-A +A

Verlengde minderjarigheid en bevoegde rechtbank in de toepassing van de wet op de persoon van de geesteszieke

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Voorafgaande opmerking

Op 1 juni 2014 werd het statuut van de verlengde minderjarigheid en de bijstand door een gerechtelijk raadsman opgeheven en geïntegreerd in een algemeen beschermingsstatuut, met het voorlopig bewind als basis.

Dit 'voorlopig bewind' laat de vrederechter toe om een bescherming op maat te moduleren waarbij in de eerste plaats naar de mogelijkheden van de betrokkene wordt gekeken.

De rechter beslist voor welke beslissingen de te beschermen persoon bescherming en begeleiding nodig heeft van een bewindvoeder. Hierbij wordt aandacht geschonken aan het onderscheid tussen handelingen die de persoon raken en handelingen die betrekking hebben op het beheer van goederen. De bewindvoerder kan maar moet niet dezelfde persoon zijn voor beide soort handelingen. Er kan dus eenbewindvoerder zijn voor de persoonsgebonden zaken en een andere voor de handelingen met betrekking tot het vermogen.

De aanstelling van een vertrouwenspersoon is mogelijk maar niet verplicht

De figuur van de toeziende voogd afgeschaft.

De oude en inmiddels afgeschafte regeling met betrekking tot de verlengde minderjarigheid voorzag dat als iemand met een beperking achttien jaar werd en kon beslist worden om de minderjarigheid te verlengen. Door deze verlengde minderjarigheid werden deze mensen volledig handelingsonbekwaam en konden deze dus ook niet trouwen.

Deze regeling werd vervangen door de nieuwe alomvattende regeling van het voorlopig bewind bij wet van 1 juni 2014.

De vrederechter benoemt de bewindvoerder op vraag van de ouders, of dichte familieleden of verzorgenden.

De vrederechter zal geval per geval en handeling per handeling kunnen oordelen over onbekwaamheid, bekwaamheid of bekwaamheid met bijstand.

• Arrondissementsrechtbank te Brussel, 24 oktober 2012, RW 2012-2013, 1511

Procureur des Konings te Leuven t/ S.H.

...

2. Beoordeling

Deze zaak werd naar de arrondissementsrechtbank verwezen bij vonnis van de vrederechter van het kanton Tienen van 17 juli 2012. Deze wierp ambtshalve het middel van onbevoegdheid op.

Het verzoekschrift, uitgaande van de procureur des Konings te Leuven, strekt ertoe t.a.v. de heer S.H., in staat van verlengde minderjarigheid, een gedwongen inobservatiestelling in een psychiatrische verzorgingsinstelling te verkrijgen met toepassing van art. 5 e.v. van de Wet Persoon Geesteszieke van 26 juni 1990.

Terecht merkt de vrederechter op dat de heer S.H. bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven van 28 januari 1991 in staat van verlengde minderjarigheid werd verklaard en dat, gelet op de expliciete tekst van art. 1 van de wet van 26 juni 1990, zoals gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006, enkel de jeugdrechtbank of de jeugdrechter bevoegd is. Immers, gelet op art. 487bis BW, wordt een verlengd minderjarige t.a.v. zijn persoon gelijkgesteld met een minderjarige beneden de vijftien jaar.

3. Beslissing

Verklaart de Jeugdrechtbank te Leuven bevoegd en verwijst de zaak naar deze rechtbank.

 

Noot onder dit vonnis in het RW, Kristiaan Rotthier, De verlengd minderjarige die meer dan achttien jaar oud is en de Wet Persoon Geesteszieke

 

Nog dit: 
De volwassene is minderjarig op burgerrechtelijk gebied. Op sociaal- en strafrechterlijk vlak telt de reële leeftijd.
• Sociale Zekerheid, tegemoetkoming : 21 jaar
• sociale zekerheid (vb. eigen mutualiteits-boekje vanaf 25 jaar)
• verzekeringsrecht en aansprakelijkheid 
Veroorzaakt een verlengd minderjarige schade dan zal hij die moeten vergoeden. Een familiale verzekering waaronder de verlengde minderjarige valt is dan ook meer dan nuttig. De aansprakelijkheid van de ouders voor de kinderen blijft evenzeer gelden voor de verlengd minderjarige..
• strafrechtelijke verantwoordelijkheid
Een verlengde minderjarige is strafrechtelijk verantwoordelijk wanneer hij zich bewust was van het misdrijf. Wordt de strafrechtelijke verantwoordelijkheid weerhouden en het bewust karakter van het misdrijf dan kan een correctionele straf worden uitgesproken. Zo er kan aangetoond worden dat de verlengd minderjarige niet bewust was van de feiten kan een internering volgen.
Gerelateerd
0
Aangemaakt op: zo, 12/05/2013 - 10:48
Laatst aangepast op: za, 10/03/2018 - 13:16

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.