-A +A

Valsheid in informatica middels vals e-mailadres

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Aanmaken van een e-mailaccount op naam van een andere persoon en het gebruiken van deze e-mail account ter verzending van e-mail middels dit e-mailadres naar een derde persoon is strafbaar op basis van artikel 193 en 210bis van het Strafwetboek.

Rechtspraak: Corr. Dendermonde 28/11/2005, RABG 2007/6, 427 en NJW 138, 15 maart 2006, 229

Tenlastelegging


A. Valsheid te hebben gepleegd in informatica, door gegevens die werden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, te hebben ingevoerd in een informaticasysteem, gewijzigd, gewist of met enig ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te hebben veranderd, waardoor de juridische draagwijdte van dergelijke gegevens werd veranderd.

1. namelijk door het invoeren van de gegevens nodig voor het creëren van de hotmailaccount E.V.@hotmail.com waardoor hij zich voordoet als een andere persoon.
2. namelijk door het opmaken van een mail gebruik makende van de gecreëerde account E.V.@hotmail.com waardoor hij zich voordoet als een andere persoon.
 

B. Terwijl hij wist dat aldus verkregen gegevens vals zijn, gebruik te hebben gemaakt van informatica waarin valsheid werd gepleegd op een van de wijzen zoals voorzien in artikel 210bis § 1 Sw.


1. namelijk door het gebruik van gegevens teneinde de met valsheid behepte accountE.V.@hotmail.com te kunnen aanmaken.

2. namelijk door aan J.M. een mail te verzenden gebruik makende van de gecreëerdeaccount E.V.@hotmail.com.
 

C. Een naam te hebben aangenomen die hem niet toekomt,, namelijk E.V.
 

1. Overzicht van de feiten zoals deze blijken uit het strafdossier


1.1. Op 19 oktober 2004 legde E.V. bij de politie van de politiezone H./W. klacht neer wegens eerroof en vals naamdracht. De politie noteerde in het aanvankelijk proces-verbaal (stuk 2 van het strafdossier): "Betrokkene is schepen van ruimtelijke ordening, huisvesting en toerisme in de gemeente W. Een onbekende persoon heeft in
naam van E. V. een e-mail gestuurd naar een andere schepen uit W. Er wordt gesproken over ene lopende rechtszaak van V G.".

In de inlichtingen (stuk 3, strafdossier) werd verduidelijkt dat E.V. in het verleden burgemeester van de gemeente W. was en dat in november 2004 de zaak V.G. voor de rechtbank voorkwam. Deze laatste waren recent in de media verschenen voor feiten. van onder andere sluikstorten.                                                                                          

1.2 E.V. verklaarde onder meer dat (stuk 4, strafdossier):

zijn collega-schepen J.M. hem de dag voordien vertelde dat hij van hem (V.M.) een e-mail had ontvangen, die hij het lezen;

hij tot zijn verbazing vaststelde dat in deze e-mail een aantal zaken werden geïnsinueerd in de zaak V.G.;

bij het bekijken van de eigenschappen van deze e-mail vastgesteld werd dat iemand
ee
n e-mailadres op zijn naam had aangemaakt en geopend onder E.V.@hotmail.com en het bericht werd verstuurd op 6 oktober 2004 om 20.46 uur;


de tekst luidde als volgt: "Het is in ieders belang om zeer voorzichtig te zijn i.v.m.
de V.G. Brothers. Als onze smeerlapperij naar boven komt, zitten we met een. probleem. Ik heb Marieke verwittigd" (zie stuk 6, strafdossier - kopie van het e-mailbericht);             .

met "Marieke" gedoeld werd op Marieke K., gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur te G.;

hij geen vermoeden had nopens een dader.

 

1.3. Via de Computer Crime Unit (CCU-GDA Dendermonde) werd vernomen dat het IP-nummer van de verzender van de e-mail aangesloten was bij Skynet. Overeenkomstig artikel 46bis Sv. vorderde de procureur des Konings bij Skynet de identificatie van de verzender en deze bleek de beklaagde O.V. te zijn (stuk 14, strafdossier), wonend te W. (...). Het internetcontract was geregistreerd op naam van U.T. .

 

1.4. De beklaagde bekende bij zijn verhoor op 5 november 2004 de feiten (stuk 15, strafdossier) en verklaarde onder meer dat:

-hij de bewuste e-mail had verstuurd in naam van schepen E.V, wat hij achteraf een misplaatste grap vond;                                                         .

-hij dit deed uit ontstemming over wat hij vernomen had, namelijk hoe J.V.G. in de (...) - een verkaveling palende aan het chaletpark - blijkbaar zonder problemen tientallen vrachtwagens illegaal afval onder de grond mocht stoppen;

-het hem stoorde dat schepen E.V. in een document van de gemeente, aan het parket stelde dat het probleem van het stort geregeld was en schepen J.M. voor het planbord van het chaletpark M. verklaringen aflegde op de regionale televisiezender Kanaal 3, terwijl het chaletpark - waar de beklaagde zelf woont - niets met het stortte maken heeft;

 

-   de tekst ging over het stort van de M. maar hij daar meer niet over kwijt wenste;

-   "Marieke" sloeg op Marieke "K.", een ambtenaar van stedenbouw;

-   hij nu zijn e-mail zeer betreurde, doch dat deze verstuurd werd op ene onbewaakt ogenblik, toen hij ontstemd was en hij niemand persoonlijk wilde beschuldigen, doch alles te maken had met zijn verrassing dat de overheid "er zo licht (overging)" bij dergelijk geval van storten.

1.5. J.M. verklaarde (stuk 19, strafdossier) dat hij verwonderd was toen hij de e-mail had ontvangen, gezien hij met zijn collega E.V. in het verleden steeds goed samen­werkte. Hij stelde dat E.V. verontwaardigd was en dat deze overtuigend stelde met de zaak niets te maken te hebben.

2. Gegrondheid van de strafvordering

2.1. Op de terechtzitting van 24 oktober 2005 stelde de verdediging in termen van pleidooien met betrekking tot de feiten voorwerp van de tenlastelegging A en B dat de beklaagde zich geen toegang had verschaft tot bestanden van E.V. of J.M. Verder stelde de verdediging dat de enige bedoeling van de beklaagde was herrie te schoppen en E.V. te provoceren, doch dat het vereiste bijzonder opzet bij hem niet voorhanden was.

 

Met betrekking tot het feit van de tenlastelegging C. stelde de verdediging dat er sprake was van een privécommunicatie zodat er geen sprake van openbaarheid zou geweest zijn,

De rechtbank kan het standpunt van de verdediging slechts deels onderschrijven.

2. 1. 1. De tenlasteleggingen A en B

2.1.1.1.    De verdediging maakt geen onderscheid tussen de vier categorieën van informaticavalsheid of -bedrog die door de wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit (B.S. 3 februari 2001) werden ingevoerd en op verschillendeplaatsen in het Strafwetboek werden ingeschreven, namelijk:

- valsheid in informatica (art. 210bis Sw.);

- informaticabedrog (art. 504quater Sw.);

- ongeoorloofde toegang tot informaticasystemen (art. 550bis Sw.);

- data- en informaticasabotage (art. 550ter Sw.).

De feiten beschreven onder de tenlasteleggingen A en B slaan op valsheid in informatica, zoals omschreven in artikel 210bis van het Strafwetboek.

2.1.1.2.    Valsheid in informatica is als Afdeling Ibis ingeschreven onder Hoofdstuk IV. Valsheid in geschriften, in informatica en in telegrammen van het Strafwetboekenen slaat op het vervalsen van juridisch relevante computergegevens via datamanipu­latie (cf. Verslag commissie justitie, Parl. Besch. doe. 500213/04).

Het is duidelijk dat het aanmaken door de beklaagde van een e-mailaccount (via MSN, meer bepaald hotmail, op naam van en andere persoon (van E.V.) en het verzenden van een e-mail via dit e-mail adres naar een derde persoon (J.M.) wel degelijk als manipulatie van juridisch relevante computergegevens dient te  worden aanzien. Evenmin kan er twijfel bestaan over het feit dat de beklaagde hierbij handelde met het voor het bestaan van valsheid in geschriften (art. 193 Sw.) vereiste bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden.

Uit de verklaring van de beklaagde zelf blijkt dat hij reageerde vanuit een ontstemd zijn; de verdediging had het over de intentie om te provoceren en E.V. "uit zijn tent lokken". Waar alleen reeds uit dit motief de bedoeling om te schaden blijkt, was toch duidelijk meer aan de hand. Het verzenden van dergelijke e-mail is immers geen loutere impulsieve handeling, in een opwelling van woede. Het verzenden van een dergelijke e-mail vergde immers bepaalde voorbereidende handelingen, namelijk het aanmaken van een account via MSN op naam van E.V. via "hotmail.com" en vervolgens het opstellen en verzenden van de e-mail.

De beklaagde bleef zelf in het ongewisse over zijn uiteindelijke bedoelingen en weigerde hierover meer uitleg te verrstrekken, doch onder meer de subtiele verwijzing in de e-mail naar "Marieke", zijnde de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur, wijst op zijn kwaadaardige bedoelingen. Alleszins was er duidelijk sprake van een mogelijk nadeel door dergelijke e-mail, waar een werkelijk nadeel niet vereist is om valsheid te kunnen opleveren (Cass. 18 maart 1975 Arr. Cass. 1975, 806}.

De feiten omschrijven onder de tenlasteleggingen A en B zijn naar het oordeel van  de rechtbank dan ook afdoende bewezen.

2.1.2. De tenlastelegging C (vrijspraak voor valse naamdracht)

2.1.2.1. Het feit voorwerp van de tenlastelegging C is strafbaar gesteld door artikel 231 van het Strafwetboek en bestraft de persoon die in het openbaar een naam aanneemt die hem niet toekomt.

2.1.2.2. De vereiste openbaarheid betreft slechts een relatieve openbaarheid en alleszins niet de openbaarheid in haar absolute betekenis, zoals deze verstaan wordt inde gebruikelijke betekenis.

De wil om te doen of te laten geloven dat de valse naam werkelijk de zijne is, dientvoorhanden te zijn.

2.1..2.3. De rechtbank is van oordeel dat er in huidig geval geen sprake was van valse naamdracht De beklaagde D.W. heeft immers niet willen doen geloven dat de naam van E.V. zijn werkelijke naam was. Integendeel, was het de bedoeling van de beklaagde om volledig uit het beeld te blijven, precies de reden waarom de valsheid in de e-mail gepleegd werd.

De beklaagde dient aldus wegens het feit voorwerp van de tenlastelegging C te worden vrijgesproken,

3. De straftoemeting

3.1. De straftoemeting moet worden bepaald gelet op de aard en de objectieve ernst

van de bewezen verklaren feiten, de begeleidende omstandigheden en de persoonlijkheid van de beklaagde zoals die blijkt het uit strafrechtelijk verleden, zijn gezins­toestand en zijn arbeidssituatie voor zover bekend.

3.2.    De feiten zijn objectief zwaarwichtig. De gepleegde feiten betreffen wanbedrijven tegen de openbare trouw en worden door de wetgever streng bestraft. In zijn beroep van (onderzoeks)journalist bij een kwaliteitskrant als D.T. heeft het plegen van dergelijke valsheid in de rand van een gevoelig dossier bovendien nog een extra dimensie, gezien precies van een onderzoeksjournalist verwacht wordt en mag verwacht worden, dat hij zelf geen misdrijven pleegt om feiten te verzamelen, ook niet om reacties van bepaalde protagonisten in een bepaald dossier uit te lokken of deze te doen vrezen voor bepaalde onthullingen.

De houding van de beklaagde stemt tot nadenken over de visie van bepaalde journalisten op hun taak en rol binnen de samenleving en zet de relatie tussen media en gerecht, die altijd een moeilijke evenwichtsoefening zal uitmaken, nodeloos onder spanning. Het zou te betreuren zijn mocht wat door de beklaagde verhullend als "een misplaatste grap" omschreven werd, de geloofwaardigheid van de kwaliteitspers in het gedrang brengen. Gelet op de ernst van de feiten, dient principieel een zekere gestrengheid in de bestraffing te
worden toegepast.

3.3.    De strafdoening dient echter niet enkel de vergeldingsbehoefte, doch ook de generale en speciale preventie.

3.4.    De beklaagde is een thans 51-jarige man. Zijn strafrechtelijk verleden is relatief gunstig, waar hij eenmaal (1989} veroordeeld werd wegens inbreuken op de wetgeving op de jaarrekeningen van vennootschappen. Hij is nog steeds journalist bij de krant (...). De feiten kwamen uiteindelijk en gelukkig vrij snel aan het licht en bleven
daardoor zonder veel erg.

3.5.    Door de verdediging werd namens de beklaagde de opschorting van de uitspraak van veroordeling gevraagd, waarover het Openbaar Ministerie ongunstig advies verleende.

Opschorting van de uitspraak van veroordeling is voornamelijk ontstaan vanuit de bekommernis de korte (effectieve.) gevangenisstraffen te vermijden (C. van DEN wijngaert, Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal strafrecht, Maklu, 2003, 418). Daarenboven is het een sanctiemaatregel die de declassering van de betrokkene kan verhinderen: gezien er geen veroordeling wordt uitgesproken, zal de rechterlijke beslissing na afloop van de proeftermijn niet vermeld worden in het strafregister van de betrokken beklaagde (L. dupont en R. VËRSTRAETEN, Handboek Belgisch Straf­recht, Acco, 1989, 939} en, des te meer van belang, op een desgevallend voor te leggen getuigschrift van goed zedelijk gedrag.

Gezien de rechtbank van oordeel is dat aan de beklaagde alleszins geen gevangenis­straf dient te worden opgelegd, is de bekommernis om een korte gevangenisstraf te vermijden niet aan de orde. De opschorting die een uitdrukkelijk gunst is, dient in huidig geval dan ook voornamelijk vanuit het criterium van het gevaar voor declassering bij een veroordeling te worden beoordeeld. Dit gevaar is gezien het beroep van journalist van de beklaagde duidelijk aanwezig. Het uitspreken van een veroordeling en het opleggen van een geldboete, zelfs met uitstel zou de professionele kansen van de beklaagde dermate hypothekeren, dat er een onevenwicht zou ontstaan tussen de secundaire gevolgen van .een veroordeling en de ernst van de feiten, waarvan de gevolgen gelukkig beperkt bleven. De beklaagde dient echter deze les voor zijn lichtzinnig gedrag goed voor ogen te houden, in het besef dat opschorting in deze omstandigheden een absolute gunst is.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

rechtdoende op tegenspraak

Strafrechtelijk

spreekt de beklaagde D."W. vrij wegens het feit voorwerp van de tenlastelegging C;

Verklaart de beklaagde D."W. schuldig aan de feiten omschreven onder de tenlastelegingen A en B;

Gelast voor deze feiten de gewone opschorting voor een termijn van drie jaar vanaf heden.

 

 


 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: ma, 03/08/2015 - 15:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.