-A +A

Wet betreffende de aantekening van beroep van gevangenzittende of geïnterneerde personen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Afkondiging: 
din, 25/07/1893
Publicatie: 
vri, 28/07/1893

Lees deze wettelijke bepalingen inhoudende de wijze waarop hoger beroep in de gevangenis kan aangetekend middels deze link

Lees ook: Koninklijk besluit tot vereenvoudiging van sommige vormen van de strafvordering ten opzichte van de gedetineerden via deze link

Tekst van de wetgeving: 

De potpourri IV wet van 25/12/2016 wijzigde de wettelijke bepalingen als volgt:

Art. 33. In het opschrift van de wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van gevangenzittende of geïnterneerde personen, vervangen bij de wet van 14 februari 2014, wordt het woord "hoger" ingevoegd tussen de woorden "aantekening van" en het woord "beroep" ingevoegd en wordt het woord "gevangenzittende" vervangen door het woord "gedetineerde".

Art. 34. Artikel 1 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2014, wordt vervangen als volgt :
"Artikel 1. In de gevangenissen, inrichtingen of afdelingen tot bescherming van de maatschappij en de gemeenschapscentra voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, kunnen door de personen die erin opgesloten of geïnterneerd zijn, de verklaringen van hoger beroep in strafzaken en de verzoekschriften waarin nauwkeurig de grieven worden bepaald die tegen het vonnis worden ingebracht, aan de directeur van die instelling of zijn gemachtigde worden gedaan.
In de gevangenissen en inrichtingen of afdelingen tot bescherming van de maatschappij worden deze verklaringen gedaan en deze verzoekschriften ingediend binnen de door de Koning te bepalen openingsuren van de griffie van deze instellingen.
Deze verklaringen en verzoekschriften hebben dezelfde uitwerking als die ter griffie of door de griffier ontvangen.
Uiterlijk de eerste werkdag volgend op de verklaring van hoger beroep wordt daarvan een akte van hoger beroep opgesteld, die bewaard wordt in een daartoe bestemd register.
De akte van hoger beroep vermeldt minstens :
1° de identiteit van de persoon die de verklaring heeft afgelegd;
2° de datum waarop die verklaring heeft plaatsgevonden;
3° de bestreden rechterlijke beslissing;
4° de identiteit en de hoedanigheid van de persoon die de akte heeft opgesteld;
5° de ondertekening door de persoon die de verklaring heeft afgelegd en de persoon die de akte heeft opgesteld.
De directeur of zijn gemachtigde bezorgt dezelfde dag een kopie van deze akte van hoger beroep via het snelste schriftelijke communicatiemiddel aan de griffier van de rechtbank waarvan de beslissing uitgaat waartegen beroep wordt ingesteld.
De directeur of zijn gemachtigde bezorgt aan de griffier van de rechtbank waarvan de beslissing uitgaat waartegen beroep wordt ingesteld, het verzoekschrift waarin nauwkeurig de grieven worden bepaald die tegen het vonnis worden ingebracht, uiterlijk de eerste werkdag volgend op de ontvangst ervan, met vermelding van de datum van ontvangst.".

Art. 35. In artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 14 februari 2014, worden de woorden "het bericht en het proces-verbaal" vervangen door de woorden "de akte van hoger beroep".

Art. 36. Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 3. De directeur of zijn gemachtigde mag van de krachtens artikel 1 opgestelde akten van hoger beroep geen andere kopie afleveren dan die waarvan in dat artikel melding is gemaakt.".

Art. 37. In artikel 4, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 14 februari 2014, worden de woorden "afschriften der aangiften van beroep" vervangen door de woorden "kopieën van aktes van hoger beroep".

Wijzigingen van het koninklijk besluit nr. 236 van 20 januari 1936 tot vereenvoudiging van sommige vormen van de strafvordering ten opzichte van de gedetineerden

Art. 52. Artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 236 van 20 januari 1936 tot vereenvoudiging van sommige vormen van de strafvordering ten opzichte van de gedetineerden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2006 en de wetten van 19 december 2014 en 5 februari 2016, wordt vervangen als volgt :
"Art. 2. Wanneer hij die verzet doet, zich in hechtenis bevindt, kan het verzet tegen de veroordelingen in strafzaken, uitgesproken door de hoven van beroep, de correctionele rechtbanken en de politierechtbanken, gedaan worden door middel van een verklaring aan de directeur of zijn gemachtigde van een gevangenis, van een inrichting of afdeling tot bescherming van de maatschappij of van een gemeenschapscentrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.
In de gevangenissen en inrichtingen of afdelingen tot bescherming van de maatschappij worden deze verklaringen gedaan binnen de door de Koning te bepalen openingsuren van de griffie van deze instellingen.
Uiterlijk de eerste werkdag volgend op deze verklaring wordt daarvan een akte van verzet opgesteld, die bewaard wordt in een daartoe bestemd register.
De akte van verzet vermeldt minstens :
1° de identiteit van de persoon die de verklaring heeft afgelegd;
2° de datum waarop die verklaring heeft plaatsgevonden;
3° de bestreden rechterlijke beslissing;
4° de identiteit en de hoedanigheid van de persoon die de akte heeft opgesteld;
5° de ondertekening door de persoon die de verklaring heeft afgelegd en de persoon die de akte heeft opgesteld.
De directeur of zijn gemachtigde bezorgt dezelfde dag een kopie van deze akte van verzet via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel aan de ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank of het hof waarvan de beslissing waartegen verzet wordt gedaan, uitgaat.
De akte van verzet brengt van rechtswege dagvaarding mee op de eerstkomende terechtzitting na het verstrijken van de termijnen en wordt als ongedaan beschouwd indien de eiser in verzet niet verschijnt.
Onmiddellijk na de ontvangst van de kopie van de akte van verzet, roept de ambtenaar van het openbaar ministerie de eiser in verzet op voor deze terechtzitting, volgens de in artikel 1 beschreven vorm.".

Art. 53. Artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2006 en de wet van 19 december 2014, wordt vervangen als volgt :
"Art. 3. De directeur of zijn gemachtigde mag van de krachtens artikel 2 opgestelde akten van verzet geen andere kopie afleveren dan die waarvan in dat artikel melding is gemaakt.".

Art. 54. In artikel 4 van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "processen-verbaal, registers, berichten en uitgiften" vervangen door de woorden "akten van verzet en registers".
 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 13/01/2017 - 14:29
Laatst aangepast op: vr, 13/01/2017 - 14:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.