-A +A

voogdij

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

testamentaire voogdij

Rechtsleer: De hervorming van het voogdijrecht, Patrick Senaeve, Johan Gerlo en Frans Lievens, Intersentia 2002

 

Hoe was het vroeger?

De voogdij viel vroeger open in alle gevallen wanneer een kind geen twee ouders had die ouderlijk gezag over hem konden uitoefenen.

Zo viel vroeger de voogdij open:

- indien één van de ouders kwam te overlijden
- wanneer een kind slechts én ouder had(omdat de afstammeling slechts tegenover één ouder vaststond
- wanneer een kind slechts door één persoon was geadopteerd en die persoon niet met de ouder van het kind was gehuwd.

 

De nieuwe voogdijwet van 29 maart 2001: Belgisch Staatsblad 31 mei 2001.

zolang er één ouder in leven is valt de voogdij niet open

Zolang een kind één ouder heeft die titularis is van het ouderlijk gezag wordt het beheer van de goederen van een kind door deze ouder waargenomen als ouder en niet meer als voogd.

Deze ouder is evenwel in de beheersbevoegdheid beperkt. Voor de meeste handelingen die namens het kind worden gesteld dient deze ouder de machtiging van de vrederechter te verkrijgen.

Er is evenwel geen controle meer door een toeziende voogd, evenmin als een voorafgaande beraadslaging door de familieraad. De familieraad werd afgeschaft.

De voogd wordt door de vrederechter benoemd

Indien een kind dat géén ouder meer in leven heeft of wanneer de enige ouder , of de langstlevende ouder, afwezig is, verdwenen of in onmogelijkheid is het ouderlijk gezag uit te oefenen wordt een voogd door de vrederechter benoemd.

In een testament of bij verklaring voor de vrederechter of de notaris kunnen de ouders een voogd aanduiden voor het geval in de voogdij dient voorzien maar deze voogd zal pas in functie treden dan nadat zijn aanwijzing door de vrederechter is gehomologeerd.

De Vrederechter mag dus afwijken van de wil van de ouder(s) mits deze beslissing gemotiveerd is, en ingegeven door het belang van het kind.

De voogdij is niet langer een verplichte functie. Men kan een opgelegde aanstelling als voogd zonder motivering weigeren. De vrederechter zal dan eveneens een toeziende voogd aanstellen met een duidelijk omschreven opdracht.

Voorafgaand aan zijn beslissing zal de vrederechter familieleden raadplegen. Thans zijn dit evenwel individuele raadplegingen nu de familieraad is afgeschaft De vrederechter kan ook via het parket inlichtingen inwinnen of via het parket een beroep doen op de bevoegde sociale dienst.

Elke voogd moet de vrederechter jaarlijks ter controle een rekening en een verslag voorleggen.

Voogdijschap is onbezoldigd, wel kan worden voorzien in een onkostenvergoeding.

Meer dan de goederen alleen

De voogd én de vrederechter bekommeren zich niet alleen over de goederen maar ook over de opvoeding en de opvang van de minderjarige. De minderjarige heeft inspraak en de vrederechter moet de minderjarige oproepen en hem horen voor hij een beslissing neemt.

vanaf 12 jaar voorzover het om de persoon van de minderjarige gaat;

vanaf 15 jaar wanneer het om zijn vermogen gaat,

vanaf de leeftijd waarop het kind onderscheidingsvermogen heeft, wanneer het gaat om de verkoop van ‘souvenirs en andere persoonlijke voorwerpen.

De voogdij neemt een einde bij

 - de meerderjarigheid van de pupil.

- het overlijden van de pupil.

- de ontvoogding van de pupil (is mogelijk vanaf 16 jaar).

- indien de voogdij gevestigd werd ingevolgde de ontzetting uit de ouderlijke macht eindigt de voogdij door de opheffing door de rechter van onmogelijkheid van de uitoefening van het ouderlijk gezag

 

En de gewone ouders ?

Alle ouders die namens hun kinderen handelen, voor al hetgeen het dagelijks beheer overstijgt, moeten thans door de vrederechter moeten gemachtigd worden.

 

 

Wettelijke bepalingen:

Boek I, Titel X, van het Burgerlijk Wetboek : "Minderjarigheid, voogdij en ontvoogding".

Afdeling I. - Ontstaan van de voogdij

Art. 389. De voogdij over minderjarigen ontstaat indien beide ouders overleden zijn, wettelijk onbekend zijn of in de voortdurende onmogelijkheid zijn om het ouderlijk gezag uit te oefenen.

Tenzij de voogdij voortvloeit uit een gerechtelijke onbekwaamverklaring, uit een verlengde minderjarigheid, uit een verklaring of een vermoeden van afwezigheid, wordt deze onmogelijkheid vastgesteld door de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig de procedure omschreven in artikel 1236bis van het Gerechtelijk Wetboek.

Afdeling II. - Organisatie van de voogdij

Art. 390. Behoudens hetgeen is bepaald in artikel 13, § 2, van de wet van 31 december 1851 met betrekking tot de consulaten en de consulaire rechtsmacht, behoren de organisatie van en het toezicht op de voogdij tot de bevoegdheid van de vrederechter van de woonplaats van de minderjarige als bepaald bij artikel 36 van het Gerechtelijk Wetboek of bij gebreke van woonplaats, tot de bevoegdheid van de vrederechter van de verblijfplaats van de minderjarige.

De vrederechter van de plaats waar de voogdij is opengevallen is onveranderlijk.

De vrederechter van de plaats waar de voogdij is opengevallen kan op verzoek van de voogd of ambtshalve evenwel bevelen dat de voogdij in het belang van het kind wordt overgebracht naar de woonplaats of de verblijfplaats van de voogd. De beslissing is bindend voor de rechter aan wie de zaak wordt overgedragen. Met uitzondering van het hoger beroep ingesteld door de procureur des Konings is zij niet vatbaar voor enig rechtsmiddel.

Art. 391. Wanneer de voogdij ontstaat of openvalt, beveelt de vrederechter op verzoek van iedere belanghebbende of zelfs ambtshalve de dringende maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de persoon van de minderjarige en voor de bewaring van zijn goederen.

De aanwijzing van een voogd maakt geen einde aan deze maatregelen. Zij vervallen slechts indien de rechter ze intrekt of indien de eventueel door hem voorgeschreven termijn verstrijkt.

De vrederechter wordt bij eenvoudige brief aangezocht.

Art. 392. De ouder, die het laatst het ouderlijk gezag uitoefent, kan een voogd aanwijzen, hetzij bij testament, hetzij bij wege van een verklaring voor de vrederechter van zijn woonplaats of voor een notaris.

Op voorwaarde dat de ouders gezamenlijk handelen, kunnen zij zulks ook doen bij een verklaring voor de vrederechter of voor een notaris. Zij kunnen hun keuze op ieder ogenblik wijzigen door het doen van een nieuwe verklaring.

De verklaring blijft geldig na het overlijden van een van de ouders zolang de overlevende ouder deze niet heeft herroepen of geen voogd heeft aangewezen overeenkomstig het eerste lid.

Elk van de ouders kan de verklaring herroepen. De herroeping geschiedt voor de vrederechter of voor de notaris die de verklaring heeft ontvangen. Wanneer de verklaring is afgelegd voor een notaris, geschiedt de herroeping voor dezelfde notaris of voor een andere notaris, die de notaris die de verklaring heeft ontvangen hiervan op de hoogte moet brengen. Van de herroeping wordt melding gemaakt op de verklaring.

Indien de persoon die overeenkomstig het eerste en het tweede lid is aangewezen, de voogdij aanvaardt, homologeert de vrederechter de aanwijzing tenzij ernstige redenen met betrekking tot het belang van het kind, die nauwkeurig zijn omschreven in de gronden van de beschikking, uitsluiten dat de keuze van beide ouders of een van hen wordt gevolgd.

Art. 393. Indien de ouders geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid die hen in het voorgaande artikel wordt geboden of indien het niet mogelijk was hun keuze te volgen, kiest de vrederechter zodra hij kennis heeft van het ontstaan van de voogdij, een voogd die geschikt is om de minderjarige op te voeden en zijn goederen te beheren, bij voorkeur uit de naaste familieleden. Hij benoemt de voogd nadat hij zich verzekerd heeft van zijn aanvaarding.

Art. 394. Indien de minderjarige twaalf jaar oud is wordt hij door de vrederechter gehoord vooraleer deze een voogd benoemt of de aanwijzing van de voogd homologeert.

Hij hoort eveneens de bloedverwanten in de opgaande lijn in de tweede graad, de meerderjarige broers en zusters van de minderjarige en de broers en zusters van de ouders van de minderjarige of doet hen ten minste oproepen.

De vrederechter moet bovendien eenieder horen van wie de mening voor hem nuttig kan zijn.

De oproepingen geschieden bij gerechtsbrief.

Art. 395. § 1. Indien het belang van de minderjarige zulks wegens uitzonderlijke omstandigheden vereist, kan de vrederechter de voogdij splitsen door een voogd over de persoon en een voogd over de goederen te benoemen.

Geschillen tussen de voornoemde voogden worden door hem op verzoek beslecht.

§ 2. Rechtshandelingen en beslissingen die zowel betrekking hebben op de persoon als op de goederen van de minderjarige, mogen alleen met instemming van beide voogden worden genomen.

Ten opzichte van derden die te goeder trouw zijn, wordt elke voogd geacht te handelen met instemming van de andere voogd, wanneer hij alleen een handeling stelt die met de voogdij verband houdt, behoudens de bij de wet bepaalde uitzonderingen.

Art. 396. Niemand is verplicht een voogdij of een toeziende voogdij op zich te nemen.

Indien de voogd wettige redenen aanvoert, kan de vrederechter hem in de loop van de voogdij ontlasten van zijn opdracht.

Indien niemand aanvaardt de voogdij uit te oefenen, worden de artikelen 63 tot 68 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toegepast.

Art. 397. Mogen geen voogd zijn :

1° personen die niet de vrije beschikking over hun goederen hebben;

2° personen ten aanzien van wie de jeugdrechtbank een van de maatregelen heeft bevolen die zijn bedoeld in de artikelen 29 tot 32 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming.

Art. 398. Zijn uitgesloten van de voogdij of kunnen, indien zij de voogdij reeds uitoefenen, daaruit worden ontzet :

1° personen van kennelijk wangedrag;

2° personen van wie het beheer getuigt van onbekwaamheid of ontrouw;

3° personen die zelf of van wie de echtgenoot, de wettelijk samenwonende, de feitelijk samenwonende, een bloedverwant in de opgaande lijn of een bloedverwant in de nederdalende lijn tegen de minderjarige een rechtsgeding voeren waarbij de staat van de minderjarige, zijn vermogen of een aanzienlijk deel van zijn goederen zijn betrokken.

Art. 399. Wanneer grond bestaat om de voogd te ontzetten, spreekt de vrederechter op verzoek van de toeziende voogd, van het openbaar ministerie of zelfs ambtshalve de ontzetting uit.

Art. 400. De voogdij is een persoonlijke opdracht die niet overgaat op de erfgenamen van de voogd.

Art. 401. Indien grond bestaat om de voogd te vervangen, wordt overeenkomstig artikel 393 een nieuwe voogd aangewezen, zulks onverminderd artikel 391.

De nieuwe voogd vat zijn taak aan op het tijdstip dat de beschikking wordt gegeven.

Afdeling III. - Toeziende voogd.

Art. 402. Bij elke voogdij is er een toeziende voogd die de vrederechter benoemt nadat hij zich verzekerd heeft van zijn aanvaarding.

Indien de voogd een bloed- of aanverwant in een bepaalde lijn van de minderjarige is, wordt de toeziende voogd bij voorkeur uit de andere lijn gekozen.

De artikelen 395, 396, eerste en tweede lid, 397, 398 en 399 zijn van toepassing op de toeziende voogd.

De taken van de toeziende voogd eindigen op hetzelfde tijdstip als de voogdij.

Art. 403. De toeziende voogd houdt toezicht op de voogd. Indien hij vaststelt dat de voogd tekort schiet in de opvoeding van de minderjarige of in het beheer van zijn goederen, moet hij de vrederechter daarvan onverwijld in kennis stellen.

De voogd dient alle medewerking te verlenen teneinde de toeziende voogd in staat te stellen dit toezicht uit te oefenen.

Art. 404. De toeziende voogd vertegenwoordigt de minderjarige wanneer de belangen van deze laatste tegengesteld zijn aan die van de voogd. Indien de belangen van de toeziende voogd eveneens in strijd zijn met de belangen van de minderjarige, benoemt de vrederechter op verzoek van iedere belanghebbende of zelfs ambtshalve een voogd ad hoc, en een toeziend voogd ad hoc.

Bij het openvallen van de voogdij vervangt de toeziende voogd de voogd niet van rechtswege. In dat geval moet hij op straffe van vergoeding van de schade die daaruit voor de minderjarige zou kunnen voortvloeien, een nieuwe voogd doen benoemen.

Afdeling IV. - Werking van de voogdij.

Art. 405. § 1. De voogd draagt zorg voor de persoon van de minderjarige, die hij opvoedt overeenkomstig de beginselen waarvoor de ouders eventueel hebben gekozen, inzonderheid wat betreft de aangelegenheden bedoeld in artikel 374, tweede lid.

Hij vertegenwoordigt de minderjarige in alle burgerlijke handelingen.

Hij beheert de goederen van de minderjarige zoals een goede huisvader en is gehouden tot vergoeding van de schade die zou kunnen voortvloeien uit een slecht beheer.

Hij kan zich in het beheer van de goederen van de minderjarige laten bijstaan door personen die onder zijn verantwoordelijkheid handelen, na uitdrukkelijke machtiging van de vrederechter.

De voogd besteedt de inkomsten van de minderjarige aan diens onderhoud en verzorging en vordert de toepassing van de sociale wetgeving in het belang van de minderjarige.

§ 2. In geval van een ernstige betwisting tussen de minderjarige en de voogd of in voorkomend geval de toeziende voogd, kan de minderjarige, op eenvoudig mondeling of schriftelijk verzoek, zich tot de procureur des Konings richten indien hij twaalf jaar oud is in zaken betreffende zijn persoon en indien hij vijftien jaar oud is in zaken betreffende zijn goederen.

De procureur des Konings wint alle nuttige inlichtingen in. Indien hij het verzoek gegrond acht, maakt hij de zaak bij verzoekschrift aanhangig bij de vrederechter opdat deze het geschil beslecht.

De vrederechter beslist na de minderjarige, de voogd en de toeziende voogd te hebben gehoord.

Art. 406. § 1. De voogd doet binnen een maand volgend op de kennisgeving van zijn benoeming een boedelbeschrijving met waardeschatting opstellen van zowel de onroerende als de roerende goederen in voorkomend geval nadat hij, bij verzegeling, eerst de ontzegeling heeft gevorderd.

De boedelbeschrijving wordt opgemaakt met toepassing van de artikelen 1175 tot 1184 van het Gerechtelijk Wetboek, tenzij de vrederechter bij een met redenen omklede beschikking beslist een onderhandse inventaris toe te laten. De vrederechter kan in deze beschikking bepalen aan welke vereisten deze onderhandse inventaris dient te voldoen.

De vrederechter kan op verzoek van de voogd de termijn verlengen indien uitzonderlijke omstandigheden, die in de gronden van de beschikking zijn omschreven, zulks rechtvaardigen. Deze aldus verlengde termijn kan evenwel zes maanden niet te boven gaan.

Indien binnen deze termijn geen boedelbeschrijving als bedoeld in het eerste lid werd opgesteld en medegedeeld aan de vrederechter, wijst de vrederechter een notaris aan die de boedelbeschrijving zal opmaken.

De kosten zijn voor rekening van de voogd.

§ 2. De vrederechter beslist bij een met redenen omklede beschikking of een boedelbeschrijving moet worden opgesteld waarin een gedetailleerde lijst en een schatting zijn opgenomen dan wel of daarentegen een algemene beschrijving en schatting van de waarde van de roerende goederen voldoende zijn.

De boedelbeschrijving geschiedt in ieder geval in aanwezigheid van de toeziende voogd.

De boedelbeschrijving wordt na de afsluiting neergelegd in het procesdossier.

indien de voogd schuldeiser is van de minderjarige, moet hij zulks op straffe van verval aan de vrederechter mededelen in antwoord op de vraag die deze laatste hem moet stellen. De verklaring wordt opgetekend in een proces-verbaal dat bij het procesdossier wordt gevoegd.

Art. 407. § 1. Binnen een maand nadat de boedelbeschrijving bij het procesdossier is gevoegd, bepaalt de vrederechter, na de voogd, de toeziende voogd en de minderjarige, als laatstgenoemde vijftien jaar oud is, te hebben gehoord, bij een met redenen omklede beschikking :

1° het bedrag waarover de voogd jaarlijks beschikt voor het onderhoud en de opvoeding van de minderjarige;

2° het bedrag waarover de voogd jaarlijks beschikt voor het beheer van de goederen van de minderjarige;

3° vanaf welk bedrag voor de voogd de verplichting begint om het saldo van de inkomsten boven de uitgaven te beleggen en de termijn na verloop waarvan de voogd, bij gebrek van belegging, van rechtswege rekening en verantwoording verschuldigd is voor de interest;

4° de door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen erkende instelling waar de rekeningen worden geopend waarop de kapitaalstortingen plaatsvinden en de effecten alsmede de waardepapieren van de minderjarige worden gedeponeerd;

5° de voorwaarden waaronder de gestorte kapitalen of neergelegde titels en waarden kunnen worden teruggenomen;

6° het bedrag waarvoor, rekening houdend met de aard en de omvang van het vermogen van de minderjarige, een hypothecaire inschrijving moet worden genomen op de onroerende goederen van de voogd, het onroerend goed of de onroerende goederen waarop de griffier op kosten van de minderjarige de inschrijving neemt, of de waarborgen welke de voogd die geen onroerend goed bezit of vrijgesteld is van de hypothecaire inschrijving, in voorkomend geval moet bieden;

7° de maatregelen die moeten worden genomen met het oog op de voortzetting, de verhuring, de overdracht of de beëindiging van de handelszaken en ondernemingen die de minderjarige heeft verkregen.

§ 2. De vrederechter kan gedurende de voogdij op verzoek van de voogd, van de toeziende voogd, van de procureur des Konings, van enige andere belanghebbende of zelfs ambtshalve, zijn vroegere beslissingen betreffende de in paragraaf 1 opgesomde aangelegenheden wijzigen na de voogd, de toeziende voogd en de minderjarige indien hij vijftien jaar oud is, te hebben gehoord.

§ 3. De vrederechter kan een in § 1, 4°, bedoelde instelling de opdracht toevertrouwen om bij haar gedeponeerde en aan de minderjarige toebehorende kapitalen, effecten en waardepapieren te beheren.

De vrederechter bepaalt de voorwaarden van dit beheer.

Art. 408. Effecten aan toonder, alsook andere waardepapieren die aan de minderjarige behoren of die hem in de loop van de voogdij toekomen, worden gedeponeerd op de rekening die overeenkomstig artikel 407, § 1, 4°, op zijn naam is geopend.

Onverminderd artikel 409, § 2, vierde lid, vernieuwt de voogd op de vervaldag zonder bijzondere machtiging de plaatsing van het nominaal kapitaal in gelijkaardige waarden.

Art. 409. § 1. Het saldo van de inkomsten bedoeld in artikel 407, § 1, 3°, wordt belegd overeenkomstig de voorwaarden die de vrederechter vaststelt in de beschikking welke bij het ontstaan van de voogdij of tijdens de voogdij overeenkomstig artikel 407 wordt genomen.

§ 2. De voogd kan slechts met medeondertekening van de toeziende voogd kwijting geven van de kapitalen die de minderjarige in de loop van de voogdij ontvangt.

Hij plaatst deze kapitalen overeenkomstig artikel 407, § 1, 4°, op de rekening die op naam van de minderjarige is geopend.

Zulks moet geschieden binnen een termijn van 15 dagen te rekenen van de ontvangst van de kapitalen. Na het verstrijken van die termijn is de voogd van rechtswege de interesten verschuldigd.

Na het advies van de voogd, van de toeziende voogd en van de minderjarige indien hij vijftien jaar oud is, te hebben ingewonnen, bepaalt de vrederechter op verzoek van de voogd de voorwaarden waaronder later een meer rendabele plaatsing kan geschieden.

Art. 410. § 1. De vrederechter moet de voogd bijzondere machtiging verlenen om :

1° de goederen van de minderjarige, met uitzondering van de vruchten en de onbruikbare voorwerpen, te vervreemden, tenzij het beheer is opgedragen aan een instelling bedoeld in artikel 407, § 1, 4°;

2° een lening aan te gaan;

3° de goederen van de minderjarige te hypothekeren of in pand te geven;

4° een pachtcontract, een handelshuurovereenkomst of een gewone huurovereenkomst van meer dan negen jaar te sluiten alsook een handelshuurovereenkomst te hernieuwen;

5° een nalatenschap, een algemeen legaat of een legaat onder algemene titel te verwerpen of te aanvaarden, wat slechts onder voorrecht van boedelbeschrijving kan geschieden;

6° een schenking of een legaat onder bijzondere titel te aanvaarden;

7° de minderjarige in rechte te vertegenwoordigen als eiser bij de andere rechtsplegingen en handelingen dan die bedoeld in de artikelen 1150, 1180-1° en 1206 van het Gerechtelijk Wetboek;

8° een overeenkomst van onverdeeldheid te sluiten;

9° een onroerend goed aan te kopen;

10° te berusten in een vordering of in een vonnis;

11° een dading aan te gaan of een arbitrage-overeenkomst te sluiten;

12° een handelszaak voort te zetten die is verkregen door wettelijke erfopvolging of door erfopvolging krachtens uiterste wil. Het bestuur van de handelszaak mag worden opgedragen aan een bijzondere bewindvoerder onder het toezicht van de voogd. De vrederechter kan zijn toestemming te allen tijde intrekken;

13° souvenirs en andere persoonlijke voorwerpen, zelfs als het om voorwerpen van geringe waarde gaat te vervreemden.

§ 2. De verkoop van de roerende of onroerende goederen van de minderjarige gebeurt openbaar. Aan de voogd kan evenwel machtiging worden verleend om de roerende of onroerende goederen onderhands te verkopen.

Deze machtiging wordt verleend indien het belang van de minderjarige zulks vereist. Er wordt uitdrukkelijk in vermeld waarom de onderhandse verkoop de belangen van de minderjarige dient. Onroerende goederen worden verkocht overeenkomstig het ontwerp van verkoopakte opgesteld door een notaris en goedgekeurd door de vrederechter.

De vrederechter wint de nodige inlichtingen in. Hij kan inzonderheid het advies inwinnen van eenieder die hij daartoe geschikt acht.

Souvenirs en andere persoonlijke voorwerpen kunnen niet worden vervreemd tenzij zulks volstrekt noodzakelijk is en worden ter beschikking van de minderjarige gehouden tot zijn meerderjarigheid.

In elk geval wordt de minderjarige die over het vereiste onderscheidingsvermogen beschikt uitgenodigd om, indien hij dit wenst, gehoord te worden vooraleer machtiging kan worden verleend.

Art. 411. De voogd en de toeziende voogd kunnen geen goederen van de minderjarige verkrijgen, noch rechtstreeks, noch door een tussenpersoon, behalve op grond van de wet van 16 mei 1900 tot wijziging van het erfstelsel voor de kleine nalatenschappen, van de wet van 29 augustus 1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit of in het kader van een gerechtelijke of minnelijke verdeling overeenkomstig artikel 1206 van het Gerechtelijk Wetboek. Zij kunnen de goederen van de minderjarige slechts in huur nemen wanneer de vrederechter daartoe op schriftelijk verzoek machtiging verleent. In dat geval bepaalt de vrederechter in zijn beschikking de huurvoorwaarden, alsook de bijzondere waarborgen verbonden aan de aldus toegestane huur.

Art. 412. De vrederechter kan alle maatregelen nemen om zich te informeren over de familiale, morele en materiële toestand van de minderjarige, alsook over diens leefomstandigheden.

In het bijzonder kan hij de procureur des Konings verzoeken om, door de bemiddeling van de bevoegde sociale dienst, over al deze punten alle dienstige inlichtingen in te winnen.

Afdeling V. - Voogdijrekeningen en voogdijverslag.

Art. 413. De voogd legt jaarlijks de rekening inzake zijn beheer neer in het procesdossier. Deze rekening wordt eveneens overhandigd aan de toeziende voogd en aan de minderjarige indien hij vijftien jaar oud is. De vrederechter kan, ambtshalve of op verzoek van de toeziende voogd, de voogd oproepen teneinde in raadkamer toelichtingen te geven.

De Koning bepaalt de inhoud en de vorm van de rekeningen inzake het beheer.

Art. 414. Indien de voogd moet worden vervangen, worden de voogdijrekeningen afgesloten op de dag van de beschikking waarbij de nieuwe voogd wordt benoemd, zulks onverminderd de toepassing van artikel 391.

Art. 415. Binnen een maand na beëindiging van de taken van de voogd wordt de definitieve voogdijrekening in aanwezigheid van de vrederechter en van de toeziende voogd met het oog op de goedkeuring ervan overhandigd aan de minderjarige die meerderjarig of ontvoogd is geworden, aan de nieuwe voogd of aan de titularis van het ouderlijk gezag, waarbij de kosten in voorkomend geval ten laste van de minderjarige of de voogd komen. De voogdijrekening wordt eveneens overhandigd aan de minderjarige die vijftien jaar oud is.

Er wordt een proces-verbaal opgemaakt waarin bevonden wordt dat de rekening en verantwoording is gedaan, dat de rekening is goedgekeurd en dat de voogd kwijting is verleend.

Elke goedkeuring van de voogdijrekening voorafgaand aan de datum van het proces-verbaal bedoeld in het tweede lid, is nietig.

Bij betwisting wordt overeenkomstig de artikelen 1358 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek rekening en verantwoording voor de rechtbank gedaan.

Art. 416. Zolang de definitieve voogdijrekening niet is goedgekeurd, kunnen tussen de minderjarige en zijn vroegere voogd geen geldige overeenkomsten worden gesloten.

Op voorlegging van een eensluidend afschrift van het overeenkomstig artikel 415 opgemaakte proces-verbaal verleent de nieuwe voogd of de minderjarige opheffing van de zekerheidstelling die de voogd inzake zijn beheer heeft gegeven.

Art. 417. De goedkeuring van de rekening doet geenszins afbreuk aan de aansprakelijkheidsvorderingen die de minderjarige tegen de voogd en tegen de toeziende voogd kan instellen.

Art. 418. Het bedrag van het door de voogd verschuldigde saldo brengt van rechtswege intrest op zodra de rekening is goedgekeurd en ten laatste drie maanden na beëindiging van de voogdij. De intresten van het bedrag dat de minderjarige aan de voogd verschuldigd is, beginnen slechts te lopen op de dag dat tot betaling is aangemaand na goedkeuring van de rekening.

Art. 419. Vorderingen van de minderjarige tegen zijn voogd of zijn toeziende voogd betreffende feiten en rekeningen van de voogdij verjaren na 5 jaar te rekenen van de meerderjarigheid, zelfs indien de minderjarige ontvoogd is geworden.

Art. 420. De voogd brengt jaarlijks bij de vrederechter en de toeziende voogd verslag uit over de opvoeding en de opvang van de minderjarige, alsook over de maatregelen die hij heeft genomen voor de ontplooiing van de persoon van de minderjarige. Het verslag wordt bij het procesdossier gevoegd. ".

 

Art. 14. In artikel 475ter, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 1969 en gewijzigd bij de wet van 31 maart 1987, vervalt de derde zin.

 

Art. 15. In artikel 475quater, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 1969 en gewijzigd bij de wetten van 31 maart 1987 en 19 januari 1990, worden de woorden "uit de ouderlijke macht n vervangen door de woorden "uit het ouderlijk gezag".

 

Art. 16. Artikel 475sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 1969 en gewijzigd bij de wet van 31 maart 1987, wordt vervangen door de volgende bepaling :

" Art. 475sexies. De jeugdrechtbank kan aan de pleegvoogdij een einde maken op verzoek :

1° hetzij van de pleegvoogd;

2° hetzij van degenen die overeenkomstig artikel 475bis met de pleegvoogdij hebben ingestemd of van degenen die het kind hebben erkend of gewettigd na de totstandkoming van de pleegvoogdij;

3° hetzij van de procureur des Konings.

De jeugdrechtbank behandelt het verzoek op de wijze omschreven in artikel 475ter, derde lid.

Indien zij aan de pleegvoogdij een einde maakt, kan zij desgevraagd, na het advies van de personen bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, te hebben ingewonnen en na de procureur des Konings te hebben gehoord, de verplichting van de pleegvoogd om het kind te onderhouden en het de mogelijkheid te bieden in zijn levensonderhoud te voorzien, beperken of opheffen. ".

Art. 478. De minderjarige die geen ouders heeft en die vijftien jaar oud is, kan worden ontvoogd indien de voogd en de toeziende voogd hem daartoe geschikt oordelen.

De voogd en de toeziende voogd dienen daartoe een verzoek in bij de jeugdrechtbank, die optreedt overeenkomstig artikel 477. Wanneer zij het niet eens zijn, wordt het verzoek door een van hen ingediend. In dat geval moet de jeugdrechtbank degene die geen verzoek heeft ingediend, horen of oproepen.

Op verzoek van het openbaar ministerie wordt een eensluidend verklaard afschrift van het overeenkomstig dit artikel uitgesproken vonnis overgezonden aan de vrederechter van de plaats waar de voogdij is opengevallen. ".

 

Art. 479. Wanneer de voogd niets heeft ondernomen om de minderjarige die voldoet aan de in artikel 478 gestelde voorwaarden te ontvoogden en wanneer een of meer bloedverwanten of aanverwanten tot in de vierde graad van deze minderjarige hem geschikt oordelen om te worden ontvoogd, kunnen zij de procureur des Konings verzoeken zich met het oog op de ontvoogding tot de jeugdrechtbank te wenden.

De minderjarige kan te dien einde eveneens een verzoek indienen bij de procureur des Konings.

Artikel 478, derde lid, is van toepassing.

 

Artikel 483. De ontvoogde minderjarige mag onder geen enkel voorwendsel leningen aangaan zonder machtiging van de vrederechter gegeven overeenkomstig artikel 410, § 1. ".

 

 

Diverse wettelijke bepalingen:

Art. 50. B.W.: § 1. De ambtenaar van de burgerlijke stand die de aangifte van geboorte van een kind ontvangt wiens afstamming ten aanzien van zijn ouders niet vaststaat of die in zijn registers het beschikkende gedeelte van een rechterlijke beslissing overschrijft waarbij een vordering betreffende de betwisting van de afstamming wordt toegewezen ten aanzien van de ouders of ten aanzien van de enige ouder met betrekking tot wie de afstamming vaststaat, is gehouden daarvan binnen drie dagen kennis te geven aan de vrederechter bedoeld in artikel 390.

§ 2. De ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte van overlijden opmaakt, is gehouden daarvan binnen drie dagen kennis te geven aan de vrederechter bedoeld in artikel 390. Hetzelfde geldt wanneer de overledene voogd of adoptieve ouder was van een minderjarige, van een persoon in staat van verlengde minderjarigheid of van een onbekwaamverklaarde.

De ambtenaar van de burgerlijke stand die in zijn registers het beschikkende gedeelte van een rechterlijke beslissing overschrijft waarbij een onbekwaamverklaarde meerderjarige onder voogdij wordt geadopteerd of het beschikkende gedeelte van een rechterlijke beslissing waarbij de adoptie van een minderjarig kind wordt herroepen zonder dat beslist wordt dat het weer onder het ouderlijk gezag van zijn ouders wordt geplaatst, is gehouden daarvan binnen drie dagen kennis te geven aan de vrederechter, bedoeld in artikel 390.

§ 3. De vervaldag is in de termijn begrepen.

Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag uitgesteld tot de eerstvolgende werkdag. ".

Afwezige of verdwenen ouders:

Art. 142. B.W. Indien een van de ouders overleden is, wordt zes maanden na de verdwijning van de andere ouder het gezag over de persoon van het kind en het beheer van zijn goederen voorlopig geregeld overeenkomstig de artikelen 389 en volgende.

Hetzelfde geldt wanneer de afstamming slechts vaststaat ten aanzien van een ouder en die verdwenen is.

Op verzoek van het openbaar ministerie wordt een eensluidend verklaard afschrift van elk vonnis gewezen op grond van de artikelen 112, 113 of 117 toegezonden aan de vrederechter bevoegd voor de organisatie van de voogdij over de minderjarige kinderen. ".

Voogdij en Adoptie en volle adoptie

 

Art. 348 BW 1° § 1, derde lid :

" Wanneer beide ouders van het minderjarige kind of van de onbekwaamverklaarde overleden zijn, afwezig zijn verklaard, zich in de onmogelijkheid bevinden hun wil te kennen te geven of geen bekend verblijf hebben, wordt de toestemming gegeven door de voogd. Hetzelfde geldt wanneer de afstamming van het minderjarige kind of van de onbekwaamverklaarde ten aanzien van geen van beide ouders vaststaat.

In geval van adoptie door de voogd wordt de toestemming gegeven door de toeziende voogd. Indien de belangen van de toeziende voogd tegengesteld zijn aan die van de minderjarige, wordt de toestemming gegeven door een voogd ad hoc die de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aanwijst op verzoek van iedere belanghebbende of van de procureur des Konings. ".

Art. 348 BW 2° § 2, eerste lid :

" Indien bij een vroegere adoptie artikel 353 is toegepast, is de toestemming van de vader of de moeder die geweigerd heeft in deze adoptie toe te stemmen niet meer vereist voor een nieuwe adoptie. Indien overeenkomstig deze bepaling noch de vader noch de moeder van het kind moeten toestemmen, moet de toestemming worden gegeven door een voogd ad hoc die de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aanwijst op verzoek van iedere belanghebbende of van de procureur des Konings.

Verlengde meerderjarigheid vervanging van het ouderlijk gezag door voogdij.

Art. 487 quater van het B.W. bepaalt uitdrukkelijk dat zolang de vader en de moeder in leven zijn de persoon die in staat van verlengde meerderjarigheid verkeerd, onderworpen is aan het ouderlijk gezag, maar als het belang van die persoon het vereist, de Rechtbank kan verdelen dat de ouders ontlast worden van het ouderlijk gezag en dat het wordt overgedragen op een voogd (en een toeziende voogd) welke hij aanstelt.

Deze maatregel kan natuurlijk genomen worden na het overlijden van de ouders, maar ook op een ogenblik dat de ouders niet meer in staat zijn om op een degelijke manier in te staan voor de minderjarige.

Het instellen van deze voogdij heeft evenwel niet tot doel om de hechte band tussen de verlengt minderjarige met zijn ouder door te knippen of de verlengd minderjarige verklaarde persoon weg te halen uit zijn vertrouwde leefwereld en omgeving.

Maar een en ander is wel mogelijk wanneer de ouders niet meer in staat zijn om op een maatschappelijk aanvaardbare wijze zorg te dragen voor het welzijn en de materiële verzorging van de verlengde minderjarige.

Voor een toepassingsgeval zie Gent, 4 september 2008, tijdschrift voor familierecht, 2009/9 pagina 191, met noot van David Van Lierde , verlengde minderjarigheid en de toepassing van art. met noot van David Van Lierde, verlengde minderjarigheid en de toepassing van artikel 487 quater B.W.

 

...

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: vr, 09/03/2018 - 17:24

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.