-A +A

Sterkmaking

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Krachtens art. 1120 BW kan men zich sterk maken voor een derde, door te beloven dat deze iets zal doen, behoudens schadevergoeding ten laste van hem die zich heeft sterk gemaakt of die beloofd heeft de verbintenissen te zullen doen bekrachtigen, indien de derde weigert ze na te komen.

Indien de sterkmaking in de regel betrekking heeft op het aangaan van een verbintenis door een derde, kan zij, krachtens het beginsel van de wilsautonomie, ook betrekking hebben op de uitvoering van een verbintenis wanneer dit met zekerheid kan worden afgeleid uit de bedoeling van de partijen. In dat geval staat de sterkmaker in voor de vergoeding van de schade ten gevolge van de niet-nakoming door de derde.

Sterkmaking, kan aldus gedefinieerd als een resultaatsverbintenis die een persoon (de sterkmaker) aangaat tegenover een andere persoon (de bedinger) om een derde te overhalen een verbintenis aan te gaan of dat een derde een verbintenis zal uitvoeren

De sterkmaking is een beding waarbij een contractpartij aan de medecontractant belooft er voor te zorgen dat een derde (afwezige of handelsonbekwame) iets zal doen, geven of laten.

De derde behoudt evenwel de vrijheid om zich al dan niet te verbinden, aangezien hijzelf, als derde, door het sterkmakingsbeding niet gebonden is.

De derde is zal wel verbonden zijn wanneer en van zodra hij het contract bekrachtigt (stilzwijgend of uitdrukkelijk), met inachtneming van de pleegvormen bij plechtige of zakelijke contracten. 

De derde behoudt natuurlijk de vrijheid om al dan niet toe te stemmen. Indien de toestemming achteraf niet verkregen wordt, zal de sterkmaker schadevergoeding verschuldigd zijn.

Zodra de toestemming bekomen wordt, heeft de sterkmaker zijn verbintenis uitgevoegd en verdwijnt hij uit de rechtsband: met verdere moeilijkheden heeft hij niets te maken.

Bij sterkmaking handelt de sterkmaker niet in eigen naam. Hij handelt alleen maar om te beloven dat de persoon voor wie hij zich sterk maakt, zal goedkeuren. Bij gebrek aan goedkeuring zal de sterkmaker in de regel zelf verbonden zijn.

Bij commandverklaring handelt de commandnemer in eigen naam met de mogelijkheid een andere persoon binnen een bepaalde tijd in zijn plaats te doen stellen.

Sterkmaking voor een derde en sterkmaking voor de uitvoering van een verbintenis

• Cass. 24/03/2016, AR C.15.0324.N, juridat

samenvatting

Indien de sterkmaking in de regel betrekking heeft op het aangaan van een verbintenis door een derde, kan zij, krachtens het beginsel der wilsautonomie, ook betrekking hebben op de uitvoering van een verbintenis wanneer zulks met zekerheid kan worden afgeleid uit de bedoeling van de partijen; in dat geval staat de sterkmaker in voor de vergoeding van de schade ten gevolge van de niet-nakoming door de derde.

tekst arrest

Nr. C.15.0324.N

1. P N,
2. D V,
eisers,
tegen
F S,
verweerder,
in aanwezigheid van
MOBIS bvba, met zetel te 1000 Brussel, Drukpersstraat 4,
partij oproepen tot bindendverklaring van het arrest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 18 juli 2014.

II. CASSATIEMIDDEL
De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 1120 Burgerlijk Wetboek kan men zich sterk maken voor een derde, door te beloven dat deze iets zal doen, behoudens schadevergoeding ten laste van hem die zich heeft sterk gemaakt of die beloofd heeft de verbintenis-sen te zullen doen bekrachtigen, indien de derde weigert ze na te komen.

Indien de sterkmaking in de regel betrekking heeft op het aangaan van een verbin-tenis door een derde, kan zij, krachtens het beginsel der wilsautonomie, ook be-trekking hebben op de uitvoering van een verbintenis wanneer zulks met zekerheid kan worden afgeleid uit de bedoeling van de partijen. In dat geval staat de sterkmaker in voor de vergoeding van de schade ten gevolge van de niet-nakoming door de derde.

2. Het middel dat ervan uitgaat dat een sterkmaking uitsluitend kan betrekking hebben op het aangaan van een verbintenis en nooit op de uitvoering ervan, berust op een onjuiste rechtsopvatting.

Het middel faalt naar recht.

Bindendverklaring

3. De verwerping van de voorzienig ontneemt alle belang van de vordering tot bindendverklaring die de eisers tegen MOBIS bvba hebben ingesteld.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 1529,48 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer,  en in openbare rechtszitting van 24 maart 2016 uitgesproken .

VOORZIENING IN CASSATIE

VOOR: 1. De heer Peter NEIRYNCK, wonende te 2018 Antwerpen, Desguinlei 90/10A,

2. De heer Dirk VOGT, wonende te 47445 Moers-Duitsland, Thymianweg 14,EISERS TOT CASSATIE,

TEGEN: De heer Frank STANDAERT, wonende te 3300 Tienen, Breynissemberg 17,VERWEERDER TOT CASSATIE,

IN AANWEZIGHEID VAN :

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MOBIS, met vennootschapszetel te 1000 Brussel, Drukpersstraat 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0448.912.931,

PARTIJ OPGEROEPEN TOT BINDENDVERKLARING VAN HET TE WIJZEN ARREST

Aan de Heren Eerste Voorzitter en Voorzitter van het Hof van Cassatie,

Aan de Dames en Heren Raadsheren in het Hof van Cassatie,

Hooggeachte Dames en Heren,


Eisers hebben de eer aan het toezicht van Uw Hof het arrest voor te leggen dat op 18 juli 2014 tussen de partijen werd gewezen door de vijfde B kamer van het hof van beroep te Brussel (2013/AR/185).

FEITEN EN PROCEDURE


Het hof van beroep zet de feiten en de procedure uiteen op de pagina's 2 tot 4 van het bestreden arrest, waarnaar eisers verwijzen.

Tegen dit arrest voeren eisers tot cassatie één middel tot cassatie aan.


ENIG MIDDEL TOT CASSATIE


Geschonden wetsbepalingen:

- Artikel 1120 van het Burgerlijk Wetboek.


Aangevochten beslissing:


Het appelgerecht verklaart het hoger beroep van eisers ontvankelijk, maar ongegrond en oordeelt hierbij dat eisers zich sterk hebben gemaakt dat partij MOBIS de door haar opgenomen verbintenissen zou uitvoeren, nl. de betaling aan verweerder van een bedrag van 100.000 euro als vergoeding betreffende het verstrekken van een waarborg voor het aangaan van het krediet door eisers.

Het bevestigt aldus de beslissing van de eerste rechter om eisers hoofdelijke en ondeelbaar te veroordelen tot betaling aan verweerder van een bedrag van 100.000 euro en van de verwijlintrest aan de wettelijke intrestvoet vanaf de ingebrekestelling op 11 juni 2011 tot de dag van volledige betaling.

De aangevochten beslissing steunt op de volgende gronden van het bestreden arrest:

"5.3. Gegrondheid van de vordering van (verweerder) in de mate als gericht tegen (eisers)

5.3.1.
(Eisers) betwisten de vordering in de mate als tegen hen gesteld, zij houden voor dat zij enkel in hun hoedanigheid van orgaan van (MOBIS), de overeenkomst hebben onderschreven doch niet als hoofdelijke borgen.

Deze stelling faalt bij lezing van de tekst van de overeenkomst. De overeen-komst stelt dat (MOBIS) vertegenwoordigd is door haar zaakvoerder (eerste eiser). De overeenkomst stelt verder dat (MOBIS) zich ‘voor zover als nodig' ook verbindt ingevolge sterkmaking door (eisers).

5.3.2.
Uit de enkele omstandigheid dat - benevens de vermelding wie de vennoot-schap vertegenwoordigt als orgaan - ook nog wordt toegevoegd dat (eisers) zich sterk maken voor de door (MOBIS) aangegane verbintenissen, kan niet anders uitgelegd worden dan als het toevoegen aan de reeds door de vennootschap aangegane verbintenissen, van de verbintenissen in eigen naam door (eisers), van het zich sterk maken voor deze (door de vennootschap) aangegane verbintenis.

Onder punt D van de overeenkomst wordt andermaal zeer uitdrukkelijk ge-steld "(eisers) maken zich sterk voor de verbintenissen welke worden aangegaan door (MOBIS), alsook in het bijzonder de verbintenis met betrekking tot het mandaat van bestuurder dat wordt toegekend aan (verweerder) in de NV Neirynck & Vogt". Bij de ondertekening van de overeenkomst is voor wat (eisers) betreft duidelijk gesteld dat zij ondertekenen wat (eerste eiser) betreft tegelijk als zaakvoerder en zich sterk maken voor (MOBIS) en wat (tweede eiser) betreft als zich sterk makend voor (MOBIS).

5.3.3.
Ingevolge artikel 1120 BW impliceert de rechtsfiguur van de sterkmaking dat wie zich sterk maakt gehouden is tot schadevergoeding ten overstaan van zijn medecontractant voor het geval degene voor wie hij zich heeft sterk ge-maakt de verbintenis niet nakomt.

Sterkmaking is een overeenkomst op grond waarvan een persoon (de sterkmaker) zich t.o.v. de begunstigde persoonlijk verbindt tot een specifieke resultaatsverbintenis om iets te doen, m.n. een derde (op min of meer afzienbare tijd) overtuigen om zich te verbinden tot het verrichten van een materiële handeling of tot het sluiten of uitvoeren van een nog te stellen rechtshandeling of tot het bekrachtigen van een rechtshandeling die reeds zonder bevoegdheid in naam en voor rekening van de derde werd gesteld.

De sterkmaker is gehouden tot een resultaatsverbintenis. Het feit dat het beloofde feit niet wordt verwezenlijkt, resulteert in de contractuele aansprakelijkheid van (MOBIS) t.o.v. zijn medecontractant (verweerder).

Bij de berekening van de schadevergoeding moet conform het gemeen recht rekening worden gehouden met het geleden verlies en de gederfde winst (art. 1149 BW).

Te dezen is er geen borgstelling door (eisers).

Te dezen kan de sterkmaking door (eisers) niet anders uitgelegd worden dan als een zich persoonlijk ten overstaan van (verweerder) verbinden dat (MOBIS) de aangegane verbintenis zal ten uitvoer leggen.

De tekst stelt overigens duidelijk dat (eisers) zich sterk maken voor de verbintenissen welke worden aangegaan door (MOBIS). Met deze bewoording kan niet anders bedoeld zijn dan dat (eisers) zich sterk maken dat (MOBIS) de door haar opgenomen verbintenissen zal uitvoeren. Niets belet een partij zich sterk te maken voor de uitvoering van een verbintenis door een derde.

5.3.4.
De stelling als zou de sterkmaking "overbodig" zijn is onjuist. Zoals de tekst is gesteld heeft de sterkmaking uitdrukkelijk betrekking op "de verbintenissen welke worden aangegaan door (MOBIS)" en niet op het feit "dat (MOBIS) zich tot het aangaan van bepaalde verbintenissen zou verbinden".

Dat een sterkmaking opdat (MOBIS) verbintenissen zou onderschrijven overbodig is, staat vast, vermits (MOBIS) de verbintenissen aangaat en hiertoe rechtsgeldig vertegenwoordigd is door haar zaakvoerder (eerste eiser). Maar dit gegeven staat er niet aan in de weg dat er ruimte is opdat (eisers) zich sterk maken voor de uitvoering van de aangegane verbintenissen, hetgeen zij te dezen hebben gedaan.

5.3.5.
De intentie van (eisers) bestond er in om het resultaat van de uitvoering van de betalingsverbintenis (opgenomen door (MOBIS) ten overstaan van (ver-weerder) tegenover deze laatste te waarborgen (toepassing van de interpretatieregel van artikel 1156 BW).

5.3.6.
Indien de sterkmaking niet toelaat om de zich sterk makende partijen zelf te veroordelen om de verbintenis waarvoor zij zich sterk gemaakt hebben na te komen, dan staat er niets aan in de weg dat deze wel veroordeeld worden om (verweerder) schadeloos te stellen voor de schade die hij oploopt doordat de derde, zijnde (MOBIS) (voor wie (eisers) zich sterk gemaakt hebben), de door haar aangegane verbintenis niet uitvoert. Deze schade begroot zich tot beloop van het door (verweerder) geleden verlies en de door hem gederfde winst en het bedrag beloopt de som van 100.000 euro vermeerderd met de intresten vanaf de ingebrekestelling".

(cf. arrest, p. 9-11, nr. 5.3).

 

Grieven:

1. Luidens artikel 1120 van het Burgerlijk Wetboek (hierna afgekort BW) kan men zich sterk maken voor een derde, door te beloven dat deze iets doen zal, behoudens schadevergoeding ten laste van hem die zich sterk heeft gemaakt of die beloofd heeft de verbintenis te zullen doen bekrachtigen, indien de derde weigert ze na te komen.

2. Met een beding van sterkmaking gaat een contractpartij aan zijn medecontrac-tant beloven ervoor te zorgen dat een derde iets zal doen, met name dat de derde zich tegenover de medecontractant zal verbinden.

De stermaker neemt een resultaatsverbintenis op zich en verbindt er zich toe de in-stemming van de derde te verkrijgen.

De derde is niet gebonden door de verbintenis van de sterkmaker en behoudt de vrijheid zich al dan niet te verbinden aangezien hij zelf het sterkmakingsbeding niet heeft onderschreven.

Weigert de derde zich te verbinden, dan bereikt de sterkmaker niet het beloofde re-sultaat en is hij schadevergoeding verschuldigd aan zijn medecontractant.
Verbindt de derde zich, dan bereikt de sterkmaker het beloofde resultaat en dooft zijn verbintenis van sterkmaking uit.

3. De kwalificatie van een overeenkomst als sterkmaking kan enkel weerhouden worden wanneer de belofte betrekking heeft op het aangaan van een verbintenis. Zij moet worden verworpen wanneer de belofte betrekking heeft op de uitvoering van een reeds aangegane verbintenis.

De plaats die artikel 1120 BW inneemt in het Burgerlijk Wetboek laat er geen twijfel over bestaan dat de belofte in het kader van een overeenkomst van sterkmaking en-kel het aangaan van een verbintenis door een derde betreft. De bepaling maakt im-mers deel uit van het hoofdstuk over de voorwaarden voor een geldige totstandko-ming van de overeenkomst, meer in het bijzonder de afdeling over de ‘toestemming' (afdeling 1 binnen hoofdstuk II m.b.t. de voorwaarden die tot de geldigheid van de overeenkomst vereist zijn).

4. Dit bevestigt dat deze rechtsfiguur toelaat de basis te leggen voor een over-eenkomst, ook al ontbreekt één van de vier geldigheidsvereisten tot de totstandko-ming ervan, namelijk de toestemming van één van de partijen. Sterkmaking is door de opstellers van het Burgerlijk Wetboek dan ook bedoeld als hulpmiddel gericht op het verkrijgen van de toestemming tot een verbintenis en niet gericht op het verkrij-gen van de uitvoering van een reeds bestaande verbintenis.

5. Sterkmaking kan dus niet gericht zijn op de belofte dat een derde een reeds tot stand gekomen verbintenis zou uitvoeren. Dit past niet in het mechanisme van de figuur van de sterkmaking. Bij sterkmaking is er steeds één schuldenaar: de sterkmaker zolang de derde niet toestemt tot de beloofde verbintenis of de derde van zodra hij toestemt. De sterkmaker belooft enkel dat de derde zich zal verbinden, maar niet dat deze zich aan deze verbintenis zal houden en dus deze zal uitvoeren. Hieruit volgt dat vanaf het ogenblik dat de derde de verbintenis heeft aangegaan, de sterkmaker bevrijd is.

6. Te dezen is het appelgerecht van oordeel dat eisers een sterkmakingsverbin-tenis zijn aangegaan waarbij zij zich persoonlijk ten overstaan van verweerder ertoe hebben verbonden dat MOBIS de aangegane verbintenis - vergoeding van 100.000 euro aan verweerder voor het verstrekken van een waarborg - ten aanzien van verweerder ten uitvoer zal leggen.

Volgens het appelgerecht volgt uit de waarborgovereenkomst dat eisers zich sterk hebben gemaakt dat MOBIS de door haar opgenomen verbintenissen zal uitvoeren aangezien volgens het hof van beroep niets een partij belet zich sterk te maken voor de uitvoering van een verbintenis door een derde (cf. arrest, p. 10, nr. 5.3.3, 5de - 6de al.).

Het appelgerecht betwist hierbij niet dat MOBIS de verbintenis is aangegaan om een bedrag van 100.000 euro te betalen aan verweerder als vergoeding betreffende het verstrekken van de waarborg door deze laatste en zij hiertoe rechtsgeldig is vertegenwoordigd door haar zaakvoerder, namelijk eerste eiser.

Dit gegeven staat er volgens het appelgerecht evenwel niet aan in de weg dat er ruimte is opdat eisers zich sterk maken voor de uitvoering van de aangegane verbintenissen (door MOBIS), hetgeen ze te dezen volgens het appelgerecht hebben gedaan (cf. arrest, p. 10, nr. 5.3.4. laatste al. en p. 11, 1ste al.).

7. In zover het appelgerecht vaststelt dat (MOBIS) een verbintenis is aangegaan ten aanzien van verweerder - nl. de betaling van een bedrag van 100.000 euro als vergoeding wegens het verstrekken van een waarborg door deze laatste - maar an-derzijds oordeelt dat dit niet belet dat (eisers) zich sterk hebben gemaakt dat (MO-BIS) deze (reeds) aangegane verbintenis zal ten uitvoer leggen, schendt het de wettelijke gevolgen van de kwalificatie van de overeenkomst als sterkmaking aangezien het hof van beroep niet kon beslissen dat de belofte van de sterkmakers ook betrekking had op de uitvoering van de reeds aangegane verbintenis door de derde, te dezen (MOBIS), nu de belofte geen betrekking kan hebben op de uitvoering van een reeds aangegane verbintenis (schending van artikel 1120 van het Burgerlijk Wetboek).

Toelichting

Sterkmaking is door de opstellers van het Burgerlijk Wetboek dan ook bedoeld als hulpmiddel gericht op het verkrijgen van de toestemming tot een verbintenis en niet gericht op het verkrijgen van de uitvoering van een reeds bestaande verbintenis (I. SAMOY, Middellijke vertegenwoordiging, Antwerpen, Intersentia, 2005, 458-459, nrs. 704-707; M.-P. DUMON, L'opération de commission, Lexis Nexis, 2000, 132-133; A. VERBEKE en D. BLOMMAERT, "De patronaatsverklaring. Een persoonlijke zekerheid met vele gezichten", DAOR 1994/31, 85; H. DE PAGE, Traité élémentaire de droit civil belge, t. II, Brussel, Bruylant, 1964, 708-709, nr. 733.

BIJ DEZE BESCHOUWINGEN

Besluit ondergetekende advocaat bij het Hof van Cassatie tot de vernietiging van het bestreden arrest met verwijzing van de zaak en de partijen naar een ander hof van beroep. Kosten als naar recht.

Brussel, 30 juli 2015

 

Voor eisers,
hun raadsman
Bruno Maes

 

Bijgevoegd stuk:

Origineel van de "profisco" verklaring van de waarde van de vordering voor het vaststellen van het bedrag van het rolrecht.

 

noot
Tijdschrift voor Belgisch Burgerlijk Recht [TBBR] SONCK, Dimitri; Noot 'De sterkmaking als persoonlijke zekerheid' 2017, nr. 5, p. 314-318.

Nog dit: 

Sterkmaking en overlijden

• Hof van Beroep te Brussel, 1e Kamer – 11 september 2012, RW 2013-2014, 29

samenvatting

Sterkmaking is een beding waarbij een contractpartij aan de wederpartij belooft ervoor te zorgen dat een derde iets zal doen, d.i. zich tegenover de wederpartij zal verbinden.

In geval van overlijden van die derde vervalt het beding tot sterkmaking en kan de wederpartij zich daar niet meer op beroepen om toch de uitvoering van de overeenkomst af te dwingen.

arrest

F.N.D. en M.T. t/ E.V.

...

2.1. In de onderhandse overeenkomst van 6 december 1990 werd vermeld dat de kopers de volle eigendom en het genot zullen hebben van het verkochte goed, te rekenen van het ondertekenen van de authentieke akte, en dat de notariële akte verleden zal worden binnen tien maanden na de homologatie door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel en dit op het eerste verzoek van de aankoper aan notaris V. te X., daartoe onwederroepelijk door beide partijen aangesteld.

Bij deze verkoop trad op als verkoper de vader van geïntimeerde – die inmiddels overleden is – die zich sterk maakte voor zijn echtgenote die op dat ogenblik verbleef in een psychiatrisch centrum.

2.2. Op 10 juni 1991 deelde notaris V. aan de kopers o.a. mede dat het dossier (= homologatieprocedure) ondertussen, via mr. V.H. te X., op de Rechtbank te Brussel neergelegd was voor de verdere procedure.

Na de heropening van het debat heeft notaris V.B., als opvolger van notaris V., het dossier van haar voorganger geraadpleegd waaruit zij volgende stukken meedeelde:

– een brief van het psychiatrisch centrum van 19 november 1990, gericht aan notaris V., waarin medegedeeld werd dat de echtgenote van de heer V.V. niet meer bekwaam was om een notariële akte te tekenen;

– een brief van 25 april 1991 van notaris V. aan mr. V.H. waarbij stukken werden medegedeeld m.b.t. de onbekwaamverklaring van mevrouw V.-V.;

– de brief van 10 juni 1991 waarvan hierboven sprake.

2.3. Uit voornoemde stukken blijkt dat notaris V. wel degelijk opdracht heeft gegeven aan meester V.H. om een homologatieprocedure in te stellen en derhalve uitvoering heeft gegeven aan de voorwaarden vermeld in de onderhandse akte van 6 december 1990.

Het is niet duidelijk welk gevolg meester V.H. aan dit verzoek van de instrumenterende notaris heeft gegeven, aangezien hijzelf over geen stukken meer beschikt en verder onderzoek bij de griffie te Mechelen en te Brussel zonder resultaat is gebleven.

Hoe dan ook heeft de rechtsvoorganger van geïntimeerde – te gepasten tijde – het nodige gedaan opdat de homologatieprocedure zou kunnen worden aangevat, gezien de opdracht van de instrumenterende notaris aan mr. V.H.

Het feit dat de homologatieprocedure uiteindelijk geen gunstig verloop heeft gekend, maakt voor geïntimeerde een overmachtsituatie uit. De nodige stappen waren gezet om deze procedure in te stellen en vanaf het ogenblik dat het dossier in handen was van mr. V.H. kon en mocht de rechtsvoorganger van geïntimeerde ervan uitgaan dat het nodige werd gedaan voor het verkrijgen van de gevraagde homologatie. Bijgevolg kan aan de rechtsvoorganger van geïntimeerde geen enkele fout worden verweten.

2.4. De redenering van appellanten kan evenmin worden gevolgd in zoverre ze aanvoeren dat na het overlijden van mevrouw V.V. de koop toch doorgang kon vinden indien de omzetting van het vruchtgebruik was gevraagd.

De rechtsvoorganger van geïntimeerde heeft zich enkel sterk gemaakt voor zijn echtgenote wat de verkoop van een welbepaald perceel betreft en geen enkele partij kan worden gedwongen – na overlijden van een contractpartij – om bepaalde erfrechtelijke beslissingen te nemen.

Sterkmaking is een beding waarbij een contractpartij aan de wederpartij belooft ervoor te zorgen dat een derde iets zal doen, d.i. zich tegenover de wederpartij zal verbinden.

In geval van overlijden van die derde vervalt het beding tot sterkmaking en kan de wederpartij zich daar niet meer op beroepen om toch de uitvoering van de overeenkomst af te dwingen.

2.5. Bijgevolg is geïntimeerde – ingevolge rechtsopvolging – eigenaar geworden van het bewuste perceel, voorwerp van de onderhandse akte van 6 december 1990.

Hij is niet gehouden tot enige schadevergoeding, aangezien noch hij noch zijn vader enige fout heeft begaan.
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: wo, 30/08/2017 - 16:28

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.