-A +A

Opschorting geweigerd wanneer terechtwijzing noodzakelijk is

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Opschorting wordt afgewezen als ongepast wanneer een maatschappelijke terechtwijzing, weze het een sterk signaal in de vorm van een straf zich opdringt.

Aldus kan geoordeeld dat het opleggen van een bestraffing in dit geval geen overdreven sociaal of professioneel nadeel zal toebrengen in verhouding tot het noodzakelijke signaal van de overheid waardoor een effectieve straf zich opdringt.

Zie cassatie 31/10/2017, AR P.17.0014.N, juridat P.17.0014.N

Nr. P.17.0014.N
P Y C G,
beklaagde,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlands-talige correctionele rechtbank Brussel van 7 december 2016.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wet-boek van Strafvordering en artikel 3 Probatiewet: het bestreden vonnis wijst eisers verzoek hem de opschorting toe te staan af op grond van een stereotiepe en niet geïndividualiseerde stelling dat een maatschappelijke terechtwijzing in de vorm van een straf zich opdringt en door de opportuniteit van een dergelijke maatregel te evalueren op grond van een niet in de wet bepaald criterium, namelijk "overdreven sociaal of professioneel nadeel"; aldus motiveren de appelrechters niet naar recht de weigering de door de eiser gevraagde opschorting te verlenen en voegen zij een toepassingsvoorwaarde toe aan artikel 3 Probatiewet.

2. Artikel 1, § 1, Probatiewet bepaalt: "§ 1 Het toestaan van een proeftijd aan een delinquent geschiedt:1° door de uitspraak van de veroordeling op te schorten; 2° door de tenuitvoerlegging van de straffen uit te stellen."

Artikel 3 Probatiewet bepaalt de toepassingsvoorwaarden voor de opschorting en legt de verplichting op aan de rechter de beslissing waarbij de opschorting wordt toegestaan of geweigerd, met redenen te omkleden overeenkomstig de bepalingen van artikel 195 Wetboek van Strafvordering.

3. De opschorting is verantwoord wanneer een veroordeling, zelfs met uitstel, de verbetering, die reeds werd bereikt of die men van de beklaagde kan verwach-ten, en zijn reclassering nadelig zou kunnen beïnvloeden. De rechter zal dan ook een afweging dienen te maken tussen, eensdeels, de zwaarwichtigheid van de te beoordelen feiten en de persoonlijkheid van de dader, en, anderdeels, de nadelige effecten van de strafrechtelijke interventie voor de reclassering en de resocialisering van de veroordeelde.

4. Het bestreden vonnis oordeelt dat de opschorting moet worden afgewezen als ongepast omdat een maatschappelijke terechtwijzing in de vorm van een straf zich opdringt en dat er geen enkele aanwijzing is dat het opleggen van een bestraf-fing aan de eiser een overdreven sociaal of professioneel nadeel zal toebrengen.

Hierdoor voegt het bestreden vonnis geen toepassingsvoorwaarde toe aan artikel 3 Probatiewet, maar geeft het door de redenen te vermelden waarom een effectieve straf zich opdringt, te kennen waarom een opschorting van de uitspraak niet aan-gewezen is. Aldus is de beslissing regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 71,01 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer,

Nog dit: 

Hof van Cassatie, 2e Kamer – 15 juni 2010, RW 2010-2011, 1601

R.H.D.S. t/ Openbaar ministerie

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 januari 2010.

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van art. 623 Sv.: de verzoeker werd in het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Mechelen van 8 november 1989, dat het voorwerp uitmaakt van zijn verzoek tot herstel in eer en rechten, veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van één frank provisioneel aan de burgerlijke partij die haar vordering had geraamd op 715.278 fr.; deze laatste die daartoe de initiatiefplicht heeft, heeft nooit enige moeite gedaan haar vordering ter zake te begroten in tegenstelling tot de eiser, zoals uit de stukken blijkt; de kamer van inbeschuldigingstelling wijst ten onrechte eisers verzoek af op grond van de vaststelling dat hij zich niet van zijn burgerlijke veroordeling heeft gekweten.

2. Krachtens art. 624, tweede lid, Sv. moet het hof van beroep bij zijn beoordeling van een verzoek tot herstel in eer en rechten inzonderheid rekening houden met de moeite door de verzoeker gedaan om de uit de misdrijven voortvloeiende schade die niet gerechtelijk mocht zijn vastgesteld, te herstellen.

In zoverre het middel opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de kamer van inbeschuldigingstelling of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.

Het Hof gaat enkel na of de kamer van inbeschuldigingstelling uit de door haar vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

3. De kamer van inbeschuldigingstelling stelt onaantastbaar vast dat:

– uit de gegevens van het dossier blijkt dat de eiser «geen enkele inspanning heeft geleverd om de door hem veroorzaakte schade te vergoeden, noch om deze schade gerechtelijk te laten vaststellen indien hij ze betwist»;

– de eiser duidelijk op de hoogte is van de vordering van de burgerlijke partij, zoals blijkt uit het op tegenspraak gewezen vonnis van de Correctionele Rechtbank te Mechelen van 8 november 1989 en eisers verklaring dienaangaande naar aanleiding van een eerdere vraag tot eerherstel;

...

Aldus verantwoordt zij haar beslissing dat het verzoek op grond van art. 624 Sv. dient te worden afgewezen, naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

...

NOOT – T. Roes gepubliceerd onder dit arrest in het RW Herstel in eer en rechten
 

Commentaar: 

Iedere veroordeelde tot een criminele of correctionele straf kan in eer en rechten worden hersteld, terwijl de politiestraffen het voorwerp uitmaken van de uitwissing waarin artikel 619 van het Wetboek voorziet. De veroordeelde moet in beginsel de vrijheidsstraffen hebben ondergaan en de geldstraffen volledig hebben gekweten (artikel 622). Tevens moet hij aan de in het vonnis vastgestelde verplichting tot teruggave, schadevergoeding en betaling van kosten hebben voldaan (artikel 623). Ten slotte moet de betrokkene een proeftijd ondergaan, gedurende welke hij een vaste verblijfplaats in België of in het buitenland moet hebben gehad, blijk moet hebben gegeven van verbetering en van goed gedrag moet zijn geweest (artikel 624).
Een herstel in eer en rechten heeft tot gevolg dat voor de toekomst een einde wordt gemaakt aan de strafrechtelijke gevolgen van de veroordeling (artikel 634).

Met het herstel in eer en rechten streeft de wetgever voornamelijk de maatschappelijke re-integratie na. Reeds bij de wet van 25 april 1896 werd de figuur van het eerherstel gezien als een moreel herstel dat door de openbare macht wordt toegekend aan een veroordeelde wiens gedrag onberispelijk is geweest (Pasin., 1896, 111). Ook bij de wet van 7 april 1964 werd gesteld dat « de nieuwe wetgeving [tegemoet] komt aan het verlangen van vergeving voor de veroordeelde » en « dit is trouwens in het belang van de maatschappelijke rust » (Parl. St., Senaat, 1962-1963, nr. 186, p. 2). Herstel in eer en rechten bestaat bijgevolg zowel in het belang van de veroordeelde als in het belang van de maatschappij.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: vr, 05/01/2018 - 13:04
Laatst aangepast op: vr, 05/01/2018 - 13:13

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.