-A +A

Tegenbrief

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Een tegenbrief is een brief waarin partijen overeenkomen dat een overeenkomst die door hen ondertekend werd, aangevuld, dan vervagen wordt door een andere overeenkomst, die enkel tussen de partijen geldt en waarbij de tegenbrief verborgen blijft. De tegenbrief is enkel geldig tussen partijen.

UIttreksel uit het burgerlijk wetboek

Art. 1321. Tegenbrieven kunnen enkel tussen de contracterende partijen gevolg hebben; zij werken niet tegen derden.

De techniek van tegenbrieven wordt veinzing geheten en is principieel toegelaten

Veinzing of simulatie bestaat er in dat partijen het laten voorkomen alsof zij een bepaalde rechtshandeling hebben ondergaan maar waar in werkelijkheid de gevolgen gewijzigd of vernietigd zijn door andere rechtshandelingen die geheim bleven.

De veinzing is aldus voorhanden wanneer partijen naar buiten de schijn wekken een bepaalde rechtshandeling te hebben verricht terwijl zij in het geheim (gelijktijdig) afspreken, door middel van tegenbrieven, dat de naar buiten blijken de handeling niet zal gelden. (zie W. Van Gerven, beginselen van Belgisch privaatrecht, 1973, 104.)

In het Belgisch recht is het veinzen niet principieel verboden. Dit blijkt onder meer uit artikel 1321 van het burgerlijk wetboek:

"tegenbrieven kunnen enkel tussen de contracterende partijen gevolg hebben; zij werken niet tegen derden".

Het artikel 1321 van het burgerlijk wetboek raakte niet de openbare orde en maakt een uitzondering uit op het beginsel in het burgerlijk recht dat het bestaan van een overeenkomst zich opdringt aan derden en dat ook de bewijskracht van akten zich uitstrekt tot deze derden.

Dat de gesluierde rechtshandeling door het burgerlijk wetboek boven de weergegeven en rechtshandeling staat blijkt ook uit artikel 1156 van het burgerlijk wetboek waarin gesteld werd dat de gemeenschappelijke bedoeling van de contractpartij een voorrang heeft op de verklaarde wil.

Onderscheid:

bij absolute veinzing bestaat een volledige fictieve overeenkomst
bij relatieve veinzing ligt er achter de overeenkomst een andere.

de relatieve veinzing kan verder opgesplitst in een totale en een gedeeltelijke relatieve veinzing naar gelang de vermomming slaat op de volledige of de gedeeltelijke overeenkomst.

Deze veinzing kan betrekking hebben op de oorzaak van de overeenkomst, op de vermomming van een andere rechtsfiguur of de vermomming onder andere voorwaarden

Daarnaast bestaat er nog de veinzing door tussenpersonen.


Gevolgen van de veinzing:

Tussen de veinzende partijen in geldt de gesluierde overeenkomst, dus de verborgen overeenkomst en niet de naar buiten kenbaar gemaakte overeenkomst.

Niettegenstaande artikel 1321 burgerlijk wetboek bepaalt dat tegenbrieven geen uitwerking hebben ten aanzien van derden, wordt ingevolge vaste rechtspraak de derden de vrije keuze gelaten om de sluierende dan wel de gesluierde overeenkomst te erkennen (zie L. Vael, op.cit. p. 65)

De vordering tot geveinsdverklaring als alternatief voor de actio Pauliana (Pauliaanse vordering)

Wanneer schuldeisers zich benadeeld voelen door een rechtshandeling ingesteld door hun schuldenaars waardoor het onderpand en hun mogelijkheid tot de realisatie van een vordering wordt uitgesloten, kunnen zij zich onder strikte voorwaarden steunen op de actio Pauliana. Hiertoe dient ondermeer een verarming van de schuldenaars bewezen te worden die een benadeling van de schuldeisers inhoudt en wie benadeling van de schuldeisers bestaat precies uit de beperking van de verhaaltjes mogelijkheden van de schuldeisers ingevolge de aangevochten handeling.

In bepaalde gevallen is de actio Pauliana echter onmogelijk omdat niet aan alle voorwaarden is voldaan, onder meer omdat bijvoorbeeld het betrokken (onroerend) goed waarop de schuldeiser wil uitvoeren nooit het deel heeft uitgemaakt van het vermogen van de schuldenaars omdat het bijvoorbeeld van bij de aanvang van de aankoop reeds op naam van een derde "stond". Dit kan onder meer het geval zijn wanneer de schuldenaars een onroerend goed aankopen op naam van kleine kinderen die onmogelijk over een eigen vermogen kunnen beschikken. Een gelijkaardig geval zal zich voordoen wanneer een schuldenaar een auto aankoopt op naam van een 85-jarige oude dame zonder rijbewijs. Bij het aankopen op naam van wordt bedoeld dat de koopsommen betaald worden door de schuldenaars, meestal onder de vorm van een lening.

Wanneer een onvermogende een lening aangaat om een betaling pleegt voor een goed dat voor hem bestemd is, maar waarvan de eigendom toebehoort aan een derde zal de actio Pauliana falen.

In dit geval zal de benadeelde schuldeiser de vordering instellen tot de geveinsdverklaring.. deze vordering strekt ertoe de werkelijkheid aan te tonen ten laste van de scheiding en aldus de rechtbank laten vaststellen dat de Openbaar gemaakte overeenkomst die de partij in inroepen slechts een loutere schijn is. Belangrijk hierbij is dat als dan geen bewijs van bedrog die geleverd.

Door de inwilliging van de vordering tot geveinsdverklaring zal het vermogen van de schuldenaars opnieuw zijn werkelijke samenstelling krijgen en zal dat "verborgen - geveinsde" goed beschouwd worden als altijd behoort te hebben tot het vermogen van de schuldenaars waarbij op grond van artikel zeven en acht van de hypotheekwet deze goederen het onderpand vormen van de schuldeisers waarop kan worden uitgevoerd.

Bij veinzing heeft de schuldeiser de keuze zich te beroepen op de verborgen overeenkomst of op de tegenbrief. Anders gesteld de schuldeiser heeft de keuze om zich te beroepen op de niet tegenwerpbaarheid van de tegenbrief op basis van artikel 1321 van het burgerlijk wetboek, dan wel afstand te nemen van de wettelijke bescherming van artikel 1321 van het burgerlijk wetboek en de verborgen overeenkomst in te roepen.

Een en ander werd uitvoerig aldus beslist en toegelicht, gemotiveerd en bekrachtigd door een arrest van het hof van beroep te Antwerpen op 4 november 2008 zoals verschenen in het in een juridisch weekblad nummer 193 pagina 930 met uitvoerige noot en uitvoerig ge citeerde rechtspraak en rechtsleer.

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog dit: 

rechtsleer:

•Ilse Samoy, veinzing ontmaskerd? Een zoektocht naar schijn en werkelijkheid in de leer van simulatie, TPR2007, 875

L. Vael, privaatrechtelijke veinzing. omtrent gesluierde rechtshandelingen, juridische zinsbegoocheling en verschalkte derden, Kluwer 1996

Nele Van De Sype UGent and Patrick Van De Sype, Veinzing en tegenbrief: van rechtsgeldige rechtsfiguur tot fraudemechanisme(2010) TIJDSCHRIFT VOOR VERZEKERINGEN = BULLETIN DES ASSURANCES (ED. BILINGUE). 3. p.273-280

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: di, 05/01/2016 - 14:33
Laatst aangepast op: di, 05/01/2016 - 14:44

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.