-A +A

Uitlegging notariele akten inzake buitengewone kosten bevoegdheid Vrederechter

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Vredegerecht
Plaats van uitspraak: Zottegem-Herzele
Datum van de uitspraak: 
din, 16/12/2008
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
1016
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Samenvatting:

De uitlegging van een authentieke titel in casu notariële akte behoort niet tot de bevoegdheid van de beslagrechter.- Interpretatie buitengewone kosten.

Tekst van het vonnis:

Om te kunnen overgaan tot gedwongen tenuitvoerlegging moet de uitvoerbare titel een verbintenis bevatten die vatbaar is voor executie. Dit houdt in dat de verbintenis nog steeds bestaat, dat zij eisbaar is en dat de uitvoeringsmodaliteiten nauwkeurig in de titel zijn omschreven.

Dit betekent inzake geldsomverbintenissen dat de titel de noodzakelijke elementen bevat om het bedrag van de schuldvordering te bepalen; uitvoerend beslag kan immers enkel worden gelegd wegens vaststaande en zekere zaken. De exacte hoegrootheid van het bedrag hoeft niet rechtstreeks uit de titel te blijken, indien uit die titel blijkt hoe die hoegrootheid bepaald moet worden. De titel moet dus het bedrag van de schuldvordering bepalen of het minstens mogelijk maken die omvang op objectieve grondslag en zonder verdere discussie tussen de partijen te bepalen.

De titel waarover de eiseres beschikt, namelijk de beschikking in kort geding gewezen door de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde op 23 mei 2005 bepaalt, van belang voor de onderhavige betwisting, dat «de verweerder ertoe gehouden zal zijn om aan eiseres op voorlegging van de rekeningen en betalingsbewijzen de helft te vergoeden van de buitengewone kosten voor medische en paramedische prestaties ten behoeve van de kinderen en van de buitengewone schoolkosten».

Getoetst aan zijn gedwongen uitvoerbaarheid in het licht van de voormelde principes zegt deze titel wel voldoende duidelijk tot welke kosten en onder welke voorwaarde de verweerder gehouden is, maar de vraag is of deze titel zonder meer gedwongen kan worden uitgevoerd wanneer de verweerder betwist dat bepaalde kosten buitengewoon zijn, niet uitsluitend in het belang van het kind gemaakt werden en/of aanvoert dat zij zonder zijn voorafgaande raadpleging werden uitgegeven en dat bepaalde kosten te hoog zijn of minstens afgeschreven hadden kunnen worden.

Een dergelijke betwisting doet geen eigenlijk uitvoeringsprobleem ontstaan, maar vergt een onderzoek naar de inhoud en de draagwijdte van datgene waartoe de verweerder, in algemene bewoordingen, veroordeeld werd. Dit onderzoek houdt geen verband met de rechtmatigheid of met de regelmatigheid van de uitvoering, welke betwisting tot de bevoegdheid van de beslagrechter zou behoren.

Voor zover de verweerder niet zou betwisten dat het om kosten gaat waaromtrent de eiseres door middel van de beschikking in kort geding een voor uitvoering vatbare titel heeft, maar deze kosten zou nalaten te betalen, zou de eiseres op grond van deze titel kunnen uitvoeren; in alle andere gevallen waarin het behoort, gelet op de betwisting tussen de partijen, het precieze bedrag vast te stellen waartoe de verweerder overeenkomstig deze beschikking gehouden is, kan deze beschikking niet als uitvoerbare titel gelden en is de tussenkomst van de bodemrechter vereist.

Een clausule die – vergelijkbaar met de huidige zaak – in algemene termen luidt dat de vader ook zal bijdragen in «de helft van de uitzonderlijke kosten van onderhoud en opvoeding» is geldig, maar niet vatbaar voor rechtstreekse gedwongen uitvoering, zodat de rechter ten gronde eerst het bedrag van die bijdrage zal moeten bepalen, vooraleer een betaling kan worden afgedwongen (S. Brouwers, Echtscheiding door onderlinge toestemming, Gent, Larcier, 2006, p. 138, nr. 171, met verwijzing naar H. Casman, Notarieel Familierecht, Gent, Mys & Breesch, p. 419, nr. 1042).

Een vonnis waarbij een ouder wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de «studie- en leefkosten» van de kinderen levert geen uitvoerbare titel voor gedwongen executie op (A.P.R., tw. Beslag, p. 146, nr. 224).

De titel in de vorm van de voormelde beschikking in kort geding is derhalve, gelet op het voorwerp van de huidige betwisting, onvoldoende om dienstig te zijn voor uitvoering, zodat de eiseres daadwerkelijk belang heeft bij het instellen van de vordering, zodat deze toelaatbaar is. Het gevolg hiervan is wel dat de vrederechter zich om de haverklap dient uit te spreken over dergelijke semi-uitvoeringsproblemen, die deze betwistingen ondanks het vermelde blijven, terwijl de veroordeling werd uitgesproken door een andere rechtsinstantie van wie het niet onmogelijk is dat zij er bij haar besluitvorming een andere maar ongepreciseerd gebleven benadering aangaande de betekenis en de omvang van de litigieuze buitengewone kosten op nahield dan deze vrederechter.

Als het in deze redenering zou gaan om een loutere vraag van de interpretatie (wegens de duistere of dubbelzinnige inhoud van de veroordeling) van de in het geding zijnde buitengewone kosten, zou zelfs geopperd kunnen worden dat de eiseres zich overeenkomstig art. 793 Ger. W. moet wenden tot de rechter die de onderhoudsverplichting heeft vastgesteld.

Wat de grond van de zaak betreft, past het de persoonlijke verschijning van de partijen te bevelen, onder meer om een regeling in der minne te benaarstigen die ook van aard kan zijn om toekomstige betwistingen van dezelfde of soortgelijke strekking te voorkomen.

Zie ook de uitspraak van de Vrederechter te Zottegem-Herzele, zetel Zottegem van 13 november 2008, T. Vred. 2009-2010, 5-6, 215:
"Op procedureel vlak stelt zich de vraag of de eiseres al dan niet reeds over een uitvoerbare titel beschikt om haar huidige vordering te laten gelden; in voorkomend geval ontbreekt het haar aan het bij artikel 17 Ger.W. voor de toelaatbaarheid van een rechtsvordering vereiste belang. […]

Om te kunnen overgaan tot gedwongen tenuitvoerlegging moet de uitvoerbare titel een verbintenis bevatten die vatbaar is voor executie. Dit houdt in dat de verbintenis nog steeds bestaat, dat zij eisbaar is en dat de uitvoeringsmodaliteiten nauwkeurig in de titel zijn omschreven.

Dit betekent inzake geldsomverbintenissen dat de titel de noodzakelijke elementen bevat om het bedrag van de schuldvordering te bepalen; uitvoerend beslag kan immers enkel worden gelegd wegens vaststaande en zekere zaken.

De exacte hoegrootheid van het bedrag hoeft niet rechtstreeks uit de titel te blijken, indien uit die titel blijkt hoe die hoegrootheid moet bepaald worden (E. Dirix en K. Broeckx, “Beslag”, APR 2001, 141, nrs. 209 en 210).

De titel moet dus het bedrag van de schuldvordering bepalen of minstens toelaten die omvang op objectieve grondslag en zonder verdere discussie tussen de partijen te bepalen.
De titel waarover de eiseres beschikt, met name de beschikking in kort geding gewezen door de voorzitter der rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde op 23 mei 2005 voorziet, van belang voor de onderhavige betwisting, dat “de verweerder zal gehouden zijn om aan eiseres op voorlegging van de rekeningen en betalingsbewijzen de helft te vergoeden van de buitengewone kosten voor medische en paramedische prestaties ten behoeve van de kinderen en van de buitengewone schoolkosten”.

Getoetst aan zijn gedwongen uitvoerbaarheid in het licht van de voormelde principes zegt deze titel wel voldoende duidelijk tot welke kosten en onder welke voorwaarde de verweerder gehouden is doch vraag is of deze titel zonder meer gedwongen kan uitgevoerd worden wanneer de verweerder betwist dat bepaalde kosten buitengewoon zijn, niet uitsluitend in het belang van het kind gemaakt werden en/of stelt dat zij zonder zijn voorafgaandelijke raadpleging werden uitgestaan en dat bepaalde kosten te hoog zijn of minstens hadden kunnen geamortiseerd worden. Dergelijke betwisting stelt geen eigenlijke uitvoeringsproblematiek daar, doch vergt een onderzoek naar de inhoud en de draagwijdte van datgene waartoe de verweerder, in algemene bewoordingen, veroordeeld werd.

Dit onderzoek houdt geen verband met de rechtmatigheid of met de regelmatigheid van de uitvoering, welke betwisting tot de bevoegdheid van de beslagrechter zou behoren. Voor zover de verweerder niet zou betwisten dat het om kosten gaat waaromtrent de eiseres middels de beschikking in kort geding een voor uitvoering vatbare titel heeft doch deze kosten zou nalaten te betalen, zou de eiseres op grond van deze titel kunnen uitvoeren; in alle andere gevallen waarin het behoort, gelet op de betwisting tussen de partijen, het precieze bedrag vast te stellen tot hetwelk de verweerder overeenkomstig deze beschikking gehouden is, kan deze beschikking niet als uitvoerbare titel gelden en is de tussenkomst van de bodemrechter vereist.

Een clausule die – vergelijkbaar met de huidige zaak – in algemene termen stelt dat de vader ook zal bijdragen in “de helft van de uitzonderlijke kosten van onderhoud en opvoeding” is geldig maar niet vatbaar voor rechtstreekse gedwongen uitvoering zodat de rechter ten gronde eerst het bedrag van die bijdrage zal moeten bepalen, vooraleer een betaling kan worden afgedwongen (S. Brouwers, Echtscheiding door onderlinge toestemming, Larcier, 2006, 138, nr. 171 met verwijzing naar H. Casman, Notarieel familierecht, Mys & Breesch, 419, nr. 1042).

Een vonnis waarbij een ouder wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de “studie- en leefkosten” van de kinderen levert geen uitvoerbare titel voor gedwongen executie op (E. Dirix en K. Broeckx, o.c., 146, nr. 224).

De titel onder de vorm van de voormelde beschikking in kort geding is derhalve, gelet op het voorwerp der huidige betwisting, onvoldoende om dienstig te zijn voor uitvoering zodat de eiseres daadwerkelijk belang heeft bij het instellen van de vordering zodat deze toelaatbaar is.

Het gevolg hiervan is wel dat de vrederechter om de haverklap door dergelijke semi-uitvoeringsproblemen, welke deze betwistingen ondanks het vermelde blijven, kan gevat worden terwijl de veroordeling uitgesproken werd door een andere rechtsinstantie van wie het niet onmogelijk is dat zij er bij haar besluitvorming een andere doch ongepreciseerd gebleven benadering aangaande de betekenis en de omvang van de kwestige buitengewone kosten op nahield dan deze vrederechter.

Moest het in deze redenering om een loutere vraag gaan naar de interpretatie (wegens de duistere of dubbelzinnige inhoud van de veroordeling) van de in het geding zijnde buitengewone kosten, zou zelfs geopperd kunnen worden dat de eiseres zich overeenkomstig artikel 793 Ger.W. moet wenden tot de rechter die de onderhoudsverplichting heeft vastgesteld. […]

Wat de grond van de zaak betreft past het de persoonlijke verschijning van de partijen te bevelen onder meer om een regeling in der minne te benaarstigen welke ook van aard kan zijn om toekomstige betwistingen van dezelfde of gelijkaardige strekking te voorkomen. * * * De beslissing aangaande de gerechtskosten wordt aangehouden. […]

OM DEZE REDENEN, Recht doende op tegenspraak.
Verklaart de vordering toelaatbaar. Vooraleer verder ten gronde te beslissen, beveelt de persoonlijke verschijning van de partijen in raadkamer van dit vredegerecht op dinsdag 16 december 2008 om 10 uur. Houdt de beslissing in verband met de gerechtskosten aan. 
 

 

Noot: 

De beslagrechter te Etterbeek oordeelde dan weer bij vonnis van 4 juni 2009 (T.Vred2 011-135) dat een betwisting met betrekking tot de afrekening van de bedragen verschuldigd ingevolge een vonnis inzake buitengewone kosten, niet tot de bevoegdheid van de Vrederechter behoort maar tot de bevoegdheid van de beslagrechter.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 09/02/2010 - 20:19
Laatst aangepast op: di, 23/02/2016 - 17:40

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.