-A +A

Witwassen door verhelen of verhullen middels omzetting van illegale goederen in andere goederen geen verplichte verbeurdverklaring

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 09/09/2014
A.R.: 
P.14.0447.N

Wanneer het witwasmisdrijf bestaat in het verhelen of verhullen van de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van illegale vermogensvoordelen, zoals bedoeld in artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek, in de hier toepasselijke versie (1), en dat verhelen of verhullen gebeurt door het omzetten van illegale vermogensvoordelen in andere goederen, dan zijn de goederen die door deze omzetting zijn verkregen niet het voorwerp van het misdrijf witwassen, maar wel een vermogensvoordeel dat voortkomt uit dat misdrijf als bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek; de verbeurdverklaring van dat vermogensvoordeel is op grond van artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek niet verplicht en vereist een schriftelijke vordering van het openbaar ministerie (2). (1) De feiten dateerden van maart 2007. (2) Cass. 6 november 2007, AR P.07.0627.N, AC 2007, nr. 527; Cass. 12 januari 2010, AR P.09.1458.N, AC 2010, nr. 22; Cass. 27 april 2010, AR P.10.0104.N, AC 2010, nr.287.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.14.0447.N
I
PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,
eiser,
tegen
1. A L,
beklaagde,
2. A V A,
beklaagde,
verweerders,

II
1. A L, reeds vermeld,
beklaagde,
2. A V A, reeds vermeld,
beklaagde,
eisers.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 10 februari 2014.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel van de eiser I

1. Het middel voert schending aan van artikel 43bis, eerste lid, en artikel 505, vierde (lees: derde) lid (oud), Strafwetboek: het arrest beveelt niet de verbeurd-verklaring van de onroerende goederen die het aanziet als het illegale vermogens-voordeel uit het bewezen verklaarde witwasmisdrijf omdat het openbaar ministerie die verbeurdverklaring niet schriftelijk heeft gevorderd; het openbaar ministerie heeft de verbeurdverklaring van die onroerende goederen echter wel degelijk schriftelijk gevorderd in de beide aanleggen; de verbeurdverklaring van het voor-werp van het misdrijf witwassen is bovendien verplicht en een vordering van het openbaar ministerie kan geen afbreuk doen aan die wettelijke verplichting.

2. Wanneer het witwasmisdrijf bestaat in het verhelen of verhullen van de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van illegale vermogensvoordelen, zoals bedoeld in artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek, in de hier toepasselijke versie, en dat verhelen of verhullen gebeurt door het omzet-ten van illegale vermogensvoordelen in andere goederen, dan zijn de goederen die door deze omzetting zijn verkregen niet het voorwerp van het misdrijf witwassen, maar wel een vermogensvoordeel dat voortkomt uit dat misdrijf als bedoeld in ar-tikel 42, 3°, Strafwetboek. De verbeurdverklaring van dat vermogensvoordeel is op grond van artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek niet verplicht en vereist een schriftelijke vordering van het openbaar ministerie.
In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

3. De appelrechters oordelen dat:

- het beroepen vonnis vaststelt dat de procureur des Konings de verbeurdverkla-ring van de onroerende goederen die het illegale vermogensvoordeel uit het witwasmisdrijf uitmaken, niet schriftelijk heeft gevorderd en daarom de ver-beurdverklaring van die goederen niet uitspreekt;

- de onroerende goederen in casu het illegale vermogensvoordeel uit het wit-wasmisdrijf uitmaken, waarvan de verbeurdverklaring kan worden uitgespro-ken voor zover zij door het openbaar ministerie schriftelijk wordt gevorderd;

- zij, met verwijzing naar het proces-verbaal van de rechtszitting, enkel kunnen vaststellen dat het openbaar ministerie ter rechtszitting de bevestiging van het beroepen vonnis vroeg;

- het beslag op de onroerende goederen aldus wordt opgeheven en die goederen dienen te worden vrijgegeven.

Door aldus te oordelen, schenden de appelrechters artikel 43bis, eerste lid, Straf-wetboek niet, maar verantwoorden zij integendeel hun beslissing naar recht.
In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt de cassatieberoepen.
Laat de kosten van het cassatieberoep I ten laste van de Staat.
Veroordeelt de eisers tot de kosten van het cassatieberoep II.
Bepaalt de kosten van het cassatieberoep I op 0 euro.
Bepaalt de kosten van het cassatieberoep II op 47,91 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer

Noot: 

Rechtspraak

• Cass. 6 november 2007, RW 2007-08, 1716, noten C. Idomon, B. Weyts en A. Van Oevelen; Cass. 27 april 2010, T.Strafr. 2010, 281, noot D. Libotte;

• Cass. 17 december 2013, Arr.Cass. 2013, p. 2791, nr. 690.

Rechtsleer:

• F. Van Volsem, “Witwassen: de sancties”, T.Strafr. 2011, (400), p. 404-420, nrs. 28-123.

• CONTRA Cass. 10 september 2014, AR nr. P.14.0475.F OOK OP DEZE SITE. www.elfri.be/node/12053 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 22/03/2016 - 14:55
Laatst aangepast op: di, 22/03/2016 - 14:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.