-A +A

Koninklijk besluit houdende het beheer van het centraal erfrechtregister

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Alternatieve naam: 
erfrechtregister
Afkondiging: 
maa, 26/02/2018
Publicatie: 
don, 01/03/2018

In dit centrale erfrecht register worden alle akten en attesten van erfopvolging geregistreerd alsook aanvaardingen en verwerpingen.

Tekst van de wetgeving: 

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

1° uniek identificatienummer: het identificatienummer toegekend aan een natuurlijke persoon, in uitvoering van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen, of, bij gebreke hiervan, het identificatienummer in het bisregister, toegekend in uitvoering van artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel III.17 van het Wetboek Economisch recht;

2° NABAN: de notariële aktebank, opgericht overeenkomstig artikel 18 van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt, dat in werking zal treden bij koninklijk besluit ingevolge de artikelen 20 en 26 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen;

3° de verordening: de Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring;

4° ECLI: de European Case Law identifier, de Europese standaard voor het uniek nummeren van rechterlijke uitspraken, vastgesteld door de Raad van Ministers van de Europese Unie, bevattende de landcode, de gerechtscode, het jaar en het nummer;
5° register: het centraal erfrechtregister, zoals bedoeld in de artikelen 892/1 en volgende in boek III, titel I, hoofdstuk VII van het Burgerlijk Wetboek.

Art. 2. § 1. De inschrijving in het register van de akte van erfopvolging en van het attest van erfopvolging, die wordt opgemaakt door een notaris overeenkomstig artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek, en de inschrijving van de Europese erfrechtverklaring, die wordt opgemaakt door een notaris overeenkomstig artikel 68 van de verordening, alsmede de correcties, de wijzigingen, en de intrekkingen van deze Europese erfrechtverklaringen, gebeurt door de notaris, ten laatste 15 dagen na het verlijden van de akte, het opmaken van het attest of het afleveren van de Europese erfrechtverklaring.

§ 2. De inschrijving in het register van de verklaring van verwerping die wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 784 van het Burgerlijk Wetboek, en de inschrijving van de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving die wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 793 van het Burgerlijk Wetboek, gebeurt door de notaris, ten laatste 15 dagen na het verlijden van de akte houdende deze verklaring.

§ 3. De inschrijving in het register van de Europese erfrechtverklaring die wordt opgemaakt door de bevoegde gerechtelijke autoriteit overeenkomstig artikel 72, tweede lid, van de verordening, gebeurt door de griffier van het rechtscollege dat de beslissing heeft uitgesproken, ten laatste 15 dagen na de uitspraak.

Art. 3. § 1. De inschrijving in het register gebeurt op de wijze bepaald door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat en door middel van een bericht, waarvan de vorm wordt bepaald door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. De inschrijving van de Europese erfrechtverklaring bedoeld in artikel 2, § 3 gebeurt op basis van het formulier in bijlage.

§ 2. Het register bevat volgende gegevens geldend op het ogenblik van de inschrijving:

1° van de erflater:
a) naam en voorna(a)m(en);
b) uniek identificatienummer;
c) geboortedatum en -plaats;
d) woonplaats;
e) plaats en datum van overlijden;

2° van de declarant, in geval van inschrijving van een verklaring overeenkomstig artikel 784 of artikel 793 van het Burgerlijk Wetboek:
a) naam en voorna(a)m(en) in geval van een natuurlijke persoon, of, naam of benaming in geval van een rechtspersoon;
b) rechtsvorm in geval van een rechtspersoon;
c) uniek identificatienummer;
d) geboortedatum en -plaats in geval van een natuurlijke persoon;
e) woonplaatskeuze in geval van een verklaring overeenkomstig artikel 793 van het Burgerlijk Wetboek;

3° de aard en de datum van de akte, het attest of de Europese erfrechtverklaring indien opgemaakt door een notaris, met aanduiding van het voorwerp van de verklaring in geval van inschrijving van een verklaring overeenkomstig artikel 784 of 793 van het Burgerlijk Wetboek;

4° de aard en de datum van de beslissing houdende de Europese erfrechtverklaring indien opgemaakt door de rechtbank;

5° de identificatie van de notaris, die de akte heeft verleden of het attest of de Europese erfrechtverklaring heeft opgemaakt, of het rechtscollege dat de Europese erfrechtverklaring heeft opgemaakt;

6° in voorkomend geval de NABAN-referentie van de akte of de Europese erfrechtverklaring en bij gebreke het repertoriumnummer, of, voor de attesten van erfopvolging, de referentie van het kantoor;

7° in voorkomend geval de ECLI-referentie van de beslissing houdende de Europese erfrechtverklaring en bij gebreke het repertoriumnummer.

Art. 4. De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat bewaart de gegevens van de inschrijving, met vermelding van de datum van inschrijving, tot dertig jaar na het overlijden van de persoon wiens gegevens bewaard werden.

De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat bewaart de gegevens van de toegangen tot het register tot 10 jaar na de toegang.

Art. 5. § 1. De gegevens opgenomen in het centraal erfrechtregister zijn toegankelijk voor:

1° de notarissen, de gerechtsdeurwaarders, de advocaten en de griffiers en magistraten bij de rechtscolleges, in functie van de uitoefening van hun ambt;

2° de openbare overheden, de instellingen van openbaar nut indien de kennisneming noodzakelijk is voor de uitvoering van hun wettelijke opdrachten;

3° eenieder, voor zover zij een rechtmatig belang kunnen aantonen. Het belang van de verzoeker is rechtmatig wanneer zijn rechten en verplichtingen getroffen worden door het overlijden van de erflater of door de erfkeuzes van de erfgerechtigden.

§ 2. De gegevens opgenomen in het centraal erfrechtregister worden geraadpleegd bij de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, door middel van de door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat ontwikkelde toepassing, aan de hand van een authentificatiemodule van de elektronische identiteitskaart of een passend systeem dat een gelijkwaardig beveiligingsniveau waarborgt.

§ 3. Het verzoek tot raadpleging bevat de volgende gegevens:

1° naam en functie van de verzoeker, en het dossiernummer, in de gevallen bedoeld in § 1, 1° en 2° ;

2° de gegevens van de verzoeker in de gevallen bedoeld in § 1, 3° :

a) naam en voorna(a)m(en) in geval van een natuurlijke persoon, of, naam of benaming in geval van een rechtspersoon, met vermelding van de naam en voorna(a)m(en) van de natuurlijke persoon die optreedt namens deze rechtspersoon;

b) rechtsvorm in geval van een rechtspersoon;

c) uniek identificatienummer;

3° datum van het verzoek tot raadpleging;

4° de gegevens betreffende de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het onderwerp is van de opzoeking:

a) naam en voorna(a)m(en) in geval van een natuurlijke persoon, of, naam of benaming in geval van een rechtspersoon;

b) rechtsvorm in geval van een rechtspersoon;

c) uniek identificatienummer indien de verzoeker gemachtigd is dit te gebruiken. Indien de verzoeker niet gemachtigd is het identificatienummer te gebruiken, de geboortedatum en -plaats in geval van een natuurlijke persoon;

5° het aan te tonen belang voor de verzoeker bedoeld in § 1, 3°.

§ 4. Elke persoon, wiens gegevens zijn opgenomen in het register, kan een aanvraag richten tot de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat om kennis te nemen van alle overheden, instellingen en personen die, gedurende de laatste zes maanden, zijn gegevens bij het centraal erfrechtregister hebben geraadpleegd, met uitzondering van de gegevens van de bestuurlijke en gerechtelijke overheden die belast zijn met de opsporing en bestraffing van misdrijven.

Art. 6. § 1. Indien blijkt dat de in het bovenvermeld register opgenomen gegevens overeenkomstig de ter zake geldende wetgeving onvolledig of onjuist zijn, kan eenieder die een rechtmatig belang aantoont aan een notaris kosteloos de aanpassing van deze gegevens vragen.

§ 2. Indien de notarissen en diensten, die toegang hebben tot bovenvermeld register, hetzij onvolledige of onjuiste gegevens vaststellen, hetzij vaststellen dat een inschrijving of wijziging niet gebeurd is, hetzij een verzoek tot aanpassing overeenkomstig § 1 hebben ontvangen, melden zij dit aan de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat die de vereiste aanpassingen uitvoert na voorlegging van een rechtvaardiging. Wanneer de aanpassing een verbetering van de gegevens betreft, kan de notaris die de oorspronkelijke inschrijving heeft uitgevoerd, deze aanpassing uitvoeren na voorlegging van rechtvaardiging.

Art. 7. § 1. De verklaringen van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving worden bekendgemaakt door een mededeling in het Belgisch Staatsblad, binnen de 15 dagen na de inschrijving in het centraal erfrechtregister.

De mededeling in het Belgisch Staatsblad kan betrekking hebben op de identificatie van de notaris, de datum van de akte houdende de verklaring, de datum van de inschrijving in het centraal erfrechtregister, de identificatie van de declarant met vermelding woonplaatskeuze en van zijn geboortedatum en geboorteplaats in geval van natuurlijke persoon, de identificatie van de erflater met vermelding van geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats, en het verzoek aan de schuldeisers hun vorderingen over te maken naar de woonplaatskeuze overeenkomstig artikel 793, laatste lid van het Burgerlijk Wetboek. De taal van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad gebeurt volgens de taal van de akte houdende de verklaring.

§ 2. De bekendmaking door een mededeling in het Belgisch Staatsblad gebeurt door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, op basis van de gegevens die worden overgemaakt door de notaris die de inschrijving in het centraal erfrechtregister heeft uitgevoerd.

Art. 8. De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat is gemachtigd om de bevoegde tuchtinstanties te informeren over de niet naleving van de inschrijvingsverplichting, bepaald in artikel 2.

Art. 9. § 1. Voor elke inschrijving in het centraal erfrechtregister, bedoeld in artikel 2, § 1 en § 2, betaalt de persoon die gehouden is tot de inschrijving overeenkomstig deze bepalingen een som van 15 euro aan de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat.

§ 2. Elke inschrijving in het centraal erfrechtregister van een verklaring van verwerping, opgemaakt onder de voorwaarden bedoeld in artikel 784, derde lid van het Burgerlijk Wetboek, is kosteloos.

§ 3. Elke inschrijving in het centraal erfrechtregister van de Europese erfrechtverklaringen bedoeld in artikel 2, § 3 is kosteloos.

§ 4. Elke aanpassing in het centraal erfrechtregister is kosteloos.

Art. 10. Voor elke mededeling in het Belgisch Staatsblad van de verklaringen van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving, bedoeld in artikel 7, is een som van 16,53 euro verschuldigd door de Koninklijke Federatie van het Belgisch notariaat, die de terugvordering ervan vraagt aan de notaris die de inschrijving heeft uitgevoerd van deze verklaring.

Art. 11. De tarieven bepaald in artikel 9, § 1 en artikel 10 worden van rechtswege jaarlijks op 1 maart aangepast op grond van het indexcijfer van de consumptieprijzen aan de hand van de volgende formule: het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer.

Het beginindexcijfer is dat van de maand februari van het jaar gedurende hetwelk het tarief is vastgesteld. Het nieuwe indexcijfer is dat van de maand februari van het jaar voorafgaand aan de eerste maart van het jaar gedurende hetwelk de aanpassing plaatsvindt.

Het resultaat wordt afgerond op het hogere veelvoud van 10 eurocent.

Art. 12. De artikelen 107, 2°, 108, 2°, 109 tot 117 van de wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie en dit besluit treden in werking op 1 maart 2018.

Art. 13. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE.

Art. N. Aanvraag tot inschrijving in het centraal erfrechtregister van beslissingen houdende een Europese erfrechtverklaring

(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 01-03-2018, p. 18009 )

Gegeven te Brussel, 26 februari 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

VERSLAG AAN DE KONING

Sire,

De wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijk recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie regelt de oprichting en het beheer van een nieuwe authentieke bron, zijnde het centraal erfrechtregister (CER).

Er wordt hiertoe een nieuw hoofdstuk VII ingevoegd in Boek III, Titel I van het Burgerlijk Wetboek waarin de nieuwe artikelen 892/1 tot 892/7 worden opgenomen.

De Europese Verordening nr. 650/2012 van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring, introduceert de instelling van een eenvormige verklaring, de Europese erfrechtverklaring.

Deze Europese erfrechtverklaring zou een waarborg moeten zijn voor een snelle, soepele en efficiënte behandeling van een nalatenschap met grensoverschrijdende elementen in de Europese Unie waarbij de belanghebbenden in deze nalatenschap hun rechtspositie, hun rechten en hun bevoegdheden wensen aan te tonen in een andere lidstaat.

De notaris, met standplaats in België, werd aangeduid als de bevoegde autoriteit in België voor de aflevering van de Europese erfrechtverklaringen. Daarnaast is de notaris een bevoegde instantie voor het opmaken van een nationale akte of attest van erfopvolging in de zin van artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek.

Gelet op de verregaande rechtsgevolgen die de nationale akten en attesten van erfopvolging en de Europese erfrechtverklaring doen ontstaan, is het noodzakelijk dat eenieder zich ervan kan vergewissen dat deze werd opgemaakt door een bevoegde autoriteit en dat de inhoud ervan inmiddels niet werd gecorrigeerd, gewijzigd of ingetrokken. De betaling of overdracht van goederen op grond van een akte of attest van erfopvolging of van een Europese erfrechtverklaring heeft immers een bevrijdend karakter.

Derhalve dringt zich een publiciteit van de metagegevens van deze akten en attesten van erfopvolging op zodat de coördinaten van de bevoegde autoriteit kunnen worden doorgegeven.

Daarnaast, teneinde een volledig beeld te hebben over de betrokken partijen bij de afwikkeling van de nalatenschap, worden ook de gegevens van de akten houdende de verklaring van verwerping en de akten houdende de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving geregistreerd in het centraal erfrechtregister.

De verklaringen van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving en de verklaringen van verwerping worden thans uitsluitend opgemaakt voor een notaris, en dus niet meer voor de griffier van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de nalatenschap is opengevallen. De publiciteit van deze verklaringen moest op een andere wijze worden georganiseerd.

Door dit register toegankelijk te maken voor eenieder, zullen de belanghebbenden zich tot een centraal aanspreekpunt kunnen richten om de nodige informatie te achterhalen.

Door de oprichting van het CER, wordt dus een gecentraliseerde en unieke publiciteitsvorm georganiseerd van de gegevens van de akten van erfopvolging en van de attesten van erfopvolging opgemaakt door een notaris, van de verklaringen van verwerping en de verklaringen van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving en van de Europese erfrechtverklaringen.

Hierdoor wordt aan elke belanghebbende particulier of professioneel de mogelijkheid gegeven om op één centrale plaats deze informatie te verkrijgen. De toegang wordt aan elke belanghebbende verleend tot dit register teneinde kennis te hebben van het bestaan van deze akten opgemaakt naar aanleiding van het overlijden van een persoon.

Gezien de hoger beschreven wetswijzigingen dienen de volgende elementen via een koninklijk besluit geregeld te worden:
* De voorwaarden tot inschrijving en tot aanpassing van de gegevens in het register;
* De verplichte gegevens van de inschrijving;
* De voorwaarden voor de toegang tot het register;
* De publiciteit van bepaalde gegevens;
* De termijnen waarbinnen de inschrijvingen in het register dienen te worden uitgevoerd;
* De tarieven van de inschrijvingen en van de aanpassingen;
* de nadere regels van de mededeling in het Belgisch Staatsblad;
* de inwerkingtreding.

Het koninklijk besluit dat nu aan U wordt voorgelegd is erop gericht als basis te dienen voor de toekomstige werkwijze van het register.

Het voorliggend besluit houdt rekening met de adviezen van de Raad van State (advies nr. 62.843/2 van 14 februari 2018) en van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (advies nr. 56/2017 van 11 oktober 2017).

Artikelsgewijze commentaar

Artikel 1

In het eerste artikel worden de definities gegeven van een aantal begrippen welke verder in het koninklijk besluit gehanteerd worden.

- Uniek identificatienummer: het betreft het identificatienummer toegekend aan een natuurlijke persoon door het rijksregister, of, bij gebreke, het bisnummer toegekend door de kruispuntbank van de sociale zekerheid, of het identificatienummer aan een rechtspersoon door de kruispuntbank van ondernemingen;

- NABAN: de notariële aktebank waarin op termijn de elektronische notariële akten worden gearchiveerd. De verplichting tot vermelden van deze referentie zal slechts uitwerking hebben van zodra een koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 20 van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt, zoals gewijzigd door de wet van 6 mei 2009, wordt uitgevaardigd;

- De verordening: het betreft de Europese verordening nummer 650/2012 in de materie van het erfrecht waarin het nieuwe instrument van de Europese erfrechtverklaring werd geïntroduceerd, vergelijkbaar met de Belgische akte van erfopvolging, maar met meer uitgebreide rechtsgevolgen en erkend in de Lidstaten van de Europese Unie die gekozen hebben voor een "opting-in" tot de desbetreffende verordening;

- ECLI: de European Case Law Identifier, de Europese standaard voor het uniek nummeren van rechterlijke uitspraken, vastgesteld door de Raad van Ministers van de Europese Unie, bevattende de landcode, de gerechtscode, het jaar en het nummer;

- Register: het centraal erfrechtregister, zoals bedoeld in de artikelen 892/1 en volgende in boek III, titel I, hoofdstuk VII van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 2

De inschrijvingen in het register worden uitgevoerd door de notaris die de akte heeft verleden, of het attest of de Europese erfrechtverklaring heeft opgemaakt.

De verplichting tot inschrijving geldt voor de verschillende types van akten of attesten zoals opgesomd in de wet.

Ook al wordt de mogelijkheid bevestigd in de memorie van toelichting van de wet om de verschillende rechtshandelingen in één zelfde notariële akte op te nemen, eventueel namens verschillende erfgerechtigden, zullen de verschillende types van verklaringen en akten per betrokken persoon en per type afzonderlijk worden ingeschreven in het register.

Bijvoorbeeld de akte houdende de verklaring van verwerping van verscheidene erfgerechtigden zal de inschrijving impliceren van de verklaringen op naam van elk van de erfgerechtigden.

Ook wanneer er wordt aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving in een bepaalde hoedanigheid als erfgenaam, bijvoorbeeld wettelijke erfgenaam, en er wordt verworpen in de andere hoedanigheid, bijvoorbeeld legataris, zal er per voorwerp van de erfkeuze een inschrijving worden gedaan in het register.

Wat betreft de Europese erfrechtverklaringen opgemaakt door een gerechtelijke autoriteit, zullen de gegevens hiervan bij wijze van een elektronisch bericht worden overgemaakt aan de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat (FEDNOT) door de griffies van de rechtbank die het vonnis heeft uitgesproken.

Artikel 3

De technische aspecten van de inschrijvingen (wijze van inschrijving en vorm van het inschrijvingsbericht) worden geregeld door FEDNOT.

Het register bevat een aantal gegevens, geldend op het ogenblik van de inschrijving.

Het register bevat uitsluitend metagegevens en niet de akten zelf.

Het register bevat in eerste instantie gegevens met betrekking tot de erflater wiens nalatenschap is opengevallen. De akten, attesten en Europese erfrechtverklaringen die werden opgemaakt en moeten worden ingeschreven in het register hebben immers betrekking op deze nalatenschap. De gegevens van de erflater zijn vrij uitgebreid om de persoon maximaal te identificeren en te onderscheiden van eventuele naamgenoten.

Het gegeven omtrent de plaats en datum van het overlijden van de erflater kan blijken uit een uittreksel uit de overlijdensakte of enig ander document waaruit het overlijden blijkt.

Het register bevat tevens de gegevens van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een erfkeuze heeft gedaan in de vorm van een verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving, of van een verklaring van verwerping. Indien de natuurlijke persoon onbekwaam is, bijvoorbeeld doordat deze onder een beschermingsstatuut werd geplaatst of doordat deze minderjarig is, zal de verklaring worden gedaan door zijn wettelijke vertegenwoordiger.

Echter, enkel de gegevens van de persoon wiens erfkeuze het betreft, dus de onbekwame, zijn relevant.

Bij de gegevens van deze personen moet ook hun woonplaatskeuze worden vermeld in geval van een verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving. De schuldeisers moeten hiervan kennis kunnen nemen aangezien zij zich bekend moeten maken bij aangetekende brief, gericht aan de woonplaats die de erfgenaam gekozen heeft, zoals vermeld in diens verklaring.

Naast de gegevens van de erflater en, in voorkomend geval, van de declarant en de gegevens van de notaris, wordt ook de aard van de akte aangeduid (akte of attest van erfopvolging, Europese erfrechtverklaring, verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving, verklaring van verwerping).

Voor de verklaringen van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving en de verklaringen van verwerping wordt tevens het voorwerp van de verklaring aangegeven. Met de aanduiding van het "voorwerp" wordt bedoeld de aanduiding van het "aandeel" in de nalatenschap waarover men zijn erfkeuze uit en de "hoedanigheid" waarin men zijn erfkeuze uit. Het "aandeel" kan immers variëren volgens zijn roeping tot de nalatenschap, hetzij men wordt geroepen tot de gehele nalatenschap, hetzij tot een legaat, hetzij tot het voordeel van een contractuele erfstelling, hetzij een combinatie van de verschillende vermelde roepingen.

Wat betreft de hoedanigheid kan men onderscheiden de hoedanigheid van wettelijk erfgenaam, deze van legataris of deze van begunstigde van een contractuele erfstelling.

Als bijkomend veld werd de NABAN-referentie (notariële aktebank) van de akte toegevoegd. De verplichting tot vermelden van deze referentie zal slechts uitwerking hebben van zodra een koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 20 van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt, zoals gewijzigd door de wet van 6 mei 2009, wordt uitgevaardigd.

Ook het specifieke Europese verwijzingsnummer voor vonnissen zal worden vermeld voor de gevallen waarbij de Europese erfrechtverklaring wordt opgemaakt door een gerechtelijke autoriteit.

Artikel 4

Gelet op de mogelijkheid om zijn erfkeuze tot het aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap uit te stellen tot 30 jaar na het overlijden van de erflater, wordt de bewaringstermijn van de gegevens voorzien tot 30 jaar na het overlijden van de personen wiens gegevens zijn opgenomen in het register.

Daarnaast wordt door FEDNOT een mechanisme uitgewerkt waarbij de gegevens van de verzoeker die een raadpleging vraagt van het register, het tijdstip van de raadpleging en de reden van zijn aanvraag worden gelogd.

Artikel 5

Dit artikel regelt de toegang tot het centraal erfrechtregister.

Als algemeen principe geldt dat elke belanghebbende toegang kan hebben tot de gegevens van CER.

De wijze waarop deze toegang wordt geregeld kan echter verschillend zijn naargelang de technische mogelijkheden van de verzoeker.
Juridische beroepen en rechtscolleges kunnen deze gegevens raadplegen in functie van de uitoefening van hun ambt. Door het aangeven van een dossierreferentie aan FEDNOT, beheerder van het register, verklaren zij dat hun verzoek tot raadpleging van het register kadert in de uitoefening van hun ambt.

Hierdoor wordt tegemoet gekomen aan de suggestie onder punt 15 van het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Ook de overheden kunnen deze gegevens opvragen aan FEDNOT voor de uitvoering van hun wettelijke opdrachten.

De particulieren, zijnde de partijen zelf of derden, zullen hun verzoek tot raadpleging moeten richten tot FEDNOT en een belang aangeven. Het belang van de verzoeker is rechtmatig wanneer zijn rechten en verplichtingen getroffen worden door het overlijden van de erflater of door de erfkeuzes van de erfgerechtigden.
FEDNOT neemt deze informatie op in de aanvraag en in de logs van deze aanvraag in de databank zelf, zonder enige beoordeling van dit belang aangezien zij hiertoe geen bevoegdheid heeft. De bevoegde diensten van FEDNOT krijgen specifieke richtlijnen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Er wordt dus tegemoet gekomen aan de suggestie onder punt 15 van het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Indien een verzoek tot raadpleging wordt ingeleid door een persoon voor rekening van een rechtspersoon, zal deze persoon, overeenkomstig de suggestie in punt 17 van het advies van de Commissie voor bescherming van de persoonlijke levenssfeer, moeten aantonen dat hij hiertoe wel degelijk werd gelast. FEDNOT bewaart de rechtvaardiging hiertoe.

Bovendien worden de naam en voorna(a)m(en) van de natuurlijke persoon die optreedt namens deze rechtspersoon vermeld.

De gegevens van de verzoeker worden op gepaste wijze geverifieerd en bijgehouden.
Het verzoek tot raadpleging bevat de nodige gegevens opdat FEDNOT kan waarborgen dat de resultaten van de opzoeking zich beperken tot de gegevens van de persoon die men zoekt. De gegevens moeten FEDNOT in staan stellen om slechts één persoon aan te duiden in de databank. De meest aangewezen identificatie daartoe is het gebruiken van het uniek identificatienummer indien de verzoeker gemachtigd is het identificatienummer te gebruiken. Indien de verzoeker niet gemachtigd is het identificatienummer te gebruiken, dan zal, in geval van een natuurlijke persoon, de geboortedatum en -plaats worden medegedeeld.

Overeenkomstig de suggestie in punt 18 van het advies van de Commissie voor bescherming van de persoonlijke levenssfeer, worden de nodige machtigingen aangevraagd voor het gebruik van het identificatienummer.

Tenslotte, om misbruiken te bestrijden wordt de mogelijkheid voorzien aan de partijen om kennis te nemen van welke instanties een verzoek tot raadpleging hebben ingediend.

Overeenkomstig de suggesties in punten 21 tot 25 van het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zal FEDNOT instaan voor het nemen van de nodige maatregelen conform de wetgeving terzake.

Artikel 6

De partijen die vaststellen dat de gegevens in de registers onjuist of onvolledig zijn, kunnen aan een notaris om de aanpassing ervan verzoeken.

De notarissen en andere diensten die toegang hebben tot de registers moeten aan FEDNOT melden wanneer zij vaststellen dat de gegevens onvolledig of onjuist zijn.

De aanvraag tot aanpassing wordt verzonden naar FEDNOT, die, na verificatie van de voorgelegde rechtvaardigingsstukken, de aanpassingen zal uitvoeren.

Een aanpassing houdt dus een verbetering, een aanvulling of een schrapping van de gegevens van een ingeschreven akte in.

Wat betreft een aanpassing die zich beperkt tot een "verbetering" van de metagegevens in de databank, kan deze door de notaris die de oorspronkelijke inschrijving heeft uitgevoerd, zelf worden uitgevoerd na voorlegging van een rechtvaardiging.

Artikel 7

In de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving worden, overeenkomstig artikel 793 van het Burgerlijk Wetboek, de schuldeisers verzocht om hun schuldvorderingen over te maken.

Deze schuldvorderingen moeten worden overgemaakt binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de inschrijving van de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in het centraal erfrechtregister.

Teneinde de schuldeisers de mogelijkheid te bieden om snel te reageren op dit verzoek om hun schuldvorderingen bekend te maken, wordt in een bijkomende publiciteit voorzien door een mededeling van deze verklaringen van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in het Belgisch Staatsblad. Op deze wijze kunnen zij tijdig reageren op dit verzoek. Een opzoeking in het CER betekent immers bijkomende handelingen.

De informatie over de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving moet vrij en gratis ter beschikking worden gesteld, zonder dat er een individuele raadpleging in het centraal erfrechtregister moet worden uitgevoerd.

Men beoogt dus een bijkomende vorm van raadpleging van bepaalde gegevens die zijn opgenomen in het centraal erfrechtregister. Het mechanisme van de bekendmaking via het Belgisch Staatsblad versterkt het mechanisme van registratie in het centraal erfrechtregister.

Als relevante gegevens voor deze mededeling in het Belgisch Staatsblad zouden onder meer volgende gegevens worden vermeld (zoals wordt toegelicht in de memorie van toelichting bij artikel 111 van de wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijk recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie):

- de identificatie van de notaris;

- de datum van de akte houdende de verklaring;

- de datum van de inschrijving in het centraal erfrechtregister;

- de identificatie van de declarant met vermelding van geboortedatum, geboorteplaats en woonplaatskeuze;

- de identificatie van de erflater met vermelding van geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats, in geval van natuurlijke persoon;

- het verzoek aan de schuldeisers hun vorderingen over te maken naar de woonplaatskeuze overeenkomstig artikel 793, laatste lid van het Burgerlijk Wetboek.

De taal van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad gebeurt volgens de taal van de akte houdende de verklaring.

De gegevens worden aan de diensten van het Belgisch Staatsblad overgemaakt door tussenkomst van FEDNOT op basis van de gegevens opgenomen in het register.

Artikel 8

FEDNOT is bevoegd om de tuchtinstanties te informeren bij niet naleving van de inschrijvingsplicht overeenkomstig artikel 2 van het voorliggend besluit.

Artikel 9

Dit artikel bepaalt de tarieven voor de inschrijvingen van de gegevens in het register.

Elke inschrijving wordt aangerekend aan de notaris die gehouden is de inschrijving uit te voeren. De kosten bedragen 15 euro per rechtshandeling en per persoon die een verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving of een verklaring van verwerping aflegt.

De verplichting tot inschrijving geldt voor de verschillende types van akten of attesten zoals opgesomd in de wet. Ook al wordt de mogelijkheid bevestigd om de verschillende rechtshandelingen in één zelfde notariële akte op te nemen, eventueel namens verschillende erfgerechtigden, zullen de verschillende types van verklaringen en akten per betrokken persoon en per type afzonderlijk worden ingeschreven. Bijvoorbeeld de akte houdende de verklaring van verwerping van verscheidene erfgerechtigden zal de inschrijving impliceren van de verklaringen op naam van elk van de erfgerechtigden.

Ook wanneer er wordt aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving in een bepaalde hoedanigheid als erfgenaam, bijvoorbeeld wettelijke erfgenaam, en er wordt verworpen in de andere hoedanigheid, bijvoorbeeld legataris, zal er per voorwerp van de erfkeuze een inschrijving worden gedaan in het register.

De verklaringen van verwerping die worden gedaan ten aanzien van een nalatenschap waarvan de verwerpende erfgerechtigde verklaart dat het netto-actief niet meer bevat dan 5000 euro, worden gratis ingeschreven in het register.

De inschrijvingen van vonnissen houdende een Europese erfrechtverklaring zijn kosteloos.

De raadplegingen van het register zijn kosteloos zoals bepaald in artikel 892/6 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 10

De meldingen in het Belgisch Staatsblad worden getarifeerd aan 16,53 euro. Het betreft de kosten die worden aangerekend door de diensten van het Belgisch Staatsblad volgens het gemiddeld aantal lijnen die worden gepubliceerd. Er werd op basis hiervan een forfait berekend.

Artikel 11

De tarieven bepaald in artikel 9 en 10 worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

Artikel 12

De inwerkingtreding van de artikelen 107, 2°, 108, 2°, 109 tot 117 van de wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie en van het voorliggend besluit werd vastgelegd op 1 maart 2018.

Artikel 13

Artikel 13 bepaalt dat de verdere uitvoering van het voorliggend besluit is opgedragen aan de Minister van Justitie.

Ik heb de eer te zijn,
Sire,
Van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Advies Raad van State
afdeling Wetgeving
advies 62.843/2 van 14 februari 2018
over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende het beheer van het centraal erfrechtregister'

Op 17 januari 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Justitie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende het beheer van het centraal erfrechtregister'.

Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 14 februari 2018. De kamer was samengesteld uit Pierre VANDERNOOT, kamervoorzitter, Luc DETROUX en Wanda VOGEL, staatsraden, Sébastien VAN DROOGHENBROECK, assessor, en Béatrice DRAPIER, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Xavier DELGRANGE, eerste auditeur-afdelingshoofd.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre VANDERNOOT.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 14 februari 2018.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

ONDERZOEK VAN HET ONTWERP

AANHEF

1. Het ontwerp ontleent, zoals de aanhef aangeeft, zijn rechtsgrond aan artikel 892/6 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij artikel 115 van de wet van 6 juli 2017 `houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie', luidens welk artikel het ontwerp moet worden vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

Over het ontwerp moet dus overleg worden gepleegd in de Ministerraad, wat volgens de notificatie die de gemachtigde van de minister heeft overgezonden op 12 januari 2018 is gebeurd.

Dat overleg moet in de aanhef worden vermeld. Het voordrachtformulier moet dus als volgt luiden:

"Op de voordracht van de minister van Justitie en op het advies van de in Raad vergaderde ministers," (1).

2. Overeenkomstig artikel 10 van het koninklijk besluit van 21 december 2013 `houdende uitvoering van titel 2, hoofdstuk 2 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging' moet de aanhef ook de impactanalyse vermelden die op 17 november 2017 is uitgevoerd op basis van artikel 6 van die wet.

DISPOSITIEF

Artikel 1

De bepaling moet worden aangevuld met een punt 5° waarin het begrip "register", waarvan in onder meer artikel 3, § 2, sprake is, wordt gedefinieerd.

Artikelen 2 en 3

Waar in artikel 2, § 1, en in artikel 3, § 1, sprake is van de inschrijving, zou voor alle duidelijkheid moeten worden gepreciseerd dat het gaat om de inschrijving in het register.

Artikel 5

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft in haar advies 56/2017 van 11 oktober 2017 de volgende opmerking gemaakt:
"15.

De Commissie oordeelt dat het gerechtvaardigd belang van de raadpleging eveneens moet worden aangetoond door de in de punten 1° en 2° bedoelde categorieën personen. Zo zou bijvoorbeeld de invulling van een dossiernummer kunnen toelaten de rechtmatigheid van het belang van de raadpleging te controleren.

De Commissie stelt zich overigens vragen over de wijze waarop de rechtmatigheid van de raadpleging van het centraal erfrechtregister door "eenieder" zal worden gecontroleerd. De categorieën personen die toegang zullen hebben tot het centraal erfrechtregister dienen nauwkeuriger bepaald te worden, rekening houdend met de doeleinden waarvoor dit register werd opgericht (...).

17. De Commissie verduidelijkt dat wanneer een persoon een aanvraag indient voor raadpleging van de gegevens van het centraal erfrechtregister voor rekening van een rechtspersoon, deze rechtspersoon dient aan te tonen dat hij hiertoe wel degelijk werd gelast.

18. De Commissie stelt overigens vast dat het Rijksregisternummer voorkomt onder de gegevens die moeten worden meegedeeld bij het indienen van een aanvraag om raadpleging van het centraal erfrechtregister. De Commissie herinnert eraan dat uitsluitend gemachtigde personen er gebruik mogen van maken."

In het verslag aan de Koning staat het volgende:
"Juridische beroepen en rechtscolleges kunnen deze gegevens raadplegen in functie van de uitoefening van hun ambt. Door het aangeven van een dossierreferentie aan FEDNOT, beheerder van het register, verklaren zij dat hun verzoek tot raadpleging van het register kadert in de uitoefening van hun ambt.

Hierdoor wordt tegemoet gekomen aan de suggestie onder punt 15 van het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Ook de overheden kunnen deze gegevens opvragen aan FEDNOT voor de uitvoering van hun wettelijke opdrachten.

De particulieren, zijnde de partijen zelf of derden, zullen hun verzoek tot raadpleging moeten richten tot FEDNOT en een belang aangeven. FEDNOT neemt deze informatie op in de aanvraag en in de logs van deze aanvraag in de databank zelf, zonder enige beoordeling van dit belang aangezien zij hiertoe geen bevoegdheid heeft. De bevoegde diensten van FEDNOT krijgen specifieke richtlijnen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Er wordt dus tegemoet gekomen aan de suggestie onder punt 15 van het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Indien een verzoek tot raadpleging wordt ingeleid door een persoon voor rekening van een rechtspersoon, zal deze persoon, overeenkomstig de suggestie in punt

17 van het advies van de Commissie voor bescherming van de persoonlijke levenssfeer, moeten aantonen dat hij hiertoe wel degelijk werd gelast. FEDNOT bewaart de rechtvaardiging hiertoe.

De gegevens van de verzoeker worden op gepaste wijze geverifieerd en bijgehouden.

Het verzoek tot raadpleging bevat de nodige gegevens opdat FEDNOT kan waarborgen dat de resultaten van de opzoeking zich beperken tot de gegevens van de persoon die men zoekt. De gegevens moeten FEDNOT in staan stellen om slechts één persoon aan te duiden in de databank. De meest aangewezen identificatie daartoe is het gebruiken van het uniek -identificatienummer.

Overeenkomstig de suggestie in punt 18 van het advies van de Commissie voor bescherming van de persoonlijke levenssfeer, worden de nodige machtigingen aangevraagd voor het gebruik van het identificatienummer."

Anders dan wat in het verslag aan de Koning staat, is het dispositief niet volledig aan de voorstellen van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aangepast.

In dat verband blijven meer in het bijzonder de volgende moeilijkheden bestaan:

1° De inspecteur van Financiën merkt op dat het voorliggende ontwerp aansluit bij het koninklijk besluit van 25 september 2016 `houdende het beheer van het centraal register van testamenten en het centraal register van huwelijksovereenkomsten', waarover de afdeling Wetgeving van de Raad van State op 16 maart 2016 advies 59.053/2 heeft gegeven.

In artikel 11, § 1, 4°, van dat besluit wordt een "reëel belang" vereist en wordt daartoe het volgende gepreciseerd:

"Het belang van de verzoeker is reëel wanneer zijn rechten en verplichtingen getroffen worden door het huwelijksvermogensstelsel of door de overeenkomst bedoeld in artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek van de partij waarvoor een raadpleging wordt gedaan. Het reëel belang wordt vermeld in het verzoek tot raadpleging."

Het ontwerpbesluit zou evenzo het begrip "rechtmatig belang" moeten preciseren.

2° Wanneer het om een rechtspersoon gaat, moeten enkel de identificatiegegevens van die rechtspersoon in het verzoek tot raadpleging worden vermeld, en niet de identificatiegegevens van de natuurlijke persoon die de raadpleging in naam van die rechtspersoon doet (artikel 5, § 3, 2°, a), in fine).

Een dergelijk dispositief is lacuneus.

3° Enkel de daartoe gemachtigde personen kunnen gebruikmaken van het identificatienummer van het Rijksregister, dat wil in casu zeggen van wat het ontwerp omschrijft als het "uniek identificatienummer".

Daaruit volgt dat, indien de persoon die om een raadpleging verzoekt niet gemachtigd is dat unieke identificatienummer te gebruiken, hij geen toegang kan hebben tot de gevraagde gegevens.

Die moeilijkheid moet worden verholpen.

De steller van het ontwerp kan zich daarvoor laten leiden door het bepaalde in artikel 11, § 2, tweede lid, 4°, van het koninklijk besluit van 25 september 2016.

Artikel 7

1. Zoals de inspecteur van Financiën opmerkt, is paragraaf 1, tweede lid, onduidelijk vanwege de woorden "onder meer".
Die tekst moet worden verduidelijkt (2).

2. Paragraaf 3 ontleent geen rechtsgrond aan artikel 892/6 van het Burgerlijk Wetboek.

De bepaling moet worden weggelaten.

Artikel 12

Er wordt bepaald dat de artikelen 107, 2°, 108, 2°, en 109 tot 117 van de wet van 6 juli 2017, alsook het ontworpen besluit, uitwerking hebben op 1 februari 2018.

Om te voorkomen dat het besluit enige terugwerkende kracht zou hebben, moet de datum van inwerkingtreding worden aangepast.

De griffier
Béatrice DRAPIER
De voorzitter
Pierre VANDERNOOT

----------

(1) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling 42, formule F 3-9-1.
(2) Zie in die zin het voornoemde advies 59.053/2, opmerking 2 over artikel 13.

Gecoördineerde actuele versie van de wet: 

NN. Centraal erfrechtregister, NJW 2018, 249

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 02/04/2018 - 13:36
Laatst aangepast op: vr, 11/05/2018 - 00:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.