-A +A

Toegang tot de activiteit van de kredietgevers en de kredietbemiddelaars

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De wet van 19/04/2014 die per 1 december 2016 van toepassing zal zijn heft de beroeps-en toegangsvoorwaarden bepaald vooor kredietgevers en krediet bemiddelaars in Titel IV hoofdstuk 4 van het WER (Wetboek Economisch recht).
Link naar de geconsolideerde versie

 

Tekst van de wetgeving: 

 HOOFDSTUK 4. - [1 Toegang tot de activiteit van de kredietgevers en de kredietbemiddelaars.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.158. [1 Dit hoofdstuk is van toepassing op elke persoon die in België een activiteit van kredietgever of kredietbemiddelaar uitoefent.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Afdeling 1. [1 Kredietgevers.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.159.[1 § 1. Niemand mag in België de activiteit van kredietgever uitoefenen als hij niet op voorhand van de FSMA een vergunning heeft verkregen of door haar is geregistreerd.

Niemand mag de titel van kredietgever voeren om aan te geven dat hij de in dit boek bedoelde activiteit van kredietgever uitoefent, als hij niet op voorhand van de FSMA een vergunning heeft verkregen of door haar is geregistreerd.

§ 2. Onder "kredietgever inzake hypothecair krediet" wordt een kredietgever verstaan die actief is op het vlak van het hypothecair krediet.

Onder "kredietgever inzake consumentenkrediet" wordt een kredietgever verstaan die actief is op het vlak van het consumentenkrediet.

§ 3. In geval van overdracht van hypothecaire schuldvorderingen onderworpen aan dit boek, is de overnemer, onverminderd de toepassing van de bepalingen inzake consumentenkrediet, onder meer de artikelen VII.102 tot VII.104, eveneens onderworpen aan de bepalingen van dit hoofdstuk en van de artikelen VII.123, VII.124 en VII.146, § 2.]1

[2 Als de overnemer een mobiliseringsinstelling is in de zin van artikel 2 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende diverse maatregelen ter vergemakkelijking van de mobilisering van schuldvorderingen in de financiële sector, is artikel VII. 162 niet op hem van toepassing. De Koning kan bijkomende afwijkingen vaststellen van het eerste lid voor die instellingen of voor andere publieke of financiële rechtspersonen in de zin van artikel 3 van de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, met name naargelang het soort uitgevoerde overdracht, het statuut of de organisatorische kenmerken van de overnemer.]2
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 25, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>

Afdeling 2. - [1 Kredietgevers naar Belgisch recht.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Onderafdeling 1. [1 Vergunningsvoorwaarden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.160. [1 § 1. Elke vergunningsaanvraag wordt aan de FSMA gericht overeenkomstig de door de Koning vastgestelde vormen en voorwaarden.

§ 2. Er kan een vergunning worden aangevraagd :
1° hetzij als kredietgever inzake hypothecair krediet;
2° hetzij als kredietgever inzake consumentenkrediet.

De aanvrager verduidelijkt in zijn aanvraag welk soort vergunning hij wenst te verkrijgen.

Beide vergunningen kunnen door dezelfde rechtspersoon worden gecumuleerd.

§ 3. Wanneer de aanvraag een vergunning als kredietgever inzake consumentenkrediet betreft, verduidelijkt de aanvrager :

1° of hij voornemens is verkopen of leningen op afbetaling of financieringshuurovereenkomsten aan te bieden, alsook of hij voornemens is als onmiddellijke overnemer of in de plaats gestelde schuldeiser voor deze kredietovereenkomsten op te treden;

2° of hij voornemens is om eveneens kredietopeningen of kredietovereenkomsten aan te bieden waarvoor door of krachtens dit boek in geen enkele bijzondere regel is voorzien, alsook of hij voornemens is als onmiddellijk overnemer of in de plaats gestelde schuldeiser voor deze kredietovereenkomsten op te treden.

§ 4. Bij de vergunningsaanvraag wordt een dossier gevoegd dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waarin met name de aard en de omvang van de voorgenomen verrichtingen, alsook de organisatiestructuur van de instelling en haar nauwe banden met andere personen worden vermeld. De aanvrager verstrekt de FSMA alle voor de beoordeling van zijn aanvraag vereiste inlichtingen.

Elke wijziging van de in het vergunningsdossier vermelde gegevens wordt onverwijld aan de FSMA meegedeeld, onverminderd het recht van de FSMA om bij de betrokkene informatie in te winnen of bewijskrachtige documenten op te vragen.

Het vergunningsdossier bevat ook het bewijs dat de modelkredietovereenkomsten, met inbegrip van de aflossingstabellen, die de kredietgever voornemens is te gebruiken, door de FOD Economie voorafgaandelijk zijn goedgekeurd.

§ 5. De FOD Economie onderzoekt of de modelcontracten beantwoorden aan alle bepalingen van dit boek en van boek VI en hun uitvoeringsbesluiten. De modellen worden voorafgaandelijk ingevuld teneinde onder meer het nazicht van de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage mogelijk te maken.
Elke wijziging van de modelcontracten wordt ter voorafgaandelijke goedkeuring voorgelegd aan de FOD Economie.

§ 6. De FSMA verleent een vergunning aan de kredietgevers die voldoen aan de in deze onderafdeling vastgestelde voorwaarden. Uiterlijk binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig dossier en uiterlijk binnen zes maanden na de indiening van de aanvraag doet zij uitspraak.

De beslissingen over de vergunning worden met een ter post aangetekende brief meegedeeld aan de aanvrager.

De FSMA kan haar beslissing tot vergunning of tot weigering van een vergunning, alsook haar beslissing tot ingebrekestelling, tot verbod, tot schorsing en tot intrekking van de vergunning rechtsgeldig ter kennis brengen van de aanvrager aan de hand van voorgedrukte formulieren voorzien van een door middel van een mecanografisch procedé gereproduceerde handtekening.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.161. [1 De kredietgevers zijn opgericht in de vorm van een handelsvennootschap, met uitzondering van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die is opgericht door één enkele persoon, of als rechtspersoon voor de economische samenwerkingsverbanden die geen vennootschappen zijn.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.162. [1 Om een vergunning te kunnen verkrijgen, is een minimumkapitaal vereist dat aan de hand van de volgende regels wordt vastgesteld :

1° minimaal 250.000 euro per categorie van kredietovereenkomst voor de kredietgevers die verkopen of leningen op afbetaling of financieringshuurovereenkomsten aanbieden, alsook voor de kredietgevers die als onmiddellijk overnemer of in de plaats gestelde schuldeiser voor deze kredietovereenkomsten optreden;

2° minimaal 2.500.000 euro als de kredietgever kredietopeningen of consumentenkredietovereenkomsten aanbiedt waarvoor door of krachtens de wet in geen enkele specifieke regel is voorzien, alsook voor de kredietgevers die als onmiddellijk overnemer of in de plaats gestelde schuldeiser voor deze kredietovereenkomsten optreden;

3° minimaal 2.500.000 euro voor de kredietgevers die hypothecaire kredietovereenkomsten aanbieden, alsook voor de kredietgevers die als onmiddellijke overnemer of in de plaats gestelde schuldeiser voor dergelijke kredietovereenkomsten optreden.

Het kapitaal is volgestort ten belope van het in het eerste lid bepaalde minimumbedrag.

Indien de vennootschap reeds bestond voor de aanvraag, worden de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen resultaat met kapitaal gelijkgesteld. Op zich moet het kapitaal echter minimaal 175.000 euro in het geval bedoeld in het eerste lid, 1°, en minimaal 2.000.000 euro in het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, bedragen en voor die bedragen zijn volgestort.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.163. [1 § 1. De FSMA verleent pas een vergunning nadat zij in kennis is gesteld van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersonen die, alleen of in onderling overleg, rechtstreeks of onrechtstreeks, een al dan niet stemrechtverlenende deelneming van ten minste 20 % in het kapitaal van de kredietgever bezitten, of die de kredietgever controleren. De kennisgeving vermeldt welke kapitaalfracties en hoeveel stemrechten deze personen bezitten.

De vergunning wordt geweigerd wanneer de FSMA, gelet op de noodzaak om een gezond en voorzichtig beleid van de kredietgever te waarborgen, niet overtuigd is van de geschiktheid van de in het eerste lid bedoelde natuurlijke of rechtspersonen.

§ 2. Wanneer de vergunning wordt aangevraagd door een kredietgever die hetzij de dochteronderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beursvennootschap of een betalingsinstelling, met vergunning in België, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beursvennootschap of een betalingsinstelling, met vergunning in België, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beursvennootschap of een betalingsinstelling, met vergunning in België, raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de Bank.

Wanneer de vergunning wordt aangevraagd door een kredietgever die hetzij de dochteronderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een betalingsinstelling, met vergunning in een andere lidstaat, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming is van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een betalingsinstelling, met vergunning in een andere lidstaat, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een betalingsinstelling, met vergunning in een andere lidstaat, raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de nationale toezichthoudende autoriteiten die in deze andere lidstaten bevoegd zijn voor het toezicht op de kredietinstellingen, de verzekeringsondernemingen, de herverzekeringsondernemingen, de beleggingsondernemingen, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of de betalingsinstellingen, waaraan zij krachtens hun recht een vergunning hebben verleend.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.164.[1 § 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de kredietgevers en de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval, de leden van het directiecomité, zijn uitsluitend natuurlijke personen.

De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken, met name rekening houdend met het verstrekken van kredietovereenkomsten als bedoeld in artikel VII. 160, § 3.

§ 2. De effectieve leiding van de kredietgevers moet aan ten minste twee natuurlijke personen worden toevertrouwd.

§ 3. De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de kredietgevers en de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval, de leden van het directiecomité, mogen zich niet in één van de in [2 artikel 20 van de wet van 25 april 2014]2 bedoelde gevallen bevinden.

Wanneer de FSMA zich dient uit te spreken over de professionele betrouwbaarheid en de passende deskundigheid van een persoon die voor het eerst voor een in deze paragraaf bedoelde functie wordt voorgedragen bij een financiële onderneming die, overeenkomstig artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002, onder het toezicht staat van de FSMA, raadpleegt de FSMA eerst de Bank. De Bank deelt haar advies aan de FSMA mee binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 26, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>

Art. VII.165. [1 § 1. De kredietgevers beschikken over een organisatie die hen in staat stelt te allen tijde de wettelijke en reglementaire verplichtingen na te komen die krachtens dit boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen voor hen gelden.

Zij voeren met name een organisatie in die hen in staat stelt na te gaan of hun verbonden agenten, alsook de werknemers en de subagenten van die verbonden agenten de wettelijke en reglementaire verplichtingen nakomen die krachtens dit Boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen voor hen gelden, inzonderheid de geldende bepalingen inzake beroepskennis.

Zij voeren een boekhouding op grond waarvan de door de reglementeringen inzake statistiek vereiste inlichtingen kunnen worden verstrekt.

De kredietgevers inzake hypothecair krediet registreren op passende wijze welke soorten onroerende goederen als zekerheid worden aanvaard en welk acceptatiebeleid inzake aanvragen tot hypothecaire kredietverstrekking wordt gehanteerd.

§ 2. Het hoofdbestuur van de kredietgevers moet in België zijn gevestigd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Onderafdeling 2. - [1 Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.166.[1 § 1. [2 Onder voorbehoud van de hierna volgende bepalingen, worden de bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden]2 permanent vervuld tijdens de uitoefening van het bedrijf.

§ 2. De kredietgevers mogen geen beroep doen op een kredietbemiddelaar die niet overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk is ingeschreven.

Als zij toch een beroep doen op een niet-ingeschreven kredietbemiddelaar, zijn zij burgerrechtelijk aansprakelijk voor de handelingen die deze kredietbemiddelaar in het kader van zijn kredietbemiddelingsbedrijf verricht.

§ 3. Als de kredietgevers kennis hebben van elementen die twijfel kunnen doen rijzen over de naleving van de in dit hoofdstuk vermelde inschrijvingsvoorwaarden door een kredietbemiddelaar op wie zij een beroep doen of gedaan hebben, delen zij die elementen onverwijld mee aan de FSMA.
Zij stellen de FSMA ook in kennis van het feit dat iemand zich als kredietbemiddelaar voordoet zonder in het in dit boek vermelde register te zijn ingeschreven.

§ 4. De kredietgevers treden toe tot een buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen, zoals bedoeld in artikel VII.216, dragen bij tot de financiering van die geschillenregeling en gaan in op elk verzoek om informatie dat zij in het raam van die geschillenregeling ontvangen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 27, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>

Art. VII.167. [1 Het eigen vermogen van de kredietgevers mag niet dalen onder het bedrag van het overeenkomstig artikel VII.162 vastgestelde minimumkapitaal.

In coöperatieve vennootschappen mogen geen aandelen worden terugbetaald als dit voor de kredietgever tot gevolg zou hebben dat hij de bepalingen van het vorige lid niet meer zou naleven.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.168. [1 § 1. Onverminderd de toepassing van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen, geeft iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om, rechtstreeks of onrechtstreeks, een deelneming in het kapitaal van een kredietgever te verwerven of te vergroten, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 20 %, 30 % of 50 % zou bereiken of overschrijden, dan wel de kredietgever zijn dochteronderneming zou worden, daarvan vooraf schriftelijk kennis aan de FSMA.

De FSMA mag aan die persoon alle inlichtingen vragen die nuttig zijn om te kunnen beoordelen of hij, gelet op de noodzaak om een gezond en voorzichtig beleid van de kredietgever te waarborgen, over de nodige kwaliteiten beschikt.
In voorkomend geval, verricht de FSMA de in artikel VII. 163, § 2, vermelde raadplegingen.

§ 2. Binnen twee maanden na ontvangst van een volledig dossier kan de FSMA zich tegen de voorgenomen verwerving verzetten, indien zij om gegronde redenen niet overtuigd is van de geschiktheid van de kandidaat-verwerver gelet op de noodzaak om een gezond en voorzichtig beleid van de kredietgever te waarborgen.
§ 3. Indien de FSMA grond heeft om aan te nemen dat de invloed van een natuurlijke of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een deelneming van

minstens 20 % in het kapitaal van een kredietgever bezit, of die de kredietgever controleert, een gezond en voorzichtig beleid van deze kredietgever kan belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij dit hoofdstuk bepaalde maatregelen :

1° de uitoefening schorsen van de stemrechten die verbonden zijn aan de aandelen in het bezit van de betrokken aandeelhouder of vennoot; zij kan, op verzoek van elke belanghebbende, toestaan dat de door haar bevolen maatregelen worden opgeheven; haar beslissing wordt op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de betrokken aandeelhouder of vennoot; haar beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht; de FSMA kan haar beslissing openbaar maken;

2° de betrokken aandeelhouder of vennoot aanmanen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de aandeelhoudersrechten in zijn bezit over te dragen.

Als zij niet binnen de vastgestelde termijn worden overgedragen, kan de FSMA bevelen de aandeelhoudersrechten te sekwestreren bij de instelling of de persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter kennis van de kredietgever die het register van de aandelen op naam dienovereenkomstig wijzigt en de uitoefening van de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege het sekwester. Het sekwester handelt in het belang van een gezond en voorzichtig beleid van de kredietgever en in het belang van de houder van de gesekwestreerde aandeelhoudersrechten. Het oefent alle rechten uit die aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het sekwester als dividend of anderszins int, worden slechts aan de voornoemde houder overgemaakt indien hij gevolg heeft gegeven aan de in het eerste lid, 2°, bedoelde aanmaning. Om in te schrijven op kapitaalverhogingen of andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om te kiezen voor dividenduitkering in aandelen van de vennootschap, om in te gaan op openbare overname- of ruilaanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol te storten, is de instemming van de voornoemde houder vereist. De in het kader van dergelijke verrichtingen verworven aandeelhoudersrechten worden van rechtswege toegevoegd aan het voornoemde sekwester. De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de FSMA en betaald door de voornoemde houder. Het sekwester kan deze vergoeding aftrekken van de bedragen die hem worden gestort in zijn hoedanigheid van sekwester dan wel door de voornoemde houder in het vooruitzicht of na uitvoering van de hierboven bedoelde verrichtingen.

Indien, na afloop van de overeenkomstig het eerste lid, 2°, eerste zin, vastgestelde termijn, stemrechten werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of door een andere persoon, buiten het sekwester, die optreedt voor rekening van deze houder, niettegenstaande een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het eerste lid, 1°, kan de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, op verzoek van de FSMA, alle of een deel van de beslissingen van de algemene vergadering nietig verklaren wanneer het voor de genoemde beslissingen vereiste aanwezigheids- of meerderheidsquorum, buiten de onwettig uitgeoefende stemrechten, niet zou zijn bereikt.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.169. [1 De kredietgevers brengen de FSMA voorafgaandelijk op de hoogte van de voordracht tot benoeming van de leden van het wettelijk bestuursorgaan en de leden van het directiecomité of, wanneer er geen directiecomité is, van de personen belast met de effectieve leiding.
In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste informatieverstrekking, delen de kredietgevers de FSMA de informatie en documenten mee die haar toelaten te beoordelen of de personen van wie de benoeming wordt voorgesteld, over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken overeenkomstig artikel VII. 164, § 1, tweede lid.

Het eerste lid is ook van toepassing op de voordracht tot hernieuwing van de benoeming van de aldaar bedoelde personen, en op de niet-hernieuwing van hun benoeming en op hun ontslag.

Voor de benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen is de voorafgaande goedkeuring van de FSMA vereist.

Wanneer het de voordracht tot benoeming betreft van een persoon die voor het eerst wordt voorgedragen voor een in het eerste lid bedoelde functie bij een financiële onderneming die, met toepassing van artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002, onder het toezicht staat van de FSMA, raadpleegt de FSMA eerst de Bank. De Bank deelt haar advies aan de FSMA mee binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies.

De kredietgevers informeren de FSMA over de eventuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding, en over de belangrijke wijzigingen in deze taakverdeling.

Belangrijke wijzigingen in de taakverdeling als bedoeld in het vorige lid, geven aanleiding tot de toepassing van leden 1 tot 4.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.170. [1 Voor de opening, door de kredietgever, van bijkantoren en dochterondernemingen in het buitenland die een activiteit van kredietgever uitoefenen, is de voorafgaande toestemming van de FSMA vereist.

De FSMA kan zich enkel tegen de uitvoering van het project verzetten als zij van oordeel is dat het project nadelige gevolgen zal hebben voor de organisatie van of het toezicht op de kredietgever.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.171. [1 Elke kredietgever moet de FSMA een vergoeding betalen voor de dekking van de toezichtskosten. Het bedrag van die vergoeding, de gevallen waarin zij verschuldigd is, en de termijnen waarbinnen zij moet worden betaald, worden door de Koning bepaald met toepassing van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.172.[1 De FSMA publiceert op haar website een regelmatig geactualiseerde lijst van de kredietgevers, alsook de historiek van de wijzigingen die tijdens de laatste twaalf maanden in die lijst zijn aangebracht. Die lijst is onderverdeeld als volgt :

Lijst van de kredietgevers inzake hypothecair krediet

1° Kredietgevers inzake hypothecair krediet naar Belgisch recht met een vergunning :

a. Kredietinstellingen;
b. Verzekeringsondernemingen;
c. Instellingen voor elektronisch geld;
d. Betalingsinstellingen;
e. "Sociale" kredietgevers (artikel VII.3, § 4, 2° );
f. Andere kredietgevers.
2° Kredietgevers inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht met een vergunning :
a. Kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte;
b. Verzekeringsgondernemingen;
c. Instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
d. Betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
e. Instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en waaraan als dusdanig een vergunning is verleend in België;
f. Andere kredietgevers inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht.
3° Geregistreerde kredietgevers inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht :
a. Kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
b. Financiële instellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en die dochterondernemingen zijn van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte [2 artikel 332 van de wet van 25 april 2014]2.
Lijst van de kredietgevers inzake consumentenkrediet
[2 1° Kredietgevers inzake consumentenkrediet naar Belgisch recht met een vergunning :
a. Kredietinstellingen;
b. Beleggingsondernemingen;
c. Instellingen voor elektronisch geld;
d. Betalingsinstellingen;
e. "Sociale" kredietgevers (artikel VII.3, § 4, 2° );
f. Andere kredietgevers.
2° Kredietgevers inzake consumentenkrediet naar buitenlands recht met een vergunning (artikel VII.176) :
a. Kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte;
b. Andere kredietgevers inzake consumentenkrediet naar buitenlands recht.
3° Geregistreerde kredietgevers inzake consumentenkrediet naar buitenlands recht (artikel VII.174) :
a. Kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
b. Financiële instellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en een dochteronderneming zijn van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte (artikel 332 van de wet van 25 april 2014);
c. Beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
d. Instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte;
e. Betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte.]2

[3 De door de FSMA bekendgemaakte lijst vermeldt:
- desgevallend de groep waartoe de kredietgever behoort;
- voor elke kredietgever inzake consumentenkrediet, met verwijzing naar artikel VII.160, § 3, het soort verstrekte kredieten.]3]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 28, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
(3)<W 2015-12-18/31, art. 39, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2016>

Art. VII.173.[1 De artikelen VII. 161 tot VII. 164, en VII. 167 tot VII. 169 zijn niet van toepassing op de kredietgevers die hetzij als kredietinstellingen op de in [2 artikel 14 van de wet van 25 april 2014, hetzij als beleggingsonderneming op de in artikel 53 van de wet van 6 april 1995 bedoelde lijst]2 bedoelde lijst, [3 hetzij als verzekeringsondernemingen op de lijst als bedoeld in artikel 31 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen]3, hetzij als instellingen voor elektronisch geld op de in artikel 64 van de wet van 21 december 2009 bedoelde lijst, hetzij als betalingsinstellingen op de in artikel 9 van deze wet bedoelde lijst zijn ingeschreven.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 29, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
(3)<W 2016-03-13/07, art. 751, 033; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art.756>

Afdeling 3. - [1 Kredietgevers naar buitenlands recht.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Onderafdeling 1. - [1 Bepaalde gereglementeerde financiële ondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.174.[1 § 1. De kredietinstellingen, de financiële instellingen als bedoeld in [2 artikel 332 van de wet van 25 april 2014, de beleggingsondernemingen,]2, de instellingen voor elektronisch geld, en de betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, die op grond van hun nationaal recht consumentenkredietovereenkomsten mogen verlenen in hun lidstaat van herkomst, mogen, via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, in België het bedrijf van kredietgever inzake consumentenkrediet uitoefenen zonder voorafgaande vergunning door de FSMA.

De kredietinstellingen en de financiële instellingen als bedoeld in [2 artikel 332 van de wet van 25 april 2014]2 die op grond van hun nationaal recht hypothecaire kredietovereenkomsten mogen verlenen in hun lidstaat van herkomst, mogen, via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, in België het bedrijf van kredietgever inzake hypothecair krediet uitoefenen zonder voorafgaande vergunning door de FSMA.

§ 2. Zodra de Bank er, overeenkomstig de toepasselijke bepalingen, door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de instelling van in kennis wordt gesteld dat zij kredietovereenkomsten wil sluiten in België, deelt zij dit aan de FSMA mee, samen met de relevante gegevens die haar door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst zijn toegezonden.

§ 3. De FSMA deelt aan de betrokken instelling de Belgische wettelijke en reglementaire bepalingen mee die, naar haar weten en in samenspraak met de FOD Economie, van algemeen belang zijn, en stelt haar in kennis van de verplichting om de modellen van hypothecaire kredietovereenkomst of consumentenkredietovereenkomst die zij in België wenst te gebruiken, vooraf aan de FOD Economie voor te leggen. De in dit lid bedoelde bepalingen van algemeen belang worden op de website van de FSMA bekendgemaakt.

Daartoe legt de betrokken instelling de modelkredietovereenkomsten die zij wenst te gebruiken, ter goedkeuring voor aan de FOD Economie. De FOD Economie onderzoekt of de modelcontracten beantwoorden aan de bepalingen van algemeen belang van dit boek en van boek VI en hun uitvoeringsbesluiten. De modellen worden ingevuld teneinde onder meer het nazicht van de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage mogelijk te maken. De FOD Economie bezorgt de FSMA een kopie van zijn antwoord aan de aanvrager.

Dezelfde procedure is ook van toepassing op elke wijziging van de modelovereenkomsten.

§ 4. Als de modelovereenkomsten door de FOD Economie worden goedgekeurd, registreert de FSMA de betrokken instelling als kredietgever en stelt zij die instelling daarvan in kennis, waarbij zij een kopie van deze kennisgeving aan de Bank richt.

§ 5. Bij gebrek aan een kennisgeving binnen twee maanden vanaf de datum van de in § 3, eerste lid, bedoelde mededeling mag de instelling de voorgenomen activiteiten aanvatten, na de FSMA en de FOD Economie hiervan op de hoogte te hebben gebracht.

§ 6. Als de FOD Economie de modelovereenkomsten niet goedkeurt, geeft de FSMA de instelling hiervan kennis.

Als de instelling geen rekening houdt met deze kennisgeving, kan de FSMA haar verbieden om in België het bedrijf van kredietgever en, in voorkomend geval, van kredietbemiddelaar uit te oefenen. Deze beslissing wordt met een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de instelling, met een kopie aan de Bank en de FOD Economie.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 30, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>

Art. VII.175. [1 De artikelen VII. 165, § 1, en VII. 166, §§ 2 tot 4, zijn van toepassing op in deze onderafdeling bedoelde instellingen.
De in deze onderafdeling bedoelde instellingen die in België een bijkantoor hebben, zijn onderworpen aan de artikelen VII. 180, § 2, en VII. 184, § 1, tweede lid.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Onderafdeling 2. - [1 Andere kredietgevers naar buitenlands recht]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.176.[1 § 1. Deze onderafdeling beoogt de andere vennootschappen naar buitenlands recht dan bedoeld in onderafdeling 1.
De door deze onderafdeling beoogde vennootschappen die ressorteren onder het recht van een derde staat, mogen de activiteit van kredietgever niet uitoefenen in België, tenzij ze er zijn gevestigd.

§ 2. Afdelingen 1 en 2 en de artikelen VII. 180, § 2, en VII. 184, § 1, tweede lid, zijn van toepassing op de in deze onderafdeling bedoelde kredietgevers, met uitzondering van artikel 165, § 2, die niet van toepassing is op de kredietgevers die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en die in België hun bedrijf van kredietgever uitoefenen in het kader van het vrij verrichten van diensten.

De artikelen VII. 164 en VII. 169 zijn van toepassing op hun effectieve leiding in België, artikel VII. 165, § 1, geldt voor hun Belgische vestiging, en artikel VII. 165, § 2, betreft de verrichtingen die zij op Belgisch grondgebied uitvoeren.
Artikel VII.170 is niet van toepassing op de bijkantoren van vennootschappen naar buitenlands recht.

§ 3. [2 De artikelen VII. 161 tot VII. 164, en VII. 167 tot VII. 169 zijn niet van toepassing op de volgende kredietgevers als bedoeld in deze onderafdeling :

1° de bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 bedoelde lijst;

2° de bijkantoren van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 53 van de wet van 6 april 1995 bedoelde lijst;

3° de verzekeringsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, actief zijn in België via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten en zijn ingeschreven op de in artikel 66 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen bedoelde lijst;

4° de bijkantoren van verzekeringsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 4 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen bedoelde lijst;

5° de instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, actief zijn in België via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten en zijn ingeschreven op de in artikel 91 van de wet van 21 december 2009 bedoelde lijst;

6° de bijkantoren van instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 64 van de wet van 21 december 2009 bedoelde lijst;

7° de betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, actief zijn in België via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten en zijn ingeschreven op de in artikel 39 van de wet van 21 december 2009 bedoelde lijst.]2]1

(NOTA : De wijziging aangebracht bij W 2016-03-13/07, art. 752, 033; Inwerkingtreding : 23-03-2016, kan niet worden uitgevoerd, aangezien de wetgever geen rekening heeft gehouden met de wijziging aangebracht bij W 2015-10-26/06, art. 31, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015)
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 31, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>

Afdeling 4. [1 Kredietbemiddelaars.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.177. [1 De kredietbemiddelaars worden onderverdeeld in twee categorieën :
1° de bemiddelaars inzake hypothecair krediet;
2° de bemiddelaars inzake consumentenkrediet.
Onder "bemiddelaar inzake hypothecair krediet" wordt een kredietbemiddelaar verstaan die actief is op het vlak van het hypothecair krediet.
Onder "bemiddelaar inzake consumentenkrediet" wordt een kredietbemiddelaar verstaan die actief is op het vlak van het consumentenkrediet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.178. [1 Iedere kredietbemiddelaar die is opgericht in de vorm van een rechtspersoon naar Belgisch recht, moet zijn hoofdbestuur in België hebben.
Iedere natuurlijke persoon van Belgische nationaliteit die een activiteit van kredietbemiddelaar uitoefent, moet zijn hoofdbestuur in België hebben.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.179. [1 Elke kredietbemiddelaar moet de FSMA een vergoeding betalen voor de dekking van de toezichtskosten. Het bedrag van die vergoeding, de gevallen waarin zij verschuldigd is, en de termijnen waarbinnen zij moet worden betaald, worden door de Koning bepaald met toepassing van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Afdeling 5. - [1 Bemiddelaars inzake hypothecair krediet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Onderafdeling 1. - [1 Algemene bepalingen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.180. [1 § 1. Geen enkele bemiddelaar inzake hypothecair krediet waarvan België de lidstaat van herkomst is, mag de activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet uitoefenen als hij niet op voorhand in het daartoe door de FSMA bijgehouden register is ingeschreven.

Geen enkele bemiddelaar inzake hypothecair krediet met een ander land dan België als lidstaat van herkomst mag in België de activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet uitoefenen als hij niet op voorhand door de bevoegde autoriteit van zijn lidstaat van herkomst als bemiddelaar inzake hypothecair krediet is ingeschreven.

Geen enkele bemiddelaar inzake hypothecair krediet met woonplaats of maatschappelijke zetel in een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, mag in België de activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet uitoefenen als hij niet op voorhand in het door de FSMA bijgehouden register van bemiddelaars inzake hypothecair krediet is ingeschreven.

§ 2. Niettemin is het de kredietgevers inzake hypothecair krediet die, overenkomstig dit hoofdstuk, op rechtsgeldige wijze een vergunning hebben verkregen of zijn geregistreerd, toegestaan het bedrijf van bemiddelaar inzake hypothecair krediet uit te oefenen zonder in het register te zijn ingeschreven, mits zij aan de volgende voorwaarden voldoen :

1° zij wijzen één of meer verantwoordelijken voor de distributie aan volgens de in § 5 van dit artikel vastgestelde regels;

2° die verantwoordelijken voor de distributie voldoen aan dezelfde vereisten inzake beroepskennis, geschiktheid en professionele betrouwbaarheid als de verantwoordelijken voor de distributie van de bemiddelaars inzake hypothecair krediet;

3° de andere, door de kredietgever tewerkgestelde personen die, op welke wijze ook, in contact staan met het publiek in de zin van artikel I.9, 79°, van het Wetboek van Economisch Recht, voldoen aan dezelfde vereisten inzake beroepskennis als de door de bemiddelaars inzake hypothecair krediet tewerkgestelde personen die in contact staan met het publiek;

4° zij hebben een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering gesloten die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte dekt. De verzekeringsovereenkomst bevat een bepaling die de verzekeringsonderneming de verplichting oplegt om, bij beëindiging van de overeenkomst, de FSMA hiervan in kennis te stellen. De Koning bepaalt op advies van de FSMA de voorwaarden van die verzekering.

De betrokken kredietgevers geven over het bepaalde bij punten 1° en 2° van het vorige lid periodiek rekenschap aan de FSMA door mededeling van een naamlijst van de verantwoordelijken voor de distributie en van alle latere wijzigingen in die lijst. Zij staan in voor de beroepskennis van de personen als bedoeld in het bepaalde bij 2° en 3° van het vorige lid. Zij bewaren alle documenten die aantonen dat die personen over de vereiste beroepskennis beschikken, en houden die documenten ter beschikkking van de FSMA.

§ 3. Niemand mag de titel van bemiddelaar inzake hypothecair krediet of een van de onderverdelingen daarvan voeren om aan te geven dat hij de in deze afdeling bedoelde activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet uitoefent, als hij niet op voorhand in het daartoe door de FSMA bijgehouden register is ingeschreven.

§ 4. De bemiddelaars inzake hypothecair krediet worden onderverdeeld als volgt :
1° kredietmakelaars;
2° verbonden agenten;
3° subagenten.

§ 5. De bemiddelaars inzake hypothecair krediet wijzen één of meer natuurlijke personen als verantwoordelijken voor de distributie aan. Het aantal verantwoordelijken voor de distributie is aangepast aan de organisatie en de activiteiten van de bemiddelaar. De Koning kan dit aantal vaststellen.

De bemiddelaars inzake hypothecair krediet geven over het bepaalde bij het vorige lid periodiek rekenschap aan de FSMA door mededeling van een naamlijst van de verantwoordelijken voor de distributie en van alle latere wijzigingen in die lijst. Zij bewaren alle documenten die aantonen dat de verantwoordelijken voor de distributie en de personen die in contact staan met het publiek, over de vereiste beroepskennis beschikken, en houden die documenten ter beschikkking van de FSMA.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Onderafdeling 2. - [1 Inschrijvingsvoorwaarden]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.181.[1 § 1. Om in het register van de bemiddelaars inzake hypothecair krediet te kunnen worden ingeschreven, en om die inschrijving te kunnen behouden, dient de aanvrager van een inschrijving aan de volgende voorwaarden te voldoen :

1° de bemiddelaar, de verantwoordelijken voor de distributie en de personen die in contact staan met het publiek, bezitten de vereiste beroepskennis als bepaald door de Koning;

2° de bemiddelaar en de verantwoordelijken voor de distributie beschikken over voldoende geschiktheid en professionele betrouwbaarheid voor de uitoefening van hun taken. Zij mogen zich niet in één van de in [2 artikel 20 van de wet van 25 april 2014]2 bedoelde gevallen bevinden, noch failliet zijn verklaard, tenzij eerherstel werd verkregen. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen met een gefailleerde gelijkgesteld : de bestuurders en de zaakvoerders van een failliet verklaarde handelsvennootschap van wie het ontslag niet ten minste één jaar vóór de faillietverklaring in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, alsook iedere andere persoon die, zonder bestuurder of zaakvoerder te zijn, werkelijk bevoegd is geweest om de failliet verklaarde vennootschap te beheren;

3° een burgerlijke beroepsaansprakelijkheids-verzekering sluiten die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte dekt. De verzekeringsovereenkomst bevat een bepaling die de verzekeringsonderneming de verplichting oplegt om, bij beëindiging van de overeenkomst, de FSMA hiervan in kennis te stellen. De Koning bepaalt op advies van de FSMA de voorwaarden van die verzekering. De verbonden agenten en de subagenten zijn evenwel vrijgesteld van deze vereiste van beroepsaansprakelijkheidsverzekering, voor zover de kredietgevers of de kredietbemiddelaars voor wie zij optreden, die aansprakelijkheid onvoorwaardelijk op zich nemen;

4° wat hun activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet in België betreft, slechts handelen met ondernemingen of personen die, met toepassing van dit hoofdstuk, een vergunning hebben verkregen of zijn geregistreerd voor de uitoefening van die activiteit in België;

5° tot een buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen zoals bedoeld in artikel VII.216 toetreden, bijdragen tot de financiering van die geschillenregeling en ingaan op elk verzoek om informatie dat hij in het raam van die geschillenregeling ontvangt;

6° de aan de FSMA verschuldigde vergoedingen voor de uitoefening van het toezicht betalen;

7° een professioneel e-mailadres meedelen aan de FSMA waarnaar deze op rechtsgeldige wijze alle individuele of collectieve mededelingen kan versturen die zij, ter uitvoering van dit hoofdstuk, verricht.

De bemiddelaars inzake hypothecair krediet, alsook, in het in § 5 bedoelde geval, de centrale instelling leveren het bewijs aan de FSMA, volgens de door haar bij reglement vastgestelde regels, inclusief inzake frequentie, dat de in het eerste lid bedoelde bepalingen worden nageleefd.

§ 2. Als een rechtspersoon zijn inschrijving als bemiddelaar vraagt, gelden bovendien de volgende bepalingen :

1° de leden van het wettelijk bestuursorgaan [2 en de personen belast met de effectieve leiding]2 van deze rechtspersoon beschikken over de door de Koning vereiste beroepskennis, alsook over voldoende geschiktheid en professionele betrouwbaarheid voor de uitoefening van hun taken. Zij mogen zich niet in één van de in [2 artikel 20 van de wet van 25 april 2014]2 bedoelde gevallen bevinden, noch failliet zijn verklaard, tenzij eerherstel werd verkregen. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen met een gefailleerde gelijkgesteld : de bestuurders en de zaakvoerders van een failliet verklaarde handelsvennootschap van wie het ontslag niet ten minste één jaar vóór de faillietverklaring in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, alsook iedere andere persoon die, zonder bestuurder of zaakvoerder te zijn, werkelijk bevoegd is geweest om de failliet verklaarde vennootschap te beheren;

2° de rechtspersoon stelt de FSMA in kennis van de identiteit van de aandeelhouders die de vennootschap controleren; die aandeelhouders moeten, naar het oordeel van de FSMA, geschikt zijn gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid. Elke wijziging in de identiteitsgegevens van de aandeelhouders die de vennootschap controleren, wordt aan de FSMA meegedeeld.

§ 3. De aanvrager van een inschrijving als makelaar inzake hypothecair krediet voegt bij zijn inschrijvingsaanvraag een verklaring op erewoord waaruit blijkt dat hij zijn beroepsactiviteiten uitoefent buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst of elke andere juridische verbintenis die hem verplicht zijn hele productie of een bepaald deel ervan te plaatsen [2 bij een of meerdere kredietgevers]2.

Elke wijziging in de gegevens waarop de in het eerste lid bedoelde verklaring op erewoord betrekking heeft, wordt onverwijld aan de FSMA meegedeeld.

§ 4. [2 Wat hun activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet betreft, handelen de subagenten onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van de bemiddelaar inzake hypothecair krediet voor wiens rekening zij handelen, [3 of van een of meerdere kredietgevers inzake hypothecair krediet]3 als zij voor rekening van een verbonden agent handelen. De aanvrager van een inschrijving als subagent toont dit aan in zijn inschrijvingsdossier.

De kredietbemiddelaar [3 of de kredietgever(s) oefenen]3 toezicht uit op de naleving door de subagent van de bepalingen van dit boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.]2.

§ 5. Onverminderd de voorafgaande paragrafen kunnen meerdere kandidaten hun inschrijvingsaanvraag collectief indienen, indien de naleving van de hun door dit artikel opgelegde verplichtingen door een centrale instelling wordt geverifieerd. Deze centrale instelling moet een kredietgever inzake hypothecair krediet zijn. In dit geval wordt de inschrijvingsaanvraag door de centrale instelling ingediend onder haar verantwoordelijkheid. Zij blijft ook verantwoordelijk voor het toezicht op de permanente naleving van de inschrijvingsvoorwaarden. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt hun dossier behandeld alsof het om het dossier van een enkele onderneming ging. Een kredietbemiddelaar die, overeenkomstig deze procedure, in het register van de kredietbemiddelaars is ingeschreven, wordt ambtshalve uit dat register geschrapt als de centrale instelling de intrekking van zijn inschrijving vraagt.

§ 6. Wat zijn activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet betreft, handelt de verbonden agent onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid
[3 van de kredietgever of kredietgevers inzake hypothecair krediet voor wiens of wier rekening hij handelt]3. [2 De aanvrager van een inschrijving als verbonden agent toont dit aan in zijn inschrijvingsdossier.]2.

[3 De kredietgever of kredietgevers oefenen]3 toezicht uit op de naleving door de verbonden agent van de bepalingen van dit boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.

§ 7.[2 ...]2.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 32, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
(3)<W 2015-12-18/31, art. 40, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2016>

Onderafdeling 3. - [1 Inschrijvingsprocedure]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.182.[1 § 1. Elke inschrijvingsaanvraag wordt aan de FSMA gericht overeenkomstig de door de Koning vastgestelde vormen en voorwaarden.

§ 2. Elke wijziging van de in het inschrijvingsdossier vermelde gegevens wordt onverwijld aan de FSMA meegedeeld, onverminderd het recht van de FSMA om bij de betrokkene informatie in te winnen of bewijskrachtige documenten op te vragen.

§ 3. De FSMA schrijft de bemiddelaars inzake hypothecair krediet in die voldoen aan de in onderafdeling 2 vastgestelde voorwaarden. Uiterlijk binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig dossier en uiterlijk binnen vier maanden na de indiening van de aanvraag doet zij uitspraak.

§ 4. Het directiecomité van de FSMA kan een door hem aangeduid personeelslid van de FSMA belasten met de kennisgeving van beslissingen tot inschrijving of weigering van inschrijving in het register van de bemiddelaars inzake hypothecair krediet, alsook van beslissingen tot wijziging, aanmaning, verbod, schorsing en schrapping van de inschrijving.

De FSMA kan de in het vorige lid bedoelde beslissingen op rechtsgeldig wijze ter kennis brengen aan de hand van een voorgedrukt formulier voorzien van een door middel van een mecanografisch procedé gereproduceerde handtekening.

§ 5. De FSMA publiceert op haar website het geactualiseerde register van de bemiddelaars inzake hypothecair krediet, alsook de historiek van de wijzigingen die tijdens de laatste twaalf maanden in dat register zijn aangebracht.

Dat register is onderverdeeld als volgt :

A. Bemiddelaars naar Belgisch recht

Kredietmakelaars

Verbonden agenten

Subagenten

B. Bemiddelaars naar het recht van een andere lidstaat die in België gevestigd zijn als bijkantoor

C. Bemiddelaars naar het recht van een andere lidstaat die in België actief zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten

D. Andere bemiddelaars naar buitenlands recht

Het register vermeldt voor elke bemiddelaar inzake hypothecair krediet :

1° de gegevens die noodzakelijk zijn voor zijn identificatie;

2° de datum waarop hij is ingeschreven;

3° de categorie waarin hij is ingeschreven;

4° de namen van de verantwoordelijken voor de distributie;

5° [3 voor de verbonden agenten: de naam van de kredietgever of kredietgevers inzake hypothecair krediet waarmee zij verbonden zijn en desgevallend de groep waartoe deze kredietgevers behoren;]3

6° [2 voor de subagenten : de naam van de bemiddelaar inzake hypothecair krediet onder wiens verantwoordelijkheid zij hun activiteiten verrichten;]2

7° desgevallend de datum waarop hij is geschrapt;

8° alle andere informatie die de FSMA nuttig acht voor een correcte informatieverstrekking aan het publiek.

De FSMA bepaalt de voorwaarden waaronder de vermelding van de schrapping van een bemiddelaar van de website wordt weggelaten.

§ 6. Bij de indiening van zijn inschrijvingsaanvraag vermeldt de aanvrager in welke categorie van het register hij wenst te worden ingeschreven. Een bemiddelaar kan slechts in een enkele categorie van het register worden ingeschreven.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 33, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
(3)<W 2015-12-18/31, art. 41, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2016>

Onderafdeling 4. - [1 Vrijheid van vestiging en vrijheid van dienstverrichting]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.183.[1 § 1. Elke in België ingeschreven bemiddelaar inzake hypothecair krediet die voornemens is om voor het eerst in een andere lidstaat activiteiten te verrichten in het kader van de vrijheid van vestiging of in het kader van het vrij verrichten van diensten, stelt de FSMA hiervan op voorhand in kennis. Het register vermeldt in welke lidstaten de bemiddelaar actief is in het kader van de vrijheid van vestiging of in het kader van het vrij verrichten van diensten.

Binnen een maand na de kennisgeving stelt de FSMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van dit voornemen in kennis, en brengt zij de betrokken bemiddelaar van deze kennisgeving op de hoogte.

De FSMA stelt de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidsta(a)t(en) ook in kennis van de kredietgever(s) met wie de bemiddelaar inzake hypothecair krediet verbonden is, en vermeldt of de kredietgever de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid voor de activiteiten van die bemiddelaar draagt.

[2 De FSMA is bevoegd om de beroepskennis na te gaan van de verantwoordelijken voor de distributie en personen die in contact staan met het publiek, bij de in deze paragraaf bedoelde bemiddelaars inzake hypothecair krediet, die bedrijvig zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten in andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte dan België.]2

Wanneer een in deze paragraaf bedoelde bemiddelaar uit het register wordt geschrapt door de FSMA, brengt deze de autoriteiten van de betrokken lidstaten van ontvangst daarvan binnen veertien dagen op de hoogte.

§ 2. De bemiddelaar inzake hypothecair krediet aan wie als dusdanig een toelating is verleend in een andere lidstaat dan België, kan zijn werkzaamheden in België aanvangen, hetzij in het kader van de vrijheid van vestiging, hetzij in het kader van het vrij verrichten van diensten, na de bevoegde autoriteit van zijn lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, en nadat die autoriteit de FSMA daarvan op de hoogte heeft gebracht overeenkomstig de desbetreffende Europeesrechtelijke bepaling.

De FSMA publiceert de lijst van die bemiddelaars op haar website en ziet erop toe dat die lijst regelmatig wordt geactualiseerd op basis van de gegevens waarover zij beschikt.

§ 3. De FSMA stelt de betrokken bemiddelaar in kennis van de Belgische wettelijke en reglementaire bepalingen die, voor zover haar bekend en in samenspraak met de FOD Economie, van algemeen belang zijn. De in dit lid bedoelde bepalingen van algemeen belang worden gepubliceerd op de website van de FSMA.

§ 4. Een maand nadat de betrokken bemiddelaar van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst heeft vernomen dat de in § 2 bedoelde kennisgeving werd verricht, kan hij zijn werkzaamheden aanvangen.

§ 5. De in § 2 bedoelde bemiddelaars die in België zijn gevestigd in het kader van de vrijheid van vestiging, dienen de volgende voorwaarden na te leven :

1° zij wijzen één of meer verantwoordelijken voor de distributie aan volgens de in artikel VII. 180, § 5, vastgestelde regels;

2° die verantwoordelijken voor de distributie voldoen aan dezelfde vereisten inzake beroepskennis, geschiktheid en professionele betrouwbaarheid als de verantwoordelijken voor de distributie van de bemiddelaars inzake hypothecair krediet naar Belgisch recht;

3° de andere, door de kredietbemiddelaar tewerkgestelde personen die, op welke wijze ook, in contact staan met het publiek [2 in de zin van artikel I.9, 79°]2, voldoen aan dezelfde vereisten inzake beroepskennis als de door de bemiddelaars inzake hypothecair krediet naar Belgisch recht tewerkgestelde personen die in contact staan met het publiek.

[2 § 5bis. De in paragraaf 2 bedoelde bemiddelaars die in België werkzaam zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten, dienen de volgende voorwaarden na te leven :

1° zij wijzen één of meer verantwoordelijken voor de distributie aan volgens de in artikel VII. 180, § 5, vastgestelde regels;

2° de Koning bepaalt de vereisten inzake beroepskennis waaraan moet worden voldaan door die verantwoordelijken voor de distributie, alsook door de andere personen die tewerkgesteld zijn door de bemiddelaar en op welke wijze ook in contact staan met het publiek in de zin van artikel I.9, 79°.]2

§ 6. De buitenlandse autoriteiten die bevoegd zijn voor het toezicht op de bemiddelaars inzake hypothecair krediet die in België een bijkantoor hebben gevestigd, kunnen, na voorafgaande kennisgeving aan de FSMA, ter plaatse inspecties verrichten bij dat bijkantoor.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 34, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>

Afdeling 6. - [1 Bemiddelaars inzake consumentenkrediet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Onderafdeling 1. - [1 Algemene bepalingen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.184. [1 § 1. Niemand mag in België de activiteit van bemiddelaar inzake consumentenkrediet uitoefenen als hij niet op voorhand in het daartoe door de FSMA bijgehouden register is ingeschreven.

Niettemin is het de kredietgevers inzake consumentenkrediet, die op rechtsgeldige wijze een vergunning hebben verkregen of zijn geregistreerd, toegestaan het bedrijf van bemiddelaar inzake consumentenkrediet uit te oefenen zonder te zijn ingeschreven, mits zij aan de volgende voorwaarden voldoen :

1° zij wijzen één of meer verantwoordelijken voor de distributie aan volgens de in artikel VII. 185, § 2, vastgestelde regels;

2° de verantwoordelijken voor de distributie voldoen aan dezelfde vereisten inzake beroepskennis, geschiktheid en professionele betrouwbaarheid als de verantwoordelijken voor de distributie van de bemiddelaars inzake consumentenkrediet;

3° de andere, door de kredietgever tewerkgestelde personen die, op welke wijze ook, in contact staan met het publiek in de zin van artikel I.9, 79°, voldoen aan dezelfde vereisten inzake beroepskennis als de door de bemiddelaars inzake consumentenkrediet tewerkgestelde personen die in contact staan met het publiek;

4° zij hebben een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering gesloten die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte dekt. De verzekeringsovereenkomst bevat een bepaling die de verzekeringsonderneming de verplichting oplegt om, bij beëindiging van de overeenkomst, de FSMA hiervan in kennis te stellen. De Koning bepaalt op advies van de FSMA de voorwaarden van die verzekering.

De betrokken kredietgevers geven over het bepaalde bij punten 1° en 2° van het vorige lid periodiek rekenschap aan de FSMA door mededeling van een naamlijst van de verantwoordelijken voor de distributie en van alle latere wijzigingen in die lijst. Zij staan in voor de beroepskennis van de personen als bedoeld in het bepaalde bij 2° en 3° van het vorige lid. Zij bewaren alle documenten die aantonen dat die personen over de vereiste beroepskennis beschikken, en houden die documenten ter beschikkking van de FSMA.

§ 2. Niemand mag de titel van kredietbemiddelaar of een van de onderverdelingen daarvan voeren om aan te geven dat hij de in dit hoofdstuk bedoelde activiteit van bemiddelaar inzake consumentenkrediet uitoefent, als hij niet op voorhand in het daartoe door de FSMA bijgehouden register is ingeschreven.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.185. [1 § 1. De bemiddelaars inzake consumentenkrediet worden onderverdeeld in :

1° kredietmakelaars;

2° verbonden agenten;

3° agenten in een nevenfunctie.

§ 2. De bemiddelaars inzake consumentenkrediet wijzen één of meer natuurlijke personen als verantwoordelijken voor de distributie aan. Het aantal verantwoordelijken voor de distributie is aangepast aan de organisatie en de activiteiten van de bemiddelaar. De Koning kan dit aantal vaststellen.

De bemiddelaars inzake consumentenkrediet geven over het bepaalde bij het vorige lid periodiek rekenschap aan de FSMA door mededeling van een naamlijst van de verantwoordelijken voor de distributie en van alle latere wijzigingen in die lijst. Zij bewaren alle documenten die aantonen dat de verantwoordelijken voor de distributie en de personen die in contact staan met het publiek, over de vereiste beroepskennis beschikken, en houden die documenten ter beschikkking van de FSMA.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Onderafdeling 2. - [1 Inschrijvingsvoorwaarden]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.186.[1 § 1. Om in het register van de bemiddelaars inzake consumentenkrediet te kunnen worden ingeschreven, en om die inschrijving te kunnen behouden, dient de aanvrager van een inschrijving als kredietmakelaar of als verbonden agent aan de volgende voorwaarden te voldoen :

1° de bemiddelaar, de verantwoordelijken voor de distributie en de personen die in contact staan met het publiek, bezitten de vereiste beroepskennis als bepaald door de Koning;

2° de bemiddelaar en de verantwoordelijken voor de distributie beschikken over voldoende geschiktheid en professionele betrouwbaarheid voor de uitoefening van hun taken. Zij mogen zich niet in één van de in [2 artikel 20 van de wet van 25 april 2014]2 bedoelde gevallen bevinden;

3° een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben gesloten die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte dekt. De verzekeringsovereenkomst bevat een bepaling die de verzekeringsonderneming de verplichting oplegt om, bij beëindiging van de overeenkomst, de FSMA hiervan in kennis te stellen. De Koning bepaalt op advies van de FSMA de voorwaarden van de verzekering. De verbonden agenten zijn evenwel vrijgesteld van deze vereiste van beroepsaansprakelijkheidsverzekering, voor zover de kredietgevers voor wie zij optreden, die aansprakelijkheid onvoorwaardelijk op zich nemen;

4° wat hun activiteit van bemiddelaar inzake consumentenkrediet in België betreft, slechts handelen met ondernemingen of personen die, met toepassing van dit hoofdstuk, een vergunning hebben verkregen of zijn geregistreerd voor de uitoefening van die activiteit in België;

5° tot een buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen zoals bedoeld in artikel VII.216 toetreden, bijdragen tot de financiering van die geschillenregeling en ingaan op elk verzoek om informatie dat hij in het raam van die geschillenregeling ontvangt;

6° de aan de FSMA verschuldigde vergoedingen voor de uitoefening van het toezicht betalen;

7° een professioneel e-mailadres meedelen aan de FSMA waarnaar deze op rechtsgeldige wijze alle individuele of collectieve mededelingen kan versturen die zij, ter uitvoering van dit hoofdstuk, verricht.

De in dit artikel bedoelde bemiddelaars, alsook, in het in § 4 bedoelde geval, de centrale instelling leveren het bewijs aan de FSMA, volgens de door haar bij reglement vastgestelde regels, inclusief inzake frequentie, dat de in het eerste lid bedoelde bepalingen worden nageleefd.

§ 2. Als een rechtspersoon zijn inschrijving als bemiddelaar vraagt, gelden bovendien de volgende bepalingen :

1° de personen die met de effectieve leiding van deze rechtspersoon zijn belast, bezitten de door de Koning vereiste beroepskennis, alsook over de voor de uitoefening van hun taken een voor de uitoefening van hun taken voldoende geschiktheid en professionele betrouwbaarheid. Zij mogen zich niet in één van de in [2 artikel 20 van de wet van 25 april 2014]2 bedoelde gevallen bevinden;

2° de rechtspersoon stelt de FSMA in kennis van de identiteit van de aandeelhouders die de vennootschap controleren; die aandeelhouders moeten, naar het oordeel van de FSMA, geschikt zijn gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid. Elke wijziging in de identiteitsgegevens van de aandeelhouders die de vennootschap controleren, wordt aan de FSMA meegedeeld.

§ 3. De aanvrager van een inschrijving als makelaar inzake consumentenkrediet voegt bij zijn inschrijvingsaanvraag een verklaring op erewoord waaruit blijkt dat hij zijn beroepsactiviteiten uitoefent buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst of elke andere juridische verbintenis die hem verplicht zijn hele productie of een bepaald deel ervan te plaatsen [2 bij een of meerdere kredietgevers]2.

Elke wijziging in de gegevens waarop de in het eerste lid bedoelde verklaring op erewoord betrekking heeft, wordt onverwijld aan de FSMA meegedeeld.

§ 4. Onverminderd de voorafgaande paragrafen kunnen meerdere kandidaten hun inschrijvingsaanvraag collectief indienen, indien de naleving van de hun door dit artikel opgelegde verplichtingen door een centrale instelling wordt geverifieerd. Deze centrale instelling moet een kredietgever inzake consumentenkrediet zijn. In dit geval wordt de inschrijvingsaanvraag door de centrale instelling ingediend onder haar verantwoordelijkheid. Zij blijft ook verantwoordelijk voor het toezicht op de permanente naleving van de inschrijvingsvoorwaarden. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt hun dossier behandeld alsof het om het dossier van een enkele onderneming ging. Een kredietbemiddelaar die, overeenkomstig deze procedure, in het register van de bemiddelaars inzake consumentenkrediet is ingeschreven, wordt ambtshalve uit dat register geschrapt als de centrale instelling de intrekking van zijn inschrijving vraagt.

§ 5. [2 Wat zijn activiteit van bemiddelaar inzake consumentenkrediet betreft, handelt de verbonden agent onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid [3 van de kredietgever of kredietgevers inzake consumentenkrediet voor wiens of wier rekening hij handelt]3. De aanvrager van een inschrijving als verbonden agent toont dit aan in zijn inschrijvingsdossier.

[3 De kredietgever of kredietgevers oefenen]3 toezicht uit op de naleving door de verbonden agent van de bepalingen van dit boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.]2]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 36, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
(3)<W 2015-12-18/31, art. 42, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2016>

Art. VII.187.[1 § 1. Om in het register van de bemiddelaars inzake consumentenkrediet te kunnen worden ingeschreven, en om die inschrijving te kunnen behouden, dient de aanvrager van een inschrijving als agent in een nevenfunctie aan de volgende voorwaarden te voldoen :

1° de verantwoordelijken voor de distributie en de personen die in contact staan met het publiek, bezitten de vereiste beroepskennis als bepaald door de Koning;

2° de verantwoordelijken voor de distributie beschikken over de voldoende geschiktheid en professionele betrouwbaarheid voor de uitoefening van hun taken. Ze mogen zich niet in één van de in [2 artikel 20 van de wet van 25 april 2014]2 bedoelde gevallen bevinden;

3° zij hebben een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering gesloten die het hele grondgebied van de Europese Economische Ruimte dekt. De verzekeringsovereenkomst bevat een bepaling die de verzekeringsonderneming de verplichting oplegt om, bij beëindiging van de overeenkomst, de FSMA hiervan in kennis te stellen. De Koning bepaalt op advies van de FSMA de voorwaarden van de verzekering;

4° wat hun activiteit van bemiddelaar inzake consumentenkrediet in België betreft, slechts handelen met ondernemingen of personen die, met toepassing van dit hoofdstuk, een vergunning hebben verkregen of zijn geregistreerd voor de uitoefening van die activiteit in België;

5° tot een buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen zoals bedoeld in artikel VII.216 toetreden, bijdragen tot de financiering van die geschillenregeling en ingaan op elk verzoek om informatie dat hij in het raam van die geschillenregeling ontvangt;

6° de aan de FSMA verschuldigde vergoedingen voor de uitoefening van het toezicht betalen;

7° een professioneel e-mailadres meedelen aan de FSMA waarnaar deze op rechtsgeldige wijze alle individuele of collectieve mededelingen kan versturen die zij, ter uitvoering van dit hoofdstuk, verricht.

§ 2. De in dit artikel bedoelde bemiddelaars leveren het bewijs aan de FSMA, volgens de door haar bij reglement vastgestelde regels, inclusief inzake frequentie, dat de in het eerste lid bedoelde bepalingen worden nageleefd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 37, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>

Onderafdeling 3. - [1 Inschrijvingsprocedure]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Art. VII.188.[1 § 1. Elke inschrijvingsaanvraag wordt aan de FSMA gericht overeenkomstig de door de Koning vastgestelde vormen en voorwaarden.

§ 2. Elke wijziging van de in het inschrijvingsdossier vermelde gegevens wordt onverwijld aan de FSMA meegedeeld, onverminderd het recht van de FSMA om bij de betrokkene informatie in te winnen of bewijskrachtige documenten op te vragen.

§ 3. De FSMA schrijft de bemiddelaars inzake consumentenkrediet in die voldoen aan de in onderafdeling 2 vastgestelde voorwaarden. Zij doet uitspraak uiterlijk binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig dossier en uiterlijk binnen vier maanden na de indiening van de aanvraag.

§ 4. Het directiecomité van de FSMA kan een door hem aangeduid personeelslid van de FSMA belasten met de kennisgeving van beslissingen tot inschrijving of weigering van inschrijving in het register van de bemiddelaars inzake consumentenkrediet, alsook van beslissingen tot wijziging, aanmaning, verbod, schorsing en schrapping van de inschrijving.

De FSMA kan de in het vorige lid bedoelde beslissingen op rechtsgeldig wijze ter kennis brengen aan de hand van een voorgedrukt formulier voorzien van een door middel van een mecanografisch procedé gereproduceerde handtekening.

§ 5. De FSMA publiceert op haar website het geactualiseerde register van de bemiddelaars inzake consumentenkrediet, alsook de historiek van de wijzigingen die tijdens de laatste twaalf maanden in dat register zijn aangebracht.

Dat register is onderverdeeld als volgt :

1° kredietmakelaars

2° verbonden agenten

3° agenten in een nevenfunctie

[2 Het register vermeldt voor elke bemiddelaar inzake consumentenkrediet :

1° de gegevens die noodzakelijk zijn voor zijn identificatie;

2° de datum waarop hij is ingeschreven;

3° de categorie waarin hij is ingeschreven;

4° desgevallend de datum waarop hij is geschrapt;

5° de naam van de verantwoordelijken voor de distributie;

6° [3 voor de verbonden agenten: de naam van de kredietgever of kredietgevers inzake consumentenkrediet waarmee zij verbonden zijn en desgevallend de groep waartoe deze kredietgevers behoren]3;

7° alle andere informatie die de FSMA nuttig acht voor een correcte informatieverstrekking aan het publiek.]2

[2 De FSMA bepaalt de voorwaarden waaronder de vermelding van de schrapping van een bemiddelaar van de website wordt weggelaten.]2

§ 6. Bij de indiening van zijn inschrijvingsaanvraag vermeldt de aanvrager in welke categorie van het register hij wenst te worden ingeschreven. Een bemiddelaar kan slechts in een enkele categorie van het register worden ingeschreven. ]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 38, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
(3)<W 2015-12-18/31, art. 43, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2016>

TITEL 5. - [1 Burgerlijke sancties.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

HOOFDSTUK 1. [1 Betalingsdiensten.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

Art. VII.189. [1 Tenzij de betalingsdienstaanbieder bewijst dat de betaler bedrieglijk heeft gehandeld, blijft de betalingsdienstaanbieder aansprakelijk jegens de betaler voor alle gevolgen van het gebruik van een betalingsinstrument door een niet gerechtigde derde in geval van niet-naleving door de betalingsdienstaanbieder van de verplichtingen die hij heeft op grond van de artikelen VII. 13, 5°, a) en c) en VII. 31, 1° en 3°.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

Art. VII.190. [1 Bij niet-naleving door de betalingsdienstaanbieder van de verplichtingen voortvloeiend uit artikel VII. 55, § 1, en onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, wordt de betalingsdienstgebruiker van rechtswege ontslagen van het betalen van de gevraagde kosten.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

Art. VII.191. [1 Bij niet-naleving door de betalingsdienstaanbieder van de verplichtingen voortvloeiend uit de artikelen VII. 12, VII. 13, 2° tot 6°, VII. 14 en VII. 15, VII. 20, VII. 22, tweede lid, VII. 24, VII. 28, VII. 31, VII. 35, eerste lid, VII. 37, VII. 38, § 2,VII. 39 enVII. 40, VII. 42, VII. 44 tot VII.47, VII. 49 tot VII. 51, VII. 55 en VII. 56 kan de betalingsdienstgebruiker, onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, de raamovereenkomst met een gemotiveerd ter post aangetekend schrijven zonder kosten of boete onmiddellijk opzeggen vanaf het ogenblik dat hij kennis had of hoorde te hebben van de niet-nageleefde verplichtingen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

Art. VII.192. [1 Bij niet-naleving door de uitgever van elektronisch geld van de verplichtingen voortvloeiend uit artikel VII. 61, en onverminderd de gemeenrechtelijke sancties :

1° wordt de houder van elektronisch geld van rechtswege ontslagen van de eventuele vergoeding die samenhangt met de terugbetaling;

2° kan de houder van elektronisch geld, de overeenkomst elektronisch geld, en in voorkomend geval de raamovereenkomst inzake betalingsdiensten, met een gemotiveerd ter post aangetekend schrijven zonder kosten of boete onmiddellijk opzeggen vanaf het ogenblik dat hij kennis had of hoorde te hebben van de niet-nageleefde verplichtingen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

Art. VII.193. [1 Wanneer de betalingsdienstaanbieder de informatievereisten bedoeld in artikel 5 (2) en (3). van de Verordening (EU) nr. 260/2012, die nodig zijn voor de correcte uitvoering van een betalingstransactie, niet naleeft of, desgevallend, niet waarborgt dat deze worden nageleefd, kan de betalingsdienstgebruiker, onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, de toepassing vragen van vergoedende maatregelen voor de schade te wijten aan de niet naleving van de verplichtingen.

De betalingsdienstaanbieder is aansprakelijk jegens de betaler voor de gevolgen van de uitvoering van een betalingstransactie die in strijd is met de door de betaler gegegeven opdracht overeenkomstig artikel 5 (3) d), van de Verordening (EU) nr. 260/2012. Hij dient de gedebiteerde betaalrekening onverwijld te herstellen zoals die zou zijn geweest mocht de voormelde opdracht wel zijn nageleefd. De betaler heeft ook recht op aanvullende vergoedingen voor eventueel verdere financiële gevolgen.

Wanneer de begunstigde die geen consument is, de informatievereisten bedoeld in artikel 5 (4) van Verordening (EU) nr. 260/2012, die nodig zijn voor de correcte uitvoering van een betalingstransactie, niet naleeft of, desgevallend, niet waarborgt dat deze worden nageleefd, kan de betalingsdienstgebruiker, onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, de toepassing vragen van vergoedende maatregelen voor de schade te wijten aan de niet naleving van de verplichtingen. ]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

HOOFDSTUK 2. [1 Consumentenkrediet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.194. [1 Onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, verklaart de rechter de overeenkomst nietig of vermindert de verplichtingen van de consument en dit hoogstens tot de prijs van het goed of de dienst bij contante betaling of tot het ontleende bedrag en dit met behoud van het voordeel van de betaling in termijnen wanneer de kredietovereenkomst werd gesloten naar aanleiding van een in artikel VII. 67 bedoelde onwettige verkoopmethode.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.195.[1 Onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, verklaart de rechter de overeenkomst nietig of vermindert de verplichtingen van de consument en dit hoogstens tot de prijs bij contante betaling of tot het ontleende bedrag,wanneer de kredietgever de in artikel VII. 78, § 1, tweede lid, § 2, 5° tot 9°, § 3, 1° tot 7°, 11°, 13° en 14° bedoelde vermeldingen niet naleeft.

De rechter kan een gelijkaardige maatregel nemen wanneer de kredietgever :
1° de in artikel VII. 78, § 2, 1° tot 4°, § 3, 8° tot 10°, 12° en 15°, bedoelde vermeldingen niet naleeft;
2° de verplichtingen bedoeld in artikel VII. 77, § 1, tweede lid, niet naleeft.

De rechter vermindert de verplichtingen van de steller van een zekerheid en dit hoogstens tot de prijs bij contante betaling of tot het ontleende bedrag, wanneer de kredietgever de [2 in artikel VII.110]2 opgenomen bepalingen niet naleeft.

In geval van vermindering van de verplichtingen van de consument behoudt deze het voordeel van de betaling in termijnen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 39, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

Art. VII.196.[1 De verplichtingen van de consument zijn van rechtswege beperkt tot de prijs bij contante betaling van het goed of de dienst of tot het ontleende bedrag wanneer :

1° de kredietgever een kredietovereenkomst toegezegd heeft tegen een percentage dat hoger ligt dan het percentage dat de Koning met toepassing van artikel VII. 94 heeft vastgesteld;

2° de kredietgever de bepalingen bedoeld in artikel VII. 95 niet heeft nageleefd of miskend;

3° de overdracht van de overeenkomst ofwel de overdracht of de indeplaatsstelling in de rechten voortvloeiend uit een kredietovereenkomst, gebeurd is zonder inachtneming van de in artikel VII. 102 gestelde voorwaarden;

4° een kredietovereenkomst is gesloten :

a) door een niet-vergunde of niet-geregistreerde kredietgever conform de geldende wettelijke of reglementaire bepalingen op het moment van de kredietverlening;

b) door een kredietgever die voorheen afstand had gedaan van die registratie of vergunning;

c) door bemiddeling van een niet-ingeschreven kredietbemiddelaar conform de geldende wettelijke of reglementaire bepalingen op het moment van de kredietverlening;

d) door een kredietgever wiens vergunning of registratie wasgeschrapt, herroepen of opgeschort, of die een verbod had opgelopen op grond van artikel XV.67/3;

e) door bemiddeling van een kredietbemiddelaar wiens inschrijving voorheen was geschrapt of opgeschort, of die een verbod had opgelopen op grond van artikel XV.68;

5° de kredietgever de bepalingen bedoeld in de artikelen VII. 87 niet heeft nageleefd of heeft miskend.

Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de betrokken kredietgever een kredietinstelling, een instelling voor elektronisch geld, een betalingsinstelling die ressorteert onder het recht van een andere EER-lidstaat, of een financiële instelling als bedoeld in [2 artikel 332 van de wet van 25 april 2014]2 is, die krachtens haar nationaal recht gemachtigd is om consumentenkredietovereenkomsten te verlenen in haar lidstaat van herkomst en die haar activiteit in België uitoefent via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten zonder dat de ter zake door de toepasselijke Europese richtlijnen opgelegde formaliteiten zijn vervuld.

In deze gevallen behoudt de consument het voordeel van de betaling in termijnen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 40, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

Art. VII.197. [1 De consument kan de terugbetaling eisen van de door hem gestorte bedragen, verhoogd met de som van de wettelijke intresten, wanneer een betaling gebeurd is ondanks het in de artikelen VII. 79, VII. 90 en VII. 114, § 1, bedoelde verbod, of wanneer zij is gebeurd in het raam van een in artikel VII. 115 verboden schuldbemiddeling.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.198. [1 Wanneer, ondanks het in artikel VII. 90, § 1, eerste lid, bedoelde verbod, de kredietgever of de kredietbemiddelaar een bedrag stort of een levering van een goed of een dienst verricht, is de consument niet gehouden dat bedrag terug te betalen, de geleverde dienst of het geleverde goed te betalen noch dit laatste terug te zenden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.199. [1 Wanneer van de consument of de steller van een zekerheid straffen of schadevergoedingen worden gevraagd waarin dit boek niet voorziet, worden zij van rechtswege daarvan volledig ontslagen.

Indien de rechter bovendien oordeelt dat de overeengekomen of toegepaste straffen of schadevergoedingen, onder meer in de vorm van strafbedingen, bij niet-uitvoering van de overeenkomst, overdreven of onverantwoord zijn, kan hij deze ambtshalve verminderen of de consument er geheel van ontslaan.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.200. [1 In geval van niet naleving van de bepalingen bedoeld in de artikelen VII. 106, § 4, VII. 86, §§ 2 tot 4 en VII. 99, wordt de consument van rechtswege ontslagen van de interesten en de kosten voor de periode waarop de inbreuk betrekking heeft.

Indien de consument, in weerwil van het verbod van artikel VII. 87, § 3, tot wedersamenstelling van het kapitaal van het krediet is overgegaan, kan hij de onmiddellijke terugbetaling van het wedersamengestelde kapitaal eisen, inclusief de verworven intresten, dan wel de terugbetaling van het krediet, tot beloop van het wedersamengestelde kapitaal inclusief de verworven intresten.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.201.[1 Onverminderd de andere gemeenrechtelijke sancties, kan de rechter de consument ontslaan van het geheel of van een gedeelte van de nalatigheidsintresten en zijn verplichtingen verminderen tot de prijs bij contante betaling van het goed of de dienst of tot het ontleende bedrag wanneer :

1° de kredietgever de verplichtingen bedoeld in de artikelen VII. 69, VII. 70, VII. 72, VII. 74, VII. 75 et VII. 77 niet heeft nageleefd;

2° de kredietbemiddelaar de verplichtingen in de artikelen VII. 69, § 1, eerste lid, VII. 70, VII. 71, VII. 74, VII. 75 [2 VII.112 en VII.113, § 1°]2 niet heeft nageleefd;

3° de vormvereisten als bepaald in artikel VII. 76 betreffende het sluiten van de kredietovereenkomst niet in acht werden genomen.

In die gevallen behoudt de consument het voordeel van de betaling in termijnen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 41, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

Art. VII.202. [1 De consument is ontslagen van de intresten voor het gedeelte van de betalingen vóór de levering van het goed of de dienstverlening, verricht in strijd met de bepalingen van artikel VII. 91, eerste en vierde lid.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.203. [1 De niet-naleving van de bepalingen van artikel VII. 84, eerste lid, verleent de consument het recht de nietigverklaring van de koop- of dienstverleningsovereenkomst te vorderen en van de verkoper of dienstverlener, de terugbetaling te vorderen van de door hem reeds verrichte betalingen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.204. [1 Wanneer de consument heeft nagelaten de inlichtingen bedoeld in artikel VII. 69 te verstrekken of wanneer hij onjuiste gegevens heeft verstrekt, kan de rechter, onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, de ontbinding van de overeenkomst ten laste van de consument bevelen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.205. [1 Hij die, in strijd met artikel VII. 88, een wissel of een orderbriefje doet ondertekenen of een cheque in ontvangst neemt ter betaling of als zekerheid van de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van het verschuldigde bedrag, is ertoe gehouden aan de consument de totale kosten van het krediet voor de consument terug te betalen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.206. [1 De steller van een zekerheid wordt vrijgesteld van elke verplichting indien hij niet overeenkomstig artikel VII. 109, § 1, voorafgaandelijk een exemplaar van het kredietcontract heeft ontvangen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.207. [1 Indien het lichamelijk roerend goed in strijd met de bepalingen van artikel VII. 108 wordt teruggenomen, is de kredietovereenkomst ontbonden. De kredietgever is ertoe gehouden de gestorte bedragen binnen de dertig dagen volledig terug te betalen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.208.[1 Geen enkele commissie is verschuldigd wanneer de kredietovereenkomst ontbonden of verbroken wordt of het voorwerp uitmaakt van een termijnverval en de kredietbemiddelaar de bepalingen [2 van artikel VII.113]2 niet heeft nageleefd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 42, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

HOOFDSTUK 3. - [1 Hypothecair krediet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.209.[1 § 1. Indien de kredietgever de verplichtingen of verbodsbepalingen, vervat in titel 4, hoofdstuk 2, of in de in uitvoering ervan genomen besluiten, schendt, mag de consument op ieder ogenblik en zonder enige vergoeding het krediet terug betalen. Indien de consument van dit recht gebruik maakt en de debetrentevoet niet kan worden bepaald doordat de vestigingsakte niet de nodige elementen bevat, worden de gelopen interesten berekend aan de wettelijke rentevoet.

Het vorige lid geldt niet indien de kredietgever bewijst dat de bedoelde schending de consument geen nadeel heeft berokkend.

§ 2. Het in paragraaf 1 bedoelde rechtsmiddel doet geen afbreuk aan alle overige rechten of middelen van verhaal die de consument kan doen gelden.

§ 3. Onverminderd de gemeenrechtelijke sancties worden de verplichtingen van de kredietnemer van rechtswege verminderd tot het ontleende bedrag, wanneer een kredietovereenkomst is gesloten :

a) door een niet-ingeschreven, niet-geregistreerde of niet-vergunde kredietgever conform de geldende wettelijke of reglementaire bepalingen op het moment van de verlening van het hypothecair krediet;

b) door een kredietgever die voorheen afstand had gedaan van die inschrijving, registratie of vergunning;

c) door een kredietgever wiens vergunning, inschrijving of registratie voorheen was ingetrokken, geschrapt, herroepen of opgeschort, of die een verbod had opgelopen op grond van artikel XV. 67/3;

d) door bemiddeling van een niet-ingschreven kredietbemiddelaar of een kredietbemiddelaar wiens inschrijving voorheen was geschrapt of opgeschort, of die een verbod had opgelopen op grond van artikel XV.68.

In die gevallen behoudt de kredietnemer behoudt het voordeel van de termijn en van de spreiding van de terugbetaling.

§ 4. Paragraaf 3 is niet van toepassing :

- wanneer de betrokken kredietgever een kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een andere EER-lidstaat, of een financiële instelling als bedoeld in [2 artikel 332 van de wet van 25 april 2014]2 is, die krachtens haar nationaal recht gemachtigd is om hypothecaire kredietovereenkomsten te verlenen in haar lidstaat van herkomst en die haar activiteit in België uitoefent via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten zonder dat de ter zake door de toepasselijke Europese richtlijnen opgelegde formaliteiten zijn vervuld;

- wanneer de betrokken bemiddelaar een bemiddelaar inzake hypothecair krediet is als bedoeld in artikel VII. 183, § 2, en de ter zake door de toepasselijke Europese richtlijnen opgelegde formaliteiten niet zijn vervuld.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 43, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

Art. VII.210. [1 Zijn van rechtswege nietig :

1° de toevoeging of aanhechting van een ander contract dan bedoeld in de artikelen VII. 125 en VII. 126;

2° de verplichting effecten te verwerven in strijd met artikel VII. 137;

3° de verplichting tot betaling van premies of tot enig sparen, in strijd met artikel VII. 138.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.211. [1 Indien aan de verplichting vervat in artikel VII. 135, eerste lid, niet voldaan werd, zijn de rechten van de kredietgever en de verplichtingen van de consument beperkt tot het gedeelte van het kapitaal dat werkelijk in gereed geld of op girale wijze betaald werd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.212. [1 Hij die ter vertegenwoordiging van een hypothecair krediet een wissel of een orderbriefje doet ondertekenen of een dergelijk handelspapier ter betaling voorlegt zonder de bepalingen van artikel VII. 139 na te leven, is ertoe gehouden de opgelopen rente van de kredietovereenkomst aan de consument terug te betalen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.213. [1 Wanneer, wegens het niet-naleven van artikel VII. 140 :

1° het niet mogelijk is de bedragen der aflossingsstortingen te bepalen, is de consument niet verplicht dergelijke stortingen te doen;

2° het niet mogelijk is de tijdstippen te bepalen waarop en de voorwaarden waaronder de periodieke lasten, de interesten of de wedersamenstellingsstortingen verschuldigd zijn, is de consument maar verplicht ze te betalen op de verjaardata van het krediet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

Art. VII.214. [1 Wanneer, wegens het niet-naleven van artikel VII. 140, § 2, de verplichtingen die voortvloeien uit de toevoeging niet aangeduid zijn in het toegevoegd contract, verliest het deze hoedanigheid en is de consument niet verplicht tot enige wedersamenstelling. ]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>

HOOFDSTUK 4. - [1 Gemeenschappelijke bepalingen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

Art. VII.215. [1 Na het verstrijken van een termijn van tien dagen te rekenen van de uitspraak, is de griffier van de rechtbank of van het hof ertoe gehouden de minister op de hoogte te brengen van elk vonnis of arrest dat toepassing maakt van één of meerdere burgerlijke of strafrechtelijke sancties.

De griffier is er eveneens toe gehouden de minister elk beroep tegen dergelijke beslissing onverwijld mee te delen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

TITEL 6. - [1 Buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

Art. VII.216.[1 Er wordt een buitengerechtelijke klachtenregeling inzake financiële diensten ingesteld met als doel geschillen tussen een betalingsdienstaanbieder, kredietgever of kredietbemiddelaar aan de ene kant, en een consument, aan de andere kant, te helpen oplossen door hierover advies te verstrekken of op te treden als bemiddelaar.

Deze ombudsdienst voor financiële diensten is een onafhankelijk orgaan dat voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel XVI.25 van het Wetboek van economisch recht.]1

[2 De betalingsdienstaanbieders zijn gehouden zich aan te sluiten bij deze ombudsdienst.]2
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 44, 028; Inwerkingtreding : 30-10-2015>

TITEL 7. [1 Slotbepalingen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

Art. VII.217. [1 De koninklijke besluiten welke worden vastgesteld op grond van de artikelen VII. 3, VII. 57 tot VII. 59, VII. 64, VII. 90, § 1, derde lid, VII. 94, VII. 95, VII. 86, § 3, tweede lid, VII. 101 en VII. 114, § 3 van dit boek worden door de minister voor advies voorgelegd aan de Raad voor het Verbruik. De minister bepaalt de termijn waarbinnen het advies wordt gegeven. Na deze termijn is het advies niet meer vereist.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

Art. VII.218. [1 Onverminderd de andere raadplegingsvereisten die door dit boek zijn opgelegd, oefent de Koning de bevoegdheden uit welke Hem zijn toegekend door de artikelen VII.118, VII.120 en VII.122 na raadpleging van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De koninklijke besluiten genomen in uitvoering van de artikelen VII. 148, VII. 149, VII. 153 en VII. 154 worden door de minister voor advies voorgelegd aan de Raad voor het Verbruik, de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het Begeleidingscomité. De minister bepaalt de termijn binnen welke het advies wordt gegeven.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

Art. VII.219. [1 De Koning oefent de bevoegdheden, Hem toegekend door de bepalingen van de artikelen VII. 3, VII. 64, VII. 86, § 3, tweede lid, VII. 90, § 1er, derde lid, VII. 94, VII. 95, VII. 101, VII. 120 tot VII. 122 uit op de gezamenlijke voordracht van de Ministers bevoegd voor Economie en Financiën, na raadpleging van de Bank. ]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

Art. VII.220. [1 De besluiten tot uitvoering van titel 4, hoofdstuk 4, worden genomen op advies van de FSMA. ]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie W 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 28/05/2016 - 14:40
Laatst aangepast op: za, 28/05/2016 - 14:40

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.