-A +A

rechtvaardigingsgrond

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Een rechtvaardigingsgrond is een door de wet erkende omstandigheid waardoor het wederrechtelijk of onwettig karakter van een gestelde daad opgeheven wordt. Al de constitutieve elementen van het welbepaalde door de wet als strafbaar omschreven gedrag moeten echter aanwezig zijn. Wat door de wet niet is verboden, is niet strafbaar, en moet derhalve niet gerechtvaardigd worden.

OPSOMMING VAN DE RECHTVAARDIGINGSGRONDEN

1. Gebod van de wet en bevel van de overheid

Art.70 S.W.B. Er is geen misdrijf wanneer het feit door de wet is voorgeschreven en door de overheid bevolen is. vb. de opgevorderde slotenmaker die een deur openbreekt opdat een huiszoeking zou kunnen verricht worden of het boeien van gevangenen bij overbrenging.

2. De noodtoestand

Dit is de enige rechtvaardigingsgrond die niet bij de wet werd vastgelegd, maar die een creatie is van de rechtspraak. De noodtoestand is de situatie waarin een persoon verkeert, die gesteld tegenover een voor hem of voor derden ernstig en dringend kwaad, de bepalingen van de strafwet schendt ten einde rechtsbelangen of rechtsgoederen te vrijwaren die hij gerechtigd was of tot plicht had boven anderen te stellen.

Zoals een brandweerman die om een brand te blussen of personen te redden een deur openbreekt of naburige eigendom beschadigt.Het begrip noodtoestand wordt eveneens ingeroepen om het aanwenden van geweld door politieambtenaren tegen personen mits wettige redenen te rechtvaardigen.

3. De wettige (zelf)verdediging, ook noodweer genoemd (zie
zelfverdediging)

Luidens art.416 S.W.B. is er nog misdrijf noch wanbedrijf, wanneer de doodslag, de verwondingen of de slagen geboden zijn door de ogenblikkelijke noodzaak van de wettige verdediging van zichzelf of van anderen.

Art.417 S.W.B. geeft twee gevallen aan die, op grond van een wettelijk vermoeden, moeten gerekend worden tot de gevallen van ogenblikkelijke noodzaak waarover art.416 S.W.B. handelt. Ze betreffen het afweren van aanrandingen tegen eigendommen die gepaard gaan met een aanslag of alleszins ernstige bedreigingen gericht tegen personen.


TOEPASSELIJKE WETTEKSTEN
Art.416 S.W.B.

Er is noch misdaad noch wanbedrijf wanneer de doodslag, de verwondingen en de slagen geboden zijn door de ogenblikkelijke noodzaak van wettige verdediging van zichzelf of van een ander.

Art.417 S.W.B.

Onder de gevallen van ogenblikkelijke noodzaak van de verdediging worden de twee volgende gevallen begrepen :

1. Wanneer de doodslag gepleegd wordt, wanneer de verwondingen of slagen toegebracht worden bij het afweren bij nacht van de beklimming of de braak van de afsluitingen, muren of toegangen van een bewoond huis of appartement of de aanhorigheden ervan, behalve wanneer de dader niet kon geloven aan een aanranding van personen, hetzij als rechtstreeks doel van hij die poogt in te klimmen of in te breken, hetzij als gevolg van de weerstand welke diens voornemen mocht ontmoeten.

2. Wanneer het feit plaats heeft bij het zich verdedigen tegen de daders van diefstal of plundering die met geweld tegen personen wordt gepleegd. Doodslag, slagen of verwondingen tegen een inbreker bij dag wordt niet gerechtvaardigd door art.417 S.W.B. wel zal niet de gewone straf uitgesproken worden omdat men de omstandigheid zal kenmerken als een strafverminderende verschoningsgrond.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: vr, 22/01/2010 - 18:53

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.