-A +A

Waarheidsgetrouwe berichtgeving door journalisten in de Code van de Raad voor de Journalistiek

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Alternatieve naam: 
Journalistencode en waarheid
Afkondiging: 
maa, 20/09/2010

Journalisten dienen waarheid temelden met een zekere terughoudenheid, respect voor de menselijke waardigheid en het privéleven. Erop fantaseren omwille van de kijkcijfers dan wel lezers aan te trekken maakt een ernstige tekortkoming uit. Ziehier wat de Hournalistieke code hierover schrijft.

Tekst van de wetgeving: 


Het recht op informatie en vrije meningsuiting is een fundamenteel mensenrecht en een essentiële voorwaarde voor een democratische samenleving.
De pers heeft het recht en de plicht om het publiek te informeren over zaken van maatschappelijk belang.
Het recht van het publiek om de feiten en de opinies te kennen bepaalt de journalistieke vrijheid en verantwoordelijkheid.
De verantwoordelijkheid van de journalist tegenover het publiek veronderstelt een maximale vrijheid en heeft voorrang op zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn werkgever en die tegenover de overheid.
De journalist legt zich daarbij normen op, die volgen uit het respect voor andere fundamentele mensenrechten. Die normen vloeien voort uit zijn plicht om
(I) waarheidsgetrouw te berichten,
(II) onafhankelijk informatie te garen en te verstrekken,
(III) fair op te treden en
(IV) respect te betonen voor het privéleven en de menselijke waardigheid.

De journalist kan van sommige bepalingen van deze code afwijken als een voldoende gewichtig maatschappelijk belang dat vereist en de informatie niet op een andere manier kan gebracht worden. De bepalingen waarop deze afwijking van toepassing is, worden hierna aangeduid met (*).

Een aantal bepalingen van deze code worden aangevuld met concrete richtlijnen, die als bijlage bij de code worden gevoegd. Deze bepalingen worden hierna aangeduid met (►).

WAARHEIDSGETROUW BERICHTEN

1. – De journalist bericht waarheidsgetrouw. Dit vloeit voort uit het recht van het publiek om de waarheid te kennen.

2. – De journalist publiceert alleen informatie waarvan de oorsprong hem gekend is. De journalist checkt de waarachtigheid van de informatie. In de mate van het mogelijke, en voor zover dit relevant is, maakt hij de bron van zijn informatie bekend.

3. – De journalist schrapt of verdraait geen essentiële informatie in teksten, beelden, klankfragmenten of andere documenten. Bij het verwerken van vraaggesprekken geeft hij de verklaringen van de geïnterviewde getrouw weer en respecteert hij de geest van het gesprek.

4. – De journalist maakt voldoende het onderscheid tussen zijn feitelijke berichtgeving en zijn commentaar duidelijk voor het publiek.

In zijn berichtgeving maakt de journalist het onderscheid tussen feiten, veronderstellingen, beweringen, en opinies duidelijk voor het publiek.

5. – De journalist zet loyaal de relevante feitelijke informatie recht die hij onjuist weergegeven had.

6. – De journalist verleent desgevraagd loyaal een wederwoord om relevante feitelijke informatie recht te zetten of aan te vullen. Een vraag om wederwoord kan enkel om ernstige redenen afgewezen worden.

II. - ONAFHANKELIJK INFORMEREN

7. – De journalist en zijn redactie genieten een maximale vrijheid van informatie, van commentaar en van kritiek, en zij oefenen die in verantwoordelijkheid uit.

8. – Als auteur van een opiniebijdrage, een column of cartoon geniet de journalist een grotere mate van vrijheid om zijn mening te geven en om conclusies te trekken uit de feiten dan in zijn feitelijke berichtgeving.

9. – De journalist en zijn redactie bewaren hun onafhankelijkheid en weren elke druk. De journalist aanvaardt slechts redactionele richtlijnen van de redactieverantwoordelijken. De journalist heeft het recht om opdrachten die niet stroken met de journalistieke ethiek te weigeren.

10. – De journalist vermijdt belangenvermenging met personen of organisaties waarmee hij beroepshalve in contact komt.

11 . – De journalist leent zich niet tot reclame of propaganda en laat zich niet onder druk zetten door adverteerders of door belanghebbenden bij de informatie.

Reclameboodschappen en ingezonden mededelingen worden zodanig gebracht dat de lezer, kijker en luisteraar ze niet kan verwarren met de eigen berichtgeving.

12. – De journalist neemt geen voordeel in ontvangst dat zijn onafhankelijkheid in gevaar brengt.

[...]

III. - FAIR PLAY

15. – De journalist gebruikt loyale methodes om informatie, foto's, beelden en documenten te verkrijgen of te verwerken. *

De journalist maakt geen misbruik van zijn hoedanigheid, in het bijzonder ten aanzien van mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, en hun familie.

16. – Voor informatie wordt niet betaald*. Enkel voor de exclusiviteit van beeldmateriaal of interviews kan worden betaald op voorwaarde dat dit de vrije nieuwsgaring niet in het gedrang brengt.
17. – Bij het vergaren van informatie maakt de journalist zichzelf en het doel van zijn optreden bekend.*

18. – De journalist pleegt geen plagiaat.

19. – De journalist beschermt de identiteit van zijn bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd, en van bronnen van wie hij wist of moest weten dat zij hem informatie hebben toegespeeld in de verwachting dat hij hun identiteit niet zou onthullen. *

20. – Wanneer een journalist in zijn berichtgeving zelf ernstige beschuldigingen uit, met name wanneer die de eer en de goede naam betreffen, is het aangewezen dat hij de betrokkene voor de publicatie of de uitzending contacteert en hem loyaal de kans biedt hierop te reageren. *

21. – De journalist maakt met bronnen of andere gesprekspartners geen afspraken die zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengen. Maar gemaakte afspraken moeten wel worden nageleefd, met name wanneer het gaat over het noemen van namen of de voorinzage van teksten. Precies om die reden moeten afspraken ook duidelijk en ondubbelzinnig zijn.

IV. - RESPECT VOOR HET PRIVELEVEN EN DE MENSELIJKE WAARDIGHEID

22. – De journalist houdt rekening met de rechten van eenieder die in de berichtgeving voorkomt. Hij weegt die rechten af tegenover het maatschappelijk belang van de informatie.

23. – De journalist respecteert het privéleven van personen en tast het niet verder aan dan noodzakelijk in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.
De journalist gaat in het bijzonder omzichtig om met mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie, zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, en hun familie.

24. – De journalist respecteert de menselijke waardigheid en tast ze niet verder aan dan noodzakelijk is in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.
De journalist vermijdt overdrijving bij het vrijgeven van beelden en/of details, ook wanneer de feiten de publieke opinie sterk beroeren.

25. – De journalist uit geen ongegronde verdachtmakingen of beschuldigingen.

26. – De journalist respecteert het leed van slachtoffers en hun omgeving en bij zijn nieuwsgaring dringt hij zich niet ongepast op.

27. – De journalist die persoonlijkheidskenmerken vermeldt zoals etnische oorsprong, huidskleur, seksuele geaardheid vermijdt stereotypering, veralgemening en overdrijving, en zet niet aan tot discriminatie
 

Richtlijnen bij de Code van de Raad voor de Journalistiek

Richtlijn bij artikel 3

3. – De journalist schrapt of verdraait geen essentiële informatie in teksten, beelden, klankfragmenten of andere documenten. Bij het verwerken van vraaggesprekken geeft hij de verklaringen van de geïnterviewde getrouw weer en respecteert hij de geest van het gesprek.

Beeldbewerkingen die de journalistieke inhoud van een beeld of van een document wijzigen, moeten duidelijk waarneembaar zijn voor de kijker/lezer, die op geen enkele wijze misleid mag worden. Indien niet meteen duidelijk is dat het om een bewerkt beeld gaat, wordt in het beeldonderschrift of de begeleidende tekst duidelijk aangegeven dat het beeld bewerkt is.

Indien beelden zodanig worden bewerkt dat ze niet meer weergeven wat de camera reëel heeft vastgelegd, moet dat voor de kijker duidelijk gemaakt worden in de begeleidende commentaar of tekst. Ook nagespeelde gebeurtenissen en reconstructies vallen hieronder.

Archiefmateriaal moet altijd als archiefmateriaal herkenbaar blijven als het gebruik ervan aanleiding kan geven tot misleiding van het publiek.

Richtlijn bij artikel 9

9. – De journalist en zijn redactie bewaren hun onafhankelijkheid en weren elke druk. De journalist aanvaardt slechts redactionele richtlijnen van de redactieverantwoordelijken. De journalist heeft het recht om opdrachten die niet stroken met de journalistieke ethiek te weigeren.
De hoofdredacteur of degene die deze journalistieke functie uitoefent heeft de eindverantwoordelijkheid voor het geheel van het journalistieke product. Hij/zij bewaakt de onafhankelijkheid en de integriteit van de redactie, zodat ze de regels voor behoorlijk professioneel gedrag en de journalistieke ethiek correct kan toepassen.
De hoofdredacteur is tevens het aangewezen aanspreekpunt voor de commerciële en de advertentieafdeling. Het is de opdracht van de hoofdredacteur om daarbij de redactionele onafhankelijkheid te waarborgen en erop toe te zien dat commerciële acties geen invloed hebben op de onafhankelijkheid van de redactie.

Richtlijn bij artikel 17

Bij het vergaren van informatie maakt de journalist zichzelf en het doel van zijn optreden bekend. *
De journalist die een communicatie registreert met de bedoeling ze integraal of gedeeltelijk uit te zenden of te publiceren, stelt in beginsel zijn gesprekspartner hiervan op de hoogte, alsook van het doel waarvoor hij de opname maakt. *
Incognitojournalistiek, waarbij de journalist zijn hoedanigheid verzwijgt, verborgen opnames en aliasjournalistiek, waarbij de journalist bewust een andere hoedanigheid aanneemt, zijn slechts verantwoord indien de informatie niet op een andere manier kan verkregen worden en wanneer er voldoende maatschappelijk belang is. Bij aliasjournalistiek moet dat zelfs een gewichtig maatschappelijk belang zijn. Over-leg met de hoofdredactie over het gebruik van deze technieken is aangewezen. Er moet steeds zorgvuldig worden afgewogen of er geen overdreven risico’s worden genomen voor de veiligheid van de journalist en de omstanders. Een journalist kan niet onder druk worden gezet om risicovolle opdrachten te aanvaarden.
Het uitzenden van heimelijk opgenomen telefoongesprekken of van opnames met verborgen camera of microfoon kan alleen als er een voldoende maatschappelijk belang is en als de informatie niet op een andere manier kan verkregen worden. Overleg met de hoofdredactie over het gebruik van deze technieken is aangewezen.
Bij incognito-, alias- en verborgen opnames wordt er in beginsel voor gezorgd dat de betrokkenen niet identificeerbaar zijn.

Richtlijn bij artikel 21

De journalist maakt met bronnen of andere gesprekspartners geen afspraken die zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengen. Maar gemaakte afspraken moeten wel worden nageleefd, met name wanneer het gaat over het noemen van namen of de voorinzage van teksten. Precies om die reden moeten afspraken ook duidelijk en ondubbelzinnig zijn.
Berichtgeving kan het voorwerp uitmaken van een embargo. In dit geval verstrekt een bron informatie maar vraagt zij in ruil een afspraak over het moment van publicatie. Wanneer een dergelijke afspraak wordt gemaakt, wordt ze door de journalist nageleefd. Een embargo wordt opgeheven zodra de informatie uit een andere bron bekend is.
Berichtgeving kan ook het voorwerp uitmaken van een vraag tot uitstel. In dit geval vraagt een betrokken partij om informatie die de journalist zelf gegaard heeft tijdelijk niet te publiceren.
Uitzonderlijk kunnen er redenen zijn om hierop in te gaan:
Ofwel wanneer het nieuws nog moet ontstaan of indien het uitstel noodzakelijk is voor een goede verwerking van dat nieuws.
Ofwel wanneer het leven of de gezondheid van mensen op het spel staat, ofwel om de opheldering van zware misdrijven tegen personen niet in het gedrang te brengen, ofwel om enig ander ernstig nadeel te voorkomen.
Embargo’s en vragen tot uitstel zullen enkel worden gehonoreerd indien ze behoorlijk zijn aangevraagd, inhoudelijk precies zijn omschreven, overtuigend en uitdrukkelijk gemotiveerd zijn, gelden voor alle media en in de tijd beperkt zijn.

Richtlijn bij artikel 23

De journalist respecteert het privéleven van personen en tast het niet verder aan dan noodzakelijk in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.
De journalist gaat in het bijzonder omzichtig om met mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie, zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, en hun familie.

[...] zie ook onze bijdrage over de code en de identificatie van personen in gerechtelijke procedures waarin deze richtlijn verder wordt uitgewerkt.

Richtlijn bij artikel 24

De journalist respecteert de menselijke waardigheid en tast ze niet verder aan dan noodzakelijk is in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.
De journalist vermijdt overdrijving bij het vrijgeven van beelden en/of details, ook wanneer de feiten de publieke opinie sterk beroeren.
Wanneer over gevallen van zelfdoding wordt bericht, respecteert de journalist de privacy van de betrokkene en van de nabestaanden, hij vermijdt dramatisering, gedetailleerde beschrijving en positieve voorstelling van de feiten.
 

 

 


 

Journalistieke code

 

 

lees de code en richtlijnen in pdf

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 05/07/2011 - 19:51
Laatst aangepast op: di, 05/07/2011 - 21:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.