-A +A

Stelselmatige observatie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

uittreksel uit het wetboek van strafvordering:

Art. 47sexies. <Ingevoegd bij W 2003-01-06/34, art. 4; Inwerkingtreding : 22-05-2003>

§ 1. Observatie in de zin van dit wetboek is het stelselmatig waarnemen door een politieambtenaar van één of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen.

Een stelselmatige observatie in de zin van dit wetboek is een observatie van meer dan vijf opeenvolgende dagen of van meer dan vijf niet-opeenvolgende dagen gespreid over een periode van een maand, een observatie waarbij technische hulpmiddelen worden aangewend, een observatie met een internationaal karakter, of een observatie uitgevoerd door de gespecialiseerde eenheden van de federale politie.

Een technisch hulpmiddel in de zin van dit wetboek is een configuratie van componenten die signalen detecteert, deze transporteert, hun registratie activeert en de signalen registreert, met uitzondering van de technische middelen die worden aangewend om een maatregel als bedoeld in artikel 90ter uit te voeren.

§ 2. De procureur des Konings kan in het kader van het opsporingsonderzoek een observatie machtigen wanneer het onderzoek zulks vereist en de overige middelen van onderzoek niet lijken te volstaan om de waarheid aan de dag te brengen.

Een observatie met gebruik van technische hulpmiddelen kan enkel gemachtigd worden wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de strafbare feiten een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben.

§ 3. De machtiging tot observatie is schriftelijk en vermeldt :

1° de ernstige aanwijzingen van het strafbaar feit die de observatie wettigen en indien de observatie zich situeert in het proactieve onderzoek zoals omschreven in artikel 28bis, § 2, de bijzondere aanwijzingen met betrekking tot de elementen omschreven in deze laatste bepaling;

2° de redenen waarom de observatie onontbeerlijk is om de waarheid aan de dag te brengen;

3° de naam of indien die niet bekend is, een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de geobserveerde persoon of personen, alsmede van de zaken, plaatsen of gebeurtenissen bedoeld in § 1;

4° de wijze waarop aan de observatie uitvoering zal worden gegeven, daaronder begrepen de toelating tot het gebruik van technische hulpmiddelen in de gevallen bepaald bij § 2, tweede lid, en artikel 56bis, tweede lid. In dit laatste geval vermeldt de machtiging van de onderzoeksrechter het adres of een zo nauwkeurig mogelijke plaatsbepaling van de woning waarop de observatie betrekking heeft;

5° de periode tijdens welke de observatie kan worden uitgevoerd en die niet langer mag zijn dan één maand te rekenen van de datum van de machtiging;

6° de naam en de hoedanigheid van de officier van gerechtelijke politie, die de leiding heeft over de uitvoering van de observatie.

§ 4. De procureur des Konings vermeldt op dat ogenblik in een afzonderlijke en schriftelijke beslissing de strafbare feiten die door de politiediensten in het kader van de observatie kunnen worden gepleegd.

Deze beslissing wordt in het dossier bedoeld in artikel 47septies, § 1, tweede lid, bewaard.

§ 5. In spoedeisende gevallen kan de machtiging tot observatie mondeling worden verstrekt. De machtiging moet zo spoedig mogelijk worden bevestigd in de vorm bepaald in het eerste lid.

§ 6. De procureur des Konings kan steeds op gemotiveerde wijze zijn machtiging tot observatie wijzigen, aanvullen of verlengen. Hij kan te allen tijde zijn machtiging intrekken. Hij gaat bij elke wijziging, aanvulling of verlenging van zijn machtiging na of de voorwaarden bepaald in §§ 1 tot 3, zijn vervuld en handelt daarbij overeenkomstig § 3, 1° tot 6°.

§ 7. De procureur des Konings staat in voor de tenuitvoerlegging van de machtigingen tot observatie die zijn verleend door de onderzoeksrechter in het kader van een gerechtelijk onderzoek overeenkomstig artikel 56bis.

De procureur des Konings vermeldt op dat ogenblik in een afzonderlijke en schriftelijke beslissing de strafbare feiten die door de politiediensten in het kader van de door de onderzoeksrechter bevolen observatie kunnen worden gepleegd. Deze beslissing wordt in het dossier bedoeld in artikel 47septies, § 1, tweede lid, bewaard.

(NOTA : bij arrest nr 202/2004 van 21-12-2004 (B.St. 06-01-2005, p. 388-389), heeft het Arbitragehof artikel 47sexies, §§ 4 en 7, tweede lid, vernietigd)
Art. 47septies. <Ingevoegd bij W 2003-01-06/34, art. 4; Inwerkingtreding : 22-05-2003>

§ 1. De officier van gerechtelijke politie bedoeld in artikel 47sexies, § 3, 6° brengt de procureur des Konings nauwgezet, volledig en waarheidsgetrouw schriftelijk verslag uit over elke fase in de uitvoering van de observaties waarover hij de leiding heeft.

Deze vertrouwelijke verslagen worden rechtstreeks aan de procureur des Konings overgezonden, die ze in een afzonderlijk en vertrouwelijk dossier bewaart. Hij heeft als enige toegang tot dit dossier, onverminderd het inzagerecht van de onderzoeksrechter bedoeld in artikel 56bis. De inhoud van dit dossier valt onder het beroepsgeheim.

§ 2. De machtiging tot observatie en de beslissingen tot wijziging, aanvulling of verlenging worden gevoegd in het vertrouwelijk dossier.

De officier van gerechtelijke politie, bedoeld in artikel 47sexies, § 3, 6° stelt proces-verbaal op van de verschillende fasen van de uitvoering van de observatie, doch vermeldt hierin geen elementen die de afscherming van de gebruikte technische hulpmiddelen en politionele onderzoekstechnieken of de vrijwaring van de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de informant en de politieambtenaren, belast met de uitvoering van de observatie in het gedrang kunnen brengen. Deze elementen worden enkel opgenomen in het schriftelijk verslag bedoeld in § 1, eerste lid.
In een proces-verbaal wordt verwezen naar de machtiging tot observatie en worden de vermeldingen bedoeld in artikel 47sexies, § 3, 1°, 2°, 3° en 5° opgenomen. De procureur des Konings bevestigt bij schriftelijke beslissing het bestaan van de door hem verleende machtiging tot observatie.

De opgestelde processen-verbaal en de in het vorige lid bedoelde beslissing worden uiterlijk na het beëindigen van de observatie bij het strafdossier gevoegd.

(NOTA : bij arrest nr 202/2004 van 21-12-2004 (B.St. 06-01-2005, p. 388-389), heeft het Arbitragehof artikel 47septies, § 1, tweede lid, en § 2, vernietigd)
Onderafdeling 4. - <Ingevoegd bij W 2003-01-06/34, art. 4; Inwerkingtreding : 22-05-2003

Nog dit: 

Rechtspraak

• Cassatie 26/02/2013, P. 12.1809N, juridat

Samenvatting

Uit artikel 47sexies, §1, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat er ook sprake is van een observatie als bedoeld in deze wetsbepaling, wanneer er een stelselmatige waarneming is van personen, hun aanwezigheid en gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen, uitgevoerd door de gespecialiseerde eenheden van de federale politie.

Tekst arrest

Nr. P.12.1809.N
H D,
beklaagde,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 16 oktober 2012.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
Afdelingsvoorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.
Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 47sexies, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt dat er slechts sprake is van een stelselmatige observatie als deze de door de wet bepaalde duur overschrijdt en daarenboven uitgevoerd wordt met technische middelen; er is ook sprake van stelselmatige observatie in de zin van de vermelde wetsbepaling, wanneer deze uitgevoerd wordt door gespecialiseerde eenheden van de federale politie.

2. Artikel 47sexies, § 1, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt:

"Observatie in de zin van dit wetboek is het stelselmatig waarnemen door een po-litieambtenaar van één of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen.

Een stelselmatige observatie in de zin van dit wetboek is een observatie van meer dan vijf opeenvolgende dagen of van meer dan vijf niet-opeenvolgende dagen ge-spreid over een periode van een maand, een observatie waarbij technische hulpmiddelen worden aangewend, een observatie met een internationaal karakter, of een observatie uitgevoerd door de gespecialiseerde eenheden van de federale politie."

3. Uit deze wetsbepalingen volgt dat er ook sprake is van een observatie als bedoeld in deze wetsbepaling, wanneer er een stelselmatige waarneming is van personen, hun aanwezigheid en gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen, uitgevoerd door de gespecialiseerde eenheden van de federale poli-tie.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het arrest van 27 maart 2012 van het hof van beroep, correctionele kamer, die met toepassing van artikel 189ter Wetboek van Strafvordering de kamer van inbeschuldiging-stelling gelast van de controle overeenkomstig artikel 235ter van dat wetboek, melding maakt van een observatie op 23 mei 2005 door de diensten van de CGSU-POSA, dat de vordering van het openbaar ministerie met verwijzing naar dat arrest eveneens melding maakt van die observatie uitgevoerd door dezelfde dienst en dat de eiser voor de kamer van inbeschuldigingstelling heeft aangevoerd dat er op 23 mei 2005 een observatie geweest is door de diensten van de DSU-POSA.

Hieruit volgt dat de uitvoering van een observatie door een gespecialiseer-de dienst van de federale politie, zijnde de CGSU-POSA of de DSU-POSA, niet alleen in het debat was voor de kamer van inbeschuldigingstelling, maar ook een twistpunt was over het bestaan van een observatie als bedoeld in artikel 47sexies, § 1, Wetboek van Strafvordering.

5. Het arrest kon derhalve het bestaan van een observatie als bedoeld in dat ar-tikel 47sexies, § 1, Wetboek van Strafvordering niet uitsluiten zonder tevens vast te stellen dat er geen stelselmatige waarneming is geweest door de gespecialiseerde dienst van de federale politie.

6. Het arrest oordeelt: "De politieacties die werden ondernomen op 23 mei 2005 tot 19 augustus 2005 waren geen operaties in de zin van de artikelen 47sexies of 47octies van het Wetboek van Strafvordering, want er is geen sprake geweest van stelselmatig waarnemen door een politieambtenaar van één of meerdere perso-nen, van hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeur-tenissen, gedurende meer dan vijf opeenvolgende dagen of van meer dan vijf niet-opeenvolgende dagen gespreid over een periode van een maand, waarbij techni-sche middelen werden aangewend (observatie) (...)."

Met die redenen stelt het arrest evenwel niet vast dat er geen stelselmatige waarneming geweest is door een gespecialiseerde dienst van de federale politie. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.
Tweede middel

7. Het middel dat niet kan leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord.

Dictum
Het Hof
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.
Laat de kosten ten laste van de Staat.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.
Bepaalt de kosten op 154,17 euro.

 

Nuttige tips: 

Observatie - Machtiging - Datum van de machtiging

Cassatie 17/06/2014, AR P.14.0707.N, juridat

Samenvatting

Krachtens artikel 47septies, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering wordt in een proces-verbaal verwezen naar de machtiging tot observatie, worden de vermeldingen bedoeld in artikel 47sexies, §3, 1°, 2°, 3° en 5° opgenomen en bevestigt de procureur des Konings bij schriftelijke beslissing het bestaan van de door hem verleende machtiging tot observatie; die bepaling vereist niet dat de datum van de machtiging tot observatie of van de machtiging tot verlenging van de observatie in de vermelde beslissing of in het vermelde proces-verbaal wordt vermeld (1). (1) Cass. 15 december 2009, AR P.09.1681, AC 2009, nr. 751.

Artikel 6 EVRM verbiedt niet de uitoefening van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces in bepaalde gevallen te regelen en te beperken en een dergelijke beperking kan verantwoord zijn indien zij evenredig is met het belang van de te bereiken rechtmatige doelstellingen, zoals de noodzaak de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de informant en van de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de observatie te vrijwaren; hieruit volgt dat het recht van verdediging niet noodzakelijk inhoudt dat de verdediging zelf in staat moet worden gesteld de regelmatigheid van de machtiging tot observatie te controleren maar dat het kan volstaan dat een onafhankelijke en onpartijdige rechter op grond van de hem regelmatig overgelegde stukken en bekende feiten oordeelt dat de observatie is geschied mits naleving van de wettelijke voorschriften; de controle door de kamer van inbeschuldigingstelling overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering van de regelmatigheid van de observatie aan de hand van het strafdossier en het vertrouwelijk dossier waarborgt volkomen de eerbiediging van het recht van verdediging (1). (1) Cass. 25 september 2007, AR P.07.0677.N, AC 2007, nr. 433.

Tekst arrest

Nr. P.14.0707.N
A L R,
inverdenkinggestelde,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 10 april 2014.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, alsmede misken-ning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het arrest oordeelt dat de data van de machtiging tot observatie en van de machtiging tot verlenging van de observatie niet moeten blijken uit het open dossier en verwijst daarbij naar de afscherming van de technische hulpmiddelen of politionele onder-zoekstechnieken en van de identiteit van de informant en de politieambtenaren belast met de uitvoering van de observatie; de wet bepaalt evenwel impliciet dat aan de betrokkene de datum van de machtiging tot observatie wordt meegedeeld; om nuttig verweer te kunnen voeren, moet de betrokkene inzage kunnen hebben in het strafdossier dat, met uitzondering van de gevoelige gegevens, alle informatie over de aangewende opsporingsmethode bevat; de datum van de machtiging is in casu geen gevoelig gegeven; noch uit de processen-verbaal noch uit de schriftelijke be-vestiging van het bestaan van de machtiging tot observatie, zoals vereist door arti-kel 47septies, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering, kan de datum van de machtiging tot observatie en van de machtiging tot verlenging van de observatie worden afgeleid; aldus kan de eiser niet nagaan of die machtigingen werden ver-leend door een bevoegde persoon en of zij de uitgevoerde observatie voorafgin-gen; doordat de eiser aldus de regelmatigheid van de observatie niet kan nagaan, wordt zijn recht van verdediging onevenredig ingeperkt; ook het arrest bevestigt niet dat de machtigingen voorafgaand aan de observatie werden verleend.

2. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.

3. Artikel 47septies, § 2, derde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "In een proces-verbaal wordt verwezen naar de machtiging tot observatie en worden de vermeldingen bedoeld in artikel 47sexies, § 3, 1°, 2°, 3° en 5°, opgenomen. De procureur des Konings bevestigt bij schriftelijke beslissing het bestaan van de door hem verleende machtiging tot observatie."

Die bepaling vereist niet dat de datum van de machtiging tot observatie of van de machtiging tot verlenging van de observatie in de vermelde beslissing of in het vermelde proces-verbaal wordt vermeld.

In zoverre het onderdeel aanvoert dat de wet dergelijke vermeldingen wel vereist, faalt het naar recht.

4. Artikel 6 EVRM verbiedt niet de uitoefening van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces in bepaalde gevallen te regelen en te beperken. Een dergelijke beperking kan verantwoord zijn indien zij evenredig is met het be-lang van de te bereiken rechtmatige doelstellingen, zoals de noodzaak de veilig-heid en de afscherming van de identiteit van de informant en van de politieambte-naren die belast zijn met de uitvoering van de observatie te vrijwaren

Hieruit volgt dat het recht van verdediging niet noodzakelijk inhoudt dat de ver-dediging zelf in staat moet worden gesteld de regelmatigheid van de machtiging tot observatie te controleren. In dergelijk geval kan het volstaan dat een onafhan-kelijke en onpartijdige rechter op grond van de hem regelmatig overgelegde stuk-ken en bekende feiten oordeelt dat de observatie is geschied mits naleving van de wettelijke voorschriften.

5. Op welke datum de machtigingen tot observatie en tot verlenging daarvan werden verleend, of die machtigingen uitgaan van een bevoegd persoon en of zij voorafgaand aan de uitgevoerde observatie werden verleend zoals vereist door de wet, maakt het voorwerp uit van de controle door de kamer van inbeschuldigingstelling overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering. Het onder-zoek van de regelmatigheid van de observatie aan de hand van het strafdossier en het vertrouwelijk dossier door de kamer van inbeschuldigingstelling waarborgt volkomen de eerbiediging van het recht van verdediging.
In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het eveneens naar recht.

6. Het arrest oordeelt dat uit de inzage van het strafdossier en van het vertrou-welijk dossier blijkt dat de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie regelmatig is verlopen en dat het recht van verdediging werd gewaar-borgd. Dat oordeel houdt onder meer in dat de machtigingen tot observatie en tot verlenging van de observatie voorafgaand aan de observatie werden verleend.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

7. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 47septies, § 2, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het alge-meen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het arrest oordeelt dat de in ar-tikel 47septies, § 2, vierde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn om de daar bedoelde stukken aan het strafdossier te voegen, geen vervaltermijn is die leidt tot de nietigheid van de uitgevoerde observatie; het oordeelt ook dat de observatie regelmatig is verlopen en het recht van verdediging werd gewaarborgd; de vermelde stukken werden echter pas negen maanden na de afloop van de observatie, na het einde van het onderzoek en na het nemen van de eindvordering, aan het strafdossier gevoegd; bijgevolg heeft de eiser, die werd aangehouden op basis van de uit de observatie verkregen informatie, bij zijn aanhouding niet ten volle zijn verdediging kunnen organiseren en werd door die laattijdige voeging eisers recht van verdediging geschaad.

8. Krachtens artikel 47septies, § 2, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, worden de in het derde lid van die bepaling bedoelde processen-verbaal en schrif-telijke beslissing uiterlijk na het beëindigen van de observatie bij het strafdossier gevoegd. De aldus bepaalde termijn voor de voeging van die stukken is niet voor-geschreven op straffe van nietigheid.

9. De eiser heeft voor de appelrechters niet aangevoerd dat zijn recht van ver-dediging is geschaad doordat hij als gevolg van de laattijdige voeging van de be-doelde stukken, zijn recht van verdediging bij zijn aanhouding niet ten volle heeft kunnen organiseren.

Het onderdeel is nieuw, mitsdien niet ontvankelijk.

Derde onderdeel

10. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6 en 8 EVRM, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het arrest oordeelt ten onrechte dat nergens wordt voorgeschreven dat de datum van de machtiging noch de aanvangsdatum van de gemachtigde observatie moeten blijken uit het open dossier; het arrest bevestigt evenmin dat de machtiging en de machtiging tot verlenging voorafgaand aan de observaties werden verleend; de betrokkene moet op basis van de voor hem toegankelijke gegevens kunnen nagaan of de observatie wel op regelmatige wijze is gebeurd.

11. Het onderdeel heeft dezelfde strekking als het eerste onderdeel en is om de-zelfde redenen als vermeld in het antwoord op dat onderdeel te verwerpen.

Tweede middel

12. Het middel voert schending aan van artikel 235ter Wetboek van Strafvorde-ring, alsmede miskenning van de verplichting te antwoorden op een conclusie: met de redenen die het bevat, namelijk "Uit de inzage van het voorliggend strafdossier, alsook het vertrouwelijk dossier zoals bedoeld in de artikelen 47septies, § 1, tweede lid, Sv. en (...) 235ter, § 3, Wetboek van Strafvordering, blijkt dat de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie die werd toegepast in het kader van het gerechtelijk onderzoek of in het daaraan voorafgaand opsporingsonderzoek, regelmatig is verlopen en dat de rechten van de verdediging werden gewaarborgd.", beantwoordt het arrest niet eisers verweer dat uit niets blijkt dat de observatie voorafgaand werd gemachtigd noch dat de machtiging tot ver-lenging voorafgaand is geschied.

13. Zoals blijkt uit het antwoord op het eerste middel, eerste onderdeel, beant-woordt het arrest met de redenen die het vermeldt, eisers verweer.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 87,51 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, op de openbare rechtszitting van 17 juni 2014

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: ma, 07/08/2017 - 15:16

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.