-A +A

Vonnis bij verstek – Wat is een verstekvonnis en wat er tegen doen?

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wanneer u niet bent verschenen op de dag waarop uw zaak voor de rechtbank voorkwam en u ook geen advocaat heeft geconsulteerd die instond voor de verdediging van uw belangen is de kans groot dat u bij verstek veroordeeld werd.

 

U zal dan een kopie ontvangen van het vonnis dat bij verstek werd gewezen (uitgesproken). Het is van het grootste belang dat u onmiddellijk uw advocaat raadpleegt zodat er dan tijdig verzet kan aangetekend worden.

In sommige zaken is de verzetstermijn zeer kort, soms slechts 15 dagen of minder.

Door verzet aan te tekenen wordt uw zaak voor de zelfde rechter opnieuw behandeld maar dan in uw aanwezigheid. Opgelet indien u dan opnieuw niet verschijnt of door uw advocaat vertegenwoordigd bent, kan u dan niet meer opnieuw verzet aantekenen.

Voor de nieuwe actuele regeling inzake het verzet in strafzaken zie Potpourri II: wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering. Voor de regeling in het burgerlijk procesrecht, zie artikel 802-806 Gerechtelijk wetboek.

 

 

 

 

 

 

Nog dit: 

Verstekvonnis is (niet meer) een taak van de taak van de rechter

De procedure bij verstek is een procedure waarbij een van de partijen, hoewel regelmatig opgeroepen, niet op de ter inleidingszitting of een latere zitting waarop de zaak is verdaagd of vastgesteld ter zitting verschijnt (art. 802 Ger.W.) en ook geen conclusie heeft genomen (art. 804 Ger.W.).

Er is geen sprake van verstek op een rechtsdag, die overeenkomstig art. 747 Ger.W. is bepaald. Op deze zitting kan een partij "voordeel vragen". dit wil zeggen dat de meest gerede partij een vonnis vorderen, dat hoe dan ook op tegenspraak is gewezen (art. 747, § 2, zesde lid Ger.W.).

Principieel is het de verweerder die verstek laat, maar ook een eiser kan verstek laten en de verweerder kan dan een verstekvonnis vragen. Maar verstek werkt niet van rechtswege.

Verstek moet gevorderd worden. De rechter kan niet ambtshalve verstek verlenen. Een partij is overigens niet verplicht verstek te vorderen.

Indien de versteklatende partij in de loop van de zitting verschijnt kan het verstek gezuiverd worden conform art. 805 Ger. W. "Het verstekvonnis mag niet worden uitgesproken vóór het einde van de zitting waarop het verstek is vastgesteld en voor zover dit verstek voordien niet gezuiverd is.
Het verstek zal gezuiverd zijn en het geding voortgezet worden op tegenspraak, indien de partijen dit samen verzoeken tijdens de zitting waarop het verstek is gevorderd.".

"Art. 804. Gerechtelijk wetboek: Indien een van de partijen niet verschijnt op de zitting waarop de zaak is bepaald of waartoe zij is verdaagd, kan tegen haar vonnis bij verstek worden gevorderd.
De rechtspleging is evenwel op tegenspraak ten aanzien van de partij die is verschenen overeenkomstig artikel 728 of 729 en ter griffie of ter zitting conclusies heeft neergelegd."

Een schriftelijke tussenkomst art. 729, belet niet dat er verstek wordt genomen. Indien de wederpartij de schriftelijke verschijning heeft aanvaard kan er geen verstek meer worden genomen.

Indien er een een tussenvonnis op tegenspraak werd gewezen (art. 775 Ger.W.) dan blijft de procedure op tegenspraak op de uitgestelde zitting in voortzetting, ook indien een partij op die voortgezette ziiting niet verschijnt.

Tegen een verstekvonnis kan verzet worden ingesteld.

In tegenstelling tot de periode voor de potpourri wetgeving behoudt een verstekvonnis waarde zelfs na het verstrijken van de periode van 1 jaar zonder betekening. Een niet betekend verstekvonnis kan ten alle tijde betekend worden.

Art. 806 ." In het verstekvonnis willigt de rechter de vorderingen of verweermiddelen van de verschijnende partij in, behalve in zoverre de rechtspleging, die vorderingen of middelen strijdig zijn met de openbare orde" . Of kennelijk ongegronde vorderingen zelfs indien zij niet strijdig zijn met de openbare orde, door de rechter door de rechter mogen worden gematigd of afgewezen, blijft de vraag. Aangezien deze passage in het oorspronkelijk ontwerp van wet werd geschrapt, lijkt het antwoord negatief. Zulks gaat uit van de dwaze regel dat iedereen die zich verongelijkt voelt door een verstekvonnis verzet kan aantekenen of zoals Bart de Wever het zou zeggen "absens, si bonam causam habuit, vincet" zelfs de afwezige wint de goede zaak". Wie met de voeten in de praktijk staat weet dat het tegendeel waar is.

Tegen het merendeel van de verstekvonnissen wordt geen verzet aangetekend. Dit kan uit onwetendheid, maar ook bij gebrek aan middelen van de rechtsonderhorige nadat de regering Michel I, de toegang tot de rechter, met de verhoogde RPV, de invoering van de BTW voor gerechtsdeurwaarder en advocaten, de toepassing van het wetboek van economisch recht op de vrije beroepen, onbetaalbaar heeft gemaakt voor de kleine zaken, waarbij de kosten van een verzetsprocedure de baten overschrijden. Aldus versterkt de wetgever de klassejustitie, waarbij de laagste klasse in handen van de pro-Deo wordt geduurd, de rijke klasse nog kan procederen en protesteteren door verzet tegen een verstekvonnis en de middenklasse de toegang tot het recht wordt ontzegd.

En de meeste vonnissen zijn verstekvonnissen, zoals vorderingen van ziekenhuizen, nutsbedrijven, RSZ, postorderbedrijven, banken, fitnesscentra. Deze vorderinge zijn vmeer dan eens kennelijk ongegrond en zeker voor matiging vatbaar. Maar de burger zonder centen en kennis verschijnt zelfs niet op de zitting, want hij weet niet hoe het daar gaat en wat hij moet en mag en niet mag doen en zeggen en heeft niet de centen om een advocaat te raadplegen.

"De rechter bij verstek is niet verplicht om nog een onderzoek ten gronde te verrichten. Eens dat de rechter heeft nagegaan of de verweerder de regelmatige kans heeft gekregen om voor hem te verschijnen en de benodigde processuele bescherming is verleend, moet de rechter (de openbare orde niet te na gesproken) zich niet inlaten met de gegrondheid van de vordering. Op die manier moet de eiser geen nadeel ondervinden van de afwezigheid van de verweerder, die al zijn rechten behoudt bij het aanwenden van de hem ter beschikking staande rechtsmiddelen". (Sven Mosselmans, Taak van de rechter bij verstek, RW 2016-2017, 3). Verwacht wordt dat de rechtspraak artikel 806 zal interpreteren en formuleren als een mogelijkheid tot inwilliging in plaats van een verplichting of door de topassing van art. 6.1 EVRM buiten toepassing zal laten. Tenslotte bestaat de mogelijkheid dat dit artikel 806, elke uitwerking kan verliezen doordat hierdoor ongemotiveerde uitspraken tot stand komen in strijd met de motiveringsplicht van de rechter in toepassing van art. 149 Ger. W. .

Weze opgemerkt dat iemand onbewust of bewust verstek laat. Hij die bewust verstek laat kan dit doen omdat hij de middelen niet heeft zich te verplaatsen of te laten vertegenwoordigen of omdat hij vertrouwen heeft in ons rechtssysteem en in de rechter die over de vordering, zijn zaak in een rechtstaat uitspraak moet doen. Hij gelooft dat wie recht in zijn schoenen staat recht krijgt. Dat recht een automatische werking heeft.

Een verstekvonnis is principieel niet uitvoerbaar bij voorraad, behoudens indien de rechter het verstekvonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard (art. 1397 eerste lid Ger. W.).

Voor het verstek en het verzet in strafzaken geldt een bijzondere regeling ingeschreven in de Potpourri II wet


Relatieve inwilligingsplicht van de rechter bij verstek in burgerlijke zaken

Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen Afdeling Kortrijk, 5e Kamer – 13 september 2016.

Samenvatting

De inwilligingsplicht van de rechter ingeschreven in artikel 806 gerechtelijk wetboek, bij de behandeling van zaken op verzet, verbiedt de rechter niet na te zien of in consumentencontracten te oordelen over oneerlijke bedingen, of moratoire interesten die strijdig zijn met de openbare orde af te wijzen.

Tekst vonnis:

Bvba L.-F. t/ L.

1. Feiten en vordering

1.1. In haar dagvaarding zet eiseres uiteen dat verweerder nog volgende bedragen verschuldigd is uit hoofde van door haar uitgevoerde sanitaire werken:

– een saldo van 1.920 euro op factuur nr. 445 van 28 september 2015;

– het totaal van 2.346,16 euro eindfactuur nr. 308 van 23 mei 2016.

1.2. Op 12 mei 2016 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld voor het openstaande saldo op factuur nr. 445.

1.3. In art. 8 van de factuurvoorwaarden van eiseres staat onder meer: “Iedere factuur die onbetaald blijft op de vastgestelde vervaldag, wordt van rechtswege en zonder ingebrekestelling vermeerderd met een intrest van 12% per jaar tot volledige betaling. Dit met een minimum van 125 euro en een maximum van 1875 euro als conventioneel strafbeding en overeengekomen schadevergoeding voor administratieve kosten aan het bedrijf veroorzaakt, zonder dat die betaling een beletsel vormt voor een eventuele toepassing van artikel 1244 BW ten gunste van de schuldenaar.”

1.4. Eiseres vordert een bedrag van 4.942,36 euro, samengesteld uit de openstaande factuursaldi, een conventionele rente van 12% en een schadebeding, vermeerderd met de conventionele rente aan 12% op 4.266,16 euro vanaf 9 juni 2016.

...

2. Beoordeling

2.1. Gevolgen van het verstek

2.1.1. Krachtens art. 806 Ger.W., zoals vervangen door art. 20 van de wet van 19 oktober 2015 “houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie” en in werking sinds 1 november 2015, willigt de rechter in het verstekvonnis de vorderingen of verweermiddelen van de verschijnende partij in, behalve in zoverre de rechtspleging, die vorderingen of middelen strijdig zijn met de openbare orde.

2.1.2. Uit de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie volgt dat een effectieve consumentenbescherming zoals door de richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten en bij uitbreiding de overige richtlijnen inzake consumentenbescherming bedoeld, enkel gerealiseerd kan worden door een positief ingrijpen buiten de partijen bij de overeenkomst om (cf. o.a. HvJ 26 oktober 2006, C-168/05, Mostaza Claro, randnr. 26). Dit impliceert dat de rechter ambtshalve moet onderzoeken of de bedingen die in de overeenkomst voorkomen niet oneerlijk zijn.

De bescherming die de richtlijnen aan de consument verleent, strekt zich dus ook uit tot de gevallen waarin de consument die een overeenkomst heeft gesloten die een oneerlijk beding bevat, zich niet op de oneerlijkheid van dat beding beroept, hetzij omdat hij onwetend is van zijn rechten, hetzij omdat hij ervan afziet zijn rechten geldend te maken wegens de kosten van een vordering in rechte (cf. o.a. HvJ 21 november 2002, C-473/00, Cofidis, randnr. 34).

Hieruit volgt dat de door de diverse richtlijnen aan de consument verleende bescherming zich verzet tegen een nationale rechtsregel die de bevoegdheid van de rechter om dergelijke bedingen ambtshalve te toetsen beperkt of uitsluit (cf. o.a. HvJ 21 november 2002, C-473/00, Cofidis, nr. 38; HvJ 26 oktober 2006, C-168/05, Mostaza Claro, randnr. 38; HvJ 14 juni 2012, C-618/10, Banco Español de Credito, randnr. 57).

2.1.3. Gelet op de hiërarchie van de normen, dient het nieuwe art. 806 Ger.W. – ondanks de duidelijke bewoordingen ervan – te worden uitgelegd op een wijze die niet strijdig is met de hierboven vermelde principes. De rechtbank dient daarom ook in een verstekprocedure na te gaan of de bedingen waarop de vordering gebaseerd is, niet als oneerlijke bedingen gelden.

2.2. Toepassing

2.2.1. Krachtens art. VI.83, 17o WER is een beding onrechtmatig wanneer het het bedrag vastlegt van de vergoeding verschuldigd door de consument die zijn verplichtingen niet nakomt, zonder in een gelijkwaardige vergoeding te voorzien ten laste van de onderneming die in gebreke blijft.

Aangezien in de algemene voorwaarden geen gelijkwaardige vergoeding werd overeengekomen voor het geval eiseres haar verbintenissen niet (tijdig) nakwam, kan geen toepassing worden gemaakt van de forfaitair bepaalde schadevergoeding.

Het schadebeding van 511,94 euro dient in mindering te worden gebracht van het gevorderde bedrag.

2.2.2. Eiseres heeft verweerder enkel in gebreke gesteld voor het saldo van factuur nr. 445. Moratoire rente begint in principe te lopen vanaf de ingebrekestelling.

Aangezien de vordering van eiseres op het vlak van de gevorderde saldi en conventionele rente evenwel niet strijdig is met de openbare orde, dient zij krachtens art. 806 Ger.W. te worden ingewilligd.

...

Rechtspraak:

• Vred. Westerlo 2 maart 2016, RW 2016-17, 273.

Rechtsleer:

• S. Mosselmans, “Taak van de rechter bij verstek”, RW 2016-17, p. 17-18, nr. 53.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: ma, 19/10/2009 - 20:58
Laatst aangepast op: ma, 20/03/2017 - 16:31

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.