-A +A

Transgenderwet

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Alternatieve naam: 
Wet tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft
Afkondiging: 
zon, 25/06/2017
Publicatie: 
maa, 10/07/2017
Tekst van de wetgeving: 

25 JUNI 2017. - Wet tot hervorming van regelingen inzake transgenders (link naar gecolnsolideerde versie) wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft

Bron : JUSTITIE
Publicatie : 10-07-2017 nummer : 2017012964 bladzijde : 71465 BEELD
Dossiernummer : 2017-06-25/03
Inwerkingtreding : 01-01-2018

IHOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek

Art. 2. Artikel 45 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 21 maart 1969 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :

" § 3. In afwijking van paragraaf 1, mogen uit de akten die gewijzigd werden met toepassing van artikel 62bis of artikel 1385quaterdecies, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek geen uittreksels met vermelding van de aanpassing van de registratie van het geslacht worden afgeleverd.
Eensluidende afschriften uit deze akten kunnen slechts worden afgeleverd aan de persoon op wie de akte betrekking heeft, zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn erfgenamen, hun notaris en hun advocaat. De openbare overheden kunnen een eensluidend afschrift verkrijgen voor zover wordt aangetoond dat dit noodzakelijk is om redenen die verband houden met de staat van de persoon.".

Art. 3. Artikel 62bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 mei 2007, wordt vervangen als volgt :

"Art. 62bis. § 1. Elke meerderjarige of ontvoogde minderjarige Belg of in de bevolkingsregisters ingeschreven vreemdeling die de overtuiging heeft dat het geslacht vermeld in zijn akte van geboorte niet overeenstemt met zijn innerlijk beleefde genderidentiteit kan van die overtuiging aangifte doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.

§ 2. De aangifte wordt gedaan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar hij is ingeschreven in de bevolkingsregisters.

De Belg die niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters doet aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn geboorteplaats. Indien hij niet in België is geboren, doet hij aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand te Brussel.

Bij de aangifte geeft de Belg die niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters de ambtenaar van de burgerlijke stand het adres waarop hem een weigering om de akte van aanpassing van de registratie van het geslacht op te maken kan worden meegedeeld.

§ 3. Bij de aangifte overhandigt de betrokkene aan de ambtenaar van de burgerlijke stand een door hem ondertekende verklaring, die vermeldt dat hij er al een hele tijd van overtuigd is dat het geslacht vermeld in zijn akte van geboorte niet overeenstemt met zijn innerlijk beleefde genderidentiteit en dat hij de administratieve en juridische gevolgen van een aanpassing van de registratie van het geslacht in zijn akte van geboorte wenst.

De ambtenaar van de burgerlijke stand wijst de betrokkene op het in beginsel onherroepelijk karakter van de aanpassing van de registratie van het geslacht vermeld in de akte van geboorte, licht deze in over het verdere verloop van de procedure, de administratieve en juridische gevolgen ervan en stelt de in het vijfde lid bedoelde informatiebrochure ter beschikking evenals de contactgegevens van transgenderorganisaties.

De ambtenaar neemt akte van de verklaring, en geeft een ontvangstbewijs af aan de betrokkene.

De ambtenaar van de burgerlijke stand die akte neemt van de verklaring, geeft hiervan binnen drie dagen kennis aan de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg. De procureur des Konings geeft hiervan onverwijld een ontvangstmelding.

De Koning stelt een informatiebrochure op.

§ 4. De procureur des Konings kan, binnen drie maanden te rekenen van de datum van het ontvangstbewijs, een negatief advies uitbrengen wegens strijdigheid met de openbare orde.

Bij gebrek aan een negatief advies of in geval van overzending van een attest dat er geen negatief advies wordt uitgebracht bij het verstrijken van de termijn van drie maanden, wordt het advies geacht positief te zijn.

§ 5. Ten vroegste drie maanden en ten laatste zes maanden na afgifte van het ontvangstbewijs verschijnt de betrokkene een tweede keer voor de ambtenaar van de burgerlijke stand voor wie de aangifte werd gedaan.

De betrokkene overhandigt hierbij aan de ambtenaar van de burgerlijke stand een ondertekende verklaring die vermeldt dat deze :

1° er nog steeds van overtuigd is dat het geslacht vermeld in zijn akte van geboorte niet overeenstemt met zijn innerlijk beleefde genderidentiteit;

2° zich bewust is van de administratieve en juridische gevolgen die deze aanpassing van de registratie van het geslacht in de akte van geboorte met zich meebrengt;

3° zich bewust is van het in beginsel onherroepelijke karakter van de aanpassing van de registratie van het geslacht in de akte van geboorte.
Bij gebrek aan negatief advies van de procureur des Konings, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand de akte van aanpassing van de registratie van het geslacht opstellen en inschrijven in de registers van de burgerlijke stand.

De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert de akte van aanpassing van de registratie van het geslacht op te maken bij negatief advies van de procureur des Konings.

§ 6. De ambtenaar van de burgerlijke stand vermeldt de aanpassing van de registratie van het geslacht op de kant van de akten van de burgerlijke stand die betrekking hebben op de betrokkene en zijn afstammelingen in de eerste graad. Indien een andere ambtenaar van de burgerlijke stand een kantmelding moet aanbrengen, geeft de eerste ambtenaar van de burgerlijke stand hiertoe kennis van de akte van aanpassing van de registratie van het geslacht aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.

§ 7. De ambtenaar van de burgerlijke stand die weigert een akte van aanpassing van de registratie van het geslacht op te maken, brengt zijn met redenen omklede beslissing en, in voorkomend geval, het negatief advies van de procureur des Konings onverwijld ter kennis van de betrokkene.

§ 8. De betrokkene kan tegen de weigering door de ambtenaar van de burgerlijke stand verhaal instellen overeenkomstig artikel 1385duodecies van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 9. De procureur des Konings vordert de nietigheid van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akte van geboorte wegens strijdigheid met de openbare orde.

§ 10. De aanpassing van de registratie van het geslacht in de akte van geboorte is in beginsel onherroepelijk.

Mits bewijs van uitzonderlijke omstandigheden kan de familierechtbank een nieuwe aanpassing van de registratie van het geslacht in de akte van geboorte toestaan.

Indien het bewijs als bedoeld in het tweede lid is geleverd, verklaart de familierechtbank dat de aanpassing van de registratie van het geslacht in de akte van geboorte geen gevolgen meer heeft vanaf de overschrijving van het beschikkend gedeelte van de beslissing tot nieuwe aanpassing van de registratie van het geslacht in de registers van de burgerlijke stand.

Vanaf dat ogenblik behoort de betrokkene opnieuw tot het oorspronkelijk in zijn akte van geboorte geregistreerde geslacht. De regels tot vaststelling van de afstamming van toepassing op dat oorspronkelijk geregistreerde geslacht zijn opnieuw van toepassing op kinderen geboren na de overschrijving als bedoeld in het derde lid.

§ 11. De niet-ontvoogde minderjarige met onderscheidingsvermogen kan vanaf de leeftijd van zestien jaar aangifte doen overeenkomstig dit artikel, mits overhandiging bij de aangifte van een verklaring van een kinder- en jeugdpsychiater die bevestigt dat de betrokkene over voldoende onderscheidingsvermogen beschikt om de voortdurende overtuiging te hebben dat het geslacht vermeld in zijn akte van geboorte niet overeenstemt met zijn innerlijk beleefde genderidentiteit.

Bij de aangifte wordt de betrokkene bijgestaan door zijn ouders of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
Ingeval deze personen weigeren om de niet-ontvoogde minderjarige bij te staan, kan de minderjarige de familierechtbank verzoeken hem te machtigen om deze handeling met bijstand van een voogd ad hoc te verrichten.".

Art. 4. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 62bis/1 ingevoegd, luidende :

"Art. 62bis/1. § 1. De akte van aanpassing van de registratie van het geslacht laat de afstamming ten aanzien van reeds geboren kinderen en de daaruit voortvloeiende rechten, bevoegdheden en verplichtingen onverlet.

Alle vorderingen met betrekking tot deze afstamming en de daaruit voortvloeiende rechten, bevoegdheden en verplichtingen kunnen nog worden ingesteld na de opmaak van de akte van aanpassing van de registratie van het geslacht.

§ 2. Indien de betrokkene na de aanpassing van de registratie van het geslacht van vrouw naar man in de akte van geboorte een kind baart, is boek I, titel VII, hoofdstuk 1 naar analogie van toepassing evenals de hoofdstukken 3, 4 en 5.

In geval de betrokkene een kind verwekt of heeft toegestemd in de verwekking overeenkomstig de wet van 6 juli 2007 betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de overtallige embryo's en de gameten waarvan de verwekking van het kind het gevolg is, en het kind wordt geboren na de aanpassing van de registratie van het geslacht van man naar vrouw in de akte van geboorte, is boek I, titel VII, hoofdstuk 2 naar analogie van toepassing evenals de hoofdstukken 3, 4 en 5.

De persoon van wie de afstamming wordt vastgesteld volgens de bepalingen van het tweede lid wordt in de akte van geboorte steeds als meemoeder vermeld.
In alle overige gevallen wordt voor de toepassing van boek I, titel VII, van het Burgerlijk Wetboek uitgegaan van het nieuwe geslacht.".

Art. 5. Artikel 62ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 mei 2007 en gewijzigd bij de wet van 5 mai 2014, wordt vervangen als volgt :

"Art. 62ter. De akte van aanpassing van de registratie van het geslacht vermeldt de naam, de voornamen, de geboorteplaats, de geboortedatum en het nieuwe geslacht van de betrokkene.".

Art. 6. Artikel 329, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 5 mei 2014, wordt aangevuld met de volgende zin :

"Deze bepaling is evenmin van toepassing in geval van een erkenning door de vader van een kind dat erkend werd door een moeder overeenkomstig artikel 62bis/1, § 2, eerste lid.".

HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek

Art. 7. In artikel 628, 24°, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 9 mei 2007, worden de woorden "houdende vermelding van het nieuwe geslacht" vervangen door de woorden "van aanpassing van de registratie van het geslacht".

Art. 8. In artikel 764 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) in het eerste lid wordt de bepaling onder 12°, ingevoegd bij de wet van 9 mei 2007, opgeheven;

b) het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 17°, luidende :

"17° de vorderingen betreffende de aanpassing van de registratie van het geslacht van een persoon in zijn akte van geboorte;".

Art. 9. Artikel 1385duodecies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 10 mei 2007 en gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, wordt vervangen als volgt :

"Art. 1385duodecies. § 1. De persoon die aangifte doet overeenkomstig artikel 62bis, § 1 van het Burgerlijk Wetboek kan, bij een aan de familierechtbank gericht verzoekschrift, een verhaal instellen tegen een weigering van de ambtenaar van de burgerlijke stand.

§ 2. Het verhaal wordt ingesteld binnen zestig dagen te rekenen van de dag van de kennisgeving door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de weigering tot opmaak van deze akte.

De griffier brengt de ambtenaar van de burgerlijke stand onverwijld in kennis van een verhaalprocedure.

§ 3. Het verzoekschrift wordt ondertekend door de verzoeker of zijn advocaat.".

Art. 10. In artikel 1385quaterdecies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 10 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :

" § 3. Indien het beschikkende gedeelte van het vonnis of arrest de aanpassing van de registratie van het geslacht vaststelt, maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand onverwijld de akte van aanpassing van de registratie van het geslacht op. Hij schrijft het beschikkende gedeelte van het vonnis of het arrest over in zijn registers en maakt melding van het beschikkende gedeelte op de kant van de akte van aanpassing van de registratie het van geslacht.

De ambtenaar van de burgerlijke stand vermeldt de aanpassing van de registratie van het geslacht op de kant van de akten van de burgerlijke stand die betrekking hebben op de betrokkene en zijn afstammelingen in de eerste graad. Indien een andere ambtenaar van de burgerlijke stand een kantmelding moet doen, geeft de eerste ambtenaar van de burgerlijke stand hiertoe kennis van de akte van aanpassing van de registratie van het geslacht aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.";

2° In paragraaf 6 worden de woorden "houdende vermelding van het nieuwe geslacht" vervangen door de woorden "van aanpassing van de registratie van het geslacht".

HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen

Art. 11. In artikel 2 van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, wordt het derde lid, ingevoegd bij de wet van 10 mei 2007, vervangen als volgt :

"Elke persoon die de overtuiging heeft dat het geslacht vermeld in zijn akte van geboorte niet overeenkomt met zijn innerlijk beleefde genderidentiteit, voegt bij zijn verzoek een verklaring op eer daarover. De gekozen voornaam moet in overeenstemming zijn met deze overtuiging. Onverminderd het zesde lid, kan er slechts éénmaal om deze reden om een voornaamsverandering worden verzocht, behalve indien de verandering van de voornaam werd toegestaan door de familierechtbank na een nieuwe aanpassing van de registratie van het geslacht.

De niet-ontvoogde minderjarige kan vanaf de leeftijd van 12 jaar om de voornaamswijziging verzoeken om deze reden, met bijstand van zijn ouders of zijn wettelijke vertegenwoordiger.

Ingeval deze personen weigeren om de niet-ontvoogde minderjarige bij te staan, kan de minderjarige de familierechtbank verzoeken hem te machtigen om deze handeling met bijstand van een voogd ad hoc te verrichten.

De niet-ontvoogde minderjarige wiens voornaam werd veranderd overeenkomstig het vierde lid kan een tweede maal om dezelfde reden om een voornaamswijziging verzoeken, voor zover hij niet overgaat tot de wijziging van de registratie van zijn geslacht overeenkomstig artikel 62bis van het Burgerlijk Wetboek.".

HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepalingen

Art. 12. Art. 62bis/1 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de afstamming van kinderen geboren na de inwerkingtreding van deze wet.
Onverminderd het eerste lid, is artikel 62bis/1 van het Burgerlijk Wetboek vanaf de datum van de inwerkingtreding van deze wet van toepassing op kinderen geboren voor de inwerkingtreding van deze wet, voor zover er tussen de persoon die het kind heeft verwekt of heeft toegestemd in de verwekking overeenkomstig de wet van 6 juli 2007 betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de overtallige embryo's en de gameten waarvan de verwekking van het kind het gevolg is en het kind nog geen afstammingsband ontstaan is via adoptie.

Art. 13. Elke Belg of elke in de bevolkingsregisters ingeschreven vreemdeling die voor de inwerkingtreding van deze wet een aangifte tot geslachtsaanpassing heeft gedaan kan, overeenkomstig artikel 62bis van het Burgerlijk Wetboek, hiervan opnieuw aangifte doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit is ook mogelijk indien de betrokkene een weigering had gekregen van de ambtenaar van de burgerlijke stand of indien deze een gerechtelijke procedure was gestart tegen deze weigering bij de bevoegde rechtbank, dan wel indien er verhaal werd ingesteld tegen de geslachtsaanpassing door een derde.

Art. 14. Personen die voldoen aan de voorwaarden van het vroegere artikel 62bis van het Burgerlijk Wetboek kunnen tot en met de zesde maand na de inwerkingtreding van deze wet verzoeken om het vroegere artikel toe te passen om het geslacht in de akte van geboorte aan te passen.

HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding

Art. 15. Deze wet treedt in werking op een datum te bepalen door de Koning en ten laatste op de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Gecoördineerde actuele versie van de wet: 

zie ook:

genderexpressiewet van 24 mei 2014

geconsolideerde versie van de genderexpressiewet

'Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2. Artikel 4 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
" § 3. Voor de toepassing van deze wet wordt een direct onderscheid op grond van genderidentiteit of genderexpressie gelijkgesteld met een direct onderscheid op grond van geslacht."
'

zie ook de wet van 25 juni 2017 Wet tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft  in geconsolideerde versie 

Rechtsleer:

• Paul Borghs, Transgenderwet is nog te rigide, De Juristenkrant 31/01/2018, p.11

• Emmanuelle Bribosia, Nicole Gallus, Isabelle Rorive, Une nouvelle loi pour les personnes transgenres en Belgique
JT N° 6724 - 12/2018

• Gerd Verschelden, Vernietigingsberoepen tegen de Transgenderwet: aanloop naar of valkuil voor de non-binaire genderoptie? , T. Fam. 2018/3, 66 ( Beroep ingesteld door Luc Lamine en Alphonsius Mariën, ontvangen door het Grondwettelijk Hof op 8 januari 2018. Deze zaak kreeg rolnummer 6809. en beroep door de laamse, resp. Brusselse koepelverenigingen vzw Çavaria en vzw Regenbooghuis, samen met de Waalse vzw Genres Pluriels) .

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 12/02/2018 - 16:25
Laatst aangepast op: do, 19/04/2018 - 14:03

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.