-A +A

Weigering omgangsrecht sanctie beslag voor de kosten

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Indien geen gevolg gegeven wordt aan het respecteren van een omgangsregeling kan beslag gelegd worden voor de kosten van gedwongen naleving.

• Hof van Beroep, Gent 12/12/1995, RW 1996-1997 PAGINA 159

Samenvatting:

Indien geen gevolg gegeven wordt aan het respecteren van een omgangsregeling kan beslag gelegd worden voor de kosten van gedwongen naleving.

Tekst arrest

De S. t/ A.

Het bestreden vonnis verklaart ongegrond het verzet van appellante tegen het uitvoerend roerend beslag van 22 november 1993 en de geplande openbare verkoping van 27 december 1993, tegen haar vervolgd door geïntimeerde om betaling te krijgen van de uitvoeringskosten (op dat ogenblik 20.564 frank) voor de naleving van het bezoekrecht van geïntimeerde betreffende de minderjarige zoon van partijen, D., geboren op 9 mei 1986, krachtens de regeling bepaald in de notariële E.O.T.-overeenkomst van 13 maart 1991. Het vonnis beslist tevens afwijzend op de tegeneis van geïntimeerde tot betaling van 50.000 frank schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding. Het verwijst appellante in de gedingskosten.

1. Geïntimeerde beschikt over een uitvoerbare titel, die hem het bezoekrecht toekent elk tweede en vierde weekend van elke maand, voorts de eerste helft van de kerst- en de paasvakantie, alsook van één tot vijftien juli en van één tot vijftien augustus en ten slotte ook op 31 oktober, één en twee november. De uitvoerbare titel bepaalt tevens dat het kind steeds afgehaald en teruggebracht zal worden door de geïntimeerde. Er is uitdrukkelijk in de titel bedongen dat deze regeling geldt, «behoudens andersluidende overeenkomst tussen partijen». De uitvoering te goeder trouw van dit beding impliceert dat een afwijking op de regeling tijdig wordt aangevraagd door de belanghebbende ouder.

2. Het uitvoeringsgeschil blijkt ontstaan te zijn doordat geïntimeerde niet is ingegaan op een late vraag van 29 juni 1993 om D. van 4 tot 14 juli op scoutskamp te laten gaan, dus in de periode waarin geïntimeerde normaal het bezoekrecht uitoefent en het kind bij zich mag hebben. Het kind heeft van 1 tot 15 juli bij hem verbleven, maar zou op 1 augustus 1993 niet opnieuw hebben willen meegaan, zodat geïntimeerde op 4 augustus 1993 is overgegaan tot de betekening van de uitvoerbare titel aan appellante en tot de betekening van een bevel tot naleving van het bezoekrecht. Het kind werd echter niet meegegeven. De gerechtsdeurwaarder heeft dienaangaande vastgesteld: «...Zij (appellante) roept D. en laat hem voor mij zeggen dat hij niet bij zijn vader wenst te gaan. Zij antwoordt mij: als het kind niet wil meegaan, steek ik het zeker niet buiten. Dus zij geeft het niet mee.»

3. Het uitvoeringsbesluit is beperkt tot de invordering van de kosten gemaakt voor de poging tot gedwongen naleving van het bezoekrecht. Appellante stelt in haar verzetsakte dat deze kosten niet tegen haar verhaalbaar zijn, omdat het hier zou gaan om een «eenzijdige uitvoeringsdaad» van geïntimeerde. Zij heeft die stelling als volgt verduidelijkt: «Het kan aanlegster zeker niet ten kwade worden genomen dat het bezoekrecht niet kon worden uitgeoefend aangezien D. niet op bezoek wenste te gaan. Deze kosten zijn dan ook persoonlijk veroorzaakt door verweerder ...» (oktober 1994).

4. De naleving van het bezoekrecht levert een inspanningsverbintenis op van de houder van het hoederecht. Dit omvat onder meer de verplichting het kind positief te begeleiden in zijn omgang met de andere ouder, het kind daartoe te stimuleren en alle overredingskracht aan te wenden om het kind de bestaande regeling te doen aanvaarden. Appellante bewijst niet hieraan te hebben voldaan. De vaststellingen van de gerechtsdeurwaarder tonen het tegendeel aan. De bestaande animositeit tussen de partijen heeft blijkbaar de bovenhand gehaald. Deze conclusie dringt zich op, nu de bodemrechter inmiddels haar vordering van 10 juli 1993 strekkende tot vermindering van het bezoekrecht van geïntimeerde, ongegrond heeft verklaard bij vonnis van 15 maart 1994.

5. Appellante kan zich derhalve niet op overmacht beroepen. De eerste rechter oordeelde terecht dat zij zich niet kan verschuilen achter de weigering van D. om mee te gaan met zijn vader, nu het kind op het ogenblik van de feiten nauwelijks zeven jaar oud was.

De uitvoeringskosten zijn derhalve ten laste van appellante, de partij tegen wie de tenuitvoerlegging geschiedt en die ze door haar houding noodzakelijk heeft gemaakt. Deze kosten waren aanvankelijk beperkt tot 3.259 frank (betekening) en 2.942 frank (P.V. afhalen kind). De weigering deze kosten, zelfs onder voorbehoud, te betalen, heeft noodzakelijk geleid tot de verdere kosten van bevel (4.175 frank), beslag (6.148 frank) en aanplakking (2.482 frank). Deze kostenvermeerdering heeft appellante alleen aan zich zelf te wijten. De bedragen als zodanig worden niet betwist.

6. Bij conclusie van 10 maart 1995 stelt geïntimeerde een tegeneis in tot betaling van 50.000 frank wegens tergend en roekeloos hoger beroep.

Er zijn geen gronden om hierop in te gaan, daar deze vordering geenszins kan bijdragen tot de vermindering van de animositeit tussen partijen in het belang van het kind. Daar geïntimeerde zelf tot een verhoogde animositeit heeft bijgedragen met zijn weliswaar begrijpelijke weigering in verband met het eenzijdig en te laat door appellante geplande scoutskamp voor D., kan hij appellante niet ten kwade duiden de gevorderde uitvoeringskosten verder in hoger beroep te betwisten. Het rechtsmiddel is dus niet onrechtmatig aangewend. Wel dient appellante in de kosten van deze aanleg verwezen te worden.
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 13/09/2017 - 15:41
Laatst aangepast op: wo, 13/09/2017 - 15:41

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.