-A +A

Witwassen aansprakelijkheid en meldingsplicht van bankier en kredietinstelling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
woe, 27/02/2013

Een kredietinstelling die onzorgvuldig informatie meedeelt aan de witwascel kan ondanks art. 20 van de Witwaswet aansprakelijk worden gesteld, zeker wanneer zij bovendien tekortgeschoten is aan haar discretieplicht tegenover haar cliënt.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
472
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

F.S. t/ NV I.B.

Eiser vordert de veroordeling van verweerster tot betaling van een bedrag van 55.000 euro als schadevergoeding en de tegenwaarde van een bedrag van 44.597 USD aan de hoogste wisselkoers tussen 7 mei 2004 en heden als interestschade, vermeerderd met de vergoedende interest vanaf 7 mei 2004, de gerechtelijke interesten en de gerechtskosten.

Eiser is sinds jaren klant van verweerster en van haar zustermaatschappij I.L. Via I.L. was eiser ook klant van R.A.A., een Amerikaanse broker, die eiser bijstond bij zijn Amerikaanse beleggingen.

Deze laatste vennootschap, bij welke eiser een rekening aanhield, schreef op de zichtrekening van eiser bij verweerster op 19 mei 2004 een bedrag van 2.000.000 USD over. Met telefax van 3 mei 2004 vroeg eiser aan verweerster om een bedrag van 500.000 USD terug over te schrijven naar zijn rekening bij R.A.A.

De verantwoordelijke van het agentschap van verweerster te Strombeek meldt blijkbaar nog dezelfde dag aan de interne dienst van verweerster de vraag van eiser tot overschrijving van het bedrag van 500.000 USD naar zijn Amerikaanse financiële instelling.

...

Over “de oorsprong en de bedoelingen van het geld” zegt de agentschapverantwoordelijke dat eiser verklaarde dat het overschrijvingen tussen eigen rekeningen betreft. De overschrijving van een deel van de gelden van zijn Amerikaanse rekening naar zijn Belgische rekening beoogde een beter rendement te verkrijgen in Europa en ook een toekomstige omzetting naar euro’s.

Kort na deze overschrijving ontving hij van zijn Amerikaanse broker een voorstel tot inschrijving op een “futurecontract” van 1.000.000 USD, wat blijkbaar voor eiser een opportuniteit was. Om reden dat er zich op zijn Amerikaanse rekening op dat ogenblik onvoldoende gelden bevonden, gaf hij opdracht om een bedrag van 500.000 USD van zijn Belgische rekening bij verweerster terug over te schrijven naar zijn Amerikaanse rekening.

Blijkbaar overtuigde de uitleg van eiser de interne diensten van verweerster niet. Op 5 mei doet de directeur van de divisie Inspectie & Global Compliance Officer van verweerster aangifte bij de Cel voor financiële informatieverwerking. Volgens haar aangifte zouden er, volgens verweerster, “aanwijzingen zijn van witwassen om reden dat de oorsprong van 2 miljoen USD haar onduidelijk blijft, hoewel zij ervan kan uitgaan dat de verkoop van de bakkerij hem veel zal hebben opgebracht en eiser hierover altijd zeer zwijgzaam is gebleven”. Verweerster verklaart in haar aangifte dat zij de overschrijving nog niet heeft uitgevoerd.

De Cel voor financiële informatieverwerking blijkt onverwijld het ambt van de procureur des Konings te Brussel te hebben ingelicht die op 7 mei 2004 zonder enige motivering overgaat tot onmiddellijke “blokkering” van de rekening van eiser bij verweerster en bevestigt met brief van 17 mei 2004 aan de raadsman van eiser dat een opsporingsonderzoek ten laste van eiser aan de gang is.

Hetzelfde ambt van de procureur des Konings beslist naderhand op 27 december 2004 tot de “deblokkering” van de rekening, ook zonder motivering.

...

Eiser verwijt verweerster op een lichtzinnige wijze de Cel voor financiële informatieverwerking (hierna: de Witwascel) overeenkomstig art. 23 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (hierna: de Witwaswet) te hebben ingelicht van een op verzoek van eiser uit te voeren verrichting waarvan zij wist of vermoedde dat deze verrichting verband hield met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme.

Verweerster voert aan dat zij te goeder trouw handelde en overeenkomstig art. 20 van de Witwaswet daarom geen enkele burgerlijke rechtsvordering tegen haar kan worden ingesteld. Volgens verweerster is de vordering van eiser daarom niet ontvankelijk.

De rechtbank oordeelt dat de vordering van eiser wel ontvankelijk is, omdat blijkt dat verweerster, zoals eiser terecht aanvoert, op een lichtzinnige wijze niet alleen de Witwaswet maar ook haar discretieplicht manifest heeft geschonden.

Eiser is sinds jaren klant van verweerster. Verweerster kan dan ook niet beweren geen weet te hebben van het fortuin dat eiser in de loop van de jaren ’90 heeft opgebouwd.

Uit de voorgelegde stukken blijkt dat de rekening van eiser bij verweerster op 27 november 1992 reeds een positief saldo vertoonde van 125.218.336 fr., zijnde ongeveer 3.100.458,40 euro, en de zustermaatschappij van verweerster, I.L., bevestigt met haar brief van 26 oktober 2004 dat eiser bij haar op 31 december 1994 een effectendeposito bezat van 138.156.200 fr., zijnde ongeveer 3.453.905 euro.

Verweerster kan niet ernstig beweren dat zij dit niet wist. Zij verwijst trouwens in haar melding aan de Witwascel naar de oorsprong van het fortuin van eiser afkomstig uit de verkoop van de industriële bakkerij die hij samen met zijn broer had geërfd van zijn ouders.

Het is precies verweerster die eiser voor het beheer van zijn fortuin, dat hij door aan- en verkoop van diverse andere participaties wist te vermeerderen, naar haar zustermaatschappij I.L. stuurde. Het is ook deze laatste die eiser naderhand de Amerikaanse broker R.A.A. aanraadde.

De melding van verweerster bij de Witwascel van 5 mei 2004 getuigt volgens de rechtbank van een onaanvaardbare lichtzinnigheid. Verweerster bewijst niet dat zij wist of mocht vermoeden dat de op verzoek van eiser uit te voeren verrichting verband hield met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Integendeel, zij moest weten en vermoeden dat de gelden van eiser geen verband hielden met witwassen of terrorisme. Art. 14 van de Witwaswet vereist immers van een financiële instelling een bestendige waakzaamheid ten opzichte van de zakelijke relatie en, in voorkomend geval, een aandachtig onderzoek van de oorsprong van de fondsen om zich ervan te vergewissen dat die stroken met de kennis die zij heeft van de cliënt, zijn beroepsactiviteiten en zijn risicoprofiel. Blijkbaar is verweerster niet bestendig waakzaam geweest en deed zij ook geen aandachtig onderzoek.

Daarenboven had de verrichting betrekking op een overschrijving tussen de eigen rekeningen van eiser. Het is de rechtbank volstrekt onbegrijpelijk op grond waarvan een overschrijving tussen eigen rekeningen verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme.

Uit het opsporingsonderzoek van het ambt van de procureur des Konings is naderhand ook gebleken dat de aangifte van verweerster blijkbaar op geen enkele grond berustte. De rekening werd gedeblokkeerd en het opsporingsonderzoek ten laste van eiser werd geseponeerd.

Verweerster beroept zich volkomen ten onrechte op haar goede trouw om te beweren dat zij in overeenstemming met art. 32 van de Witwaswet niet aansprakelijk kan worden gesteld. Zij bewijst immers haar goede trouw niet. De vordering van eiser is ontvankelijk.

Verweerster is niet alleen schromelijk tekortgeschoten aan haar onderzoeksplicht in het raam van de Witwaswet, maar heeft tezelfdertijd haar discretieplicht tegenover eiser geschonden. Zij is contractueel aansprakelijk voor de door eiser geleden schade.

Eiser beweert schade te hebben geleden ingevolge de onbeschikbaarheid voor beleggingen, stoornis in de eigen bedrijfsvoering en financieel beheer van het vermogen, en begroot deze schade op een bedrag van 20.000 euro, zijn verdedigingskosten in het raam van het opsporingsonderzoek die hij begroot op 10.000 euro en een vergoeding voor morele schade van 25.000 euro.

Voorts vordert eiser een interestschade ten belope van 3,5% gedurende de periode van onbeschikbaarheid ingevolge de nutteloze blokkering van zijn rekening gedurende zeven maanden en twintig dagen op een bedrag van 2.000.000 USD, zijnde de tegenwaarde van een bedrag van 44.597 USD in euro.

De rechtbank acht de gevorderde interestschadevergoeding redelijk en duidelijk in oorzakelijk verband met verweersters fout. Deze vordering is gegrond. De rechtbank oordeelt wel dat er geen reden is om af te wijken van het gebruik de tegenwaarde van een buitenlandse munt te berekenen aan de hoogste koers op de dag van de betaling.

Daarentegen oordeelt de rechtbank dat eiser de voor het overige gevorderde schadevergoeding niet bewijst. De beweerde schade ingevolge onder meer onbeschikbaarheid van de gelden voor beleggingen wordt vergoed door de interestschadevergoeding.

Dat eiser morele schade heeft geleden ingevolge de fout van verweerster, sluit de rechtbank hoegenaamd niet uit, maar eiser bewijst ook deze schade niet.

De rechtbank meent daarenboven dat eiser een voldoende morele genoegdoening verkrijgt nu de rechtbank oordeelt dat hij ten onrechte door verweerster gemeld werd bij de Witwascel.

Verweerster is ook vergoedende interest verschuldigd op de tegenwaarde in euro van het bedrag van 44.597 USD vanaf 7 mei 2004 en de rechtbank veroordeelt haar als in het ongelijk gestelde partij tot betaling van 2/3 van de gerechtskosten.

De rechtbank oordeelt dat eiser dient in te staan voor 1/3 van de gerechtskosten, daar zijn vordering deels ongegrond werd verklaard.

...
 

Noot: 

P. Waeterinckx, Witwassen, Hoe gekende regels en rechtspraak toch occassioneel nog voor problemen kunnen zorgen, RABG, 2013/8, 473

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 01/12/2013 - 08:23
Laatst aangepast op: di, 11/03/2014 - 00:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.