-A +A

Wet betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
  Rechtsleer: Stijn Claeys NJW 12 april 2006, 290

Bij het afsluiten van franchisecontracten verkeert de franchisenemer vaak in een zwakkere positie. De wetgever wou deze franchisenemer aldus beschermen voornamelijk door hem voorafgaand aan het contracteren beter te laten informeren.

De wet beoogt echter niet alleen franchisecontracten maar ook alle contracten waarbij een commerciële samenwerking wordt beoogd tussen twee personen, die elk in eigen naam en voor eigen rekening werken en waarbij de ene persoon aan de andere het recht verleent om bij de verkoop van producten of de verstrekking van diensten een commerciële formule te gebruiken onder één of meer van de volgende vormen:
• een gemeenschappelijk uithangbord;
• een gemeenschappelijke handelsnaam;
• een overdracht van knowhow;
• commerciële of technische bijstand.
Waarbij de persoon die het recht verkrijgt, hiervoor een vergoeding, van welke aard dan ook, rechtstreeks of
onrechtstreeks betaalt.

Toepasselijke contracten:

ondermeer:

- franchiseovereenkomsten
- licentie- en concessieovereenkomsten
- uitbatings-, agentuur- en commissieovereenkomsten. Voor zover in deze contracten de toepassingscriteria in concreto vervuld zijn.

De wet geldt voor:

- nieuwe overeenkomsten
- voor lopende overeenkomsten die worden verlengd

Wet van 19 DECEMBER 2005.
Staatsblad 18/01/2006

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2. Deze wet is van toepassing op commerciële samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen twee personen, die elk in eigen naam en voor eigen rekening werken, waarbij de ene persoon het recht verleent aan de andere, die daarvoor een vergoeding van welke aard dan ook, rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt, om bij de verkoop van producten of de verstrekking van diensten een commerciële formule te gebruiken onder één of meerdere van de volgende vormen :
- een gemeenschappelijk uithangbord;
- een gemeenschappelijke handelsnaam;
- een overdracht van know how;
- een commerciële of technische bijstand.

Art. 3. Minstens één maand voor het sluiten van de commerciële samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 2, verstrekt de persoon die het recht verleent, aan de andere persoon het ontwerp van overeenkomst evenals een afzonderlijk document dat de gegevens bedoeld in artikel 4 bevat. Het ontwerp van overeenkomst en het afzonderlijk document worden schriftelijk of op een voor de persoon die het recht verkrijgt, duurzame en toegankelijke drager ter beschikking gesteld.
Er mag geen enkele verbintenis warden aangegaan en er mag geen enkele vergoeding, bedrag of waarborg worden gevraagd of betaald voor het verstrijken van de termijn van een maand volgend op de afgifte van het in dit artikel beoogde document

Art. 4. § 1. Het afzonderlijk document bedoeld in artikel 3 bevat twee delen die de volgende gegevens bevatten :
1° Belangrijke contractuele bepalingen, voor zover ze zijn voorzien in de commerciële samenwerkingsovereenkomst :
a) de vermelding dat de commerciële samenwerkingsovereenkomst al dan niet specifiek met inachtneming van de persoon wordt gesloten;
b) de verbintenissen;
c) de gevolgen van het niet behalen van de verbintenissen;
d) de berekeningswijze van de vergoeding die de persoon die het recht verkrijgt, betaalt en de eventuele herzieningswijze in de loop van de overeenkomst en tijdens de hernieuwing ervan;
e) de concurrentiebedingen, hun duurtijd en hun voorwaarden;
f) Be Buurtijd van de commerciële samenwerkingsovereenkomst en de voorwaarden voor de hernieuwing;
g) de voorwaarden voor opzeg en beëindiging van de overeenkomst met name wat de lasten en de investeringen betreft;
h) de voarkooprechten of de aankoopoptie ten voordele van de persoon die het recht verleent en de regels voor de waardebepaling van de handelszaak bij de uitoefening van deze rechten of deze optie;
i) de exclusiviteiten die zijn voorbehouden aan de persoon die het recht verleent.
2° Gegevens voor de correcte beoordeling van de commerciële samenwerkingsovereenkomst :
a) naam of benaming en adresgegevens van de persoon die het recht verleent;
b) in geval het recht wordt verleend door een rechtspersoon, de identiteit en hoedanigheid van de natuurlijke persoon die namens hem optreedt;
c) de aard van de activiteiten van de persoon die het recht verleent;
d) de intellectuele eigendomsrechten, waarvan het gebruik wordt toegestaan;
e) in voorkomend geval de jaarrekeningen van de laatste drie boekjaren van de persoon die het recht verleent;
f) de ervaring met commerciële samenwerking en de ervaring binnen de exploitatie van de commerciële formule buiten een commerciële samenwerkingsovereenkomst;
g) de historiek, de staat en de vooruitzichten van de markt waarin de activiteiten worden uitgeoefend, vanuit algemeen en lokaal oogpunt;
h) de historiek, de staat en de vooruitzichten van het marktaandeel van het netwerk vanuit een algemeen en lokaal oogpunt;
i) voorkomend geval voor elk van de voorbije drie jaren het aantal uitbaters die deel uitmaken van het Belgische en internationale netwerk, alsook de expansievooruitzichten van het netwerk;
j) in voorkomend geval voor eik van de voorbije drie jaren het aantal commerciële samenwerkingsovereenkomsten dat is afgesloten, het aantal commerciële samenwerkingsovereenkomsten dat is beëindigd op initiatief van de persoon die het recht verleent en op initiatief van de persoon die het recht verkrijgt, evenals het aantal commerciële samenwerkingsovereenkomsten die niet werden hernieuwd op vervaldag;
k) de lasten en investeringen waartoe de persoon die het recht verkrijgt, zich verbindt bij de aanvang en tijdens de looptijd van de commerciële samenwerkingsovereenkomst, met opgave van de bedragen en hun bestemming alsook hun aflossingstermijn, het ogenblik waarop ze aangegaan zullen worden en hun lot bij beëindiging van de overeenkomst.
§ 2. De Koning kan de vorm bepalen van het afzonderlijk document bedoeld in § 1. Hij kan eveneens de lijst van gegevens opgesomd in § 1, 1° en 2°, aanvullen af verduidelijken.

Art. 5. In geval van niet naleving van een van de bepalingen van artikel 3 kan de persoon die het recht verkrijgt, de nietigheid van de commerciële samenwerkingsovereenkomst inroepen binnen twee jaar na het sluiten van de overeenkomst.
Wanneer het afzonderlijk document de gegevens bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, niet bevat, kan de persoon die het recht verkrijgt, de nietigheid van de desbetreffende bepalingen van de commerciële samenwerkingsovereenkomst inroepen.

Art. 6. De personen zijn gehouden tot de geheimhouding met betrekking tut de inlichtingen die zij verkrijgen met het oog op het sluiten van een commerciële samen werkingsovereenkomst en mogen deze inlichtingen slechts rechtstreeks of onrechtstreeks gebruiken binnen de te sluiten commerciële samenwerkingsovereenkomst.

Art. 7. De bedingen in de commerciële samenwerkingsovereenkomst en de gegevens in het afzonderlijk document, bedoeld in artikel 4, worden duidelijk en begrijpelijk opgesteld. In geval van twijfel over de betekenis van een beding of een gegeven, prevaleert de voor de persoon die het recht verkrijgt, gunstigste interpretatie

Art. 8. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing niettegenstaande elke strijdige contractuele bepaling.

Art. 9. De precontractuele fase van de commerciële samenwerkingsovereenkomst valt onder de Belgische wet en ander de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken, wanneer de persoon die het recht verkrijgt, de activiteit waarop de overeenkomst slaat, hoofdzakelijk in België uitoefent.

Art. 10. Deze wet treedt in werking op 1 september 2008. De regering legt vóór 1 juli 2006 een evaluatierapport voor aan de Kamer van volksvertegenwoordigers. Deze evaluatie slaat minstens op volgende punten :
a) de mate waarin de precontractuele informatie bijdraagt aan de volledigheid, duidelijkheid en evenwichtigheid van de commerciële samenwerkingsovereenkomsten;
b) de aanwezigheid in de contracten van bepalingen die een manifest onevenwicht tussen de partijen veroorzaken, onder andere de concurrentiebedingen, de bedingen inzake waardebepaling bij terugkoop, de voorwaarden voor opzegging en beëindiging van de overeenkomst en de resultaatverbintenissen.
Daarnaast richt de Koning een Arbitragecommissie op bestaande uit een gelijke vertegenwoordiging van organisaties die de belangen van elk van beide partijen verdedigen. Deze commissie legt eveneens vóór 1 september 2006 een evaluatierapport voor aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.
In het rapport wordt rekening gehouden met het derde lid.
Kondigen deze wet of, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 19 december 2005.

12 JANUARI 2006. — Koninklijk besluit betreffende de inwerkingtreding van de wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten gewijzigd bij de wet van 27 december 2005 houdende diverse bepalingen,
inzonderheid op artikel 10;

Op de voordracht van Onze Minister van Middenstand en van Onze Minister van Economie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. De wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten gewijzigd bij de wet van 27 december 2005 houdende diverse bepalingen,
treedt in werking op 1 februari 2006.

Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.
 

Nog dit: 

Hof van Cassatie, 1e Kamer – 17 september 2015, RW 2016-2017, 699, met noot Frederik Peeraer, De buitengerechtelijke vernietiging: erkend in het kader van de Wet Precontractuele Informatie, maar slechts hoogst uitzonderlijk relevant.

Samenvatting

1. Krachtens art. 5 van de wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten, zoals hier van toepassing, kan de persoon die het recht verkrijgt, de nietigheid van de commerciële samenwerkingsovereenkomst inroepen binnen twee jaar na het sluiten van de overeenkomst.

2. Uit deze bepaling volgt dat vóór het verstrijken van deze termijn geen bevestiging van de nietigheid kan worden afgeleid uit de loutere uitvoering van de overeenkomst met kennis van zaken.

Tekst arrest

AR nr. C.14.0188.N

Faillissement NV P.B. t/ BVBA Y.M.F.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Gent van 18 november 2013.

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens art. 5 van de wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten, zoals hier van toepassing, kan de persoon die het recht verkrijgt, de nietigheid van de commerciële samenwerkingsovereenkomst inroepen binnen twee jaar na het sluiten van de overeenkomst.

2. Uit deze bepaling volgt dat vóór het verstrijken van deze termijn geen bevestiging van de nietigheid kan worden afgeleid uit de loutere uitvoering van de overeenkomst met kennis van zaken.

In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.

3. De appelrechters oordelen, na te hebben vastgesteld dat de eiser opwerpt dat de verweerster met kennis van zaken gedurende anderhalf jaar vrijwillig de overeenkomst heeft uitgevoerd, dat de eiser de wet van 19 december 2005 op een wel zeer eigenaardige wijze wil interpreteren, dat art. 5 ervan duidelijk is: “ in geval van niet-naleving van de bepalingen van art. 3 – zoals in casu – heeft de beschermde persoon, namelijk de franchisenemer, de mogelijkheid om gedurende twee jaar na het sluiten van de overeenkomst de nietigheid ervan in te roepen” en dat aan meer voorwaarden hiertoe niet moet worden voldaan.

4. De appelrechters die aldus te kennen geven dat een uitvoering van de overeenkomst met kennis van zaken tijdens de in art. 5 bepaalde termijn geen gevolgen heeft op de mogelijkheid om de nietigheid van de overeenkomst in te roepen, verwerpen en beantwoorden het in het middel bedoelde verweer.

Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.

Tweede middel

Tweede onderdeel

5. Voormeld art. 5 van de wet van 19 december 2005 vereist enkel dat de nietigheid van de commerciële samenwerkingsovereenkomst wordt ingeroepen binnen de bepaalde termijn en niet dat binnen die termijn een vordering in nietigverklaring wordt ingesteld.

Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Eerste onderdeel

6. Het onderdeel dat aanvoert dat na de termijn van twee jaar geen vordering in rechte meer kan worden ingesteld, gaat uit van de in het tweede onderdeel vergeefs aangevoerde grief dat art. 5 van de wet van 19 december 2005 vereist dat de vordering in rechte binnen die termijn wordt ingesteld.

Het onderdeel is afgeleid en mitsdien niet ontvankelijk.

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:16
Laatst aangepast op: do, 09/02/2017 - 12:14

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.