-A +A

Wijziging van een tegensprekelijke procedure in een procedure die ook eenzijdig kan ingesteld

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 09/01/2017
A.R.: 
C.16.0217.N

Een tegensprekelijke procedure verliest haar aard niet omdat de rechtbank verklaart dat het om een procedure op eenzijdig verzoekschrift gaat; wanneer een vordering in het kader van een tegensprekelijke procedure wordt gewijzigd in een vordering die ook bij eenzijdig verzoekschrift kon worden ingesteld, behoudt de procedure haar tegensprekelijk karakter; de omstandigheid dat van het vonnis kennis wordt gegeven op grond van artikel 1030 Gerechtelijk Wetboek doet hieraan geen afbreuk en heeft niet tot gevolg dat het hoger beroep tegen dit vonnis bij toepassing van artikel 1031 Gerechtelijk Wetboek moet worden ingesteld binnen de maand vanaf die kennisgeving.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/6
Pagina: 
459
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(Advocatenkantoor A.H. BVBA / M.M. - Rolnr.: C.16.0217.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel van 22 februari 2016.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 16 november 2016 verwezen naar de 3de kamer.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddelen
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Memorie van antwoord
De ter griffie neergelegde “memorie van antwoord” is niet ondertekend door een advocaat bij het Hof en beantwoordt aldus niet aan de voorschriften van artikel 1092 Gerechtelijk Wetboek, zodat er geen acht kan worden geslagen.

Eerste middel
Eerste onderdeel
1. Een tegensprekelijke procedure verliest haar aard niet omdat de rechtbank verklaart dat het om een procedure op eenzijdig verzoekschrift gaat.

2. Wanneer een vordering in het kader van een tegensprekelijke procedure wordt gewijzigd in een vordering die ook bij eenzijdig verzoekschrift kon worden ingesteld, behoudt de procedure haar tegensprekelijk karakter.

De omstandigheid dat van het vonnis kennis wordt gegeven op grond van artikel 1030 Gerechtelijk Wetboek doet hieraan geen afbreuk en heeft niet tot gevolg dat het hoger beroep tegen dit vonnis bij toepassing van artikel 1031 Gerechtelijk Wetboek moet worden ingesteld binnen de maand vanaf die kennisgeving.

3. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat:

de verweerder zich aanvankelijk bij tegensprekelijk verzoekschrift tot de vrederechter heeft gewend om de eiseres te horen vervangen als syndicus bij toepassing van artikel 577-8, § 7 Burgerlijk Wetboek;
de verweerder in de loop van de procedure voor de vrederechter zijn vordering heeft gewijzigd en hij, van oordeel zijnde dat de duurtijd van het mandaat van de eiseres inmiddels verstreken was, in hoofdorde vroeg om op grond van artikel 577-8, § 1 Burgerlijk Wetboek een syndicus aan te stellen terwijl hij zijn vordering op grond van artikel 577-8, § 7 slechts in ondergeschikte orde handhaafde;
de vrederechter oordeelde dat aangezien de procedure tot aanstelling van een syndicus op grond van artikel 577-8, § 1 Burgerlijk Wetboek op eenzijdig verzoekschrift verloopt, zij niet op tegenspraak is en de conclusie van de eiseres niet in het beraad moet worden betrokken in zoverre zij op dit verzoek betrekking heeft;
de vrederechter voorts oordeelde dat het mandaat van de eiseres als syndicus verstreken was en hij het verzoek tot aanstelling van een nieuwe syndicus op grond van artikel 577-8, § 1 inwilligde;
het vonnis zowel bij toepassing van artikel 792 Gerechtelijk Wetboek als bij toepassing van artikel 1030 Gerechtelijk Wetboek ter kennis werd gebracht van de partijen.
4. De appelrechter oordeelt dat:

de vrederechter de vordering gegrond verklaarde op grond van de rechtspleging voorzien in artikel 577-8, § 1 Burgerlijk Wetboek, waarvoor een procedure op eenzijdig verzoekschrift geldt;
de beslissing op grond van artikel 1030 Gerechtelijk Wetboek bij gerechtsbrief van 20 mei 2015 ter kennis werd gebracht;
aangezien het verzoekschrift hoger beroep pas op 13 juli 2015 werd neergelegd ter griffie, het hoger beroep laattijdig en bijgevolg onontvankelijk is.
5. Door aldus toepassing te maken van artikel 1031 Gerechtelijk Wetboek hoewel de rechtspleging voor de vrederechter een tegensprekelijk karakter had en deze bepaling bijgevolg niet van toepassing was, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Omvang van cassatie
De vernietiging van de beslissing over het hoofdberoep van de eiseres heeft de vernietiging tot gevolg van de beslissing over het incidenteel beroep, die er een gevolg van is.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Noot: 

Vanlersberghe, P., « De impact van de wijziging van de vordering op de tegensprekelijke aard van de procedure en het vertrekpunt van de termijn van hoger beroep », R.A.B.G., 2017/6, p. 462-467

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 20/07/2017 - 16:26
Laatst aangepast op: do, 20/07/2017 - 16:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.