-A +A

Stilstaan van een voertuig waar het schade kan veroorzaken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Artikel 24 Wegverkeersreglement verbiedt in algemene bewoordingen een voertuig te laten stilstaan of te laten parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hen onnodig zou kunnen hinderen, en somt vervolgens een aantal gevallen op waarin de voorwaarden van dit verbod moeten worden beschouwd als vervuld

Er is een belangrijk onderscheid tussen parkeren en laden en lossen. Laden en lossen wordt gelijkgesteld met stilstaan en is "de tijd nodig om goederen in of uit te laten of personen in of uit te laten stappen". Een voertuig dat oorspronkelijk stilstond, nadat het inladen of uitladen van de goederen plaatsvond of de personen in of uitgestapt waren, is een geparkeerd voertuig.

Wanneer een vrachtwagen zijn voertuig positioneert op een bepaalde plaats om hierna bijvoorbeeld een stand af te breken en deze stand te hierna in te laden, heeft hij zijn voertuig geparkeerd en niet geplaatst op te lossen en laden. Om te vallen onder lossen en laden diende de betrokkene zijn stand eerst af te breken nadat hij zijn voertuig eerst op een verdere afstand had geplaatst om hierna zijn voertuig vlak voor de laadplaats te plaatsen en hierna in te laden.

Zie politierechtbank Brugge, 1 december 2008, tijdschrift van de politierechter, juni 2009, 63.

Men mag laden en lossen op een betalende parkeerplaats zonder parkeerticket.
Men mag laden en lossen voor zijn eigen garage wanneer deze zich bevindt in een betaalde parkeer zone, zonder parkeerticket.
Men mag laden en lossen in een blauwe zone zonder de schijf te plaatsen.

De tijd voor laden en lossen is niet bij wet bepaald en wordt door de verbalisant bepaald op basis van het criterium of het voertuig kan gelijkgesteld worden met een stilstaand voertuig waarbij de activiteit beperkt is tot het in en uitlaten stappen om het een en uitladen. Deze appreciatie kan nadien door de rechter worden getoetst.

Rechtspaak:

Integrale tekst van voormeld vonnis Pol. Brugge, 10° kamer, 1 december 2008, RW 2009-2010, 374

Verdachte werd op zondag 16 september 2007 om 11 u 45 aan Kursaal-Oosthelling geverbaliseerd wegens het negeren van het verkeersbord E1 (parkeerverbod art. 70.2.1.1o, Wegverkeersreglement). Hij negeerde het verbod tot parkeren. Parkeren betekent volgens art. 2.23 van het Wegverkeersreglement een voertuig langer laten stilstaan dan nodig is voor het in- en uitstappen van personen of voor het laden of lossen van zaken.

Blijkens de door verdachte voorgelegde foto‘s was het verkeersbord E1 vergezeld van een onderbord «enkel laden en lossen» (ook het aanvankelijk proces- verbaal maakt daar melding van), wat eigenlijk een overbodig onderbord is, aangezien het verkeersbord E1 laden en lossen toelaat, ondanks parkeerverbod.

De verdachte voert aan dat hij op die plaats zijn wagen plaatste omdat hij in het vlakbij gelegen Casino die dag een stand van (...) moest ophalen in het Kursaal. Uit zijn eigen toelichting blijkt dat hij daar omstreeks 11 u 30 is toegekomen en daar zijn wagen heeft geplaatst op de parkeerstrook «voorzien voor laden en lossen». Hij moest dan nog beginnen met de afbraak van twee standen, één op het gelijkvloers en één op de eerste verdieping.

Ongetwijfeld heeft dat een zekere tijd in beslag genomen. Om 11 u 45 werd het voertuig geverbaliseerd, na een observatietijd van tien minuten. In die observatietijd was er volgens de verbalisant geen sprake van laden en lossen. Dat wordt trouwens door de verdachte ook niet betwist.

Maar de verdachte vindt dat het toekomen aan het Casino, het parkeren van zijn voertuig en het daar gesloten achterlaten, het afbreken van de twee standen in het Kursaal, het opbergen van het materiaal en het materiaal daarna overbrengen naar zijn voertuig, valt onder het begrip «laden en lossen».

Dit is een al te brede interpretatie van een eng begrip. Stilstaan om te laden en lossen wordt in art. 2.23 («geparkeerd voertuig») en 2.22 van het Wegverkeersreglement («stilstaand voertuig») in één adem gelijkgesteld met het in- of uitstappen van personen. Waar een parkeerverbod is (E1), mag niet langer worden stilgestaan dan nodig is om te laden en te lossen.

Laden en lossen veronderstelt een activiteit. Dit staat gelijk met de tijd die nodig is om goederen in of uit te laden. Het zijn de uitgeoefende activiteiten die bepalen of het voertuig stilstaand of als geparkeerd dient beschouwd te worden. Een voertuig dat stilstaat in afwachting dat er zal geladen of gelost worden, en dit gedurende een zekere tijd (in casu zeker meer dan tien minuten), dient te worden beschouwd als een geparkeerd voertuig.

Concreet had de verdachte zijn voertuig op die plaats maar mogen plaatsen nadat hij zijn twee standen had opgeruimd en het materiaal had klaargezet om naar zijn voertuig te brengen. Daarop kon hij zijn voertuig dichter plaatsen en zijn laadactiviteiten aanvatten. De verbalisant zou dan ongetwijfeld de «activiteiten» hebben gezien en zou dan niet geverbaliseerd hebben. Nu stond het voertuig daar minstens gedurende meer dan tien minuten onbeheerd, en werd het terecht beschouwd als een foutief geparkeerd voertuig....

Noot over laden en lossen zie RW 2009-2010, 374 onder Pol. Brugge, 10° kamer, 1 december 2008. Lees deze noot met het paswoord van RW


Cass. 31/05/2016, AR P.16.0171.N, juridat

samenvatting

Artikel 24 Wegverkeersreglement verbiedt in algemene bewoordingen een voertuig te laten stilstaan of te laten parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hen onnodig zou kunnen hinderen, en somt vervolgens een aantal gevallen op waarin de voorwaarden van dit verbod moeten worden beschouwd als vervuld (1). (1) Cass. 20 september 1983, AR 8094, AC 1983, nr. 36; Cass. 8 september 1998, AR P.97.0654.N, AC 1998, nr. 390.

tekst arrest

Nr. P.16.0171.N
D A V G H,
beklaagde,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 1 december 2015.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 24 Weg-verkeersreglement, alsmede miskenning van het vermoeden van onschuld: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de in artikel 24 Wegverkeersreglement opgesomde gevallen steeds een onnodige hinder of gevaar inhouden voor de weggebruikers en dus steeds onder het toepassingsgebied van deze bepaling vallen; daardoor houdt de term "inzonderheid" een vermoeden van onnodige hinder of gevaar in, hetgeen niet altijd het geval is, en waarbij er geen mogelijkheid bestaat dit vermoeden te weerleggen; eveneens zou er een ongelijkheid ontstaan ten aan-zien van de plaatsen die niet in de opsomming begrepen zijn en waarvoor wel on-nodige hinder of gevaar voor de andere weggebruikers vereist is.

2. Het middel preciseert niet hoe en waardoor het bestreden vonnis artikel 149 Grondwet schendt en het vermoeden van onschuld miskent.
In zoverre is het middel onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk.

3. Artikel 24 Wegverkeersreglement bepaalt onder meer: "(...) Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te laten parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

1° onverminderd artikel 23.4, op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering; (...)"

Deze bepaling verbiedt in algemene bewoordingen een voertuig te laten stilstaan of te laten parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hen onnodig zou kunnen hinde-ren, en somt vervolgens een aantal gevallen op waarin de voorwaarden van dit verbod moeten worden beschouwd als vervuld.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat ook in de door artikel 24 Wegverkeersre-glement opgesomde gevallen bijkomend en afzonderlijk bewezen moet zijn dat het stilstaan of parkeren een duidelijk gevaar of onnodige hinder kan veroorzaken voor de andere weggebruikers, faalt het naar recht.

Tweede middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis beantwoordt niet eisers verweer dat hij op de betrokken plaats, waar het toegelaten was stil te staan om te laden en te lossen, aan het laden en lossen was en zijn verzoek om aanvullende getuigen te verhoren om dit aan te tonen.

5. Het bestreden vonnis oordeelt dat de eiser geparkeerd stond op het voetpad en dat het niet blijkt dat het parkeren op dit voetpad door een andersluidende plaatselijke reglementering werd toegestaan.

Met deze redenen beantwoorden de appelrechters het in het middel bedoelde ver-weer.
In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

6. Het bestreden vonnis oordeelt dat het niet toegelaten was op het voetpad te parkeren. Het hoeft bijgevolg eisers daardoor overtollig geworden verzoek tot het horen van getuigen niet meer te beantwoorden.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 64,41 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, en op de openbare rechtszitting van 31 mei 2016 uitgesproken 

0
Aangemaakt op: ma, 18/09/2017 - 15:30
Laatst aangepast op: vr, 13/10/2017 - 16:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.