-A +A

Verschoonbaarheid en verschoning van de gefailleerde

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Bij verschoning wordt de gefailleerde vrijgesteld van de betaling van de resterende schulden

    Wat is de verschoonbaarheid in het faillissement


Tijdens het faillissement kunnen de schuldeisers geen verhaal uitoefenen tegen de gefailleerden. Zij dienen zich te richten tot de curator bij wie ze aangifte van schuldvordering kunnen doen. Voor zover hun vordering aanvaard wordt kunnen zij een dividend ontvangen. In het faillissement worden alle activa te gelde gemaakt. Voor zover er er na aftrek van alle kosten van het faillissement nog een overschot is wordt dit verdeeld onder de verschillende schuldeisers. Eerst worden de bevoorrechte schuldeisers volgens hun rang betaald en nadien ontvangen de gewone schuldeisers een ponds ponds deel (deel volgens het aandeel van hun schuldvordering). In een zeer groot deel van de faillissementen blijft er voor de gewonen schuldeisers niets over en ontvangen zij enkel een fiscaal attest waarmee ze hun vordering kunnen afschrijven. Na het afsluiten van een faillissement van een natuurlijke persoon (dus een (ex)handelaar die geen handel dreef onder vennootschapsvorm) kunnen de schuldeisers zich weer tot deze natuurlijke persoon richten voor het gedeelte van hun schuld dat zij niet konden recupereren in het faillissement.
Hiervan wordt afgeweken wanneer de gefailleerde verschoonbaar wordt verklaard. Bij verschoning wordt de gefailleerde vrijgesteld van de betaling van deze resterende schulden en wordtde spons wordt gehaald over het resterende passief.
De verschoonde gefailleerde kan niet meer worden vervolgd door zijn schuldeisers ook niet door diegenen onder hen die geen aangifte van schuldvordering deden. alle schulden van de gefailleerde vervallen.
De verschoonbaarheid van natuurlijke personen is het principe
Sinds de laatste wijzigingen van de faillissementswet is de verschoonbaarheid van natuurlijke personen de regel. Indien de voormalig gefailleerde het wenst kan hij ook een nieuwe activiteit opstarten. De rechtbank zal de verschoonbaarheid uitspreken van de gefailleerde die te goeder trouw handelt, behalve ingeval van gewichtige en van bijzonder gemotiveerde omstandigheden. Alleen de weigering van de verschoonbaarheid moet gemotiveerd worden. Tot voor kort was de verschoning slechts een uitzonderlijke gunst.
Toch geen automatisme
De voorwaarde om verschoond te worden zijn dat de handelaar «ongelukkig en te goeder trouw»  is en niet veroordeeld geweest zijn voor diefstal, oplichting of andere ernstige feiten.
Men heeft dus alle belang om de regels van het faillissement correct te volgen en zich niet schuldig te maken aan verduisteringen van activa of ander gefoefel wil men dit voordeel niet verliezen. Verkeerde inschattingen, slechte conjunctuur, wegblijvende klanten, ziekte, straatwerken, onvoldoende vakkennis of ervaring… zijn principieel geen redenen om de verschoning uit te sluiten.
Worden niet door de verschoning van betaling vrijgesteld:
-          onderhoudsschulden
-          schulden die hun oorsprong vinden in een schade die berokkend wordt aan de fysieke integriteit van een persoon, i.c. ingevolge een auto-ongeval.
Niet voor vennootschappen
Deze uitgebreide verschoningsregels zijn niet toepasselijk op vennootschappen. Sinds 2002 kunnen vennootschappen niet meer verschoonbaar worden verklaard.
Echtgenoot en borg
De aan de gefailleerde toegekende kwijting wordt uitgebreid tot de echtgenoot die ermee ingestemd heeft medeschuldenaar te zijn, en tot de borgen.  Zie ook: Beslagrechter Gent, 10/05/2005, NJW 152, 903. voor meer informatie terzake zie verschoning echtgenote na faillissement.
zie terzake:
18 JULI 2008. - Wet tot wijziging van artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997 wet betreft de verschoonbaarheid van voormalige echtgenoten (Staatsblad 28 augustus 2008)
 

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. In artikel 82 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, vervangen bij de wet van 4 september 2002 en gewijzigd bij de wetten van 2 februari 2005 en 20 juli 2005 wordt het tweede lid vervangend als volgt :
« De echtgenoot van de gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van zijn echtgenoot, of de voormalige echtgenoot die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld die zijn voormalige echtenoot tijdens de duur van het huwelijk was aangegaan, wordt ingevolge de verschoonbaarheid van die verplichting bevrijd. »
Art. 3. Deze wet treedt in werking op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. 
Brussel, 18 juli 2008.
 

Borgstellingen mits bezoldiging (vb. bankgaranties) worden van het voordeel van de nieuwe maatregel uitgesloten.
De mogelijkheid om als borg eveneens vrijgesteld te worden geldt dus enkel voor de particulieren en handelaars  die borg stelden voor zover zij hiervoor ook geen vergoeding bekwamen.
Zie ook NJW 121, 28 september 2005, Bernard Mailleux, Bevrijding kosteloze borg, 938.

Ook verschoning mogelijk na overlijden

Een gefailleerde handelaar kan na zijn overlijden nog postuum verschoonbaar worden verklaard. Zie Hof van Beroep Gent, 12/12/2005, NJW 152, 900.
De procedure van de verschoonbaarheid
De rechter-commissaris doet bij de afsluiting van het faillissement aan de rechtbank in raadkamer mededeling van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van de gefailleerde en brengt verslag uit over de omstandigheden van het faillissement. De curator en de gefailleerde worden in raadkamer gehoord over de verschoonbaarheid en over de sluiting van het faillissement. Behalve in geval van gewichtige omstandigheden, met bijzondere redenen omkleed, spreekt de rechtbank de verschoonbaarheid uit van de ongelukkige gefailleerde die te goeder trouw handelt. De beslissing over de verschoonbaarheid is vatbaar voor derdenverzet bij wijze van een dagvaarding die de individuele schuldeisers binnen een maand te rekenen van de bekendmaking van het vonnis tot sluiting van het faillissement ervan aan de curator en aan de gefailleerde kunnen doen. Van het vonnis dat de sluiting van het faillissement gelast, wordt door toedoen van de griffier aan de gefailleerde kennis gegeven.

Wanneer wordt de vraag inzake verschoning behandeld?

Zie art. 80 zesde lid faillissementswet:
De gefailleerde kan vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de verschoonbaarheid. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het tweede lid.

verhaalmogelijkheid:

tegen de beslissing die de verschoning toestaat of geweigerd staat uitsluitend derdenverzet open:
het derdenverzet kan worden ingesteld door de gefailleerde zelf, indien Dit verzet moet worden aangetekend binnen de maand vanaf de kennisgeving van het vonnis tot sluiting.

Het derdenverzet kan eveneens worden ingesteld door elke belanghebbende schuldeiser, indien de verschoning werd toegestaan. De schuldeiser heeft een termijn van één maand vanaf de publicatie in het staatsblad.

 
DE GEVOLGEN VAN DE VERSCHONING VAN DE GEFAILLEERDE TAV DE HYPOTHECAIRE SCHULDEISER

 

Een hypothecaire schuldeiser staat buiten de faillissementsboedel en wordt derhalve een separatist geheten.

Deze hypothecaire schuldeiser heeft na de verschoonbaarverklaring geen recht meer, na de te gelde making van haar onderpand, nl. de hypotheek gevestigd op de woning van de gefailleerde en zijn echtgenote, om voor het restant van haar vordering, de zogenaamde restschulden, ten laste van de verschoonde gefailleerde betaling te vorderen. Maar het bedrag dat afkomstig is van dit gerealiseerde onderpand (de woning), komt de hypothecaire schuldeiser toe, voor zover dit bedrag niet meer bedraagt dan haar vordering.

 

Zie rechtbank Koophandel Kortrijk, 5de kamer, 01.02.2006, R.W. 2006-2007, 775.

 

VERDERE TOELICHTING NOPENS DE VERSCHOONBAARHEID

 

Artikel 80 tweede lid van de Faillissementswet bepaalt het volgende in verband met de verschoonbaarheid: "behalve ingeval van gewichtige omstandigheden, met bijzondere redenen omkleed, spreekt de rechtbank de verschoonbaarheid uit van de ongelukkige gevarieerde die te goeder trouw handelt."

 

 

 

In de parlementaire voorbereiding stukken van de wet van 4 september 2002 wordt daaromtrent onder andere het volgende vermeld: "derhalve is het gegeven dat de gefailleerde  in zijn beheer en fouten heeft begaan, in geen reden om de verschoonbaarheid te weigeren, zelfs indien die fouten tot het faillissement hebben bijgedragen. Wanneer het evenwel gaat om kennelijk een grove fouten, kunnen zij verzwarende omstandigheden vormen die de weigering van de verschoonbaarheid rechtvaardigen" (memorie van toelichting, parlementaire stukken kamer, document 50 11 32/001 pagina 13).

 

Een en ander kan samengevat worden in een bondige formule: de verschoonbaarheid zal aan de natuurlijke persoon worden toegekend indien de fouten uit het verleden niet van aard zijn en persoonlijkheid te openbaren, die schadelijk is voor de gezondheid van het economische leven. Met andere woorden, indien de rechtbank vaststelt dat een heropstanding geen ernstig gevaar inhoudt voor de andere operatoren, kan de samenleving een voordeel vinden in de vaststelling van het verschoonbaar verklaren van de gefailleerde. en kan het opnieuw bijdragen en een economische dynamiek (zie memorie van toelichting, parlementaire stukken kamer, document 50 11 32/001 pagina 14).

De loutere wanverhouding tussen activa en passiva is geen reden om de verschoonbaarheid te weigeren.

Bij de beoordeling zal de rechtbank zich voornamelijk steunen op het verslag van de rechter-commissaris.

In de parlementaire voorbereiding stukken worden het gebrek aan medewerking van de gefailleerde aan de afwikkeling van het faillissement en een gebrekkige boekhoudingvermeld als redenen om de gunst van de verschoonbaarheid te weigeren (memorie van toelichting pagina 13 en 14).
 
De verschoonbaarheid is dus de regel, die slechts ingeval van gewichtige omstandigheden kan worden geweigerd.
Wettelijke bepalingen (uitreksel uit de faillissementswet)

HOOFDSTUK IVbis. Over de verklaring van de personen die zich persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefailleerde. <ingevoegd bij W 2005-07-20/32, art. 5 ; Inwerkingtreding : 07-08-2005>

Art. 72bis. <ingevoegd bij W 2005-07-20/32, art. 5 ; Inwerkingtreding : 07-08-2005> Om te kunnen genieten van de bevrijding, moeten de natuurlijke personen die zich kosteloos persoonlijk zeker hebben gesteld voor de gefailleerde ter griffie van de rechtbank van koophandel een verklaring neerleggen, waarin zij bevestigen dat hun verbintenis niet in verhouding met hun inkomsten en hun patrimonium is.
Hiertoe worden de personen verwittigd via bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en via een aangetekende brief tegen ontvangstmelding die de curators hen sturen zodra deze personen bekend zijn en die de tekst van dit artikel en van de artikelen 72ter en 80 bevat.

Art. 72ter. <ingevoegd bij W 2005-07-20/32, art. 5 ; Inwerkingtreding : 07-08-2005> De verklaring van elke persoon vermeldt zijn identiteit, zijn beroep en zijn woonplaats.
De persoon voegt bij zijn verklaring :
1° de kopie van zijn laatste aangifte in de personenbelasting;
2° het overzicht van alle activa of passiva die zijn patrimonium vormen;
3° elk ander stuk dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn bestaansmiddelen en lasten.
Ze wordt bij het faillissementsdossier gevoegd.

 Art. 80. Nadat de rechtbank in voorkomend geval de betwistingen betreffende de rekening heeft beslecht en de rekening zo nodig heeft verbeterd, beveelt zij, op verslag van de rechter-commissaris, (nadat de gefailleerde (, de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden en de schuldeisers beoogd in artikel 63, tweede lid, behoorlijk zijn opgeroepen) met een gerechtsbrief die de tekst van dit artikel bevat,) de sluiting van het <faillissement>. (Binnen een maand na het vonnis dat de sluiting van het <faillissement> beveelt, zenden de curators een kopie van de verbeterde vereenvoudigde rekening samen met een overzicht van de bedragen die effectief werden uitgekeerd aan de verschillende schuldeisers, over aan de administratie van de BTW en de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit.) <W 2002-09-04/38, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> <W 2005-04-07/33, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 30-04-2005> <W 2005-07-20/32, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
(De rechter-commissaris doet aan de rechtbank in raadkamer mededeling van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van de gefailleerde en brengt verslag uit over de omstandigheden van het <faillissement>. De curator en de gefailleerde worden in raadkamer gehoord over de verschoonbaarheid en over de sluiting van het <faillissement>. Behalve in geval van gewichtige omstandigheden, met bijzondere redenen omkleed, spreekt de rechtbank de verschoonbaarheid uit van de ongelukkige gefailleerde die te goeder trouw handelt. De beslissing over de verschoonbaarheid is vatbaar voor derdenverzet bij wijze van een dagvaarding die de individuele schuldeisers binnen een maand te rekenen van de bekendmaking van het vonnis tot sluiting van het <faillissement> ervan aan de curator en aan de gefailleerde kunnen doen. Van het vonnis dat de sluiting van het <faillissement> gelast, wordt door toedoen van de griffier aan de gefailleerde kennis gegeven.) <W 2002-09-04/38, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(De gefailleerde, de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden en de schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid, worden in de raadkamer gehoord over de bevrijding. Tenzij hij zijn onvermogen frauduleus organiseerde, bevrijdt de rechtbank geheel of gedeeltelijk elke natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker stelde voor de gefailleerde, wanneer zij vaststelt dat diens verbintenis niet in verhouding met zijn inkomsten en met zijn patrimonium is.
Indien er meer dan 12 maanden zijn verlopen sedert de verklaring bedoeld in artikel 72ter, legt de persoon die deze verklaring aflegde bij de griffie van de rechtbank van koophandel een kopie neer van zijn meest recente aangifte in de personenbelasting, een bijgewerkte opgave van de activa en passiva die zijn patrimonium vormen en elk ander stuk dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn bestaansmiddelen en lasten.
De gefailleerde kan vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de verschoonbaarheid. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het tweede lid.
De schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid, en de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden, kunnen vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de bevrijding van deze laatsten. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het derde en vierde lid.) <W 2005-07-20/32, art. 7, 009; ED : 07-08-2005>
De rechtbank kan beslissen dat het vonnis waarbij de sluiting van het <faillissement> wordt bevolen, bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het vonnis moet bekendgemaakt worden wanneer de rechtbank de gefailleerde verschoonbaar verklaart.
De sluiting van het <faillissement> maakt een einde aan de opdracht van de curators, behalve wat de uitvoering van de sluiting betreft, en houdt een algemene kwijting in.

Art. 81. <W 2005-07-20/32, art. 8, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005> De gefailleerde rechtspersoon kan niet verschoonbaar worden verklaard.

Art. 82. <W 2002-09-04/38, art. 29, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> (Indien de gefailleerde verschoonbaar wordt verklaard, kan hij niet meer vervolgd worden door zijn schuldeisers.) <W 2005-07-20/32, art. 9, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
(De echtgenoot van de gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van deze laatste, wordt ingevolge de verschoonbaarheid bevrijd van die verplichting.) <W 2005-02-02/34, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 21-02-2005>
De verschoonbaarheid heeft noch gevolgen voor de onderhoudschulden, noch voor de schulden voortvloeiend uit de verplichting tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de gefailleerde schuld heeft.
(NOTA : bij arrest nr 114/2004 van 30-06-2004 (B.St. 22-07-2004, p. 56928), heeft het Arbitragehof artikel 82, L1, vernietigd).

De keerzijde van de medaille

Tegen de bestuurders en zaakvoerders van vennootschappen die een kennelijke zware fout hebben begaan die heeft bijgedragen tot het faillissement, kan door zowel de curator als door elke schuldeisers (en dus ook door de fiscus) een vordering worden ingesteld waarbij gevorderd wordt dat zij ingevolge deze fout een deel of het geheel van het passief van faillissement uit eigen zak dienen te betalen.


Dergelijke vorderingen kunnen ook ingesteld tegen de feitelijke bestuurders, de zogeheten schaduwfiguren die in werkelijkheid de vennootschap hebben geleid.
 
Voorbeelden van zware fout:


- het op onredelijke wijze voortzetten van de activiteit van de onderneming hoewel elke hoop op heropleving verloren is en eigenlijk aangifte van staking van betaling diende te gebeuren
- fiscale fraude


De aansprakelijkheidsvordering is niet mogelijk bij BVBA's en CV's met een bescheiden omvang (gemiddeld zakencijfer lager dan 620.000 EUR excl.BTW en waarvan de handelsbalans tijdens het laatste boekjaar 370.000 EUR niet overschrijdt).


Wettelijke bepaling (uittreksel uit de vennootschapswet)


art. 265 Vennootschapswet: Indien bij faillissement van de vennootschap de schulden de baten overtreffen, kunnen zaakvoerders of gewezen zaakvoerders, alsmede alle andere personen die ten aanzien van de zaken van de vennootschap werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad, persoonlijk en al dan niet hoofdelijk aansprakelijk worden verklaard voor het geheel of een deel van de schulden van de vennootschap ten belope van het tekort, indien komt vast te staan dat een door hen begane, kennelijk grove fout heeft bijgedragen tot het faillissement.
Het eerste lid is evenwel niet van toepassing wanneer de gefailleerde vennootschap over de drie boekjaren voor het faillissement een gemiddelde omzet van minder dan (620 000 EUR), buiten de belasting over de toegevoegde waarde, heeft verwezenlijkt, en wanneer het totaal van de balans bij het einde van het laatste boekjaar niet hoger was dan (370 000 EUR). <KB 2000-07-20/58, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
 
Zowel de curators als de benadeelde schuldeisers kunnen de rechtsvordering instellen. De benadeelde schuldeiser die een rechtsvordering instelt, brengt de curator hiervan op de hoogte. In het laatste geval is het bedrag toegekend door de rechter beperkt tot het nadeel gelegen door de schuldeisers die de vordering hebben ingesteld. Dat bedrag komt uitsluitend aan hen toe, ongeacht enige vordering vanwege de curators in het belang van de boedel van de schuldeisers.
Als kennelijk grove fout wordt beschouwd iedere vorm van ernstige en georganiseerde fiscale fraude in de zin van artikel 3, § 2, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld.)


Rechtsleer:


RABG 2003/20 Faillissement en gerechtelijk akkoord 1169
Verschoonbaarheid faillissement
Rechtstreekse vordering van de onderaannemer na faillissement
Rechtspraak


• Rechtbank van Koophandel te Oudenaarde, 2e Kamer – 25 oktober 2007
 
• Rechtbank van Koophandel te Oudenaarde, 2e Kamer – 25 oktober 2007, RW 2007-2008, 1420 

Samenvatting

Een gefailleerde kan alleen verschoonbaar worden verklaard indien hij te goeder trouw heeft gehandeld en een betrouwbare partner is in het economisch verkeer. Een gefailleerde is ondermeer niet te goeder trouw indien hij  niet beschikte over een volledige boekhouding en daarnaast heel wat goederen verkocht vóór het faillissement en hij geen enkele medewerking verleende aan de curator. 

Een solidaire medekredietnemer kan niet gelijkgesteld worden met een persoonlijke zekerheidsteller en kan aldus geen aanspraak maken op de bevrijdingsregeling van de wet van 20 juli 2005. 

uittreksel uit de tekst van het vonnis


"I. Sluiting door vereffening van het faillissement van de heer Vander B.R. 

1. De sluiting van het faillissement Vander B.R. 

De voorwaarden daartoe zijn vervuld; de verrichtingen van het faillissement van de heer Vander B.R., thans wonende te (...), kunnen worden gesloten verklaard door vereffening.

2. De verschoonbaarheid 

a) De heer Vander B.R. werd failliet verklaard op 25 september 2003.

Het door E.-S. gefinancierde voertuig Golf Cabrio, bouwjaar 1999, van de echtgenote, mevrouw D.N., voor een bedrag van 695.000 fr. (17.228,60 euro) werd niet in het actief gevonden.

De gefailleerde heeft zich hoofdelijk borg gesteld voor de verbintenis van mevr. D.N.

b) De gefailleerde werd tussen 1991 en 2004 bij herhaling veroordeeld voor diefstal en voor opzettelijke slagen en verwonding.

c) Het gerechtelijk akkoord van de heer Van Der B. werd door de commissaris inzake opschorting herroepen omdat de betrokkene zich niet hield aan het afbetalingsplan.

De gefailleerde beschikte over een onvolledige boekhouding, en heel wat goederen bleken verkocht te zijn vlak vóór het faillietverklarend vonnis (VW Golf Cabrio, zitmaaier, aanhangwagen).

Hij verleende geen enkele medewerking aan de curator.

Gelet op het negatief verslag van de curator.

Gelet op het negatief verslag van de heer rechter- commissaris omtrent de verschoonbaarheid.

Gelet op het negatief advies van het openbaar ministerie omtrent de verschoonbaarheid.

De gefailleerde heeft niet te goeder trouw gehandeld. Hij is geenszins een betrouwbare partner in het economisch verkeer.

Er zijn bijgevolg geen redenen om de heer Vander B.R. verschoonbaar te verklaren.

II. De schuldvordering gepaard gaande met de persoonlijke zekerstelling van het faillissement Vander B.R. 

a) Inzake K. en D.N. 

De partijen werden gehoord in raadkamer ter terechtzitting van 25 oktober 2007.

De K. deed tijdig op 19 september 2005 overeenkomstig de overgangsbepalingen van art. 10, 1o, van de wet van 20 juli 2005 een bijkomende aangifte met opgave dat ze een persoonlijke zekerstelling geniet, namelijk: «een codebiteurschap van mevr. N.D., met laatst gekend adres (...)».

Mevrouw D.N. heeft tijdig op 10 december 2005, overeenkomstig de overgangsbepalingen van art. 10.3o, van de wet van 20 juli 2005, één enkele verklaring neergelegd overeenkomstig art. 72ter Faillissementswet tegenover de schuldeiseres K. en A.C.I. (zie infra).

Uit de overgelegde stukken blijkt dat zowel met betrekking tot het contract van lening op afbetaling nr. 951.0190184.75 van 19 oktober 1995 ad 500.000 fr. (12.394,68 euro) in hoofdsom, als met betrekking tot het contract van lening op afbetaling nr. 960.322.0511.30 van 22 maart 1996 ad 689.420 fr. (17.090,28 euro), mevrouw D.N. zich heeft verbonden als «kredietnemer», samen met haar echtgenoot, de heer Vander B.R.

Ook de bijkomende aangifte van de K. van 19 september 2005 doet opgave van: «codebiteurschap van mevrouw D.N., (...)».

Mevrouw N.D. heeft zich aldus niet verbonden als persoonlijke zekersteller en kan dus niet worden bevrijd van haar verbintenissen tegenover de NV K.

b) Inzake NV A.C.I. en D.N. 

De partijen werden eveneens gehoord in raadkamer ter terechtzitting van 25 oktober 2007.

De NV A.C.I. deed tijdig op 7 oktober 2005 overeenkomstig de overgangsbepalingen van art. 10.1o, van de wet van 20 juli 2005 bijkomende aangifte met opgave dat ze een persoonlijke zekerstelling geniet, namelijk: «dat zich persoonlijk borg heeft gesteld voor de gefailleerde: mevrouw D.N.».

Mevrouw D.N. heeft tijdig op 10 november 2005, overeenkomstig de overgangsbepalingen van art. 10.3o, van de wet van 20 juli 2005 één enkele verklaring overeenkomstig art. 72ter Faillissementswet neergelegd, tegenover de schuldeisers A.C.I. en K. (zie supra).

Uit de overgelegde stukken blijkt dat de NV A.C.I. optreedt als kredietverzekeraar van de NV E.-S.

Tevens blijkt uit de stukken dat mevrouw D.N. zich met betrekking tot het contract van «lening op afbetaling» nr. 934.2899766-28 van 8 juni 1999 ter financiering van een Golf Cabrio door «E.S.» heeft verbonden als «ontlener/consument», samen met haar echtgenoot Vander B.R. als solidaire medeontlener.

Mevrouw D.N. heeft zich aldus niet «verbonden als persoonlijke zekersteller» en kan dus niet worden bevrijd van haar verbintenissen tegenover de NV A.C.I."
 

 
wettelijke bepalingen: uittreksel uit de faillissementswet:


Art. 80. Nadat de rechtbank in voorkomend geval de betwistingen betreffende de rekening heeft beslecht en de rekening zo nodig heeft verbeterd, beveelt zij, op verslag van de rechter-commissaris, (nadat de gefailleerde (, de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden en de schuldeisers beoogd in artikel 63, tweede lid, behoorlijk zijn opgeroepen) met een gerechtsbrief die de tekst van dit artikel bevat,) de sluiting van het faillissement. (Binnen een maand na het vonnis dat de sluiting van het faillissement beveelt, zenden de curators een kopie van de verbeterde vereenvoudigde rekening samen met een overzicht van de bedragen die effectief werden uitgekeerd aan de verschillende schuldeisers, over aan de administratie van de BTW en de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit.) <W 2002-09-04/38, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> <W 2005-04-07/33, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 30-04-2005> <W 2005-07-20/32, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005>

(De rechter-commissaris doet aan de rechtbank in raadkamer mededeling van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van de gefailleerde en brengt verslag uit over de omstandigheden van het faillissement. De curator en de gefailleerde worden in raadkamer gehoord over de verschoonbaarheid en over de sluiting van het faillissement. Behalve in geval van gewichtige omstandigheden, met bijzondere redenen omkleed, spreekt de rechtbank de verschoonbaarheid uit van de ongelukkige gefailleerde die te goeder trouw handelt. De beslissing over de verschoonbaarheid is vatbaar voor derdenverzet bij wijze van een dagvaarding die de individuele schuldeisers binnen een maand te rekenen van de bekendmaking van het vonnis tot sluiting van het faillissement ervan aan de curator en aan de gefailleerde kunnen doen. Van het vonnis dat de sluiting van het faillissement gelast, wordt door toedoen van de griffier aan de gefailleerde kennis gegeven.) <W 2002-09-04/38, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002>

(De gefailleerde, de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden en de schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid, worden in de raadkamer gehoord over de bevrijding. Tenzij hij zijn onvermogen frauduleus organiseerde, bevrijdt de rechtbank geheel of gedeeltelijk elke natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker stelde voor de gefailleerde, wanneer zij vaststelt dat diens verbintenis niet in verhouding met zijn inkomsten en met zijn patrimonium is.
Indien er meer dan 12 maanden zijn verlopen sedert de verklaring bedoeld in artikel 72ter, legt de persoon die deze verklaring aflegde bij de griffie van de rechtbank van koophandel een kopie neer van zijn meest recente aangifte in de personenbelasting, een bijgewerkte opgave van de activa en passiva die zijn patrimonium vormen en elk ander stuk dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn bestaansmiddelen en lasten.

De gefailleerde kan vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de verschoonbaarheid. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het tweede lid.

De schuldeisers bedoeld in artikel 63, tweede lid, en de personen die de verklaring bedoeld in artikel 72ter aflegden, kunnen vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank verzoeken om uitspraak te doen over de bevrijding van deze laatsten. Er wordt gehandeld zoals bepaald in het derde en vierde lid.) <W 2005-07-20/32, art. 7, 009; ED : 07-08-2005>

De rechtbank kan beslissen dat het vonnis waarbij de sluiting van het faillissement wordt bevolen, bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het vonnis moet bekendgemaakt worden wanneer de rechtbank de gefailleerde verschoonbaar verklaart.
De sluiting van het faillissement maakt een einde aan de opdracht van de curators, behalve wat de uitvoering van de sluiting betreft, en houdt een algemene kwijting in.

Art. 81. <W 2005-07-20/32, art. 8, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005> De gefailleerde rechtspersoon kan niet verschoonbaar worden verklaard.

Art. 82. <W 2002-09-04/38, art. 29, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2002> (Indien de gefailleerde verschoonbaar wordt verklaard, kan hij niet meer vervolgd worden door zijn schuldeisers.) <W 2005-07-20/32, art. 9, 009; Inwerkingtreding : 07-08-2005>
(De echtgenoot van de gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van deze laatste, wordt ingevolge de verschoonbaarheid bevrijd van die verplichting.) <W 2005-02-02/34, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 21-02-2005>

De verschoonbaarheid heeft noch gevolgen voor de onderhoudschulden, noch voor de schulden voortvloeiend uit de verplichting tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de gefailleerde schuld heeft.
(NOTA : bij arrest nr 114/2004 van 30-06-2004 (B.St. 22-07-2004, p. 56928), heeft het Arbitragehof artikel 82, L1, vernietigd)

 

 

 

Nog dit: 

De verklaring van verschoonbaarheid vormt voor de gefailleerde een gunstmaatregel die hem in staat stelt zijn activiteiten op een aangezuiverde basis te hervatten, en zulks niet alleen in zijn belang maar ook in het belang van zijn schuldeisers of sommigen onder hen die belang erbij kunnen hebben dat hun schuldenaar zijn activiteiten op een dergelijke basis hervat, waarbij het voortzetten van een handels- of industriële activiteit bovendien het algemeen belang kan dienen (Parl. St., Kamer, 1991-1992, nr. 631/1, pp. 35 en 36).

De wetgever, die van oordeel is dat « de mogelijkheid tot herstel [...] utopisch [blijft] indien [de gefailleerde] de last van het passief moet blijven dragen », heeft gemeend dat « het [...] immers niet te verantwoorden [is] dat het in gebreke blijven van de schuldenaar als gevolg van omstandigheden waarvan hij het slachtoffer is, hem verhindert andere activiteiten te verrichten » (Parl. St., Kamer, 1991-1992, nr. 631/13, p. 50).

Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de wetgever « op een evenwichtige wijze rekening [heeft willen] houden met de gecombineerde belangen van de gefailleerde zelf, van de schuldeisers, de werknemers en de economie in zijn geheel » en voor een menselijke regeling heeft willen zorgen die de rechten van alle betrokken partijen in acht neemt (Parl. St., Kamer, 1991-1992, nr. 631/13, p. 29).

Artikel 82, tweede lid, bevrijdt de echtgenoot en de voormalige echtgenoot van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde, die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van de gefailleerde, van die verplichting.
De uitbreiding van de gevolgen van de verschoonbaarheid tot de echtgenoot die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van de gefailleerde, werd bij de wet van 2 februari 2005 ingevoerd, niet om discriminatie te vermijden op het vlak van de solidariteit die uit het huwelijk is ontstaan, maar omdat, in geval van gemeenschap van goederen, de inkomsten uit een nieuwe beroepsactiviteit van de gefailleerde in het gemeenschappelijke vermogen terechtkomen (artikel 1405, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek).

Vervolgingen op de goederen van de echtgenoot, ingesteld door de schuldeisers van de gefailleerde, zouden de inkomsten van de gefailleerde uit zijn nieuwe activiteit kunnen raken, wat strijdig zou zijn met het nagestreefde doel.

Door, bij de wet van 18 juli 2008, de gevolgen van de verschoonbaarheid uit te breiden tot de voormalige echtgenoot, heeft de wetgever, ook al was het niet vereist door het doel van verschoonbaarheid op zich, de voormalige echtgenoot willen beschermen. De parlementaire voorbereiding van die wet luidt immers als volgt :

« De wetgever heeft [...] nooit de gevolgen die een echtscheiding voor de echtgenoot van de gefailleerde zou hebben, inzonderheid een echtscheiding die zou worden voltrokken vóór de verschoonbaarheid van die echtgenoot effect sorteert, aan een specifiek onderzoek onderworpen.
Het betreft hier een punt dat momenteel bijzonder heikel is, niet alleen in het licht van de thans geldende wetsbepalingen, maar vooral als gevolg van arrest nr. 37/2007 (7 maart 2007) van het Grondwettelijk Hof. Volgens sommigen bestond er immers een discriminatie tussen diegene die echtgenoot bleef en de gewezen echtgenoot (die de echtscheidingsprocedure begon en beëindigde vóór het verkrijgen van de verschoonbaarheid). Het Hof heeft geoordeeld dat die toestand géén discriminatie inhoudt. Terzake kan worden verwezen naar punt B.7. van het arrest (cf. DOC 52 1032/001, blz. 5).

Strikt juridisch, alsook rekening houdend met de grondwettigheid van de wet en met de doelstellingen die ze nastreeft, kunnen de indieners van dit wetsvoorstel die visie wel volgen. Toch achten zij een wetswijziging noodzakelijk, want met name om sociale redenen kan het niet door de beugel dat er een verschil in behandeling bestaat tussen, enerzijds, de echtgenoot van de gefailleerde die aansprakelijk is voor de schulden en, anderzijds, de voormalige echtgenoot die zich tijdens de duur van het huwelijk voor die schulden aansprakelijk heeft gesteld.

Doordat het huwelijk evenwel is ontwricht geniet laatstgenoemde echtgenoot niet langer automatisch de gevolgen van een eventuele verschoonbaarheid en daar komt nog bij dat de betrokkene bij het faillissement of tijdens de periode rond het faillissement veelal niet meer bij machte was eventueel nog iets gedaan te krijgen van zijn echtgenoot.
Het is bijgevolg aangewezen artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet nogmaals te wijzigen en duidelijk te stellen dat ingevolge de verschoonbaarheid niet enkel de echtgenoot van de gefailleerde bevrijd is van zijn verbintenissen, maar ook de gewezen echtgenoot die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van zijn echtgenoot, aangegaan tijdens het huwelijk.

De voorwaarden uit het derde lid van het artikel 82 blijven behouden. Het is bijgevolg duidelijk de bedoeling de echtgenoot en de gewezen echtgenoot op voet van gelijkheid te brengen » (Parl. St., Kamer, 2007-2008, DOC 52-1032/003, pp. 4 en 5).

De enkele omstandigheid dat de wetgever voortaan ook de voormalige echtgenoot wil beschermen, impliceert niet dat hij zijn vroegere doelstelling zou hebben opgegeven : het doel van artikel 82, tweede lid, blijft de gefailleerde in staat stellen zijn activiteit op een aangezuiverde basis te hervatten zonder het risico te lopen van vervolgingen die door de schuldeisers zouden kunnen worden ingesteld op het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten, ook al wordt de voormalige echtgenoot, om billijkheidsredenen te zijnen aanzien, voortaan gelijkgesteld met de echtgenoot.

Vermits het voordeel van verschoonbaarheid aan de gefailleerde wordt toegekend op grond van persoonlijke elementen, staat de beoordeling van die elementen door de rechter die uitspraak moet doen, los van het feit of de echtgenoot of voormalige echtgenoot al dan niet vat zou hebben kunnen gehad op omstandigheden die zich hadden kunnen voordoen tussen het ogenblik waarop hij zich persoonlijk bindt en het ogenblik van het vonnis waarbij het faillissement wordt uitgesproken : ongeacht de handelwijze van de echtgenoot of de voormalige echtgenoot, zij zou niet ertoe mogen leiden dat het voordeel van verschoonbaarheid aan de gefailleerde wordt toegekend rekening houdend met het belang of de eisen van de echtgenoot of van de voormalige echtgenoot.

Uit het voorgaande volgt dat artikel 82, tweede lid, door aan de beslissing over de verschoonbaarheid van een gefailleerde een automatisch gevolg te verbinden voor de situatie van de echtgenoot of van de voormalige echtgenoot, niet op discriminerende wijze afbreuk doet aan de rechten van de betrokkenen.

 

Nuttige tips: 

Anvullende rechtspraak:

• Hof van Beroep te Antwerpen; 5ebis Kamer – 22 oktober 2009, RW 2010-2011, 2871. Antecedenten – procedure

In een vonnis van 26 oktober 2006 heeft de Rechtbank van Koophandel te Hasselt de op 22 mei 2001 onder de benaming «V.C.» failliet verklaarde heer E.P. verschoonbaar verklaard.

Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 5 december 2006 heeft NV K.B. tegen deze verschoonbaarverklaring derdenverzet ingesteld.

In een vonnis van 2 oktober 2008 heeft de Rechtbank van Koophandel te Hasselt dit derdenverzet ontvankelijk en gegrond verklaard en de heer E.P. niet verschoonbaar verklaard.

E.P. heeft bij een ter griffie van het hof op 17 november 2008 neergelegd verzoekschrift tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld en besluit tot de ontoelaatbaarheid of de ongegrondheid van het derdenverzet.

NV K.B. besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

2. Beoordeling

...

M.b.t. de gegrondheid van het derdenverzet

I. Uit de neergelegde stukken blijkt dat:

1. E.P. op het ogenblik van het openvallen van zijn faillissement t.o.v. de P.K.B. een schuld had van om en bij de 15 miljoen fr. E.P. is een gewezen werknemer van de P.K.B. Volgens NV K.B. zou hij daar wegens grootschalige fraude ontslagen zijn en zou voormelde schuld voortspruiten uit een met de P.K.B. gesloten dading tot regeling van de door deze fraude veroorzaakte schade. De fraude en de oorsprong van voormelde schuld worden door E.P. betwist, maar zonder dat hij verduidelijkt waaruit voormelde grote bankschuld dan wel voortspruit;

2. E.P. na voormelde tewerkstelling de BVBA P. en de BVBA E. & F.V. heeft opgericht en waarvan hij zaakvoerder was. Beide vennootschappen werden einde 2000 failliet verklaard, volgens eigen toelichting van E.P. met heel wat onbetaald passief (o.m. bankschulden) waarvoor hij zich persoonlijk borg gesteld had;

3. E.P. als zaakvoerder van BVBA E. & F.V. in 2000 voor ongeveer 1,5 miljoen fr. ongedekte cheques uitgaf en daarmee diverse leveranciers oplichtte (om goederen te verkrijgen). Voor deze feiten alsmede door, met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, verzuimd te hebben binnen de termijn van één maand aangifte van faillissement te doen, hoewel de staking van betaling van BVBA E. & F.V. vaststond sedert 1 april 2000, werd E.P. bij in kracht van gewijsde getreden vonnis van 26 juni 2002 van de Correctionele Rechtbank te Hasselt veroordeeld tot de correctionele straffen die in het bestreden vonnis van de rechtbank van koophandel vermeld werden. Het door de correctionele rechtbank aan E.P. op grond van het K.B. van 24 oktober 1934 opgelegd beroepsverbod werd als volgt gemotiveerd: «... aangezien beklaagde zelfs na het faillissement verder handel drijft in eigen naam zonder inschrijving handelsregister en BTW nr.»;

4. E.P. vanaf november 2000 verder onder de benaming «V.C.» handelde in «productie en het plaatsen van aluminium ramen en deuren». Uit de door de curator van zijn persoonlijk faillissement verstrekte gegevens blijkt dat E.P. geen boekhouding voerde, op 30 april 2001 zijn voorraad en machinepark verkocht had en in de korte periode van zijn persoonlijk handeldrijven diverse leveranciersschulden onbetaald liet (o.m. aan NV A. voor 28.615,56 euro, aan NV A. voor 3.874,28 euro). Het gerealiseerd actief (meubelen van E.P.) is miniem (13.151,35 euro, na aftrek van de beheerskosten van de curator rest 2.684,82 euro).

II. Uit voormelde feiten besluit het hof dat E.P. geen ongelukkige gefailleerde is die te goeder trouw handelde, maar een persoon is die eerst als zaakvoerder van BVBA E. & F.V. op bedrieglijke wijze handeldreef (in ramen en deuren), om onmiddellijk na het faillissement van deze BVBA persoonlijk eenzelfde handel onder de benaming «V.C.» voort te zetten, zonder daarbij enige boekhouding te voeren of tijdig de nodige administratieve formaliteiten te vervullen, welke gegevens er volgens het hof op wijzen dat E.P. op sluikse en voor de buitenwereld (ook zijn schuldeisers) doelbewust ondoorzichtige en derhalve achteraf niet meer te controleren wijze onder de benaming «V.C.» handel heeft gedreven in ramen en deuren.

Deze gegevens zijn grove fouten die E.P. beging in zijn recente handelsverleden en die erop wijzen dat E.P. een gevaar betekent voor een gezond economisch en dus ook maatschappelijk leven.

Dit zijn de gewichtige omstandigheden die beletten dat E.P., handeldrijvende onder de benaming «V.C.», verschoonbaar kan worden verklaard.

...
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: ma, 26/10/2009 - 23:39
Laatst aangepast op: ma, 23/12/2013 - 14:49

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.