 91 tot 94, 96, 98, 100 tot 116, 135, 147, § 2 vastgesteld op 01-12-2002 door KB 2002-12-03/32, art. 1)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 2, 44 tot 46, 49 tot 51, 53, 55 tot 58, 60 tot 62, 65 tot 68, 70 tot 79 en 130, § 2 vastgesteld op 01-11-2002 door KB 2002-10-29/31, art. 1)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 84, 90 en 95 vastgesteld op 01-07-2003 door KB 2003-03-04/50, art. 1)
  (NOTA: inwerkingtreding van artikelen 3 tot 25, 28 tot 30, 32 tot 43, 52, 129, 130, § 1er, 132, 3° tot 4°, 134, 136, 137, § 1, 1°, 7° tot 14°, et § 3, 138, 139, § 1, 3°, 6° tot 10°, en § 2, en 140, §§ 1 et 2, 140, § 3, 6° tot 10°, en §§
  4, 5 en 7, 141, §§ 4 tot 6, 142, 143, § 1 en §§ 3 tot 5, 144 et 147, § 1 vastgesteld op 1-06-2003 door KB 2003-04-03/42, art. 1)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikel 140, § 3, 1°, vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-03/42, art. 1, met uitzondering van de opheffing in de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, van de artikelen 36, §§ 1 en 3, 37 en 38, en van artikel 2, § 1, in de mate nodig voor de toepassing van deze artikelen 36, §§ 1 en 3, 37 en 38, met dien verstande dat de (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) belast is met het toezicht op deze bepalingen met toepassing van de artikelen 33 tot 37 van de voornoemde wet van 2 augustus 2002) <KB 2003-03-25/34, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (NOTA : inwerkingtreding van artikelen 63, 143, § 2 en 146, L1, eerste en derde zin, en L2 vastgesteld op 01-01-2004 door KB 2004-03-04/42, art. 1)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikelen 47, 48, 54, 59, 69 en 141, § 7 vastgesteld op 01-07-2003 door KB 2003-03-04/51, art. 1)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikel 117 vastgesteld op 01-07-2003 door KB 2003-04-04/52, art. 1)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikel 118 vastgesteld op 01-05-2003 door KB 2003-04-04/52, art. 2)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikel 137, § 1, 2° tot 6° et § 2, 139, § 1, 1°, 2°, 4° en 5° en 140, § 3, 2° tot 5°, en § 6 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikelen 120 tot 124 vastgesteld op 01-06-2003 door KB 2003-04-04/53, art. 1, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de Minister, de (CBFA), de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de (CBFA) en van de CDV voor de strafgerechten) <KB 2003-03-25/34, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (NOTA: Inwerkingtreding van artikel 132, 1° en 2° vastgesteld op 27-03-2006 door KB 2006-03-05/44, art. 10, 2°)
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Punat, 2 augustus 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  M. WERWILGHEN
  De Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
 
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 03-03-2011 GEPUBL. OP 09-03-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 13; 14; 22; 23; 25; 33; 40; 48; 49; 53; 55; 75; 89; 90; 94; 95; 99; 100; 101; 106; 133; 146; 2; 14; 21; 22; 23; 23bis; 23ter; 26; 33; 34; 36; 36bis; 41; 45; 45bis; 47; 48; 49; 50; 51; 52; 53; 54; 55; 56; 59; 61; 69; 74; 75; 77bis; 77quater; 87bis; 87ter; 87quater; 88-106; 121; 122; 123; 127; 144; 148)
    (GEWIJZIGDE ART. : 45; 122)
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-12-2010 GEPUBL. OP 24-01-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 31; 75)
BEELD
  • WET VAN 29-12-2010 GEPUBL. OP 31-12-2010
    (GEWIJZIGD ART. : 75)
BEELD
  • WET VAN 02-07-2010 GEPUBL. OP 28-09-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 48; 48bis; 49; 51; 53; 70-74) nader te bepalen datum
BEELD
  • WET VAN 02-07-2010 GEPUBL. OP 28-09-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 28ter; 29; 35; 45; 48; 49; 50; 52; 54; 75; 88-106; 117-119; 121; 122)
BEELD
  • WET VAN 02-06-2010 GEPUBL. OP 14-06-2010
    (GEWIJZIGD ART. : 23ter)
BEELD
  • WET VAN 02-06-2010 GEPUBL. OP 14-06-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 23bis; 25; 41; 23)
BEELD
  • WET VAN 26-04-2010 GEPUBL. OP 28-05-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 45; 75; 77quater)
BEELD
  • WET VAN 22-12-2009 GEPUBL. OP 19-01-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 121; 122)
BEELD
  • WET VAN 21-12-2009 GEPUBL. OP 19-01-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 45; 75)
BEELD
  • WET VAN 22-12-2009 GEPUBL. OP 31-12-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 21bis)
    (GEWIJZIGDE ART. : 25; 144)
BEELD
  • WET VAN 23-12-2009 GEPUBL. OP 30-12-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 56)
BEELD
  • WET VAN 24-07-2009 GEPUBL. OP 30-07-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 117bis; 117ter)
BEELD
  • WET VAN 14-04-2009 GEPUBL. OP 21-04-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 117BIS; 117TER)
BEELD
  • WET VAN 16-02-2009 GEPUBL. OP 16-03-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 45)
BEELD
  • WET VAN 16-02-2009 GEPUBL. OP 16-03-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 121; 122)
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 14-11-2008 GEPUBL. OP 17-11-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 117TER)
BEELD
  • WET VAN 15-10-2008 GEPUBL. OP 17-10-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 117BIS)
BEELD
  • WET VAN 23-05-2007 GEPUBL. OP 12-06-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 121)
BEELD
  • WET VAN 02-05-2007 GEPUBL. OP 12-06-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 21; 29; 34; 35; 79; 87; 80; 81)
    (GEWIJZIGDE ART. : 82; 83; 84; 85; 86)
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 27-04-2007 GEPUBL. OP 31-05-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 4; 5; 6; 6BIS; 7; 9; 11; 14; 15; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 17; 17BIS; 19; 23BIS; 26; 27; 28; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 28BIS; 30; 31; 37BIS; 43BIS; 77; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 77BIS; 77TER)
BEELD
  • WET VAN 27-04-2007 GEPUBL. OP 08-05-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 47; 48; 49; 50; 52; 53; 54; 60; 61)
    (GEWIJZIGDE ART. : 62; 70; 71; 72; 73; 74; 117)
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 21-04-2007 GEPUBL. OP 27-04-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 76)
BEELD
  • WET VAN 01-04-2007 GEPUBL. OP 26-04-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 121)
BEELD
  • WET VAN 01-04-2007 GEPUBL. OP 26-04-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 49; 70; 71; 72; 73)
BEELD
  • WET VAN 27-10-2006 GEPUBL. OP 10-11-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 45; 72; 122)
BEELD
  • WET VAN 20-07-2006 GEPUBL. OP 28-07-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 75)
BEELD
  • WET VAN 16-06-2006 GEPUBL. OP 21-06-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 15)
BEELD
  • WET VAN 13-06-2006 GEPUBL. OP 21-06-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 121; 122)
BEELD
  • WET VAN 27-03-2006 GEPUBL. OP 11-04-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 53)
BEELD
  • WET VAN 22-02-2006 GEPUBL. OP 15-03-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 121; 122; 127)
BEELD
  • WET VAN 23-12-2005 GEPUBL. OP 30-12-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 40)
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 24-08-2005 GEPUBL. OP 09-09-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 10; 25; 29; 30; 39; 40; 43BIS)
    (GEWIJZIGD ART. : 25BIS)
BEELD
  • WET VAN 20-07-2004 GEPUBL. OP 09-03-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 45)
BEELD
  • WET VAN 22-07-2004 GEPUBL. OP 09-03-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 121; 122)
BEELD
  • WET VAN 14-02-2005 GEPUBL. OP 04-03-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 49; 55; 78; 146)
BEELD
  • WET VAN 15-12-2004 GEPUBL. OP 01-02-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 31)
    (GEWIJZIGD ART. : 122)
BEELD
  • WET VAN 19-11-2004 GEPUBL. OP 28-12-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 34; 49; 56)
BEELD
  • WET VAN 06-12-2004 GEPUBL. OP 28-12-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 23)
BEELD
  • WET VAN 16-07-2004 GEPUBL. OP 27-07-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 145)
BEELD
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 25)
BEELD
  • WET VAN 03-05-2003 GEPUBL. OP 27-05-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 121)
BEELD
  • WET VAN 22-04-2003 GEPUBL. OP 27-05-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 25-03-2003 GEPUBL. OP 31-03-2003
BEELD
  • WET VAN 02-08-2002 GEPUBL. OP 04-09-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 120-128) nader te bepalen datum
 

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 50-1842 - 2001/2002 : Nr. 1 : Wetsontwerp. Nr. 2 : Bijlage. Nr. 3 : Amendementen. Nr. 4 : Verslag. Nr. 5 : Tekst aangenomen door de commissie. Nr. 6 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Integraal Verslag : 10 juli 2002. Stukken van de Senaat : 2-1241 - 2001/2002 : Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat. Nr. 2 : Verslag. Nr. 3 : Amendementen ingediend na de goedkeuring van het verslag. Nr. 4 : Beslissing om niet te amenderen. Handelingen van de Senaat : 18 juli 2002.

Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
  Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 136 uitvoeringbesluiten 44 gearchiveerde versies
  Franstalige versie

 

 

Wetgeving inzake de FSMA

 

 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 05/07/2011 - 21:46
Laatst aangepast op: di, 30/12/2014 - 23:30

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.