-A +A

Verval van het recht een voertuig te besturen wegens lichaamsongeschiktheid is een veiligheidsmaatregel en geen straf

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

lichamelijke geschiktheid en ongeschiktheid vastgesteld door de rechter en de ontzetting uit het recht tot sturen.

Rechtsleer:

Snelheid en sturen onder invloed, De gevolgen van een overdreven snelheid en van het sturen onder invloed voor de verkeersveiligheid, D. Van Trimpont in Dossiers Tijdschrift van de vrede-en politierechters, Die Keure 2007.

Het verval van het recht tot sturen is uitgesproken door een rechter en heeft als resultaat dat de veroordeelde wordt belet om motorvoertuigen te besturen (ook de voertuigen waarvoor geen rijbewijs is vereist) tijdens een periode die kan variëren van 8 dagen tot levenslang.

Deze veroordeling kan worden beperkt tot bepaalde categorieën van wagens.

ER BESTAAN TWEE TYPES VERVAL:

1. Het verval als straf uitgesproken door de rechter in geval van een overtreding (art. 38 van de wet: “De uitgesproken vervallenverklaringen bedragen ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar, zij kunnen evenwel worden uitgesproken voor een periode van meer dan vijf jaar of voorgoed bij recidive binnen de drie jaar”)
Aan deze veroordeling kunnen een aantal voorwaarden worden verbonden: verplicht afleggen van herstelexamens, beperking van het verval tot bepaalde categorieën van voertuigen, beperking van het verval tot het weekend en de feestdagen.

2. Verval wegens lichamelijke ongeschiktheid moet worden uitgesproken wanneer, naar aanleiding van een veroordeling wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijke toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig (art. 42 van de wet: “Het verval wordt uitgesproken, hetzij voorgoed, hetzij voor een termijn gelijk aan de waarschijnlijke duur van de ongeschiktheid”).

(Art. 44 van de wet: “Hij die wegens lichamelijke ongeschiktheid van het recht tot sturen vervallen is verklaard, kan na twee jaar om opheffing van het verval verzoeken indien aan zijn ongeschiktheid een einde is gekomen. Wordt het verzoek afgewezen, dan kan een nieuw verzoek worden ingediend na twee jaar.”)

AANVANG VAN HET VERVAL

- Elk verval dat als straf is uitgesproken, gaat in de vijfde dag na die waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de veroordeelde heeft gedaan (art. 40 van de wet).
- Het verval van het recht tot sturen (wegens lichamelijke ongeschiktheid) van de bestuurder gaat in bij de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen en bij de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen, niettegenstaande voorziening (art. 43 van de wet).

INLEVERING VAN HET RIJBEWIJS BIJ DE GRIFFIE

(Artikel 67 van het KB van 23/03/1998). Hij die een verval van het recht tot sturen heeft opgelopen, is gehouden bij de griffier van het gerecht dat de beslissing heeft uitgesproken, te laten toekomen, naargelang het geval:
1° het rijbewijs waarvan hij houder is, wanneer het gaat om verval van het recht tot sturen van
een motorvoertuig waarvoor het document is afgegeven;
2° het voorlopige rijbewijs waarvan hij houder is.
Deze formaliteit moet vervuld worden binnen de 4 dagen na de dag waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de veroordeelde heeft gedaan, overeenkomstig artikel 40 van de wet of, in geval van verval uitgesproken wegens lichamelijke ongeschiktheid, binnen de 4 dagen na de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen, of na de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen niettegenstaande voorziening; zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen zijn in deze termijn niet begrepen.

VERVAL MET VOORWAARDEN

De rechter kan voorwaarden verbinden aan het verval:

• EXAMENS TOT HERSTEL IN HET RECHT TOT STUREN:
De rechter kan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor een of meer examens en onderzoeken.
- Theoretisch examen
- Praktisch examen
- Geneeskundig onderzoek
- Psychologisch onderzoek
In dit geval is het herstel in het recht tot sturen enkel mogelijk wanneer men is geslaagd voor de examens en onderzoeken.

• BEPERKING VAN HET VERVAL TOT BEPAALDE CATEGORIEËN:
De rechter kan het verval tot bepaalde categorieën beperken. In dat geval levert de gemeente een rijbewijs “op proef” af met vermelding van enkel de categorieën waarop het verval geen betrekking heeft (zie verder) op basis van het formulier in bijlage 1 op het einde van dit hoofdstuk.
Tot 1 maart 2007 geeft de gemeente bij het herstel in het recht tot sturen een duplicaat van het originele rijbewijs af en wordt het rijbewijs op proef ingeleverd.
Vanaf 1 maart 2007 kan de vervallenverklaarde zijn originele rijbewijs dat ter griffie is neergelegd, terugkrijgen.

• BEPERKING VAN HET VERVAL TOT WEEKENDS EN FEESTDAGEN:
De rechter kan bevelen dat het verval enkel wordt uitgevoerd:
- van vrijdag 20 u. tot zondag 20 u.
- vanaf 20 u. op de vooravond van een feestdag tot 20 u. op de feestdag zelf (art. 38 van de wet).
In dat geval levert de gemeente een rijbewijs “op proef” af met vermelding van code 200 (zie verder) op basis van het formulier in bijlage 2 op het einde van dit hoofdstuk.
Let op: men moet het aantal feestdagen, zaterdagen en zondagen optellen om te komen tot het aantal dagen of maanden waartoe de vervallenverklaarde is veroordeeld.
Voorbeeld: een verval van 20 dagen, uitvoerbaar tijdens de weekends en feestdagen, komt overeen met 10 weekends of 8 weekends en 2 feestdagen enz... afhankelijk van de kalender
Tot 1 maart 2007 geeft de gemeente bij het herstel in het recht tot sturen een duplicaat van het originele rijbewijs af en wordt het rijbewijs op proef ingeleverd.
Vanaf 1 maart 2007 kan de vervallenverklaarde zijn originele rijbewijs dat ter griffie is neergelegd, terugkrijgen.

Rechtspraak:

• Cassatie 11/02/2010, Juridat

samenvatting

Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is geen straf maar een beveiligingsmaatregel

Tekst arrest

Nr. P.10.0079.N
PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE DENDERMONDE, met kantoor te 9200 Dendermonde, Gerechtsgebouw, Zwarte Zusterstraat 2-6,
eiser,
tegen
F. W. H. E. G.
beklaagde,
verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Dendermonde van 18 november 2009.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Middel
1. Het middel voert schending aan van artikel 42 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt onterecht dat de rechtbank geen rechtsmacht heeft om te oordelen over de toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet.

2. De artikelen 42 tot 44 Wegverkeerswet voorzien in een verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid. Dit verval is geen straf maar een beveiligingsmaatregel.

3. Wanneer alleen de beklaagde in hoger beroep komt van een vonnis, nemen de appelrechters enkel kennis van de zaak in zoverre ze de belangen van de beklaagde raakt. Zij mogen de toestand van de beklaagde niet verzwaren.

4. Wanneer de eerste rechter geen verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid heeft uitgesproken, dan kunnen de appelrechters de beklaagde, op zijn hoger beroep, geen dergelijke beveiligingsmaatregel opleggen, ook al stellen ze vast dat er voldaan is aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van een dergelijke beveiligingsmaatregel.
Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.
Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Laat de kosten ten laste van de Staat.
Bepaalt de kosten op 39,80 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamerel.

zie ook: Cass., 30 jan. 2007, AR P.06.1496.N, A.C., 2007, nr. 57

• Hof van Cassatie, 2e Kamer – 10 januari 2012, RW 2012-2013, 618

samenwatiing

Het verval van het recht een voertuig te besturen wegens lichaamsongeschiktheid is een veiligheidsmaatregel en  geen straf, toch kan de rechter in hoger beroep deze maatregel, die niet opgelegd werd door de eerste rechter, niet dan met eenparigheid van zijn leden uitspreken.

tekst arrest

AR nr. P.11.0868.N

D.R. t/ Openbaar ministerie

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen van 7 april 2011.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Geschonden wettelijke bepaling: art. 211bis Sv.

1. Het vonnis van de Politierechtbank te Antwerpen van 27 mei 2009 veroordeelt de eiser op tegenspraak voor de bewezen verklaarde feiten tot een geldboete; tevens werd op basis van art. 38, § 1, 1o Wegverkeerswet een vervallenverklaring uitgesproken van het recht tot sturen waarvan het herstel afhankelijk werd gemaakt van het slagen in een medisch-psychologisch onderzoek.

2. Op de hogere beroepen van de eiser en het openbaar ministerie, bevestigt de Correctionele Rechtbank te Antwerpen bij op tegenspraak gewezen vonnis van 29 oktober 2009 het vonnis van de politierechtbank en stelt alvorens recht te doen over een eventuele beveiligingsmaatregel een deskundige aan.

3. Het bestreden vonnis verklaart de eiser vervallen van het recht tot het besturen van alle motorvoertuigen wegens lichamelijke ongeschiktheid gedurende een periode van vijf jaar.

4. Hoewel het verval van het recht een voertuig te besturen wegens lichaamsongeschiktheid een beveiligingsmaatregel is en geen straf, kan de rechter in hoger beroep deze maatregel, die niet opgelegd werd door de eerste rechter, niet dan met eenparigheid van zijn leden uitspreken. Het bestreden vonnis is niet naar recht verantwoord.


Uittreksel uit de wet op de politie van het wegverkeer

ARTIKEL 42

Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig; in dat geval wordt het verval uitgesproken, hetzij voorgoed, hetzij voor een termijn gelijk aan de waarschijnlijke duur van de ongeschiktheid al naargelang deze blijvend of voorlopig blijkt te zijn.

ARTIKEL 43

Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van de bestuurder gaat in bij de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen en bij de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen, niettegenstaande voorziening.

ARTIKEL 44

Hij die wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van het recht tot sturen vervallen is verklaard, kan na twee jaar om opheffing van het verval verzoeken indien aan zijn ongeschiktheid een einde is gekomen. Het verzoek wordt ingediend bij een aan het openbaar ministerie gerichte verzoekschrift voor het gerecht dat de maatregel van verval heeft uitgesproken. Tegen de uitspraak van dit gerecht staat geen hoger beroep open.
Wordt het verzoek afgewezen, dan kan geen nieuw verzoek worden ingediend voor een termijn van twee jaar, te rekenen van de datum der afwijzing, is verstreken.

Rechtspraak:

• Vonnis rechtbank in eerste aanleg Antwerpen AC6kamer, rechtdoende in correctionele zaken, zetelend in hoger beroep tegen vonnissen van de politierechtbank, notitienummer: AN 80.96.95 - 17 van 23 juni 2017:

“Een alcoholslot heeft geen zin bij iemand die aan een verslaving lijdt omdat dit erop neerkomt dat hij nooit een voertuig zal kunnen starten omwille van deze problematiek.

Op grond van het deskundig verslag dat gebaseerd is op de resultaten van het toxicologisch onderzoek (bloed-en haar analyse) staat vast dat beklaagde een bijzonder stevige drinker van alcohol is en derhalve verslaafd is aan alcohol.

De gunstige evolutie van de parameter alcohol in het bloed alleen neemt de noodzaak niet weg om een beveiligingsmaatregel op te leggen omdat de resultaten van de haaranalyse hiermee niet worden ongedaan gemaakt. Uit deze analyse blijkt een parameter alcohol van 296 eenheden daar waar 30 eenheden op een stevige drinker wijzen zodat met een bloedanalyse alleen dit resultaat niet wijzigt.

Het is niet opportuun om een bijkomend of nieuw onderzoek te bevelen omdat op grond van de beschikbare elementen zoals eerder aangehaald het zeker is dat er nog steeds een verslaving en derhalve een rij-ongeschiktheid bestaat, ook al is er een begeleiding en opvolging die positief verloopt.

De verklaring van beklaagde dat hij slechts sporadisch alcohol zou consumeren strookt volgens de deskundigen in niet met een voornoemde resultaten. Het staat dan ook vast dat beklaagde onvoldoende beseft dat hij verslaafd is. Bovendien werd hij sinds 2009 meermaals veroordeeld voor teveel alcohol in het verkeer zodat hieruit blijkt dat de beklaagde reeds lang verslaafd is.

De eerste rechter heeft dan ook terecht geoordeeld dat gelet op de duur en de ernst van de verslaving evenals het gebrek aan voldoende besef ervan, de verslaving en derhalve de rijongeschiktheid een blijvend karakter hebben en er dan ook aangewezen is een voorgoed verval op te leggen in toepassing van artikel 42 van de wegverkeer als beveiligingsmaatregel. De rechtbank bevestigt dit.

Het feit dat de beklaagde thans wordt opgevolgd en begeleidt hetgeen gunstig evolueert, doet hieraan geen afbreuk omdat er in het verleden reeds behandelingen geweest zijn die een herval niet hebben belet."

Nog dit: 

VERVAL VOOR NIET-RESIDERENDE PERSONEN
Niet-residerende personen, verval en herstelonderzoek:
Een persoon die niet in België woont of die niet voldoet aan de verblijfsvoorwaarden (art. 3 van het KB van 23 maart 1998) om een rijbewijs te kunnen krijgen, kan worden veroordeeld tot een verval van het recht tot sturen, maar aangezien deze persoon niet voldoet aan de verblijfsvoorwaarden voor toegang tot de herstelonderzoeken, kan hij of zij niet worden verplicht om deze herstelonderzoeken te ondergaan.
Teruggave van het RB wanneer de vervallenverklaarde het Belgische grondgebied verlaat: (art. 69 §7 van het KB van 23 maart 1998)
“De betrokkene kan het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs weer op de griffie afhalen wanneer
de houder van een Europees of buitenlands rijbewijs, die niet beantwoordt aan de voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te verkrijgen, het grondgebied verlaat. In dit geval geeft het openbaar ministerie hem een attest af dat overeenstemt met het model van bijlage 8 (voorbeeld hieronder), en dat hem machtigt tot het besturen van zijn voertuig om zich op een vastgestelde datum en langs een bepaalde weg naar de grens te begeven.”

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: ma, 31/12/2012 - 02:01
Laatst aangepast op: do, 02/11/2017 - 19:34

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.