-A +A

Verjaring BTW Zevenjarige termijn wanneer een rechtsvordering uitwijst dat belastbare handelingen niet werden aangegeven – Draagwijdte

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Rechtsleer: Bruno Vanermen, Verjaring inzake directe belastingen en BTW, Larcier, 2008

 

Hof van Cassatie, 1e Kamer – 18 januari 2013, RW 2014-2015, 457

Over de zevenjarige termijn wanneer een BTW rechtsvordering uitwijst dat belastbare handelingen niet werden aangegeven – Draagwijdte

Over de navorderingstermijn die van toepassing is ingeval een rechtsvordering opp basisi dat belastbare handelingen niet werden aangegeven. Dze vordering , houdt niet in dat de rechtsvordering het bewijs moet leveren van de niet-aangegeven belastbare handelingen. Het is voldoende dat de rechtsvordering een niet-aangegeven meeromzet of fraude aan het licht brengt en dat de administratie, vertrekkend van dit gegeven, aan de hand van een ander bewijsmiddel kan aantonen welke belastbare handelingen de belastingplichtige niet heeft aangegeven en welk bedrag aan belasting hij verschuldigd is.

AR nr. F.11.0126.N

Belgische Staat, minister van Financiën t/ J.-M. M.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 19 mei 2011.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Volgens het te dezen toepasselijke art. 81bis, § 1, derde lid, sub 2 BTW-Wetboek verjaart de vordering tot voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, van de interesten en van de administratieve geldboeten bij het verstrijken van het zevende kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voorgedaan, wanneer een rechtsvordering aantoont dat, in België, belastbare handelingen niet werden aangegeven of belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke of verordeningsbepalingen die erop van toepassing zijn.

Hieruit volgt dat wanneer een rechtsvordering uitwijst dat in België belastbare handelingen niet werden aangegeven of belastingaftrekken op onwettige wijze werden toegepast, de administratie alsnog een dwangbevel kan uitvaardigen op voorwaarde dat er nog geen zeven kalenderjaren zijn verstreken volgend op het jaar waarin de oorzaak van de opeisbaarheid van de btw-schuld zich heeft voorgedaan.

Deze wetsbepaling vereist niet dat de rechtsvordering het bewijs levert van de verschillende belastbare handelingen die niet werden aangegeven. Het is voldoende dat de rechtsvordering een niet-aangegeven meeromzet of fraude aan het licht brengt en dat de administratie, vertrekkend van dit gegeven, aan de hand van een ander bewijsmiddel kan aantonen welke belastbare handelingen de belastingplichtige niet heeft aangegeven en welk bedrag aan belastingen hij verschuldigd is.

2. De appelrechters oordelen dat:

– de zevenjarige termijn vereist dat de belastbare handelingen of onterechte aftrekken door de rechtsvordering zelf worden aangetoond;

– het feit dat de administratie na inzage van het gerechtsdossier nog een onderzoek uitvoerde alvorens de rechtzetting te kunnen uitvoeren, erop wijst dat het gerechtsdossier op zich geen belastbare handelingen of onterechte belastingaftrekken aantoont.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: vr, 14/11/2014 - 22:59
Laatst aangepast op: za, 15/11/2014 - 00:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.