-A +A

Valpartij bij uitstappen van tram bevoegdheid Politierechtbank

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Met toepassing van art. 601bis Ger.W. dient te worden onderzocht of de gevorderde schade is ontstaan uit een verkeersongeval. De arrondissementsrechtbank stelt vast dat eiseres in de dagvaarding aanvoert dat de schade (letsels met arbeidsongeschiktheid) veroorzaakt is doordat zij van de tram moest springen ten gevolge van het niet-voorzien van een correcte afstapplaats voor passagiers van de tram.

Op grond van de feiten, uiteengezet in de dagvaarding, oordeelt de arrondissementsrechtbank dat het hier om een verkeersongeval gaat. De schade is het gevolg van een ongeval in het wegverkeer.

V. t/ Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn

...

2. Het verwijzingsvonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge

In haar verwijzingsvonnis van 5 oktober 2016 oordeelde de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, dat het ongeval, waarbij een tramreiziger ten val komt bij het uitstappen van de tram – zoals in casu, te beschouwen is als een verkeersongeval in de zin van art. 601bis Ger.W. Laatstgenoemd artikel sluit de bevoegdheid van de politierechtbank niet uit voor ongevallen waarbij een spoorvoertuig betrokken is, zelfs als het geen gebruik maakt van de openbare weg.

Alle geschillen tot vergoeding van schade, ontstaan uit een verkeersongeval, behoren tot de uitsluitende bevoegdheid van de politierechtbank. De geadieerde rechtbank van eerste aanleg moet ambtshalve een middel van onbevoegdheid opwerpen.

Overeenkomstig art. 640 Ger.W. verwees de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, de zaak naar de arrondissementsrechtbank.

3. De feiten in de dagvaarding omschreven

Kort samengevat baseert eiseres zich in haar dagvaarding op de volgende feiten.

Op 20 mei 2014 nam eiseres de kusttram met als doel af te stappen aan de tramhalte «Krokodiel» te Middelkerke. Ten gevolge van werkzaamheden aan het spoor stopte de tram aan de tramhalte te Middelkerke op het linkse spoor. Bij het openen van de tramdeuren stelde eiseres vast dat zij niet op een perron kon afstappen, maar dat zij tussen de keien en putten van de trambedding diende af te stappen. Wegens het ongeduld van de trambestuurder moest eiseres van de tram springen waarbij zij zich ernstig bezeerde aan haar knie.

Eiseres meent dat de aansprakelijkheid van verweerster in deze betrokken is, aangezien er op de voorziene halte tijdens de werkzaamheden geen correcte afstapplaats voor passagiers werd aangebracht en eiseres hierdoor een letsel opliep. Als gevolg van de fouten van verweerster meent eiseres dat zij schade opliep, die door verweerster vergoed moet worden.

4. Beoordeling door de arrondissementsrechtbank

Op grond van art. 601bis Ger.W. neemt de politierechtbank kennis van alle vorderingen, ongeacht het bedrag, tot vergoeding van schade, ontstaan uit een verkeersongeval, zelfs indien het zich heeft voorgedaan op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek.

Het verkeersongeval dat door de wetgever beoogd werd in art. 601bis Ger.W. veronderstelt een schade die te wijten is aan de deelneming aan het wegverkeer, m.a.w. aan een feit dat onder de toepassing valt van het Wegverkeersreglement of van de wetgeving die het wegverkeer in de ruime zin reglementeert. Volgens het Hof van Cassatie houdt een verkeersongeval in de zin van art. 601bis Ger.W. verband met de risico’s van het wegverkeer (Cass. 6 februari 2009, NJW 2009, 557).

Bij de beoordeling van de bevoegdheid moet worden uitgegaan van de vordering in de bewoordingen waarin ze door de eiser is gesteld in de gedinginleidende akte (zie o.m.: Cass. 8 september 1978, Arr.Cass. 1978-79, 26; Cass. 19 december 1985, Arr.Cass. 1985-86, 589; Cass. 21 oktober 1996, Arr.Cass. 1996; B. Maes, Inleiding tot het Burgerlijk Procesrecht, Brugge, die Keure, 2012, 79).

Met toepassing van art. 601bis Ger.W. dient te worden onderzocht of de gevorderde schade is ontstaan uit een verkeersongeval. De arrondissementsrechtbank stelt vast dat eiseres in de dagvaarding aanvoert dat de schade (letsels met arbeidsongeschiktheid) veroorzaakt is doordat zij van de tram moest springen ten gevolge van het niet-voorzien van een correcte afstapplaats voor passagiers van de tram.

Op grond van de feiten, uiteengezet in de dagvaarding, oordeelt de arrondissementsrechtbank dat het hier om een verkeersongeval gaat. De schade is het gevolg van een ongeval in het wegverkeer. Naar analogie van de rechtspraak over een treinongeval (zie o.m. Cass. 11 januari 2010, NJW 2010, 197 over het ongeval dat een passagier overkomt op het ogenblik dat hij van de trein op het perron stapt) oordeelt de arrondissementsrechtbank dat dit tramongeval, dat eiseres is overkomen toen zij van de tram sprong, een verkeersongeval is in de zin van art. 601bis Ger.W. (zie ook: S. Rutten en F. Dupon, «Overzicht van rechtspraak: de bevoegdheid», TPR 2014, p. 1951-1952, nr. 86).

De arrondissementsrechtbank is van oordeel dat de verwijzingsrechter terecht zijn bevoegdheid in twijfel heeft getrokken. Bijgevolg oordeelt de arrondissementsrechtbank dat de politierechtbank ratione materiae bevoegd is. (...)

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: ma, 02/10/2017 - 16:44
Laatst aangepast op: ma, 02/10/2017 - 16:44

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.