-A +A

Pers en gerecht Code van de Raad voor de Journalistiek

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Alternatieve naam: 
Journalistencode en respect voor privacy in en voor de rechtbank
Afkondiging: 
maa, 20/09/2010

Hoe pijnlijk is sommige berichtgeving over rechtszaken. Namen worden te pas en ten onpas te grabbel gegooid. Soms worden ze gemaskeerd, maar blijven ze voldoende herkanbaar. Verdachten lopen op mensonwaardige wijze met een mantel boven het hoofd om zich te beschermen tegen persfotografen.

Zelfs aanhoudingen en huiszoekingen worden gefilmd en gefotografeerd. Waar blijft het vermoeden van onschuld en hoe vaak heeft de pers reeds een karaktermoord gepleegd op een persoon die achteraf onschuldig bleek. (Van Dreyfus tot Jan Beirens tot Elio  Di Rupo, tot DSK, tot Els O om er maar een paar te noemen). Toch kunnen we ons als burger beschermen met hulp van onze advocaat en hebben we zowel als slachtoffer dan wel als verdachte heel wat rechten op privacy die we kunnen afdwingen aan de hand van de code van de raad voor hournalistiek. Wie meent dat zij louter een ethische waarde heeft is verkeerd. Zij is een minimumnorm door de journalisten opgesteld voor de journalisten en maakt aldus een gedragsnorm uit voor de journalistieke bedrijvigheid. Wie de norm schendt, handelt niet als een normale voorzichtige, gemiddelde journalist en kan burgerlijk aansprakelijk gesteld worden op grond van artikel 1382-1383 Burgerlijk wetboek en aldus veroordeeld tot integrale schadevergoedingen.

Advocaten sta recht. Stuur die fotografen de laan uit en wijs die geniepige schrijvertjes die in de hoek van de rechtzaal zitten op hun rechten, liefst in publieke zitting. Reageer onmiddellijk naar hun kranten via uw draagbare iPad, iPhone, of telefoneer naar hun kranten om u te verzetten tegen de weergave van de namen van uw cliënten, laat staan hun foto in de kranten. Bevraag uw cliënten vooraf wat zij terzake wensen met betrekking tot de pers. Wijs hen op de aanwezigheid van de pers in de correctionele zittingszalen en pas de correcte doordachte strategie tot om de privacy van uw cliënten als slachtoffer, dan wel het vermoeden van onschuld te beschermen. En wat de veroordeelden betreft. Dze krijgen een straf. Deze straf kan in beroep nog hervormd, of gevolgd worden door een vrijspraak. Bovendien bestaat de straf uit de straf en niets anders dan de straf. De rechter zal slechts in zeer uitzonderlijke gevallen de publicatie bevelen. In alle andere gevallen volstaat het met te herinneren dat de schandpaal niet bestaat en in ons recht er enkel straffen zijn die door de wet en enkel door de wet werden opgelegd. De pers heeft geen strafrechtsmacht.

Tekst van de wetgeving: 

BEGINSELEN

Code

Het recht op informatie en vrije meningsuiting is een fundamenteel mensenrecht en een essentiële voorwaarde voor een democratische samenleving.
De pers heeft het recht en de plicht om het publiek te informeren over zaken van maatschappelijk belang.
Het recht van het publiek om de feiten en de opinies te kennen bepaalt de journalistieke vrijheid en verantwoordelijkheid.
De verantwoordelijkheid van de journalist tegenover het publiek veronderstelt een maximale vrijheid en heeft voorrang op zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn werkgever en die tegenover de overheid.
De journalist legt zich daarbij normen op, die volgen uit het respect voor andere fundamentele mensenrechten. Die normen vloeien voort uit zijn plicht om
(I) waarheidsgetrouw te berichten,
(II) onafhankelijk informatie te garen en te verstrekken,
(III) fair op te treden en
(IV) respect te betonen voor het privéleven en de menselijke waardigheid.

III. - FAIR PLAY

15. – De journalist gebruikt loyale methodes om informatie, foto's, beelden en documenten te verkrijgen of te verwerken. *

De journalist maakt geen misbruik van zijn hoedanigheid, in het bijzonder ten aanzien van mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, en hun familie.

16. – Voor informatie wordt niet betaald*. Enkel voor de exclusiviteit van beeldmateriaal of interviews kan worden betaald op voorwaarde dat dit de vrije nieuwsgaring niet in het gedrang brengt.
17. – Bij het vergaren van informatie maakt de journalist zichzelf en het doel van zijn optreden bekend.*

18. – De journalist pleegt geen plagiaat.

19. – De journalist beschermt de identiteit van zijn bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd, en van bronnen van wie hij wist of moest weten dat zij hem informatie hebben toegespeeld in de verwachting dat hij hun identiteit niet zou onthullen. *

20. – Wanneer een journalist in zijn berichtgeving zelf ernstige beschuldigingen uit, met name wanneer die de eer en de goede naam betreffen, is het aangewezen dat hij de betrokkene voor de publicatie of de uitzending contacteert en hem loyaal de kans biedt hierop te reageren. *

21. – De journalist maakt met bronnen of andere gesprekspartners geen afspraken die zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengen. Maar gemaakte afspraken moeten wel worden nageleefd, met name wanneer het gaat over het noemen van namen of de voorinzage van teksten. Precies om die reden moeten afspraken ook duidelijk en ondubbelzinnig zijn.

IV. - RESPECT VOOR HET PRIVELEVEN EN DE MENSELIJKE WAARDIGHEID

22. – De journalist houdt rekening met de rechten van eenieder die in de berichtgeving voorkomt. Hij weegt die rechten af tegenover het maatschappelijk belang van de informatie.

23. – De journalist respecteert het privéleven van personen en tast het niet verder aan dan noodzakelijk in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.
De journalist gaat in het bijzonder omzichtig om met mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie, zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, en hun familie.

24. – De journalist respecteert de menselijke waardigheid en tast ze niet verder aan dan noodzakelijk is in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.
De journalist vermijdt overdrijving bij het vrijgeven van beelden en/of details, ook wanneer de feiten de publieke opinie sterk beroeren.

25. – De journalist uit geen ongegronde verdachtmakingen of beschuldigingen.

26. – De journalist respecteert het leed van slachtoffers en hun omgeving en bij zijn nieuwsgaring dringt hij zich niet ongepast op.

27. – De journalist die persoonlijkheidskenmerken vermeldt zoals etnische oorsprong, huidskleur, seksuele geaardheid vermijdt stereotypering, veralgemening en overdrijving, en zet niet aan tot discriminatie
 

Richtlijnen bij de Code van de Raad voor de Journalistiek

 

Richtlijn bij artikel 17:

17. – Bij het vergaren van informatie maakt de journalist zichzelf en het doel van zijn optreden bekend. *
De journalist die een communicatie registreert met de bedoeling ze integraal of gedeeltelijk uit te zenden of te publiceren, stelt in beginsel zijn gesprekspartner hiervan op de hoogte, alsook van het doel waarvoor hij de opname maakt. *

Incognitojournalistiek, waarbij de journalist zijn hoedanigheid verzwijgt, verborgen opnames en aliasjournalistiek, waarbij de journalist bewust een andere hoedanigheid aanneemt, zijn slechts verantwoord indien de informatie niet op een andere manier kan verkregen worden en wanneer er voldoende maatschappelijk belang is. Bij aliasjournalistiek moet dat zelfs een gewichtig maatschappelijk belang zijn. Over-leg met de hoofdredactie over het gebruik van deze technieken is aangewezen. Er moet steeds zorgvuldig worden afgewogen of er geen overdreven risico’s worden genomen voor de veiligheid van de journalist en de omstanders. Een journalist kan niet onder druk worden gezet om risicovolle opdrachten te aanvaarden.

Het uitzenden van heimelijk opgenomen telefoongesprekken of van opnames met verborgen camera of microfoon kan alleen als er een voldoende maatschappelijk belang is en als de informatie niet op een andere manier kan verkregen worden. Overleg met de hoofdredactie over het gebruik van deze technieken is aangewezen.

Bij incognito-, alias- en verborgen opnames wordt er in beginsel voor gezorgd dat de betrokkenen niet identifceerbaar zijn.

Richtlijn bij artikel 21

21 . – De journalist maakt met bronnen of andere gesprekspartners geen afspraken die zijn onafhankelijkheid in het gedrang brengen. Maar gemaakte afspraken moeten wel worden nageleefd, met name wanneer het gaat over het noemen van namen of de voorinzage van teksten. Precies om die reden moeten afspraken ook duidelijk en ondubbelzinnig zijn.
Berichtgeving kan het voorwerp uitmaken van een embargo. In dit geval verstrekt een bron informatie maar vraagt zij in ruil een afspraak over het moment van publicatie. Wanneer een dergelijke afspraak wordt gemaakt, wordt ze door de journalist nageleefd. Een embargo wordt opgeheven zodra de informatie uit een andere bron bekend is.
Berichtgeving kan ook het voorwerp uitmaken van een vraag tot uitstel. In dit geval vraagt een betrokken partij om informatie die de journalist zelf gegaard heeft tijdelijk niet te publiceren.

Uitzonderlijk kunnen er redenen zijn om hierop in te gaan:

Ofwel wanneer het nieuws nog moet ontstaan of indien het uitstel noodzakelijk is voor een goede verwerking van dat nieuws.

Ofwel wanneer het leven of de gezondheid van mensen op het spel staat, ofwel om de opheldering van zware misdrijven tegen personen niet in het gedrang te brengen, ofwel om enig ander ernstig nadeel te voorkomen.

Embargo’s en vragen tot uitstel zullen enkel worden gehonoreerd indien ze behoorlijk zijn aangevraagd, inhoudelijk precies zijn omschreven, overtuigend en uitdrukkelijk gemotiveerd zijn, gelden voor alle media en in de tijd beperkt zijn.
 

Richtlijn bij artikel 23

23. – De journalist respecteert het privéleven van personen en tast het niet verder aan dan noodzakelijk in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.

De journalist gaat in het bijzonder omzichtig om met mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie, zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, en hun familie.

Richtlijn over identificatie in een gerechtelijke context

Ook publieke figuren hebben recht op respect voor hun privéleven. Er zijn echter elementen van het privéleven, die een invloed kunnen hebben op het publieke leven. Berichtgeving hierover kan verantwoord zijn om het publiek te informeren over kwesties van maatschappelijk belang.

Met publieke figuren wordt bedoeld mensen die een publieke of een maatschappelijk verantwoordelijke functie uitoefenen of die zelf de publieke belangstelling opzoeken. Een publieke figuur kan ook iemand zijn die in een voor de berichtgeving relevant milieu een publieke rol heeft of bekendheid geniet.

Bij incognito-, alias- en verborgen opnames wordt er in beginsel voor gezorgd dat de betrokkenen niet identifi ceerbaar zijn. Indien de betrokkenen publieke figuren zijn, kan identifi catie verantwoord zijn.
Bij het maken van algemeen beeldmateriaal in publieke ruimtes is het niet altijd mogelijk om elke betrokkene toestemming te vragen.

Wanneer een betrokkene uitdrukkelijk meldt dat hij niet in beeld wil komen, wordt dit door de journalist gerespecteerd. Desgevraagd wordt het materiaal uit het archief verwijderd.

Uitzonderingen hierop zijn handelingen waarvan het maatschappelijk belang verantwoordt om er toch over te berichten, zoals bijvoorbeeld illegale handelingen.

De journalist die in zijn berichtgeving een procespartij, een verdachte, een veroordeelde of een slachtoffer identifi ceert door woord, tekst of beeld, maakt steeds een afweging tussen het recht van het publiek om zo volledig mogelijk geïnformeerd te worden enerzijds en het recht op privacy van de persoon over wie bericht wordt anderzijds. Naar gelang van de situatie en/of de gebruikte techniek (beeld, tekst...) zal de journalist kiezen voor een volledig identificatie, voor een beperkte identifi catie of voor het niet bekendmaken van de identiteitsgegevens.

Achtereenvolgens wordt hierna de berichtgeving over verdachten, veroordeelden, minderjarigen en slachtoffers toegelicht.

1. Verdachten
Principes:
Beperkte identificatie kan uitzonderlijk.
Volledige identificatie en herkenbare beelden kunnen alleen onder specifieke voorwaarden.

1.1 Algemeen
Uiterste voorzichtigheid wordt in acht genomen wanneer er twijfel is over de betrokkenheid van de verdachte. Elke verdachte geniet immers het vermoeden van onschuld en dit dient uit de berichtgeving te blijken.

1.2 Beperkte identificatie
De voornaam, de beginletter van de familienaam, de leeftijd en de woonplaats kunnen eventueel worden vermeld.
Of deze gegevens worden vermeld, en de mate waarin, moet hoofdzakelijk afhangen van 1.1 en van de ernst van de feiten, de stand van het onderzoek en het maatschappelijk belang om over de feiten te berichten.
Bij lichte misdrijven ligt zelfs beperkte identificatie niet voor de hand.

1.3 Volledige identificatie en herkenbare beelden
Volledige identificatie en herkenbare beelden kunnen alleen onder één van volgende voorwaarden, die de redactie moet kunnen motiveren:
- Een gewichtig maatschappelijk belang rechtvaardigt de volledige identificatie.
- De verdachte is een publiek figuur en het maatschappelijke belang rechtvaardigt zijn identificatie.
- Bij ernstige misdrijven wanneer de schuld aannemelijk is gemaakt, bijvoorbeeld door een bekentenis, een betrapping op heterdaad of door informatie uit betrouwbare bron.
- De verdachte is voortvluchtig en de politie of het gerecht heeft een opsporingsbericht verspreid met volledige identiteitsgegevens en/of herkenbare beelden.
- De verdachte is voortvluchtig en vormt een gevaar voor de samenleving.
- Het volledig identifi ceren van de verdachte kan een waarschuwing betekenen voor mogelijke nieuwe slachtoffers.
- De verdachte komt zelf met zijn verhaal naar buiten en maakt geen bezwaar tegen verdere identificatie.

1.4 Minderjarige verdachten

2. Veroordeelden:

Principes:
Beperkte identificatie kan eventueel.
Volledige identificatie en herkenbare beelden kunnen alleen onder specifi eke voorwaarden.

2.1 Algemeen

De herintegratie in de maatschappij van een veroordeelde, zijn reclassering, of het lange tijdsverloop na de veroordeling, zijn elementen waarmee de journalist rekening houdt om terughoudend te zijn met identiteitsgegevens.

2.2 Beperkte identificatie

De voornaam, de beginletter van de familienaam, de leeftijd en de woonplaats kunnen eventueel worden vermeld.
Of deze gegevens worden bekend gemaakt, en de mate waarin, moet hoofdzakelijk afhangen van 2.1 en van de ernst van de feiten, de stand van de procedure en het maatschappelijk belang om over de feiten te berichten.
Bij lichte misdrijven ligt zelfs beperkte identificatie niet voor de hand.

2.3 Volledige identificatie en herkenbare beelden
Volledige identificatie en herkenbare beelden kunnen alleen onder één van volgende voorwaarden, die de redactie moet kunnen motiveren:
- Het maatschappelijk belang rechtvaardigt de volledige identificatie.
- De veroordeelde is een publiek persoon en het maatschappelijk belang rechtvaardigt zijn volledige identificatie.
- De ernst van de feiten rechtvaardigt de volledige identificatie.
- De veroordeelde komt zelf met zijn verhaal naar buiten en maakt geen bezwaar tegen volledige identificatie.

3. Slachtoffers
Principes:
Beperkte identificatie kan eventueel.
Volledige identificatie en herkenbare beelden zijn in de regel niet toegestaan.

2.1 Algemeen
Bij slachtoffers worden, indien mogelijk, de identiteitsgegevens pas bekendgemaakt nadat blijkt dat het slachtoffer of de rechtstreekse familie op de hoogte is gebracht.

Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de vraag van een slachtoffer of zijn directe omgeving om niet geïdentifi ceerd te worden.

Elke identificatie van slachtoffers van seksueel geweld is bij wet verboden, tenzij met hun schriftelijke toestemming of die van de onderzoeksmagistraat.

2.2 Beperkte identificatie
De voornaam, de eerste letter van de familienaam, de leeftijd en de woonplaats kunnen eventueel worden vermeld.
Of deze gegevens worden vermeld, en de mate waarin, moet afhangen van 3.1. en van de ernst van de feiten en van het maatschappelijk belang om erover te berichten. De redactie moet haar beslissing kunnen motiveren.

2.3 Volledige identificatie en herkenbare beelden
Volledige identificatie en herkenbare beelden kunnen alleen onder één van volgende voorwaarden, die de redactie moet kunnen motiveren:
-Een gewichtig maatschappelijk belang.
-De ernst van de feiten.
-De bekendheid van het slachtoffer.
-De instemming van het slachtoffer of van zijn nabestaanden.

3.4 Minderjarige slachtoffers

4. Minderjarigen
Principes:
Zelfs met beperkte identificatie moet uiterst terughoudend worden omgesprongen.
Volledige identificatie en herkenbare beelden van een minderjarige die betrokken is bij strafbare feiten, zijn in de regel niet toegestaan.

4.1. Algemeen
Elke identificatie van een minderjarige die het voorwerp is van een maatregel van een jeugdrechter, is bij wet verboden.

4.2. Beperkte identificatie
Enkel bij ernstige misdrijven en op voorwaarde van een gewichtig maatschappelijk belang kunnen eventueel de voornaam, de beginletter van de familienaam, de leeftijd en de woonplaats bekend worden gemaakt, àls dit verenigbaar is met 4.1.

Minderjarige slachtoffers worden in de regel niet geïdentificeerd, minstens wordt uiterst terughoudend omgegaan met gegevens die identificatie mogelijk maken.

Als de ouders of nabestaanden van minderjarigen de pers verzoeken een bepaalde lijn aan te houden in verband met de identificatie van minderjarigen, wordt daarmee zo veel mogelijk rekening gehouden.

4.3. Volledige identificatie en herkenbare beelden
Volledige identificatie en herkenbare beelden zijn in regel niet toegestaan.
In zover verenigbaar met 4.1., zijn uitzonderingen enkel mogelijk onder één van volgende voorwaarden, die de redactie moet kunnen motiveren:

De politie of het gerecht verspreiden zelf een opsporingsbericht met volledige identificatie en/of herkenbare beelden.
De feiten zijn zeer ernstig en hebben de maatschappij beroerd.
De ouders van minderjarige slachtoffers komen zelf met hun verhaal naar buiten en maken geen bezwaar tegen volledige identificatie of herkenbare beelden van hun kind.
 

Richtlijn bij artikel 24
 

24. – De journalist respecteert de menselijke waardigheid en tast ze niet verder aan dan noodzakelijk is in het maatschappelijk belang van de berichtgeving.
De journalist vermijdt overdrijving bij het vrijgeven van beelden en/of details, ook wanneer de feiten de publieke opinie sterk beroeren.
Wanneer over gevallen van zelfdoding wordt bericht, respecteert de journalist de privacy van de betrokkene en van de nabestaanden, hij vermijdt dramatisering, gedetailleerde beschrijving en positieve voorstelling van de feiten. 

lees de code en richtlijnen in pdf

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 05/07/2011 - 21:01
Laatst aangepast op: di, 05/07/2011 - 21:01

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.