-A +A

Termijn van verzet beroep en cassatie in strafzaken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wie geen kennis had van de dagvaarding in strafzaken kan verzet aantekenen.

De termijn hiertoe bedraagt 15 dagen vanaf de betekening van het verstekvonnis of de kennisname van het vonnis. Wie kennis heeft gekregen verliest het recht op verzet (door de Potpourri II wet). Dit belet niet dat deze beklaagde die met kennis van de dagvaarding verstek liet gaan nog steeds hoger beroep mag aantekenen, dit conform art. 203 SV. Let wel, anders dan op verzet bestaat er geen buitengewone termijn voor hoger beroep.

De termijn voor het cassatieberoep bedraagt 15 dagen (Art. 423 wetboek strafvordering) na de uitspraak van de bestreden beslissing.

TERMIJN VERZET

Art. 187 en 208 van het wetboek van strafvordering: verzet : 15 dagen vanaf betekening verstekvonnis:

Art. 187. § 1. De bij verstek veroordeelde kan tegen het vonnis in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop het is betekend.

Is de betekening van het vonnis niet aan hem in persoon gedaan, dan kan hij die bij verstek veroordeeld is, wat de veroordelingen tot straf betreft, in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft gekregen.

Indien hij hiervan kennis heeft gekregen door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel of een uitleveringsverzoek of indien de lopende termijn van vijftien dagen nog niet verstreken was op het ogenblik van zijn aanhouding in het buitenland, kan hij in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij werd overgeleverd of in het buitenland terug in vrijheid werd gesteld.

Indien niet blijkt dat hij kennis heeft gekregen van de betekening, kan hij die bij verstek veroordeeld is in verzet komen totdat de termijnen van verjaring van de straf verstreken zijn. Wat de burgerrechtelijke veroordelingen betreft, kan hij in verzet komen tot de tenuitvoerlegging van het vonnis.

De burgerlijke partij en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij kunnen alleen in verzet komen overeenkomstig de bepaling van het eerste lid.

§ 2. Het verzet wordt betekend aan het openbaar ministerie, aan de andere vervolgende partij of aan de andere partijen in de zaak.

Indien het verzet niet is betekend binnen een termijn van vijftien dagen na de betekening van het vonnis, kunnen de veroordelingen ten uitvoer gelegd worden; ingeval hoger beroep is ingesteld door de vervolgende partijen of door een van hen, kan de behandeling in hoger beroep voortgang vinden.

§ 3. Het verzet brengt van rechtswege dagvaarding mee tegen de eerstkomende terechtzitting na het verstrijken van een termijn van vijftien dagen, of van drie dagen indien de eiser in verzet zich in hechtenis bevindt.

§ 4. Ten gevolge van het verzet wordt de veroordeling voor niet bestaande gehouden, behoudens in de gevallen bedoeld in paragrafen 5 tot 7.

§ 5. Het verzet wordt inzonderheid onontvankelijk verklaard :

1° behoudens overmacht, indien het niet overeenkomstig de wettelijke vormen en termijnen is betekend;

2° indien het bestreden vonnis niet bij verstek is gewezen;

3° indien de eiser in verzet vooraf een ontvankelijk hoger beroep heeft ingesteld tegen dezelfde beslissing.

§ 6. Het verzet wordt als ongedaan beschouwd :

1° indien de eiser in verzet, wanneer hij persoonlijk of in de persoon van een advocaat verschijnt en vaststaat dat hij kennis heeft gehad van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan, geen gewag maakt van overmacht of van een wettige reden van verschoning ter rechtvaardiging van zijn verstek bij de bestreden rechtspleging, waarbij het erkennen van de aangevoerde overmacht of reden overgelaten wordt aan het soevereine oordeel van de rechter;

2° indien de eiser in verzet nogmaals verstek laat gaan bij zijn verzet, en dat in alle gevallen, ongeacht de redenen voor de opeenvolgende verstekken en zelfs indien het verzet reeds ontvankelijk werd verklaard.

§ 7. De partij die verzet heeft gedaan kan ervan afstand doen of dat beperken volgens de nadere regels inzake afstand of beperking in hoger beroep, verduidelijkt in artikel 206.

§ 8. De partij in verzet die zich een tweede keer laat vonnissen bij verstek, mag geen nieuw verzet meer aantekenen.

§ 9. Tegen de beslissing die op verzet is gewezen staat hoger beroep open of, indien zij gewezen is in hoger beroep, cassatieberoep.

Hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als ongedaan beschouwt, houdt in dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep, ook al is er geen hoger beroep ingesteld tegen het bij verstek gewezen vonnis.

§ 10. De door het verzet veroorzaakte kosten en uitgaven, met inbegrip van de kosten van uitgifte en van de betekening van het vonnis, blijven evenwel ten laste van de eiser in verzet, indien het verstek aan hem te wijten is.

Bespreking:

De potpourriwet schaft derhalve het absolute recht op verstek en verzet af. Doelbewust verstek laten gaan om nadien de zaak opnieuw in verzet te laten behandelen zal niet meer als tactiek kunnen aangewend worden.

Het recht op verstek en verzet werd beperkt tot het absolute recht om gehoord te worden en een verdediging te kunnen uitbrengen voor de strafgerechten.

In welbepaalde gevallen wordt verzet uitgesloten door de techniek van het “ongedaan verzet”.

art. 187, § 6 Sv., «Het verzet wordt als ongedaan beschouwd:

1° indien de eiser in verzet, wanneer hij persoonlijk of in de persoon van een advocaat verschijnt en vaststaat dat hij kennis heeft gehad van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan, geen gewag maakt van overmacht of van een wettige reden van verschoning ter rechtvaardiging van zijn verstek bij de bestreden rechtspleging, waarbij het erkennen van de aangevoerde overmacht of reden overgelaten wordt aan het soevereine oordeel van de rechter;

De verzet doen de partij draagt niet de bewijslast van het feit dat zij geen kennis had van de dagvaarding en de datum van de terechtzitting. De bewijslast ligt ter zake bij het Openbaar Ministerie, onverminderd het recht van andere partijen in het geding om dit bewijs te leveren.

2° indien de eiser in verzet nogmaals verstek laat gaan bij zijn verzet, en dat in alle gevallen, ongeacht de redenen voor de opeenvolgende verstekken en zelfs indien het verzet reeds ontvankelijk werd verklaard».

De eiser in verzet zal derhalve niet alleen op de inleidende zitting op verzet waarop elke verdere zitting waarop de zaak al dan niet behandeld wordt, dienen aanwezig te zijn, bij gebreken waaraan het verzet kan worden ongedaan gemaakt). Dus indien de zaak bv verdaagd wordt louter voor de neerlegging van het stuk of louter voor sluiting van debatten zal de verzet doen de partij aanwezig dienen te zijn op deze zittingen, bij gebreken waaraan zijn verzet zal worden ongedaan gemaakt., Let wel de verstek doen de partij kan zich laten vertegenwoordigen door een advocaat. De regel zal zeer strikt worden toegepast, zelfs bij ziekte of ongeval van de advocaat (die zich kan laten vervangen.

Het Nederlandse systeem van de secondant zal hiermee wellicht in België ook ingang vinden, waarbij, zeker in belangrijke zaken en advocaat zich kan laten bijstaan door een secondant-advocaat, die hem niet alleen kan bijstaan tijdens de zitting, maar bij geval van overmacht de zaak kan overnemen. Let wel, door de absolute aansprakelijkheid van de advocaat die alle mogelijke schikkingen kan en moet treffen om op de zitting aanwezig te zijn, zal zulks kostenverhogend werken. De praktijk zal uitwijzen of een telefoontje van de echtgenote van de advocaat aan de griffie, met melding dat haar echtgenoot ziek is, met vraag of er een confrater aan de telefoon kan komen om een uitstel te vragen zal worden aanvaard en op het uitstel inderdaad zal verleend worden.

De rechtsleer verdedigt dat op basis van artikel zes EVRM extreme overmacht moet kunnen weerhouden worden (zoals bijvoorbeeld de advocaat die naar aanleiding van een ongeval bewusteloos of overleden is. Op de alleenwonende advocaat die zo zwaar ziek is (met 47° koorts in Nijlen de toestand) niet meer in staat is om zelfs een telefoontje plegen, laat staan zich naar de zitting te begeven.

De appreciatiebehoefte van de rechtbank te dezen is onbestaande. De rechtbank heeft niet de mogelijkheid haar goed hart te tonen en begripvol te zijn, de rechtbank dient ambtshalve in de gevallen van artikel 187 §6 van het wetboek van strafvordering het verzet ongedaan te maken. Enkel extreme overmacht op basis van artikel 6 EVRM blijft openstaan.

Wanneer de rechter het verzet ontvankelijk verklaard heeft, is zelfs geen vrijgeleide worden verdere procedure. Elke verdere afwezigheid, onafgezien van het ontvankelijk verklaarde verzet, resulteert in het ongedaan maken van het verzet.

De termijn van verzet blijft 15 dagen na de betekening en ook de buitengewone termijn van 15 dagen werd behouden

Overige wijzigingen die aangebracht werden door potpourri II werd met betrekking tot het verzet:

- er kan geen verzet meer aangetekend worden door een verklaring onderaan op de akte van de betekening van het verstekvonnis van de politierechter.

- De rechter rechtsprekend op verzet kan geen voorschot toekennen.

- De mogelijkheid om verzet aan te tekenen door gedetineerden in de gevangenis werd vereenvoudigd, in die zin dat de gedetineerde niet in het bezit dient te zijn van de kosten te betalen van het gerechtsdeurwaardersexploot

Rechtsleer:

• Verzet en hoger beroep in strafzaken na de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie («Potpourri II») (eerste deel), Steven VAN OVERBEKE, RW 2015-2016, 1403
 

TERMIJN BEROEP

30 dagen na de uitspraak (Potpourri II)

uittreksel uit het wetboek van strafvordering

Art. 203.<W 31-05-1955, art. 2> § 1. Behoudens de uitzondering van artikel 205 hierna, vervalt het recht van hoger beroep, indien de verklaring van hoger beroep niet gedaan is op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen, uiterlijk [1 dertig dagen]1 na de dag van die uitspraak en indien het vonnis bij verstek is gewezen, uiterlijk [1 dertig dagen]1 na de dag van de betekening ervan aan de veroordeelde partij of aan haar woonplaats. <W 15-06-1981, art. 1>

[1 Het openbaar ministerie beschikt over een bijkomende termijn van tien dagen om hoger beroep in te stellen, nadat de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij hoger beroep heeft ingesteld.]1

§ 2. Is het hoger beroep tegen de burgerlijke partij gericht, dan beschikt deze over een bijkomende termijn van [1 tien dagen]1 om hoger beroep in te stellen tegen de beklaagden en de burgerrechtelijk aansprakelijke personen die zij in de zaak wil doen blijven, onverminderd haar recht incidenteel beroep in te stellen overeenkomstig § 4.

§ 3. Gedurende die termijnen en gedurende de rechtspleging in hoger beroep wordt de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst. De vonnissen over de strafvordering, buiten die van veroordeling, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging, alsook de vonnissen over de burgerlijke rechtsvordering kunnen echter bij een speciaal gemotiveerde beslissing uitvoerbaar verklaard worden bij voorraad niettegenstaande hoger beroep.

§ 4. In alle gevallen waarin de burgerlijke rechtsvordering gebracht wordt voor de rechter in hoger beroep, kan de gedaagde bij een op de terechtzitting genomen conclusie incidenteel beroep instellen zolang de debatten in hoger beroep niet gesloten zijn.


CASSATIE

Termijn cassatie : 15 dagen

Art. 423.[1 Behoudens wanneer de wet een andere termijn bepaalt, moet de verklaring van cassatieberoep worden gedaan binnen vijftien dagen na de uitspraak van de bestreden beslissing.]1
----------
(1)<W 2014-02-14/02, art. 25, 011; Inwerkingtreding : 01-02-2015>

Art. 424.[1 Wanneer de beslissing bij verstek is gewezen en vatbaar is voor verzet, neemt de termijn om beroep in cassatie in te stellen een aanvang bij het verstrijken van de termijn voor verzet of, wanneer de beslissing bij verstek is gewezen ten aanzien van de beklaagde of de beschuldigde, na het verstrijken van de gewone termijnen van verzet. Het beroep in cassatie moet worden ingesteld binnen vijftien dagen na het verstrijken van die termijnen.]1
----------
(1)<W 2014-02-14/02, art. 26, 011; Inwerkingtreding : 01-02-2015>

Art. 425.[1 § 1. Onverminderd § 2, wordt de verklaring van cassatieberoep gedaan door het openbaar ministerie of de advocaat op de griffie van het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen. Zij wordt getekend door het openbaar ministerie of de advocaat en door de griffier en ingeschreven in het daartoe bestemd register.
[2 De advocaat moet houder zijn van een getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures als bedoeld in boek II, titel III.]2 [3 De Koning bepaalt de vereisten waaraan de opleiding moet voldoen.]3
§ 2. Indien in een zelfde zaak een partij tegelijkertijd cassatieberoep instelt tegen een eindbeslissing en tegen een of meer voorbereidende beslissingen en beslissingen van onderzoek, gewezen door andere gerechten dan het gerecht dat de eindbeslissing nam, worden de verklaringen van cassatieberoep gedaan op de griffie van dit laatste gerecht.
De griffier die van de verklaringen van cassatieberoep akte verleend heeft, bezorgt, binnen vierentwintig uur, een uitgifte van de verklaringen van cassatieberoep tegen de voorbereidende beslissingen en beslissingen van onderzoek, aan de griffiers van die andere gerechten, die deze onverwijld overschrijven in de daartoe bestemde registers.
§ 3. Het register waarin de verklaring wordt ingeschreven, is openbaar en eenieder die een rechtmatig belang heeft, heeft het recht zich daaruit uittreksels te doen afgeven.

Let wel wanneer er in een strafprocedure er burgerlijke partijen inzake zijn moet het cassatieberoep moet aangezegd worden aan de burgerlijke partijen, zoniet is het onontvankelijk !

Het is dus steeds aangewezen grondig na te zien of kennisgeving vereist is.

Art. 413. In correctionele zaken en in politiezaken staan de middelen van vernietiging, in artikel 408 vermeld, onderscheidenlijk ter beschikking van de partij die wegens wanbedrijf of overtreding is vervolgd, van het openbaar ministerie en van de burgerlijke partij, indien er een is, tegen alle arresten of vonnissen in laatste aanleg, zonder onderscheid tussen die waarbij de partij is vrijgesproken of veroordeeld.
Wanneer echter die partij is vrijgesproken, kan niemand tegen haar de schending of het verzuim aanvoeren van de vormen die voorgeschreven zijn om haar verdediging te verzekeren.

(De termijn die aan het openbaar ministerie en aan de burgerlijke partij is verleend om beroep in cassatie in te stellen tegen een veroordelend vonnis of arrest dat bij verstek gewezen is, neemt een aanvang bij het verstrijken van de (vijftiende) dag na die van de betekening (...), indien de veroordeelde niet in verzet is gekomen.) <W 15-06-1981, art. 3>


Betekenen van cassatieberoep door de burgerrechtelijk aansprakelijke partij

Rechtspraak:

• Cass. 04/10/2016, RABG 2017/7 565-567

Samenvatting

Het cassatieberoep van de partij die door de appelrechter burgerlijk aansprakelijk wordt gesteld voor de betaling van een geldboete en de kosten van de strafvordering waartoe een beklaagde wordt veroordeeld, dat niet werd betekend aan het openbaar ministerie bij het appelgerecht, is niet ontvankelijk

Tekst arrest

(T.G., T.T.G. BVBA / G.D., I.D., V.D., B.D. - Rolnr.: P.16.0587.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 16 maart 2016.

De eisers voeren in een gezamenlijke memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

De eisers doen afstand zonder berusting van hun cassatieberoep in zoverre gericht tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen in de mate dat deze geen eindbeslissingen zijn.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiseres 2
1. De burgerrechtelijk aansprakelijke partij is krachtens artikel 427 Wetboek van Strafvordering verplicht haar cassatieberoep te betekenen aan de partijen tegen wie het is gericht.

2. Het bestreden vonnis verklaart de eiseres 2 burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van een geldboete en de kosten van de strafvordering waartoe een beklaagde wordt veroordeeld.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres 2 haar cassatieberoep heeft laten betekenen aan het Openbaar Ministerie bij het appelgerecht.

In zoverre gericht tegen de beslissing waarbij de eiseres 2 burgerrechtelijk aansprakelijk wordt verklaard voor de betaling van een geldboete en de kosten van de strafvordering waartoe een beklaagde wordt veroordeeld, is haar cassatieberoep niet ontvankelijk.

Eerste middel
(…)

Tweede middel
(…)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
(…)

Dictum

Het Hof,

(…)

• Cass. 4 februari 1986, AR 9605, AC 1985-1986, nr. 353;

• Cass. 12 december 1986, AR 776, AC 1986-1987, nr. 231.

Rechtsleer:

• H. Van Bavel en F. Van Volsem in B. Maes en P. Wouters (eds.), Procederen voor het Hof van Cassatie, reeks Cassatio, www.mijnwetboek.be, 98 en 249-261;

• C. Idomon, “Kroniek van één jaar rechtspraak betreffende de nieuwe cassatieprocedure in strafzaken”, RW 2016-17, nr. 4, 126-129;

• R. Verstraeten en H. Demedts, “De cassatieprocedure in strafzaken na de wet van 14 februari 2014: brengt vernieuwing ook verbetering?” NC 2015, 356-362;

• J. Verbist, “De hervorming van de cassatieprocedure in strafzaken”, RW 2013-14, nr. 41, 1610.

• Vereecke, V., « Het onderscheid tussen kennisname van de betekening en kennisname van de dagvaarding bij verzet in strafzaken », R.A.B.G., 2018/1, p. 59-64

Nog dit: 

Ongedaan maken van verzet:

Het verzet wordt ingevolge Art. 187, § 6, 1° Sv.(in deze gewijzigde vorm sinds de wet van 5 februari 2016) als ongedaan beschouwd wanneer vaststaat dat de eiser in verzet kennis had van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan, behoudens overmacht of een wettige reden ter verschoning. Het ongedaan maken van het verzet kan bij gebrek aan vordering hiertoe zelfs ambtshalve door de rechter worden uitgesproken.

Een beklaagde die kennis heeft gekregen van de dagvaarding, verliest aldus het recht op verzet. Dit belet niet dat deze beklaagde die met kennis van de dagvaarding verstek liet gaan nog steeds hoger beroep mag aantekenen, dit conform art. 203 SV uiterlijk 20 dagen na betekening aan de veroordeelde of zijn woonplaats. Let wel, anders dan op verzet bestaat er geen buitengewone termijn voor hoger beroep.

Om het verzet ongedaan te verklaren volstaat het bewijs dat de verzetdoende partij kennis had van de dagvaarding. Kenis van de betekening is niet vereist. Dit behelst dat de dagvaarding fysisch ter beschikking was van de gedaagde en dat hij dus de mogelijkheid had hiervan kennis te nemen, zonder dat een betekening aan de persoon daarom vereist is.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:13
Laatst aangepast op: zo, 25/02/2018 - 15:43

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.