-A +A

Zakelijke indeplaatsstelling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 12/12/1991
A.R.: 
8929

De schuldeiser kan alleen aanspraak maken op de bij art. 1303 Burgerlijk Wetboek bepaalde zakelijke indeplaatsstelling, als hij een recht op de zaak bezit; wanneer de zaak, waarvan de verkoop is beloofd, teniet is gegaan alvorens de optie is uitgeoefend, kan de begunstigde van die belofte niet aanvoeren dat zij ook geldt voor de rechten of vorderingen tot schadevergoeding omtrent die zaak.

Uittreksel uit het burgerlijk wetboek:

Art. 1303. Wanneer de zaak is teniet gegaan, buiten de handel is gesteld of is verloren gegaan, buiten de schuld van de schuldenaar, is deze gehouden, ingeval hij omtrent die zaak enig recht of enige vordering tot schadevergoeding bezit, dat recht of die vordering aan zijn schuldeiser af te staan.

Door de eenzijdige verkoopbelofte is de belovende partij op onherroepelijke wijze verplicht de verkoop uit te voeren als de begunstigde te kennen geeft dat hij het goed wil verwerven, op voorwaarde dat de partijen zich hebben willen verbinden en akkoord gaan omtrent de te verkopen zaak en de prijs die door de begunstigde moet worden betaald. ( Artt. 1582, 1583 en 1589 Burgerlijk Wetboek. )

Uittreksel uit het burgerlijk wetboek

Artikel 1582. Koop is een overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt om een zaak te leveren, en de andere om daarvoor een prijs te betalen.
Hij kan bij authentieke of bij onderhandse akte worden aangegaan.

Art. 1583. Hij is tussen partijen voltrokken, en de koper verkrijgt van rechtswege de eigendom ten aanzien van de verkoper, zodra er overeenkomst is omtrent de zaak en de prijs, hoewel de zaak nog niet geleverd en de prijs nog niet betaald is.

Art. 1584. Koop kan worden aangegaan hetzij eenvoudig, hetzij onder een opschortende of onder een ontbindende voorwaarde.
Hij kan ook twee of meer alternatieve zaken tot voorwerp hebben.
In al die gevallen worden de gevolgen van de koop geregeld naar de algemene beginselen van de overeenkomsten.

Art. 1585. Wanneer koopwaren niet bij de hoop, maar bij het gewicht, het getal of de maat verkocht zijn, is de koop nog niet voltrokken, in die zin dat het risico van de verkochte zaken voor de verkoper blijft totdat zij zijn gewogen, geteld of gemeten; maar de koper kan ofwel de levering ervan eisen, ofwel, in geval van niet-uitvoering van de verbintenis, schadevergoeding, indien daartoe grond bestaat.

Art. 1586. Wanneer echter de koopwaren bij de hoop verkocht zijn, is de koop voltrokken, hoewel de koopwaren nog niet zijn gewogen, geteld of gemeten.

Art. 1587. Ten aanzien van wijn, olie en andere zaken die men gewoon is te proeven alvorens ze te kopen, is er geen koop zolang de koper die niet heeft geproefd en aanvaard.

Art. 1588. Koop op proef wordt altijd vermoed te zijn aangegaan onder een opschortende voorwaarde.

Art. 1589. Verkoopbelofte geldt als koop, wanneer er wederzijdse toestemming van de partijen is omtrent de zaak en omtrent de prijs.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat

HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 28 juni 1989 door het Hof van Beroep te Luik gewezen;
Over het eerste middel : schending van de artikelen 1101, 1103, 1108, 1126, 1127, 1128, 1129, 1130, 1134, 1142, 1143, 1144, 1145, 1303, 1582, 1583, 1584 en 1589 van het Burgerlijk Wetboek,

doordat het arrest, met overname van de redenen van de eerste rechter en op grond van eigen redenen, de oorspronkelijke vordering afwijst en, bijgevolg, de regresvordering aanneemt, nu het beslist dat artikel 1303 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is wanneer het voorwerp waarvan de verkoop is beloofd teniet is gegaan, op grond dat "de artikelen 1302-1303 van het Burgerlijk Wetboek dus niet van toepassing zouden zijn wanneer, zoals te dezen, de zaak is vernietigd vooraleer zij het voorwerp is geworden van de verplichting om te geven; dat die artikelen, volgens de moderne rechtsleer, de verwoording zijn van het algemeen beginsel van de uitdoving van de verbintenissen door de onmogelijkheid ze uit te voeren en die rechtsleer daarover nauwelijks uitwijdt, waarbij zij blijkbaar instemt met de oude auteur die stelde dat artikel 1303 van het Burgerlijk Wetboek alleen de regeling beoogde van de gevallen van uitgestelde overdracht van zakelijke rechten, wanneer het verlies gebeurt tussen de toestemming, waardoor de overeenkomst tot stand komt en de verplichting om te geven ontstaat, en de verwezenlijking van de modaliteit waardoor de overdracht werkelijkheid wordt (ref.)" en dat : "de verbintenis aangegaan door de vennootschap in vereffening Ets. E. Gielen, volgens de bewoordingen van de overeenkomst moet worden uitgelegd als een verbintenis om iets te doen (zijn belofte houden), en als een verbintenis om niet te doen (...)"; dat het daaruit heeft afgeleid dat : "de begunstigde die, nu hij de werkelijke draagwijdte van zijn rechten verkeerd heeft beoordeeld, zijn optie uitoefent omdat hij ten onrechte verwacht dat hij aan de belovende partij toekomende verzekeringsuitkeringen zal ontvangen, de belofte niet op geldige wijze aanneemt",

terwijl,

eerste onderdeel,

de in artikel 1303 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde zaak zowel het voorwerp kan zijn van een verbintenis om iets te geven als van een verbintenis om iets te doen of iets niet te doen; daaruit volgt dat het arrest, door te beslissen dat artikel 1303 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op de verbintenissen om iets te doen en iets niet te doen, artikel 1303 van het Burgerlijk Wetboek schendt (schending van artikel 1303 van het Burgerlijk Wetboek);

tweede onderdeel,

de eenzijdige verkoopbelofte de belovende partij op onherroepelijke wijze verplicht de verkoop uit te voeren als de begunstigde te kennen te kennen geeft dat hij het goed wil verwerven, op voorwaarde dat de partijen akkoord gaan omtrent de wezenlijke en substantiële voorwaarden van de verkoop die zal doorgaan als de optie wordt uitgeoefend;

daaruit volgt dat het arrest, door te beslissen dat de begunstigde de optie niet mag uitoefenen wanneer de verzekeringsuitkeringen de beloofde zaak in het vermogen van de belovende partij hebben ontvangen, de bindende kracht en de wettelijke gevolgen van de eenzijdige verkoopbelofte miskent (schending van alle in het middel aangewezen bepalingen met uitzondering van artikel 1303 van het Burgerlijk Wetboek) :

Wat het eerste onderdeel betreft :

Over de door de verweerder opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid, te weten dat het onderdeel zonder belang is;

Overwegende dat het arrest, met verwijzing naar het beroepen vonnis, vaststelt dat het gebouw dat het voorwerp was van een verkoopbelofte vanwege de naamloze vennootschap in vereffening Ets. Gielen, op 8 maart 1979 door een brand werd vernietigd en dat eiser op 12 maart 1979 de aankoopoptie heeft uitgeoefend;

Overwegende dat de belovende partij door de eenzijdige verkoopbelofte op onherroepelijke wijze verplicht is de verkoop uit te voeren als de begunstigde te kennen geeft dat hij het goed wil verwerven, op voorwaarde dat de partijen zich hebben willen verbinden en akkoord zijn gegaan omtrent de te verkopen zaak en de prijs die door de begunstigde moet worden betaald; dat die verkoopbelofte voor de belovende partij alleen een verbintenis is om iets te doen en dat de koop pas is gesloten als de begunstigde zijn aankoopoptie uitoefent;

dat de verkoopbelofte, voor het uitoefenen van de aankoopoptie, aan de begunstigde geen enkel recht op de beloofde zaak verleent;

Overwegende dat het arrest, zonder dienaangaande te worden bekritiseerd, oordeelt dat eiser "tevergeefs betwist dat het" voor de vennootschap Ets. Gielen "volstrekt onmogelijk is de verbintenis uit te voeren" wegens de brand waar zij niets mee te maken had; dat daaruit volgt dat het voorwerp van de verkoopbelofte is tenietgegaan voor de optie is uitgeoefend;

Overwegende dat de schuldeiser alleen aanspraak kan maken op de zakelijke indeplaatsstelling, als bepaald in artikel 1303 van het Burgerlijk Wetboek, als hij een recht op de zaak bezit; dat eiser, die voor de vernietiging van het gebouw daarop geen enkel recht bezat, niet kan aanvoeren dat de verkoopbelofte betrekking heeft op de rechten of vorderingen tot schadevergoeding omtrent dat gebouw, met toepassing van voornoemd artikel 1303;

Dat het onderdeel, ook als was het gegrond, niet kan leiden tot vernietiging van het arrest waarvan de beslissing om de toepassing van artikel 1303 van het Burgerlijk Wetboek te weigeren, naar recht verantwoord is;

Dat de grond van niet-ontvankelijkheid dient te worden aangenomen;
Wat het tweede onderdeel betreft :

Overwegende dat uit het antwoord op het eerste onderdeel volgt dat de verkoopbelofte doelloos is geworden, waardoor de verbintenis van de vennootschap Ets. Gielen gebrekkig is geworden;

Dat het arrest, nu het weigert gevolgen toe te kennen aan het uitoefenen van de aankoopoptie na het tenietgaan van het voorwerp van de verkoopbelofte, geen van de in dit onderdeel aangevoerde wetsbepalingen schendt;

Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen;

Om die redenen, zegt dat de akte van afstand van 29 januari 1990 doelloos is; veroordeelt eiser in de desbetreffende kosten; verwerpt de voorziening en de vordering tot bindendverklaring van het arrest; veroordeelt eiser in de kosten.

Noot: 

• Conclusie van advocaat-generaal Janssens de Bisthoven, Cass., 12 december 1991, A.R. nr. 8929 ( Bull. en Pas., 1992, I, Nr. 198)
D.S., opm., Rev. not. belge, 1992, blz. 107.

• CARETTE, Ann, Het door toeval tenietgaan van de zaak die het voorwerp uitmaakt van een eenzijdige verkoopbelofte, voor het uitoefenen van de optie, R.W., 1992-1993, 217.

• GLANSDORFF, François, 'La subrogation du créancier dans les droits du débiteur en cas de perte de la chose due (art. 1303 du Code civil), spécialement dans l'hypothèse de la promesse de vente', R.C.J.B., 1994, p. 7;

• REVUE DU NOTARIAT BELGE (1971-) D.S. 1992(P.107)

• REVUE CRITIQUE DE JURISPRUDENCE BELGE GLANSDORFF,FRANCOIS 1994(P.7)

• RECHTSKUNDIG WEEKBLAD CARETTE,A. 1992(93)(P.217-221)

• REVUE CRITIQUE DE JURISPRUDENCE BELGE GLANSDORFF,F. 1994(P.11)

• REVUE CRITIQUE DE JURISPRUDENCE BELGE null 1994(P.7)

• REV JUR LIEGE MONS BRUXELLES null 1993(P.1320)

• PASICRISIE BELGE JANSSENS DE BISTHOVEN,A.G. 1992(I,P.284)

• ARRESTEN VAN HET HOF VAN CASSATIE null 1991(92)(P.336)

• PASICRISIE BELGE null 1992(I,P.284)

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 07/02/2018 - 15:35
Laatst aangepast op: wo, 07/02/2018 - 15:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.