-A +A

Wat is berusten in een uitspraak

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Berusten in een uitspraak, betekent de uitspraak aanvaarden en afzien van alle verdere rechtsmiddelen. Berusting in een rechterlijke beslissing kan niet worden afgeleid uit het enkele feit dat de veroordeelde partij de gerechtskosten heeft betaald en evenmin uit brieven van de advocaat van die partij, als deze aan haar raadsman geen bijzondere volmacht had gegeven om in die beslissing te berusten. Hof van Beroep te Gent, 1e Kamer – 1 april 2010, juridat.

Door de betekening van het vonnis begint de termijn van verzet en beroep te lopen. Rechtsmiddelen zoals verzet en beroep dienen binnen deze termijn worden ingesteld. Deze termijn verschilt volgens de aard van de zaak.

 

 

Een verklaring van berusting is een geschrift waarin te kennen wordt gegeven dat men afziet van verhaal tegen de uitspraak en zich als het ware neerlegt bij de uitspraak in die zin dat men de uitspraak als definitief aanvaardt.

Een verklaring van berusting wordt meestal opgesteld om de kosten van een betekening te vermijden. Een partij heeft immers pas zekerheid dat haar vonnis definitief is van zodra de termijn verstreken is om een rechtsmiddel in te stellen. De termijn om een rechtsmiddel in te stellen loopt in de regel pas vanaf de betekening. Zonder betekening of berusting is men derhalve vaak niet zeker over het definitief karakter van de uitspraak.

Wie een verklaring van berusting ondertekent verklaart dat hij zich neerlegt bij de uitspraak. Berusten betekent hier, het niet verder aanvechten van het vonnis met een rechtsmiddel zoals beroep, verzet of cassatie. Door deze verklaring te ondertekenen wordt de uitspraak definitief.

Opgelet: Op een verklaring van berusting kan men niet terugkomen. Wanneer er na een verklaring van berusting toch een rechtsmiddel wordt aangewend zal de wederpartij met succes het rechtsmiddel kunnen aanvechten. Een verklaring van berusting kan evenwel voorwaardelijk worden gesteld. Zo kan u beslissen te berusten voor zover de andere partij ook berust. Indien de tegenpartij dan niet zou berusten zou u nog steeds ook beroep kunnen aantekenen.  

Opgelet: Men kan slechts berusten iin zaken die de openbare orde niet raken. Berusting in zaken die de openbare orde raken is volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie nietig.

Dit is ondermeer het geval in zaken van sociale zekerheid die in de regel de openbare orde raken, en waarin het
in het merendeel van de gevallen onmogelijk is te berusten.
 
Evenwel is het niet omdat een bepaalde materie de openbare orde raakt, dat daarom alle regels die er deel ervan uitmaken, dit ook zijn.

Maar omgekeerd is het niet omdat een bepaling van dwingend recht is, dat zulks belet dat andere bepalingen van deze wetgeving toch de openbare orde raken.

Steeds zal in concreto dienen beoordeeld of eenbepaling al dan niet de openbare raakt.

De vorm van een berusting

De berusting kan uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn.

Een De uitdrukkelijke berusting geschiedt bij eenvoudige akte, versta hieronder meestal een brief van de ene advocaat gericht aan de andere, waartoe de advocaat evenwel een bijzonder mandaat van zijn cliënt behoeft.

Rechtspraak:

Burgerlijke Rechtbank Dendermonde, Datum uitspraak : 15/09/2005, R.W. Jaargang : 2007-2008 (71), Pagina : 830
B
erusten in een beslissing is afstand doen van de rechtsmiddelen die een partij tegen alle of sommige punten van die beslissing kan aanwenden of reeds heeft aangewend (art. 1044, eerste lid, Ger. W.).

De berusting kan uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn. De uitdrukkelijke berusting geschiedt bij eenvoudige akte, ondertekend door de partijen of haar bijzondere gevolmachtigde. De stilzwijgende berusting kan alleen worden afgeleid uit bepaalde en met elkaar overeenstemmende akten of feiten waaruit blijkt dat de partij het vaste voornemen heeft haar instemming te betuigen met de beslissing (art. 1045 Ger. W.).

Uit de loutere betaling van de som waartoe een partij werd veroordeeld kan geen (stilzwijgende) berusting worden afgeleid. Zeker niet wanneer de raadsman van appellant bv. bij brief aan zijn tegenpartij uitdrukkelijk mee deelt  dat zijn cliënte hoger beroep zal aantekenen tegen het vonnis, zodat alsdan de betaling wel degelijk werd uitgevoerd onder ontbindende voorwaarde van hervorming van het vonnis in hoger beroep (vgl. Cass. 26 maart 1984, Arr. Cass. 1983-84, 975; Cass. 1 december 1983, Arr. Cass. 1983-84, 385).

Het betekenen van een vonnis zonder voorbehoud is geen berusting. 
 rb Hasselt, 4/11/2014, RW 2016-2017, 790:
"Geïntimeerde H. is van oordeel dat het hoger beroep van appellante, NV G.V., onontvankelijk is, gelet op de betekening van het bestreden vonnis van 29 maart 2012 en dat appellante, NV G.V., derhalve minstens stilzwijgend in dit vonnis heeft berust.

Ingevolge art. 57 Ger.W. neemt de termijn van een maand om verzet, hoger beroep of een voorziening in cassatie aan te tekenen aan aanvang vanaf de betekening. Het betekenen van een vonnis zonder voorbehoud maakt geen stilzwijgende berusting uit (zie: Cass. 26 oktober 1989, Arr.Cass. 1989-90, 284)."

Nog dit: 

• Cassatie 24 juni 2010, RW 2012-2013, 211

De berusting in een beslissing die gegrond is op een bepaling van openbare orde, is nietig.

Is van openbare orde de wetgeving die de wezenlijke belangen van de staat of de gemeenschap betreft of die, in het privaatrecht, de juridische grondslagen vastlegt waarop de economische of morele orde van de samenleving berust.

De herroeping van het gewijsde is een buitengewoon rechtsmiddel dat ertoe strekt een in kracht van gewijsde gegane beslissing, die door de wet als een uitdrukking van de waarheid wordt gezien, te herroepen.

De kracht van gewijsde van een rechterlijke beslissing behoort omwille van de rechtszekerheid en de maatschappelijke rust tot de juridische grondslagen waarop de economische of morele orde van de samenleving berust, zodat ook de door de wet bepaalde gronden waarop een in kracht van gewijsde gegane beslissing kan worden herroepen, de openbare orde raken.

De appelrechters vermochten dan ook naar recht te oordelen dat een beslissing waarbij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt herroepen, uitspraak doet op grond van een bepaling van openbare orde en dat de berusting in een dergelijke beslissing nietig is.
 

Commentaar: 

Rechtspraak:

• Hof van Beroep te Brussel, 8e Kamer – 8 november 2011, RW 2012-2013, 906

Samenvatting

De appelrechter kan, op basis van een brief tussen advocaten, na weerlegging van het beweerde vertrouwelijke karakter ervan, oordelen dat de appellant in het beroepen vonnis definitief en onherroepelijk heeft berust.

tekst arrest

L. t/ NV D.

...

II. Betreffende de ontvankelijkheid van het hoger beroep

5. Geïntimeerde betoogt dat het hoger beroep onontvankelijk is omdat appellant heeft berust in het bestreden vonnis.

Krachtens art. 1045 Ger.W. kan de berusting uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn. De uitdrukkelijke berusting geschiedt bij eenvoudige akte, ondertekend door de partij of haar bijzondere gemachtigde. De stilzwijgende berusting kan alleen worden afgeleid uit bepaalde en met elkaar overeenstemmende akten of feiten waaruit blijkt dat de partij het vaste voornemen heeft haar instemming te betuigen met de beslissing.

6. Geïntimeerde wenst in dit verband gebruik te maken van een brief van 25 maart 2009 die door de toenmalige raadsman van appellant aan de raadsman van geïntimeerde werd gestuurd. In deze brief wordt meegedeeld dat appellant berust in het in eerste aanleg gevelde vonnis. Van deze mededeling wordt akte genomen door de raadsman van geïntimeerde bij officiële brief van 2 april 2009.

Appellant betoogt dat de brief van 25 maart 2009 niet mag worden gebruikt in onderhavige procedure en vraagt de wering uit het debat. Briefwisseling tussen advocaten is vertrouwelijk en mag enkel worden overgelegd met toestemming van de stafhouder. In voorliggend geval ligt er geen toestemming voor.

7. Art. 2 van het Reglement Belgische Nationale Orde van Advocaten van 6 juni 1970 betreffende het overleggen van briefwisseling tussen advocaten luidt als volgt:

“Verliezen nochtans hun vertrouwelijk karakter, zodat ze zonder toelating van de stafhouder mogen overgelegd worden:

1o elke mededeling die een akte van rechtspleging uitmaakt of vervangt;

(...)

3o elke mededeling zonder voorbehoud en niet vertrouwelijk gedaan, ten verzoeke van een partij, om er kennis van te geven aan een andere partij, op voorwaarde dat de geadresseerde ze uitdrukkelijk aanvaardt als zijnde niet-vertrouwelijk;

(...).”

Zijn dan ook uit hun aard niet-vertrouwelijk, voor zover ze niets anders bevatten, “(...) de aankondiging van een betekening, een uitvoeringsmaatregel of een berusting” (R. De Puydt, “Overzicht van rechtspraak. Professioneel recht Vlaamse advocatuur (1987-2007)”, TPR 2007, p. 1785, nr. 69).

De desbetreffende brief van 25 maart 2009 betreft niets meer dan een neutrale mededeling dat er berust wordt. De vermelding in de brief “in tegenstelling tot hetgeen meegedeeld bij brief van 3 maart ll.”, doet hieraan geen afbreuk. De toenmalige raadsman van appellant kondigt in de brief enkel aan dat zijn cliënt zal berusten in het in eerste aanleg gevelde vonnis en dat de gerechtskosten zullen worden betaald.

Minstens is de brief van 25 maart 2009 een mededeling van partij tot partij die uitdrukkelijk als niet-vertrouwelijk is aanvaard door de raadsman van geïntimeerde bij brief van 2 april 2009.

Het verzoek van appellant tot wering van deze brief uit het debat is bijgevolg ongegrond.

8. Een advocaat kan namens zijn cliënt niet geldig berusten in een rechterlijke beslissing, indien hij daartoe geen bijzondere volmacht heeft gekregen.

De brief van de toenmalige raadsman van appellant van 25 maart 2009, kan geen geldige berusting uitmaken, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de raadsman beschikte over een bijzondere lastgeving van appellant. Dit bewijs kan door alle middelen van recht worden geleverd (P. Vanlersberghe, “Berusting en afstand van geding”, RABG 2010, 713).

De tekst van de brief van 25 maart 2009 luidt als volgt:

“In tegenstelling tot hetgeen medegedeeld bij brief van 3 maart ll. heeft cliënt na bijkomend onderhoud mij medegedeeld te zullen berusten in de tussengekomen beschikking van de voorzitter in de Rechtbank van Koophandel te Brussel van 4 februari 2009.

“In de gegeven omstandigheid zullen de gerechtskosten waartoe veroordeeld en begroot bij uw brief van 17 februari 200(8) in de loop van de komende dagen worden betaald door middel van storting op uw derdenrekening”.

De gerechtskosten werden daaropvolgend door appellant persoonlijk en vrijwillig betaald door storting van het verschuldigde bedrag op de derdenrekening van de raadsman van geïntimeerde.

9. Gelet op het feit dat appellant een bijkomend onderhoud heeft gehad met zijn voormalige raadsman, waarna laatstgenoemde aan de raadsman van geïntimeerde meedeelt dat appellant zal berusten en de gerechtskosten zal betalen, en gelet op de navolgende betaling van deze gerechtskosten door appellant persoonlijk, oordeelt het hof dat appellant door uitvoering van deze betaling in de gegeven omstandigheden, de door zijn toenmalige raadsman gestelde rechtshandeling van berusting heeft bekrachtigd. De voormalige raadsman van appellant heeft dan ook geldig berust in het bestreden vonnis.

Al deze elementen, met name de bijkomende vergadering, de brief van de toenmalige raadsman van appellant en de persoonlijke betaling door appellant, alsook de onderlinge samenhang tussen al deze elementen, doen met zekerheid de wil om te berusten blijken en leiden ertoe dat appellant berust heeft in het bestreden vonnis.

10. De latere vraag van de raadsman van geïntimeerde om een door appellant ondertekende berustingsakte te mogen ontvangen en de latere betekening van het bestreden vonnis bij gebrek aan een dergelijke berustingsakte, doen geen afbreuk aan de vaststelling dat appellant berust had in het bestreden vonnis. De berusting is onherroepelijk. De partij die in een beslissing heeft berust kan hierop naderhand niet meer terugkomen. De raadsman van geïntimeerde heeft enkel ten overvloede gevraagd om een ondertekende berustingsakte over te leggen in een poging toekomstige discussies te vermijden. Dit kan zich noch tegen geïntimeerde noch tegen haar raadsman keren.

Geïntimeerde bewijst bijgevolg dat appellant berust heeft in het bestreden vonnis, zodat het hoger beroep van appellant niet kan worden ontvangen.

• Cassatie 13 januari 2012, RW 2013-2014, 388

samenvatting

Wanneer de verkopers de kopers aanmanen om de prijs te betalen van de koopovereenkomst waarvan de geldigheid door het bestreden arrest werd erkend, hebben zij stilzwijgend maar zeker in dat arrest berust.

tekst arrest

AR nr. C.11.0209.F

M.T. en L.D. t/ A.M. en C.A.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Bergen van 7 juni 2010.

...

II. Beslissing van het Hof

Over het door de verweerders tegen het cassatieberoep aangevoerde middel van niet-ontvankelijkheid: de eisers berusten in het bestreden arrest

De eisers betwistten de geldigheid van de op 6 oktober 2007 ondertekende onderhandse koopovereenkomst betreffende de verkoop op lijfrente door henzelf aan de verweerders van de blote eigendom van een pand in Arquennes. In die onderhandse koopovereenkomst was de betaling bedongen van een contant bedrag (bouquet) bij de ondertekening van 50.000 euro en van een maandelijkse lijfrente van 800 euro.

Het bestreden arrest bevestigt het beroepen vonnis, beschouwt die onderhandse koopovereenkomst als geldig en veroordeelt de eisers om de authentieke koopakte te verlijden.

De eisers hebben bij een gerechtsdeurwaardersexploot van 4 maart 2011 aan de verweerders een bevel doen betekenen tot betaling van het contant bedrag en van de vervallen bedragen van de lijfrente “onder voorbehoud van vervolging door alle middelen rechtens”, met vermelding dat zij, als de verweerders, elke verweerder wat hem betreft, geen gevolg geven aan dat bevel, “hem daartoe zouden dwingen door alle middelen en onder het voorbehoud van de mogelijkheid van cassatieberoep”.

Daar de eisers de verweerders aanmanen om de prijs te betalen van de koop waarvan de geldigheid door het bestreden arrest werd erkend, hebben zij stilzwijgend maar zeker in dat arrest berust.

Het voorbehoud dat de eisers in de akte van bevel maken is onverenigbaar met het bevel en kan dus geen enkel rechtsgevolg hebben.

Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden aangenomen.
 

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:16
Laatst aangepast op: wo, 15/02/2017 - 19:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.