-A +A

Wederzijdse schenking tussen kinderloze echtgenoten om successierechten te vermijden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Andere
Datum van de uitspraak: 
din, 20/04/2010
A.R.: 
Voorafgaande beslissing nr. 900.469

Hoe kan een kinderloos echtpaar zoveel mogelijk successierechten vermijden?
Hoe kan een kinderloos echtpaar een optimale vermogensplanning organiseren?

Rulingsdienst

Voorafgaande beslissing nr. 900.469 dd. 20.4.2010

 

Samenvatting

Aangezien het karakter van schenking (animo donandi) slechts blijkt uit de bevestigingsaktes, zijn overschrijvingen tussen rekeningen bij dezelfde bank als onrechtstreekse schenking te beschouwen.

 

De onderhandse akte houdende bevestiging van de verwezenlijkte wederzijdse schenkingen van tegenwoordige goederen tussen echtgenoten, zal bij toepassing van artikel 14 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (W. Reg.) onderworpen zijn aan slechts één evenredig registratierecht, t.w. het registratierecht van 3% zoals voorzien in artikel 131, §2 W. Reg. Vl. Gew. Dit registratierecht zal geheven worden op de schenking die aanleiding geeft tot het hoogste recht.

 

I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

 

1. De vrijwillige aanbieding ter registratie van het document ter bevestiging van de verwezenlijkte (wederzijdse) onrechtstreekse schenkingen, van tegenwoordige goederen, tussen de aanvragers, bij toepassing van artikel 14 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (W. Reg.) onderworpen zal zijn aan slechts één evenredig registratierecht, t.w. het registratierecht van 3% (artikel 131,§2 W. Reg. Vl Gew.) Dat dit registratierecht zal worden geheven op de schenking die tot het hoogste schenkingsrecht aanleiding geeft.

 

II. Omschrijving van de verrichting

 

II.A. Beschrijving van de bij de verrichting betrokken personen en de activiteiten

 

2. De heer A , gehuwd met mevrouw B.

 

3. Mevrouw B, gehuwd met de heer A.

 

4. De aanvragers hebben hun woonplaats reeds gedurende meer dan vijf jaar in het Vlaamse Gewest.

 

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting

 

5. De aanvragers zijn gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen, met gemeenschap van aanwinsten en zijn kinderloos. Zij wensen dat de langstlevende, na het overlijden van de eerststervende, bij voortduur in zijn levensonderhoud kan voorzien en wensen ten dien einde mekaar wederzijds te begiftigen met tegenwoordige goederen. Het voorwerp van deze wederzijdse schenking betreft een (respectievelijke) beleggingsportefeuille die tot het (respectievelijke) eigen vermogen van beide echtgenoten behoort. Deze wederzijdse schenking zal plaatsvinden middels bankgift (overschrijving).

 

6. Meer bepaald zal de heer A de bepaalde van de tot zijn eigen vermogen toebehorende financiële tegoeden bij bank X schenken onder de vorm van een bankoverschrijving aan zijn echtgenote, mevrouw B, op voorwaarde dat mevrouw B de aan haar toebehorende financiële tegoeden bij bank X schenkt aan haar echtgenoot, de heer A. Aanvragers bevestigden te zijn overeengekomen dat de ontbinding, de herroeping of de vernietiging van de eerste schenking tevens tot de ontbinding, de herroeping of de vernietiging van de tweede schenking aanleiding geeft en vice versa, en dat beide schenkingen aldus onderling afhankelijk zijn.

 

7. De wederzijdse schenking zal nadien bevestigd worden in een pacte adjoint, dat door beide echtgenoten zal worden ondertekend. Dit pacte adjoint bevat de voorwaarden, waaronder de wederzijds (juridisch) afhankelijke schenking heeft plaatsgevonden, waaronder een beding van conventionele terugkeer bij elke schenking, en zal vervolgens ter registratie worden aangeboden.

 

III. Motivering van de aanvraag

 

8. Het lijdt geen twijfel dat wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten perfect rechtsgeldig zijn (zie o.m. M. VAN QUICKENBORNE, Artikel 1097 B.W.", in Erfenissen, schenkingen en testamenten. Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, losbladig, Kluwer, s.d., nr. 2).

 

9. Voor wat betreft de vormelijke geldigheid dient te worden vastgesteld dat artikel 1097 B.W. niet van toepassing is. De wederzijds afhankelijke schenking komt immers in voorliggend geval tot stand in twee afzonderlijke "akten". De bevestiging - naderhand - van de gedane schenking in het pacte adjoint vormt enkel een titel voor de heffing van de schenkingsrechten, doch vormt geen titel van de schenking zelf.

 

10. Ten overvloede kan worden opgemerkt dat artikel 1097 B.W. slechts een vormregel betreft, die enkel de formele akten houdende schenking viseert. Er wordt aangenomen dat dit artikel niet toepasselijk is ten aanzien van wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten die plaatsvinden onder de vorm van onrechtstreekse schenkingen, schenkingen van hand tot hand of vermomde schenkingen (zie o.m. M. VAN QUICKENBORNE, "Artikel 1097 B.W.", in Erfenissen, schenkingen en testamenten. Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, losbladig, Kluwer, s.d., nr. 2; H. DE PAGE, Traité, t. VIII1, nr. 766, p. 862 en de verwijzingen aldaar naar de rechtspraak onder voetnoot 5; R. DILLEMANS, in L. WEYTS (ed.), De schenkingsakten, Antwerpen, Kluwer, 1982, p. 78; Rb. Gent, 11 november 1896, Pas., 1897, III, 27; Rb. Antwerpen, 9 mei 1990, T. Not., 1991, 389).

 

11. De schenking bij overschrijving wordt thans algemeen gekwalificeerd als een onrechtstreekse schenking. H. CASMAN schrijft terzake ("Schenkingen en successierechten", N.F.M., 1994, afl. 7, p. 8):

 

11.1. "Het heeft even geduurd vooraleer de juridische kwalificatie van de overschrijving van gelden via debitering van de bankrekening van de schenker en creditering van de bankrekening van de begiftigde enigszins algemeen werd aanvaard. DE PAGE had beweerd dat het om een verdoken schenking zou gaan, maar deze stelling veronderstelt dat de bankoverschrijving in se een akte onder bezwarende titel is, wat zeker niet de juiste omschrijving daarvan is.

 

11.2. Andere auteurs, door een zekere strekking van de rechtspraak daarin gevolgd, hebben getracht aan te tonen dat de bankoverschrijving als een bijzondere vorm van "traditio" kon worden gezien, ter verwezenlijking van een gift van hand tot hand. Ook deze stelling moest verlaten worden, niet omwille van een hardnekkige weigering om het begrip "traditio" op een wat moderne wijze uit te leggen, maar omdat een gift van hand tot hand enkel lichamelijke roerende goederen tot voorwerp heeft, en een vordering op een bank dus zeker niet op deze wijze kan worden overgedragen.

 

11.3. Mede onder invloed van de meesterlijke uiteenzetting van PAUL DELNOY wordt de kwalificatie van de schenking bij bankoverschrijving als een onrechtstreekse schenking thans algemeen aanvaard."

 

12. In haar laatste passage verwijst H. CASMAN, behoudens naar het artikel van Paul DELNOY ("La qualification de la donation par virement", R.C.J.B., 1984, 196-235), naar de volgende rechtsleer: H. DU FAUX, "Hoe de 'animo donandi' gedane overschrijving van rekening kwalificeren?", T. Not., 1989, 269, alsook naar de volgende rechtspraak: Bergen, 5 mei 1987, J.L.M.B., 1987, 1026; Rec. Gén. Enr. Not., 1988, 232; Brussel, 25 november 1991, Pas., 1991, II, 209.

 

13. Niettemin maakt H. CASMAN in haar artikel (onder voetnoot 68) voorbehoud voor het geval de rekening die gedebiteerd wordt en de rekening die gecrediteerd wordt bij dezelfde bank worden aangehouden door de schenker, respectievelijk de begiftigde. Binnen dezelfde bank zou de opdracht tot debitering, resp. creditering volgens deze auteur kunnen worden uitgelegd als een overdracht van schuldvordering. Deze auteur verklaart haar zienswijze als volgt. De schenker is schuldeiser van de bank voor het bedrag dat op het credit van zijn rekening voorkomt; deze schuldvordering draagt hij over aan de begiftigde door middel van een overschrijving. De begiftigde wordt schuldeiser van de bank voor het overeenstemmende bedrag. Als hierin inderdaad een overdracht van schuldvordering zou worden gezien, dan is dit een rechtstreekse overdracht tussen het vermogen van de schenker en het vermogen van de begiftigde, en dan zou dit enkel animo donandi kunnen gebeuren volgens de vormen die voor een rechtstreekse schenking zijn voorgeschreven; een notariële akte zou overeenkomstig artikel 931 B.W. vereist zijn.

 

14. De zienswijze van H. CASMAN kan niet bijgetreden worden. Deze auteur verwijst in eerste instantie niet naar enige bron, die haar stelling zou staven.

 

15. Bovendien stelt ook P. DELNOY in zijn artikel, dat de basis heeft gevormd voor de kwalificatie van de schenking bij overschrijving als onrechtstreekse schenking, het volgende (voetnoot 2; eigen onderstreping):

 

15.1. "Nous n'envisageons ici que le virement par une personne d'une somme d'argent-et non d'autres choses fongibles comme des titres non individualisés - de son compte de depot (compte de chèques) auprès d'une banque au compte d'une autre personne auprès de la même banque ou d'une autre banque.»

 

16. Deze auteur gaat er aldus van uit dat de kwalificatie van de schenking bij overschrijving als een onrechtstreekse schenking eveneens geldt indien de overschrijving plaatsvindt tussen rekeningen die bij dezelfde bank worden aangehouden door schenker en begiftigde.

 

17. Ten slotte werd ook in het arrest van het Hof van Beroep te Brussel dd. 25 november 1991, dat overigens door H. CASMAN zelf wordt geciteerd ter staving van de kwalificatie als onrechtstreekse schenking, uitdrukkelijk beslist dat het niet relevant is dat de overschrijving plaatsvindt tussen twee rekeningen bij dezelfde bank. Het Hof van Beroep overweegt (eigen onderstreping)

 

17.1. «Qu'il importe peu que ce transfert de créances incorporelles ait été réalisé de banque à banque ou au sein d'une même banque; qu'en effet «la monnaie scripturale qui est immatérielle ne peut past être remise réellement. Par suite, le virement qui opère transfert de cette monnaie ne peut réaliser un don manuel, faute d'une chose mobilière corporelle dont il puisse être la tradition animo donandi (P. DELNOY, op. cit., n° 6, p. 214).»

 

18. Ook in de rechtspraak wordt aldus aangenomen dat de schenking kan plaatsvinden tussen rekeningen die bij dezelfde bank worden aangehouden. De te debiteren rekening van de schenker, resp. de te crediteren rekening van de begiftigde, mogen aldus bij dezelfde financiële instelling worden aangehouden. Er valt overigens niet in te zien om welke reden de schenking bij overschrijving in het andere geval opeens van statuut zou veranderen en als een rechtstreekse schenking zou moeten worden beschouwd, die naleving van artikel 931 B.W. zou behoeven.

 

 

19. In voorliggend geval zal de wederzijdse schenking tussen de echtgenoten plaatsvinden middels overschrijving tussen rekeningen die worden aangehouden bij dezelfde financiële instelling. Op basis van voormelde rechtsleer en rechtspraak, verliest de schenking hierdoor niet het karakter van onrechtstreekse schenking.

 

20. Op de wederzijdse tussen echtgenoot A en B gedane schenking is, bij toepassing van artikel 14 W. Reg., slechts één registratierecht verschuldigd, t.w. het registratierecht (van 3%; artikel 131, §2 W. Reg.-Vl. Gew.) verschuldigd op de schenking die tot het hoogste recht aanleiding geeft.

 

21. Artikel 14 W. Reg. bepaalt:

"Wanneer een akte verscheidene onder dezelfde contractanten tot stand gekomen beschikkingen vervat, welke de ene van de andere afhankelijk zijn of de ene uit de andere noodzakelijk voortvloeien, is slechts één recht voor deze gezamenlijke beschikkingen verschuldigd.

Het recht wordt geheven met inachtneming van diegene van bedoelde beschikkingen welke tot het hoogste recht aanleiding geeft."

 

22. De rechtsleer vermeldt de hypothese van de wederzijdse schenkingen uitdrukkelijk als een toepassingsgeval van artikel 14 W. Reg. In deze zin stelt F. WERDEFROY vast dat de Administratie ter zake van wederkerige schenkingen aanneemt dat er, overeenkomstig artikel 14 W. Reg., slechts één recht verschuldigd is: het recht dat de overdracht treft die het hoogst wordt belast (F. WERDEFROY, Registratierechten 2006-2007, Mechelen, Kluwer, 2007, nr. 616 b), p. 671)

 

23. Ook E. GENIN merkt ter zake op dat dat bij wederkerige schenkingen van tegenwoordige goederen, krachtens artikel 14 W. Reg. het registratierecht verschuldigd is op de meest belastbare schenking (E. en A. GENIN, Commentaar, Brussel, Van Buggenhoudt, 1951, nr. 307, p. 144).

 

24. De vrijwillige aanbieding ter registratie van het document ter bevestiging van de verwezenlijkte (wederzijdse) onrechtstreekse schenkingen wordt geregistreerd aan het evenredig schenkingsrecht van 3%. De aanbieding ter registratie maakt de evenredige schenkingsrechten opeisbaar. In dat verband kan worden opgemerkt dat bevestigingsdocumenten die zowel de handtekening van de schenker als van de begiftigde dragen een volmaakte heffingstitel uitmaken (F. WERDEFROY, Registratierechten 2006-2007, deel III, nr. III/376, p. 1902 en nr. III/379, p. 1904 voor wat betreft de onrechtstreekse schenking). Het voorgaande wordt eveneens bevestigd door de fiscale administratie in de Circulaire nr. 5/2004 dd. 7 april 2004, p. 38.

 

IV. Beslissing

 

 

IV.A. Op burgerlijk gebied

 

25. Vandaag wordt vrij algemeen aangenomen dat een animo donandi (met begiftigingsinzicht) gedane overschrijving van gelden tussen rekeningen bij financiële instellingen een rechtsgeldige schenkingstechniek is. (AFT 08/08-03 - Eric Spruyt, nr. 12 De Bankgift - nr. 82)

 

26. De meerderheid van de rechtsleer en rechtspraak kwalificeren de schenking via bankoverschrijving als een onrechtstreekse schenking. (AFT 08/08-03 - Eric Spruyt, nr. 12 De Bankgift - nr. 82)

 

27. Volgens CASMAN mogen de rekeningen van de schenker en van de begiftigde niet bij één en dezelfde bankinstelling geopend zijn. Volgens deze auteur zou de opdracht tot debitering resp. creditering kunnen worden uitgelegd als een overdracht van schuldvordering, m.a.w. een rechtstreekse overdracht tussen het vermogen van de schenker en het vermogen van de begiftigde, wat animo donandi enkel kan gebeuren door een rechtstreekse schenking die aan het voorschrift van artikel 931 B.W. voldoet. In casu is dit geen probleem (AFT 08/08-03 - Eric Spruyt, nr. 12 De Bankgift - nr. 84)

 

28. Casman is echter de enige auteur die deze mening is toegedaan. Volgens Marc Moreau kan haar visie niet worden bijgetreden. De enige relevante vraag lijkt hem daarentegen te zijn of de overdracht van schuldvordering op zichzelf een akte ten kosteloze titel, een akte ten bezwarende titel dan wel een neutrale akte uitmaakt. Terecht wordt gesteld dat de overdracht van schuldvordering een instelling sui generis is. Derhalve moet de overdracht van schuldvordering, die animo donandi wordt verricht, noodgedwongen een onrechtstreekse schenking zijn.(M. Moreau A.F.T. 1 - jan.1999)

 

29. In een vonnis van het Hof van Beroep van Brussel dd. 25/11/1991, wordt verwezen naar het basiswerk van P. Delnoy over de kwalificatie van de schenking bij overschrijving. Het Hof stelt : "Qu'il importe peu que ce transfert de créances incorporelles ait été réalisé de banque à banque ou au sein d'une meme banque…. Dit om uit te maken of een overschrijving een handgifte dan wel een onrechtstreekse schenking is. Vermits het voorwerp van de schenking onlichamelijke goederen betreft (geplaatst op bankrekening) is hier sprake van een onrechtstreekse schenking.

 

30. In de commentaar op parlementaire vraag nr 305 Pieters van 7 april 2000, zoals opgenomen in de fiscale koerier 00/518, wordt eveneens verwezen naar de stelling van M.Moreau (zie hiervoor onder nr. 28) dat overschrijvingen binnen dezelfde bank, met animo donandi uitgevoerd, een onrechtstreekse schenking uitmaken.

 

31. De melding "handgift" of "overschrijving ten titel van schenking" als refertemelding op de bankoverschrijving dient gemeden te worden. Blijkt uit de bankoverschrijving zelf dat het om een schenking gaat, dan hebben we te maken met een ongeldige (want het vormvoorschrift van art. 931 B.W. negerende) rechtstreekse schenking. (AFT 08/08-03 - Eric Spruyt, nr. 12 De Bankgift - nr. 85 ) In casu zal er geen melding worden gedaan bij de bankoverschrijvingen.

 

32. Voor zover het om een schenking van de volle eigendom gaat kan een aan een bankrekening gelieerde effectenportefeuille via bankgift worden geschonken. (AFT 08/08-03 - Eric Spruyt, nr. 12 De Bankgift - nr. 86) In de huidige aanvraag betreft het bankgiften van de volle eigendom.

 

33. Van de bankgift wordt best het nodige schriftelijk bewijs opgemaakt via "pacte adjoint" of "bij-akte". Zeer gebruikelijk in het bancair milieu is de opmaak van een gezamenlijk document getekend door schenker en begiftigde naverwezenlijking van de bankgift en waarin ze wederzijds de gift erkennen en de voorwaarden/modaliteiten vastleggen. (dit is ter zake het geval) (AFT 08/08-03 - Eric Spruyt, nr. 12 De Bankgift - nr. 87) De voorgelegde bevestigingsakte vormt de titel van de wederkerige schenkingen bij bankoverschrijving.

 

34. Artikel 1097 BW verbiedt de echtgenoten elkaar te begiftigen bij één en dezelfde akte. Artikel 1097 BW is volgens de meerderheid in de rechtspraak en de rechtsleer een vormregel. Onrechtstreekse schenkingen (zoals de bankgift) ontsnappen aan de toepassing ervan. (Inleiding tot het familiaal vermogensrecht - Universitaire Pers Leuven nr. 1100 )

 

35. Een onrechtstreekse schenking is een schenking die verwezenlijkt wordt onder de vorm van een akte die op zichzelf neutraal is. De bankoverschrijving is een neutrale akte.

 

36. Een bankgift ook als ze plaatsvindt tussen rekeningen bij dezelfde bank maakt in alle omstandigheden een onrechtstreekse schenking uit.

 

37. Het karakter van schenking (animus donandi) komt slechts tot uiting in de bevestigingsakte(pacte adjoint).

 

38. Aangezien het karakter van schenking (animus donandi) slechts blijkt uit de bevestigingsakte is de DVB van oordeel dat het in casu om een onrechtstreekse schenking gaat, ook als de bankrekeningen der echtgenoten zich bij dezelfde bankinstelling bevinden.

 

IV.B. Op fiscaal gebied

 

39. De meerderheid van de rechtsleer en rechtspraak beschouwen de bankgift als een onrechtstreekse schenking. (Handleiding registratierechten nr. 147)

 

40. Voor onrechtstreekse schenkingen bestaat er geen registratieverplichting. Het bewijsdocument (in casu de bevestigingsakte) vormt titel van de bankgift. Bij vrijwillige aanbieding ter registratie wordt het evenredig schenkingsrecht geheven. (Handleiding registratierechten nr. 147)

 

 

41. In het geval dat er tot een informele schenking van roerende goederen wordt overgegaan (handgift, bankgift, onrechtstreekse schenking), is er geen verplichting tot aanbieding ter registratie van dergelijke schenking. De gevallen waarin naar Belgisch recht registratieplicht bestaat, zijn limitatief opgesomd in artikel 19 W.Reg. Nergens uit dit wetsartikel blijkt dat de hierboven vermelde rechtshandelingen dienen geregistreerd te worden. (AFT 08/10-03 - Eric Spruyt nr. 231)

 

42. Bij een informele schenking zal het schenkingsrecht pas opeisbaar worden op het ogenblik dat partijen vrijwilligde onderhandse akte houdende bevestiging van de verwezenlijkte handgift, bankgift of onrechtstreekse schenking ter registratie aanbieden. (AFT 08/10-03 - Eric Spruyt nr. 231)

 

43. Voor informele schenkingen (handgiften, bankgiften, onrechtstreekse schenkingen) is de voorlegging van een geschrift nodig. De vorm van het geschrift maakt niet uit, als het aangeboden document de handtekening van zowel deschenker als van de begiftigde bevat. (AFT 08/10-03 - Eric Spruyt nr. 231) In deze aanvraag is dit het geval.

 

44. Het bij informele schenking aangeboden geschrift zal de drie gebruikelijke en noodzakelijke fiscale verklaringen dienen te bevatten, te weten:

 

a) een verklaring van de schenker betreffende zijn fiscale woonplaatsen in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de schenking (art. 170bis W.Reg.) ;

 

b) de verwantschapsband tussen schenker en begiftigde (art. 139 W.Reg.) ;

 

c) de verkoopwaarde van de geschonken goederen (art. 133 W.Reg.).

 

45. Het tijdstip van beoordeling van de elementen van deze verklaring is het moment waarop de schenkingsrechten opeisbaar zijn, d.i. dus de datum van aanbieding ter registratie van het geschrift dat tot bewijs strekt van de verwezenlijkte gift. (AFT 08/10-03 - Eric Spruyt nr. 231)

 

46. De plaats waar niet verplicht te registreren schenkingen ter registratie worden aangeboden kan door partijen vrij gekozen worden. Dit kan op eender welk registratiekantoor in België gebeuren. (art. 39 7° W.Reg.) De registratie zal maar gebeuren mits effectieve, dadelijke betaling van het verschuldigd schenkingsrecht (art. 5 W.Reg.) (AFT 08/10-03 - Eric Spruyt nr. 231)

 

47. Indien het gaat, zoals in dit geval, om een akte die niet verplichtend dient geregistreerd en slechts geroepen is de Schatkist een ontvangst te verschaffen op de dag waarop ze vrijwillig ter registratie wordt aangeboden, dan maakt de vrijwillige aanbieding ter formaliteit de bron van eisbaarheid uit en dienen de rechten berekend volgens het tarief hetwelk op dat ogenblik van toepassing is. (Werdefroy nr. III/374 (fine) met verwijzing naar E en F GENIN 1941, blz. 59 nr. 133 - bijlage 10)

 

48. Artikel 14 W. Reg. bepaalt dat wanneer een akte verscheidene onder dezelfde contractanten tot stand gekomen beschikkingen vervat, welke de ene van de andere afhankelijk zijn of de ene uit de andere noodzakelijk voortvloeien, is slechts één recht voor deze gezamenlijke beschikkingen verschuldigd. Het recht wordt geheven met inachtneming van diegene van bedoelde beschikkingen welke tot het hoogste recht aanleiding geeft.

 

49. In casu blijkt duidelijk dat de bevestigingsakte de titel is voor de berekening en heffing van de registratierechten. Het is op datum van de vrijwillige aanbieding ter registratie dat het tarief en de toepasselijke wetgeving wordt bepaald en de waardering van de geschonken goederen dient te worden opgegeven. De in de bevestigingsakte vermelde wederkerige onrechtstreekse schenkingen via bankoverschrijving dienen beschouwd te worden als afhankelijke bepalingen zoals voorzien in artikel 14 W. Reg.

 

50. In de bevestigingsakte dient de waarde van de geschonken effectenportefeuilles op datum van de aanbieding ter registratie te worden opgegeven.

 

Gelet op wat voorafgaat in punt III beslist het College van de DVB in zitting van 20 april 2010 dat:

 

51. Aangezien het karakter van schenking (animo donandi) slechts blijkt uit de bevestigingsaktes de DVB van oordeel is dat ook overschrijvingen tussen rekeningen bij dezelfde bank als onrechtstreekse schenking kunnen beschouwd worden.

 

52. De onderhandse akte houdende bevestiging van de verwezenlijkte wederzijdse schenkingen van tegenwoordige goederen door middel van bankoverschrijving, tussen de echtgenoten A en B, bij toepassing van artikel 14 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (W. Reg.) onderworpen zal zijn aan slechts één evenredig registratierecht van 3% zoals bepaald in artikel 131,§2 W. Reg. Vlaams Gewest. Dit registratierecht zal worden geheven op de schenking die tot het hoogste schenkingsrecht aanleiding geeft.

Noot: 

• Elly Van de Velde, Enkele Topics van estate planning door de fiscale bril van de Rulingsdienst, Tijdschrift Estate Planning 2011/3 juni, 137

• B. Cardoen, Slechts hoogste recht op wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten, Fiscoloog 2009, nr. 1171,3-4

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 08/07/2011 - 19:55
Laatst aangepast op: vr, 08/07/2011 - 20:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.