-A +A

Zwakke weggebruiker loutere aanwezigheid van een voertuig is daarom geen betrokken voertuig

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 17/09/2014
A.R.: 
C.13.0567.N

De loutere aanwezigheid van een motorrijtuig op het ogenblik van een verkeersongeval volstaat niet om te besluiten dat dit motorrijtuig bij het ongeval betrokken is in de zin van artikel 29bis, §1, WAM-wet, zoals te dezen van toepassing; een motorrijtuig is wel betrokken in de zin van die wetsbepaling wanneer het enige rol heeft gespeeld in het verkeersongeval, dit is wanneer het zonder hiervoor een noodzakelijk element te zijn geweest, een invloed heeft gehad op het verkeersongeval .

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.13.0567.N
VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN, met zetel te 2800 Mechelen, Motstraat 20,
eiseres,
tegen
AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25,
verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 14 maart 2013.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 29bis, § 1, WAM, zoals hier van toepassing, bepaalt dat bij een ver-keersongeval waarbij een motorrijtuig betrokken is, met uitzondering van de stof-felijke schade, alle schade veroorzaakt aan elk slachtoffer of zijn rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden vergoed wordt door de verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt van de eigenaar, de bestuurder of de houder van het motorrijtuig overeenkomstig deze wet.

2. De loutere aanwezigheid van een motorrijtuig op het ogenblik van een ver-keersongeval volstaat niet om te besluiten dat dit motorrijtuig bij het ongeval be-trokken is in de zin van voormelde wetsbepaling.

Een motorrijtuig is wel betrokken in de zin van die wetsbepaling wanneer het eni-ge rol heeft gespeeld in het verkeersongeval, dit is wanneer het zonder hiervoor een noodzakelijk element te zijn geweest, een invloed heeft gehad op het ver-keersongeval.

De vraag of een motorrijtuig enige rol heeft gespeeld in het verkeersongeval wordt voor het overige door de rechter onaantastbaar in feite beoordeeld, zonder evenwel dat deze aan de door hem vastgestelde feiten gevolgen mag verbinden die daarmee in geen enkel verband staan of die, op grond van die feiten, onmogelijk kunnen worden verantwoord.

3. De appelrechters die oordelen dat niet betwist wordt dat voetganger Goovaerts het kruispunt overstak omdat hij een naderende tram wenste te halen en de tram bijgevolg betrokken was in het ongeval in de zin van artikel 29bis, § 1, WAM, verantwoorden hun beslissing naar recht.
Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 750,36 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer


C.13.0567.N
Conclusie van advocaat-generaal Van Ingelgem:

I. SITUERING
De betwisting in deze betreft de draagwijdte van het begrip "betrokkenheid" van een motorrijtuig bij een verkeersongeval in de zin van artikel 29bis, §1, WAM 1989.

II. BESPREKING VAN HET MIDDEL

1. De WAM-wet bevat geen definitie van het begrip "betrokken bij een verkeersongeval". De interpretatie van dat begrip wordt aan de rechtspraak overgelaten, maar de wetgever heeft daarbij wel benadrukt dat het begrip ruim moest worden geïnterpreteerd (in het belang van de zwakke weggebruiker)(1).

2. In die zin heeft uw Hof reeds verschillende malen geoordeeld dat een motorvoertuig "betrokken" is in de zin van art. 29bis WAM-wet, wanneer het enige actieve of passieve rol heeft gespeeld in het verkeersongeval.

3. Zo is een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval indien zijn aanwezigheid enig verband houdt met de totstandkoming ervan(2), of wanneer het enige rol heeft gespeeld in het ongeval(3). Hiervoor is volgens uw Hof niet vereist dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de aanwezigheid van het motorrijtuig en het ontstaan van het verkeersongeval(4). In het verlengde van voormelde arresten oordeelde uw Hof d.d. 21 juni 2010(5) in die zin verder dat waar de loutere aanwezigheid van een motorrijtuig op het ogenblik van een verkeersongeval niet volstaat om te besluiten dat dit motorrijtuig bij het ongeval betrokken is in de zin van art. 29bis, §1, WAM-wet, het wel betrokken is in de zin van die wetsbepaling wanneer het enige rol heeft gespeeld in het verkeersongeval, d.i. wanneer het zonder hiervoor een noodzakelijk element te zijn geweest, een invloed heeft gehad op het ongeval. Met zijn arresten van 30 september 2010(6) en 28 april 2011(7) voegt het Hof daaraan toe dat een voertuig bij een ongeval betrokken is wanneer er tussen het voertuig en het ongeval enig verband bestaat (ongeacht of de eigenaar van het voertuig al dan niet een fout heeft begaan die aan hem te wijten is).

4. Volgens de eiseres kan de rol die het voertuig speelt evenwel niet het resultaat zijn van een louter subjectief element in hoofde van het slachtoffer, zoals de bedoeling om de tram te halen. Er anders over oordelen zou volgens haar leiden tot een te ruime interpretatie van het begrip "betrokkenheid".

5. Zoals reeds eerder gesteld heeft de wetgever bij de invoering van het begrip "betrokkenheid" een ruime interpretatie van dat begrip voor ogen gehad. In het licht daarvan vinden we trouwens een aantal uitspraken terug die een louter subjectief verband tussen het motorrijtuig en het verkeersongeval voldoende achten om te beslissen dat het motorrijtuig betrokken was bij het verkeersongeval.

Dat kan gaan over een auto die "betrokken" is, wanneer het slachtoffer, terecht of ten onrechte, oordeelt dat de auto hem de pas zou afsnijden op het fietspad(8), of over een lijnbus, wanneer het slachtoffer haastig de rijbaan oversteekt om die nog te halen en daarbij wordt aangereden door een derde voertuig(9), maar ook over een taxi, wanneer een fietser zijn evenwicht verliest bij het horen - op een smalle baan - van het voertuig achter zich en daarbij achterom kijkt(10), of nog over een vuilniswagen, wanneer het slachtoffer zonder te kijken de straat oversteekt om daarin zijn afval te deponeren(11).

Zodra een motorrijtuig aldus een rol heeft gespeeld in een verkeersongeval, ongeacht of die rol objectief dan wel louter subjectief is, is dat motorrijtuig "betrokken" bij het verkeersongeval. Bij betwisting over de betrokkenheid van het motorrijtuig bij het verkeersongeval zal het slachtoffer weliswaar het bewijs dienen te leveren dat het voertuig (rechtstreeks of onrechtstreeks) een zekere rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van het verkeersongeval(12).

De vraag of een motorrijtuig enige rol heeft gespeeld in een verkeersongeval wordt echter door de rechter onaantastbaar in feite beoordeeld, zonder dat deze evenwel aan de door hem vastgestelde feiten gevolgen mag verbinden die daarmee in geen enkel verband staan of die, op grond van die feiten, onmogelijk kunnen worden verantwoord(13).

6. Waar in casu niet betwist wordt dat het slachtoffer het kruispunt schuin overstak omdat hij een naderende tram wenste te halen en de appelrechters ervan uitgaan dat de tram aldus wel degelijk een rol heeft gespeeld en invloed heeft gehad op het ongeval, waardoor hij erin "betrokken" was in de zin van artikel 29bis WAM-wet, komt het mij voor dat zij hun beslissing naar recht verantwoorden, en dat het middel derhalve niet kan worden aangenomen.

III. CONCLUSIE: VERWERPING.
____________________
(1) Parl. St. Senaat 1993-1994, nr. 980-3, 14-15, nr. 11; zie ook D. Wuyts, Wanneer is een motorrijtuig "betrokken" bij en verkeersongeval in de zin van art. 29bis WAM-wet?, noot onder pol. rb. Gent 29 januari 2007, RW 2007-08, (1423), 1426 in fine.
(2) Cass. 9 januari 2006, AR C.04.0519.N, AC 2006, nr. 21.
(3) Cass. 3 oktober 2008, AR C.07.0130.N.
(4) Cass. 22 oktober 2009, AR C.08.0420.N, AC 2009, nr. 604, en Cass. 15 maart 2010, AR C.09.0472.N.
(5) Cass. 21 juni 2010, AR C.09.0640.N, AC 2010, nr. 443.
(6) Cass. 30 september 2010, AR C.09.0545.F, AC 2010, nr. 567.
(7) Cass. 28 april 2011, AR C.10.0492.F, AC 2011, nr. 286.
(8) Pol. Gent, 8 oktober 1998, Verkeersrecht 1999, 120, nr. 99/32.
(9) Pol. Antwerpen 16 juni 2005, T. Pol. 2007, 15 (bevestigd door Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen van 4 oktober 2006, ibid., 17).
(10) Pol. Brugge 9 november 2007, VAV 2008, 46.
(11) Zie impliciet Cass. 22 oktober 2009, AR C.08.0420.N, AC 2009, nr. 604.
(12) Parl. St. Senaat 1993-1994, nr. 980-3, 14, nr. 11; zie ook A. Decroës, De vergoeding van de zwakke weggebruikers (Art. 29bis WAM-wet), RW 2000-2001 (1257), 1260; E.Brewaeys, De vergoeding van de zwakke weggebruikers en de "betrokkenheid van het motorrijtuig", noot onder Cass. 9 januari 2006, VAV 2006, 631.
(13) Cass. 21 juni 2010, AR C.09.0640.N, AC 2010, nr. 443.

 

Noot: 

Zie ook

• Pol. Brussel 22 april 2009, T.Pol. 2009, 183;

• Pol. Brugge 18 september 2009, T.Pol. 2010, 88.

Dit arrest werd eveneens gepubliceerd in RW 2016-2017, 860

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 19/04/2016 - 13:12
Laatst aangepast op: di, 07/03/2017 - 15:20

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.