-A +A

zwakke weggebruiker uitgestapte vrachtwagenbestuurder aangereden door eigen vrachtwagen die achteruit bolt door niet vastgetrokken handrem

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 22/10/2007
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
424
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

...

Voorwerp van het geding

1. Het geding vindt zijn oorsprong in een ongeval te Sint-Truiden op 28 juni 2004.

De vrijwillig tussenkomende partij is vrachtwagenbestuurder en is werknemer van de NV M. ‘T K. te Avelgem. Hij had te Sint-Truiden een pallet meel afgeleverd, en terwijl de laadklep van de vrachtwagen naar omlaag ging, begon de vrachtwagen achteruit te bollen. Onmiddellijk besefte hij dat hij de handrem niet had aangetrokken. Hij liep naar de vrachtwagen toe, maar werd door de vrachtwagen geraakt.

2. Eiseres keerde als arbeidsongevallenverzekeraar vergoedingen uit aan V.H. en wenst die vergoedingen thans te verhalen op verweerster, W.A.M.-verzekeraar met betrekking tot de vrachtwagen in kwestie, op basis van art. 29bis W.A.M.-wet.

Eiseres vordert dat de rechtbank zou zeggen voor recht dat verweerster tot tussenkomst op basis van art. 29bis W.A.M.-wet gehouden is en dat de rechtbank verweerster zou veroordelen tot een provisionele schadevergoeding van 1 euro op een geraamd bedrag van 12.500 euro.

3. De vrijwillig tussenkomende partij maakt aanspraak op vergoeding van de schade die niet vergoed werd door de arbeidsongevallenverzekeraar en vordert de veroordeling van verweerster tot een schadevergoeding van 12.576,29 euro, vermeerderd met de interest.

In conclusie sluit de vrijwillig tussenkomende partij zich aan bij het door verweerster subsidiair gedane verzoek tot aanstelling van een medisch deskundige vooraleer ten gronde te beslissen.

Voor het geval de rechtbank tot die deskundige opdracht zou beslissen, verklaarden partijen ter zitting dat zij afstand deden van de installatievergadering.

Er werd aan de rechtbank geen kennis gegeven van een eventuele keuze van een kredietinstelling.

De opgeworpen betwistingen

Verweerster betwist dat zij tot vergoeding op basis van art. 29bis W.A.M.-wet verplicht zou zijn, op grond van volgende middelen:

1) de bestuurder van een motorrijtuig is uitgesloten van de vergoedingsplicht op basis van art. 29bis W.A.M.-wet;

2) V.H. moet als bestuurder in de zin van art. 29bis W.A.M.-wet worden beschouwd, omdat het door zijn fout of onachtzaamheid, namelijk door het niet aantrekken van de handrem, is dat de vrachtwagen in beweging kwam; door de handrem niet aan te trekken had V.H. een invloed op de functies die de bewegende kracht van het voertuig bepalen of beïnvloeden.

Beoordeling

...

2. Het wordt als zodanig niet betwist dat, zodra de bestuurder het motorvoertuig heeft verlaten en geen macht of invloed op de bewegingen van een voertuig meer kan uitoefenen, hij wat art. 29bis W.A.M.-wet betreft, als een voetganger en dus als een zwakke weggebruiker moet worden beschouwd (zie voor dit aspect van de hoedanigheidswissel – «l‘altérité» –: Th. Papart, «L‘article 29bis de la loi du 21 novembre 1989: au pays de nulle part», T.Pol. 2006, p. 140, p. 149, nr. 3.6).

3. Art. 29bis W.A.M.-wet, dat afwijkt van het principe van de burgerlijke aansprakelijkheid van de verzekerde personen, sluit het slachtoffer dat, zonder het ongeval en zijn gevolgen te hebben gewild, zelf verantwoordelijk is voor de geleden schade, niet uit van de schadeloosstelling waarin de wet voorziet; in de mate dat het verweer zou gebaseerd zijn op een eigen fout van V.H. doordat hij de handrem niet aantrok, kan het derhalve niet worden aangenomen (Cass. 28 april 2006, T.Pol. 2006, 209).

4. In het raam van art. 29bis W.A.M.-wet moet het begrip bestuurder, dat ertoe strekt een uitgesloten categorie van benadeelden aan te duiden, restrictief worden geïnterpreteerd (Th. Papart, o.c., T.Pol. 2006, p. 145, nr. 3.3).

Het Hof van Cassatie – bij wiens oordeel de rechtbank zich in casu aansluit – gaf recentelijk een definitie van wat in de zin van art. 29bis W.A.M.-wet onder bestuurder moet worden verstaan: bestuurder is hij die het voertuig werkelijk en zelfstandig bestuurt en aldus in feite verantwoordelijk is voor het sturen (Cass. 13 april 2007, C.05.0399.N).

Op het ogenblik dat de vrachtwagen zich in beweging zette, bestuurde V.H. hem niet werkelijk en zelfstandig; hij kon op dat moment geen enkele invloed uitoefenen op het besturen van het voertuig, zodat hij geen bestuurder was (Cass. 13 april 2007, hierboven vermeld).

5. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat de door verweerster opgeworpen exceptie van uitsluiting ongegrond is, (1) omdat de vrijwillig tussenkomende partij op het tijdstip van het ontstaan van het ongeval niet als bestuurder kan worden beschouwd en (2) omdat zijn mogelijke fout of onzorgvuldigheid, erin bestaande dat hij de handrem niet aantrok, geen afbreuk doet aan verweersters vergoedingsplicht.

...

 

Noot: 

Een vrachtwagenbestuurder die na het lossen naar zijn vrachtwagen loopt na vaststelling dat hij de handrem niet had aangetrokken wardoor de vrachtwagen achteruit aan het bollen was en daarbij gewond wordt, kan anspraak maken op vergoeding op basis van art. 29bis W.A.M.-wet. Op het ogenblik van het ongeval is hij immers geen bestuurder van de vrachtwagen en zijn eventuele fout of onvoorzichtigheid, erin bestaande dat hij de handrem niet aantrok, doet geen afbreuk aan de vergoedingsplicht van de W.A.M.-verzekeraar.

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 05/11/2009 - 23:49
Laatst aangepast op: vr, 25/11/2011 - 17:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.