-A +A

Zonder inbezitname buurtweg geen buurtweg

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Dendermonde
Datum van de uitspraak: 
don, 02/10/2014

Het bestaan van een buurtweg wordt niet louter bewezen door de inschrijving van de weg in de atlas der buurwegen. De Gemeente dient ook effectief gebruik te maken van de weg, waarbij een loutere luchtfoto als bewijs onvoldoende is.
 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2015-2016
Pagina: 
516
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

P.V.H. en I.V. t/ Gemeente Temse

...

V. Beoordeling van de grond van het beroep

1. Partijen zijn in hun conclusies, stukken en tijdens hun pleidooien (...) uitvoerig ingegaan op de diverse argumenten die hun respectieve vordering moeten ondersteunen.

De rechtbank is van oordeel dat de discussie tussen partijen kan worden opgedeeld in twee hoofdvragen: (i) werd er op het perceel grond dat eigendom is van appellanten een buurtweg gevestigd, en (ii) indien op de eerste vraag bevestigend wordt geantwoord, heeft de voetweg door bevrijdende verjaring zijn statuut van buurtweg verloren.

De bewijslast voor de eerste vraag ligt bij de gemeente Temse; de bewijslast voor de tweede vraag ligt bij appellanten.

a) Vestiging van een buurtweg?

2. Voetweg 53 loopt op een perceel grond dat eigendom is van appellanten. Deze voetweg is opgenomen in de Atlas van Buurtwegen van de gemeente Temse, opgesteld op 10 december 1845.

De vraag rijst of deze voetweg zakenrechtelijk moet worden gekwalificeerd als een openbare erfdienstbaarheid, meer bepaald als een buurtweg. Een buurtweg is een weg die wettelijk is erkend tot nut en gebruik van de algemeenheid van de inwoners van één of meer (delen van) gemeenten en die als buurtweg erkend is (zie parlementaire voorbereidingsstukken van art. 1 van het ontwerp van wet van 10 april 1841, Pasin. 1841, 130, geciteerd door H. Vuye, “Fundamentele regels omtrent buurtwegen. Het arrest van het Hof van Cassatie van 13 januari 1994”, R.Cass. 1994, 93; zie ook: V. Sagaert, Goederenrecht in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Mechelen, Kluwer, 2014, 537).

3. De enkele inschrijving van de weg in de Atlas der Buurtwegen volstaat niet om aan de voetweg het zakenrechtelijk statuut van buurtweg te geven (Cass. 20 juni 2002, Pas. 2003, I, 1249). Naast de bestuurlijke handeling van erkenning van de buurtweg is bovendien een gebruik door het publiek vereist. Art. 10 van de wet van 10 april 1841 bepaalt dat “Het besluit van de provinciale deputatie waarbij het plan (in casu: een buurtweg) definitief vastgesteld wordt, doet geenszins afbreuk aan de eigendomsvorderingen noch aan de rechten die daaruit voortspruiten”. Bijkomend aan de bestuurlijke handeling van erkenning is bijgevolg vereist dat er verkrijgende verjaring ten voordele van het “publiek” is ingetreden. Wil er sprake zijn van een verkrijgende verjaring, dan moet er een effectieve inbezitname van de weg gebeuren. Zonder bezit kan er geen sprake zijn van verjaring. Dit betekent dat de gemeente nooit eigenaar kan worden van een (zakelijk recht op een) buurtweg die weliswaar werd ingeschreven in de Atlas, maar nooit voor het publiek werd opengesteld (H. Vuye, o.c., R.Cass. 1994, 96).

De inschrijving in de Atlas der Buurtwegen verleent een wettige titel, zodat de verkorte verjaringstermijnen van tien respectievelijk twintig jaar van toepassing zijn (art. 10, tweede lid van de wet van 10 april 1841 juncto art. 2265 BW) (zie ook: V. Sagaert, o.c., 538).

Hieruit vloeit voort dat een weg, die is opgenomen in de Atlas van Buurtwegen, slechts het zakenrechtelijk karakter van een buurtweg verkrijgt (waarop de gemeente een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid verkrijgt) indien (i) er gebruik van wordt gemaakt door het publiek en (ii) er, al naar gelang het geval, binnen tien of twintig jaar geen eigendoms- of bezitsvorderingen werden ingesteld of de verjaring niet anderszins werd gestuit.

4. Er is vereist dat de gemeente effectief tot inbezitname is overgegaan, m.a.w. dat de weg door het publiek wordt gebruikt. Het gebruik van de weg door het publiek moet te kwalificeren zijn als een deugdelijk en ondubbelzinnig bezit. Het gebruik door het publiek dient regelmatig en gewoonlijk te zijn en dient te geschieden met de bedoeling om de weg als zodanig te gebruiken. Het gebruik mag niet berusten op een louter gedogen door de eigenaar van het goed waarop de overgang wordt uitgeoefend (Cass. 29 november 1996, Arr.Cass. 1996, 1116). Het gebruik door het publiek mag evenmin berusten op een bezit dat, gelet op de omstandigheden van de zaak, het voorwerp van verschillende eveneens geloofwaardige interpretaties kan uitmaken.

5. Dat aan deze voorwaarde van inbezitname is voldaan, moet worden bewezen door de partij die de openstelling van de buurtweg vordert (Gent 25 november 2010, T.Agr.R. 2011, 10). Voetweg 53 kan zakenrechtelijk enkel als een buurtweg worden gekwalificeerd indien de gemeente Temse bewijst, enerzijds, dat zij effectief tot inbezitname van voetweg 53 is overgegaan, m.a.w. dat er gebruik van werd gemaakt door het publiek, en, anderzijds, dat dit gebruik door het publiek gedurende tien jaar deugdelijk, ondubbelzinnig en ongestoord was.

De rechtbank is van oordeel dat de gemeente Temse faalt in haar bewijslast. De inbezitname is een feitelijke aangelegenheid. Geïntimeerde legt geen enkel bewijs voor dat zij effectief tot inbezitname van voetweg 53 is overgegaan vóór het jaar 1999, waarin appellanten een vordering tot afschaffing van de buurtweg hebben ingediend. De verklaringen van de heer en mevrouw Jozef S. Mariette V., wonende naast appellanten en gedaan tijdens de bezwaarprocedure aangevat in 1999 naar aanleiding van de vraag tot afschaffing van de voetweg, volstaan niet, temeer daar deze verklaringen verwijzen naar het gebruik door eigenaars en pachters van aanpalende erven, wat eerder wijst op een contractuele erfdienstbaarheid. Het bezwaar ingediend door de vzw M. is ook geen afdoende bewijs van gebruik door het publiek, aangezien dit bezwaar in zeer algemene bewoordingen is opgesteld en geen enkele specifieke verwijzing maakt naar het effectieve gebruik van voetweg 53.

De bewijzen van “gebruik door het publiek”, overgelegd door geïntimeerde, dateren alle van na 2002, dit is de periode tijdens welke appellanten hun bezwaar hebben geuit t.o.v. de geplande infrastructuurwerken (o.m. plaatsing brug, verharding, plaatsing bewegwijzering) en bezwaar hebben geuit t.o.v. het gebruik door het publiek (o.m. door het aanbrengen van obstakels die de doorgang en het onderhoud door de gemeente Temse bemoeilijken). Geïntimeerde betoogt zelf in haar syntheseberoepsconclusies: “Tevergeefs werden diverse pogingen ondernomen om een ongestoorde publieke doorgang te verkrijgen, zowel van het gemeentebestuur te Temse, de politiediensten brigade Temse – Kruibeke, alsmede van verschillende milieubewegingen en wandelclubs”. Geïntimeerde verwijst hiervoor naar verschillende processen-verbaal van de periode augustus 2009 – september 2012. Het gebruik van voetweg 53 door het publiek na 2002 kan bijgevolg niet als deugdelijk, ondubbelzinning en ongestoord werden beschouwd.

Het bewijs dat geïntimeerde voorlegt tot staving van het waarachtig bestaan van voetweg 53 (o.m. luchtfoto’s, topografische kaart), bewijst niet de inbezitname van voetweg 53 door de gemeente Temse, nl. het gebruik van voetweg 53 door het publiek. Geïntimeerde betoogt in haar syntheseberoepsconclusies dat de gemeente Temse een effectieve inbezitname bewijst sinds minstens 1951. Zij legt hiervoor een luchtfoto van 1 juni 1951 voor. De rechtbank is van oordeel dat deze luchtfoto (of de luchtfoto van 14 mei 1982) niet afdoende een “gebruik door het publiek” bewijst. Deze luchtfoto’s bewijzen enkel het tracé van de voetweg. Het daadwerkelijke gebruik door het publiek dient te worden bewezen.

De verklaringen door getuigen aangebracht door appellanten vermelden alle (niet enkel door middel van de algemene gedrukte tekst op de verklaring, maar ook door middel van een bijkomende handgeschreven specifieke verklaring) dat zij geen weet hebben van het bestaan van voetweg 53. Bepaalde getuigen vermelden dat zij wel weet hebben van het bestaan van voetweg 55, die wat verderop ligt in de straat. Zoals gezegd, is het echter niet aan appellanten om het bewijs van afwezigheid van inbezitname te leveren; het is aan geïntimeerde om het bewijs van een daadwerkelijke inbezitname van voetweg 53 te leveren.

De rechtbank wijst er volledigheidshalve nog op dat de vermelding in de notariële verkoopakte van 16 februari 1980 dat “zonder daarvoor echter door de kopers te kunnen worden vervolgd, verklaren verkopers dat volgens hen de heren I. en T. P., zijnde de eigenaars of de gebruikers van de achter het in dezen verkochte gelegen land af en toe, maar ten onrechte, uitweg naar de Brandstraat toe nemen over het in dezen verkochte perceel land. De uitweg van die percelen zou echter, steeds volgens verkopers, gelegen zijn langs de uiterste noordkant van de percelen P.”, geen bewijs levert van inbezitname ten voordele van het publiek. Het betrof hier een gebruik ten voordele van specifieke aangelanden dat volgens de verkopers ten onrechte gebeurde, als gevolg waarvan dit bezit op zijn minst dubbelzinnig is te noemen.

b) Bevrijdende verjaring?

6. Gelet op het bovenstaande dient de tweede vraag (nl. of de voetweg door bevrijdende verjaring zijn statuut van buurtweg heeft verloren) niet meer te worden beantwoord.

c) Conclusie: geen inbezitname door de gemeente Temse

7. De rechtbank is van oordeel dat de oorspronkelijke vordering van de gemeente Temse ongegrond is om reden dat een buurtweg slechts kan bestaan indien deze ooit daadwerkelijk in bezit is genomen op deugdelijke, ondubbelzinnige en ongestoorde wijze, dat een dergelijke inbezitname nooit heeft plaatsgevonden, dat de gemeente Temse derhalve niet door verkrijgende verjaring een erfdienstbaarheid heeft verkregen op voetweg 53 en dat deze voetweg bijgevolg niet het zakenrechtelijke statuut van een buurtweg heeft.

8. Geïntimeerde kwalificeert haar vordering als een “actio confessoria”. De rechtbank wijst erop dat een dergelijke vordering slechts kan worden ingesteld op voorwaarde dat de betrokken partij over een zakelijk recht van erfdienstbaarheid beschikt. In casu is dit niet het geval, aangezien voetweg 53 zakenrechtelijk niet als een buurtweg of een openbare erfdienstbaarheid kan worden gekwalificeerd.

9. De rechtbank wenst volledigheidshalve te verduidelijken dat zij de bewering van geïntimeerde dat appellanten de huidige procedure ge-/misbruiken omdat zij uitgeprocedeerd zijn voor de administratieve rechtscolleges geenszins kan bijvallen. Art. 591, 4o Ger.W. bepaalt duidelijk dat geschillen betreffende het bestaan en de omvang van buurtwegen voor de vrederechter (in hoger beroep, de rechtbank van eerste aanleg) worden gebracht. Geïntimeerde kan bezwaarlijk beweren dat appellanten misbruik plegen door gebruik te maken van hun recht om dit geschil betreffende het bestaan van een buurtweg op grond op art. 591, 4o Ger.W. voor de vrederechter (in hoger beroep, de rechtbank van eerste aanleg) te brengen.

...

Noot: 

Definitie buurtweg

Een buurtweg is een weg die wettelijk is erkend tot nut en gebruik van de algemeenheid van de inwoners van één of meer (delen van) gemeenten en die als buurtweg erkend is (zie parlementaire voorbereidingsstukken van art. 1 van het ontwerp van wet van 10 april 1841, Pasin. 1841, 130, geciteerd door H. Vuye, “Fundamentele regels omtrent buurtwegen. Het arrest van het Hof van Cassatie van 13 januari 1994”, R.Cass. 1994, 93; zie ook: V. Sagaert, Goederenrecht in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Mechelen, Kluwer, 2014, 537).

Atlas der buurtwegen

De enkele inschrijving van de weg in de Atlas der Buurtwegen volstaat niet om aan de voetweg het zakenrechtelijk statuut van buurtweg te geven (Cass. 20 juni 2002, Pas. 2003, I, 1249). Naast de bestuurlijke handeling van erkenning van de buurtweg is bovendien een gebruik door het publiek vereist. Art. 10 van de wet van 10 april 1841 bepaalt dat “Het besluit van de provinciale deputatie waarbij het plan (in casu: een buurtweg) definitief vastgesteld wordt, doet geenszins afbreuk aan de eigendomsvorderingen noch aan de rechten die daaruit voortspruiten”. Bijkomend aan de bestuurlijke handeling van erkenning is bijgevolg vereist dat er verkrijgende verjaring ten voordele van het “publiek” is ingetreden. Wil er sprake zijn van een verkrijgende verjaring, dan moet er een effectieve inbezitname van de weg gebeuren. Zonder bezit kan er geen sprake zijn van verjaring. Dit betekent dat de gemeente nooit eigenaar kan worden van een (zakelijk recht op een) buurtweg die weliswaar werd ingeschreven in de Atlas, maar nooit voor het publiek werd opengesteld (H. Vuye, o.c., R.Cass. 1994, 96).

De inschrijving in de Atlas der Buurtwegen verleent een wettige titel, zodat de verkorte verjaringstermijnen van tien respectievelijk twintig jaar van toepassing zijn (art. 10, tweede lid van de wet van 10 april 1841 juncto art. 2265 BW) (zie ook: V. Sagaert, o.c., 538).

Hieruit vloeit voort dat een weg, die is opgenomen in de Atlas van Buurtwegen, slechts het zakenrechtelijk karakter van een buurtweg verkrijgt (waarop de gemeente een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid verkrijgt) indien (i) er gebruik van wordt gemaakt door het publiek en (ii) er, al naar gelang het geval, binnen tien of twintig jaar geen eigendoms- of bezitsvorderingen werden ingesteld of de verjaring niet anderszins werd gestuit.

Geen buurtweg zonder inbezitname

Er is vereist dat de gemeente effectief tot inbezitname is overgegaan, m.a.w. dat de weg door het publiek wordt gebruikt. Het gebruik van de weg door het publiek moet te kwalificeren zijn als een deugdelijk en ondubbelzinnig bezit. Het gebruik door het publiek dient regelmatig en gewoonlijk te zijn en dient te geschieden met de bedoeling om de weg als zodanig te gebruiken. Het gebruik mag niet berusten op een louter gedogen door de eigenaar van het goed waarop de overgang wordt uitgeoefend (Cass. 29 november 1996, Arr.Cass. 1996, 1116). Het gebruik door het publiek mag evenmin berusten op een bezit dat, gelet op de omstandigheden van de zaak, het voorwerp van verschillende eveneens geloofwaardige interpretaties kan uitmaken.

Bewijslast bezitname buurweg

Dat aan deze voorwaarde van inbezitname is voldaan, moet worden bewezen door de partij die de openstelling van de buurtweg vordert (Gent 25 november 2010, T.Agr.R. 2011, 10). Voetweg 53 kan zakenrechtelijk enkel als een buurtweg worden gekwalificeerd indien de gemeente Temse bewijst, enerzijds, dat zij effectief tot inbezitname van voetweg 53 is overgegaan, m.a.w. dat er gebruik van werd gemaakt door het publiek, en, anderzijds, dat dit gebruik door het publiek gedurende tien jaar deugdelijk, ondubbelzinnig en ongestoord was.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 12/12/2015 - 13:07
Laatst aangepast op: wo, 22/02/2017 - 12:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.