-A +A

Stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Krachtens art. 778 BW kan de aanvaarding van een nalatenschap uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden. Zij geschiedt uitdrukkelijk wanneer de erfgerechtigde in een authentieke of onderhandse akte de titel of hoedanigheid van erfgenaam aanneemt. Zij geschiedt stilzwijgend wanneer de erfgerechtigde een daad verricht die noodzakelijk zijn bedoeling om te aanvaarden insluit en die hij slechts in zijn hoedanigheid van erfgenaam bevoegd zou zijn te verrichten.Schuldeisers die geconfronteerd worden met erfgenamen die een nalatenschap verwerpen, trachten vaak met alle middelen aan te tonen dat de erfgenamen impliciet een nalatenschap aanvaard hebben.

UIttreksel uit het burgerlijk wetboek:

Art. 778. De aanvaarding kan uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden : zij geschiedt uitdrukkelijk, wanneer men in een authentieke of een onderhandse akte de titel of de hoedanigheid van erfgenaam aanneemt; zij geschiedt stilzwijgend, wanneer de erfgenaam een daad verricht die noodzakelijk zijn bedoeling om te aanvaarden insluit en die hij slechts in zijn hoedanigheid van erfgenaam bevoegd zou zijn te verrichten.

Schuldeisers zullen na overlijden trachten hun vordering te recupereren op de nalatenschap of zelfs op de erfgenamen, zelfs wanneer deze de nalatenschap zouden hebben verworpen. Zij trachten dit te doen door te stellen dat de erfgenamen bepaalde handelingen hebben gesteld tegen de verwerping in alsof ze dus erfgenaam waren.

Wanneer de erfgenaam een schuld betaalt van de nalatenschap die als een dringende schuld kan worden aanzien zoals betaling van successierechten of begrafeniskosten mag een en ander niet zo maar aanzien worden als een aanvaarding van de nalatenschap.

De erfgenamen kunnen dus zeker nog ontsnappen aan vorderingen, zoals bijvoorbeeld vorderingen van het ziekenhuis.

Een verdere vraag stelt zich of erfgenamen die de nalatenschap verworpen hebben toch kunnen aangesproken worden tot betaling van ziekenhuiskosten en begrafeniskosten op grond van hun alimentatieverplichting.

Dit vereist dan wel dat de schuldeisers bewijzen dat de overledene behoeftig is (lees was) en dat de schuldenaars, lees de onderhoudsplichtigen in staat waren om aan deze verplichtingen te voldoen.

Voor een toepassingsgeval zie Vredegerecht Charleroi, 1ste kanton, 20.04.2010, Tijdschrift van de Vrederechters 2012, 630/262.
 

Rechtspraak:

Hof van Beroep Gent, 26/11/2015, RW 2016-2017, 1307

D. t/ Onbeheerde nalatenschap B. en nv C.

...

I. Relevante elementen

1. Carla D. is de weduwe van Luc B., die op 3 november 2010 is overleden.

Zij waren gehuwd op 28 juni 1997 onder een op 23 juni 1997 bij huwelijkscontract bedongen gemeenschapsstelsel.

Zij hebben twee minderjarige kinderen (...).

2. Blijkens een akte van de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge van 22 juni 2011 heeft Carla D., in eigen naam, de nalatenschap van Luc B. verworpen.

Blijkens een akte van de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge van 15 juli 2011 heeft Carla D., als ouder en zodoende wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige kinderen, namens deze kinderen en na een machtiging van de vrederechter, de nalatenschap van Luc B. verworpen.

Nadat ook alle andere erfgerechtigden de nalatenschap van Luc B. hebben verworpen, stelt de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge bij beschikking van 15 november 2011, op verzoek van (een) bepaalde schuldeiser(s) een curator aan over de onbeheerde nalatenschap van Luc B. (artt. 811 en 813 BW).

II. Beroepen vonnissen

1. Bij vonnis van 22 oktober 2013 (...) zegt de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge voor recht dat de nalatenschap van Luc B. niet langer als onbeheerd kan worden beschouwd. Dientengevolge stelt zij de curator vrij van zijn opdracht (...).

Aan dit vonnis ligt een verzoek van 12 april 2013 ten grondslag tot machtiging van de curator om de gewezen gezinswoning uit de hand te verkopen aan Carla D.

Centraal staat evenwel een (achteraf opgedoken) zogeheten instructienota van 22 november 2010, waarbij Carla D. aan de nv C. opdracht geeft om een titulariswijziging door te voeren met betrekking tot bepaalde bankrekeningen, die (in essentie) deel uitmaken van het nalatenschapsvermogen van Luc B. De nota strekt, onder bepaalde modaliteiten, tot vereffening van de bankrekeningen voortaan (op één rekening na) enkel op naam van Carla D. Deze laatste heeft deze nota onderschreven als “erfgenaam” van de nalatenschap van Luc B.

Die instructienota heeft volgens de rechtbank tot gevolg dat Carla D. op 22 juni 2011 niet meer tot verwerping van de nalatenschap van Luc B. kon overgaan.

2. Bij dagvaarding van 27 juni 2014 stelt Carla D. derdenverzet in. Het derdenverzet strekt tot bevestiging dat Carla D. de nalatenschap van Luc B. geenszins stilzwijgend heeft aanvaard, maar daarentegen uitdrukkelijk heeft verworpen.

Carla D. wil derhalve doen zeggen voor recht dat de nalatenschap van Luc B. als blijvend onbeheerd kan worden beschouwd, met alle gevolgen van dien, inzonderheid wat betreft (1) het mandaat van de curator en (2) het verzoek tot machtiging van de curator om de gewezen gezinswoning uit de hand te verkopen.

Bij vonnis van 13 november 2014 (...) verklaart de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, het derdenverzet ontvankelijk maar ongegrond. (...)

...

III. Hoger beroep

1. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof op 21 april 2015 stelt Carla D. hoger beroep in. Met haar hoger beroep beoogt Carla D., met hervorming van de beroepen vonnissen, de inwilliging van haar derdenverzet. Het hoger beroep strekt zodoende tot bevestiging dat Carla D. de nalatenschap van Luc B. geenszins stilzwijgend heeft aanvaard, maar daarentegen uitdrukkelijk heeft verworpen.

Carla D. wil derhalve doen zeggen voor recht dat de nalatenschap van Luc B. als blijvend onbeheerd kan worden beschouwd, met alle gevolgen van dien, inzonderheid wat betreft (1) het mandaat van de curator en (2) het verzoek tot machtiging van de curator om de gewezen gezinswoning uit de hand te verkopen.

2. Evenals het derdenverzet, is het hoger beroep gericht tegen de curator.

De curator verklaart zich te richten naar het oordeel van het hof.

...

IV. Beoordeling

1. Het hoger beroep van Carla D. is tijdig en regelmatig ingesteld (artt. 1051, 1056, sub 2o en 1057 Ger.W.).

In zoverre het gericht is tegen het op derdenverzet gewezen vonnis van 13 november 2014, is het hoger beroep ontvankelijk.

In de lijn van de bespreking dienaangaande ter terechtzitting van 12 november 2015 is het hoger beroep echter niet ontvankelijk, in zoverre het (ook rechtstreeks) is gericht tegen het reeds met derdenverzet bestreden vonnis van 22 oktober 2013. Carla D. was immers geen partij bij dit vonnis. Zij heeft het reeds bestreden met het rechtsmiddel van derdenverzet. In zoverre zij nu het op derdenverzet gewezen vonnis bestrijdt, kan zij niet tegelijk (en eens te meer) het met derdenverzet bestreden vonnis aanvechten.

2. Ten gronde rijst de centrale vraag of de bedoelde instructienota van 22 november 2010 kan worden beschouwd als een uiting van (stilzwijgende) aanvaarding door Carla D. van de nalatenschap van Luc B.

Krachtens art. 778 BW kan de aanvaarding van een nalatenschap uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden. Zij geschiedt uitdrukkelijk wanneer de erfgerechtigde in een authentieke of onderhandse akte de titel of hoedanigheid van erfgenaam aanneemt. Zij geschiedt stilzwijgend wanneer de erfgerechtigde een daad verricht die noodzakelijk zijn bedoeling om te aanvaarden insluit en die hij slechts in zijn hoedanigheid van erfgenaam bevoegd zou zijn te verrichten.

Zoals reeds aangegeven, heeft Carla D. aan de nv C. opdracht gegeven om een titulariswijziging door te voeren met betrekking tot bepaalde bankrekeningen, die (in essentie) deel uitmaken van het nalatenschapsvermogen van Luc B. De nota strekt, onder bepaalde modaliteiten, tot vereffening van de bankrekeningen, voortaan (op één rekening na) enkel op naam van Carla D. Carla D. heeft deze nota onderschreven als “erfgenaam” van de nalatenschap van Luc B.

Thans voert Carla D. aan dat de instructienota van 22 november 2010 (1) geenszins noodzakelijk haar bedoeling insluit om de nalatenschap van Luc B. te aanvaarden en (2) evenmin een rechtshandeling behelst die zij slechts in haar hoedanigheid van erfgenaam kan stellen.

Met de eerste rechter is het hof van oordeel dat de instructienota van 22 november 2010 wel degelijk (1) die bedoeling insluit en (2) een dergelijke rechtshandeling behelst.

Dat de drie bladzijden tellende nota zou zijn voorgeschreven, door Carla D. niet is geparafeerd op de bladzijden “1/3” en “2/3” en door Carla D. enkel is gehandtekend op de bladzijde “3/3”, neemt niet weg dat Carla D. naar het oordeel van het hof afdoende kennis heeft genomen van het geheel. Minstens heeft zij afdoende kennis kunnen nemen van het geheel. De onderschreven derde bladzijde verwijst herhaaldelijk naar de hoedanigheid van “erfgenaam”, die redelijkerwijze enkel slaat op de nalatenschap van Luc B. De eerste bladzijde geeft bovendien aan dat de “ondergetekende” hierbij de nalatenschap “aanvaardt”.

Carla D. wijst tevergeefs op een miskenning van art. 1326 BW. De nota behelst geen eenzijdige schuldbetekenis met betrekking tot een bepaald geldsom. De nota strekt, onder bepaalde modaliteiten, tot vereffening van de bankrekeningen (op één rekening na), voortaan enkel op naam van Carla D. Het gaat om verbintenissen (in de eerste plaats) aan de zijde van de nv C.

Het door Carla D. aangevoerde schrijnende onevenwicht tussen de uiteindelijk gebleken voordelen van de nota en de nadelen van de (aan de nota gekoppelde) aanvaarding van de nalatenschap van Luc B., verhelpt niet. Dat na verrekening en verwerking van een en ander (zo ook van het toepasselijke gemeenschapsstelsel) uiteindelijk (hooguit) slechts een zeer beperkt bedrag is terechtgekomen op een persoonlijke (na het overlijden van Luc B. nieuw geopende) bankrekening van Carla D., wat volgens Carla D. “aberrant” is in verhouding tot de schuldenlast verbonden aan de nalatenschap van Luc B., doet geen afbreuk aan de draagwijdte van de nota.

Noch dwaling noch bedrog bij het onderschrijven van de nota blijkt. Misbruik van de situatie waarin Carla D. na het overlijden van Luc B. is terechtgekomen, blijkt evenmin.

Blijkbaar kaderen de bankrekeningen inzonderheid (maar niet volledig) in een dubbel woningkrediet bij de NV C. Het krediet strekte mede tot financiering van de aankoop en de verbouwing van de gezinswoning. In die optiek diende de nota mede tot afwikkeling van de kredietrelatie, waarbij Carla D. ook persoonlijk was gehouden en executie riskeerde. Die omkadering biedt geen verschoning. De mate waarin Carla D. bij het onderschrijven van de nota al dan niet onder druk stond van een dergelijke executie, met alle bijhorende kosten van dien, is onzuiver.

De draagwijdte van en de intentie bij de nota zijn duidelijk. Het was, mede blijkens de gehanteerde terminologie, de bedoeling om de nalatenschap van Luc B. en minstens bepaalde bankrekeningen, die er deel van uitmaakten, te aanvaarden. Thans aanvoeren dat Carla D. de zin en de gevolgen niet kende, gaat niet op.

Voorts behelst de nota een rechtshandeling die Carla D. slechts in haar hoedanigheid van erfgenaam kan stellen. Het gaat om meer dan een daad van louter voorlopig beheer.

Dat de nota een miskenning inhoudt van de regels aangaande de erfkeuze m.b.t. aan minderjarigen toegevallen nalatenschappen (i.h.b. art. 378, § 1, eerste lid juncto art. 410, § 1, 5o BW en art. 776 BW), staat los van de via de nota blijkende erfkeuze van Carla D.

Het keuzebeding in het huwelijkscontract van 23 juni 1997 staat eveneens los van de via de nota blijkende erfkeuze van Carla D.

Art. 810bis BW speelt niet. Een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving (in de zin van de artt. 793 e.v. BW) is immers niet aan de orde.

3. Het hoger beroep slaagt niet.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: zo, 24/02/2013 - 12:30
Laatst aangepast op: di, 09/05/2017 - 11:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.