-A +A

toepassingsgebied WHPC

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

wie is consument in de zin van de WHPC

welke ondernemingen zijn onderworpen aan de WHPC

toepassing WHPC in de tijd overgangsbepalingen

toepassingsgebied van de Belgische wet en de bevoegdheid van de Belgische rechter inzake de WHPC op buitenlandse ondernemingen

toepassingsgebied WHPC naar het voorwerp van de handeling

de WHPC is niet toepasselijk op vrije beroepen zie: vrije beroepen en consumentenrechten

 

uittreksel uit de wet van 6 april 2010:


HOOFDSTUK 1. - Definities en algemene principes

  Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° onderneming : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen;
  2° beoefenaar van een vrij beroep : elke onderneming die geen koopman is in de zin van artikel 1 van het Wetboek van koophandel en die onderworpen is aan een bij wet opgericht tuchtorgaan;
  3° consument : iedere natuurlijke persoon die, uitsluitend voor niet-beroepsmatige doeleinden, op de markt gebrachte producten verwerft of gebruikt;
  4° producten : goederen en diensten, onroerende goederen, rechten en verplichtingen;
  5° goederen : alle lichamelijke roerende zaken;
  6° dienst : elke prestatie verricht door een onderneming in het kader van haar professionele activiteit of in uitvoering van haar statutair doel;
  7° homogene diensten : alle diensten waarvan de eigenschappen en de modaliteiten identiek of gelijkaardig zijn, ongeacht onder meer het ogenblik, de plaats van de uitvoering, de dienstverstrekker of de persoon voor wie ze bestemd zijn;
  8° etikettering : de vermeldingen, aanwijzingen, gebruiksaanwijzingen, merken, afbeeldingen of tekens die betrekking hebben op een goed of op een homogene dienst en die voorkomen op het goed zelf of op enig verpakkingsmiddel, document, bordje, etiket, band of label dat bij dit goed of bij deze dienst is gevoegd of daarop betrekking heeft;
  9° op de markt brengen : de invoer met het oog op de verkoop, het bezit met het oog op de verkoop, de tekoopaanbieding, de verkoop, het huuraanbod van goederen en diensten, de verhuring van goederen en diensten, de afstand onder bezwarende titel of gratis, als deze verrichtingen worden gedaan door een onderneming;
  10° geregistreerde benaming :
  a) voor de landbouwproducten en de levensmiddelen :
  de beschermde benaming van oorsprong of de beschermde herkomstaanduiding waarop de landbouwproducten en de levensmiddelen zich kunnen beroepen bij toepassing van de Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen;
  b) voor de andere producten :
  - de beschermde benaming van oorsprong waarop de producten afkomstig uit een bepaalde streek of een bepaalde plaats zich kunnen beroepen en waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat, zijn toe te schrijven, en waarvan de productie, de verwerking en de bereiding in het geografische gebied geschiedt, wanneer deze erkend werd overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke regelgeving;
  - de beschermde geografische aanduiding waarop de producten afkomstig uit een streek of een bepaalde plaats zich kunnen beroepen en waarvan een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk aan deze geografische oorsprong kan worden toegeschreven, en waarvan de productie en/of de verwerking en/of de bereiding in het geografische gebied geschieden, wanneer deze erkend werd overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke regelgeving;
  11° los verkochte goederen : goederen die niet vooraf worden verpakt en die door of in tegenwoordigheid van de consument worden gemeten of gewogen;
  12° per stuk verkochte goederen : goederen die niet kunnen worden gefractioneerd zonder hun aard of eigenschappen te wijzigen;
  13° geconditioneerde goederen : goederen die een fractionering, weging, telling of meting ondergaan hebben, zelfs tijdens het fabricageproces, al dan niet gevolgd door een verpakking, en met het doel die verrichting overbodig te maken bij de tekoopaanbieding;
  14° voorverpakte goederen : de geconditioneerde goederen die verpakt zijn alvorens te koop te worden aangeboden ongeacht de aard van de verpakking, die het goed geheel of slechts ten dele bedekt, maar op zo'n wijze dat de inhoud niet kan worden veranderd zonder dat de verpakking wordt geopend of gewijzigd.
  Daaronder vallen :
  a) voorverpakte goederen in vooraf bepaalde hoeveelheden : zodanig voorverpakte goederen dat de in de verpakking aanwezige hoeveelheid overeenstemt met een vooraf gekozen waarde;
  b) voorverpakte goederen in variabele hoeveelheden : zodanig voorverpakte goederen dat de in de verpakking aanwezige hoeveelheid niet overeenstemt met een vooraf gekozen waarde;
  15° meeteenheid : de eenheid die overeenstemt met de definities van de wet van 16 juni 1970 betreffende de meeteenheden, de meetstandaarden en de meetwerktuigen en met die van de uitvoeringsbesluiten ervan;
  16° vulbedrijf : de persoon die de goederen werkelijk voorverpakt met het oog op de tekoopaanbieding ervan;
  17° conditioneerder : de persoon die de goederen conditioneert met het oog op de tekoopaanbieding ervan;
  18° nominale hoeveelheid : het op een voorverpakking aangegeven gewicht of volume dat overeenstemt met de nettohoeveelheid die deze voorverpakking wordt geacht te bevatten;
  19° reclame : iedere mededeling van een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel heeft de verkoop van producten te bevorderen, ongeacht de plaats of de aangewende communicatiemiddelen;
  20° vergelijkende reclame : elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd;
  21° overeenkomst op afstand : elke overeenkomst tussen een onderneming en een consument inzake goederen of diensten die wordt gesloten in het kader van een door de onderneming georganiseerd systeem voor verkoop van goederen of diensten op afstand waarbij, voor deze overeenkomst, uitsluitend gebruik gemaakt wordt van een of meer technieken voor communicatie op afstand tot en met de sluiting van de overeenkomst zelf;
  22° techniek voor communicatie op afstand : ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van onderneming en consument, kan worden gebruikt voor de sluiting van de overeenkomst tussen deze partijen;
  23° communicatietechniek-exploitant : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, publiekrechtelijk of privaatrechtelijk, wiens beroepsactiviteit erin bestaat één of meer technieken voor communicatie op afstand aan de ondernemingen ter beschikking te stellen;
  24° financiële dienst : iedere dienst van bancaire aard of op het gebied van kredietverstrekking, verzekering, individuele pensioenen, beleggingen en betalingen;
  25° duurzame drager : ieder hulpmiddel dat de consument in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie gemakkelijk toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de informatie kan dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;
  26° aanbieder : iedere onderneming die optreedt als de contractuele verrichter van diensten op grond van overeenkomsten op afstand;
  27° gezamenlijk aanbod : het aanbod waarbij de al dan niet kosteloze verkrijging van goederen of diensten gebonden is aan de verkrijging van andere goederen of diensten;
  28° onrechtmatig beding : elk beding of elke voorwaarde in een overeenkomst tussen een onderneming en een consument die, alleen of in samenhang met een of meer andere bedingen of voorwaarden, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen ten nadele van de consument;
  29° handelspraktijk : iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een onderneming, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product;
  30° het economische gedrag van consumenten wezenlijk verstoren : een handelspraktijk gebruiken om het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar te beperken, waardoor de consument tot een transactie besluit waartoe hij anders niet had besloten;
  31° gedragscode : een overeenkomst of een aantal niet bij wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen voorgeschreven regels waarin wordt vastgesteld hoe ondernemingen die zich aan de code binden, zich moeten gedragen met betrekking tot een of meer handelspraktijken of bedrijfssectoren;
  32° professionele toewijding : het normale niveau van bijzondere vakkundigheid en zorgvuldigheid dat redelijkerwijs van een onderneming in haar activiteitsdomein ten aanzien van de consument mag worden verwacht, overeenkomstig de eerlijke handelsgebruiken;
  33° uitnodiging tot aankoop : een commerciële boodschap die de kenmerken en de prijs van het product op een aan het gebruikte medium aangepaste wijze vermeldt en de consument aldus in staat stelt een aankoop te doen;
  34° ongepaste beïnvloeding : het uitbuiten van een machtspositie ten aanzien van de consument om, zelfs zonder gebruik van of dreiging met fysiek geweld, druk uit te oefenen op een wijze die het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen, aanzienlijk beperkt;
  35° besluit over een transactie : elk door een consument genomen besluit over de vraag of, en, zo ja, hoe en op welke voorwaarden hij een product koopt, geheel of gedeeltelijk betaalt, behoudt of van de hand doet, of een contractueel recht uitoefent in verband met het product, ongeacht of de consument wel of niet tot handelen overgaat;
  36° collectief consumentenakkoord : een akkoord dat afgesloten wordt binnen de Raad voor het Verbruik tussen de consumentenorganisaties en de beroepsorganisaties, en die de relaties regelt tussen ondernemingen en consumenten wat betreft goederen of diensten of categorieën van goederen of diensten;
  37° werkdagen : het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen. Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen, op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag;
  38° de Minister : de Minister bevoegd voor de Economie.

  Art. 3. § 1. Deze wet is niet van toepassing op effecten en andere financiële instrumenten bedoeld in de wetgeving betreffende de financiële transacties en de financiële markten.
  Onder de voorwaarden en rekening houdend met de aanpassingen die Hij bepaalt, kan de Koning evenwel sommige bepalingen van deze wet van toepassing verklaren op voornoemde effecten en andere financiële instrumenten of op categorieën daarvan.
  § 2. Deze wet is niet van toepassing op de beoefenaars van een vrij beroep, de tandartsen en de kinesisten.

 

opgelet nieuwe wet op de marktpraktijken (WMPC) van  6 april 2010 in vervanging van de de wet wet op de handelpraktijken van 1991 zie deze link
Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:14
Laatst aangepast op: za, 17/04/2010 - 22:51

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.