-A +A

Wie draagt risico bij zinken van een binnenschip

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 21/03/2016

Wanneer het niet aankomen van de goederen te wijten is aan de onzeewaardigheid van zijn schip, is geen enkele vracht verschuldigd, ook geen 'evenredige vracht'.

Onzeewaardigheid is het negatief antwoord op de vraag of

• de staat van het schip

• bij de aanvang van de vaart geladen met de concrete lading

• met het oog op de uitvoering van de concreet vooropgestelde reis

• In normale omstandigheden

• toestaat deze bepaalde reis veilig uit te voeren.

Bij "de aanvang van de vaart" betekent dat het schip reeds geladen is en op het punt staat om te vertrekken.

De "concrete lading" komt hierop neer dat de "lading" niet abstract maar zeer concreet moet worden bekeken.

De afwezigheid van een flensafsluiting op het ogenblik van de afvaart, tast op essentiële wijze de zeewaardigheid van het schip aan.

Fundamenteel is er, bij de afwezigheid van een afsluitflens, eigenlijk slechts één afsluiting op de ballastwaterleiding, met name de ballastkraan.

Het is goed mogelijk dat de ballastkraan in het verleden (bij de uitvoering van talrijke opdrachten tot vervoer van metaalschroot) goed was afgesloten en goed werkte. Het verleden is uiteraard geen waarborg voor de toekomst.

Het blijft echter tegen alle regels van normaal voorzichtig scheepsvervoer en tegen alle regels van gezond verstand, om een scheepsvervoer uit te voeren zonder afsluitflens.

Waar de afwezigheid van de afsluitflens op het ogenblik van de afvaart de zeewaardigheid ontneemt, is het niet nodig of niet nuttig om te weten wie gehouden is /was om die flens te plaatsen.

De cognossementhouder is vorderingsgerechtigd waar het gebeurlijk verlies dan wel beschadiging van de lading betreft, doch indien deze méér wil toegekend zien, dan moet zij in eerste orde in haren hoofde enige gerechtigdheid op schadevergoeding aantonen. Zij moet dus schade in haren hoofde voldoende naar recht aantonen. Dit wordt niet aangetoond in hoofde van de cognossementhouder door het voorleggen van facturen die gericht zijn naar een andere onderneming dan de hare, zij het dat het een zusterbedrijf betreft.

 

 

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2018
Pagina: 
225
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

 

HOF VAN BEROEP TE GENT

F.S., [ ... ] appellant, [ ... ]

tegen

Cometsambre N.V.,[ ... ] geïntimeerde,[ ... ]

[ ... ]

ANTECEDENTEN

I. A.

Op grond van het riviercognossement van 04.09.2008 heeft F.S. er zich toe verbonden 1.168,230 ton ijzerschroot te vervoeren van Oostende naar Chätelet met de NV Cometsambre als geadresseerde.

Zijn schip VAYA CON DIOS heeft deze binnenvaartreis aangevat te Oostende op 4 september 2008.

F.C., zoon van de heer F.S., was ten tijde van de reis de schipper aan boord.

Op vrijdag 12 september 2008 voer het schip ter hoogte van Nimy bij Mons.

Uit de uiteenzetting van F.S. mag worden besloten dat het schip eerst op een talud van het kanaal is komen te varen, op eigen kracht eruit is kunnen komen en dan is aangemeerd omstreeks 17.30 u. Voordien zijn er blijkbaar - naar de uiteenzetting van F.S. - een paar vaarincidenten geweest. Na het vertrek op 4 september 2008 uit Oostende, zou er op 5 september 2008 een stuurincident zijn geweest ter hoogte van Aalter, zoals ook een incident bij de doorvaart van Doornik op 10 september 2008.

Op 8 en 11 september 2008 zou er telkens een onderzoek zijn geweest door de (Onder)aannemer elektriciteit, evenwel zonder succes m.b.t. het vinden van de oorzaak van de moeilijkheden. Blijkbaar in de nacht van zaterdag 13 / zondag 14 september 2008 is het schip ter plekke te Nimy gezonken.

B.

Met beschikking van de Voorzitter van de rechtbank van koophandel te Brugge d.d. 2 oktober 2008, in een kortgedingprocedure op vordering van de cascoverzekeraars tegen F.S. en de NV Cometsambre, is Burg.Ir. Roland Beyen als deskundige aangesteld o.m. om

"- advies uit te brengen met betrekking tot het zinken van het schip

- de rechtstreekse en onrechtstreekse schade/kosten van partijen te bepalen ingevolge het zinken / bergen van het binnenschip en in het bijzonder de herstelduur en de herstelkost te bepalen, de eventuele blijvende minwaarde, de bergings- en reddingskost en alle kosten die hiermede verband houden

- te bepalen welke kosten en uitgaven dienden te gebeuren om de lading te redden"

(zie dossier NV Cometsambre, stuk 11, 2)

Op 8 juni 2009 legt de deskundige definitief verslag neer (zie stuk nr. l, 7 dossier NV Cometsambre).

In een procedure ten gronde, aanhangig gemaakt voor de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Brugge, en er gekend onder AR A/09/02065 tussen de heer F.S. en zijn verzekeraars, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 30 oktober 2013 het standpunt van de deskundige R. Beyen grotelijks gevolgd en heeft met name beslist dat het zinken van het schip het gevolg was van het onzeewaardig zijn van het schip.

De casco-verzekeraars zijn evenwel veroordeeld om voor 113 tussen te komen in de schade geleden door F.S. op grond van nalatigheden / passiviteit.

In die zaak zijn zowel de casco-verzekeraars als F.S. in beroep gegaan.

De beide hoger beroepen zijn voor dit hof behandeld op dezelfde terechtzitting als de onderhavige zaak, met name op 7 maart 2016.

C.

Hoewel er (uiteraard) een bepaalde feitelijke samenhang is tussen de drie procedures, voegt het hof de onderhavige zaak niet bij de overige twee procedures.

De NV Cometsambre laat de beslissing tot voeging over aan het hof.

F.S. spreekt er zich niet over uit.

Hij hanteert evenwel een argumentering en een verweer die in grote mate los staan van wat er in de andere procedures is geschied.

Meer in het bijzonder blijkt hij de expertises die in de procedure in eerste aanleg ten gronde zijn bevolen binnen het kader van de discussie met de casco-verzekeraars, buiten de alhier voorliggende debatten te willen houden.

De voeging van de drie zaken zou als gevolg hebben dat de procedure ten gronde (gevoerd met de casco-verzekeraars) én de alsdan bevolen expertises, gemeen en tegenstelbaar zouden worden ten aanzien van de NV Cometsambre, terwijl S.F. om eerder onbegrijpelijke redenen de expertises (bevolen in de procedure ten gronde met de cascoverzekeraars) niet wil voorleggen.

Nog onbegrijpelijker wordt het wanneer F.S. aan de NV Cometsambre lijkt te vragen die expertises voor te leggen.

De voeging van gebeurlijk samenhangende zaken is geen kwestie van openbare orde en de rechter beslist er soeverein over.

II. A.

De NV Cometsambre heeft F.S. gedagvaard op 5 maart 2009 voor de rechtbank van koophandel te Doornik tot de betaling van 19.578,34 EUR, meer de compensatoire intresten vanaf 14 september 2008 meer de gerechtelijke intresten.

De NV Cometsambre vordert hiermee de vergoeding van de schade die zij meent als geadresseerde van het binnenvaartvervoer te hebben geleden ten gevolge van het zinken van het voormelde schip en bijgevolg van het niet meer kunnen verderzetten van het vervoer van Nimy naar Chätelet.

De rechtbank van koophandel te Doornik verwijst bij vonnis van 22 maart 2011 de zaak naar de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende. Hiermee neemt de rechtbank akte van de vraag van de beide partijen tot verwijzing.

B.

F.S. heeft de NV Cometsambre gedagvaard op 10 maart 2009 voor de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende tot de betaling van 7.280,00 EUR factuurbedrag, 728,00 EUR (verhoging van 10 %) meer de intresten.

F.S. vordert hiermee de vrachtprijs voor het binnenvaartvervoer van Oostende naar Nimy, zijnde "pro rata" van het normale bedrag, met name voor het deel van de reis dat wél is uitgevoerd.

C.

In het alhier bestreden vonnis van 4 april 2014

• worden de beide voormelde zaken samengevoegd

• wijst de eerste rechter de vordering van F.S. af als ongegrond, omdat het schip onzeewaardig was

kent de eerste rechter de vordering van de NV Cometsambre gedeeltelijk toe en veroordeelt F.S. tot de betaling van 10.994,27 EUR, meer de vergoedende en gerechtelijke intresten aan het wettelijke tarief vanaf 5 maart 2009

veroordeelt de eerste rechter F.S. tot alle gerechtskosten, een rechtsplegingsvergoeding ad 1.210,00 EUR aan de zijde van de NV Cometsambre in begrepen.

III. A.

F.S. vordert de vernietiging van het bestreden vonnis en de afwijzing van elke vordering van de NV Cometsambre als ongegrond.

Hij vordert tevens de veroordeling van de NV Cometsambre tot de betaling van de kwestieuze factuur, vermeerderd met de verhoging van 10 % (samen 8.008,00 EUR), meer de intresten vanaf 30 oktober 2008.

B.

De NV Comentsambre vraagt de afwijzing van het hoofdberoep als ongegrond. Zij formuleert een incidenteel beroep tot het bijkomend veroordelen van F.S. tot de betaling van 8.583,37 EUR, meer de vergoedende intresten vanaf 14 september 2008 en de gerechtelijke intresten vanaf 5 maart 2009.

BEOORDELING

VORDERING F.S.

I.

Het ijzerschroot is door het schip van F.S. niet afgeleverd aan de overeengekomen plaats te Chàtelet bij de NV Cometsambre.

Wanneer het niet aankomen van de goederen te wijten is aan de onzeewaardigheid van zijn schip, is geen enkele vracht verschuldigd, ook geen 'evenredige vracht'. (zie M. De Decker, Beginselen van Belgisch Binnenvaartrecht, blz. 232, randnummer 621 in fine)

II.

Te dezen is er sprake van onzeewaardigheid van het binnenschip MS VAYA CON DIOS, eigendom van F.S. Onzeewaardigheid is het negatief antwoord op de vraag of

• de staat van het schip

• bij de aanvang van de vaart geladen met de concrete lading

• met het oog op de uitvoering van de concreet vooropgestelde reis

• In normale omstandigheden

• toestaat deze bepaalde reis veilig uit te voeren.

Bij "de aanvang van de vaart" betekent dat het schip reeds geladen is en op het punt staat om te vertrekken.

De "concrete lading" komt hierop neer dat de "lading" niet abstract maar zeer concreet moet worden bekeken. Te dezen was de lading metaalschroot.

De "concreet vooropgestelde reis" is te dezen de reis van Oostende naar Chàtelet; deze reis is begonnen op 4 september 2008 en is moeten afgebroken worden op 11 september 2008 te Nimy, na uitvoering van ongeveer 3/4 van de vooropgestelde reis. Indien het antwoord op de voormelde vraag naar de zeewaardigheid negatief is, is er geen vracht door de opdrachtgever verschuldigd.

III. A. a.

De bevindingen van deskundige R.Beyens, aangesteld binnen het kader van de kortgedingprocedure, zijn desbetreffend zeer duidelijk:

"De uitmonding van de lensleiding van deze kraan naar het ruim is niet afgeflensd. De flens zelf is niet aanwezig, en de boutgaten zijn niet meer bruikbaar ". (expertise, stuk nr. l, 7, dossier NV Cometsambre, blz. 10, laatste alinea).

Het hof houdt geen rekening met de vaststelling van de expert nopens de al dan niet bruikbaarheid van de boutgaten. De essentie is gewoon dat er geen flens afwezig is.

Dat de flens niet aanwezig was, wordt in het kwestieuze expertiseverslag op blz. 17 nogmaals bevestigd.

Uit de bevindingen van de expert besluit het hof dat op het ogenblik van de afvaart, de leiding voor het ballastwater niet was afgesloten door een flens.

Door niemand is trouwens iets teruggevonden van bouten (dienend voor het vastmaken van een flens) of een blindflens noch resten ervan, na het leegmaken van het laadruim.

F.S. legt niets voor waaruit nog maar enige twijfel zou kunnen volgen nopens de afwezigheid van een flens op de leiding voor het ballastwater.

Er was wél een ballastkraan op de kwestieuze ballastwaterleiding.

b.

De afwezigheid van een flensafsluiting op het ogenblik van de afvaart, tast op essentiële wijze de zeewaardigheid van het schip aan.

Fundamenteel is er, bij de afwezigheid van een afsluitflens, eigenlijk slechts één afsluiting op de ballastwaterleiding, met name de ballastkraan.

Het is goed mogelijk dat de ballastkraan in het verleden (bij de uitvoering van talrijke opdrachten tot vervoer van metaalschroot) goed was afgesloten en goed werkte. Het verleden is uiteraard geen waarborg voor de toekomst.

Het blijft echter tegen alle regels van normaal voorzichtig scheepsvervoer en tegen alle regels van gezond verstand, om een scheepsvervoer uit te voeren zonder afsluitflens.

Een en ander klemt des te meer daar - zoals Ir. Maenhout (expert voor F.S.) - op blz. 25 van zijn verslag (bijlage bij het verslag (kortgedingprocedure) van R.Beyen) - schrijft: "Het lekken van een ballastkraan is dus geen zeldzaam voorval".

C.

Waar de afwezigheid van de afsluitflens op het ogenblik van de afvaart de zeewaardigheid ontneemt, is het niet nodig of niet nuttig om te weten wie gehouden is /was om die flens te plaatsen.

Of dit de eigenaar (F.S.) dan wel zijn zoon - de schipper - was, is irrelevant, aangezien de zeewaardigheid wordt beoordeeld op het ogenblik van de aanvang van de reis.

Het schip was bij de aanvang van de reis onzeewaardig.

d.

F.S. werpt ten onrechte op dat de lader van het schip de staat van het schip had moeten nagaan en had moeten vaststellen dat er geen flens was en dienvolgens had moeten weigeren te laden.

F.S. gaat hierbij voorbij aan zijn eigen essentiële en preliminaire verbintenis om een zeewaardig schip beschikbaar te hebben bij de aanvang van de reis.

De lader is geen specialist om de zeewaardigheid van een schip te controleren.

F.S. is dit wél.

B.

Het hof voegt hierbij de overweging dat uit alle elementen van de zaak moet worden aangenomen dat in concreto de afwezigheid van een afsluitflens ook effectief de oorzaak is van het zinken van het schip.

Het is water die in het ruim langzaam en voortdurend is ingedrongen die een soort van instabiliteit heeft veroorzaakt. Alles lijkt erop dat het binnensijpelen van water in het ruim vrij snel is begonnen na het vertrek uit Oostende.

Dat water is binnengedrongen via de lekkende bodemkraan en is niet tegengehouden door een afsluitflens die er had moeten zijn (zie hierboven). De hydrostatische druk op een lekkende kraan verhoogt door verloop van tijd. Het schip helde over naar bakboordzijde (inzinken in bodem) en maakte aldus slagzij.

Ondanks het pompen is het ruim zich langzaam blijven vullen. Het overhellen bouwt zich snel op o.m. door het effect van het vrij vloeistof oppervlak (het water is "vrij" in het ruim).

Eenmaal het kritisch punt is bereikt, kapseisde het schip op korte tijd ("sneeuwbaleffect") uiteindelijk naar stuurboordkant.

Het hof verwijst hierbij o.m. naar de beschrijving van Ir.Maenhout voormeld (zie desbetreffend verslag blz. 4, 23/24 en 26 (eerste helft), bijlage bij het verslag (kortgeding) van R.Beyen; afzonderlijk voorgelegd door de NV Cometsambre onder haar stuk nr. 1,6).

Er zij ook aangemerkt dat er geen bijkomende oorzaken van waterinsijpeling zijn kunnen worden vastgesteld, andere dan die van het insijpelen via de ballastwaterleiding / ballastkraan.

Met een afsluitflens zou het schip niet zijn gezonken.

IV.

De MS VAYA CON DIOS was niet zeewaardig.

Er is geen enkele vracht verschuldigd door de NV Cometsambre.

VORDERING NV COMETSAMBRE

I.

De NV Cometsambre vordert een bedrag van 19.578,34 EUR in totaal.

De eerste rechter heeft 10.994,27 EUR toegewezen, doch S.F. betwist elk verschuldigd zijn van welk bedrag dan ook. De bewijslast is bij de NV Cometsambre. Het hof leest in de synthesebesluiten voor de NV Cometsambre nergens een detail van haar vordering.

II. A.

De NV Cometsambre legt voor dat het door de eerste rechter toegekende bedrag van 10.994,37 EUR kosten betreft van ingezette vrachtwagens en mobiele kraan.

Hierbij verwijst zij naar facturen.

Het hof leest dat die facturen zijn opgesteld ten laste van "Cornet Ostende SA". Deze vennootschap blijkt een zustervennootschap te zijn van de NV Cometsambre.

De NV Cometsambre houdt voor dat zij als cognossementhouder en bijgevolg ladingbelanghebbende, vorderingsgerechtigd is.

De NV Cometsambre is inderdaad vorderingsgerechtigd doch niet om alles te vorderen wat zij maar wenst.

Zij is vorderingsgerechtigd waar het gebeurlijk verlies dan wel beschadiging van de lading betreft, doch indien zij méér wil toegekend zien, dan moet zij in eerste orde in haren hoofde enige gerechtigdheid op schadevergoeding aantonen. Zij moet dus schade in haren hoofde voldoende naar recht aantonen. Dit toont zij in haren hoofde alleszins niet aan door het voorleggen van facturen die gericht zijn naar een andere onderneming dan de hare, zij het dat het een zusterbedrijf betreft.

De NV Cometsambre kan anderzijds hoegenaamd niet begrepen worden waar zij het heeft over de bewijskracht van het deskundig verslag.

Het is niet omdat de gerechtsdeskundige bepaalde bedragen verantwoord acht, dat de rechter zich hierbij moet neerleggen. Zij vergeet dat de uiteindelijke en volledige beoordeling van wat wordt gevorderd, wordt uitgevoerd door de rechter ten gronde.

Dit onderdeel van het hoofdberoep van F.S. is gegrond en de kwestieuze aanspraken van de NV Cometsambre worden afgewezen.

B.

Het tweede gedeelte van de aanspraken van de NV Cometsambre, 8.583,37 EUR "gaat met uitzondering van 2.439,3 EUR om kosten die geen betrekking hebben op eigen verdediging van [de NV Cometsambre]] c.q. opvolging van de gerechtsexpertise, maar wel op:

- organisatie en toezicht op het lossen

- reinigen van het schip en kade

- bewaking van de lading door Securitas"

(zie synthese beroepsconclusies voor de NV Cometsambre, neergelegd op 23 september 2015, blz. 14 in fine, blz. 15).

Ook hier geldt de hierboven reeds gemaakte overweging over de stelling van de NV Cometsambre dat het rapport bewijskrachtig zou zijn.

Het is de rechter ten gronde die de uiteindelijke toets verricht over alles.

De deskundige blijkt op blz. 12 van het verslag, de volgende kosten te aanvaarden:

4.823,56 EUR voor organisatie en toezicht op het lossen

890,00 EUR reinigen van schip en kade

430,51 EUR bewaking van de lading door Securitas

Binnen het kader van de resultaatsverbintenis aan de zijde van S.F. om de lading te vrijwaren, komen de eigen kosten van de NV Cometsambre ad 4.823,56 EUR en 890,00 EUR (= 5.713,56 EUR) als verantwoord voor. Bewakingskosten ad 430,51 EUR betreffen kosten die door een derde (Securitas) zouden zijn aangerekend. Hiervan ligt evenwel niets voor.

Kosten van eigen verdediging blijven eigen kosten van de NV Cometsambre. De vordering van de NV Cometsambre is beperkt gegrond voor de hoofdsom van 5.713,56 EUR.

[ ... ]

OP DEZE GRONDEN, HET HOF,

[ ... ]

Verklaart het hoofdberoep en het incidenteel beroep beide ontvankelijk; Verklaart ze beide gegrond doch ook ongegrond in de mate die volgt;

Vernietigt het bestreden vonnis behalve waar het de wederzijdse vorderingen ontvankelijk verklaard, de vordering van F.S. afwijst als ongegrond en de kosten ten laste legt van F.S.;

Voor het overige opnieuw recht doende:

Verklaart de vordering van de NV Cometsambre in beperkte mate gegrond:

Veroordeelt F.S. tot de betaling van 5.713,56 EUR meer de vergoedende respectievelijk de gerechtelijke intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 14 september 200.

[ ... ]

 

Noot: 

Eddy Somers, Aansprakelijkheid voor schade ingevolge onzeewardigheid, NJW 2018, 229

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 01/04/2018 - 18:43
Laatst aangepast op: vr, 11/05/2018 - 00:23

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.