-A +A

Zintuiglijke waarnemingen van griffier geacteerd op zittingsblad hebben authentieke bewijskracht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
vri, 09/12/2016

Het regelmatig verloop van de terechtzitting wordt in België gewaarborgd door de aanwezigheid van de griffier, die een openbare ambtenaar is met een zelfstandige bevoegdheid om onafhankelijk het verloop van de zitting te notuleren. De door hem/haar in het proces-verbaal van de zitting vastgestelde zintuiglijke waarnemingen hebben authentieke bewijskracht en leveren een volledig bewijs op, dat slechts bestreden kan worden door de uitzonderlijke procedure van inschrijving wegens valsheid.

De griffier is een door de overheid betaalde openbare ambtenaar die, net zoals de rechters, strikt neutraal en objectief zijn/haar ambt vervult. De griffier is dus de officiële rechtbankverslaggever. De gerechtsdeurwaarder is dit niet.

In tegenstelling tot wat in andere landen soms gebruikelijk is, maakt de griffier geen woordelijk stenografisch verslag van de zitting, maar vermeldt hij/zij slechts dat wat relevant is voor de regelmatigheid van de zitting. Hij/zij kan tevens op verzoek van partijen of van de rechters akte verlenen van verklaringen of feiten, voor zover deze relevant zijn, overeenstemmen met de werkelijkheid en hij/zij dit zelf zintuiglijk heeft waargenomen.

De gerechtsdeurwaarder was voorheen, zoals de benaming illustreert, een medewerker van de hoven en rechtbanken, voornamelijk van de griffier, die tevens zorgde voor de dagvaarding van de partijen en de tenuitvoerlegging van vonnissen en attesten. Aan de door hem aan de griffier en de hoven en rechtbanken verleende bijstand is sedert de invoering van het Gerechtelijk Wetboek in 1970 een einde gekomen.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1180
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Vennootschap naar buitenlands recht L. Inc. en NV L.B.

De feiten

Tussen de klagers en de NV K. was een geding aanhangig voor het Hof van Beroep te Antwerpen. De zaak was vastgesteld voor behandeling op de terechtzitting van 26 september 2016 voor de (...) kamer van het hof, die bestond uit kamervoorzitter D. en de raadsheren M. en B., bijgestaan door griffier M. Op de terechtzitting was tevens referendaris C. aanwezig.

Na twee uur pleidooien bleek dat, op verzoek van de advocaten van de klagers, gerechtsdeurwaarder R. aanwezig was in de zittingszaal die de bedoeling had een proces-verbaal van de zitting op te stellen. Deze gerechtsdeurwaarder had zich niet vooraf aangemeld of bekend gemaakt aan het hof of aan de griffier.

Het hof heeft vervolgens de gerechtsdeurwaarder verzocht om geen vaststellingen te doen en de zitting te verlaten.

De klagers voeren aan dat de voorzitter van de (...) kamer, en volgens hen dus het hof, daardoor de wettelijke, grondwettelijke en verdragsrechtelijke regel van de openbaarheid van de terechtzitting geschonden zou hebben.

Bespreking

Voor zoveel als nodig dient erop gewezen te worden dat, naar geldend Belgisch recht, het procesrecht m.b.t. het verloop van de zitting wordt beheerst door de lex fori. De procedure verloopt, en moet verlopen, volgens de regels van het Belgisch Gerechtelijk Wetboek. Het eventueel gebruik dat men in het buitenland zou wensen te maken van gegevens of stukken van de procedure, kan daar geen afbreuk aan doen.

Uit de verklaring van de h. T. ter gelegenheid van zijn verhoor op 17 november 2016 blijkt dat «het doel van de gerechtsdeurwaarder op de zitting van het hof in Antwerpen was een stenografische weergave te krijgen van wat daar gebeurde teneinde dat te gebruiken in New York, omdat het in het verleden reeds meermaals gebeurd was dat men in Antwerpen en New York een verschillend standpunt innam.» (cursivering door het hof).

Uit het bij die gelegenheid door de h. T. neergelegde stuk, een schrijven van de h. J. van 19 oktober 2016, kan worden afgeleid dat deze Amerikaanse advocaat van de klagers van oordeel was dat een volledig en juist verslag («trial transcript») door een officiële rechtbankverslaggever («an official court reporter») van de procedure voor het Hof van Beroep te Antwerpen noodzakelijk is.

Nochtans stelt de gerechtsdeurwaarder ter gelegenheid van zijn verhoor op 25 november 2016 formeel: «Ik kan daar zeer kort doch zeer duidelijk en zeer affirmatief op antwoorden dat ik mijn opdracht gekregen heb van mr. W., dat ik nooit de opdracht heb gekregen hetzij stenografisch, hetzij via opnameapparatuur, wat dan ook vast te leggen. (...). Ik heb geen weet van enige opname in de zittingszaal.» (cursivering door het hof).

Het regelmatig verloop van de terechtzitting wordt in België gewaarborgd door de aanwezigheid van de griffier, die een openbare ambtenaar is met een zelfstandige bevoegdheid om onafhankelijk het verloop van de zitting te notuleren. De door hem/haar in het proces-verbaal van de zitting vastgestelde zintuiglijke waarnemingen hebben authentieke bewijskracht en leveren een volledig bewijs op, dat slechts bestreden kan worden door de uitzonderlijke procedure van inschrijving wegens valsheid.

De griffier is een door de overheid betaalde openbare ambtenaar die, net zoals de rechters, strikt neutraal en objectief zijn/haar ambt vervult. De griffier is dus de officiële rechtbankverslaggever. De gerechtsdeurwaarder is dit niet.

In tegenstelling tot wat in andere landen soms gebruikelijk is, maakt de griffier geen woordelijk stenografisch verslag van de zitting, maar vermeldt hij/zij slechts dat wat relevant is voor de regelmatigheid van de zitting. Hij/zij kan tevens op verzoek van partijen of van de rechters akte verlenen van verklaringen of feiten, voor zover deze relevant zijn, overeenstemmen met de werkelijkheid en hij/zij dit zelf zintuiglijk heeft waargenomen.

De gerechtsdeurwaarder was voorheen, zoals de benaming illustreert, een medewerker van de hoven en rechtbanken, voornamelijk van de griffier, die tevens zorgde voor de dagvaarding van de partijen en de tenuitvoerlegging van vonnissen en attesten. Aan de door hem aan de griffier en de hoven en rechtbanken verleende bijstand is sedert de invoering van het Gerechtelijk Wetboek in 1970 een einde gekomen. De taak van de gerechtsdeurwaarder is sindsdien voornamelijk beperkt tot dagvaardingen en tenuitvoerleggingen.

De gerechtsdeurwaarder is een ministerieel ambtenaar met een zelfstandig statuut die niet bezoldigd wordt door de overheid, maar door degene die er een beroep op doet.

Traditioneel wordt op de gerechtsdeurwaarders ook een beroep gedaan om vaststellingen te doen van materiële feiten. Aan deze vaststellingen was voorheen geen bijzondere bewijskracht verbonden. Met de wet van 6 april 1992 werd de taak om materiële vaststellingen te doen in de taakomschrijving van de gerechtsdeurwaarder opgenomen. Hierdoor ontstond er discussie in de rechtsleer of de vaststelling van de gerechtsdeurwaarder al dan niet authentieke kracht had. Bij arrest van 28 maart 2012 heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat dit niet het geval is.

Nadien werd, ingevolge de wet van 7 januari 2014, aan dergelijke vaststellingen uitdrukkelijk authentieke kracht toegekend.

Wanneer de gerechtsdeurwaarder dergelijke vaststellingen doet, handelt hij meestal, zoals in casu, op verzoek van één van de partijen.

Algemeen kan worden gesteld dat de gerechtsdeurwaarder daarbij steeds moet betrachten zijn identiteit en het doel van bezoek voorafgaandelijk aan zijn verrichtingen kenbaar te maken aan alle aanwezigen.

Het beginsel dat een gerechtsdeurwaarder, alvorens vaststellingen overeenkomstig art. 519, § 1, 2o Ger.W. te verrichten, zich moet bekend maken, lijdt slechts uitzondering wanneer precies door de bekendmaking van zijn hoedanigheid de doelstelling van de vaststelling onmogelijk wordt gemaakt.

In casu dient te worden vastgesteld dat de door de gerechtsdeurwaarder beoogde doelstelling niet in het minst in het gedrang zou gekomen zijn indien hij vooraf zijn aanwezigheid en opdracht zou hebben meegedeeld aan de korpsoverste van het hof, minstens aan de leden van de betrokken kamer. Door dit niet te doen heeft hij de meest elementaire hoffelijkheidsregels die er tussen de diverse actoren van de Belgische justitie gebruikelijk zijn, geschonden en een volkomen gebrek aan respect voor het hof geëtaleerd.

De voorzitter van de kamer van het hof of de rechtbank heeft de politie van de zitting. Hij/zij heeft de discretionaire bevoegdheid om personen die de zitting verstoren of die blijk geven van gebrek aan respect t.o.v. de rechtbank, uit de zittingszaal te laten verwijderen.

De politie van de zitting komt toe aan de voorzitter van de kamer, zodat meteen vaststaat dat de raadsheren M. en B., die niet deelnamen aan deze beslissing, en ter zake ook geen bevoegdheid hadden, in casu geen enkele deontologische tekortkoming kan verweten worden.

Afgezien de vraag of het aanvaardbaar is dat de gerechtsdeurwaarder een proces-verbaal van de terechtzitting opmaakt – waardoor hij immers één van de essentiële taken van de griffier usurpeert – vereist het meest elementaire respect voor de rechtbank, waartoe hij als medewerker van het gerecht gehouden is, dat hij minstens het hof daarvan vooraf in kennis moet stellen, wat gerechtsdeurwaarder R. in casu evenwel nagelaten heeft.

Deze ernstige deontologische tekortkoming van de gerechtsdeurwaarder maakt in casu een zware belediging van het hof uit, die zijn verwijdering uit de zittingszaal volkomen verantwoordt. De verwijdering uit de zittingszaal maakte een legitieme uitoefening uit van de politiebevoegdheid op grond van art. 860 Ger.W. De vraag of er stoornis verwekt is, wordt terstond en op onaantastbare wijze beoordeeld door de magistraat die de politiebevoegdheid heeft. De marginale a posteriori toetsing daarvan leidt in casu tot het besluit dat van deze bevoegdheid geenszins misbruik gemaakt werd.

Aangezien de maatregel niet gericht was tegen een partij, was er evenmin schending van het recht van verdediging. Ook het recht op bewijs van de partijen werd niet geschonden, aangezien de partijen de mogelijkheid hadden en behielden om aan de griffier te verzoeken akte te laten nemen van de volgens hen relevante processuele feiten waarvan zij de schriftelijke weerslag wensten op het proces-verbaal van de zitting.

Kamervoorzitter D. heeft aldus volstrekt rechtmatig gehandeld en zijn optreden maakt niet in het minst een deontologische fout uit. Dit geldt a fortiori voor de raadsheren M. en B.

Er dient overigens opgemerkt te worden dat de terechtzitting nadien incidentloos is verdergezet en dat de overige aanwezigen, net als iedere geïnteresseerde, de zitting hebben kunnen bijwonen, zodat de openbaarheid van de zitting op geen enkele wijze geschonden werd. De waarborg van de openbaarheid is immers gerespecteerd zodra de vrije toegang tot de rechtszaal is gegarandeerd. De openbaarheid van de zitting verhindert niet dat de voorzitter, die de politie van de zitting uitoefent, personen laat verwijderen die de regels van het fatsoen niet in acht nemen, zoals in casu.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 21/03/2018 - 18:59
Laatst aangepast op: do, 29/03/2018 - 19:24

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.