-A +A

Verhuurder plaatst huurwaarborg niet op geïndividualiseerde rekening-sanctie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Woninghuur sanctie voor de verhuurder die de huurwaarborg niet gestort heeft op een geïndividualiseerde rekening.

Art. 10 Woninghuurwet (versie Wet 21 mei 1997) bepaalt: Indien de huurder, ongeacht de in artikel 1752 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde zekerheid, ter nakoming van zijn verbintenissen een waarborg stelt die bestaat in een som geld, mag deze een bedrag gelijk aan drie maanden huur niet overtreffen.

Deze waarborg moet bij een financiële instelling op een geïndividualiseerde rekening op naam van de huurder worden geplaatst; de interest wordt gekapitaliseerd en de verhuurder verkrijgt een voorrecht op het actief van de rekening voor elke schuldvordering voortvloeiend uit de gehele of gedeeltelijke niet-nakoming door de huurder van zijn verplichtingen.

Wanneer de verhuurder in het bezit is van de waarborg en nalaat deze te plaatsen op de wijze bepaald in het tweede lid, is hij de huurder de gemiddelde marktrente op het bedrag van de waarborg verschuldigd vanaf de overhandiging ervan.

Deze interest wordt gekapitaliseerd. Vanaf de dag waarop de huurder de verhuurder aanmaant de verplichting na te komen die hem bij het tweede lid wordt opgelegd, zijn evenwel de wettelijke interesten op het bedrag van de waarborg verschuldigd.

Over de waarborg rekening, zowel wat de hoofdsom als de interesten betreft, mag niet worden beschikt ten bate van de ene of de andere partij, dan op voorlegging of van een schriftelijk akkoord, opgemaakt ten vroegste na beëindiging van de huurovereenkomst, of van een afschrift van een rechterlijke beslissing.

Die beslissing is uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande verzet of beroep en zonder borgtocht, noch kantonnement. Verweerders stellen ten onrechte dat zij hiertoe niet verplicht waren. De huurovereenkomst werd afgesloten na 28 februari 1991 zodat artikel 10 Woninghuurwet hier toepasselijk was (M. DAMBRE en B. HUBEAU, “Woninghuur”, APR 2002, nr. 1396, p. 551).

De wetswijziging van 1997 heeft de verplichting van het plaatsen op een rekening bij een financiële instelling gesanctioneerd. Deze sanctie bestaat hierin dat de verhuurder die afgifte van de waarborg in zijn handen vraagt en deze niet op een rekening laat storten, aan de huurder de gemiddelde marktrente moet vergoeden die men voor het bedrag zou verkrijgen bij een financiële instelling.

Deze interest wordt gekapitaliseerd. Eens de huurder de verhuurder ingebreke stelt, is niet langer de marktrente verschuldigd, maar de wettelijke interest, welke normalerwijze meer zal bedragen (vgl.: W. VAN MINNEBRUGGEN, “Art. 10 Woninghuurwet” in X, Voorrechten en hypotheken. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer – Voorrechten, D. De bijzondere voorrechten, OVH – afl. 32, 91; D. VAN DRIESSCHE, “De plaatsing van de huurwaarborg op een geïndividualiseerde rekening bij woninghuur: loutere verplichting van de verhuurder?”, RABG 2008, afl. 19, 1231- 1234).

Vergelijk: Vred. Veurne 15 januari 2013 (rolnummer 12A537), onuitgegeven; Vred. Veurne 6 november 2012 (rolnummer 12A334), onuitgegeven doch geciteerd onder Vredegerecht Veurne-Nieuwpoort 12 februari 2013, tijdschrift van de vrederechters 2014-217).

Nog dit: 

Soorten waarborg in zake huur

Artikel 10 van de woninghuurwet bepaalt:

Indien de huurder om de naleving van zijn verplichting te waarborgen één van de in het volgende lid bepaalde vormen van waarborgen verstrekt.

Uit die tekst blijkt dat de huurwaarborg ook na de wetswijziging van 25.04.2007 en 08.05.2007 toch steeds op een andere wijze kan verstrekt worden dan de 3 in artikel 10 van de woninghuurwet voorziene vormen.

Die tekstuele interpretatie vindt ook steun in de memorie van toelichting (DOC 51, 2873/01, pag. 77) waar nadrukkelijk wordt gesteld: “Deze 3 mogelijkheden bestaan zonder afbreuk te doen aan artikel 1752 Ger.W. dat toelaat om zekerheden te verstrekken om zijn verplichtingen als huurder te garanderen wat ondermeer de mogelijkheid openlaat om echte zekerheden te verstrekken of om een verzekering te onderschrijven.”

Zo kan een huurwaarborg geplaatst worden in de vorm van een verzekeringsbon op naam van de huurder.

Voor deze alternatieve vorm van huurwaarborg gelden de door artikel 10 opgelegde begrenzingen in omvang niet.

Voor een toepassingsgeval zie Vredegerecht Zomergem 26.11.2010, Tijdschrift van de Vrederechters, 2013, 5-6, pagina 264 met noot van Maarten Dambre, de verzekeringsbon als alternatieve vorm van huurwaarborg in geval van woninghuur.
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 27/01/2016 - 19:19
Laatst aangepast op: di, 14/02/2017 - 15:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.