-A +A

Wegvervoer - CMR-Verdrag - Schriftelijke vordering - Ingesteld voor de verjaring is beginnen lopen - schorsing verjaring

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 12/05/2016
A.R.: 
C.15.0352.N

Uit de artikelen 32.1, 32.1.b en 32.2 CMR kan niet worden afgeleid dat een schriftelijke vordering die werd ingesteld voordat de verjaring is beginnen lopen geen schorsende werking heeft, met dien verstande dat deze schorsing slechts uitwerking krijgt vanaf het ogenblik dat de verjaringstermijn een aanvang neemt.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.15.0352.N

NV E.E.C. t/ Vennootschap naar vreemd recht D.P.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 23 maart 2015 op verwijzing na het arrest van het Hof van 7 december 2012.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Krachtens art. 32.1 CMR verjaren de rechtsvorderingen, waartoe een aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, in beginsel, door verloop van een jaar.

Art. 32.1.b CMR bepaalt dat deze verjaring loopt in geval van volledig verlies, vanaf de dertigste dag na afloop van de bedongen termijn of, bij gebreke van zo’n termijn, vanaf de zestigste dag na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder.

Overeenkomstig art. 32.2 van dit verdrag schorst een schriftelijke vordering de verjaring tot aan de dag waarop de vervoerder de vordering schriftelijk afwijst en de daarbij gevoegde stukken terugzendt.

2. Uit deze bepalingen kan niet worden afgeleid dat een schriftelijke vordering die werd ingesteld voordat de verjaring is beginnen te lopen, geen schorsende werking heeft, met dien verstande dat deze schorsing slechts uitwerking krijgt vanaf het ogenblik dat de verjaringstermijn een aanvang neemt. Er anders over oordelen zou het vertrouwen verschalken van de ladingbelanghebbende die na het schadegeval zonder verwijl een schriftelijke vordering heeft ingesteld voordat de verjaringstermijn is beginnen te lopen.

3. Uit het arrest blijkt dat:

– de eiseres op 16 december 2003 de opdracht ontving een container van Swansea (Verenigd Koninkrijk) naar Antwerpen te vervoeren en dit vervoer op 22 december 2003 een aanvang nam;

– de vervoerde container in de nacht van 27 op 28 december 2003 werd gestolen en er sprake is van een totaal verlies;

– de verjaringstermijn overeenkomstig art. 32.1.b CMR begint te lopen op 22 februari 2004;

– de verweerster per faxbericht van 30 december 2003 een schriftelijke vordering instelde als bedoeld in art. 32.2 CMR;

– de eiseres deze schriftelijke vordering niet heeft afgewezen;

– de eiseres op 13 september 2007 werd gedagvaard door de verweerster;

– de eiseres aanvoert dat de vordering van de verweerster verjaard is.

4. De appelrechters die op grond van deze vaststellingen oordelen dat door de schriftelijke vordering op 30 december 2003 de verjaring werd geschorst en deze schorsing is blijven lopen zodat de op 13 september 2007 ingestelde vordering niet is verjaard, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 10/09/2017 - 05:05
Laatst aangepast op: zo, 10/09/2017 - 05:05

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.