-A +A

Voertuigschade bepaald door de rechter op basis van publicatie van waardebepaling in tijdschrift

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De bepaling van de waarde een voertuig door de rechter aan de hand van de publicatie in een tijdschrift

Cassatie 23/02/2005, AR P041472F, juridat

Samenvatting

De waarde van een voertuig die wordt bepaald op basis van een tijdens de beraadslaging verschenen tijdschrift, is geen aan de rechter of uit de ervaring algemeen bekend feit en dient aan de tegenspraak van de partijen te worden onderworpen.

tekst arrest

Nr. P.04.1472.F.-

I. B. G.,

II. Y. K.,
beide voorzieningen tegen
A. M.

I. Bestreden beslissing
De cassatieberoepen zijn gericht tegen een arrest, dat op 6 oktober 2004 is gewezen door het Hof van Beroep te Luik, correctionele kamer.

II. Rechtspleging voor het Hof

III. Cassatiemiddelen
De eerste eiser voert een middel aan in een memorie, waarvan een voor eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.
IV. Beslissing van het Hof

A. Over het cassatieberoep van G.B. :

Overwegende dat het arrest, voor de berekening van het bedrag van de vergoeding die aan verweerder is verschuldigd, met name rekening houdt met de restwaarde van de occasiewagen waarvan het de teruggave beveelt ; dat de appèlrechters die waarde vaststellen met verwijzing naar de "Autogids nr. 1319 van 8 juli 2004" ;

Overwegende dat het hof van beroep het debat had gesloten op 17 juni 2004 ;

Overwegende dat de appèlrechters, door de waarde van het voertuig dat dient te worden teruggegeven, op grond van een tijdschrift vast te stellen dat tijdens hun beraadslaging verschijnt, zich op feitelijke gegevens gronden die niet aan de tegenspraak van de partijen werden onderworpen terwijl deze niet als algemeen bekend of uit de ervaring algemeen bekend feit mogen worden beschouwd ;

Dat het middel, wat dat betreft, gegrond is ;

B. (...)

OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet op de tegen de eerste eiser ingestelde civielrechtelijke vordering ;
Verwerpt het cassatieberoep van de tweede eiser ;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ;
Veroordeelt de tweede eiser in de kosten van zijn cassatieberoep en verweerder in de kosten van het cassatieberoep van de eerste eiser ;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Bergen.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, en in openbare terechtzitting van drieëntwintig februari tweeduizend en vijf uitgesproken

Verbod voor rechter beslissing te gronden op feitelijke gegevens die niet aan de tegenspraak van de partijen werden onderworpen
Algemeen bekend feit - Algemene ervaringsregel

P.04.1472.F

De Heer Advocaat-generaal met opdracht CORNELIS heeft in substantie gezegd: (VERTALING)

In onderhavige zaak die alleen nog de burgerlijke belangen betreft is het cassatieberoep van de eerste eiser met name gegrond op een schending van art. 6 E.V.R.M..

Eiser werd veroordeeld wegens heling van een gestolen voertuig, en verwijt de appèlrechters dat zij de waarde van het voertuig hebben geschat op grond van een abstracte waarde, in casu deze van de 'Autogids', waarbij een fotokopie van een exemplaar van dat tijdschrift, dat na het sluiten van het debat is verschenen, bij het dossier is gevoegd. Eiser voert aan dat de rechtbank daardoor het beginsel van de tegensprekelijkheid van het debat heeft miskend.

Mocht het beroepen vonnis zijn beslissing gronden op een gegeven waarvan de rechters slechts buiten de terechtzitting kennis hadden kunnen nemen?

De rechter is niet verplicht de gegevens waarop hij steunt en die een algemeen bekend feit of een uit de ervaring algemeen bekende regel uitmaken, aan de tegenspraak van de partijen te onderwerpen (1).

Men neemt over het algemeen aan dat hij mag verwijzen naar woordenboeken of encyclopedieën om de betekenis van woorden te achterhalen.

In uw arresten van 6 oktober 1987 en 21 oktober 1988 (2) heeft U een redengeving aangenomen die refereerde aan remafstanden die in een gespecialiseerd tijdschrift waren opgenomen of die afstanden opgaf overgenomen uit een boek met wettelijke afstanden. Een criterium is hier dat de bron waarnaar wordt verwezen onder het grote publiek is bekend. Volgens A. DE NAUW, 'on ne peut prétendre qu'une garantie fondamentale du justiciable a été violée dès lors que les éléments se trouvaient à la disposition des parties' (3).

Dit criterium lijkt mij evenwel onvoldoende. Het begrip van algemeen verspreide kennis, zoals de Heer Advocaat-generaal R. LOOP benadrukte, waarbij hij Le Petit Robert citeert in zijn conclusie die het voormelde arrest van 26 juni 2002 voorafgaat, verwijst naar 'begrippen die op zekere en vaststaande wijze door een groot aantal personen zijn gekend'.

Ofschoon het geciteerde tijdschrift een gespecialiseerde uitgave is die tot ieders beschikking staat, is de prijsopgave van de voertuigen daarin slechts een schatting die aan afwijkingen onderhevig is in functie van elementen zoals het aantal kilometers, het ongevalvrij zijn, onderhoud, enz... De waarden die erin staan vermeld zijn dus allesbehalve zeker. Dat gegeven diende, volgens mij, aan de tegenspraak van de partijen te worden onderworpen.

De eerste eiser voert dus terecht aan dat zijn recht op een eerlijk proces is miskend. Ik besluit tot vernietiging van het arrest met verwijzing, in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering tegen de eerste eiser.
____________________________________________________________
(1) Cass., 6 juni 1984, AR 3493, nr 572; 24 jan. 1995, AR P.94.1135.N, nr 39; 26 juni 2002, AR P.02.0505.F, nr 384.
(2) Cass., 6 okt. 1987, AR 1502, nr 78; 21 okt. 1988, AR 6050, nr 106.
(3) DE NAUW, A., Les règles d'exclusion relatives à la preuve en procédure pénale belge, Rev.dr.pén., 1990, p. 715.
 

Voertuigschade (uittreksel uit de indicatieve tabel 2012) 

1.1. Basisbedrag
In principe wordt de schade, voortvloeiend uit het verlies van een voertuig of de noodzaak om het te laten herstellen, vergoed op basis van het proces-verbaal van de deskundige dat tot stand is gekomen op initiatief van de verzekeraar van de benadeelde (toepassing van de RDR-conventie) of van de verzekeraar van de aansprakelijke. Deze processen-verbaal verbinden enkel de ondertekenaars. In bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld bij een nieuw voertuig of een oldtimer, kan wegens een waardevermindering na de herstelling een forfaitaire vergoeding van 10 % worden toegekend op de waarde van het zwaar gehavende voertuig, bij ontstentenis van concrete elementen om deze schade te begroten.

1.2. De btw
In het geval van een totaal verlies heeft de schadelijder, die niet btw-plichtig is toch recht op de btw, zelfs wanneer hij het vernielde voertuig niet vervangt of wanneer hij de schadevergoeding aanwendt voor de aankoop van een tweedehandswagen waarop bij de aankoop geen btw verschuldigd is of slechts btw op het verschil tussen de verkoop- en de inkoopprijs van de garagist. De btw-aanslagvoet is deze op het ogenblik van de vervanging van het voertuig. Indien het voertuig van een niet-btw-plichtige bij een ongeval wordt beschadigd, heef de schadelijder recht op de btw, ongeacht of hij al dan niet de herstelling laat uitvoeren.

1.3. Takel- en stallingskosten
De tabelkosten maken deel uit van de vergoedbare schade.

De stallings- of bergingskosten die aangetoond worden door stukken moeten eveneens ten laste van de aansprakelijke worden gelegd voor de volledige periode gedurende welke het voertuig ter beschikking moet blijven van de deskundige en vervolgens gedurende de tijd nodig voor de verkoop van het wrak of in afwachting van de uit te voeren herstellingen.

1.4. Gebruiksderving

1.4.1. Wachttijd

De duur van de wachttijd stemt overeen met de tijd nodig om de voertuigschade te bepalen en te begroten.
Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden naargelang het een totaal verlies betreft, dan wel een herstelling mogelijk is.
Als het voertuig niet buiten gebruik is, wordt 1 dag toegekend voor de expertiseverrichtingen.

1.4.2. Herstellingsduur
Onder de herstellingsduur wordt begrepen de tijd die nodig is om de herstellingen uit te voeren aan het voertuig, in beginsel conform de gegevens van het deskundig verslag.

1.4.3. Vervangdagen

De vervangings- of mutatieduur betreft de tijd die nodig is om het vernielde voertuig te vervangen; deze duur moet concreet worden bewezen. Bij gebrek aan concrete elementen ter zake kan er een forfait worden toegekend van 15 dagen.

1.4.4. Vergoeding wegen gebruiksderving

Indien de benadeelde een vervangwagen huurt heeft hij recht op de terugbetaling van de gemaakte kosten op voorwaarde dat de vervangwagen van hetzelfde type is.

Bovendien kan als besparing voor het niet-gebruik van het eigen voertuig een bedrag worden aangerekend gelijk aan 10 % van de huurfactuur.
Indien geen vervangvoertuig wordt gehuurd kunnen de hierna vermelde forfaitaire bedragen worden toegekend.

Voertuig Vergoeding/dag
Fiets € 5
Bromfiets (< 50 cc) € 6,5
Moto
> 50 cc € 9
> 450 cc € 15
Aanhangwagen personenwagen
< 500 kg € 10
> 500 kg € 15
Personenwagen (ook voor professioneel gebruik en leasing) € 20
Stationwagen € 25
Mobilhome € 50
Taxi grote maatschappijen € 46
Taxi zelfstandige uitbater € 59,50
Huurwagen (exclusief leasing) € 46
Lichte vrachtwagen
< 2 ton nettolaadvermogen € 37,50
> 2 ton nettolaadvermogen € 37,50
+ € 7,50 per ton
Vrachtwagen
< 3 ton nettolaadvermogen € 46
> 3 ton nettolaadvermogen € 46
+ € 10 per ton
Eigenaar van één vrachtwagen € 62
Tankwagen
< 3,5 ton nettolaadvermogen € 112
> 3,5 ton nettolaadvermogen € 112
+ € 10 per ton
Kraanwagen € 149
Betonwagen € 174
Landbouwtractor € 37,50
Trekker van oplegger (163 pk) € 112
Oplegger vrachtwagen € 87
Ziekenwagen € 87
Kampeeraanhangwagen/caravan € 24
Autobus
< 50 plaatsen €45
≥ 50 plaatsen € 89,50
> 60 plaatsen € 112
> 70 plaatsen € 136,50
> 80 plaatsen € 174
Autocars
< 31 plaatsen € 45
≥ 31 plaatsen € 89,50
> 38 plaatsen € 112
> 44 plaatsen 136,50
> 50 plaatsen € 174

1.4.5. Financiering

Indien het slachtoffer voor de aanschaf van een ander voertuig of voor de uitvoering van de herstellingskosten een lening aangaat, maken de kosten van deze financiering met inbegrip van de interesten een vergoedbare schade uit.

2. Verplaatsingskosten

Het is aan het slachtoffer om een precies overzicht te verschaffen van zijn verplaatsingen.
Indien de verplaatsingskosten forfaitair worden berekend, wordt een vergoeding van 0,33 euro/km aanvaard, ongeacht het type van voertuig.

3. Administratiekosten

Een forfaitaire tegemoetkoming van 100,00 euro kan toegekend worden uit hoofde van de administratie, de correspondentie- en de telefoonkosten.

Totaal verlies of Perte total of Total loss

twee soorten:

a. technisch totaal verlies: het voertuig kan niet meer in een voldoende goede staat worden hersteld;

b. economisch totaal verlies: om financiële redenen is het niet meer verantwoord de herstellingen te laten uitvoeren. Dit is het geval als de herstellingskosten hoger belopen dan het bedrag van de waarde vóór ongeval te verminderen met de wrakwaarde. 

wrakwaarde: het hoogste bod door een professionele opkoper geboden voor het wrak.

 


Op welke gronden kan de beslissing tot totaal verlies worden aangevochten?
 
- emotionele waarde
- collectiewaarde
- oldtimer
- historische waarde
- leeftijd van de eigenaar
- omstandigheden eigen aan de billijkheid en redelijkheid


Op welke vergoedingen kan u aanspraak maken bij totaal verlies?

- vervangingswaarde ( dus de waarde vóór ongeval) te verminderen met de wrakwaarde;
- 21 % B.T.W. op de vervangingswaarde (op het niet aftrekbaar deel)
- fiscale zegels voor de (her)inschrijving van de nummerplaat;
- belasting op de inverkeersstelling (B.I.V.);
- sleepkosten volgens factuur (B.T.W. inbegrepen): 
- wachttijd:  het aantal dagen tot de beslissing over de schade 20€ per dag, - - vervangings- of mutatieduur (tijd nodig voor de aankoop van een nieuw voertuig: vb. 30 dagen aan x 20 €/dag
- kosten administratie en achternageloop vb. ex aequo et bono 70,00 €
- vergoedende intrest 7 %, of 5 %, vanaf de dag van het ongeval tot de dag van de betaling
- kosten voor de financiering van het voertuig
- ...

De vervangwaarde van een voertuig kan niet afgeleid worden op grond van algemene afschrijvingstabellen of catalogussen met hierin waardebepalingen van slecht onderhouden wagens waarvan de vorige eigenaars met opzet afstand van nemen. De vervangingswaarde is hetgeen dient betaald voor een  gelijkaardig voertuig met gelijkaardige eigenschappen.

Vergeet niet de hoogste bieder op het wrak (identiteit verneemt u van uw maatschappij of van de expert) te verzoeken het wrak af te halen en de prijs voor het wrak aan u te betalen.

De gebruiksderving

Gebruiksderving per dag van voertuigen: (Vergoedingslijst opgesteld door de Verenigingen van Magistraten van België 2004). De hierna vermelde cijfers zijn deze van de zogeheten "indicatieve lijst" en zijn aldus enkel richtcijfers. Zij zijn noch maxima, noch minima tarieven, zodat hiervan in concreto kan afgeweken worden.

Recht op verkoop: de schadelijder heeft na het ongeval het recht zijn voertuig te verkopen in de staat waarin het zich bevindt na het ongeval en heeft in dit geval het recht op volledige vergoeding met inbegrip van de BTW (voor zover niet aftrekbaar).

BTW

B.T.W. -plichtigen die 50 % (respectievelijk 100%) van de B.T.W. op de aankoopprijs of op de herstellingsprijs kunnen recupereren kunnen slechts aanspraak maken op 50% van het BTW bedrag. Indien ze de BTW volledig kunnen recupereren kunnen ze geen aanspraak maken op de BTW.

stallingskosten

Stallingskosten kunnen slechts in rekening gebracht worden voorzover zij werkelijk in rekening gebracht werden en deze aanrekening evenzeer redelijk is.

- wanneer stallingskosten in rekening gebracht worden doordat de schadelijder zelf nalatig is gebleven zijn zij niet aanrekenbaar;
- in rekening gebrachte stallingskosten door een garagehouder voor een periode van minder dan 20 dagen voor een voertuig dat hij dan nog zelf hersteld heeft zijn onredelijk.
- stallingskosten in een aanslepend geding van meer dan 2 jaar zijn onredelijk, gezien de schade kon verminderd worden door de huur van een garagebox.

minwaarde

Naast de vergoeding van de schade kan u vaak ook aanspraak maken op een vergoeding veroorzaakt door de minwaarde die het geaccidenteerde voertuig heeft opgelopen. Een geaccidenteerd, weze het hersteld voertuig is op de tweedehandsmarkt minder waard dan een voertuig vrij van ongeval. ook al is deze schade toekomstig en in feite hypothetisch, toch geeft zij aanleiding tot vergoeding. De Rechtbank van eerste aanleg te Gent kende een vergoeding toe uit dien hoofde van 5.312,63 euro voor een voertuig met nieuwwaarde 53.126,26 euro, gekocht op 11/09/2002, met ongeval 14/10/02 en met een herstellingkost van 10.417,62 euro exclusief BTW. (rb. Gent, 07/11/2005, T.Pol, september 2006, 170)


De vergoeding in de praktijk en de expertise

Via uw makelaar of maatschappij zal er kort na het ongeval een expert uw voertuig komen onderzoeken. Deze expert wordt hierbij door uw eigen maatschappij aangesteld. Indien de expertise niet plaats vindt binnen de 3 dagen, doet u er goed aan de aanstelling van een voertuigexpert in een aangetekend schrijven aan uw maatschappij te laten gelden. Aldus kan u dan in elk geval vanaf het ongeval aanspraak maken op de dervingsvergoeding, zelfs wanneer uw maatschappij in gebreke blijft om tijdig een expert te sturen.

De expert zal u hierbij een voorstel doen.

U hoeft deze cijfers, zeker niet zomaar te aanvaarden. Vaak zijn de vergoedingen te laag en wordt er geen rekening gehouden met alle schadeposten. Vaak doen schadelijders beroep op het advies van hun garagist om hun belangen in een dergelijke discussie waar te nemen. Onthou dat een garagist een vakman is in zijn gebied, doch niet in dat van de onderhandelingen en vaak voorbijgaat aan de diverse overige schadeposten. Het advies van een advocaat is derhalve meer dan nuttig alvorens u uw rechten zomaar "aftekent".

Bij betwisting wordt vaak vaak beroep gedaan op arbitrage. U bent nooit verplicht om een dergelijke arbitrage te ondertekenen en deze resulteert vaak tot een slechter resultaat dan een behandeling voor de rechtbank. Een schrijven van een advocaat kan soms voldoende zijn om een hogere vergoeding te bekomen of een aantal "vergeten" posten toch in rekening te laten brengen.

Indien geen minnelijke regeling mogelijk is, kan u beroep doen op uw  rechtsbijstandverzekeraar* die de kosten van uw advocaat zal ten laste nemen. De rechtsbijstandverzekeraar zal eveneens de kosten van uw eigen onafhankelijke expert ten laste nemen, dit alles ten ware uw rechtsbijstandverzekeraar zelf een voor u aanvaardbare oplossing kan bereiken. Om uw rechtsbijstandverzekeraar in te schakelen doet u best beroep op uw makelaar of raadpleegt u zelf rechtstreeks een advocaat van uw eigen keuze die dan met deze maatschappij in contact kan treden.

Zo ook uw advocaat via onderhandelingen geen regeling kan bekomen die voor u aanvaardbaar is, zal uw advocaat de zaak inleiden voor de rechtbank teneinde een aanstelling van een gerechtelijk expert te bekomen en waarbij in heel wat gevallen een provisioneel schadebedrag kan worden toegekend.

Bij onderhandelingen zal een onderlegd advocaat overigens reeds aandringen op de uitbetaling van een provisie onder alle voorbehoud. Ook de maatschappij heeft belang bij de betaling van een provisie, al was het maar om de dure gerechtelijke rente te stoppen op dit bedrag.

Deze procedures verlopen meestal vrij vlot, doordat reeds op de eerste zitting de deskundige wordt aangesteld en de provisie toegekend.

De expertise verloopt zoals elke expertise in gerechtszaken, waarbij uw advocaat en uw gebeurlijke eigen deskundige u zullen bijstaan, er een voorverslag wordt opgesteld, de deskundige een ultieme maal zal proberen een verzoening te bereiken, de partijen hun opmerkingen overmaken aan de deskundige en de deskundige finaal zijn verslag zal neerleggen op de rechtbank. De rechtbank zal dan finaal de beslissing nemen met kennis van het advies van de deskundige, gehoord de advocaten in hun conclusies en pleidooien.

aan wie moet de verzekering betalen?

Art. 1 van de Wet Landverzekeringsovereenkomst stelt niet als voorwaarde tot het sluiten van een zaakschadeverzekering dat de verzekerde eigenaar is van het verzekerde goed, maar wel dat hij belang heeft bij het behoud ervan.

zie Burgerlijke Rechtbank te Kortrijk, 1e Kamer – 20 juni 2006, RW 2008-2009, 1196

Rechtspraak

• vervangingsvoertuig, Pol. Brugge 20 december 2004, RW 2007-2008,162:

Eiser vordert een vergoeding van 15 dagen x 37,18 euro of 557,70 euro, welk bedrag door huidig verweerder wordt betwist.

Uit de door eiser ingediende conclusies blijkt dat betrokkene bovendien en bovenop de gevorderde mutatieduur nog een vergoeding vordert voor de huur van een vervangwagen voor de periode van 13 maart 2001 tot 25 mei 2001.

Hier moet de Rechtbank bijgevolg vaststellen dat eiser er niet voor terug deinst om tweemaal vergoeding te vorderen voor dezelfde schade.

Algemeen wordt aanvaard dat de schade door onbruikbaarheid van een voertuig op de meest adequate wijze wordt vergoed door aan de eigenaar van een beschadigd of vernield voertuig de kosten terug te betalen van het huren van een gelijkwaardig vervangingsvoertuig tijdens de periode van onbruikbaarheid van het eigen voertuig, aangezien het slachtoffer of de benadeelde op die manier het best wordt teruggebracht in de toestand waarin deze zich bevond wat de genotswaarde van diens voertuig betreft, indien het schadegeval zich niet zou hebben voorgedaan (zie o.a. L. Schuermans e.a., «Overzicht van rechtspraak. Onrechtmatige daad. Schade en schadeloosstelling (1983- 1992)», T.P.R. 1994, p. 1418, nr. 125.2).

Wel dient het vervangingsvoertuig van dezelfde aard en dezelfde klasse te zijn als het beschadigde of vernielde voertuig, terwijl de duur van de huur van een vervangingsvoertuig de termijn niet mag overschrijden om een ander en gelijkwaardig voertuig aan te schaffen.

Naar het oordeel van de Rechtbank stond het meteen vast dat het voertuig van eiser een totaal verlies betrof, zodat van elk normaal vooruitziend en aandachtig huisvader mocht worden verwacht dat deze alles in het werk zou stellen om zich zo spoedig mogelijk een nieuw voertuig aan te schaffen.

De Rechtbank stelt vast dat huidige eiser, ondanks sommaties hiertoe door verweerder in conclusies, nalaat om de bestelbon over te leggen van een vervangingsvoertuig of nieuw voertuig en evenmin van de factuur van het vervangvoertuig of nieuwe voertuig.

Het inschrijvingsbewijs van het nieuwe voertuig vermeldt louter de datum waarop het nieuwe voertuig in het verkeer is gebracht, maar maakt het geenszins mogelijk om na te gaan wanneer eiser heeft besloten tot aanschaf van een nieuw voertuig. Hiertoe dient de bestelbon te worden overgelegd.

Het hoeft geen betoog dat eiser bij wijze van spreken geenszins gerechtigd zou zijn om gedurende bv. één jaar een voertuig te huren op kosten van de aansprakelijke voor het ongeval en zich pas dan een nieuw voertuig aan te schaffen, terwijl hij reeds onmiddellijk na het ongeval wist of diende te weten dat zijn voertuig een totaal verlies betrof.

Bij gebrek aan voldoende bewijskrachtige stukken en rekening houdend met het feit, dat huidig eiser er ruim drie jaar na het ongeval nog steeds niet in is geslaagd om voldoende bewijskrachtige stukken over te leggen, kan de schade ontstaan uit onbruikbaarheid van het voertuig van eiser bijgevolg naar het oordeel van de Rechtbank slechts ex aequo et bono en in billijkheid worden bepaald.

Het beschadigde voertuig van eiser betrof een voertuig lichte vrachtwagen Citroën Jumper, dat courant in de handel verkrijgbaar is en waarvan het algemeen geweten is dat dergelijke voertuigen op vrij korte tijd leverbaar zijn.

Naar het oordeel van de Rechtbank had huidig eiser zich bijgevolg perfect binnen de maand een gelijkwaardig vervangingsvoertuig kunnen aanschaffen, zodat de schade uit hoofde van onbruikbaarheid, rekening houdend met de huurprijs per dag van een vervangingsvoertuig, ex aequo et bono en in billijkheid kan worden geraamd op een bedrag van 950 euro, terwijl het meer gevorderde uit hoofde van mutatieduur en huur vervangwagen als ongegrond moet worden afgewezen.

De bepaling van de waarde een voertuig door de rechter aan de hand van de publicatie in een tijdschrift

Cassatie 23/02/2005, AR P041472F, juridat

Samenvatting

De waarde van een voertuig die wordt bepaald op basis van een tijdens de beraadslaging verschenen tijdschrift, is geen aan de rechter of uit de ervaring algemeen bekend feit en dient aan de tegenspraak van de partijen te worden onderworpen.

Nr. P.04.1472.F.-

I. B. G.,

II. Y. K.,
beide voorzieningen tegen
A. M.

I. Bestreden beslissing
De cassatieberoepen zijn gericht tegen een arrest, dat op 6 oktober 2004 is gewezen door het Hof van Beroep te Luik, correctionele kamer.

II. Rechtspleging voor het Hof

III. Cassatiemiddelen
De eerste eiser voert een middel aan in een memorie, waarvan een voor eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.
IV. Beslissing van het Hof

A. Over het cassatieberoep van G.B. :

Overwegende dat het arrest, voor de berekening van het bedrag van de vergoeding die aan verweerder is verschuldigd, met name rekening houdt met de restwaarde van de occasiewagen waarvan het de teruggave beveelt ; dat de appèlrechters die waarde vaststellen met verwijzing naar de "Autogids nr. 1319 van 8 juli 2004" ;

Overwegende dat het hof van beroep het debat had gesloten op 17 juni 2004 ;

Overwegende dat de appèlrechters, door de waarde van het voertuig dat dient te worden teruggegeven, op grond van een tijdschrift vast te stellen dat tijdens hun beraadslaging verschijnt, zich op feitelijke gegevens gronden die niet aan de tegenspraak van de partijen werden onderworpen terwijl deze niet als algemeen bekend of uit de ervaring algemeen bekend feit mogen worden beschouwd ;

Dat het middel, wat dat betreft, gegrond is ;

B. (...)

OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet op de tegen de eerste eiser ingestelde civielrechtelijke vordering ;
Verwerpt het cassatieberoep van de tweede eiser ;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ;
Veroordeelt de tweede eiser in de kosten van zijn cassatieberoep en verweerder in de kosten van het cassatieberoep van de eerste eiser ;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Bergen.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, en in openbare terechtzitting van drieëntwintig februari tweeduizend en vijf uitgesproken 

Verbod voor rechter beslissing te gronden op feitelijke gegevens die niet aan de tegenspraak van de partijen werden onderworpen
Algemeen bekend feit - Algemene ervaringsregel

P.04.1472.F

De Heer Advocaat-generaal met opdracht CORNELIS heeft in substantie gezegd: (VERTALING)

In onderhavige zaak die alleen nog de burgerlijke belangen betreft is het cassatieberoep van de eerste eiser met name gegrond op een schending van art. 6 E.V.R.M..

Eiser werd veroordeeld wegens heling van een gestolen voertuig, en verwijt de appèlrechters dat zij de waarde van het voertuig hebben geschat op grond van een abstracte waarde, in casu deze van de 'Autogids', waarbij een fotokopie van een exemplaar van dat tijdschrift, dat na het sluiten van het debat is verschenen, bij het dossier is gevoegd. Eiser voert aan dat de rechtbank daardoor het beginsel van de tegensprekelijkheid van het debat heeft miskend.

Mocht het beroepen vonnis zijn beslissing gronden op een gegeven waarvan de rechters slechts buiten de terechtzitting kennis hadden kunnen nemen?

De rechter is niet verplicht de gegevens waarop hij steunt en die een algemeen bekend feit of een uit de ervaring algemeen bekende regel uitmaken, aan de tegenspraak van de partijen te onderwerpen (1).

Men neemt over het algemeen aan dat hij mag verwijzen naar woordenboeken of encyclopedieën om de betekenis van woorden te achterhalen.

In uw arresten van 6 oktober 1987 en 21 oktober 1988 (2) heeft U een redengeving aangenomen die refereerde aan remafstanden die in een gespecialiseerd tijdschrift waren opgenomen of die afstanden opgaf overgenomen uit een boek met wettelijke afstanden. Een criterium is hier dat de bron waarnaar wordt verwezen onder het grote publiek is bekend. Volgens A. DE NAUW, 'on ne peut prétendre qu'une garantie fondamentale du justiciable a été violée dès lors que les éléments se trouvaient à la disposition des parties' (3).

Dit criterium lijkt mij evenwel onvoldoende. Het begrip van algemeen verspreide kennis, zoals de Heer Advocaat-generaal R. LOOP benadrukte, waarbij hij Le Petit Robert citeert in zijn conclusie die het voormelde arrest van 26 juni 2002 voorafgaat, verwijst naar 'begrippen die op zekere en vaststaande wijze door een groot aantal personen zijn gekend'.

Ofschoon het geciteerde tijdschrift een gespecialiseerde uitgave is die tot ieders beschikking staat, is de prijsopgave van de voertuigen daarin slechts een schatting die aan afwijkingen onderhevig is in functie van elementen zoals het aantal kilometers, het ongevalvrij zijn, onderhoud, enz... De waarden die erin staan vermeld zijn dus allesbehalve zeker. Dat gegeven diende, volgens mij, aan de tegenspraak van de partijen te worden onderworpen.

De eerste eiser voert dus terecht aan dat zijn recht op een eerlijk proces is miskend. Ik besluit tot vernietiging van het arrest met verwijzing, in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering tegen de eerste eiser.
____________________________________________________________
(1) Cass., 6 juni 1984, AR 3493, nr 572; 24 jan. 1995, AR P.94.1135.N, nr 39; 26 juni 2002, AR P.02.0505.F, nr 384.
(2) Cass., 6 okt. 1987, AR 1502, nr 78; 21 okt. 1988, AR 6050, nr 106.
(3) DE NAUW, A., Les règles d'exclusion relatives à la preuve en procédure pénale belge, Rev.dr.pén., 1990, p. 715.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: di, 26/12/2017 - 13:53
Laatst aangepast op: di, 26/12/2017 - 13:53

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.