-A +A

Werkstraf en gevangenisstraf kunnen niet samen opgelegd

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
woe, 18/11/2015
A.R.: 
2015/NT/492

De rechter kan geen werkstraf samen met een gevangenisstraf opleggen. 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Hof van Beroep Gent 18/11/2015, AR 2015/NT/492, juridat

...

1.4. Nietigheid van het bestreden vonnis

Artikel 7,3° lid Sw. verbiedt de rechter om samen met een werkstraf een gevangenisstraf op te leggen. Daaruit volgt dat bij een werkstraf, die als hoofdstraf werd opgelegd, ingeval eenheid van opzet wordt aangenomen tussen de feiten die aanleiding hebben gegeven tot de veroordeling tot een werkstraf en de nieuwe feiten waarvoor vervolging werd ingesteld, als bijkomende straf geen hoofdgevangenisstraf kan worden opgelegd (zie Cass., 12 oktober 2010, NC 2010, 373).

Door eenheid van opzet aan te nemen tussen de feiten waarvoor de beklaagde J V D A thans wordt vervolgd en de feiten waarvoor de beklaagde bij vonnis van de correctionele rechtbank te Brugge van 18 november 2013 werd veroordeeld tot een werkstraf van 150 uur of een werkstraf vervangende gevangenisstraf van 1 jaar, en de beklaagde voor de huidige feiten te veroordelen tot een bijkomende hoofdgevangenisstraf van 18 maanden en een geldboete van euro 100,00, verhoogd met 50 opdeciemen en alzo gebracht op euro 600,00 of een vervangende gevangenisstraf van 1 maand, heeft de eerste rechter aldus een onwettige straf uitgesproken.

Dit heeft de nietigheid van het vonnis tot gevolg voor zover uitspraak werd gedaan over de straftoemeting lastens de beklaagde J V D A.

Voorafgaandelijk aan het hierna bepaalde in sub 2.2.1, wil het hof erop wijzen dat de vernietiging van het bestreden vonnis niet geschiedt omwille van nietige motieven door de eerste rechter aangehaald doch enkel omwille van een onwettige straftoemeting.

Derhalve zijn er geen redenen voorhanden om de oordeelkundige redengeving van de eerste rechter niet over te nemen nu het hof op die wijze eigen redenen aangeeft en een eigen oordeel vormt en er geen sprake kan zijn van het overnemen van de nietigheid van het beroepen vonnis (zie en vgl. Cass., 3 april 2001, AR P.00.1595, Arr.Cass., 2001, nr. 197).

...

(Achtste kamer, 2015/NT/492, 18/11/2015)
 

Noot: 

zie ook Cass. 24/09/2008; AR P08.1234; juridat

Wanneer de beklaagde om een werkstraf verzoekt, moet de weigering om dergelijke straf op te leggen met redenen worden gemotiveerd die afzonderlijk staan van de redenen van de keuze van de straf en de strafmaat, als bepaald in artikel 195, tweede lid, Sv

Nr. P.08.1234.F
V. B. F.,
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 4 juni 2008.
Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft een conclusie neergelegd.
Op de rechtszitting van 24 september 2008, heeft afdelingsvoorzitter Frédéric Close verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de vrijspraak:

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de veroordeling:

Over het ambtshalve middel: schending van artikel 37ter, §3, tweede lid, van het Strafwetboek:

Naar luid van deze bepaling, moet de rechter die weigert een werkstraf uit te spreken, zijn beslissing met redenen omkleden.

Met toepassing van de artikelen 195, tweede lid, en 211 van het Wetboek van Strafvordering, vermeldt het arrest de redenen van de keuze van de gevangenisstraffen en van de terbeschikkingstelling van de regering en rechtvaardigt het de strafmaat ervoor.

Met geen enkele afzonderlijke reden motiveert het evenwel de weigering om de werkstraf op te leggen waarom de eiser mondeling op de rechtszitting had verzocht.

Deze onwettigheid brengt de vernietiging met zich mee van de beslissingen over de straf en de bijdrage aan het Bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. Er is geen grond om de vernietiging uit te breiden tot de beslissing waarbij de appelrechters de misdrijven bewezen hebben verklaard, aangezien deze beslissing zelf niet nietig wordt verklaard.

Voor het overige zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het, bij de uitspraak over de strafvordering betreffende de telastlegging A en B, de eiser tot gevangenisstraffen en terbeschikkingstelling van de regering veroordeelt, alsook tot betaling van een bijdrage aan het Bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de andere helft ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Bergen.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 24/07/2017 - 15:26
Laatst aangepast op: ma, 24/07/2017 - 15:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.