-A +A

volgens de regels van de kunst

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Krachtens art. 1135 B.W. verbinden de overeenkomsten niet alleen tot hetgeen daarin uitdrukkelijk is bepaald, maar ook tot alle gevolgen die door de billijkheid, het gebruik of de wet aan de verbintenis, volgens de aard ervan, worden toegekend.

Hieruit volgt dat de aannemer niet alleen gehouden is tot hetgeen uitdrukkelijk in de overeenkomst met de opdrachtgever is bedongen, maar ook tot de uitvoering van de opdracht volgens de regels van de kunst.

rechtspraak:

•• Hof van Cassatie, 1e Kamer – 2 februari 2006, RW 2008-2009, 926

....
III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens art. 1135 B.W. verbinden de overeenkomsten niet alleen tot hetgeen daarin uitdrukkelijk is bepaald, maar ook tot alle gevolgen die door de billijkheid, het gebruik of de wet aan de verbintenis, volgens de aard ervan, worden toegekend.

2. Hieruit volgt dat de aannemer niet alleen gehouden is tot hetgeen uitdrukkelijk in de overeenkomst met de opdrachtgever is bedongen, maar ook tot de uitvoering van de opdracht volgens de regels van de kunst.

3. De uitvoeringsagent die door een contractant in zijn plaats wordt gesteld om het contract geheel of gedeeltelijk uit te voeren, mag ten aanzien van de uitvoering van het contract en ten opzichte van de wederpartij van de opdrachtgever niet als een derde in die contractuele verhouding worden beschouwd.

4. Het arrest stelt vast dat:

– eiser, als uitvoeringsagent van F.D. bij wie verweerder de levering en plaatsing van een verwarmingsinstallatie had besteld, in de woning van verweerder een verwarmingsketel op een houten vloer heeft geplaatst zonder brandvrije sokkel;

– het niet monteren van de ketel op een brandvrije sokkel de oorzaak was van de brand in de woning van verweerder;

– volgens de deskundige eiser als vakman diende te weten dat hij de ketel op een brandvrije sokkel diende te plaatsen, zelfs al was dit niet bepaald in de offerte, en hij als installateur en vakman de ketel niet had mogen monteren.

5. Het arrest veroordeelt vervolgens eiser op grond van art. 1382 e.v. B.W. tot het betalen van schadevergoeding op grond dat eiser, door de brandketel in de gegeven omstandigheden te plaatsen, minstens door verweerder als gebruiker van het pand niet te hebben gewezen op de brandonveilige toestand op de zolderverdieping, uitsluitend een tekortkoming heeft begaan op de algemene zorgvuldigheidsplicht, zijnde een fout die duidelijk los staat van het contract tussen verweerder en F.D., aangezien hierin de plaatsing van een sokkel niet was bepaald.

6. Het arrest schendt aldus de artikelen 1135, 1382 en 1383 B.W.

7. Het middel is gegrond.
 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:13
Laatst aangepast op: za, 03/02/2018 - 12:29

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.