-A +A

Wraking beoordeling wrakingsgronden door de onmiddellijk hogere rechtsinstantie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 12/02/2015
A.R.: 
C.15.0017.F

Ten gevolge van de wijziging van artikel 838 van het Gerechtelijk Wetboek door de wet van 12 maart 1998 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter, behoort de beoordeling van de wrakingsgronden niet meer tot de rechtsinstantie waarvan een van de leden gewraakt wordt, maar tot de onmiddellijk hogere rechtsinstantie; die bepaling, die het recht van verdediging betreft, heeft een algemene strekking en is, in beginsel, van toepassing op alle tuchtprocedures.

Het Hof van Cassatie is bevoegd om kennis te nemen van de wraking die gericht tegen een lid van een raad van beroep van de Orde van geneesheren.

 

Publicatie
tijdschrift: 
Juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.15.0017.F

P. S. E.,

verzoeker tot wraking in de zaak die onder nummer 3/13 is ingeschreven op de rol van de Franstalige raad van beroep van de Orde van geneesheren,

tegen

ORDE VAN GENEESHEREN.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Bij een met redenen omklede akte, ondertekend door mr. François Sabakunzi, ad-vocaat bij de balie te Brussel, en ontvangen op de raad van beroep van de Orde van geneesheren op 10 januari 2015, vordert de verzoeker de wraking van de heer M. H., emeritus kamervoorzitter bij het hof van beroep te Brussel en lid van de raad van beroep van de Orde van geneesheren met het Frans als voertaal.

Die magistraat heeft op dezelfde datum de bij artikel 836, tweede lid, van het Ge-rechtelijk Wetboek, bepaalde verklaring gesteld, luidens welke hij weigert zich van de zaak te onthouden.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De door de eiser opgeworpen exceptie van onbevoegdheid

Krachtens artikel 24, § 1, vierde en vijfde lid, van het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der geneesheren stelt het besluit waarmee de Koning bepaalt welke procedure voor de provinciale raden en de raden van be-roep van die Orde wordt gevolgd, onder meer bepalingen betreffende het uitoefenen van het recht van wraking vast.

Volgens artikel 43, eerste lid, van het koninklijk besluit van 6 februari 1970 tot regeling van de organisatie en de werking der raden van de Orde van geneesheren doen de raden van beroep uitspraak over de wraking van een van hun leden.

Ten gevolge van de wijziging van artikel 838 van het Gerechtelijk Wetboek door de wet van 12 maart 1998 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wet-boek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter, behoort de beoordeling van de wrakingsgronden niet meer tot de rechtsinstantie waarvan een van de leden gewraakt wordt, maar tot de onmiddellijk hogere rechtsinstantie.

Die bepaling, die het recht van verdediging betreft, heeft een algemene strekking en is, in beginsel, van toepassing op alle tuchtprocedures.

Daaruit volgt dat artikel 43 van het koninklijk besluit van 7 februari 1970 niet meer van toepassing is, in zoverre het niet verenigbaar is met de nieuwe regel van de wet van 12 maart 1998.

Het Hof is derhalve bevoegd om kennis te nemen van de wraking die gericht is tegen een lid van een raad van beroep van de Orde van geneesheren.

De eiser voert aan dat het Hof, indien het zich bevoegd wil verklaren, de volgende prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof zou moeten stellen: "Schendt het Hof van Cassatie, dat met toepassing van artikel 838 van het Gerechtelijk Wetboek optreedt als bodemgerecht in het kader van een vordering tot wraking [die] hem door een geneesheer [wordt] voorgelegd [...], de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet niet, wanneer het zich bevoegd verklaart in een zaak die berecht moet worden door de raad van beroep van de Orde van geneesheren, terwijl het zich onbevoegd heeft verklaard in een soortgelijke aangelegenheid [die] hem [is] voorgelegd door het [Instituut] van de accountants en de belastingconsulenten in de zaak [die geleid heeft tot het arrest van] 24 februari 2000 (AC 2000, nr. 141) ?"

De prejudiciële vraag die het daarin gelaakte onderscheid niet toeschrijft aan de wet maar aan de rechtspraak, dient niet aan het Grondwettelijk Hof te worden ge-steld.

De exceptie van onbevoegdheid kan niet worden aangenomen.

Regelmatigheid van de rechtspleging

Artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat de gewraakte rech-ter gehouden is onderaan op de wrakingsakte een verklaring te stellen, luidens welke hij in de wraking berust of weigert zich van de zaak te onthouden, met zijn antwoord op de middelen van wraking, sluit aldus niet uit dat die verklaring ge-daan wordt op een bij de wrakingsakte gevoegd stuk.

Voor het overige, enerzijds, wordt de magistraat van wie een partij de wraking vordert en die zijn verklaring onderaan de wrakingsakte stelt, daardoor geen partij bij de wrakingsprocedure in de zin van artikel 838, tweede lid, Gerechtelijk Wet-boek en dient hij dus geenszins te worden opgeroepen op de zitting waarop de wraking zal worden berecht.

Anderzijds wordt de wrakingsprocedure op tegenspraak gevoerd, zowel ten aan-zien van de partij die de wraking vordert als ten aanzien van de andere partijen in het hoofdgeding, zoals in dit geval de Orde van geneesheren, die krachtens voor-noemd artikel 838, tweede lid, op de zitting moeten worden opgeroepen om in hun opmerkingen te worden gehoord.

Artikel 1107 Gerechtelijk Wetboek laat ten slotte aan het openbaar ministerie de beoordeling van de wenselijkheid van een schriftelijke dan wel mondelinge con-clusie over.

De kritiek van de eiser op de vroegere arresten van het Hof

Het staat niet aan het Hof om, bij het onderzoek van een nieuwe vordering tot wraking, kennis te nemen van grieven tegen de arresten die het gewezen heeft op andere vorderingen tot wraking die al eerder zijn gericht tegen dezelfde magistraat in hetzelfde hoofdgeding.

Ontvankelijkheid van de vordering

Luidens artikel 842 Gerechtelijk Wetboek belet het vonnis of arrest dat een vorde-ring tot wraking van een rechter heeft verworpen, niet dat een nieuwe vordering wordt ingesteld wegens feiten die zich sedert de uitspraak hebben voorgedaan.

Uit die bepaling, die geen onderscheid maakt al naargelang de eerdere vordering niet-ontvankelijk dan wel ongegrond werd verklaard, volgt dat een nieuwe vorde-ring tot wraking niet ontvankelijk is indien zij dezelfde feiten als de vorige vorde-ring aanvoert.

Een eerdere vordering van de eiser tot wraking van dezelfde magistraat werd ver-worpen door een arrest van het Hof van 6 november 2014.

De nieuwe vordering voert dezelfde feiten aan als die welke dat arrest heeft ver-worpen en, daarenboven, een feit dat dagtekent van vóór de uitspraak ervan en dat de eiser bekend was of moest zijn toen hij zijn eerste vordering instelde.

De vordering is in zoverre niet ontvankelijk.

De overige punten van de vordering

Uit het proces-verbaal van de zitting van de raad van beroep van 18 november 2014 blijkt dat die zich ertoe heeft beperkt de uitspraak van de beslissing naar een latere zitting te verwijzen, omdat de eiser een nieuwe vordering tot wraking had ingesteld op 10 november 2014, waarover het Hof intussen uitspraak heeft gedaan bij arrest van 11 december 2014.

Er bestaat geen grond tot wraking.

De vordering, in zoverre ze ontvankelijk is, is niet gegrond.

Dictum

Het Hof

Verwerpt de vordering tot wraking.

Zegt dat dit arrest binnen achtenveertig uren bij gerechtsbrief aan de partijen ter kennis zal worden gebracht.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, en in openbare terechtzitting van 12 februari 2015 uitgesproken

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 07/06/2018 - 13:34
Laatst aangepast op: vr, 15/06/2018 - 23:33

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.